Keltiberië

De Nederlandse benaming zou  Keltiberië moeten zijn, maar in de website van ‘Spaanse Verhalen’ gebruiken we over het algemeen de normale Spaanse eigennamen, en dat is in dit geval Celtiberia. Dus van nu af gebruiken we hier Celtiberia.

Celtiberia is een gebied dat gedurende zijn bestaansperiode van gedaante is veranderd en door de Grieks-Latijnse auteurs werd beschreven, met inbegrip van de veroveringsoorlogen en het daaropvolgende proces van romanisering. Om de geografische afbakening ervan mogelijk te maken, zullen we een gemeenschappelijke visie op Hispanic Celtica moeten hebben, die veel ruimer is dan Celtiberia.

In de IJzertijd was het Indo-Europese Iberische schiereiland verenigd door de ontwikkeling van metallurgische vaardigheden, taal en een min of meer herdersachtig leefregime, hoewel het verdeeld was in verschillende culturele groepen, met onafhankelijke materiële culturen en verschillende chronologieën. Het Keltisch schiereiland is dus een legpuzzel die uit verschillende gemeenschappen bestaat.

Het gaat dus in de eerste plaats om de afbakening van een geografisch, maar vooral van een etnisch-cultureel gebied, waardoor het zich onderscheidt van andere volkeren met hetzelfde culturele en linguïstische patroon.

Grieks-Latijnse literaire bronnen


Een van de oudste bronnen over het Iberisch schiereiland wordt beschouwd als de Ora Maritima, geschreven aan het eind van de 4e eeuw door Rufus Festus Avienus, een schrijver uit de 2e eeuw, waarin de kusten van Europa worden beschreven, van Bretagne tot de Zwarte Zee, waar het Iberisch schiereiland (Portugal) Ophiussa wordt genoemd. In dit werk wordt erop gewezen dat de volkeren van het binnenland minder beschaafd waren en van Indo-Europese afkomst, in tegenstelling tot de beter bekende Iberische volkeren van de kusten.

De eerste vermelding van Kelten, keltiké, komt van Hekataios van Milete rond 500 v. Chr., die Narbonne een Keltische stad lokaliseerd en de Griekse kolonie Massalia (Marseille), gesticht in het land van de Liguriërs, in de buurt van Céltica situeert.

Het was Herodotus die in de 5e eeuw v. Chr. de meest betrouwbare verwijzing naar de aanwezigheid van Kelten op het schiereiland gaf, door te verklaren dat de Istro, de huidige Donau, zijn bron had in het land van de Kelten, wier grondgebied zich uitstrekte tot voorbij de Zuilen van Hercules, en die buren waren van de Kynesiërs (of Kynetes ?), een volk dat werd beschouwd als het meest westelijke van Europa.

Pas aan het einde van de 3e eeuw v. Chr. en in de daaropvolgende twee eeuwen leidde het strategisch belang voor Rome tot een toename van de informatie, niet alleen geografisch, maar ook economisch, sociaal, religieus enzovoort. Het begrip Céltica zou in bronnen uit die tijd, of na de oorlogen met Rome, worden gewijzigd, en vanaf dat moment worden toegepast op de gebieden ten noorden van de Pyreneeën.

Mogelijke uitbreiding van Celtiberia.


Talen op het Iberisch schiereiland in 300 v. Chr.


Talen op het pre-Romeinse Iberische schiereiland, rond 200 voor Christus.


Deze kaart van Pomponius Mela geeft een goede indruk over hoe men in die tijd naar de voor hen bekende wereld keek. (als u onderaan naar de verwijzingen van de foto’s gaat en de link aanklikt kunt u (in wikimedia commons) een extra grote afbeelding van deze kaart bekijken)

 

Wanneer men de werken van Polybius, Posidonius, Strabo, Diodorus Siculus, Pomponius Mela, Plinius de Oudere en Claudius Ptolemaeus in hun geheel bekijkt, kan men drie gebieden aanwijzen waar de aanwezigheid van volkeren van Keltische oorsprong wordt vastgesteld.

Overblijfselen van de stenen muur van de oude Keltiberische stad La Cerca (later een Romeinse nederzetting en kamp). De site is gelegen in het gebied dat bekend staat als “Las Navas”, in de gemeente Anguita.

De binnenlanden van het Iberisch schiereiland

Waar de Keltiberiërs, die meestal als Kelten worden beschouwd, zich gevestigd zouden hebben? Daarover bestaat een algemeen, breed begrip van het gebied dat door Celtiberia wordt ingenomen en kan worden bepaald aan de hand van de ligging van de steden die met deze volkeren verbonden zijn. En aanwijzingen voor de verspreiding wordt gegeven door het gebruik van plaatsnamen, met een verwijzen naar het aangrenzende karakter van bepaalde steden, zoals Clunia, Celtiberiae finis (Plinius de Oudere, Naturalis historia, 3, 27), Segóbriga, caput Celtiberiae (Plinius de Oudere, Naturalis historia 3, 25) of Contrebia, caput gentis celtiberorum (Valerius Maximus, 7, 4, 5). Het was Strabo, die rond de wisseling van de jaartelling  een beschrijving gaf van Celtiberia, gebaseerd op Polybius en Posidonius.

    “Na de Idubeda bereiken wij weldra Celtiberia, dat groot en oneffen is, overwegend ruw en door rivieren omspoeld, namelijk de Anas en de Taag en de daarop volgende rivieren (…) Hiervan stroomt de Dorius door Numantia en Serguntia. Ten noorden van de Keltiberiërs bevinden zich de Berones (…) Zij worden ook begrensd door de Bardyetas, die tegenwoordig Bárdulos worden genoemd. In het westen bevinden zich enkele van de Astures en de Callaicos en de Vacceos en ook de Vettones en de Carpetanen. In het zuiden bevinden zich de Oretanos en de andere bewoners van de Oróspeda, de Bastetanos en Edetanos. In het oosten is er het Idubeda.
                                                                                                                                                    Strabo, Geographika (3, 4, 12).

Volgens Strabo (3, 4, 13) was Celtiberia een arm land dat in vier delen was verdeeld, waarvan er twee werden bewoond door de Arévacos en de Lusones, hoewel uit Polybius en Appianus bekend is dat de andere twee werden bewoond door de Bellos en de Tittos. Volgens Strabo waren de Arevacianen de sterkste.

Taalfamilies van het Iberisch Schiereiland vóór de Romanisering.

De Lusitaniërs (Lusones), die volgens Appianus “bij de Ebro wonen” en “buren van de Numantijnen zijn”, komen in Strabo ten oosten van Celtiberia voor en bereiken, evenals de Arévacos, de bronnen van de Taag.

De Bellos en de Tittos worden in de bronnen samen genoemd en hun nabijheid wordt opgemerkt. Zij speelden een hoofdrol in de gebeurtenissen van 154-152 v. Chr. en worden genoemd in de Lusitaanse oorlogen van 147-146 v. Chr. en 143 v. Chr. Hoewel de episode van Segeda Belaisca, uit de Keltiberische oorlogen van 154-153 v. Chr., de afhankelijkheid van de Tittos van de Bellos aantoont, worden zij in de andere citaten op voet van gelijkheid beschouwd.

Plinius (3, 26), die de bestuurlijke situatie van Hispania na de hervormingen van Augustus weergeeft, noemt in zijn beschrijving van Hispania Citerior de Arévacos en Pelendones als Keltiberiërs.

Reeds in de 2e eeuw behandelt Ptolemaeus, bij de beschrijving van de provincie Tarraconensis, de Keltiberiërs, de Arévacos en de Pelendonen afzonderlijk. Onder de Keltiberiërs, die hij oostelijker en op hun beurt zuidelijker acht dan de Carpetanos, plaatst hij een reeks steden, gevestigd aan de middenloop van de Ebro, en wel op de rechteroever daarvan, samen met andere, zuidelijker gelegen steden, in de tegenwoordige provincie Cuenca.

Het zuidwestelijke deel van het schiereiland

Een ander groot gebied waar de bronnen samenvallen in het wijzen op de aanwezigheid van Keltische volkeren is het zuidwesten; Strabo (3, 1, 6), in navolging van Posidonius, noemt de Keltikoi als de voornaamste bewoners van de streek tussen de Taag en de Guadiana.

Voor Plinius (3, 13) waren de Kelten van Beturia, Keltiberiërs, hoewel zij uit Lusitania kwamen. De Kelten waren zachtaardig en beschaafd, dankzij hun nabijheid tot de Turdetanos. In deze zin kan de Kelticisering van Bética (Baetica) worden gezien door het bestaan van steden waarvan de namen als Keltisch worden beschouwd, Segida Augurina (Plinius., 3, 10); Ptolemaeus van zijn kant noemt in de 2e eeuw Turobriga, Arunda en Uama als Keltische steden in Bética. De aanwezigheid van de Kelten in Bética vindt nieuwe steun met de voorgestelde locatie van het uiteindelijke Celtiberia Liv. (40, 47), gebaseerd op de toponymische identificatie van de steden Munda en wat de Keltiberiërs Cértima noemen, met de huidige steden Monda en Cártama, in de provincie Málaga, waarbij Schulten’s aanvankelijke indeling in Citerior, overeenkomend met het middelste deel van de vallei van de Ebro, en Ulterior, geïdentificeerd met de vallei van de bovenloop van de Duero, in twijfel wordt getrokken.

Reconstructie van een Keltiberisch huis in Numantia.

Keltiberische geschiedenis


Visigotische provincie

Tijdens de Visigotische periode werd een provincie Celtiberia gesticht, waarvan de hoofdstad Recopolis was, met onnauwkeurige grenzen, ten oosten van Carpetania (Toledo).

Hedendaags gebruik

De term wordt gebruikt om te verwijzen naar de historische regio die een deel van de autonome gemeenschappen Aragón, Castilla y León en Castilla-La Mancha omvat. Het zou samenvallen met het gebied dat ooit bewoond werd door de Keltiberische stammen, met de steden van: Sigüenza en Molina de Aragón (Guadalajara), Medinaceli, Burgo de Osma en Soria (Castilië en León) en Teruel, Daroca, Calatayud en Tarazona (Aragón).

Volgens Burillo Mozota (professor prehistorie aan de Faculteit der Sociale en Humane Wetenschappen van de Universiteit van Zaragoza) is het na Lapland (Finland) het dunst bevolkte gebied van Europa.

  • In de hedendaagse tijd zijn er ook mensen geweest die de term als een cliché hebben gebruikt, om te verwijzen naar de deugden of gebreken van het Spaanse nationale stereotype, soms met ironische bedoelingen (Celtiberia Show van Luis Carandell).
  • Celtiberia” is ook bekend als het tijdschrift van het Centro de Estudios Sorianos (CES). Deze publicatie werd opgericht in 1951.

Verwant aan dit onderwerp:

  Naar boven Dit was een van de Spaanse Verhalen in de website spaanseverhalen.com. De verhalen in deze website zijn niet statisch, regelmatig worden de verhalen aangepast, kijk hiervoor naar deze mededeling:

  • Laatst bijgewerkt 2021-09-14

Coralma*

Spaanse Verhalen.  https://spaanseverhalen.com Bronvermelding en referenties: De veelal buitenlandse teksten van wikipedia zijn beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen. Ik heb deze teksten vertaald, gemengd, en vaak aangevuld met eigen kennis en ervaring, opgedaan in de periode dat ik in Spanje woon en aan deze artikelen werk. Er kunnen ook andere bronvermeldingen zijn opgenomen, dat kunnen zaken zijn die ik, tijdens het onderzoek naar de artikelen, gelezen heb en in deze teksten verwerkt heb.

{{Anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Celtiberia|paginacode=137362381| datum=20210914}} {{Anderstalige Wikipedia|taal=en|titel=Ophiussa|paginacode=1039404743| datum=20210914}} {{Anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Francisco Burillo Mozota|paginacode=135258449| datum=20210914}}

De foto’s/afbeeldingen zijn gelicenseerd onder  Wikimedia Creative Commons: CC BY 1.0 , CC BY 2.0 , CC BY 2.5 , CC BY-SA 2.0 , CC BY-SA 2.5, CC BY-SA 3.0 , CC BY-SA 4.0 , GNU-licentie voor vrije documentatie of Publiek Domein Coralma*, is eigen werk dat u terug kunt vinden als een CC BY-SA 4.0 file in Wikipedia Commons, waarmee ik aangegeven heb dat u vrij bent het werk te kopiëren, te verspreiden, te verzenden en om het werk aan te passen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.