Regeerde : 926 – 931  Alfonso_IV_de_Leon
Geboren : c. 899
Gestorven : 933 (augustus) Klooster van San Julian en San Basilisa de Ruiforco, Ruiforco de Torío, León
Begraven : Basiliek van San Isodoro, León
Voorganger : Alfonso Froilaz
Opvolger : Ramiro II
Familie
Dynastie : Astur-leonesa
Vader : Ordoño II de León
Moeder : Elvira Menéndez
Echtgenoot : Oneca de Pamplona
Nakomelingen : Ordoño IV de León
Fruela de León

Alfonso IV de León, bijgenaamd el Monje (monnik, kluizenaar) werd geboren in 899 en stierf in 933 in het klooster van Ruiforco. Hij was de zoon van koning Ordoño II de León en koningin Elvira Menéndez. Van zijn vaderskant was hij kleinkind van Alfonso III van Asturias en koningin Jimena en van moederskant van de Galicische magnaat Hermenegilo Gutiérrez, graaf van Tuy en Oporto en eerste reconquistador van Coímbra, en van Ermesenda Gatónez.

Hij was broer van de koningen Ramiro II de León en Sancho Ordóñez, hij was de neef van koning Fruela II en diens zoon Alfonso Froilaz.

Hij werd gekroond in 926 in León maar deed, na de dood van zijn vrouw koningin Oneca Pamplona, dochter van koning Sancho Garces I de Pamplona en koningin Toda de Aznar, afstand van zijn troon in 931. Na zijn aftreden werd hij als monnik opgenomen in het klooster van Sahagún. Kort daarna wilde Alfonso, met behulp van een aantal familieleden, alles terugdraaien, maar zijn broer Ramiro II, die nu op de troon zat, was het daar niet mee eens en liet hem en Alfonso Froilaz (omdat hij Alfonso IV geholpen had) gevangen nemen. Nadat hun de ogen waren uitgestoken werden zij opgenomen in het klooster van Ruiforco te Torio opgenomen, waar Alfonso de rest van zijn leven doorbracht.

Biografie


Zijn koningschap (926-931)

Toen zijn vader Ordoño II de León in 924 overleed, nam zijn broer Fruela II de León het koningschap onrechtmatig over. Dit was maar voor korte duur omdat Fruela II het jaar daarop kwam te overlijden (925). Er brak toen, in het koninkrijk León, een burgeroorlog uit  tussen de zonen van Fruela II, Alfonso Froilaz (el Jorobado – de Gebochelde) en zijn broers Ordoño en Ramiro, en de zonen van Ordóño II de León, Sancho, Alfonso en Ramiro, die tijdens het bewind van Fruela II hun toevlucht gezocht hadden in Galicia en een gebied genaamd miñotas (stroomgebied van de Miño).  Waar twee van hen, Sancho en Ramiro, hun echtgenotes hadden gekozen onder meer belangrijke edelen uit dit gebied. Zo trouwde Sancho Ordóñez met Goto Núñez, dochter van de hoogste Galicische adel en achterkleindochter van Hermenegildo Gutiérrez. Ramiro trouwde met zijn nicht Adosinda Gutierrez, dochter van de graaf Gutierre Osórez en kleinkind van moederskant van de graaf Hermenegildo Gutierrez.

Gedurende deze burgeroorlog werden de kinderen van de overleden Ordoño II gesteund door koning Sancho Garcés I de Navarra, de schoonvader van Alfonso. Net als de adel van Galicia die Sancho Ordóñez, broer van Alfonso steunde. De Gastiliaanse adel en Portugese graven steunde Ramiro de andere broer van Alfonso..

Alfonso IV de L
Alfonso IV door Arnold van Westerhout (1684, Nationale Bibliotheek van Spanje).

Uiteindelijk wordt Alfonso IV op 12 februari 926 tot koning van León gekroond. Hij en zijn broers verdelen het koninkrijk León in hetzelfde jaar. Zijn oudere broer Sancho Ordóñez, die inmiddels getrouwd is met de Galicische dame, Goto Núñez, krijgt de verantwoording voor het koninkrijk Galicia dat zich uitstrekt van de Cantabrische kust tot aan de rivier Miño. De jongere broer voor van Alfonso IV krijgt de verantwoording voor het Portugese grondgebied met als hoofdstad Viseo en ondertussen vlucht Alfonso Froilaz terug naar zijn Asturisch grondgebied.

De broers van Alfonso onderhouden een goed contact met elkaar. Alfonso Froilaz heeft, tot het jaar 632, een sterke aanhang in Asturias. Aartsbisschop Fruminio kon, nu Alfonso IV regeerde, weer terugkeren uit zijn ballingschap die hem was opgelegd door Fruela II. De kronieken  uit die tijd geven aan dat de regeringsperiode van Alfonso IV wordt gekenmerkt door zijn religieuze roeping en zijn vreedzame gezindheid, die daarvoor door pater Juan de Mariana, die opmerkt dat de koning niet deelneemt aan de strijd tegen de moslims, die het grootste deel van het Iberisch schiereiland in handen hadden. Hij maakte geen significante veroveringen tijdens zijn bewind. In 929 schenkt hij de villa van Naves, gelegen aan de rivier de Esla, aan het klooster van San Cosme y San Damián, Het is een overeenkomst tussen hem, zijn jongere broer Ramiro en de bisschoppen Juliano en Dulcidio.

Ergens tussen 10 juni en 8 augustus 929 sterft koning Sancho Ordóñez de oudere broer van Alfonso IV die hiermee, door erfenis, het koninkrijk León weer in oude glorie herstelt Galicia en León zijn weer één. Daar was wel enige steun van de Galicische magnaat Gutierre Menendez voor nodig, maar die ontving in ruil daar voor een aantal landgoederen van de Leonese monarch, gelegen in het gebied van Lugo. Volgens de islamitische kronieken van Ibn Hayyan verliep de re-integratie van het koninkrijk Galicia rustig:

Al poco murió Sancho, en la región donde se había refugiado, sin dejar hijos, con lo que ésta pasó al rey unánimemente aceptado, Alfonso, que ya no tuvo competidor en el poder.

Kort na de dood van Sancho, in het gebied waar hij toevlucht had genomen, zonder kinderen achter te laten, gebeurde het dat Alfonso unaniem tot koning werd gekozen.

Tijdens het bewind van Alfonso IV de León ontstond er een geschil tussen de monniken van het klooster van Ruiforco (waar Alfonso later in 933 zou sterven) en de bewoners van de dorpen Manzaneda de Torío en Gerrafe de Torío. De koning verhuisde daarna, op 29 januari 931, zijn Hof naar Manzaneda de Torío op voorwaarde dat het klooster van Ruiforco kon blijven beschikken over de landerijen die zij van Alfonso III hadden gekregen.

In 931 regelde hij een geschil tussen bestaande Ruiforco klooster aan de ene kant en de dorpen van Manzaneda de Torío en Garrafe de Torío aan de andere kant. Het hof van de koning verplaatst zich hiervoor naar Manzaneda alwaar hij de zaak van de villa van Manzaneda in het voordeel van het klooster uitspreekt.

In de zomer van 931, de exacte datum is niet precies bekend, stierf koningin Oneca Pamplona, echtgenote van Alfonso IV. Deze is diep geschokt door het verlies van zijn vrouw. Het laatste documentwaar haar naam  op voorkomt is gedateerd op 11 april 931. Op 27 juni 931, als hij zich de stad Burgos bevindt, schenkt Alfonso IV aan het klooster van San Pedro de Cardena alle landerijen gelegen tussen de steden Orbaneja Riopico, Villayuda, Castañares en Villabáscones.

 

Zijn troonsafstand en dood (931-933)

Volgens de kronieken is Alfonso IV diep getroffen door het verlies van zijn vrouw en besluit hij af te treden en de Leonese troon af te staan aan zijn jongere broer Ramiro, die tot op heden over het Portugese deel regeerde. De koning vertelde zijn broer over zijn voornemen om af te treden en deze ging daar gelijk op in door steun te zoeken bij bij de talrijke magnaten van het land gelegen tussen de rivieren Miño en Mondego, de stad Zamora. De bisschop Sampiro verteld het volgende over deze gebeurtenis:

Alfonso, hijo de D. Ordoño, recibió el cetro paterno. Manteniéndose este en el reino vínole deseo de tomar camino de penitencia, y empleándose en tales ocupaciones, envió emisarios por su hermano Ramiro a tierras de Viseo, diciendo como quería renunciar al reino y cederlo a su hermano. Vino Ramiro ciertamente a Zamora con todo el ejército de sus magnates, y recibió el reino, adelantándose por cierto su hermano a un monasterio en el lugar que se llama de los Señores Santos (Sahagún), sobre la orilla del río Cea.

Alfonso, zoon van Don Ordoño, ontving de scepter van zijn vader. Hij verbleef in zijn koninkrijk waar hij ervoor koos om boete te doen, om dat te verwezenlijken stuurde hij een afgezant naar Viseu waar zijn broer Ramiro verbleef mert de mededeling dat hij zijn koninkrijk aan hem wil afstaan. Ramiro kwam naar Zamora met een heel leger van zijn magnaten, om het koninkrijk in ontvangst te nemen, en om zijn broer zo snel mogelijk in het klooster van ‘los Señores Santos’, aan de oever van de rivier, te plaatsen

De historicus Gonzalo Martínez Diez zegt dat koning Ramiro zijn hof sinds 31 augustus 931, verplaatste naar León, dat uit eindelijk zal zou leiden tot het vormen van het koninkrijk Galicia. Dit verplaatsen van het hof wordt bevestigd door het Galicische klooster van San Julián de Samos die alle donaties van zijn voorgangers van de Leonese troon bij had gehouden.

Enkele maanden na de onderhandelingen van Alfonso IV en zijn broer, waarin beide hadden vastgelegd hoe de troon overgedragen zou worden, werd Ramiro II gekroond tot koning van León in de kerk van Santa Maria en San Cipriano, de latere kathedraal van León. Ramiro II begon zijn bewind over León terwijl zijn broer Alfonso IV el Monje het klooster van Sahagún inging.

In een van de verslagen uit die tijd lezen we dat Alfonso IV spijt heeft over het feit dat hij de troon had afgezworen en dat hij daarop het klooster van Sahagún verliet en, hoewel familieleden het hem afraden en probeerde hem over te halen terug te keren naar het klooster waar hij zich thuis voelde, ging hij naar Simancas. De historicus Gonzalo Martinez Diez verteld dat deze gebeurtenis plaatsvindt in het jaar 931, en de Andalusische historicus Ahmad ibn Muhammad al-Razi bevestigd het verhaal dat Alfonzo IV terugkeert naar León om de troon te herwinnen.

 

“…Luego algunas personas enemistadas con el rey Ramiro lo maliciaron (a Alfonso IV) en su contra y le hicieron arrepentirse de haberle dejado el reino, haciéndole temer que pudiera hacerle daño y desear recuperar el poder: le prometían alzarse con él contra su hermano Ramiro sin ahorrar esfuerzo hasta devolverle el poder y deponer a éste. Movido por la ambición, salió del monasterio donde estaba y entró en Simancas, en disputa con Ramiro, mas sus tíos y ancianos de su familia se reunieron con él y reprocháronle grandemente el abandono del monacato, la acción iniciada contra la solidaridad familiar y la sedición que provocaba entre los cristianos, asustándole con que éstos podrían desahuciarlo e incluso hacerle culpable de crimen y maldición, con lo que se arrepintió y volvió ápidamente al monasterio en que estuvo, sin llegar a reunir mesnada, ni producir guerra, regresando al monacato y manifestando arrepentimiento de su propósito. Se tonsuró como clérigo, tomó báculo, y estuvo viviendo en el   monasterio algún tiempo, pero mientras tanto su corazón sentía deseos mundanos y su hermano Ramiro, que había concebido temor de él, le guardaba rencor.”

“….dat er enkele mensen waren die streden met de boosaardige koning Ramiro II. Alfonso IV was bezorgt en dacht dat het veel schade zou veroorzaken en wilde daarom de macht terug hebben: Hij beloofde tegen zijn broer  Ramiro op te staan en zichzelf geen moeite te sparen om zijn macht terug te krijgen. Gedreven door ambitie verlaat hij het klooster en gaat naar Simancas om het geschil met Ramiro te beslechten. Zijn ooms en de oudere uit de familie gaven hem de raad het klooster niet te verlaten. Ze verweten hem de ondermijning van de solidariteit in de familie, opruiing onder de christenen, Men maakte hem bang door hem te vertellen dat hij zich schuldig maakte aan criminaliteit en zo een vloek over hen uitriep. Berouwd keerde hij terug naar het klooster, zonder aanhang te zoeken, noch een oorlog te beginnen, terug naar het monnikdom om uiting te geven aan zijn spijt om wat hij van plan was, liet hij zich tonsureren (kruinschering) als een priester en nam de bedelstaf weer aan, zo leefde hij enige tijd verder in het klooster. Maar inmiddels waren er in zijn haart wereldse verlangens ontstaan. En zijn broer Ramiro had er wel angst aan overgehouden, waaraan hij een wrok jegens zijn broer overhield..

In het voorjaar van 932, na een aantal maanden in het klooster de Sahagún te hebben doorgebracht probeert Alfonso IV nogmaals de troon te heroveren. Hij zoekt steun bij Alfonso Froilaz en zijn broers Ramiro en Ordoño, en de kinderen van Fruela II van León. Hij wil profiteren van het feit dat zijn broer Ramiro II in Zamora is om soldaten bij elkaar te verzamelen om daarna de stad Toledo te gaan helpen. Deze wordt op dat moment belegerd door de kalief Abd al Rahman III.

Toen Ramiro II vernam dat zijn broer Alfonso wedermaal trachtte de troon te heroveren, stuurde hij zijn troepen eerst naar Toledo om daar de belegering van Toledo te breken, daarna stuurde hij zijn tropen naar León om daar Alfonso met zijn rebellen te verslaan en hem gevangen te nemen. Hij ontnam de eigendommen van Alfonso Froilaz en zijn broers omdat deze Alfonso IV hadden geholpen, en gaf deze aan graaf Gutierre Osóriz die trouw was gebleven aan koning Ramiro II.

Daarna trok Ramiro II naar Asturias om ook Alfonso Froilaz en zijn broers Ordoño en Ramiro gevangen te nemen. Hij sloot ze samen met Alfonso IV op, om hen kort daarna, bij alle vier, de ogen uit te steken en vervolgens naar het klooster in Ruiforco over te brengen alwaar zij zouden verblijven tot hun dood.

Dit klooster werd vroeg in de 10ᵉ eeuw opgericht door Alfonso III de Asturias, de grootvader van Alfonso IV, hoewel sommige historici ten onrechte beweren dat Ramiro II het klooster oprichte omdat hij berouw had over het verblinden van zijn broer en zijn familie leden, hij wilde hun hiermee een mogelijkheid bieden een rustig leven te leiden, omringt met de nodige aandacht en comfort.

Alfonso IV overleed in het klooster van Ruiforco ergens in augustus 933. Bisschop Sampiro merkte bij zijn dood op dat zijn bewind zeven jaar en zeven maanden had geduurd daarbij waren in begrepen de twee jaar dat hij afstand had gedaan en het jaar dat hij verblind was.

 

Het graf van Alfonso IV in León.

Na zijn dood werd het lichaam van Alfonso IV in het klooster van Ruiforco begraven, waar ook zijn vrouw koningin Oneca de Pamplona begraven lag.

Alfonso V de León, laat  daarna alle stoffelijke resten van koninklijke afkomst, die in Ruiforco liggen begraven,  herbegraven in de Basiliek van San Isidro te León. Daar worden ze bijgezet in een hoek van een van de zijkapellen van het Evangelie, samen met de andere Leonese monarchen. Alfonso V draagt het massagraf op aan de heilige bisschop en biechtvader San Martin. Op dit moment is het onmogelijk de resten van koning Alfonso IV te identificeren, want zijn graf ligt  begraven onder andere vorsten.

 

Huwelijk en Nakomelingen.

Hij trouwde in 923 met Ocena de Pamplona, dochter van Sancho Garcés I de Pamplona en koningin Toda Aznar. Uit hun huwelijk worden twee kinderen geboren.

  • Ordoño IV ‘el Malo’ (924-960) koning van León, die trouwde met Urraca Fernández, zij was getrouwd met OrdoñoIII de León en was de dochter van graaf van Castilla, Fernán González en Sancha de Pamplona. Zijn stoffelijk overschot wordt begraven in het Pantheon de Koningen van San Isidro te León.
  • Fruela (overleden in 958). We weten van zijn bestaan door een document van 18 november 958, afgegeven door zijn broer Ordoño IV

 

Naamloos

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.