Eerste Punische Oorlog

De eerste Punische Oorlog

van 265 v. Chr. tot 241 v. Chr.

De Eerste Punische Oorlog (264-241 v. Chr.) was de eerste van drie oorlogen die werden uitgevochten tussen Carthago en Rome, de twee grootmachten in het westelijke Middellandse-Zeegebied aan het begin van de 3e eeuw v. Chr. De oorlog duurde 23 jaar en was daarmee het langst aanslepende conflict en de grootste zeeoorlog in de oudheid die werd uitgevochten door de twee mogendheden in een strijd om de heerschappij. De oorlogen werden voornamelijk uitgevochten op het eiland Sicilië in de Middellandse Zee en de omliggende wateren, en ook in Noord-Afrika. Na immense materiële en menselijke verliezen aan beide zijden, verloren de Carthagers deze oorlog, waarbij de stadstaat de controle over zijn koloniën, Sicilië en Sardinië, verloor.

De oorlog begon toen Carthago de piratenstad Messina, door de Mamertijnen in een piratennest veranderd, op hun verzoek te hulp kwam tegen een aanval van de Griekse stad Syracuse. De Mamertijnen vroegen Rome om hulp. Na lang wikken en wegen besloten de Romeinen op voorspraak van de comitia centuriata uiteindelijk tot interventie. De Carthaagse aanwezigheid in het noorden van Sicilië werd als te bedreigend ervaren. Waarschijnlijk heeft ook de oorlogszuchtigheid van de Romeinen in het algemeen, en van de senatoren in het bijzonder, een rol gespeeld. Anders kan niet verklaard worden waarom Rome zich in een oorlog stortte die grotendeels overzee en op zee gevoerd moest worden. De twintig oorlogsschepen van de Romeinen wogen namelijk niet op tegen de honderden schepen van de Carthagers.

Enkele gegevens
Hieronder is een deel van de Punische oorlog zichtbaar gemaakt.
Belangrijkste bewegingen van de oorlog.
Tijdspanne 23 jaar
Plaats van treffen Middellandse Zee, Sicilië, Noord-Afrika, Italië, Corsica, Cerdeña
Resultaat Romeinse overwinning
Territoriale wijzigingen Romeinse annexatie van Sicilië (behalve Syracuse) en Corsica en Cerdeña.

Carthaagse standaard

Vlag v/de Romeinse Republiek

Stand van zaken aan het begin van de 1e Punische oorlog.

Rome probeerde eerst met een landoorlog de Carthaagse koloniën op West-Sicilië in te nemen. Consul Appius Claudius Caudex stak in 264 v.Chr. in een donkere nacht de Straat van Messina over en zette zijn troepen aan land in de haven van Messina. De Carthagers beschouwden deze daad als een feitelijke oorlogsverklaring. De Romeinen zetten Syracuse, de enige onafhankelijke macht van betekenis op het eiland, onder druk om zich bij hen aan te sluiten. Bij de eerste belegering van Agrigentum in 262 v.Chr. konden de Romeinen het nog zonder eigen grote vloot stellen. Een groot Carthaags leger deed in 262 v. Chr. een poging om het beleg op te heffen, maar leed een zware nederlaag in de gelijknamige slag. en moesten zich tenslotte overgeven. Dit deed beide legers van strategie veranderen: de Carthagers beseften dat ze de Romeinen te land moeilijk konden verslaan, maar ter zee waren zij de sterksten. Ze vielen daarom de bevoorradingsschepen van de Romeinen aan. Daarop probeerden de Romeinen een vloot te bouwen om daarmee de Carthagers uit te dagen, en dankzij nieuwe tactieken brachten zij de Carthagers verscheidene tegenslagen toe. Zij namen een Carthaagse basis in Corsica in beslag, maar de Carthagers sloegen de daaropvolgende aanval op Sardinië af, waarbij de Romeinen ook de Corsicaanse basis weer verloren.

De corvus, de Romeinse uitvinding van de loopplank die men liet zakken nadat men een vijandig schip had geënterd.

Profiterend van hun overwinningen op zee, zonden de Romeinen een vloot uit om Noord-Afrika binnen te vallen, die de Carthagers probeerden te onderscheppen. Zij kregen echter opnieuw tegenslag te verduren in de Slag bij Kaap Ecnomo, in wat wellicht de grootste zeeslag uit de geschiedenis was in termen van het aantal strijders. De Romeinse invasie verliep aanvankelijk voorspoedig en in 255 v. Chr. vroegen de Carthagers om vrede, maar de voorwaarden die de vijand eiste waren zo streng dat zij verkozen door te vechten en de invallers versloegen. De Romeinen stuurden een vloot om hun overlevenden te evacueren en de Carthagers stelden zich daartegen teweer in de Slag bij Kaap Hermeo, waar zij opnieuw een zware nederlaag leden. Een storm vernietigde de Romeinse vloot op de terugweg naar Italië; het eskader verloor de meeste van zijn schepen en meer dan 100.000 manschappen.

De oorlog ging door, maar geen van beide partijen kon een beslissend voordeel behalen. De Carthagers vielen Agrigento in 255 v. Chr. aan en heroverden het, maar zij dachten dat zij de stad niet onder controle konden houden, dus maakten zij haar met de grond gelijk en verlieten haar. De Romeinen bouwden hun vloot snel weer op, voegden er tweehonderdtwintig nieuwe schepen aan toe en veroverden Panormus – het huidige Palermo – in 254 v.Chr., maar het jaar daarop verloren zij honderdvijftig schepen door een storm. De Carthagers probeerden Panormus in 251 v. Chr. te heroveren, maar verloren de slag bij Panormus. Langzaam aan, in 249 v. Chr., bezetten de Romeinen het grootste deel van Sicilië en belegerden zij de laatste twee Carthaagse forten aan de westkant van het eiland. Zij deden ook een verrassingsaanval op de vijandelijke vloot, maar werden verslagen in de Slag bij Drapano. Deze Carthaagse overwinning werd gevolgd door de slag bij Phintias, waarbij de Romeinen de meeste van hun overgebleven oorlogsschepen verloren. Na verscheidene jaren van patstelling bouwden de Romeinen in 243 v. Chr. hun vloot weer op en blokkeerden effectief de Carthaagse garnizoenen. Carthago stelde een hulpvloot samen, maar deze werd vernietigd in de Slag bij de Aegadische eilanden in 241 v.C., waardoor de geïsoleerde Carthaagse troepen in Sicilië gedwongen werden over vrede te onderhandelen.

Moderne voorstelling van een Romeinse trireme.

Uiteindelijk werd een verdrag gesloten waarbij Carthago grote schadevergoedingen betaalde en Rome Sicilië als provincie annexeerde. Vanaf dat moment was de Romeinse Republiek de leidende militaire macht in het westelijke Middellandse-Zeegebied en, in toenemende mate, in het gehele Middellandse-Zeegebied. De immense inspanning om tijdens de oorlog duizend galeien te bouwen legde de basis voor Rome’s maritieme dominantie gedurende zeshonderd jaar. Het einde van de oorlog leidde tot een grote maar onsuccesvolle opstand in Carthago. De onopgeloste strategische concurrentie tussen Rome en Carthago leidde tot het uitbreken van de Tweede Punische Oorlog in 218 v. Chr.

Belangrijke personnen van de Eerste Punische Oorlog


Hamilcar Barkas

Hamilcar Barkas of Barcas (ca. 275 tot 228 v. Chr.) geboren in Carthago, mogelijk uit een aristocratische Carthaagse familie uit Cyrene (het huidige Libië) die naar Carthago waren geëmigreerd. Volgens de overlevering zou de familie rechtstreeks afstammen van Dido (Elisa), volgens de Carthaagse mythologie, stichteres van de Punische stad.

Hamilcar was een Carthaags leider en staatsman, leider van de  familie Barcas, en vader van Hannibal, Asdrubal en Magon (derde, minder bekende zoon van Hamilcar). Hij was ook de schoonvader van Asdrubal de Schone. De naam Hamilcar (Punisch-Phoenicisch 𐤇𐤌𐤋𐤒𐤓𐤕 ḥmlqrt, “broer van Melkart“) was een gebruikelijke naam voor de mannen van Carthago. De naam 𐤁𐤓𐤒 (Brq of Baraq) betekent “bliksemschicht” in de Punische taal en komt dus overeen met de epitheton of bijnaam Ceraunus, gebruikelijk bij veel Griekse commandanten uit die tijd. Het woord heeft in het Arabisch en Hebreeuws dezelfde betekenis.

Hamilcar kreeg hij op 28-jarige leeftijd het bevel over de Carthaagse grondtroepen op Sicilië in 247-241 VC, tijdens de laatste fasen van de Eerste Punische Oorlog. Hij hield zijn leger intact en voerde een succesvolle guerrillaoorlog tegen de Romeinen op Sicilië, hij was de held van de Eerste Punische Oorlog. Na de nederlaag van Carthago in 241 v. Chr. trok Hamilcar zich na een vredesverdrag terug in Afrika. Toen in 239 v. Chr. de Huurlingenoorlog uitbrak, werd Hamilcar opgeroepen om het bevel te voeren over de Carthaagse strijdkrachten en speelde een belangrijke rol bij het tot een goed einde brengen van het conflict. Hamilcar leidde de Carthaagse expeditie naar Iberia in 237 v. Chr. Hij was de heerser van het Carthaagse Iberia. In de acht jaren dat hij op het Iberisch schiereiland verbleef breidde hij het Carthaagse grondgebied van Iberia uit en was hij de mogelijke stichter van verschillende Spaanse steden, zoals de Punische Iberische hoofdstad Qart Hadsht (Cartagena), Alicante (Akra Leuké) en Barcelona, voordat hij sneuvelde in de Slag bij Illici in 228 v. Chr.

Militaire carrière

Eerste Punische Oorlog

Amilcar, die bij verrassing in het noordwesten van Sicilië aan land was gegaan en het bevel had over een een beperkte militaire troepenmacht, dat hoofdzakelijk uit huurlingen van verschillende nationaliteiten bestond, bevestigde niettemin de Carthaagse controle over het eiland, dat van oudsher een Romeins leengoed was. Hij gebruikte gemengde en vernieuwende tactieken en elementen in de stijl van Pyrrhus en Alexander, waarbij hij zijn mannen buitengewone veelzijdigheid en discipline bijbracht.

Bij zijn aankomst op het eiland trof Hamilcar echter een gebied aan dat niet echt onder controle van Carthago stond, met Lillibea (nu Marsala) en Drepana (nu Trapani) als de enige twee steden die onder Carthaags gezag stonden. De Punische staat trok de Carthaagse zeevloot op Sicilië terug (dit zou in een later stadium grote gevolgen hebben voor Carthago), en liet Hamilcar Barca achter met het kleine leger dat over te weinig middelen beschikte.

Nadat een poging tot opstand van de huurlingen door Hamilcar was neergeslagen, lanceerden de Romeinse troepen een aanval op het Carthaagse leger, dat zich op de berg Heirktê of Ercte (nu Monte Pellegrino, bij Palermo) bevond. Hamilcar wist de voortdurende Romeinse aanvallen met zijn numerieke inferioriteit leger te trotseren en zelfs een tegenaanval  te plaatsen die hem met succes naar de zuidkust van Italië bracht, meer bepaald naar de stad Cumae.

Sicilië, het belangrijkste strijdtoneel van de oorlog.

Hamilcar slaagde erin de Romeinse offensieven in de daaropvolgende jaren in te dammen en dwong het Romeinse leger herhaaldelijk van consuls te veranderen. In 243 v. Chr. trok hij ’s nachts met zijn troepen over zee naar een offensieve positie bij de berg Ercte, van waaruit hij de stad Errice heroverde, die sinds 249 v. Chr. in handen was van Romeinse Republikeinse troepen.

Zich bewust van de moeilijkheid om Hamilcar’s leger over land te verslaan en van zijn gebrek aan zeemacht, besloot de Republiek Rome het conflict op Sicilië op zee uit te vechten en begon een vloot van 200 schepen te bouwen. Gedurende het conflict begon het moreel van de Carthaagse troepen te tanen, vooral van de huurlingen, die tegen Hamilcar in opstand kwamen en hoewel de opstand niet slaagt, dwingt men Hamilcar Barca wel om betere voorwaarden en beloningen voor zijn leger te beloven. Dit wordt door een grote groep onderzoekers beschouwd als een van de maatregelen die de diepe crisis heeft uitgelokt die enige tijd later in Carthago zou uitbreken. De nieuwe Romeinse vloot verslaat de verzwakte Carthaagse schepen en slaagt erin de havens van Trapani en Lillibea in handen te krijgen, terwijl zij tegelijkertijd de stad Trapani belegert. Het gevolg hiervan was de Carthago de maritieme controle over de Siciliaanse kust verloor. Carthago verzocht Rome het conflict te beëindigen en Hamilcar legde zijn ambt neer en trok zich uit het openbare leven terug.

Het Verdrag van Lutatius in 241 v. Chr maakte een einde aan de Eerste Punische Oorlog (264-241 v. Chr). De gestelde voorwaarden verplichtten Carthago het eiland te verlaten, de door Hamilcar’s leger gebruikte wapens terug te geven en de gevangengenomen Romeinen over te dragen, alsmede de oorlogskosten te betalen. Hoewel Hamilcar geen van de aan Rome verloren steden heroverde en geen grote veldslagen won, was zijn optreden steeds waardig en succesvol, waarbij hij talrijke slachtoffers maakte en de Romeinen hoge en voortdurende kosten in middelen oplegde.

Ruïnes van Carthago.

De Huurlingenoorlog

De situatie in Carthago na de nederlaag was er een van grote onrust, en de voorwaarden van overgave aan Rome betekenden een vernederende onderwerping aan de overwinnaar, alsmede een aanzienlijk economisch tekort, zowel door de geleden verliezen als door de aan de overwinnende partij te betalen schatting. Het onbehagen was vooral groot bij de huurlingen die hun soldij wilden innen – sommigen waren al lang voor het einde van het conflict niet meer betaald – maar ook bij de Libische boeren en de kooplieden die nu hun handelsroutes, en daarmee hun inkomsten, afgesneden zagen. Deze crisis leidde tot wat de Huurlingenopstand werd genoemd, die samen met gevluchte slaven en verarmde boeren, onder leiding van de Libische leider Maton, de Gallische huurling Autarito en de Campanische slaaf Spendios, een leger van ongeveer 90.000 man op de been bracht. Het liep uit tot een volksopstand tegen Carthago waarbij de meeste geallieerde steden ingenomen werden en de hoofdstad Carthago zelf belegerd werd. Met deze in het nauw gedreven metropool en de nederlagen van de gammele Carthaagse troepen onder bevel van Hannon, in een situatie die veel gevaarlijker was en dichter bij plundering en verwoesting stond dan gedurende de gehele Eerste Punische Oorlog, werd Hamilcar door de aristocraten van Carthago terug geroepen en tot leider gekozen om zo de gevaarlijke opstand neer te slaan. Dit alles gebaseerd op het respect en de angst die zijn imago veroorzaakte onder de huurlingen, afgezien van het militaire prestige en de bewezen bekwaamheid in het hanteren van troepen die hij tegen Rome had verdiend. Toen de stad omsingeld was door rebellentroepen, vroeg Carthago de hulp van Rome om de rebellen te overwinnen (wat werd toegestaan) en dankzij de strategie van Hamilcar slaagde hij erin met zijn troepen, die ver in de minderheid waren, het rebelse leger ’s nachts te overrompelen en aanval uit te voeren die de troepen van de rebellen ernstig verzwakte, waarbij meer dan veertigduizend rebellen werden onderworpen en het tij van het conflict werd gekeerd. Na een campagne van drie jaar, harde strijd en meesterlijke intimidatie, werd de bloedige opstand neergeslagen, waarbij de overlevende rebellen worden gekruisigd.

Uitbreiding naar Iberia

Na zo’n opmerkelijke en zwaar bevochten triomf verwierf Hamilcar een enorme populariteit, en ondanks de bezwaren van zijn tegenstanders in de Carthaagse senaat werd hij opperbevelhebber van het leger en werd hij de ware heer en meester van Carthago. Na Sicilië, Sardinië en Corsica aan Rome te hebben verloren, richtte Hamilcar zijn zinnen op Iberia, een onherbergzaam land met buitengewone rijkdommen, als uitvalsbasis voor expansie en ook om de economische en maritieme verliezen te compenseren, en zo een begin te maken met de wederopbouw van de Carthaagse macht. Hij rekruteerde en trainde een nieuw leger en nadat hij Numidië had onderworpen en de Punische controle over Noord-Afrika had bezegeld, besloot hij in 236 v. Chr. Iberia binnen te vallen. Gedurende acht jaar consolideerde hij de grondslagen van wat de nieuwe Carthaagse macht zou worden op basis van de rijkdom van de nieuw veroverde gebieden in Iberia. Hij sloot diplomatieke allianties met de inheemse volkeren en profiteerde van de rijke Iberische mineraalafzettingen en andere grondstoffen. Hij verrijkte de Carthaagse troepen met felle Iberische en Balearische soldaten (Balearische slingeraars) en wist, samen met zijn schoonzoon Asdrubal de Schone, de talrijke en voortdurende opstanden van de inheemse bevolking die zich niet onderdanig toonden aan de Carthaagse expansie, neer te slaan.

De dood van Hamilcar Barkas

In de winter van 229-228 v. Chr. stierf hij in een schermutseling tegen de Oretische rebellen onder leiding van de krijgsheer Orisón een vroegtijdige dood in de buurt van Helike. Sommige auteurs menen dat zijn dood te wijten was aan verdrinking in de Segura-rivier toen hij van zijn rijdier viel terwijl hij op de vlucht was voor de rebellen, hoewel de werkelijke oorzaak van zijn dood niet met zekerheid bekend is. De locatie van Helike is omstreden. Van oudsher wordt gespeculeerd over Elche de la Sierra (Albacete), Elche (Alicante), en zelfs Belchite (Zaragoza). Andere moderne interpretaties beperken zich ertoe haar te lokaliseren in een stad in de provincie Oretia, zonder verder te specificeren, gezien de tegenstrijdigheden in de historische bronnen, die in de loop der jaren zoveel controverse hebben veroorzaakt.

Amilcar werd opgevolgd door zijn schoonzoon, Asdrubal de Schone.

Erfenis

Amilcar is zonder twijfel een relevant personage, een sleutelfiguur in de geschiedenis van zijn natie en ook in die van zijn vijanden, een spiegel waarin zijn “leeuwenwelpen” – zoals hij zijn zonen graag noemde – naar zichzelf keken, vooral zijn oudste zoon, de beroemdste van de Puniërs en voor velen de grootste veldheer aller tijden: Hannibal.

Bovendien wordt in de Spaanse geschiedschrijving de verdienste van Amilcar Barca toegeschreven aan het “stichten van Spanje”, d.w.z. dat hij de eerste persoon was die de feitelijke controle uitoefende over praktisch het gehele historische grondgebied van Spanje.

Hasdrubal ‘de Schone’

Hasdrubal de Schone was een Carthaags politicus en veldheer (ca. 270-221 v. Chr.), schoonzoon van Hamilcar Barkas en gouverneur van Iberia na diens dood.

Biografie

Hij vergezelde zijn schoonvader bij de verovering van Iberia in 237 v. Chr. Op een onbekende datum, misschien rond 231-230 v. Chr., trad hij namens Hamilcar op bij de onderwerping van de Numidiërs, die tegen Carthago in opstand waren gekomen. Vanaf dat moment kwam Numidië onder de invloedssfeer van de familie Barkas.

De buste van Asdrúbal el Bello in Cartagena.

Tijdens het beleg van Heliké (228 v.C.)kwam Hamilcar om het leven, terwijl zijn zonen nog vrij jong waren (Hannibal, de oudste, moet niet ouder dan negentien jaar zijn geweest), zodat Carthago besloot het bevel over het leger aan Hasdrubal te geven, die liever diplomatieke dan militaire middelen gebruikte. In overeenstemming met de diplomatieke gebruiken van die tijd eiste Asdrúbal de levering van gijzelaars door de Iberische volkeren onder zijn controle, waamee hij zich verzekerde van de onderwerping van hun plaats van herkomst.

In 226 v. Chr., geconfronteerd met de voortdurende expansie van de Punische macht in Iberia, deden twee belangrijke steden onder Griekse invloed, Ampurias en Sagunto, een beroep op Rome. Daarmee probeerde zij, uit angst voor nog verdere uitbreiding, de Punische expansiedrift in te tomen. De overeenkomst, die gewoonlijk het Verdrag van de Ebro wordt genoemd, beperkte de Punische invloedssfeer tot het zuiden van de rivier de Iberus, de huidige rivier de Ebro. Hasdrubal moest de overeenkomst aanvaarden omdat de Punische heerschappij nog niet voldoende geconsolideerd was met het oog op een voortijdig conflict met Rome, dat de Punische expansie in gevaar zou kunnen brengen.

In 227 v. Chr. stichtte hij in de buurt van de oude Iberische stad Mastia de belangrijke stad en marinebasis Qart Hadasht, die de Romeinen later Carthago Nova zouden noemen, het huidige Cartagena (Murcia). Minder dan zeven jaar na de dood van Hamilcar werd Hasdrubal de Schone in 221 v. Chr. gedood door een slaaf van de Keltische koning Tagus, die de eerdere dood van zijn meester wreekte. Hasdrubal de Schone werd opgevolgd door zijn zwager, Hannibal Barkas, de oudste zoon van Hamilcar.


Verwant aan dit onderwerp:

Naar boven
Dit was een van de Spaanse Verhalen in de website spaanseverhalen.com. De verhalen in deze website zijn niet statisch, regelmatig worden de verhalen aangepast, kijk hiervoor naar deze mededeling:

  • Laatst bijgewerkt 2021-09-13

Coralma*

 

Bronvermelding en referenties:
De veelal buitenlandse teksten van wikipedia zijn beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen. Ik heb deze teksten vertaald, gemengd, en vaak aangevuld met eigen kennis en ervaring, opgedaan in de periode dat ik in Spanje woon en aan deze artikelen werk.
Er kunnen ook andere bronvermeldingen zijn opgenomen, dat kunnen zaken zijn die ik, tijdens het onderzoek naar de artikelen, gelezen heb en in deze teksten verwerkt heb.

{{Anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Primera guerra púnica|paginacode=136268728| datum=20210802}}
{{Anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Amílcar Barca|paginacode=137067918| datum=20210913}}
{{Anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Asdrúbal el Bello|paginacode=132723456| datum=20210913}}
{{Nederlandse Wikipedia|taal=nl|titel= Eerste Punische Oorlog|paginacode=58886504| 

De foto’s/afbeeldingen zijn gelicenseerd onder  Wikimedia Creative Commons: CC BY 1.0 , CC BY 2.0 , CC BY 2.5 , CC BY-SA 2.0 , CC BY-SA 2.5, CC BY-SA 3.0 , CC BY-SA 4.0 , GNU-licentie voor vrije documentatie of Publiek Domein
Coralma*, is eigen werk dat u terug kunt vinden als een CC BY-SA 4.0 file in Wikipedia Commons, waarmee ik aangegeven heb dat u vrij bent het werk te kopiëren, te verspreiden, te verzenden en om het werk aan te passen.

Coralma*, is eigen werk dat u terug kunt vinden als een CC BY-SA 4.0 file in Wikipedia Commons, waarmee ik aangegeven heb dat u vrij bent het werk te kopiëren, te verspreiden, te verzenden en om het werk aan te passen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.