Graafschap Ribagorza

Het Graafschap Ribagorza

Spaanse Verhalen  spaanseverhalen.com ………………………………..
Het Marca Hispánica was een gebied dat diende als buffer tegen islamitische aanvallen, vanaf het Iberisch schiereiland op het Karolingische territorium. Het graafschap La Ribagorza was een van de gebieden die in de eerste helft van de 9e eeuw door enkele kroniekschrijvers van het Karolingische hof in het Marca Hispánica werden genoemd. Het omvatte de stroomgebieden van de rivieren Ésera en Isábena, evenals een groot deel van het bekken van de Noguera Ribagorzana. Het komt ongeveer overeen met de huidige Aragonese comarca genaamd Ribagorza.

Romaanse brug (13e eeuw) over de rivier Isábena, in de buurt van Capella (Huesca).

Samen met de graafschappen Aragón en Sobrarbe vormde het later het Koninkrijk Aragón. …….. …………………………………………………………………………….
Wat u interesseert:

Geschiedenis
Graven van Ribagorza
De Heilige van het Graafschap

 

 

 

Graafschap Ribagorza
Gegevens
Hoofdstad Roda de Isábena
(vanaf halverwege de 10e eeuw)
Officiële taal Ribagorzano dialect
Entiteit Graafschap
Religie Katholicisme
Graaf
– 872
– 18 okt. 1035
……………………………..
Ramon I
Gonzalo I
Historische-periodes
– Onafhankelijkheid van het graafschap Tolosa
– Samengaan met het koninkrijk Pamplona
– Afscheiding van het koninkrijk Pamplona
– Samengaan met het koninkrijk Aragón
Vroege Middeleeuwen
……………………………..   

872
…………………………………….
1018
…………………………….
18 okt. 1035
……………………………..
1045

Geschiedenis


Oorsprong van het graafschap

Willem met de Hoorn ook wel Willem met de Korte Neus of Willen van Aquitanië genoemd.

In het kader van de Frankische verovering ten zuiden van de Pyreneeën onder leiding van Karel de Grote voerde Willem I van Toulouse persoonlijk de bezetting van Pallars en Ribagorza uit en nam deze als pagi (mv. van het Latijnse pagus, dat gouw of kanton betekent) op in zijn graafschap, ondanks de tegenstand van de plaatselijke elites. In het jaar 833 nam Aznar Galindo, graaf van Urgel en Cerdanya, deze pagi op in zijn bezittingen, waardoor ze uit het domein van Toulouse werden verwijderd. Dankzij het inheemse sentiment slaagde Aznar Galindo erin om weerstand te bieden in Pallars en Ribagorza tot 844. Dat ondanks het verlies van het graafschap Urgel en het graafschap Cerdaña dat in 834 aan Sunifried van Urgel-Cerdaña (ook wel Sunifried van Barcelona) verleend werd door Lodewijk de Vrome. Hij werd in 844 verdreven door graaf Fredolo van Toulouse (Frédol de Roergue).

Ondanks alles bleef het inheemse sentiment bestaan. In 872 leed het graafschap Toulouse een machtscrisis als gevolg van de moord op graaf Bernard II van Toulouse door een vazal van graaf Bernard Plantevelue (vermoedelijk in opdracht van deze laatste), later erkend als graaf door Karel de Kale. Tot er een plaatselijke Heer, Ramón, van de gelegenheid gebruik maakte om de gebieden ten zuiden van de Pyreneeën te bevrijden van de Frankische graafschappen en zijn eigen dynastieke graafschap stichtte.

 

De eigen dynastie van het graafschap

Kaart van het Iberisch schiereiland in 910.

Ramón I de Pallars-Ribagorza (872–920) was de zoon van graaf Lope de Bigorra en achterkleinzoon van Lope Centulo, in 818 genoemd als hertog van de Vascones (Basken), een overheersend volk in het binnenland van de Pyreneeën. Om zijn onafhankelijkheid te consolideren, probeerde Ramón I zijn eigen bisdom in Pallars te vestigen, dat hij bereikt dankzij de intriges van Esclua (onbekend persoon?). Hij vindt enkele bondgenoten, die ernaar streefden de controle over hun territoria in de zuidelijke Pyreneeën terug te krijgen, en zich verzetten tegen de graven van Toulouse. Zo probeerde de graaf van Pallars-Ribagorza de naburige staten te beïnvloeden: in Navarra bijvoorbeeld, bemiddelde hij in 905 na een staatsgreep waarna hij zijn neef Sancho Garcés I op de troon zette; en in Zaragoza versterkte hij de banden met de Banu Qasi (muladi dynastie). Evenzo brak in 904 het lid van de Banu Qasi, Lope ibn Muhamad, met deze gerichtheid, die zijn vader volgde, en leidde een aanval op de graafschappen Pallars en Ribagorza. Later nam een ​​nieuwe expeditie onder leiding van al-Tawil de Huesca, in 907, in Ribagorza, Roda de Isábena en Montpedrós in beslag, waardoor de graaf het beleid van verstandhouding met de moslims opgaf.

Bij de dood van Ramon I in 920 werd zijn heerschappij verdeeld over zijn zonen: Miró en Bernado I de Ribagorza regeerden over Ribagorza, en Isarn en Lope waren medeverantwoordelijk voor het graafschap Pallars.

 

De dynastie van Ribagorza

Portret van Galindo II Aznárez, Graaf van Aragón (†922) (schilderij van Eduardo Rosales 1875, Museum het Prado in Madrid)

Bernardo Unifredo was in staat om de door de moslims bezette gebieden, in 907 te heroveren. Hij nam Sobrarbe op als bruidsschat door zijn het huwelijk met Toda Galíndez, dochter van Galindo II Aznárez. Toen Miró zonder nakomelingen stierf, was Ramón II, zoon van Bernardo Unifredo en Tota, de enige erfgenaam van Ribagorza. Bij het overlijden van Ramón II in 970 werd hij door zijn zoons en daarna ook nog een dochter opgevolgt. Unifredo (970-979) als eerste, daarna Arnaldo (979-990) als tweede, en Isarno (990-1003) als laatste van de zoons. Toen deze laatste stierf, regeerde zijn zus Toda, getrouwd met Suñer de Pallars, het graafschap, en in 1011 toen ze weduwe werd, regeerde ze het graafschap samen met haar neef Guillermo, onwettige zoon van Isarno, die met de hulp van zijn neef, de graaf van Castilla, Sancho García, zich verzette tegen de aanvallen van de moslims. Bij de dood van Guillermo in 1017, werd Ribagorza geannexeerd door het koninkrijk Navarra, dat toen ook het oude graafschap Aragón omvatte.

 

Sancho III ‘el Mayor’ van Pamplona

Middeleeuwse miniatuur van Sancho III de Pamplona.

Als gevolg van een confrontatie met de mannen van de Aran-vallei, die tegen zijn heerschappij waren, stierf graaf Guillermo de Ribagorza in 1017, zonder enige afstammelingen of opvolgers. Dit feit veroorzaakte een crisissituatie waarvan de Arabieren gebruik maakten om het centrum en het zuiden van het graafschap aan te vallen en de regio’s Roda en Santaliestra over te nemen.

In 1018 bezette koning Sancho III de Pamplona, getrouwd met Muniadona de Castilla (een achterkleindochter van graaf Ramon II van Ribagorza), op eigen initiatief, of opgeroepen door enkele edelen van het graafschap, het gebied dat overeenkwam met het gebied dat Guillermo de Ribagorza beheerste, dat wil zeggen het centrale deel van de Ribagorza, gelegen ten noorden van het kasteel van Laguarres, in de middelste bekkens van de rivieren de Ésera en Isábena, en viel de Saracenen lastig. Zo bleven het noordelijke deel van het graafschap (de Sos-vallei, de bovenste bekkens van de Ésera en Isábena, ten noorden van de Ballabriga en Turbón) en het hele bekken van de Noguera Ribagorzana in handen van graaf Ramón III van Pallars Jussà, die getrouwd was met Mayor García, dochter van García Fernández, graaf van Castilla, en Ava de Ribagorza, en kleindochter van Ramón II van Ribagorza.

In het jaar 1020 verstootte Ramon III de Pallars Jussà zijn vrouw, die haar toevlucht zocht in de noordelijke deel van het graafschap Ribagorza, waar het graafschap Pallars Jussà haar probeerde te verdrijven door het graafschap in te nemen. Uiteindelijk, na een opstand in 1025, werd Mayor García onteigend van het graafschap, dat overging in de handen van Sancho III de Pamplona. Mayor Gracía trok zich vervolgens terug in Castilla, waar ze uiteindelijk de abdis van het klooster van San Miguel de Pedroso zou worden; van haar vroegere domein in Ribagorza behield Ramón III de Pallars Jussá alleen het bekken van de Noguera Ribagorzana, terwijl de rest van het graafschap in handen was van Sancho III el Mayor.

 

Het koninkrijk Aragón

García III Sánchez, koning van Nájera-Pamplona. Geschilderd door Antonio de Holanda (1480-1557).

Na zijn dood in 1035 verdeelde Sancho III de Navarra (dezelfde als Sancho III de Pamplona) de erfenis onder zijn zonen: Fernando I de Castilla, García III de Navarra, Gonzalo I van Ribagorza en Ramiro I de Aragón; elk van deze erfgenamen heeft in hun domein een erfelijke status.

Gonzalo I stierf in 1043 en zijn heerschappijen (Sobrarbe en Ribagorza) werden geannexeerd door het koninkrijk van Ramiro I, dat alleen het oude graafschap Aragón omvatte, dat wil zeggen de Pyreneese regio Jaca.

Na de annexatie van Navarra door koning Sancho Ramírez van Aragón(1076) en de crisis die in de moslimwereld werd veroorzaakt door de dood van koning Al-Muqtadir van Zaragoza in 1081, begon de Aragonese expansie. Pedro I de Aragón, zoon van koning Sancho Ramírez, nam tijdens het leven van zijn vader Estada (1087) en Monzón (1089) in. Later werd hij koning (1096–1104) en nam hij Huesca (1096) en Barbastro (1100) in beslag. Alfonso ‘el Batallador’ (1104-1134), Pedro’s broer en opvolger, zette de expansie voort met de verovering van Zaragoza (1118) en, kort daarna, van Tudela en Tarazona. Hij probeerde toen ook Lérida en Tortosa te grijpen, maar dat lukte niet vanwege de alliantie van de emir van Lérida met Ramón Berenguer III. Alfonso el Batallador stierf in 1134 in de plaats van Fraga, tijdens zijn bewind werden de bisschopszetels van Huesca, Tarazona en Zaragoza hersteld.

Na de dood van Alfonso ‘el Batallador’ die zijn rijk achter liet zonder nakomelingen, werd zijn broer Ramiro II ‘el Monje (1134-1147) tot koning uitgeroepen. In 1137 stemde Ramiro II in met het huwelijk van zijn dochter Petronila met de graaf van Barcelona, Ramón Berenguer IV, die aanleiding gaf tot de Kroon van Aragón.

 

De nieuwe dynastie van Ribagorza

De verbintenis van Aragón met Cataluña bracht het probleem van de afbakening van deze gebieden aan de orde, dat niet volledig werd geconsolideerd in de tijd van Ramón Berenguer IV, hoewel in de 11e en 12e eeuw de steden van het graafschap Ribagorza altijd gezien werden als onderdeel van, en beheerst werden door Aragón en dus niet gezien werden als Catalaanse grondgebied. Onder het Aragonese beheer, welke in de documentatie tussen 1000 en 1200 voorkomen, vallen Benabarre, Benasque, Cajigar, Calvera, Cornudella, Estada, Estadilla, Falces, Fantova, Fraga, Laguarres, Lascuarre, Luzás, Mequinenza, Monclús, Monesma, Monzón, Perarrúa, Puente de Montañana, San Esteban de Litera, San Esteban de Mall, Tamarite de Litera, Troncedo en Viacamp.

Jaime II de Aragón, die de Raad van Aragón voorzit.

In januari 1244 legde Jaime I de grens tussen Aragón en Cataluña aan de rivier de Cinca, vanaf de vallei van Bielsa tot de Ebro, waardoor het westelijke deel van het graafschap Sobrarbe, ondanks de protesten van de Aragonese, binnen de grenzen van Cataluña zou komen te vallen. Enfin, in 1300 stemde de Raden van Aragón (Cortes de Aragón), in Zaragoza bijeengeroepen door Jaime II ‘el Justo’ over dit onderwerp, dat door de koning werd geratificeerd: “Het graafschap Ribagorza, Sobrarbe en de regio La Litera (inclusief Almacellas) zou binnen de grenzen van het koninkrijk Aragón vallen”. Uit protest keurden de Raden van Cataluña (Cortes de Cataluña), dat in 1305 in Barcelona bijeenkwam, een artikel goed dat in strijd was met de Zaragoza-resolutie, waarbij ze verklaarden dat Cataluña zich uitstrekte van Salses tot Cinca, maar Jaime II keurde dit artikel niet goed, en daarom werd het definitief gedefinieerd als Aragonees territorium.

In 1322, misschien omdat hij de resultaten van het besluit uit 1305 wilde verzachten, besloot Jaime II het graafschap Ribagorza, met uitzondering van de baronie van Castro, de baronie van Monclús, La Fueva, de vallei van Gistaín en die van Bielsa en de stad Monzón , aan zijn zoon, prins Pedro de Aragón y Anjou te schenken. De graaf (in die periode diezelfde Pedro de Aragón) van Ribagorza zou de vazal van de koning zijn en de Raden van Aragón moeten bijwonen.

Alfonso IV en Alfonso V waren ook hertogen van Gandía. Aangezien Alfonso V zonder erfgenamen stierf, ging het graafschap over op koning Alfonso ‘el Magnánimo’, die het aan zijn broer Juan II de Aragón schonk, die het, toen hij koning werd (1458-1479) aan zijn zoon Fernando ‘el Católico’ schonk, totdat hij het in 1469 weer aan zijn legitieme zoon Alfonso de Aragón y Escobar schonk, hertog van Villahermosa, tevens Alfonso VI de Ribagorza (1469-1485).

Valle de Bielsa, dat in het Aragonees de Valle de Pineta (Vallei van Pineta) wordt genoemd.

 

Het bestuur van het graafschap

De inwoners Ribagorzan waren geen vazallen van de graaf, maar leenmannen (ik denk dat horige . In patrimoniale aangelegenheden werden ze bestuurd door plaatselijke gebruiken, die sterk leken op die van het graafschap Pallars, of door de Fuero de Aragón; die als taal het gewone alledaagse Aragonese Ribagorzano gebruiktel, zelfs in gebieden waar tegenwoordig Castiliaans wordt gesproken, en altijd een beroep deden op de Aragonese wet bij openbare akten.

Het graafschap werd bestuurd door de Consejo General (Algemene Raad) van Ribagorza, bestaande uit procuratoren van alle plaatsen en steden, die bijeenkwamen op de dag van San Vincent martín (22 januari) in Benabarre.

Vidal Mayor (eind 13e eeuw). Romantische versie van de Aragonese wetten. (Eerste compilatie van het Handvest van Aragon, gemaakt door de bisschop van Huesca Vidal de Canellas in 1247).

Tot 1149 was het graafschap Ribagorza afhankelijk van drie kerkelijke gebieden: de bisschopszetel van Roda en de vrijgestelde rechtsgebieden van de koninklijke kloosters van Alaon en San Victorian. Tot het midden van de 12e eeuw beschermde Roda en nam het de jurisdictie van Lérida over. In 1096, terwijl de zetel in Roda bleef, werd het bisdom verplaatst naar Barbastro. In 1149 werd de zetel van Roda afgeschaft, waardoor de jurisdictie werd teruggegeven aan het bisdom van Lérida en de gebieden van Rotenses werden verdeeld over de jurisdicties van Barbastro en Lérida. In 1571 werden  Ribagorza(anse) gebieden die onder de jurisdictie van Lleida vielen (de Ésera-vallei, een groot deel van de Isábena-vallei en het land van Cinca ten noorden van Monzón) geïntegreerd in het bisdom Barbastro.

In de 16e eeuw omvatte het graafschap Ribagorza het grondgebied dat zich uitstrekt van Benasque tot Monzón aan de rivier de Cinca en de open ruimten van Ráfales ten zuiden van Altorricón en Binéfar, volgens een document dat aan het einde van de 16e eeuw in Zaragoza werd gedrukt en waarin een inventaris en een beschrijving wordt gemaakt van elk van de dorpen die het graafschap Ribagorza vormden en waarin wordt vermeld dat de graaf zijn eigen jurisdictie had, overeenkomstig de geschillen met de justitie van Aragón.

Evenzo botsten de macht van elk burgerlijke jurisdictie soms met de bisschop van Lleida, die meer dan honderd parochies had op Aragonese grondgebied, die ongeveer samenvielen met de grens die op de rechteroever van de rivier Noguera Ribagorzana. Steden als Albelda, Altorricón en andere steden die deel uitmaakte van het graafschap verdwenen. In het gastenboek dat na het Concilie van Trente uitkwam staat precies vermeld hoeveel belasting iedere Aragonese parochie verschuldigd was aan het bisdom Lérida.

 

De opstanden en de interventie van Felipe II

Portret van Fernanado de Gurrea y Aragón (1546 – 1592, Hertog van Villahermosa en Graaf van Ribagorza.

Tijdens de regering van graaf Martín de Gurrea y Aragón (1550-1578) waren er onafgebroken opstanden in het graafschap omdat veel Ribagorzanen over wilden gaan tot koninklijke heerschappij. In 1554 verklaarden de advocaten van het hof van Felipe II het uitsterven van het leengoed, maar het hof van de Hoge Raad van Aragón verdedigde de rechten van de graaf. Na de opstand van Benabarre (1578), in het geheim geholpen door het koninklijk hof, nam Martín de Gurrea y Aragón ontslag ten gunste van zijn zoon Fernando II de Ribagorza, die in 1587 een nieuwe opstand in Benabarre versloeg, maar de Ribagorzanen zetten de opstand voort met de hulp van Catalaanse bandieten en met de steun van de graaf van Chinchón, algemeen penningmeester van de Raad van Aragón (Consejo de Aragón)en vijand van de Villahermosa.

Deze opstanden, die leidden tot een burgeroorlog in het graafschap tussen aanhangers van de graaf en aanhangers van de koning, vielen samen met de omwentelingen in Aragón. In 1591 dwong Felipe II, om de orde te herstellen, graaf Ferdinand om ontslag te nemen in ruil voor financiële compensatie en keerde het graafschap terug naar de Kroon.

 

Het einde van het graafschap

In 1633 verleende Felipe IV aan Graus een tweede gerechtigheid van Ribagorza, met een aparte bevoegdheid van Benabarre.

Tijdens de Aragonese opstand tegen Felipe IV voegde de hele Ribagorza zich bij de Aragonese opstand totdat het Aragonese leger definitief werd verslagen in Fraga door de troepen van Felipe IV, die toen de Ribagorza, de Litera en Lérida bezetten.

Bij het uitbreken van de Successieoorlog in 1705 verklaarde het graafschap Ribagorza zich, net als andere delen van Aragon, ten gunste van Aartshertog Carlos, terwijl de rest van Aragón nog in handen van Felipe V was. Met de Decreten van Nueva Planta werd Ribagorza een district van Aragón en viel daarmee onder de jurisdictie van een magistraat, dat later, in 1834, toen de nieuwe provincie Huesca werd opgericht, het gerechtelijk arrondissement van Benabarre werd.

 

Graven Ribagorza


Dynastie van Ribagorza

Ramón I de Ribagorza y ​​Pallars (872-920) (graaf van Ribagorza y ​​Pallars)
Bernardo Unifredo (920-950 / 955)
Ramón II de Ribagorza (950 / 955-970)
Unifredo de Ribagorza (970-979)
Arnaldo de Ribagorza (979-990)
Isarno de Ribagorza (990-1003)
Toda de Ribagorza (1003-1010)
Guillermo de Ribagorza (1010-1017) verdeelde het graafschap met

Mayor de Ribagorza (1010-1025)

In 1017 deed koning Sancho Garcés III van Pamplona een beroep op de dynastieke rechten van zijn vrouw Muniadona van Castilla en nam het overeenkomstige deel van Guillermo de Ribagorza over.

In het andere deel van het graafschap verbleven Mayor García en haar man, graaf Ramon III de Pallars Jussá. Maar rond 1020 werd de Mayor afgewezen en behield hij posities in de vallei van Sos, totdat hij rond 1025 afstand deed van zijn rechten aan de koning van Pamplona. Van zijn kant bleef Ramón III de Pallars Jussá in het stroomgebied van de rivier Noguera-Ribagorzana en sloot zich aan bij zijn graafschap Pallars.

– Annexatie bij het Koninkrijk Pamplona door koning Sancho III van Navarra (1017-1035)
Gonzalo I de Ribagorza (1035-1043) (graaf van Sobrarbe en Ribagorza)

 

Koningen van Aragón

Ramiro I. 13e eeuwse miniatuur van Jaca. (Huesca, Aragon, Spanje)

Met Ramiro I werd het graafschap onderdeel van Koninkrijk van Aragon.

Ramiro I de Aragón (1043-1063) (Koning van Aragón, Sobrarbe en Ribagorza)
Sancho Ramírez de Aragón (1063-1085) (Koning van Aragón en Pamplona)
Pedro I de Aragón (1085-1104) (pachter van Ribagorza en Sobrarbe; uit 1094: koning van Aragón en Pamplona)
Alfonso I de Aragón (1104-1134) (Koning van Aragón en Pamplona)
Ramiro II de Aragón (1134-1137) (Koning van Aragón)
Ramón Berenguer IV van Barcelona (1137-1162) (graaf van Barcelona, ​​Gerona, Osona en Cerdaña, en prins van Aragón, Sobrarbe en Ribagorza)
Alfonso II de Aragón (1162-1196) (koning van Aragón, graaf van Barcelona en markies van de Provence)
Pedro II de Aragón (1196-1213) (koning van Aragón, graaf van Barcelona en heer van Montpellier)
Jaime I de Aragón (1213-1276) (koning van Aragón, Mallorca en Valencia, graaf van Barcelona en heer van Montpellier)
Pedro III de Aragón (1276-1285) (koning van Aragón, Valencia en Sicilië, en graaf van Barcelona)
Alfonso III den Aragón (1285-1291) (koning van Aragón, Valencia en graaf van Barcelona)
Jaime II de Aragón (1291-1322) (koning van Aragón, Valencia en Sicilië, en graaf van Barcelona)

Koning Jaime verleende het graafschap aan zijn zoon, prins Pedro…

 

Tweede dynastie van Ribagorza

Pedro IV de Ribagorza (1322-1381) (graaf van Ribagorza, Ampurias (1325-1341) en Prades (1341-1381))
Alfonso IV de Ribagorza (1381-1412)
Alfonso V de Ribagorza (1412-1425)

Toen hij kinderloos stierf, keerde het graafschap terug naar de Kroon van Aragon…

 

Koningen van Aragón

Juan II de Aragón, met de titel van Juan I van Ribagorza (1425-1458)
Fernando II de Aragón (1458-1469)

Op die laatste datum verleende koning Juan het graafschap aan zijn onwettige zoon Alonso of Alfonso de Aragón, el Maestre.

 

Dynastie van koningen van Aragón en hertogen van Villahermosa

Alfonso VI de Ribagorza (1469-1485) (hertog van Villahermosa en graaf van Ribagorza)
Juan II de Ribagorza (1485-1512) (hertog van Villahermosa en graaf van Ribagorza)
Alfonso VII de Ribagorza (1512-1533) (hertog van Villahermosa en graaf van Ribagorza)
Martín de Gurrea y Aragón (1533-1565) (hertog van Villahermosa en graaf van Ribagorza)
Juan Alfonso I de Ribagorza (1565-1573)
Martín de Gurrea y Aragón (1573-1581) (hertog van Villahermosa en graaf van Ribagorza)
Fernando II de Ribagorza (1581-1592) (hertog van Villahermosa en graaf van Ribagorza)
Francisco I de Ribagorza (1592-1598) (hertog van Villahermosa en graaf van Ribagorza)

Het graafschap ging over naar koning Felipe II de España

 

Heilige van het graafschap


Als patroonheilige van het graafschap Ribagorza is op een 16e-eeuwse gravure in Zaragoza de San Medardo Obripo te zien, die in tijden van droogte wordt erkend als een voorspreker om te smeken om regen. San Medardo is nog steeds de beschermheilige van Benabarre.

 

 

Verwant aan dit onderwerp:

Marca de Hispánica
Graafschap van Sobrarbe

Graafschap van Aragón

Naar boven
Spaanse Verhalen. spaanseverhalen.com
Laatst bijgewerkt 2020-10-19

Bronvermeldingen

{{anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Condado de Ribagorza| oldid=128083212| datum=20201013}}
{{anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Unifredo de Ribagorza| oldid=123767158| datum=20201015}}
{{anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Arnaldo de Ribagorza| oldid=123767159| datum=20201015}}
{{anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Isarno de Ribagorza| oldid=123767161| datum=20201015}}
{{anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Toda de Ribagorza| oldid=127254056| datum=20201015}}
{{anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Pedro de Aragón y Anjou| oldid=129896863| datum=20201016}}
{{anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Anexo:Condes de Ribagorza| oldid=108693634| datum=20201017}}
{{Nederlandstalige Wikipedia|taal=nl|titel=Sunifried| oldid=56402639| datum=20201014}}
{{Nederlandstalige Wikipedia|taal=nl|titel=Graafschap Toulouse| oldid=55208266| datum=20201014}}
{{Nederlandstalige Wikipedia|taal=nl|titel=Bernard van Toulouse| oldid=55139507| datum=20201014}}
{{Nederlandstalige Wikipedia|taal=nl|titel=Saracenen| oldid=55796364| datum=20201015}}

Foto’s gelicenseerd onder  Wikimedia Creative Commons: CC BY 2.0 , CC BY 2.5 , CC BY-SA 2.0 , CC BY-SA 3.0 , CC BY-SA 4.0, CC0 1.0 of Publiek Domein
Coralma*, is eigen werk dat u terug kunt vinden als een CC BY-SA 4.0 file in Wikipedia Commons.A

Graafschap Ribagorza. Auteur – GFDL
Romaanse brug (13e eeuw) over de rivier Isábena, in de buurt van Capella (Huesca). Auteur Carlosky
Willem met de Hoorn ook wel Willem met de Korte Neus of Willen van Aquitanië genoemd. Auteur Antonio de Pereda
Ramiro I. 13e eeuwse miniatuur van Jaca. (Huesca, Aragon, Spanje)
Valle de Bielsa, dat in het Aragonees de Valle de Pineta (Vallei van Pineta) wordt genoemd. Auteur Basotxerri.
Video Feodalisme (You Tube) Auteur – Joost van Oort – JORTgeschiedenis

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.