Koninkrijk Pamplona

Het Koninkrijk Pamplona
824 – 1162
Het Koninkrijk Pamplona, is volgens de ‘Annales regni Francorum‘, de historische naam die verwijst naar de politieke entiteit in de westelijke Pyreneeën rond de stad Pamplona. Het begint allemaal in de eerste eeuwen van de Reconquista, op een plek waar zich een christelijke kern bevond, na de veroveringen van de moslims. Het begrip bleef in gebruik tot Sancho VI de Navarra zijn titel van ‘Pampilonensium Rex‘ (Koning van Pamplona) inruilde voor ‘Rex Navarrae‘ (Koning van Navarra). Geschiedkundige auteurs gebruiken ook wel de naam Condado de Pamplona (graafschap van Pamplona, in de periode van Navarro-Aragonese koningen), en Koninkrijk Nájera of Reino de Pamplona-Nájera (Koninkrijk Nájera) (vanaf 925, na de verovering van Nájera verstevigd zich het Koninkrijk Nájera en het bewind van García  Sanchez I van Pamplona).

Ga naar:

De civites romana (de Hispania Romaanse stad) Pompaelo was de belangrijkste stad van het toen vaag omschreven grondgebied van het Baskische volk, tot het moment waarop de Visigoten Victoriacum stichtte (581). Gedurende het laatste deel van de 8ste eeuw voerde Karel de Grote, koning van de Franken,  een aantal expedities uit om de zuidelijke grens (waar zich later de Spaanse Mark zou vormen) bij het Emiraat van Códoba duidelijk te maken. Het gebied beslaat de strook tussen de Pyreneeën en de rivier de Ebro. Na een eerste mislukking om uit te breiden in het westelijke deel van de Pyreneeën slaagt hij er in het begin van de 9e eeuw een graafschap te stichtten dat een jaar of tien stand houdt. Daarna werd het weer onderworpen door het emiraat  van Córdoba. In 824 werd het Koninkrijk Pamplona gesticht waarvan men aanneemt dat Iñigo Aristo de eerste koning was. Hij werd daarmee gesteund door zijn bondgenoten, de familie Banu Qaside Heren van Tuleda‘ en de bisschop van Pamplona.

Het koninkrijk Pamplona tijdens zijn grootste afmeting onder het bewind van Sancho III “el Mayor”, 1029 – 1035.

Gegevens
Hoofdstad Pamplona tot 925
Talen Euskera, Latijn, Occitentaans (gascón en provenzal)
Navarra-Aragonees, Castiliaans, Middeleeuws Frans
Geloof Katholiek (officieel geloof en merendeels)
Regering Erfelijke monarchie
Koning

  • 816 – 852
  • 852 – 882
  • 970 – 994
 

Íñigo Arista
García Íñiguez
Sancho Garcés II

Geschiedenis

  • Stichting van het Koninkrijk Pamplona door Íñigo Arista.
  • Sancho IV krijgt de titel van Rex Navarra.
 

824

 

1162

Oppervlakte

  • Vroege middeleeuwen
  • Late Middeleeuwen
 

enkele 20.000 km²

ongeveer 12000 km²

In de 10e eeuw verbreekt het koninkrijk Pamplona al zijn banden met Córdoba en begon zich doormiddel van militaire campagnes, en met het uithuwelijken van zonen en dochters aan kinderen van andere vorsten en edelen, uit te breiden. Zo waren er zeer nauwe familiebanden met het naburige koninkrijk van León. De dynastie Iñiguez eindigde met Fortun Garcés (870 – 905), die afstand deed van de troon en zich terug trok in het klooster van Leyre, en daarmee volgens de traditie, bekend werd onder de naam Fortún ‘el Monje’. Het werd vervangen door de dynastie Jimena, dat begon bij Sancho Garcés I de Pamplona (905 – 925) wiens koninkrijk zowel het Koninkrijk Pamplona als het Koninkrijk Navarra genoemd werd. Sancho Garcés I en zijn zoon García Sánchez I ontwikkelen een herbevolkingssysteem en gaven voordelen aan de nieuwe bewoners en de kloosters die dit nieuwe grondgebied wilden gaan ontwikkelen. Sancho Garcés II en García Sánches II ‘el Temblón’ werden door Almandor weer gedwongen te capituleren en moesten vanaf dat moment belasting betalen (vazal) aan het Kalifaat van Córdoba.

De rivier de Aragón in de buurt van Milagro, waar Fortún Garcés en zijn dochter gevangen genomen werden.

Onder Sancho III ‘el Mayor’ (1004 – 1035) bereikt het Koninkrijk Pamplona zijn grootste territoriale omvang, dat bijna een derde van het noordelijke schiereiland beslaat. Hoewel een groot deel van deze gebieden niet aan het Koninkrijk Pamplona zelf worden toegeschreven. Voordat hij stierf (1035) verdeelde hij het gebied onder zijn kinderen; zijn oudste zoon, García Sánchez, regeerde in Pamplona en erfde een aantal gebieden in Aragón en Castilla; Fernando kreeg een groot deel van het graafschap Castilla; Ramiro ontving gebieden in Aragón en in Navarra, en Gonzalo in Sobrarbe en andere ver afgelegen delen van Aragón. Door deze verdeling ontstond de nieuwe staatkundige structuur van de 12e eeuw dat uiteindelijk uitmondt in drie nieuwe koninkrijken, Navarra, Aragón en Castilla.

Het Koninkrijk Pamplona maakt tussen 1076 en 1134 deel uit van het koninkrijk Aragón. Het scheidde zich weer af tijdens het bewind van García Ramírez. En onder het bewind van Sancho ‘el Sabio’ (1150 – 1194) veranderd de naam en noemt men het vanaf die tijd het Koninkrijk Navarra.

 

De oorsprong van het Koninkrijk Pamplona


De Baskische en Hispano-gotische oorsprong van het Koninkrijk van Pamplona

Het Graafschap Vasconia, onder Odón el Grande (rond 710 – 740).

De hispanist Roger Collins herinnerd ons er aan dat er slechts weinig getuigenissen uit die tijd bekend zijn, zodat er geen consensus is onder de specialisten. Er is verwarring over het onderscheidt en het aantal vorsten en hun ambtstermijn, tevens over de omvang en de invloed over hun grondgebied.

Hoewel lange tijd is beweerd dat de kiem van het Koninkrijk van Pamplona het hertogdom Vasconië was, lijkt deze bewering vandaag te zijn uitgesloten, in de eerste plaats omdat het historische bestaan van het vermeende hertogdom zelf in twijfel wordt getrokken. Dit hertogdom, dat in het Latijn ook als Wasconiae wordt aangeduid, was – aangenomen dat het echt was – een entiteit van de Hoge Middeleeuwen die rond 601-602 door de Frankische Merovingische koningen werd opgericht op de territoriale basis van de omtrek van de lage keizerlijke Romeinse provincie Novempopulania, in de voormalige Augustaanse provincie Gallia Aquitaine, en die zich uitstrekte van het zuiden van de benedenloop van de rivier de Garonne tot de continentale helling van de Pyreneeën. Zeg maar aan de Franse kant van de Pyreneeën.

Maar het lijkt onwaarschijnlijk dat een bevolking die zo overwegend landelijk en verspreid was als de Baskische bevolking van die tijd, in staat was dergelijke complexe politieke vormen te ontwikkelen. In die zin is het veelbetekenend dat het koninkrijk van Pamplona is voortgekomen uit een stad waarvan alleen al de naam in het Baskisch – Iruña, “de stad” – getuigt van het feit dat het de enige stad in de hele regio was. Het lijkt dus juister om te zeggen dat het toekomstige koninkrijk Navarra het resultaat was van een ongetwijfeld inheemse Baskische oorsprong, maar ook van een stedelijke basis en erfgenaam van Romeins Hispania (er zij aan herinnerd dat Pamplona werd gesticht door Pompeius de Grote, aan wie het zijn naam ontleent). De alliantie tussen deze twee historische en culturele realiteiten, of de langzame assimilatie van beide, de landelijke traditie van de Basken en de stedelijke en Hispano-Romeinse – en later Hispano-Gotische – traditie van de stad Pamplona, heeft mettertijd de persoonlijkheid van het koninkrijk Pamplona doen ontstaan. Uit de gegevens blijkt dat deze alliantie tussen twee tegengestelde werelden – de agro-Basken en de Hispano-gotische stad – mogelijk werd gemaakt door de noodzaak de krachten te bundelen tegen een machtige gemeenschappelijke vijand: Al-Andalus.

Sommige historici stellen dat er, vanaf de 2e eeuw, een emigratie plaatsvond van Basken van het Iberische schiereiland naar het gebied van Navarra, terwijl andere spreken van een botsing van Basken met de Visigoten van Leovigildo, in 581. Dit werd volgens deze historici veroorzaakt doordat deze zich geleidelijk aan uitbreidde. Echter beide theorieën werden weerlegd en niet ondersteund door een solide historisch bewijs..

 

De feiten

De Spaanse Mark van het Karolingische Rijk in het jaar 814.

Het Koninkrijk Pamplona (oranje gekleurd) in 910.

Het Koninkrijk Pamplona (oranje gekleurd) in het jaar 1000.

Het schiereiland Ibérica in 1030 met de verdeling van het Kalifaat van Córdoba in Taifa’s en de koninkrijken van León en Pamplona en het Graafschap van Barcelona.

Het Iberisch schiereiland in 1037., waarop de Koninkrijken Castilla en Aragón die de binding met Pamplona gaan verbreken.

In de kronieken wordt verteld over de Baskische invallen in de buurt van Toulouse in 587, hier wordt bijvoorbeeld beschreven, dat de troepen zich weer terugtrokken naar de bergen met slaven en goederen. Anderzijds, wordt er op geen enkel moment beschreven dat de inwoners van Novempopulania (tegenwoordig heet dat Gascogne) zich verheffen tegen de Basken, eerder het tegenovergestelde.

Karel de Grote, met het doel de christelijke wereld te verdedigen en uit te breiden, ondernam een expeditie met de bedoeling Zaragoza te bezetten en de Cordovaanse emir te verzwakken. Deze expeditie was een mislukking en bij zijn terugkeer verwoestte hij de muren en de stad Pamplona, zodat deze niet meer in opstand kon komen. Op doortocht door de Pyreneeën werd zijn achterhoede door de Basken verrast en vernietigd in de zogenaamde slag bij Roncesvalles op 15 augustus 778. De Cordobaanse emir met zijn strijdkrachten herwon zijn macht in Zaragoza in 781, vervolgens in het district Calahorra, op weg naar de Baskische gebieden, en in Pamplona werd hij aangevallen door Jimeno de Pamplona. In 806 begon de aristocratie van Pamplona zich te organiseren in verzet tegen het Kalifaat en sloot zich aan bij het Karolingische Rijk van Lodewijk de Vrome, zonder de voorwaarden van deze politieke mutatie te kennen. Het Karolingische hispanische mark, gegroepeerd rondom Navarra was een graafschap van zo’n 4000-5000 km² en moet slechts één graaf hebben gehad, Velasco el Gascón, aangezien in 816 de ineenstorting van deze marken in de westelijke Pyreneeën plaatsvond, die dus vluchtig waren en geen diepgaande veranderingen ondergingen. Ondertussen kwam Álava in handen van de Asturische monarchie toen prins Fruela I de Baskische rebellen versloeg, zijn toekomstige vrouw Munia gevangen nam en van dit gebied het oostelijke bastion van de Asturische monarchie maakte, waarbij hij voor zijn inwoners de beschrijving van Vascones behield.

Na de energieke reactie van de Saracenen werd het systeem van indirecte gehoorzaamheid aan Córdoba weer ingevoerd, en men gaat ervan uit dat het Koninkrijk van Pamplona tot stand kwam met zijn eerste koning Íñigo Arista, die de steun had van de Banu Qasi van Ribera Navarra. Hij moest hulde brengen aan de emir van Córdoba, maar hij handhaafde zijn eigen regering en de christelijke religie. In de Arabische getuigenissen wordt hij voorgesteld als “heer, graaf of vorst van de Basken (bashkunish)” en het is dan ook twijfelachtig of hij in die tijd als koning werd beschouwd (zoals zijn eerste twee nakomelingen), aangezien het grondgebied klein was, als dat van een graafschap, en met één bisschopszetel. Deze onderwerping werd gehandhaafd door gewapende strafexpedities, zonder dat het de bedoeling was, naar het schijnt, een permanente bezetting te handhaven. Het gebied besloeg ongeveer 5000 km² tussen de toppen van de westelijke Pyreneeën en de grenzen van de buitenste bergketens. In 824, na de “Tweede Slag bij Roncesvalles”, scheidden Navarra en de gebieden ten zuiden van de Pyreneeën zich definitief af van het hertogdom en begonnen hun eigen weg te gaan. Na het neerslaan van de opstanden van de edellieden in Gascogne zond de Karolingische macht haar troepen naar Pamplona, geleid door twee van haar graven, met het doel haar soevereiniteit over het gebied te herstellen. Bij hun terugkeer van hun missie werden zij in de Pyreneeën verrast en gevangen genomen nadat zij hun gewapende garde van Vascones of Gascones (Basken) hadden verloren aan de “verradelijke bergbewoners” (Cis-Pyreneese Basken). Graaf Eblo werd als trofee naar Córdoba gestuurd, en graaf Aznar werd vrijgelaten omdat hij een Gascon was en als bloedverwant werd beschouwd. In 853 zwoer de hertog van Vasconië voor de laatste maal trouw aan een Karolingische vorst, waarmee een regionale dynamiek buiten de Karolingische centrale machten op gang gebracht werd. De titels van hertog van Vasconië en hertog van Aquitanië werden vanaf 1063 definitief verenigd in de figuur van Willem VIII van Aquitanië.

De zoon van Íñigo Arista, García Iñiguez (851-882) en zijn kleinzoon, Fortún Garcés (882-905), behielden hetzelfde gebied zonder veroveringen te doen.

 

De  dynastie Jimena


Kasteel de San Estaban van Deyo (Navarra, Spanje).

Nadat Fortún Garces zich ontdaan had van zijn macht, werd Sancho Garcés I (905 – 925), zoon van Dadilde (een zus van de graaf  van Pallars, Ramón I en van García Jiménez), koning. Hij verbrak de verplichtingen aan Córdoba en breidde zijn gebieden uit met die van Deyo, en de loop van de rivier de Ega tot aan de Ebro en verderop tot de comarcas van Nájera en Calahorra, deze laatste met de hulp van de Leonese koning Ordoño II. Dit leidde tot een verval van de dynastie van de Banu Qasi. Het antwoord van de Emir van Córdoba was dat Abderramán III expedities uitvoerde en een overwinning behaalde in de slag van Valdejunquera. Hoewel hij het bekken van Pamplona niet kon bereiken, slaagde hij er in 923 om bijna het gehele grondgebied van La Rioja te bezetten. In de volgende campagne in 924, kwam de Emir om Pamplona met de grond gelijk te maken. Het grondgebied van Calahorra werd toegekend aan Sancho Garcés, en dat was de reden dat zijn dochter Sancha trouwde met Ordoño II. De graafschappen in de valleien van Aragón en Gállego tot aan Sobrarbe vielen onder zijn bescherming. De westelijke grens lag bij het koninkrijk Asturias met Álava en Castilla. Alles bij elkaar opgeteld besloeg dit een gebied van zo’n 15.000 km²

Standbeeld van Fernán Gonzáles op het Plaza Oriente, Madrid.

Na zijn dood werd hij opgevolgd door Garcia Sanchez I (925 – 970), die nog te jong was om zelf te regeren en daarom onder voogdijschap stond van de broer van de koning, Jimeno Garcés en echtgenote van een zus van Toda, de weduwe koningin. Er werden huwelijksbanden gelegd met het koninkrijk León, daar de dochter van koningin Toda, Oneca, trouwde met Alfonso IV (924 – 931) en daarna Urraca met Ramiro II. Anderzijds, was het huwelijk van Garcia Sánches I met Andregoto de verbinding met het graafschap Aragón. Dit huwelijk werd echter ontbonden daar het een huwelijk onder verwantschap was (volle neef en nicht), hoewel Andregoto haar titel van koningin voort mocht zetten. Na een korte pauze trouwde García Sánchez I met Teresa Ramírez, die waarschijnlijk een dochter van Ramiro II de León was. Ze raakten ook verwant met adellijke families uit de afhankelijke gebieden van León, zoals Álava, Castilla en Vizcaya, zoals de Castiliaanse graaf Fernán González I die eerst trouwde met met een dochter van Sancho Garcés I en daarna hertrouwde met Urraca Garcés, dochter van García Sánchez I; en Urraca Fernández, weduwe van Ordoño III en Ordoño IV, ging trouwen met de oudste zoon en erfgenaam van het koninkrijk. In 966 werden de gevechten hervat, met het verlies van Calahorra en die van de rivier Cidacos.

Sancho Garcés II Koning van Pamplona-Nájera en Graaf van Aragón.

Zijn erfgenaam Sancho Garcés II (970 –  994) werd bijgestaan door zijn broer Ramiro. Hij zette de huwelijkspolitiek met de Gasconische dynastie voort met het huwelijk van Urraca Garcés, reeds weduwe, met graaf Guillermo Sánchez. Tegelijkertijd beteugelde hij de invallen van Almanzor door een liefdesverklaringen aan een van zijn dochters in 982. Aan het eind van de 10e eeuw lanceerde Almanzor een aantal aanvallen op de christelijke koninkrijken, waarbij hij zeker negen keer tot het grondgebied van Pamplona doordrong. In 966 hervatte men de confrontaties, met het verlies van Calahorra en de vallei van de rivier de Cidacos. Sancho Carcés II leed samen met de milities van het graafschap Castilla een nederlaag in Torreviciente (981), daarna probeerde hij via onderhandelingen de vrede te bereiken, maar daar moest hij eerst een dochter en daarna ook een zoon voor inleveren. Na de dood van Sancho Garcés II, in 994, moest Pamplona zich gewonnen geven aan het Kalifaat nadat deze een aanval had gepleegd. Onder zijn opvolger García Sánchez II (994-1000) zouden andere invallen plaatsvinden, zoals die in 999 waarbij Pamplona weer volledig met de grond gelijk werd gemaakt, en bij een daarvan zou hij gedood zijn, mogelijk in het jaar 1000.

Het Kalifaat van Córdoba.

Hij werd opgevolgd door zijn eerstgeborene die slecht acht jaar oud was, Sancho Garcés III (1004 – 1035), waarbij de voogdij mogelijk werd uitgeoefend door het Kalifaat. De eerste paar jaar lijkt het dat het koninkrijk achtereenvolgens geregeerd werd door zijn ooms Sancho en García Ramírez, en reeds in 1004 aanvaarde hij de troon evenwel met advies van zijn moeder Jimena Fernández. De relaties met Castilla werden middels de familiebanden versterkt. Na dood van Almanzor in 1002 en door het bewind van zijn opvolger Abd al-Malik begint de macht van het Kalifaat van Córdoba rond 1008 af te nemen. Het kalifaat werd in kleine taifa’s (koninkrijken) verdeeld en daar maakte Castilla gretig gebruik van. Het breidde zijn grondgebied uit terwijl Sancho zijn posities aan de grens met de Taifa van Zaragosa, in de comarcas van Loarre, Funes, Sos, Uncastillo, Arlas, Caparroso en Boltaña verzekerde.

Voor 1011 trouwde hij met Muniadona, dochter van de graaf van Castilla, Sancho García. In 1016 komt hij met zijn schoonvader (tevens oom) een akkoord overeen dat de grenzen tussen het Graafschap van Castilla en het Koninkrijk Pamplona vaststelden en wat voor Pamplona uitbreidingen opleverden richting het zuiden en het oosten. In het oosten voegen zich Soria en een deel van de vallei van de Ebro toe, met inbegrip van de Zaragonese comarcas. We moeten het helaas zonder een precieze documentatie, van deze grenzen doen. Het van het Koninkrijk van Pamplona geërfde grondgebied (regnum Pampilonense) bestond uit 15.000 km² van Pamplona, Nájera en Aragon met twee kringen van koninklijke vazallen, de Pamplonese en Aragonese traditioneel verschillen Heerlijkheden.

Bermudo III de León.

In 1017 steunde hij zijn tante de gravin van Ribagorza in een geschil met haar voormalige echtgenoot, graaf van Pallars, die zijn domeinen verzekerde en ze uitbreidde richting Ribagorza. In 1025, geeft de gravin haar titel door aan de koning van Pamplona en treed zelf in het kloosterleven. Na de dood van graaf Sancho García probeert Alfonso V ‘de León’ zijn gezag te herstellen over de streek van de rivieren Cea en Pisuerga te herstellen. Sancho III bemiddelde door zijn zus Urraca uit te huwelijken aan Alfonso V (1023). In 1029 werd García Sánchez, graaf van Castilla,  en neef van Muniadona, vermoord. Dus geeft Muniadona het beheer van het graafschap van Castilla aan haar man Sancho III. De erfenis van het Koninkrijk León ging in 1028 naar Bermudo III, toen 11 jaar oud, die Sancho III bij de bestuurbaarheid van dit koninkrijk betrok, door tussen de bestaande onenigheden tussen het graafschap Castilla en het koninkrijk León te bemiddelen, door middel van huwelijkse voorwaarden. Zo trouwde een dochter van Sancho III, Jimena, met de koning van León, terwijl zijn zuster, Sancha, trouwde met Fernando, de tweede zoon van Sancho III aan wie hij het graafschap Castilla had toevertrouwd. Om te helpen bij dit bestuur was hij gedurende het jaar 1034 in Leonese gebieden.

Bij de reorganisatie van het koninkrijk zou hij tussen 1021 en 1023 het burggraafschap van Labort hebben ingesteld, met de residentie van de burggraaf in Bayonne en die van Baztán rond 1025, hoewel hiervoor geen enkel schriftelijk bewijs bestaat, aangezien er in de documentatie van Sancho el Mayor geen enkele vermelding of toespeling is op het burggraafschap van Labort of op de gebieden van Neder-Navarra. José María Lacarra schreef dit over deze theorie:

……Maar ik moet bekennen dat hoewel deze theorie goed in elkaar zit, er geen enkele documentaire basis voor te vinden is. Hoewel de namen van de eerste burggraven van Labort, namen van Navarranen geweest zouden kunnen zijn, is hun verwantschap met bekende adellijke Navarraanse families niet aangetoond; ook in documenten van Pamplona werd nooit verwezen naar het burggraafschap van Labort of van Bayona, maar ook in meer plaatselijke documenten vindt men geen enkele verwijzingen naar deze “bezittingen” of overheden die deze burggraven gehad zouden kunnen hebben in het koninkrijk Pamplona. In het kort samengevat, er is geen enkel bewijs dat Sancho ‘el Mayor’ de hertog van Gascogne militaire steun verleende tegen graaf van Toulouse, of dat hij zich ontdeed van het burggraafschap Labort om het daarna af te geven aan een van zijn hofmeesters, of over enige vijandigheid tijdens het leven van Sancho Guillermo ten opzichte van hem, of dat men enige autoriteit toeschreef aan het hertogdom Gascogne. De relatie tussen beide moet vriendschappelijk zijn geweest, veel nauwer dan dat met de graaf van Barcelona, gezien de voorgeschiedenissen en de ouderlijke verwantschappen die hen verbonden.

Ramíro I de Aragón.

Sommige auteurs beweren dat door de dood van Hertog Sancho Guillermo, hertog van Gascogne, op 4 oktober 1032, de autoriteit van Sancho III over het oude Vasconia, gelegen tussen de Pyreneeën en de rivier de Garonne, zich uitbreidde.  Zo wordt dat tenminste in de documenten vermeld. Andere auteurs, zoals José María Lacarra, Gonzalo Martínez Díez of Armando Besga zijn het daar niet mee eens.

…..In het noorden, is de grens van het Koninkrijk Pamplona duidelijk, de pyreneeën (indien de autoriteit van de Navarraanse koningen zich uitbreid tot Baztán, dat zeer waarschijnlijk is, maar dat tot 1066 niet kan worden aangetoond), en dat veranderd niet.. Het is niet waar, ondanks de vele keren dat dit gezegd wordt, dat Sancho III erin slaagt het gebied van Gascogne te bereiken (het enige stukje Vasconia in die tijd was,  het gebied tussen de Pyreneeën en de Garonne, waar mogelijk de bevolking de Baskische taal sprak, was slechts een minderheid). Op 4 oktober 1032 stierf Sancho Guillermo zonder nakomelingen, wilde de koning van Navarra het hertogdom overnemen. Voor een aantal documenten was dat voldoende om te citeren dat hij het bewind voerden over Gascogne. Maar de waarheid is dat de erfenis naar Eudes ging.

Men kan zeggen dat Sancho III het eerste Spaanse Rijk realiseerde en daarme de naam Rex Ibericus en Rex Navarrae Hispaniarum kreeg.

Bij zijn dood in 1035 heeft het koninkrijk Pamplona zijn maximale omvang bereikt. Hij maakte een testament op dat voor de geschiedschrijving behoorlijk omstreden was, gezien het feit dat hij het hele grondgebied in drieën gedeeld had. Maar Sancho III ‘el Mayor ‘ volgde de traditie van opvolging door het koninkrijk Pamplona aan de eerstgeborene te geven, met de koninklijke titel en alle andere tot dan toe bijbehorende activa, Pamplona, Aragón en de gebieden rond Nájera. Ook de erfenis van zijn vrouw Muniadona moest onder de kinderen verdeeld worden. Zo kreeg García Sánchez III ook het noordoostelijke grondgebied van het graafschap Castilla (Castella Vetula, la Bureba, Oca…) en het graafschap Álava ( de Vizcayaanse gebieden, Duranguesado en Álava). Vanwege het moederlijke erfdeel voor Fernando, die het graafschap Castilla al onder zijn commando had staan, kreeg hij de rest van het grondgebied. en Gonzalo kreeg Sobrarbe en Ribagorza,  afkomstig uit de familierechten van moederskant en veroveringen gedaan door zijn vader, maar bleef wel ondergeschikt aan zijn oudere eerstgeborene broer; en als laatste, voor hun stiefbroer Ramiro, het graafschap Aragón en bepaalde lokaties verspreidt over het Pamplonese grondgebied, maar ook ondergeschikt aan zijn oudere broer García. De voortijdige, weinig toegelichte, dood van Gonzalo maakte dat zijn gebieden overgingen naar Ramiro. Daarmee steeg de waarde van het erfdeel van García, dat zich meer en meer concentreerde rond deze eerstgeborene, terwijl hij over de rest, geërfd van zijn eerste vrouw, en de veroverde rechten, meer vrij kon beschikken.

 

De verdeling van het Koninkrijk Pamplona


Garcia Sanchez III de Navarra.

Het buitenlands beleid van het koninkrijk Pamplona met García Sánchez III aan het hoofd (1035 – 1045) werd gekenmerkt door de relaties met zijn broers. Er was een gewapend conflict met zijn broer Fernando I , dat werd gesteund door zijn zwager Bermudo III de León, wat, in de slag om Tamarón, uiteindelijk resulteerde in de dood van laatst genoemde. Deze twee, Fernando en Bermudo, werkte enige jaren samen. De verhouding met de stiefbroer Ramiro I de Aragón was beter, hier bleef de theoretische afhankelijkheid aan Pamplona behouden, er vond slechts een vrij onbekend gebleven conflict plaats in 1043 omtrent Tafalla dat ten opzichte van García gunstig uitviel. De alliantie tussen hen en Ramón Berenguer I was efficient bij het onderdruk zetten van de taifa van Zaragoza. Na het innemen van Calahorra in 1044, werd het een tijdje rustig aan de grens en ontwikkelde zich betere handelsrelaties met de verdeelde taifa’s.

Bij het verkrijgen van het Koninkrijk León door Fernando I, werd García Sánchez III, theoretisch gezien, vazal van zijn broer met betrekking tot het graafschap van Castilla dat verdeeld was geraakt door moederlijke overerving. Maar García interpreteerde deze gebieden waarschijnlijk als zijnde een verlengstuk van zijn koninkrijk en stationeerde er verschillende leden uit zijn adellijke kringen, hij verplaatst de lokale bevolking die zich gerelateerd had aan Fernando I en bovendien voert hij een aantal andere beleidsmaatregelen door. De relatie verslechterd tot een punt waarin beide broers, in 1054, de confrontatie aangaan in de slag om Atapuerca, waarbij de koning van Pamplona omkomt. Door deze nederlaag verliest Pamplona de gebieden Castella Vetula, Bureba en een deel van het stroomgebied van de Tirón aan het koninkrijk León.

Sancho Garcés IV (1054 – 1076) werd tot koning uitgeroepen, nog op het slagveld van Atapuerca, en door zijn oom Fernando I erkend als koning van Pamplona. Hij was slechts veertien jaar oud en werd daarom door zijn moeder, Estefanía bijgestaan in het regeren, daar zij een vrouw met grote politieke ervaring was, maar ook Fernando en Ramiro steunde haar in het regeren van het land. Na de dood van zijn moeder in 1058 begon het moeilijke karakter van de vorst zich af te tekenen, wat hem de vijandschap van de adel opleverde, die in 1061 een opstand uitlokte.  De dood van Ramiro I de Aragón vond plaats in 1063. De oude banden met Pamplona werden door zijn zoon Sancho Ramírez geleidelijk aan verbroken, tot hij in 1068 vazal van de paus werd, waarmee de soevereiniteit van Pamplona tot een eind kwam. Ondertussen had Sancho Garcés IV  zich meer verbonden aan Al-Muqtadir van Zaragoza. Tot slot was er een plot dat leidde tot de moord op Sancho Garcés IV. De moord was beraamd door zijn broer Ramón en zijn zus Ermesinda, zijn broer duwde hem, op 4 juni 1076, tijdens een jachtpartij in Peñalen, het ravijn in. Het hele plan was opgezet in samenwerking met de twee naburige koninkrijken. Op het moment van zijn dood rekende men ook de gebieden van Vizcaya, Álava en het Tierra Najerense tot het koninkrijk Pamplona.

Onmiddelijk daarna werd het koninkrijk onder beide buren verdeeld. De koning van León y Castilla, Alfonso VI, hun neef, nam de controle over van La Rioja;de heerlijkheid Vizcaya, die Lope Iñiguez naar zich toe trok, in ruil voor het aanvaarden van de erfelijke heerlijkheid van Haro; Álava; Duranguesado; een groot deel van Guipúzcoa en de rechteroever van de benedenloop van de Ega, kennelijk met de steun van de stamhoofden van het gebied.  Van zijn kant deed koning Sancho Ramírez, bastaard neef in lijn, hetzelfde met de rest van het grondgebied van Pamplona, met de steun van de Pamplonese adel die hem als koning aanvaarde. Op deze wijze vormde de rivier de Ega de grens van beide koninkrijken. De aanspraken die Alfonso VI maakte op Toledo en de strijd die hij hiervoor voerde in 1085 werden gestaakt door de nederlaag die hij leed in de slag om Zalaca tegen de Almorávides, dat bijdroeg aan de herkenning van zijn neef Sancho Ramírez als koning van Pamplona, hij bereikte daarmee dat hij het vazalschap kreeg over een gebied dat oorspronkelijke een deel van het koninkrijk was, genaamd, “Graafschap van Navarra” (Condado de Navarra). Sancho Ramírez concentreerde zich vervolgens op uitbreidingen richting moslimgebieden als Ribagorza en het innemen van Arguedas (1084) waarmee hij een groot deel van Bardenas controleerde. Bij het overlijden van Sancho Ramírez ging het koninkrijk over naar Pedro I (1094 – 1104) die de druk op de islam voortzette met de inname van Somontano, wat betreft het Aragonese – en het Pamplonese gebied blijft deze het gebied van Tudela herhaaldelijk aanvallen en neemt ondertussen Sábada (1096) en Milagro (1098) in.

Alfonso I de Aragón ‘el Batallador’.

Zijn opvolger, Alfonso I ‘el Batallador’ (1104 – 1134) verlegde de grens in korte tijd tot de rivier de Ebro. In 1109 trouwde hij met de dochter van Alfonso VI de León, Urraca, met de bedoeling om de twee koninkrijken, volgens de huwelijksovereenkomsten, bij elkaar te brengen. De onverenigbaarheid van de karakters van de echtgenoten leidde tot een burgeroorlog in Castilla. Urraca en haar aanhangers waren sterk in Galicia en het westelijke deel, hier werd het eerste kind, Alfonso Raimúndez, van haar eerste huwelijk in 1111 gekroond. Vele van de Castiliaanse adel steunde Alfonso ‘el Batallador, die het voor elkaar kreeg om de twee koninkrijken te verenigen, iets dat onmogelijk geachte werd. Hij hield zich op de achtergrond als het ging om gebieden die hem ondersteunde, zoals Vizcaya, Álava (weer bijeengebracht samen met Argote), Rioja en andere gebieden rond Burgos. In 1116 zou Diego Lopez I in opstand komen tegen Alfonso I, voor het behoudt van Nájera, en daarmee zijn positie in Castilla vergroten. Alfonso I had Fortún Garcés Cajal, in 1112, aangewezen om deze plek te behouden en dat lukte hem tot 1134.  En opnieuw, in 1124, rebelleerde de Heer van Vizcaya, Diego López I, samen met de graaf Ladrón Iñiguez, waarop de koning Haro belegerde en daarna Diego López I verbande naar Castilla, terwijl Ladrón Iñiguez zich verzoende met ‘el Batallador’ en Heer van Álava werd. Toen Diego López I stierf, herkende zijn zoon, Lope Díaz, in 1126, de nieuwe koning van Castilla, Alfonso VII, die de Baskische gebieden en La Rioja teruggeëist had.

Aan de andere kant nam hij in 1118, met de steun van edelen en troepen uit het zuiden van Frankrijk, Zaragoza en het hele grondgebied van het koninkrijk Pamplona, inclusief de westelijke gebieden, en Aragonese in. Onmiddellijk daarna viel Tudela op 25 februari 1119, en Tarazona, en vervolgens Calatayud en Daroca.

Na de dood van Urraca in 1126, concentreerde haar zoon Alfonso VII zich op zijn aanspraken op het grondgebied van Alfonso ‘el Batallador’. In 1127, doormiddel van bemiddeling, kwam men tot het Pact van Támara, om de uiteindelijke confrontatie tussen de troepen van Pamplona en Aragón met die van Castilla-Leonese te vermijden. In dit pact zag Alfonso ‘el Batallador’ af van de titel van keizer maar bakende wel de grenzen tussen de koninkrijken van Castilla en die van Pamplona en Aragón af met teruggaaf van enkele gebieden van Castilla, waarbij gezegd moet worden dat Alfonso I zijn legers zeer langzaam terugtrok. In dit pact bleven de grondgebieden van Pamplona als die van Vizcaya, Álava, Guipúzcoa, Belorado, Soria en San Estaban de Gormaz bewaard.

Hij belegerde Bayona, dat op dat moment in handen van Engeland was, in de jaren 1130 – 1131 zonder het in te nemen. Bovendien, in Aragón, na de verovering van Mequinenza (1132) concentreerde hij zich op het innemen van Fraga, dat na een jaar belegering mislukte, ernstig gewond keerde hij terug en stierf twee maanden later, op 7 september 1134, aan de complicaties van de verwondingen. Het door hem gecontroleerde gebied was van 24.000 km² gegroeid naar 52.000 km² , daarvan kwam 8.000 km² van Castilla en het koninkrijk Pamplona en meer dan 20.000 km² die hij had veroverd op de Almoraviden. Hij stierf zonder legitieme erfgenamen en met een testament dat de legers overliet aan de twee koninkrijken, dat was onmogelijk voor de vele Aragonese edellieden en evenmin voor die van Pamplona. In Aragón werd Ramiro II, een broer van Alfonso ‘el Batallador’, gekroond, terwijl in de Pamplonese gebieden de adel koos voor García IV Ramírez (1134 – 1150), telg van de Jimena dynastie. García Ramírez moest onderwerpen aan de koning Castilla, maar zijn zoon Sancho VI de Navarra maakte gebruik van de zwakte van Alfonso VIII van Castilla om onder het vazalschap uit te komen en kreeg de titel van Rex Navarrae (Koning van Navarra).

 

Verwant aan dit onderwerp:

Naar boven
Spaanse Verhalen. spaanseverhalen.com
Laatst bijgewerkt 2021-05-14

Bronvermelding en referenties:
De veelal buitenlandse teksten van wikipedia zijn beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen. Ik heb deze teksten vertaald, gemengd, en vaak aangevuld met eigen kennis, en ervaring, opgedaan in de periode dat ik in Spanje woon, en aan deze artikelen werk.
Er kunnen ook andere bronvermeldingen zijn opgenomen, dat kunnen zaken zijn die ik, tijdens het onderzoek naar de artikelen, gelezen heb en in deze teksten verwerkt heb.

{{Bronvermelding anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Reino de Pamplona|oldid=100276901|datum=20180829}}

Foto’s gelicenseerd onder  Wikimedia Creative Commons: CC BY 2.0 , CC BY 2.5 , CC BY-SA 2.0 , CC BY-SA 2.5, CC BY-SA 3.0 , CC BY-SA 4.0, CC 0, CC 0 1.0, GNU-licentie voor vrije documentatie of Publiek Domein
Coralma*, is eigen werk dat u terug kunt vinden als een CC BY-SA 4.0 file in Wikipedia Commons.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.