Astures/Asturia


De Astures en het gebied Asturia (6e eeuw v.Chr.)

Op dit kaartje van het noordwesten van Spanje zien we dat Astures groen ingekleurd is en dat het veel groter is dan het huidige Asturias. In de tijd van Asturures reikte het tot de rivier de Duero.
Locatie Astures.

De Asturiërs (Astur in het Latijn) waren een groep Keltische en pre-Keltische volkeren die het noordwesten van het Iberisch schiereiland bewoonden en wier grondgebied ruwweg bestond uit de autonome gemeenschap Asturias, de provincie León ten westen van de rivier de Esla en die van Zamora ten noorden van de Duero en ten westen van de Esla, alsmede het oostelijk deel van Lugo en Orense en een deel van het Portugese district Bragança, dat alles Asturia werd genoemd.

Gegevens
Entiteit Volk
Land/Gebied Noordwestelijk deel van het Iberisch schiereiland (naast de huidige provincie Galicía, en Portugal)
Taal Keltisch en Lusitanisch
Bewoners (in de 1ste eeuw) 240.000 vrije inwoners (volgens het Iberisch schiereiland)
Gesticht 6e eeuw v.Chr.
Momenteel corresponderend met Asturias, León, deel van Zamora, Ourense en Lugo, en het noordoosten van Portugal
Aangrenzende volkeren Galiacos (westen), Cántabros (oosten), Vacceos (oosten en zuidoosten), Vetones (zuiden)

Wat u interesseert:

Talen die, op het Iberisch schiereiland in 300 v. Chr. werden gesproken.

Men neemt aan dat de oorsprong en de vorming van deze cultuur ligt in de vermenging van een inheemse bevolking, waarvan de oorsprong niet erg duidelijk is, met bevolkingsgroepen die uit Midden-Europa zijn gekomen. De sociaal-culturele identiteit van deze groep lijkt echter niet duidelijk te zijn en de meeste onderzoekers zijn geneigd te denken dat de naam “Astures” een naam is die door de Romeinen, bij hun aankomst in dit gebied, werd gebruikt omdat dit volk, althans een deel van hen, langs de rivier de Astura in het noordwesten van het schiereiland woonde.

Het zouden groepen van plaatselijke gemeenschappen zijn geweest, ingedeeld en georganiseerd door de valleien en kleinere eenheden van het grondgebied waarin zij leefden. Dit kan worden bevestigd door de eigenaardigheden van de aardewerkversieringen uit de IJzertijd, die wijzen op regionale bijzonderheden. Ondanks de twijfelachtige taalkundige verwantschap is er een duidelijke aanwezigheid van termen die verband houden met de Keltische Indo-Europese groep.

Op deze foto zien we de archeologen aan het werk. De basis van de muren zijn blootgelegd. dat de rest van de muren ontbreekt is vrij normaal. De stenen van oude gebouwen werden veelal gebruikt om nieuwe woningen me te bouwen, een vorm van recycling.
Opgravingen in het heuvelfort van San Chuis (Pola de Allande).

Via klassieke teksten kennen we enkele van hun stammen, zoals de Pesicos, de Tiburos en de Gigurros. Hun buren waren de Galaicos, de Cántabros en de Vacceos. Sommige kenmerken van de Astures zijn bewaard gebleven, zoals het dichte en verspreide nederzettingssysteem op basis van zelfvoorzienende dorpen, de collectieve exploitatie van de grond en de gemeenschappelijke tradities. Deze collectieve exploitatie houdt niet alleen in dat het land door de dorpsbewoners gezamenlijk werd bewerkt, maar dat ook de opbrengst van het land gelijk (eerlijk) verdeeld werd onder de bewoners van het dorp.

Localisatie


Het grondgebied van de Astures, dat in het noordwesten van het Iberisch schiereiland lag, bezetten hoofdzakelijk de huidige provincies León en een groot deel van Zamora, de oostelijke uiteinden van Lugo en Orense in Galicia, het grootste deel van het Prinsdom Asturias, vanaf de rivier de Sella in het oosten, waar zij grensden aan het gebied van de Cantabros, tot de rivier de Navia in het westen, waar zij grensden aan de Albionen, en het gebied van Trás-os-Montes in het district Bragança (Portugal).

