Contestanos

De Contestanos,

Gegevens
Periode 6e eeuw v. Chr.
Huidige overeenkomstige leefgebied Alicante en delen van Murcia, Albecete en Valencia
Etnische afkomst Indo-Europeanen
Iberiërs
Verwante volkeren Iberiërs
Taal  Iberisch (Contestana)
Belangrijke nederzettingen Lucentum, Illici, Serreta

De Contestanos (Contestani in het Latijns) waren een Iberisch volk (pre-Romeins) dat het gebied bewoonde dat bekend staat als Contestania en dat zich uitstrekte over het grondgebied van de huidige provincie Alicante en een deel van de provincies Valencia, Murcia en Albacete. Volgens Ptolemaeus lagen de Contestanos aan de kust en grensden ze in het binnenland aan de Bastetanos. En in het noorden leefden de Edetanos.

Wat u interesseert:

Contestaanse keramiek, vondsten uit Cerro de los Santos, volgens Paulino Savirón.

De Contestanos bestaan uit de Iberische kustenclaves Portum Sucrone (Cullera), Dianium (Denia, misschien Hemeroskopeion), Peñón de Ifach (Calpe), Cap Negret (Altea), Tossal de la Cala (Benidorm), Tossal de la Malladeta (Villajoyosa, misschien Alonis), Illeta dels Banyets (Campello), Tossal de Manises (Alicante, het Romeinse Lucentum, misschien vroeger Akra Leuké), de Portus Ilicitanus (Santa Pola), en het dichte handelsgebied waar de rivieren Segura en Vinalopó in zee uitmonden, rond wiens oude lagune talrijke nederzettingen waren geconcentreerd (El Oral, El Molar, La Escuera, La Fonteta, Castillo de Guardamar, Cabezo Pequeño del Estaño en Cabezo Lucero). Naarmate de Iberische periode vorderde, zou het kunnen zijn dat Contestania na (Pilar de la Horadada), Los Nietos (naast de Mar Menor) en, na de Escombrario Promontory, Carthago Nova (Cartagena, de Ibero-Punische hoofdstad) langs de kust, tot Thiar (Romeinse nederzetting, stad) reikte.

Het grondgebied van Contestania


Contestania was gelegen in het zuidoosten van het Iberisch schiereiland.  Daarvan kunnen we zeggen dat de huidige provincie Alicante het meest duidelijke afgebakende gebieden was, met als noordelijke grens de benedenloop van de rivier de Júcar (Sucro flumen). De zuidelijke grens werd gemarkeerd door de benedenloop van de Segura (Tader flumen), waarbij de meest karakteristieke elementen van hun cultuur zich landinwaarts uitstrekken tot ten minste de omgeving van Almansa.

Deze grenzen zouden echter niet nauwkeurig zijn, aangezien in de hoogvlakte van Albacete en in het oosten van de huidige regio Murcia Contestaanse culturele invloeden zouden kunnen worden waargenomen, die een soortgelijke etnische identificatie zouden kunnen hebben of veel bepalende elementen zouden kunnen delen. In het noorden lag Edetania, met als hoofdstad Edeta (Liria, Valencia). In het zuiden waren de Mastienos (in het gebied van Cartagena), later misschien geassimileerd door de Contestanos. In het westen lag Bastetania, met het ver gelegen Basti als belangrijkste centrum (Baza, Granada), en met sterke centra zeer dicht bij Contestania zoals: Asso (La Encarnación, in Caravaca de la Cruz), Ilunum (Tolmo de Minateda, in Hellín) en Saltigi (Chinchilla de Montearagón). De Llano de la Consolación en de Cerro de los Santos (beide in Montealegre del Castillo) kunnen hebben gediend als grens- en interetnische heiligdommen voor Bastetanos en Contestanos. Verder landinwaarts bereikten zij Oretania (in het huidige Jaén en Ciudad Real).

Een Falcata (metaal) 4 eeuw v. Chr. Gevonden in de necropolis van Cabezo Lucero (Guardamar de Segura). Te zien in het Museo Arqueológico de Alicante.
Een in kalksteen uitgehouwen hoogreliëf van een Iberische krijger die een zogenaamd caetra (schild) draagt.

Het lijkt erop dat de twee grote hiërarchische centra van het klassieke Contestania, Saiti (Játiva) waren, met een uitstekende muntproductie, en Ilici (La Alcudia de Elche), met een briljante beeldhouwkundige ontwikkeling in de Vroege Iberische periode en een bloeiende versierde keramiekstijl in de Late Iberische periode. La Serreta (Alcoy) kan in veel perioden ook vrij autonoom zijn geweest. Het afhankelijke grondgebied is overvloedig beschreven in  loodplaketten, een teken van bestuurlijke controlemogelijkheden. Een mogelijke grensenclave was La Bastida de les Alcusses (Mogente), waar archeologische vondsten wijzen op een moeilijke verdedigingspositie. El Monastil (Elda) en de nederzetting Iaspis (Aspe) werden ook gebruikt voor territoriale controle. Veel van de vindplaatsen van de Iberische periode bevinden zich in de buurt van de huidige stad Cocentaina, in Alicante. Dat het gebied fel werd verdedigd zien we terug aan de rijkdom van de Contestaanse necropolissen van Coimbra del barranco Ancho (Jumilla), Cigarralejo (Mula) en Cabecico del Tesoro (Murcia). Hier in deze vindplaatsen van de Bastetanos en Condestanos vond men de typische bewapening van de Iberische krijger, die bestond uit een falcata, een lans, twee werpsperen (Jabalinas) en een licht schild (caetra). Doordat er vrij veel van deze wapens zijn teruggevonden konden ze bijzonder goed gedocumenteerd worden. Een ander cultureel uitgebreid centrum was Cabezo del Tío Pío (Archena), op de commerciële as van de benedenloop van de Segura, waar fijn beschilderd keramiek werd geproduceerd.

De loyaliteitsbanden tussen de elites van de verschillende nederzettingen zouden mede vorm hebben gegeven aan een Contestaanse etniciteit, maar zij zou niet hebben bestaan zonder een gemeenschapsbewustzijn dat zich van onderaf door alle sociale lagen had verspreid en door archeologen was getraceerd via de analyse van de materiële cultuur. Dit is gewoonlijk niet doorslaggevend als etnische indicator, en er moet ook rekening worden gehouden met mogelijke variaties in grenzen en loyaliteiten gedurende verschillende eeuwen. Ten tijde van de komst van de Carthaagse en Romeinse veroveraars in de tweede helft van de 3e eeuw v.Chr. was de ontwikkeling van de Iberische etnische groepen nog zwak, zoals blijkt uit hun neiging tot collaboratie met sommige van de binnenvallende legers. In het geval van de Contestanos vergemakkelijkte hun vroegere openheid voor de mediterrane invloeden van de Fenicische en Griekse handelaren hun latere deelname aan staatsprojecten onder leiding van externe machten.

Oorsprong

Tussen het einde van de bronstijd en de Romeinse kolonisatie (d.w.z. zo ongeveer tussen de 8e eeuw v.Chr. tot de 2e1e eeuw v.Chr.) heeft zich op het schiereiland een belangrijke culturele ontwikkeling voorgedaan, onder meer als gevolg van contacten met mediterrane volkeren zoals de Feniciërs en de Grieken. Deze culturele en commerciële contacten maakten de ontwikkeling van het inheemse bevolking mogelijk, waardoor een oriëntaalse periode ontstond (8e6e eeuw v.Chr.) die bepalend was voor het verschijnen van de Iberische cultuur aan het eind van de 6e eeuw v.Chr. Daarna kwamen er in het gebied van het huidige Alicante in de 6e eeuw v. Chr. ook culturele invloeden vanuit Tartessos, die samen met de invloeden vanuit het Levante deel van het Iberisch schiereiland, waardoor een weinig bekende groep ontstond die bekend staat als de Gimnetes. Met de val van Tartessos aan het eind van de 6e eeuw v. Chr. ontstonden de Turdetanen en Oretanen in Andalucía, en de Bastetanos in het gebied van de Mastienos.

  Taalfamilies van het Iberisch schiereiland vóór de Romanisering A2: Vascones C1: Galaicos / C2b: Brácaros / C3: Cántabros / C4: Astures / C5: Vacceos / C6: Turmogos / C7: Autrigones-Caristios / C8: Várdulos / C9: Berones / C10: Pelendones / C11: Belos / C12: Lusones / C13: Titos / C14: Olcades / C15: Arévacos / C16: Carpetanos / C17: Vetones / C18-C19: Célticos / C20: Conios / L1: Lusitanos / I1: Ceretanos / I2: Ilergetes / I3: Lacetanos / I4: Indigetes / I5: Layetanos / I6: Ilercavones / I7: Sedetanos / I8: Edetanos / I9: Contestanos / I10: Oretanos / I11: Bastetanos / I12: Turdetanos / G21: Galliërs / G1: Griegos / P1: Fenicios/Carthageners / B1: Bereberes..

Contestania behoorde tot de Iberische wereld, en erfde eigenaardigheden die voortkwamen uit het commerciële contact aan hun kusten met Feniciërs en Phocaeïsche Grieken, en met Tartessos via verbindingen in het binnenland. De uitbreiding van de Tartessische cultuur in het zuidoosten blijkt duidelijk uit vindplaatsen uit de late bronstijd, zoals Los Saladares (Orihuela) en Peña Negra (Crevillente). De inheemse nederzettingen onderhielden handelsbetrekkingen met Fenicische factorijen, zoals “La Fonteta”, gelegen in de duinen van Guardamar del Segura, en met kleine Griekse enclaves, zoals Hemeroskopeion, Alonis en Akra Leuké. Deze contacten werden weerspiegeld in de rijke grafgiften, zoals te zien is in de necropolis van Les Casetes en Poble Nou (Villajoyosa) en in de necropolis van La Albufereta (Alicante). Het was een lang proces van acculturatie dat vanaf de 6e eeuw v.Chr. van invloed was op het verschijnen van de kenmerken die de Iberische cultuur en de Contestaanse wereld in het bijzonder kenmerken.

Sfinx van El Salobral. Reliëf met een sfinx in profiel. Hij vormt een paar met een andere sfinx die bewaard wordt in het Musée d’Archéologie nationale et Domaine national de Saint-Germain-en-Laye. Beiden zouden tegenover elkaar hebben gestaan bij de ingang van het grafmonument dat zij beschermden. Kalksteenreliëf. Midden 5e eeuw v. Chr. Herkomst: El Salobral, Albacete. Hoogte: 55 cm; breedte: 53 cm; dikte: 21 cm.

Contestania is de naam die in oude bronnen, van Strabo, Plinius en Ptolemaeus wordt gegeven aan dit gebied van het Iberisch schiereiland en dat deel uitmaakte van de Iberische cultuur. Hoewel de Contestaanse nederzettingen niet zo groot waren als die van de Turdetanen, was de Contestaanse cultuur wel een van de rijkste en meest gevarieerde Iberische culturen, met belangrijke artistieke uitingen (zoals grafsculptuur en versierd aardewerk) en verschillende schriftsystemen. Een groot netwerk van kustnederzettingen maakte de invoer van exotische producten mogelijk. De nederzettingen in het binnenland, die voornamelijk gewijd waren aan landbouw en veeteelt, profiteerden ook van de culturele vernieuwingen die uit het Middellandse Zeegebied kwamen, dankzij de aanleg van vlotte communicatieroutes over land.

Archeologische vindplaatsen

Het grondgebied van de Contestania lag voornamelijk in de huidige provincie Alicante en een deel van de provincie Valencia, met plaatsen als:

      • De krijger van Mogente.

        Provincie Alicante: La Serreta y El Puig (Alcoy), La isleta de Campello, Lucentum (in Tossal de Manises  en Albufereta, Alicante), Tossal de la Cala (Benidorm), La Alcudia de Elche, ‘Penya Negra’ en Castellà Colorat van Crevillente, Salvatierra in Villena, El Monastil de Elda, ‘El Oral’ en ‘La Escuera’, in San Fulgencio, El Camp de l’Escultor in Agost, Cabezo Lucero in Rojales en Guardamar, La Necrópolis de Altea la Vella in Altea, El Puntal de Salinas, El Xarpolar de Margarida, Benimaquia en Pico del Águila in Denia en La Picola in Santa Pola.

      • Provincie Valencia: Játiva; La Bastida de les Alcusses, El Castellaret en El Corral de Saus (Mogente); Cerro Lucena, Enguera; La Covalta in Albaida en Castellar de Meca (Ayora).
      • Het meest oostelijke deel van de provincie Albacete:  El Amarejo in Bonete, Cerro de los Santos en Llano de la Consolación en Montealegre del Castillo, de necrópolis van Los Villares en de Necrópolis “Camino de la Cruz” in Hoya-Gonzalo, en de Tolmo de Minateda in Hellín.
      • Ook gerelateerd aan Contestania, sites van de Comunidad de Murcia: zoals Coimbra del Barranco Ancho (Jumilla) of El Cigarralejo (Mula).
      • Archeologische musea met materiaal van sites in het gebied: zoals het Museo Arqueológico Provincial de Alicante (MARQ) in Alicante, het Museo Arqueológico van Játiva, El Almodí, het Museo Arqueológico Municipal de Enguera, het Museo José María Soler van Villena, het Museo Arqueoloógico Municipal (Iberisch) van Monforte del Cid, het Museo Camilo Visedo van Alcoy, het Museo Arqueológico van Elda, het museum van Alcudia (Elche), het Museo Arqueológico van Elche, het Museo Arqueológico van Crevillent, het museum van Villajoyosa en, in de regio Castilla-La Mancha, het Museo Provincial van Albacete.

De Iberische taal

Iberisch is de taal die in de oudheid werd gesproken langs de mediterrane kust van het schiereiland. Het gebied komt ongeveer overeen met de huidige Spaanse regio’s Cataluña, Valencia, Murcia en Andalucía. Meer specifiek is het ’t gebied gelegen tussen de rivier de Hérauld (zuid Frankrik), en Porcuna (Jaén) in het zuiden van Spanje.

Sommige onderzoekers, zoals Javier de Hoz, beschouwen het Iberisch als een lingua franca die zich via de handel heeft verspreid, gestimuleerd door het contact met de Feniciërs, terwijl andere onderzoekers het Iberisch beschouwen als de moedertaal van een cultureel heterogene groep.

Een reproductie van het loden plaatje van Ullastret (eind 4e eeuw v.Chr.)

Een aantal Iberische inscripties zijn bewaard gebleven. De geleerden nemen aan dat het schrift waarschijnlijk is afgeleid van het Fenicische alfabet. Het kon slechts gedeeltelijk ontcijferd worden. Vanwege onze geringe kennis van de Iberische taal is het onmogelijk vast te stellen of en in hoeverre het Iberisch verwant was met het Baskisch. Een dergelijke verwantschap is niet onwaarschijnlijk, maar valt moeilijk te bewijzen.

Er zijn sterke aanwijzingen dat ook de Aquitaniërs (zuid Frankrijk), een taal spraken die verwant was met het Baskisch of Iberisch.

Een groot deel van de rest van het Iberisch Schiereiland was bewoond door volkeren met een sterk Keltische invloed, die door de Romeinen Keltiberiërs werden genoemd, omdat hun taal overwegend Keltisch was, terwijl ze in zeden en gewoonten ook veel gemeen hadden met de Iberiërs.

In de tijd van het Romeinse Keizerrijk zijn zowel de Iberiërs als de Keltiberiërs geromaniseerd. Alleen in het gebied van País Vasco, Navarra en de westelijke Pyreneeën hebben de Basken hun niet-Indo-Europese taal kunnen bewaren.


Naar boven

Verwant aan dit onderwerp:

Annountations

This was one of the stories in the non-commercial website spaanseverhalen.com. The stories in this website are not static, the stories will be changed regularly, please look at this notice:

        • Last updated 2022-08-27

Coralma*

Sources and references:
The mostly foreign texts from wikipedia are available under the Creative Commons Attribution-Share Alike licence. I have translated, mixed, and often supplemented these texts with my own knowledge, and experience, gained during the time I live in Spain, and work on these articles.
Other source references may also be included, which may be things that I, while researching the articles, have read and incorporated into these texts

    • Spanish language Wikipedia|titel=Contestanos|pagecode=147753847| date=20201205
    • Spanish language Wikipedia|titel=Idioma íbero|pagecode=147391411| date=20230108
    • Dutch language Wikipedia|titel=Iberisch|pagecode=62140717| date=20230108
    • English language Wikipedia|titel=Contestani|pagecode=969902012| date=20230110

These texts are available under the licence Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen 3.0. CC BY-SA 3.0

Other references are:

    • Website: 

The photos/images are licensed under Wikimedia Creative Commons: CC0 1.0CC BY 1.0, CC BY-SA 1.0, CC BY 2.0, CC BY-SA 2.0, CC BY-NC-SA 2.0, CC BY 2.5, CC BY-SA 2.5, CC BY 3.0, CC BY-SA 3.0, CC BY 4.0, CC BY-SA 4.0, Free Art License 1.3 or Public Domain

If you click on one of the links below, you will find the full information of these photos/images, the author, or the license.

Coralma*, is own work that mostly can be found as a CC0 1.0 or CC BY-SA 4.0 file in Wikipedia Commons.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Hans Brongers Buitenfotografie

VOOR DAG EN DAUW IN DE NATUUR / BEFORE DAY AND DEW INTO NATURE

WordPress.com News

The latest news on WordPress.com and the WordPress community.

%d bloggers liken dit: