Ampurias

ampurias, griekse nederzetting die later in verval raakte.

Plattegrond van de Palaiapolis (blauw, gearceerd), Neapolis (blauw) en de Romeinse geplande stad (rood)..
Gegevens
Entiteit
  Land
  Provincie
Municipium
Romeinse Keizerrijk
Girona
Officiële taal Iberisch, Grieks, Latijns
Locatie Alt Empordá
Provincie Girona
Com. aut. Cataluña
Gekoloniseerd door Phocaeanen
Oppervlakte (totaal) 25 ha.
Inwoners Oorspronkelijke bewoners (Indigetes), Grieken, Focaeanen, Romeinen
Gesticht 6e eeuw v.Chr. (door Focaeanen)
Periode ArchaÏsche periode en de Vroege middeleeuwen
Verdwenen 3e eeuw
San Martín de Ampurias (dat deel uitmaakt van de municio La Escala) is waar het momenteel mee correspondeert.
Opgravingen Vanaf 1908 tot op heden.

Wat u het meest interesseert:

Ampurias (Oudgrieks Ἐμπόριον Emporion, Latijn Emporiae) was een oude Griekse (Ionische) kolonie aan de Middellandse Zeekust. Gelegen in wat nu de Catalaanse provincie Gerona is, in het uiterste noordoosten van Spanje. Het is ontstaan uit een handelsnederzetting (Emporion) die rond 600 v. Chr. werd gesticht en een nederzetting die daaropvolgend werd gesticht. De stad Emporion (de Oud-Griekse naam), wat ‘handelsplaats’ betekend werd in 575 v.Chr. gesticht door Griekse kolonisten uit Phoacea. De uitgang van Ampurias naar de zee stond voor iedereen open, want de Iberiërs, onwetend over de scheepvaart, hielden van handel en wilden buitenlandse goederen kopen die de schepen vervoerden, en de opbrengst van hun oogst verkopen. Na de invasie van Gallië vanuit Iberia door de Carthaagse generaal Hannibal in 218 v.C. werd de stad bezet door de Romeinen (Latijn: Emporiae). In de vroege Middeleeuwen stond de stad door haar kwetsbare ligging aan de kust open voor plunderaars en werd ze verlaten.

Ampurias in de provincie Girona.

Ampurias in Spanje.

San Martín de Ampurias, het plaatsje naast het opgegraven Ampurias dat nog steeds bewoond is.

(Even terzijde) De Ioniërs, waren de tweede stamgroep van de Grieken. Hun nederzettingsgebied was voornamelijk Centraal Griekenland (Attica met Athene, Euboia). In de loop van de Ionische kolonisatie vestigden zij zich ook aan de kusten van zuidwest en westelijk Klein-Azië, mogelijk al in de 11e eeuw v.Chr. Door hun geografische ligging en militaire kracht, werd de Ionische invloed in Klein-Azië in de 7e eeuw v.Chr. zo groot, in vergelijking met andere Hellenen, dat Aziatische volkeren Griekenland kenden als Ionië. Phoacea was één van de Ionische antieke steden,  waar tegenwoordig Foça (Turkije) ligt.

De zichtbare delen zijn toegankelijk als archeologisch park met een aangrenzend museum (Museo de Arquelogía de Cataluña-Ampurias), de zogenaamde havenpier van het Griekse complex ligt direct aan een badstrand. In de oudheid bestond de stad uit drie delen, de vroegste “oude stad” (Palaiapolis) op de heuvel van San Martín de Ampurias, de Grieks-Iberische nieuwe stad (Neapolis) en de Romeinse stad. Aangezien San Martín ook in de middeleeuwen en vandaag de dag wordt bewoont, strekt de geschiedenis van de stad zich uit vanaf de ijzertijd, met een fase zonder bronnen in de vroege middeleeuwen, tot heden. De stad bloeide in de Hellenistische tijd en in de vroege Romeinse keizertijd. In de Romeinse tijd werd Ampurias door talrijke schrijvers zoals Livius, Polybios of de geograaf Strabo genoemd als een belangrijke stad en haven aan de Middellandse zeekust van Hispania.

Locatie

De ruïnes van de stad liggen op ongeveer 35 kilometer ten zuiden van de Franse grens in het district van de stad L’Escala aan de Golf van Roses in Cataluña. Zij behoren tot de belangrijkste Griekse overblijfselen in Spanje. De ruïnes van Ampurias gaven hun naam aan de regio Empordà (Ampurdán in het Spaans) en de jachthaven Ampuriabrava. Het is niet één kern, maar drie verschillende: Palaiápolis, Neapolis en de Romeinse stad. Het gebied rond de Palaiapolis (oude stad) bij het huidige San Martín de Ampurias, een voorstad van L’Escala, was toen nog een eiland in de monding van de rivier de Fluvià (Latijn Clodianus), die tegenwoordig verder naar het noorden ligt, werd gebruikt als natuurlijke haven. Strabo schatte de afstand tot de Pyreneeën op ongeveer 200 stadia.

Ampurias, de zuidelijke poort van de Neapolis.

Het eiland betreffende karakter van de Griekse handelsnederzettingen is zeer gebruikelijk in de regio, ongeveer vergelijkbaar met Massilia, het huidige Marseille aan de monding van de Rhône, of Agde aan de monding van de Hérault. Het gebied bestaat uit een verzonken vlakte waar de rivieren Ter en Fluviá doorheen stroomden en was omgeven door brak water, moerassen en rietvelden die typisch zijn voor de kust van Ampurdán. De riviermonding onder de heuvel van de Palaiapolis bood beschutting tegen stormen als een van de weinige havens aan de Spaanse oostkust.

      • Palaiapolis (in het Grieks παλαιάπολις, “oude stad”) wordt door Strabo genoemd als de stichting van de Phociërs van Masalia, die de godin Artemis van Efeze aanbaden. Deze eerste kolonie werd gevestigd op een eiland voor de kust, wat vandaag de dag San Martín de Ampurias zou zijn.
      • De term Neapolis (Grieks νεάπολις, “nieuwe stad”) is de bij de Grieken gebruikelijke term voor het groeigebied van een stad, en werd in dit geval door Puig i Cadafalch gegeven om de nederzetting aan te duiden die ten zuiden van de Paliapolis lag, reeds landinwaarts. Deze nederzetting is ontstaan als gevolg van de demografische groei die de oude stad niet kon dragen.
      • De Romeinse stad is een oud fort (presidio), gelegen op een voorgebergte verder ten westen van Neapolis. Het is een rechthoek van 750×350 meter omsloten door een muur die een stedelijk systeem bevat dat ontwikkeld is rond verschillende cardos en decumani.

Geschiedenis


Aanvankelijk vinden we in dit gebied een reeks volkeren die lijken op die van de cultuur van de urnenvelden, de Indiketes. Dit was een cultuur uit de Late Bronstijd en de 1e IJzertijd die zijn economie baseerde op zelfvoorzieningslandbouw en veeteelt. Een voorbeeld van dit type dorp is te vinden in Ullastret. Deze Indiketa nederzetting dreef later handel met de Grieken.

Phocaeïsche stadsstichting

 

De vroegste geschiedenis van de stad begint met de stichting van een handelsnederzetting bekend als Emporion door Phocaeanen uit Masilia rond 600 v.Chr. Kort na de stichting van Masilia werden andere Phocaeïsche kolonies in de regio gesticht, zoals Agde en Rhode, het huidige Roses. In 575 v.Chr. arriveerde de laatste golf van Phocaeanen. Zij stichtten geen kolonies, hun doel was vooral commercieel, bemiddelden in de handel met de Iberische gebieden in het binnenland en met de Punische steden aan de zuidkust van Spanje en op de Balearen. De economische basis van deze nederzettingen was de uitwisseling van hoogwaardige importproducten zoals metaal of aardewerk tegen landbouwproducten en ertsen uit het binnenland. Met de komst van de Grieken werden de oorspronkelijke bewoners producenten van consumptiegoederen die zij met de Hellenen ruilden voor waardevollere goederen zoals wijn. Aanvankelijk was het afhankelijk van Masalia, zoals blijkt uit het grote aantal Masalische amforen dat uit die periode is gevonden.

In wat nu Catauña is, stuitten de Griekse kolonisten op een ontwikkeling die sinds de 6e eeuw v.Chr. voelbaar werd, de verspreiding van de Iberische cultuur naar het noorden van wat nu Zuid-Frankrijk is, de overgang van de culturen uit de late bronstijd naar de ijzertijd. Dit blijkt uit de ontdekking van talrijke Iberische schriftelijke getuigenissen, toonaangevende vormen van het gebruikte aardewerk en een voorstadia van een stedelijke cultuur. De invloed van de Griekse kolonie wordt geïllustreerd door het nabijgelegen Iberische Oppidum van Ullastret (ten zuiden van Ampurias). Naast geïmporteerd Grieks aardewerk zijn er een Hellenistische stadsmuur, een heiligdom op het hoogste punt van de heuvel dat lijkt op een acropolis, en een agora-achtig plein.

Een geïmporteerde roodfiguur aardewerk, gevonden tijdens opgravingen in Ampurias.

In 550 v.Chr. werd volgens Strabo een tweede stichting opgericht, deze op het vasteland, ten nadele van Palaiapolis, dat een grote stedelijke ontwikkeling doormaakte. Strabo’s woorden zijn opgenomen in zijn Geografie:

Een denkbeeldige gravure van Strabo de Giriekse geograaf, filosoof en historicus. Wezien Strabo met een tot dan toe bekende wereldbol in zijn handen.
Strabo.
  “De Emporitanen bewoonden vroeger een klein eiland voor de kust dat nu Palaiapolis heet, maar tegenwoordig wonen ze op het vasteland. Emporion is een dubbele stad, verdeeld door een muur, met daarvoor, als buren, enkele indiketes (…). Maar in de loop van de tijd werden zij verenigd tot één staat, samengesteld uit barbaarse en Griekse wetten, zoals ook het geval is in vele andere steden”.
                                                                                                                                                                     Strabo, Geografía, III. 4, 8.

Samen met de Grieks-Iberische nederzetting Neapolis, vormde de handelsnederzetting Palaiapolis (“Oude Stad”), een van de meest westelijke fundamenten van de Griekse kolonisatie in het Middellandse Zeegebied. Strabo meldde dat Iberiërs van de Indiketes stam zich in de buurt van de Griekse nederzetting hadden gevestigd. Ter bescherming bouwden de Iberiërs en Grieken later een gemeenschappelijke muur. Zo ontstond een Grieks-Iberische zusterstad met een gemeenschappelijke grondwet. Een gedetailleerd verslag in Livius is grotendeels identiek aan de informatie van Strabo. Beide verslagen gaan mogelijk terug op een model van Posidonius. Zij beschrijven de ontwikkeling van een handelspost tot de stad Neapolis, toen de stad vanaf de heuvel van Palaiapolis naar het zuiden werd uitgebreid door de bouw van de nieuwe stad. De oude stad bleef bestaan onder de nieuwe wettelijke status en bleef gevestigd tot na het einde van de oudheid.

 

Na de verovering van Phocaea door Cyrus II de Grote, keizer van Perzië in 546 v.Chr., vluchtten de Phocaeanen naar de nieuwe kolonie Alalia op Corsica. Hun aanwezigheid irriteerde echter uiteindelijk de Carthagers, die een coalitie vormden met de Etrusken om hen uit te roeien. De Slag bij Alalia vond plaats in 535 v.Chr. De Phociërs vluchtten opnieuw, deze keer naar Masalia en Emporion. De bevolking van de stad werd aanzienlijk vergroot door vluchtelingen.

De 5e eeuw v.Chr. kende een periode van grote welvaart die vooral gebaseerd was op Griekse handel, vooral met Atheense aanvoer. v.Chr. kende een periode van grote welvaart die vooral gebaseerd was op Griekse handel, vooral met Atheense aanvoer. Er werden politieke en commerciële overeenkomsten gesloten met de inheemse bevolking (die in de buurt de stad Indika stichtte). Door haar ligging op de handelsroute tussen Masalia en Tartessos werd de stad een belangrijk economisch en commercieel centrum en de grootste Griekse kolonie op het Iberisch schiereiland.

Zilveren drachme van Emporion, Kop: Arethusa en drie dolfijnen; Munt: Pegasos en een legende “ЕМПОРІТΩΝ”.

Vanaf de 4e eeuw v.Chr. groeide de stad aanzienlijk en werd bekend als Emporion. De stad groeide aanzienlijk en werd bekend als Emporion, Ἐμπόριον. Er werd nog steeds veel Griekse handel gedreven met het schiereiland en de eerste munten werden geslagen, eerst anepigrafisch (zonder inscriptie), later met het opschrift EM. Aan het eind van deze eeuw werden drachmen uitgegeven met het type van het staande paard, naar punisch model.

Iberische imitatie van het emporitaanse muntmotief.

Later sloeg de stad munten in de punische matrijs met de Pegasus op de keerzijde en de Griekse legende ЕМПОРІТΩΝ. Tekenen van de door de handel bevorderde culturele uitwisseling met de Iberiërs waren imitaties van dit motief op Iberische munten, waarop in plaats van de Pegasos vaak een paard met een ruiter in een soortgelijke houding stond afgebeeld.

Romeinse Republiek

De periode van pracht en praal duurt voort tot de komst van de familie Barkas (Carthagers-Puniërs). Concurrentie creëert een recessie in de Emporitaanse economie. De Ampuriërs sturen een gezantschap naar Rome om hulp te vragen. Rome sloot het Verdrag van de Ebro met Asdrubal de Schone in 226 v. Chr., volgens welk de Puniërs de rivier niet konden oversteken. Met de Tweede Punische Oorlog werd Ampurias een trouwe bondgenoot van Rome.

Tegen het einde van de 3e eeuw v.Chr. was de stad in het uiterste noordoosten van het Iberisch schiereiland het beginpunt van de Romeinse verovering. In 218 v.Chr. het begin van de Tweede Punische Oorlog landde het eerste Romeinse leger onder leiding van Cnaius Cornelius Scipio Calvusop Spaanse bodem, met de opdracht de bevoorrading van Hannibal, die Italië teisterde, af te snijden. Dit feit wordt geciteerd door Titus Livtus:

Titus Livius.
  “Terwijl deze dingen gaande waren in Italië, werd Cn. Cornelius Scipio, naar Hispania gestuurd met een eskader en een leger, vanuit de monding van de Rhône zeilde hij rond de bergen van de Pyreneeën, en landde bij Ampurias. Hij landde er met zijn leger, om te beginnen met de Lacetanen, onderwierp hij aan Rome langs de hele kust tot aan de Ebro, waarbij hij soms bondgenootschappen hernieuwde en soms oprichtte.”
                                                                                                                                  Titus Livius, Ab Urbe condita libri, XXI. 60, 1-3.

En in 210 v.Chr. landden daar de Romeinse versterkingen van Publius Cornelius Scipio Africanus.

De Romeinse verovering van het Iberisch schiereiland 218-19 voor Christus.

Waarschijnlijk dankzij de verdiensten van zijn inwoners in de Tweede Punische Oorlog behield Empúries zijn status als formeel onafhankelijke geallieerde civitas (urbs sociorum) en bleef het een belangrijke stad aan de oostkust van de provincie Hispania citerior. Tijdens de langdurige Romeinse verovering van Spanje was Ampurias, nog Grieks van karakter, een belangrijke bevoorradingshaven, bijvoorbeeld onder het gouverneurschap van Marcus Porcius Cato in 195 v. Chr. Boven de Neapolis, op een licht stijgende heuvel, lag in de 2e eeuw v. Chr. een kleine Romeinse militaire post (praesidium), die tegen het eind van de eeuw werd verlaten. Het werd vervangen door een Romeinse geplande stad van lange rechthoekige vorm (300 × 750 m), die de Latijnse naam Emporiae droeg. De gemeenschappelijke rechtspositie in de republikeinse tijd was waarschijnlijk geregeld als foedus aequo iure, wat betekent dat de stad op papier een gelijkwaardige bondgenoot van Rome was. In de keizertijd is het gedocumenteerd als municipium.

De eerste Romeinse aanwezigheid in Ampurias betekende de bouw van een stabiel Romeins legerkamp, waar nu de Romeinse stad ligt, hoewel het bestaan van dit kamp niet betekende dat de Griekse stad zich onderwierp aan de Republiek, maar dat beide gelijkwaardig waren. Dit gebeurde met de komst in Hispania van de consul Marcus Porcius Cato. Na de landing bij Rosas trok zijn leger (geschat op 52.000 tot 70.000 man) naar Ampurias. Titus Livy verwijst naar dit feit bij het beschrijven van de stad:

    “Ampurias bestond uit twee steden gescheiden door een muur. De ene stad werd bewoond door Grieken uit Phocaea, zoals de Massaliotes, en de andere door Hispanics. De Griekse stad, dicht bij de zee, was omgeven door een muur van minder dan 400 passen. De Spaanse stad, verder van de kust, had een muur met een omtrek van 3.000 passen (…) Het deel van de muur dat naar het land gericht was, goed versterkt, had slechts één poort die bij toerbeurt door een magistraat werd bewaakt. s Nachts hield een derde van de burgers de wacht op de wallen (…)”.
                                                                                                                                   Titus Livius, Ab Urbe condita libri, XXI. 60, 1-3.

We weten ook, dankzij enkele passages in Strabo en Titus Livius, dat een inheemse Indika-kern deel uitmaakt van het complex. Zij leggen uit dat de Grieks-Romeinse en de inheemse gemeenschap gescheiden leefden door een muur.

Wanneer en op welke wijze de rechtsvorm veranderde van een geallieerde Griekse stad in een nederzetting van burgers naar Latijns recht, is bij gebrek aan schriftelijke bronnen niet anders dan gissen. Gaius Sallustius Cripus (romeins geschiedschrijver) meldde dat Gnaeus Pompeius Magnus de winter van 77 v.Chr. in dit gebied doorbracht nadat de opstand van Sertorius was neergeslagen. De stad behield haar instellingen tot dater een burgeroorlog tussen Pompeius en Julius Caesar uitbrak. Het is denkbaar dat Emporiae later de kant van Pompeius koos omdat deze op dat moment aan de winnende hand was. En dat zij na de overwinning van Caesar op Pompeius daarvoor gestraft werd en hun onafhankelijkheid werd opgeheven. Na de slag bij Munda in 45 v.Chr. vestigde Caesar een veteranenkolonie naast de stad, zoals Livius opmerkte.

Romeinse keizertijd

Vrouwenhoofd met kapsel uit de Flavische periode, vandaag in het Museo Arqueológía de Cataluña in Barcelona (MAC).

In de Romeinse keizertijd verloor de stad aan belang aan de opkomende buursteden zoals Barcino (Barcelona) en de provinciehoofdstad Tarraco (Tarragona). Economisch gezien bood Ampurias een goede haven, maar lag het ver verwijderd van belangrijke handelsroutes zoals de Straat van Bonifacio, waarover onder meer Tarraconensische wijn, Zuid-Spaanse olijfolie of garum (vissaus) via de kortste weg naar Italië werden verscheept. De gelijktijdige achteruitgang van de Italiaanse export, van bijvoorbeeld keramische producten zoals het zogenaamde Campana aardewerk of Terra Sigillata, waarvan de stad in de republikeinse tijd nog had geprofiteerd, illustreert de economische achteruitgang van het eens zo belangrijke handelscentrum. Als oorzaak wordt nog steeds het dichtslibben van de haven door sedimenten van de Fluvià beschouwd.

De afname van de financiële kracht is al duidelijk merkbaar in latere gebouwen van de stad. Met de bouw van een amfitheater en een palaestra op de zuidelijke stadsmuur probeerde men het bouwprogramma van de naburige steden bij te houden. Het zeer eenvoudige ontwerp van de gebouwen bewijst echter al dat het de stad aan de middelen daarvoor ontbrak. Het aantal gevonden inscripties, die vooral vanaf het midden van de keizertijd zijn aangebracht, is gering in vergelijking met andere Spaanse steden. De zuidelijke portiek van het forum stortte in tijdens de Flavische dynastie in en werd niet herbouwd. Wegen en afwateringskanalen werden nauwelijks onderhouden. Het leven speelde zich waarschijnlijk meer en meer af tussen de ruïnes vanaf de hoge keizertijd. Inscripties getuigen van een vexillatio (legereenheid van onbepaalde grootte, sterkte) van Legio VII Gemina in de stad. Kleine vondsten zoals aardewerk en munten wijzen op de bewoning van de geplande stad in de vlakte tot de 3e eeuw n.Chr. Het is mogelijk dat een Frankische invasie van Spanje in 260 n.Chr. leidde tot de definitieve verlating van de Romeinse stad in de vlakte. De laatste munt werd geslagen onder Claudius Gothicus. Een voortzetting van de bewoning blijkt uit de vestiging van een vroeg-christelijke kerk in de overblijfselen van de agora.

Late oudheid

In de late oudheid vertoonde de ontwikkeling van Ampurias parallellen met talrijke laat-Romeinse nederzettingen: Toen Vandale, Alanische en Suebische krijgers in 409 de Pyreneeën overstaken, eindigde een lange periode van vrede voor het schiereiland, en dit had uiteraard ook gevolgen voor Ampurias. De nederzetting trok zich terug naar hoger gelegen gebieden die gemakkelijker te verdedigen waren. De Romeinse geplande stad in de vlakte werd verlaten, en de voormalige Palaiapolis in het gebied van het huidige San Martín de Ampurias vormde opnieuw de kern van de nederzetting. Hierdoor kon de stad de haven blijven controleren en deelnemen aan de maritieme handel, wat goed gedocumenteerd wordt door vondsten van geïmporteerde goederen uit deze periode, zoals Afrikaanse sigillata of amforen uit het oostelijke Middellandse Zeegebied.

De Vroeg Christelijke basiliek in de overblijfselen van de agora van Neapolis.

In de 4e of 5e eeuw werd de stad een bisschopszetel en bleef dat tot de Visigotische periode. Nog in 616 ondertekende een bisschop in Tarraco als episcopus Impuritani Civitatis. De civitas bestond dus tot na het einde van het West-Romeinse Rijk. Sinds de Arabische invasie van het Iberisch schiereiland in 711 zijn er geen schriftelijke bronnen meer over de bisschopszetel of de stad.

Middeleeuwen

Ongeveer een eeuw later werd San Martín de Ampurias het centrum van het graafschap Ampurias, dat onder Karolingische invloed (Marca Hispanica) was ontstaan. De strategisch gelegen nederzetting werd vanaf 812 gebruikt als residentie door Ermengar, die op een niet nader te bepalen tijdstip in de 10e of 11e eeuw werd verplaatst naar Castellón de Ampurias. Bewijzen van vroegmiddeleeuwse nederzettingsactiviteit werden vooral geleverd door recente opgravingen op het Plaza Major, waar beeldhouwwerken en karakteristiek aardewerk werd gevonden die duiden op de late oudheid.

De versterkte stad was het toneel van verschillende militaire conflicten in de Middeleeuwen, zoals in 1285 tijdens de Aragónese Kruistocht en tijdens een invasie van Cataluña door Filips III van Frankrijk tegen Pedro III de Aragón. In 1467/68, reeds onder de heerschappij van de Kroon van Aragón, tijdens de Catalaanse opstand tegen Juan II de Aragón, belegerden troepen van de koning het dorp en beschoten het met kanonnen. Verschillende kanonskogels met kalibers van 21 en 41 centimeter werden gevonden op de bodem van een put tijdens opgravingen op de Plaza Petita.

Pas aan het einde van de middeleeuwen verloor San Martín zijn belang en raakten de vestingwerken in verval of werden ze gebruikt als steengroeve (recycling). Enkele resten zijn nog zichtbaar aan de zuidelijke rand van het Plaza Major. In de moderne tijd verschoof het zwaartepunt van de bewoning verder naar het zuiden, naar de stad L’Escala.

Onderzoeksgeschiedenis

De ruïnes van Ampurias werden al in de 15e eeuw door Joan de Margarit (1421-1484), bisschop van Gerona, geïdentificeerd als het oude Emporiae. De eerste beschrijving van de site dateert van 1609.

De eerste door de overheid gefinancierde opgravingen vonden plaats in 1846-1848 in het noordoostelijke deel van de Neapolis en in het Romeinse forum. In 1907 presenteerde de architect Josep Puig i Cadafalch plannen om de ruïnes bloot te leggen en het jaar daarop werden opgravingen gedaan bij de zuidelijke poort van de Romeinse stad en iets later in de Neapolis. De verdere opgravingen van 1908-1936 werden geleid door Emili Gandia i Ortega, wiens opgravingsdagboeken worden bewaard in het plaatselijke museum.

Tijdens de Spaanse Burgeroorlog kwamen de opgravingen stil te liggen. Martín Almagro hervatte de opgravingen in 1940. Met name de stadsmuur, het Romeinse forum, de begraafplaatsen en de stedelijke woonwijken werden onderzocht. Vanaf 1965 nam de prehistoricus Eduardo Ripoll Perelló, een student van Almagro, de leiding van de site over. Van 1961-1981 voerde hij stratigrafische opgravingen uit in het gebied van het forum en de omliggende gebieden. Buiten de muren werden opgravingen verricht om de indiketa inheemse nederzetting te vinden. De Griekse stad werd niet aangeraakt en wat de Romeinse stad betreft, werd alleen een Romeinse militaire installatie uit het tweede kwart van de 2e eeuw v.Chr. gevonden. Van 1981 tot voor kort was Enric Sanmartí de directeur van de opgraving. In de afgelopen twee decennia is de informatie over de Romeinse stad en de Neapolis dankzij de toename van de menselijke en economische middelen aanzienlijk toegenomen, en in het laatste geval hebben we veel kunnen leren over de ontwikkeling van de site sinds de 5e eeuw v.Chr. Momenteel wordt er archeologisch onderzoek van het Archeologisch Museum van Cataluña uitgevoerd door een team bestaande uit, Pere Castanyer, Marta Santos, Quim Tremoleda en Xabier Aquilué.

Van de voortgang van de opgravingen werd regelmatig verslag gedaan in het tijdschrift Ampurias. revista de prehistòria, arqueologia i etnologia, waarvan het eerste nummer in 1939 verscheen. Het wordt uitgegeven door het Museu d’Arqueologia de Catalunya. Met de toegenomen toeristischecommercialisatie van de Ruinas de Ampurias zijn sinds de jaren negentig samenvattende verslagen verschenen en is de gids in het Engels, Frans en Duits vertaald.

Bijlage


Tijdlijn van de verschillende stadsfaciliteiten

Palaiapolis (oudste Griekse stad)

Vanaf het oudste deel van de nederzetting tot aan het middeleeuwse dorp San Martín werd er in het gebied gebouwd. De mogelijkheden van de archeologie zijn dus beperkt tot zeer weinig secties. Fragmenten van een archaïsch fries met twee sfinxen worden in verband gebracht met een door Strabo genoemd heiligdom van de cultus van Artemis van Efeze. Deze omvatten een altaar en een Ionisch kapiteel. De voorwerpen werden ontdekt tijdens restauratiewerkzaamheden aan het begin van de 20e eeuw in de buurt van de kerk, waarvan de oudste delen dateren uit de 10e eeuw.

Bij recente opgravingen onder het Plaza Major zijn delen van verschillende woongebouwen blootgelegd die dateren uit de periode tussen 575 en 550 v.Chr., de oudste nederzettingsfase van het Griekse Apoikia. Het waren huizen met een rechthoekige plattegrond, stenen basis en een vloer van aangestampte aarde.

De Palaiapolis was omgeven door een machtige muur, waarvan de resten in 1962, 1963 en 1975 werden blootgelegd. Sommige delen zijn zichtbaar ten noorden van de kerk. Het is echter nog niet mogelijk een duidelijk onderscheid te maken tussen oude muren, laat-antieke en middeleeuwse toevoegingen, aangezien het complex in verschillende tijdperken werd gebruikt en verbouwd.

Neapolis, uitzicht op het terras van het heiligdom.
Laatgotische kerk van San Martín de Ampurias.
Woonkamer met Griekse ‘vloerbedekking’.

Neapolis (Grieks-Iberische nieuwe stad)

Terwijl de naam van de Palaiapolis door Strabon is gedocumenteerd, is zijn tegenhanger, de Neapolis, waarschijnlijk een neologisme van de moderne tijd, dat teruggaat tot Josep Puig i Cadafalch. Of de naam ook in de oudheid in gebruik was, wordt niet bevestigd door bronnen. De zichtbare resten behoren meestal tot meer monumentale gebouwen uit de laatste twee eeuwen v.Chr.

De stadsmuur, opgetrokken uit opvallend grote stenen blokken, besloeg een gebied van 250×145 meter (3,6 ha). Het werd versterkt met vierkante torens en ontstond grotendeels in de 5e of 6e eeuw v.Chr. In de 4e eeuw werd het herbouwd en werd er een grotere buitenmuur gebouwd. In het tweede kwart van de 2e eeuw werd het zuidelijke deel 25 meter naar het zuiden verplaatst om plaats te maken voor tempelgebouwen met bijbehorende portieken. Op de rondweg komt men de stad binnen door de poort die daarbij in het jongere deel van de stad is ontstaan; de vroegste vondsten uit de tweede helft van de 6e eeuw zijn waarschijnlijk afkomstig uit de noordelijke wijken van de stad.

Achter de zuidelijke poort leidde een steeg de stad in, die twee heilige gebieden scheidde. Op het plein in het oosten stond de tempel die werd toegeschreven aan Serapis. Het belang van het heiligdom ten westen van de steeg blijkt uit de ligging van de tempel en het plein op een verhoogd terras. Daardoor vertoont dit tempelcomplex duidelijke sporen van hellenistische monumentale architectuur. Het plein is verschillende keren heringericht en heeft een ingewikkelde bouwgeschiedenis. Ooit stond daar een monumentaal altaar en twee tempelgebouwen. Tegen het einde van de 1e eeuw v.Chr. werd een derde tempel gebouwd, die de oude stadsmuur overlapte.

Ook de agora van 52×40 meter heeft een monumentaal karakter. Voor de bouw werden verschillende woongebouwen in de buurt van de haven gesloopt. De noordzijde werd begrensd door een 52 meter lange portiek van twee verdiepingen. Aan de andere drie zijden waren zuilenhallen van één verdieping.

De resten van de woongebouwen die vandaag zichtbaar zijn, dateren van de laatste fase van de bewoning. Het gebouwtype, met atrium, impluvium, in sommige gevallen peristyle, volgde grotendeels Italiaanse modellen uit die tijd. Overgebleven resten van de inrichting zijn vaak sierlijk versierde opus signinum vloeren. In een kamer van een gebouw in het havengebied is op een dergelijke vloer de Griekse inscriptie ΗΔΥΚΟΙΤΟΣ bewaard gebleven. Het kan ruwweg vertaald worden als “gezellig verblijf”.

Hoofd van Apollo Lykeios in het Museu d’Arqueologia de Catalunya Barcelona.

Tempel van Asclepius

Binnen het hoger gelegen, zuidwestelijke tempelgebied staat in het uiterste noorden een groter tempelgebouw dat de Tempel van Asklepios wordt genoemd. In 1909 werd bij opgravingen een hoogwaardig beeld van de god van de genezing gevonden, dat nu in het Museo de Arqueología de Cataluña in Barcelona staat. Een exemplaar is ter plaatse opgesteld. Of de toewijding alleen betrekking had op de tempel of op het gehele heilige gebied met meerdere tempelcomplexen, portieken en een vrijstaand altaar is een vraag die tot op heden onbeantwoord is gebleven.

Origineel van het Asklepios beeld in het Archeologisch Museum van Girona.

De ontdekking van een ander beeldhoofd in hetzelfde jaar werd lang toegeschreven aan de godin Aphrodite, meer zelden aan Artemis. Een breukvlak op het hoogste punt van de schedel bewijst echter dat het een jeugdige voorstelling is van Apollo Lykios, die in Athene werd vereerd en is afgebeeld in de gebruikelijke houding met zijn rechterarm boven zijn hoofd. De oprichting van een standbeeld van Apollo, vader van Asklepios, zou volkomen logisch zijn geweest in het heiligdom.

Over de inrichting van het tempelcomplex kunnen slechts enkele uitspraken worden gedaan. Verschillende architectonische delen die in 1989 in dit gebied zijn gevonden, vertonen florale versieringen uit de 5e eeuw. Het gebouw behoort dus waarschijnlijk tot deze periode, aangezien het ook een deel van de vroegste stadsmuur bedekte. In de onmiddellijke nabijheid stond een andere tempel met een dubbel altaar, waarvan de functie nog niet kan worden verklaard.

Serapis heiligdom

Naast de zuidwestelijke cultuswijk, ook bekend als de Akropolis, was er nog een groter tempelcomplex ten oosten van de stadspoort in de zuidelijke uitbreiding van de stad in de 2e eeuw v.Chr. De ontdekking van een tweetalige inscriptie heeft bevestigd dat het de tempel van Serapis is. Bijzonder veelzeggend is de daar genoemde toewijding van de tempel en de portiek door een oorspronkelijke Alexandrijn. De inscriptie bewijst dus de verspreiding van de cultus, die in de Hellenistische tijd wijdverbreid was, naar het westelijke Middellandse Zeegebied.

Zicht op de opgegraven funderingsmuren van de tempel van Serapis.

De tempel zelf bevond zich in een door portieken omringd gebied van 25×46 meter. Ook zijn enkele zuilfunderingen van de portiek van een ouder tempelgebouw uit het derde kwart van de 2e eeuw v.Chr. bewaard gebleven. Ook de vondsten van Dorische kapitelen en zuilschachten worden toegeschreven aan een voorganger.

De zichtbare resten dateren uit het tweede kwart van de 1e eeuw v. Chr. Het was een prostyle tempel met een rechthoekige cella, van opus-certum constructie. Het bestaat nog bijna tot de oorspronkelijke hoogte van het podium (1,80 meter). Het grondplan van het podium, een zogenaamde cyma reversa, heeft modellen in de Italiaanse regio. Opvallend zijn de trappen aan de lange zijden. De bouwmethode werd herhaald in de forumtempel van de Romeinse geplande stad. In de keizertijd werd het vaker aangetroffen in tempels van de keizerlijke cultus, op het Iberisch schiereiland bijvoorbeeld in de zogenaamde Diana-tempel in Emerita Augusta of in de tempel van Évora.

Havenfaciliteit

De zogenaamde Griekse pier.

Een groter havengebied strekte zich uit ten noordoosten van de Neapolis. Een goed bewaarde muurstructuur op het strand wordt traditioneel de Griekse havenbreker genoemd. Hij is nog steeds 79,4 m lang, 5,3 m breed en 4,8 m hoog. De golfbreker ligt grotendeels op een rots voor de kust en bestaat uit zorgvuldig uitgehouwen assen met een opus-caementitium kern.

De functie en datering van het monument zijn echter niet zo duidelijk als de naam. Als het bijvoorbeeld werd gebruikt als aanlegplaats voor schepen, rijst de vraag of het waterpeil in de oudheid veel hoger lag. Waarschijnlijker is een functie als golfbreker voor de haven tegen frequentere stormen uit het oosten. De datering van de site kan slechts met voorzichtigheid gebeuren, omdat er weinig van dit soort vondsten zijn. Er zijn fragmenten van aardewerk in het gegoten cement uit de Romeinse Republikeinse periode gevonden, maar niet uit de latere keizertijd. Ook de bouwtechniek bewijst dat het op zijn vroegst in de periode van de Romeinse Republiek gebouwd kan zijn. Behalve het gebied van de voormalige riviermonding en het door de golfbreker beschermde gebied, werden waarschijnlijk ook andere kleinere baaien als haven gebruikt.

De wapenvondst van Ampurias

Vlakbij de zuidelijke poort van de Nieuwe Stad ontdekte Emili Gandia i Ortega in 1912 een depot van metalen voorwerpen, die daar waarschijnlijk in de eerste helft van de 1e eeuw v. Chr. zijn neergelegd. Aanvankelijk dacht men dat de vondsten wagenonderdelen waren, maar pas in 1914 interpreteerde Walter Bartel de stukken correct als een spanraam (capitulum), en dus als het centrale onderdeel van een ballista. De constructie en de afmetingen kwamen zeer nauw overeen met de informatie in oude teksten over de bouw van deze torsiewapens in de Hellenistische tijd.

Met de hulp van Erwin Schramm, die reeds kanonnen had gereconstrueerd op basis van beschrijvingen van oude auteurs, werd een replica van het zogenaamde Ampurias-kanon gemaakt. Dit wordt beschouwd als een van de beste replica’s van oude wapens, omdat het verwijst naar zowel geschreven bronnen als de archeologische vondst. Bij vuurproeven leverde het Ampurias kanon goede resultaten op. De replica wordt samen met andere kanonnen van Schramm tentoongesteld in het Saalburg Museum.

Foto van de originele vondst uit 1912. Bovenaanzicht, onderaan zijaanzicht.

Replica van het Ampurias kanon (meer een soort katupult) van E. Schramm in het Saalburg Museum.

Romeins Municipium

Tegen het einde van de 2e eeuw v.Chr. werd een Romeinse geplande stad gebouwd op ongeveer honderd meter ten westen van de Neapolis. Neapolis zelf werd pas in de Flavische tijd verlaten, zodat beide steden minstens 150 jaar parallel hebben bestaan. De stad heeft de vorm van een langwerpige rechthoek met een oppervlakte van 300×700 meter of 21 hectare. Hiervan is iets meer dan vier hectare archeologisch opgegraven en bewaard gebleven. Een rechthoekig stratennet verdeelde de stad in isulae van 35×70 meter. De omvang was al bepaald door de vroeg-Romeinse militaire post (praesidium), waarvan delen zijn blootgelegd tussen de latere woonbebouwing. Dit betrof voornamelijk een cisternecomplex ten noorden van de zichtbare Romeinse woningen. De functie van een dwarse muur die het Pomerium scheidt in een kleiner noordelijk en een groter zuidelijk deel is niet helemaal duidelijk. Het is mogelijk dat Livius en Strabo, door melding te maken van een dergelijke muur in de Grieks-Iberische stad, refereerden aan de omstandigheden tijdens het leven van deze schrijvers, hetgeen zou verklaren waarom een dergelijke muur alleen in de latere Romeinse stad is gevonden.

In het oostelijk deel van de stad zijn de funderingsmuren van drie grotere gebouwen blootgelegd. Het waren uitgebreide huizen van het Romeinse type uit de 1e eeuw n.Chr. De huizen overlapten al de stadsmuur, die niet meer functioneel was. Het voorste deel is gebouwd rond een atrium. Het achterste, oostelijke deel van twee huizen werd gevormd door een grote peristyle, waar zich tuinen en grotere waterbekkens bevonden. De muren van de gebouwen bestonden uit klei op een stenen ondergrond, waarop muurschilderingen waren aangebracht. De vloeren bestonden uit mozaïeken of opus signinum.

Kijkje in de peristyle van het Romeinse woongebouw.
Zicht vanaf de Cardo Maximus naar het noorden op het centrale forumgebied.
Forum

In het centrum van het zuidelijke deel van de stad, aan de hoofdweg (Cardo Maximus), liggen de opgegraven resten van het forum. Het besloeg de oppervlakte van vier eilanden. Aan de noordkant stond een vier zuilen tellende podiumtempel in de vorm van een pseudoperipteros. Dit was mogelijk gewijd aan Iupiter Optimus Maximus of de Capitolijnse Triade. Veranderingen uit het midden van de 1e eeuw v.C., zoals de toevoeging van zijtrappen, houden mogelijk verband met een inscriptie ter ere van Marcus Iunius Silanus, die echter slechts in fragmenten bewaard is gebleven. Het ontwerp van het complex, de gevonden architectonische onderdelen en de gebruikte voetmaat doen vermoeden dat de reconstructie is uitgevoerd door een Romeinse architect.

De tempel werd omgeven door drie portieken met dubbele traveeën en cryptoportieken eronder. Aan de zuidkant waren kleinere winkels (tabernae) die uitkwamen op het plein.

Voor de zuidelijke poort van de Romeinse stadsmuur. Links op de voorgrond: funderingsmuren van het amfitheater.
Amfitheater en palaestra

Buiten het zuidelijke deel van de stadsmuur stonden andere openbare gebouwen, ten westen van de hoofdstraat het amfitheater, ten oosten daarvan een ommuurd rechthoekig plein, geïnterpreteerd als een palaestra.

Het amfitheater werd gebouwd in het begin van de eerste eeuw v.Chr. De constructie is betrekkelijk eenvoudig. De funderingsmuren, waarop houten banken stonden, zijn bewaard gebleven. Samen met het amfitheater van Tarraco is het een van de enige structuren van dit type die in Cataluña zijn ontdekt.

Stadsmuren
Uitgesneden fallusteken vlak naast de stadspoort.

Grote delen van de rechthoekige stadsmuur zijn goed bewaard gebleven in het zuiden. Ten oosten van de poort zijn er zelfs sporen van wagens. De muur bestaat uit twee delen, de onderbouw van grote kalksteenblokken, de grotere bovenbouw was van gegoten cement (opus caementitium). Er is geen bewijs van torens. De muur is waarschijnlijk tegelijk met de Romeinse stad gebouwd, aan het eind van de 2e eeuw v.Chr. Bij de zuidelijke poort is een fallisch symbool uitgehouwen in een ashlar. In de oudheid stond het symbool voor kracht, geluk of vruchtbaarheid; soms werd er een geneeskrachtige werking aan toegeschreven.

Zicht door de zuidelijke stadspoort.
Begraafplaats

De uitgebreide begraafplaatsen van de antieke steden werden lange tijd niet in detail bestudeerd. De inhoud van de graven werd geplunderd en kwam in de kunsthandel terecht zonder wetenschappelijk te zijn geëvalueerd. Pas na de Spaanse Burgeroorlog werden geplande onderzoeken uitgevoerd door Martin Almagro.

Verspreiding van de urnenveldcultuur.

De vroegste begravingen kwamen uit de periode vlak voor de stichting van de Griekse kolonie op de westelijke helling van de heuvel Les Corts en bevonden zich ten noorden van de Romeinse woning. Het waren typische crematies van de urnenveldcultuur. Necropolissen van de Griekse kolonisten werden gevonden ten zuiden van de Neapolis in het gebied van de huidige duinen en parkeerplaats. De begraafplaats van Portitxol werd opgegraven voordat het reguliere onderzoek begon. Slechts enkele stukken ervan zijn in de collectie van het museum terechtgekomen. Niettemin stellen zij ons in staat de periode van bewoning van de necropolis in de 6e eeuw vast te stellen, hetgeen erop wijst dat het een begraafplaats van de Palaiapolis was. Jongere graven van de Neapolis lagen in de necropool Bonjoan onder de huidige parkeerplaats. Ze dateren uit de eerste eeuw v.Chr. In de vroege periode kwamen crematie- en dodenbegraving naast elkaar voor, wat erop wijst dat er toen nog geen sprake was van een volledige vermenging van culturele invloeden in de zusterstad. Tussen San Martín de Ampurias en de Romeinse nederzetting is nog een necropolis uit de pre-Romeinse periode gevonden.

De belangrijkste begraafplaats uit de Romeinse tijd was Castellet op de heuvel Les Corts ten zuidwesten van de stad. De naam is afkomstig van een nog rechtopstaand grafmonument in opus caementitium constructie. De begrafenissen begonnen daar in de 2e eeuw v.Chr. Het waren overwegend crematies; grafconstructies in de vorm van ronde heuvels (tumuli) wijzen op Romeinse begrafenisgewoonten.

De begraafplaatsen uit de late oudheid zijn niet zo verspreid over de stad. In deze periode waren de begravingen opnieuw geconcentreerd in het gebied rond de heuvel van San Martín. De Neapolis werd gebruikt als begraafplaats vanwege de nabijheid van de vroeg-christelijke basiliek. De begravingen uit deze periode waren lichamelijke graven zonder grafgiften.


Naar boven

Verwant aan dit onderwerp:

This was one of the stories in the non-commercial website spaanseverhalen.com. The stories in this website are not static, the stories will be changed regularly, please look at this notice:

        • Last updated 2023-01-21

Coralma*

Sources and references:
The mostly foreign texts from wikipedia are available under the Creative Commons Attribution-Share Alike licence. I have translated, mixed, and often supplemented these texts with my own knowledge, and experience, gained during the time I live in Spain, and work on these articles.
Other source references may also be included, which may be things that I, while researching the articles, have read and incorporated into these texts

    • German language Wikipedia|titel=Empúries|pagecode=224937351| date=20230116
    • German language Wikipedia|titel=Ionier|pagecode=229349779| date=20230116
    • Spanish language Wikipedia|titel=Ampurias|pagecode=148508820| date=20230116
    • Dutch language Wikipedia|titel=Empúries|pagecode=63138734| date=20230116
    • English language Wikipedia|titel=Empúries|pagecode=1119078097| date=20230117

These texts are available under the licence Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen 3.0. CC BY-SA 3.0

Other references are:

The photos/images are licensed under Wikimedia Creative Commons: CC0 1.0CC BY 1.0, CC BY-SA 1.0, CC BY 2.0, CC BY-SA 2.0, CC BY-NC-SA 2.0, CC BY 2.5, CC BY-SA 2.5, CC BY 3.0, CC BY-SA 3.0, CC BY 4.0, CC BY-SA 4.0, Free Art License 1.3 or Public Domain

If you click on one of the links below, you will find the full information of these photos/images, the author, or the license.

Coralma*, is own work that mostly can be found as a CC0 1.0 or CC BY-SA 4.0 file in Wikipedia Commons.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Hans Brongers Buitenfotografie

VOOR DAG EN DAUW IN DE NATUUR / BEFORE DAY AND DEW INTO NATURE

WordPress.com News

The latest news on WordPress.com and the WordPress community.

%d bloggers liken dit: