……De Astur-Leonese of Cántabro-Pelagiana dynastie bestond uit een aantal vorsten die regeerden in Asturias en in León die van 718, nadat Don Pelayo de overwinning van de Slag om Covadonga behaalde en door de bevolking als koning van Asturias werd uitgeroepen, tot Bermudo III, die in 1037 werd verslagen en gedood in de slag om Tamarón. Dit dankzij zijn zwager, de graaf Fernando de Castilla, die de troon erfde door zijn huwelijk met Sancha de León, zuster van Bermudo III, Daarmee werd de Astur-Leonesa dynastie over genomen door die van de Jimena dynastie.

Regels van opvolging


Voorgeschiedenis: de Visigoten

Gravure van DonPelayo 17de eeuw

……Opvolging in het Visigotisch koninkrijk was eerder een zaak van verkiezing, en niet van opvolging in de familielijn. Dit werd beschreven in de lex, vastgelegd en bekrachtigd door de Concillios de Toledo IV, V, VI en VIII (Concilie van Toledo).

……Echter, de neiging om de troon door te geven aan de kinderen, door middel van een associatie formule voor de troonopvolging, was een constant voorkomend iets bij deze Visigoten. De confrontatie tussen de verschillende groepen van edelen, die hun steun gaven aan verschillende kandidaten voor het koningschap, zorgde voor een constante instabiliteit die voortdurend burgeroorlogen veroorzaakte en dat veel van deze gekozen koningen werden vermoord. De bronnen uit die tijd noemde dit de morbus Gothorum. Dit laat zien dat de legitimiteit van de bloedlijn geen geworteld feit was in het collectieve onderbewustzijn van de Visigoten.

Van Don Pelayo naar Ordoño I

Alfonso I de Aasturias.

……Het carisma dat Don Pelayo had, resulteerde in gevallen waarin de titel van koning werd verkregen, werd beperkt tot zijn familie, zowel direct als politiek. Dit kan men dan zien in de brede zin van het woord want dit was met inbegrip van Pedro de Cantabria, welke de vader van zijn schoonzoon was, en dus familie. Dat wat echt omstreden is, is de norm van de elkaar opvolgende koningen door verkiezing. Dit is een onderwerp waarover meerdere auteurs verschillende theorieën hebben voorgesteld: verkiezing op Visigotische wijze, een gerelationeerde opvolging in de moederlijke lijn, en de meest waarschijnlijke, de erfelijke lijn binnen het koninklijke geslacht van de meest gekwalificeerde persoon op dat moment.

……Er zijn gevallen waarin directe opvolging van vader op zoon plaatsvond zoals die van Don Pelayo en Favila, Alfonso I ‘el Catolica’ en Fruela I. Voorbeelden van matrilineaire opvolging zoals die van Alfonso I ‘el Catolico’ via zijn vrouw Ermesinda of die van Silo doormiddel van zijn echtgenote Adosinda. Maar ook de opvolging door verkiezing op Visigotische wijze kwam voor zoals bij Aurello, Bermudo I ‘el Diácono’ of Ramiro I. Wat in die tijd bij de opvolging van groot belang was, was dat men rekening hield  met de precaire situatie waarin zich het koninkrijk ten aanzien van de machtige vijand bevond, waardoor de edelen gedwongen werden een bekwaam persoon aan te wijzen, ongeacht zijn afkomst, maar wel zo dicht mogelijk bij de vorige monarch. Dat leidde tot het concept van de afstammingslijn of de dynastie. Ramiro I was de laatst gekozen monarch.

……Vanaf Ordoño I vond de troonopvolging alleen nog via de patrilineaire afstamming plaats en hoefde er niet meer gekozen te worden om zijn vader op te volgen, maar dat betekende niet dat men  het recht van de eerstgeborene respecteerde, en nog veel minder het aanzien of de status.

Alfonso III ‘el Magno’ en zijn opvolgers, de koningen van León

Alfonso III de Asturias

……De problemen van opvolging gaan in de volgende twee eeuwen gewoon verder, met dit verschil dat de hoofdrolspelers van dit probleem nu de zonen van de koning zijn en dat de oplossing voor de probleem die op dat moment spelen altijd variëren,  maar er word altijd voor een oplossing in patrilineaire lijn gekozen en die herkenning wordt steeds krachtiger.

……Als voorbeeld hebben we de zonen van koning Alfonso III ‘el Magno’ waaronder hij het koninkrijk verdeeld de werkelijke macht licht uiteindelijk in León. Daarna wordt de macht opnieuw gebundeld de vaderlijke erfenis kwam in zijn geheel terug bij Fruela II die de kinderen van Ordoño II hun erfelijke rechten gelijk ontneemt. Na de dood van Fruela II ontstaat er mede daardoor een strijd om de troon tussen zijn zoon Alfonso Froilaz, Ramiro, de vierde zoon van Alfonso III ‘el Magno’, en de kinderen van Ordoño II. Deze strijd wordt gewonnen door Alfonzo Froilaz maar die sterft binnen een jaar en wordt opgevolgd door Alfonso IV ‘el Monje’ die weer wordt opgevolgd door zijn broer Ramiro II.

……Een ander voorbeeld in de ontwikkeling van oplossingen in die tijd van patrilineaire erfenis is de troonsopvolging bij minderjarige kinderen: Ordoño III had slecht één nog jonge zoon toen hij stierf zodat de troon toeviel aan zijn broer Sancho I ‘el Graso’, die na verschillende ‘avonturen’, waaronder een onttroning en een reis naar het hof van Abderramán III (om zijn extreme vetheid te corrigeren) in eerste instantie werd opgevolgd door Ordoño IV, de zoon van Ordoño III, en naderhand werd opgevolgd door zijn zeer jonge zoon Ramiro III (5 jaar). Voor dergelijke ongekende problemen werd het noodzakelijk geacht om terug te kunnen vallen op het oude Visigotische kiesrecht om hun rechten op de troon te doen gelden, iets dat de komende 30 jaar niet meer voor zou vallen, tot Alfonso V zijn vader Bermudo II op 3 jarige leeftijd op zou volgen.

 

 

Betiteling


Garcia I de León

……Aanvankelijk, worden de koningen van Asturias geciteerd met de naam ‘rex’ of ‘princeps’, beide namen hebben dezelfde waarde. Vanaf koning Alfonso II ‘el Casto’ breidt het grondgebied zich in rap tempo uit en krijgt de koning meer gezag zoals men kan zien in de kronieken: domno Adefonso in Asturias, sedente principe Ranimiro in Asturias. Tijdens het bewind van Alfonso III ‘el Magno’ wordt de toevoeging van Asturias vervangen door Oviedo: regnante rex Adefonso in Oveto.

……Vanaf koning Garcia, die na de verhuizing van zijn residentie naar León ook de betiteling van het koninkrijk veranderde: regnante principe Garseani in Legione, regnante rex Ordonio in Legione.

……De opvolger van koning Alfonso III ‘el Magno’ begon met het verheerlijken van zijn voorgangers met aanduidingen in de titel als imperator (heerser, keizer): Ego Hordonius rex filius Adephonsi magni imperatoris.

……Dit gebruik resulteerde in heftige meningsverschillen waarvan de bekendste die van Ramón Menéndez Pidal en Alfonso Garcia-Gallo, of dit gebruik diende om de suprematie van de Leonese koningen aan te tonen ten opzichte van de andere koningen van het schiereiland.

……Er bestaat een document, in 1036 uitgereikt door koning Ramiro I de Aragón, waarin de volgende lijst van koningen en regeerders uit die periode staat: Regnate imperator Veremundo in Leione et comité Ferdinando in Castella et rex Garsea in Pampilona et rex Ranimirus in Aragone et rex Gundisalbus un Ripacorça.

 

{{Bronvermelding anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Dinastía astur-leonesa|oldid= 100276888|datum=20170719}}

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.