Hun twee voornaamste centra (oppidum) waren Noega, bij Gijón, en Lancia, in de gemeente Villasabariego, op enkele kilometers van León, zoals Dion Cassius vermeldt.

Klassieke bronnen

De Astures worden in de klassieke bronnen herhaaldelijk genoemd.

De eerste was Strabo:

    “Aan de oostzijde grenzen de Kallaikoi aan de Astoures en de Iberiërs, en de anderen [Karpaten, Vetonen en Vacceanen] aan de Keltiberiërs”.
                                                                                                                                                        (Strabo, Geographia III, 4, 12.)

Florus is degene die in zijn Epitome rerum romanarum verteld over de militaire expeditie van Junius Brutus in 138-136 v.Chr.:

    In het westen werd bijna geheel Hispania gepacificeerd, behalve het gebied grenzend aan de Citerior Oceaan en de bergen aan het eind van de Pyreneeën. Hier woonden twee zeer sterke volkeren, de Cantabros en de Astures, die nog niet waren onderworpen.

Plinius de Oudere vermeldt enkele van hun stammen:

    Na hen (de Cantabros) komen de tweeëntwintig volken van de Astures, verdeeld in Augustanos en Transmontanos, met Asturica, een prachtige stad: onder hen zijn de Gigurros, de Pésicos, de Lancienses en de Zelas.
                                                                                                                                                       Historia Natural, III, 28.

Later vermeldt ook de heilige Isidore ze in zijn werken:

    Astures, volk van Hispania, zo genoemd omdat zij omringd zijn door de rivier Esla (Astura), leven beschermd door hun weelderige bossen en heuvels en wouden.

Etymologie


Het waarschijnlijk zo dat in eerste instantie de etnische naam Astures, Estures of Stures oorspronkelijk een van de vele volkeren aanduidde die door cultureel verwantschap de stam van de Astures vormden, en men later, bij uitbreiding, deze als groep volkeren is gaan aanduiden, zoals bij de Galaicos (Galiciërs) is gebeurd met de Kallaekos.

Een kaart van het Iberisch schiereiland met daarop aangegeven alle taalfamilies van vóór de Romanisering. De Iberische volkeren in het oosten en zuiden, violet kleurig en in het midden en Noorden van het schiereiland de Keltische volkeren (groen).
Taalfamilies van het Iberisch Schiereiland vóór de Romanisering:  C1: Galaicos / C2b: Brácaros / C3: Cántabros / C4: Astures / C5: Vacceos / C6: Turmogos / C7: Autrigones-Caristios / C8: Várdulos / C9: Berones / C10: Pelendones / C11: Belos / C12: Lusones / C13: Titos / C14: Olcades / C15: Arévacos / C16: Carpetanos / C17: Vetones / C18-C19: Célticos / C20: Conios / L1: Lusitanos / I1: Ceretanos / I2: Ilergetes / I3: Lacetanos / I4: Indigetes / I5: Layetanos / I6: Ilercavones / I7: Sedetanos / I8: Edetanos / I9: Contestanos / I10: Oretanos / I11: Bastetanos / I12: Turdetanos / G21: Galos / G1: Griegos / P1: Fenicios/Cartagineses / B1: Bereberes.

In ieder geval lijkt er geen twijfel over te bestaan dat de Astures hun naam hebben gekregen omdat zij de oevers van de rivier Astura (Esla) bewoonden. Volgens de etymologie stamt Astura af van de wortel Steu-r (dat breed of verbreed betekend), die, wanneer toegepast op een rivierstroom, de betekenis zou hebben van “moeilijke doorgang (moeilijke overtocht)”. Behalve dat het een geschikt bijvoeglijk naamwoord is om de belangrijkste rivier in het Asturische gebied aan te duiden, levert het ook geen taalkundige bezwaren op.

Dezelfde wortel is bewaard gebleven in het Sanskriet Sthura (breed, dicht), het Avestische Stura (breed, uitgestrekt), het Germaanse Stur (breed), en het IJslandse Stura, en de verschillende vormen van het Duitse en Angelsaksische Stieren, Stiuri, Stiura, Stiure, Steuer, Steor, enz. Hoewel woorden die van deze stam zijn afgeleid niet gemakkelijk te vinden zijn in de moderne Keltische talen, moet ze in het Gallisch algemeen in gebruik zijn geweest, gezien het aantal geregistreerde hydronymen: in Bretagne vermeldt Plinius de Oudere Stur en een Sturia aan de monding van de Elbe (dit is waarschijnlijk een vertaalfout want de rivier de Elbe ligt in Duitsland. Welke rivier hier nu bedoeld wordt is mij niet duidelijk daar er in Bretagne verscheidene rivieren zijn met hele brede mondingen. En dat Bretagne verkeerd vertaald zou zijn lijkt me onwaarschijnlijk want de Romeinen hadden in die tijd niet zoveel kennis van het gebied rond de Elbe).

Tegenwoordig zijn er drie rivieren, de Stour in Kent, Suffolk en Dorset (in de oudheid bekend onder de naam Stura) en een andere Stura in Cisalpijns Gallië (Italië), een zijrivier van de Po, alsmede de Esla (Astura) en de Astuera (voorheen Sturia) in de gemeente Colunga (Asturias). Ze zijn allemaal het resultaat van de natuurlijke evolutie in het Keltisch, dat de tweeklank -eu eerst omzet in -ou en dan in -u (Teutates > Touta > Tutatis).

Wat de naam zelf betreft, wordt van oudsher de vorm Astures gebruikt, terwijl José Luis Moralejo (filoloog, Latijn-vertaler) in 1977 een studie publiceerde waarin hij betoogde dat de juiste uitspraak van de term zou zijn de klemtoon op de eerste lettergreep te leggen: volgens hem zouden we dan ástur, ástura en ástures hebben.

Geschiedenis


Op deze afbeelding zien we de Romeinse militaire operaties (bewegingen) uitgevoerd tijdens de Cantabrische oorlogen tegen de Cantabros en de Astures. De paarse pijl laat de Campagne va Decimus Junius Brutus Callaicus in het jaar 137 v.Chr. zien. De gele pijl laat de campagne van Kulius Ceasar zien in het jaar 61 v.Chr. De groene pijlen  laten de campagne van 26 v.Chr zien. En de rode pijlen laten de campagne van het jaar 25 v.Chr. zien
Romeinse militaire operaties uitgevoerd tijdens de Cantabrische oorlogen.

Het begin van deze cultuur wordt gedateerd in de 6e eeuw v. Chr. en kan volgens Avieno in verband worden gebracht met de confrontatie tussen de Oestrimnios en de Saefes. De Saefen waren het eerste Keltische volk dat in de 11e eeuw v. Chr. in Galicia aankwam en het daar verblijvende Oestrimnische volk onderwierp, maar dit laatste heeft het eerste vooral beïnvloed op het gebied van de godsdienst, de politieke organisatie en de maritieme betrekkingen met Bretagne en Ierland. Hun oorlogszuchtige karakter bracht Strabo ertoe te zeggen dat zij het moeilijkst te verslaan waren in heel Lusitania.

Sociaal-politieke organisatie

Stammen

Romeinse auteurs zoals Plinius de Oudere en Pomponius Mela en Griekse auteurs zoals Strabo spreken van twee hoofdgroepen die door het Cantabrisch gebergte worden gescheiden: de Astures Augustanos (of Cismontische), met hun hoofdstad Asturica Augusta(Astorga, León), waarvan de heerschappij zich tot aan de Duero uitstrekte, en de Astures Transmontanos, die zich tussen de rivier de Sella en de Navia bevonden.

Plinius de Oudere noemt 22 steden in het Convento Asturicense (zie onder) en een bevolking van ongeveer 240.000 mensen. Ptolemaeus van zijn kant spreekt van 21 steden en 10 dorpen.

Transmontanos
  • Pésicos: zij woonden in de westelijke regio van Asturias, tussen de rivieren Nalón (Nailos of Melsos) en Eo, grenzend aan de Galaicos (Galiciërs) en Cibarcos in het westen, de Luggones in het oosten en de Astures Cismontanos in het zuiden, in de tegenwoordige Leónese comarcas Babia, Omaña en Laciana. Hun belangrijkste nederzetting was in Flavionavia (bij het huidige Santianes de Pravia).
  • Luggones : zij bewoonden het gebied tussen de Nalón (Nailos) en de Sella (Salia), een grensgebied met de Cantabriërs. In dit gebied zijn twee epigrafieën bewaard gebleven: die van de Luggones Arganticaenos, in Grases (Villaviciosa), en de inscriptie Asturu(m) et Luggonu(m) (het toponiem Lugones is nog steeds ongewijzigd bewaard gebleven in de stad met die naam die in de buurt van Oviedo ligt).
    • Ablaidacos: clan van de Luggones, in Piloña.
    • Abilicos: clan van de Luggones, in Castandiello, Morcín.
    • Agubrigensen
    • Arganticaenos: clan van de Luggones, in Argandenes, Piloña.
    • Argantorio’s
    • Arronidaecos
    • Cabranginos
    • Cadabros
    • Cilaridos of Oilaridos: clan in Oles, Villaviciosa.
    • Cilúrnigos: clan van de Luggones, zij bewoonden het gebied waar Campa Torres ligt, waar zich de castro van Noega bevindt.
    • Coliacino’s
    • Ratio’s
    • Vincianos
    • Viromenigos
  • Penios: zij bezetten het kustgebied ten oosten van de rivier de Sella (Salia), een gebied dat grenst aan de Luggon en de Orogenomescos.
    • Quetianen
    • Caelionicaecos
Kaart van de locatie van de Astures Transmontanos waarover de huidige grens van Asturias is gelegd, en dan zien we dat dit aardig overeenkomt met het Astures Transmontanos.
Kaart van de locatie van de Astures Transmontanos.
Augustanos
  • Amacos (Amaci): zij bewoonden het centrale gebied van León, tussen de rivieren Tuerto en Órbigo. Volgens klassieke bronnen was hun hoofdstad Asturica, het huidige Astorga.
  • Beduniërs of Bedunianen: gelegen ten noorden van de Brigaecinos, hun belangrijkste nederzetting was Bedunia of Bedunium, in San Martín de Torres, bij La Bañeza.
  • Brigaecinos of Brigantinos: gelegen ten noorden van Brigaecium (Fuentes de Ropel of Benavente), de belangrijkste stad, die tijdens het bellum asturicum wordt genoemd. Volgens verschillende auteurs heeft hun verraad aan de rest van de Asturische volkeren een belangrijke rol gespeeld in de overwinning van Rome.
  • Cabruagénigos (Cabruagenigorum): hoewel er geen specifieke informatie beschikbaar is, is het zeer waarschijnlijk dat zij de oorsprong hebben gevormd van de huidige regio La Cabrera, in het zuidwesten van León, zowel wat de plaatsnamen als wat de cultuur betreft. Deze stam was verwant aan de Zoelas, maar hoewel zij een eigen gens vormde, behoorden beide stammen tot de Civitas Zoelarum, waarin de Zoelas gens overheerste.
  • Gigurros (Gigurri): gelegen naast de Alto Sil, bezetten zij het oostelijke deel van wat nu Orense is (regio Valdeorras) en het zuidwestelijke deel van El Bierzo, in wat nu León is, tussen de rivieren Bibey en Cabrera. Hun belangrijkste nederzetting was Forum Gigurrorum.
  • Iburros: gelegen tussen de provincies Orense en Zamora.
  • Lancienses: gelegen in het oostelijk deel van de provincie León, zeer dicht bij de stad León, was hun belangrijkste nederzetting Lancia, naast wat nu Villasabariego is. De nederlaag van Lancia, gelegen op vlak land, betekende niet het einde van de Cantabrische oorlogen, want de Astures en Cántabros trokken zich terug naar het ruige terrein van het noorden, waar zij hun echte weerstand boden aan de Romeinen.
  • Lougueos (Lougei): gelegen in het gebied van Los Ancares, in El Bierzo (León), ten oosten van Lugo en ten westen van de rivier Burbia.
  • Luggones (Luggoni): met een aanwezigheid in de vallei van de rivier Duerna, begrensden Castrocalbón en Santa Colomba de la Vega het grondgebied van de Cohors IV Gallorum ten opzichte van de stad van de Luggones.
  • Orniacs: zij bewoonden het stroomgebied van de rivier Duerna ten zuiden van Astorga, tussen de Zoelas, Bedunienses en Lancienses. Hun centrum was Intercatia, dat ergens in Villamotán de la Valduerna was gevestigd.
  • Saelinos (Saelini), Selmas of Selmares: zij bezetten het gebied rond de haven van Pajares, met Nardirium als hun hoofdstad.
  • Superatios (Superati): gelegen in het noordelijk deel van de provincie Zamora. De belangrijkste kern was Petavonium (Rosinos de Vidrales).
  • Susarros: gelegen op de rechteroever van de rivier Sil bij de doorgang door Paemeiobriga (Bembibre). Zij worden genoemd in het Bronce de Bembibre en werden door keizer Augustus beloond voor hun trouw.
  • Tiburos (Tiburi): gelegen in de regio van Puebla de Trives (Orense), de hoofdstad zou Nemetobriga zijn.
  • Zoelas (Zoelae): grenzend aan de Galaicos (Galiciërs), bewoonden zij het huidige grensgebied tussen Zamora en Trás-os-Montes (Portugal), met hun centrum te Curunda.

Levenswijze

Samenleving

Volgens de klassieke auteurs was de familiestructuur matrilineair, waarbij de vrouw erfde en de eigenares was. Strabo vertelt ons dat bij de Astures de man de vrouw begunstigde, de dochters erfden en dat zij degenen waren die hun broers vrouwen schonken. Deze kenmerken, die als uitingen van het matriarchaat worden beschouwd, zijn tot voor kort op Asturisch grondgebied bewaard gebleven, zoals het gebruik van de covada, waarbij de vrouw beviel en verder ging met haar dagelijkse bezigheden, terwijl de man in bed bleef om voor het pasgeboren kind te zorgen.

Een romeinse grenssteen, die territoria afbakende, Militaire gebieden, gebieden waar wel of geen belasting betaald werd. De steen is gevonden in Santa Colomba de la Vega, nu in het Museum van León, waarvan de tekst luidt. EX AVCTORITAT/E TI(berii) CLAVDII CAES/ARIS AVG(usti) GER/MANICI TER/MINVS PRATO/RVM COH(ors) IIII G(allorum)/ INTER COH(ortem) IIII/ GALL(orum) ET CIVITATE/M BEDVNIEN/SIVM.
Terminus Augustalis die de prata van de Cohors IV Gallorum afbakende met het grondgebied van de stad Bedunia, gemaakt in 41-42 onder Claudius. Castrocalbón (León).
  Alle hooglanders leven een eenvoudig leven, drinken water, slapen op de grond en dragen hun haar lang zoals de vrouwen…. Ze nuttigen hun maaltijden zittend, op stenen banken rond de muur. Het eten wordt opgediend in een cirkel. Tijdens de borrel dansen ze op een rad, begeleid door fluit en bugel of ook door te springen en kniebuigingen te maken…. Iedereen draagt meestal zwarte mantels en slaapt daarin gewikkeld op rietjes. De vrouwen dragen rouwgewaden en jurken met bloemenversieringen. Ze gebruiken houten vaten, zoals de Kelten…, ze gooien ter dood veroordeelden van de klippen, en zij die vadermoord plegen worden gestenigd buiten de stad of de buitenwijken…. Zij zetten de zieken aan de kant van de weg, zoals de Egyptenaren vroeger deden, om reizigers te raadplegen die aan een soortgelijke kwaal hadden geleden. Hun zout is roodachtig, maar wanneer het geplet wordt, wordt het wit. Dat is het leven van de bergbewoners, dat wil zeggen, zoals ik al zei, van de volkeren die de noordkant van Iberië bewonen: de Galaicos en Asturos en Cántabros tot aan de Vascones en de Pyreneeën. Want het leven van hen allen is identiek …. Het onbeschaafde en woeste karakter van deze volkeren wordt niet alleen verklaard door hun oorlogszuchtige leven, maar ook door hun afgelegen locatie…. Ook het grondgebied van sommigen van hen, met zijn armoede en bergen, moet hun gebrek aan cultuur hebben versterkt. Niemand zal zeggen dat zij die zich wassen met urine, die in kruiken wordt bewaard en waarmee zij en hun vrouwen hun tanden inzepen, schoon leven, zoals ook wordt gezegd van de Cantabriërs en hun buren. Dit en slapen op de grond is typisch voor zowel de Iberiërs als de Kelten.

 

                                                                                                                     Strabo. Geografía, 3, 3, 7 y 8.

Zij droegen nauwsluitende sayo, wat een algemeen gebruik was bij alle Cantabrische stammen. Om ze te maken, gebruikten ze de zwarte wol van het xalda-schaap, een inheems ras. De vrouwen versierden ze met kleurige plantenstoffen. Ondertussen was hun schoeisel vergelijkbaar met de huidige “madreñas“. Zij hadden een grote kennis van de natuurlijke omgeving en gebruikten geneeskrachtige planten.

Zij gebruikten genaaide lederen boten waarvan alleen de kiel van hout was, vergelijkbaar met die welke door de Galaicos, Lusitanos, Irlandeses (Ieren), Bretones (Bretonennen) en Sajones (Saksen) werden gebruikt.

Economie

De Astures leefden van de veeteelt en de landbouw, die zij op niet-intensieve wijze beoefenden. Het nam een minder belangrijke plaats in, in hun leven. In de pre-Romeinse tijd was de ingezaaide grond schaars. Uit deze gewassen haalden zij gerst, waarvan zij bier brouwden, alsmede primitieve tarwesoorten (zoals spelt) en vlas. Door de schaarste van hun landbouwproductie en hun sterke krijgshaftigheid, deden zij veelvuldig invallen in het land van de Vacceos, die een hoogontwikkelde landbouw hadden. Gedurende een groot deel van het jaar gebruikten zij de llande als hun hoofdvoedsel en droogden en maalden zij het om van het meel brood te maken, dat lange tijd bewaard bleef.

Op het grondgebied van Asturias zijn bewijzen van handelscontacten met de Atlantische gebieden (uit de oudheid) gevonden, gebaseerd op de exploitatie van minerale rijkdommen. Dit bevorderde de vorming van krijgshaftige elites die deze handel op grote schaal beheersten. Hun dorpen waren zelfvoorzienend, voorzagen zichzelf van landbouwgrondstoffen en produceerden de industrieprodukten die zij nodig hadden.

Huisvesting

Aanvankelijk (7e eeuw v. Chr.) bestonden de nederzettingen uit groepen woningen van plantaardig materiaal, en later (500-100 v. Chr.) verschenen er ronde stenen huizen, muren en verdedigingswerken. Tenslotte werd de habitat georganiseerd in de versterkte nederzettingen, gelegen op strategische plaatsen, ommuurd en met slotgrachten.

Op deze afbeelding van het Lago de Valle (Someido), zien we naast het meer een reconstructie van de welbekende Teitos. Niet heel anders dan de huizen van het oude Astures. De muur van het huisis vrij laag daarentegen heeft het een hoog rieten dak.
Afbeelding van het Lago de Valle (Someido), waarop de welbekende Teitos te zien zijn. Niet heel anders dan de huizen van het oude Astures.

De hutten waren rond (zoals in Campa Torres (archeologisch park) en het heuvelfort Castiellu de Llagú) of ellipsvormig zonder hoeken (zoals in Picu Castiellu de Moriyón), met een begroeid dak dat werd ondersteund zonder binnenzuilen. De hutten stonden opeengepakt, waardoor smalle, onbegaanbare straten ontstonden. Net als de woningen die in Wales (zoals in Castell Henllys en St. Fagans) en Ierland (Wexford) zijn gereconstrueerd, hadden zij een stenen sokkel en muren van gevlochten, met modder bedekte stokken waarop een of andere vorm van isolatie zou zijn aangebracht.

De woningen werden rechthoekiger naarmate men meer naar het oosten trok en de invloeden uit Midden-Europa en het Middellandse-Zeegebied sterker werden. De Keltiberische invloeden ondervonden enige weerstand in het gebied, waardoor de Astures zich meer naar de westelijke en noordelijke streken verspreidde waarmee zij hetzelfde sociale en economische substraat deelden, maar dit proces werd onderbroken met de komst van Rome.

Krijgers
Op deze foto zien we iemand een demonstratie geven hoe men een speer (ook wel dart genoemd) met een speerwerper (ook wel atlati genoemd) werpt.
Het gooien van een speer met behulp van een speerwerper (atlati).

Een volk met een sterk krijgerskarakter, vertrouwden zij op de werpspeer als hun voornaamste wapen. Zij gebruikten een schild of caetra, zowel klein als groot. Zij gebruikten ook een dolk, een kort zwaard, een tweesnijdende bijl, een ringbijl, een speer met een buisvormig handvat, een massieve armband met ingekerfde versiering, ringen, een slinger, alsmede de falcata, mogelijk door de invloeden van andere schiereilandvolkeren. Als elementen van persoonlijk prestige verbonden met de krijgersklasse waren de torques.

Op de foto zien we een gouden torque. Een halsband (sierraad van goud, zilver maar ook brons) die gedragen werd door Keltische, Germaanse en Noordse culturen. Het was een cirkelvormig sieraad waarvan de knoppen aan beiden uiteinden elkaar bijna raakten. Men weet nog steeds niet precies hoe het in feite om de nek werd gedaan. De enige mogelijkheid lijkt te zijn dat het rond de ledematen werd gesmeed of vastgeklonken.
Gallaecisch-Asturische gouden torque in het Nationaal Archeologisch Museum van Spanje (Madrid). Gedateerd tussen de 4e en 2e eeuw v.C. (IJzertijd II). Gevonden in Cangas de Onis (Asturias, Spanje).

Tijdens de Cantabrische oorlogen vochten zij tegen Rome in alliantie met de Cantabriërs, waarbij zij guerrillaoorlog voerden, hinderlagen uitvoerden en manoeuvreerden in nauwe valleien en steile hellingen waar zij te paard vochten. Zij waren beroemd om hun cavalerie, met hun Asturcon-paarden, en eenmaal door Rome overmeesterd, werden zij als hulptroepen gerekruteerd. Zo heeft men aan kunnen tonen dat er bij de Muur van Hadrianus twee vleugels van de Astur-cavalerie geplaatst waren. Er is ook een grafsteen gevonden in de Duitse stad Bonn, gewijd aan Pintaius, een burger van Asturia en vaandeldrager van een Romeins cohort.

Wat de archeologische vondsten betreft, bevond Asturia zich binnen de invloedssfeer van de Atlantische boog, die in de late bronstijd belangrijke handelscontacten onderhield. Een gemeenschappelijk kenmerk in het hele Atlantische gebied is de ontdekking van veel metalen stukken zonder archeologische context, deze lijken verband te houden met votiefoffers. ze worden gevonden op natuurlijke plaatsen met een sacraal karakter. Dit is het geval met zwaarden die in rivieren als de Esla of de Órbigo zijn gevonden. Vreemd genoeg werd in Paradela de Muces een karpertongzwaard gevonden, dat in een rots zou zijn vastgeklonken.

Convento Asturicense


Het Conventus Asturicense (in het Spaans), Conventus Iuridicus asturicensis, Conventus Iuridicus Asturum, of eenvoudig Conventus asturicensis (in het Latijn deze laatste drie), was een Romeins gerechtelijk onderdeel, conventus, van de provincie Tarraconensis, dat werd opgericht tussen het bewind van Augustus en Claudio. Het was een van de gebieden die door Caracalla werden opgenomen in de kortstondige provincie Nova Hispania Citerior Antoniniana, en die na de hervorming van Diocletianus deel ging uitmaken van de provincie Gallaecia. Haar hoofdstad was Asturica Augusta en zij werd geleid door een senatoriale legatus iuridicus, benoemd door de keizer maar onderworpen aan de legaat van de provincie.

De grenzen van het gebied waren ongeveer gelijk aan die van voor de Romeinen en omvatten, hoewel zij niet precies duidelijk waren, het huidige grondgebied van de Spaanse provincies León, Asturias, de westelijke helft van Zamora en de oostelijke helft van Lugo en Orense, alsmede het Portugese gebied van Tras os Montes. De naam is afgeleid van de oude nederzetting van de Astures in deze gebieden.

Asturia


Asturia is de naam die door de Romeinen werd gegeven aan het gebied ten westen van de rivier Esla (toen de rivier Astura genoemd, en waaraan dit volk zijn naam dankt), bewoond door de Astures, een Indo-Europees volk dat waarschijnlijk Keltisch sprak.

De etymologische oorsprong van Asturia schijnt te liggen in het woord dat door de bewoners van de oevers wordt gebruikt om de rivier Esla aan te duiden, Astura, waarvan de wortel Steu-r “groot, breed” betekent, zodat Asturia “land van de grote rivier” zou betekenen en Astures “de bewoners van de grote rivier”.

Na de Romeinse verovering van het gebied, met de nieuwe bestuurlijke indeling door Diocletianus, werd het het Conventum Asturicensis, met als hoofdstad Astúrica Augusta (het huidige Astorga). In de loop der tijden, in de 8e eeuw, werd het grondgebied van Asturia een koninkrijk, en later, toen het de naam Koninkrijk León aannam, besloeg het bijna het gehele noordelijke Iberische schiereiland, tot aan de Pyreneeën toe. Ongeacht de territoriale evolutie die met deze naam verbonden is, zou hij in de Spaanse taal uiteindelijk uitmonden in het woord Asturias (via het demoniem Astures), hoewel het niet precies overeenkwam met het oude Romeinse grondgebied.


Dit was een van de verhalen in de niet commerciële website spaanseverhalen.com. De verhalen in deze website zijn niet statisch, regelmatig worden de verhalen aangepast, kijk hiervoor naar deze mededeling:

      • Laatst bijgewerkt 2022-06-11

Coralma*

Spaanse Verhalen.  https://spaanseverhalen.com

Bronvermelding en referenties:
De vaak buitenlandse teksten van Wikipedia zijn beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen. Ik heb deze teksten vertaald, gemengd, en vaak aangevuld met eigen kennis en ervaring, opgedaan in de periode dat ik in Spanje woon en aan deze artikelen werk.
Ook andere bronnen zijn opgenomen, dat kunnen zaken zijn die ik, tijdens het onderzoek naar de artikelen, gelezen heb en in deze teksten verwerkt heb.

      • Spaanstalige Wikipedia|titel=Astures|paginacode=136496665| datum=20211201
      • Spaanstalige Wikipedia|titel=Convento Asturicense|paginacode=136008112| datum=20211201
      • Spaanstalige Wikipedia|titel=Asturia|paginacode=119443954| datum=20211201
      • Engelstalige Wikipedia|titel=Astures|paginacode=1041444373| datum=20211201

Deze teksten zijn beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen 3.0. CC BY-SA 3.0

Andere bronnen zijn:

Castelo Beriso / Los dioses de la hispania céltica, Url:https://books.google.es/books?id=PAHgxlrL6FIC&pg=PA291&lpg=PA291&dq=Castela+Beriso&source=bl&ots=IGPIYGxvOn&sig=ACfU3U2rtdAbVODJzBVFxNasoHMJzMUjsA&hl=nl&sa=X&ved=2ahUKEwiB4IW0icX0AhWKsRQKHVC7AGoQ6AF6BAgZEAM#v=onepage&q=Castela%20Beriso&f=false

De foto’s/afbeeldingen zijn gelicenseerd onder  Wikimedia Creative Commons: CC BY 1.0 , Naamsvermelding 2.0 Unported CC BY 2.0 , Attribution 2.0 Generic (CC BY 2.0), CC BY 2.5 , CC BY-SA 2.0 , CC BY-SA 2.5, Attribution 3.0 Unported (CC BY 3.0), CC BY-SA 3.0, CC BY-SA 4.0 , GNU-licentie voor vrije documentatie , CC0 1.0 Universal, CC BY-SA 1.0 of Publiek Domein, als u op één van de link’s hieronder klikt, krijgt u de volledige informatie van deze foto’s/afbeeldingen te zien.

Coralma*, is eigen werk dat u terug kunt vinden als een CC BY-SA 4.0 file in Wikipedia Commons, waarmee ik aangegeven heb dat u vrij bent het werk te kopiëren, te verspreiden, te verzenden en om het werk aan te passen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Hans Brongers Buitenfotografie

VOOR DAG EN DAUW IN DE NATUUR / BEFORE DAY AND DEW INTO NATURE

WordPress.com News

The latest news on WordPress.com and the WordPress community.

De niet genomen weg

Fietsen, wandelen, foto's, gedachten en meer.

%d bloggers liken dit: