Spaanse Kunst

Las Menidas van Diego Velázguez vindt u in het Prado Museum te Madrid. Hdet is een van de meest representatieve schilderijen van de Spaanse kunst samen met de 3ᵉ mei 1808 van Goya. Maar ook de overgave van Breda (Las Lanzas) of de Spinners van Velézquez .

Las Menidas van Diego Velázguez vindt u in het Prado Museum te Madrid. Het is een van de meest representatieve schilderijen van de Spaanse kunst samen met de 3ᵉ mei 1808 van Goya. Maar ook de overgave van Breda (Las Lanzas) of de Spinners van Velézquez .

…..De Spaanse kunst gaat terug tot de primitieve artistieke bijdragen van de prehistorische volkeren die het Iberisch schiereiland bevolkte (Altamira). Vroege geschiedenis waarvan in archeologische zin vrij veel is terug gevonden zoals grafgiften, urnen, halskettingen, diademen, etc. En graftombes, zoals de tholos uit de bronstijd en andere soorten graftombes of monumenten met een ronde vorm (turriformes), waarin we urnen en handgemaakte sculpturen van de Iberiërs vinden. De Fenicische invloed – Punische, Griekse, Romeinse en tenslotte de Germaanse volkeren, waren van groot belang wat betreft de invloed die zij uitoefende op de Visigotische bevolking. Naderhand komt daar nog, in mindere mate, de Byzantijnse in de Levante (oosten) nog bij, samen met het Europese christendom. Deze invloeden hebben de Spaanse kunst van de Middeleeuwen maar ook die van nu bepaalt.

Ga naar:

      • …..In het begin van Spanje, dat wil zeggen, Hispania, was het cultureel rijke oosten (dat door de Tartessos en Iberiërs werd beïnvloed) en het noorden (dat door de Noord-Keltische bevolking werd beïnvloedde), twee doorslaggevende factoren die de kunst van het schiereiland verrijkte. De Fenicische en Punische bevolking en de latere komst van de Grieken zou een belangrijke invloed achterlaten bij de Iberiërs.

        …..Haar culturele rijkdom zou zijn hoogtepunt bereiken in de Spaanse Gouden Eeuw (halverwege de 16ᵉ eeuw tot halverwege de 17ᵉ eeuw), met de nadruk op schilders als Diego Velázquez, El Greco, of in de literatuur met figuren als Francisco de Quevedo en Gongora. Een zeer rijke cultuur die overloopt van schilderijen, sculpturen en gebouwen,,,,, naast de pleinen en straten van de Spaanse steden, het is ongetwijfeld het gevolg van de symbiose tussen het christelijke Spanje (erfgenamen van de Visigoten) en de islamitische overheersing die was begiftigd met een grote artistieke rijkdom die nu nog steeds doorwerkt.

         Prehistorische kunst


        Frans-Cantabrische kunst

        Grotschilderingen op het platfond vande grot in Altamira

        Grotschilderingen op het platfond vande grot in Altamira

        …..In 1872 werd de Spaanse Paleolithische kunst ontdekt, met de beschilderingen in de grot van Altamira, en later ook in andere delen van het noorden van Spanje en het zuidwesten van Frankrijk, maar ook op een plek ver daar vandaan, in Málaga heeft men dit soort schilderingen gevonden, en behalve rotsschilderingen vond men er ook kunstvoorwerpen met verschillende functies, verschillende symboliek en esthetiek.

        …..De religie was, uit pure noodzaak, op dat moment in opkomst om mogelijke onbeantwoorde vragen die men had op een bevredigende wijze te beantwoorden. Een theorie is dat de kunstenaar probeerde, door gebruikmaking van diverse artistieke objecten,  mysterieuze zaken over te brengen op zijn medemens. Hij gebruikte afbeeldingen van dieren en gaf daar een religieus-magische dimensie aan, deze dieren waren voor hen mensen, andere waren magische en goddelijk wezens (animisme en totemisme). Deze schilderingen moesten een magische sympathie opwekken. Een andere theorie is, dat in het kader van bestendiging van de soort, er enkele geslachtskenmerken worden gegeven aan verschillende objecten. En een derde theorie zegt dat kunst het concept voor het maken van kunst is, dat wil zeggen, zonder een gedachte of een abstract idee, dat het het resultaat was van een verlangen om het welzijn van de mensen te verbeteren, zo zou het een voorstelling van overvloed in de jacht kunnen zijn, een hoop op betere tijden, etc.

        …..De grotten uit deze tijd hadden een heilige karakter men gebruikte de grotten als schuilplaats en de plaats waar men de dieren afbeelden. Er is ook een duidelijk seksuele karakter in hun afbeeldingen aanwezig. In de grotten zijn gangen die de verschillende kamers met elkaar verbinden. Men denkt dat deze kamers alleen gebruikt mochten worden door ingewijden van de primitieve religie.

        …..Het dier moet een zo goed mogelijke voorstelling zijn van de sympathische magie zodat men het gelijk begrijpt, daarom gebruikt men meerdere kleuren om een zo realistisch mogelijk beeld te krijgen. Veel dieren lijken acephalus (zonder hoofd) wat symbolisch staat voor, het verwijderen van de dierlijke kracht, dat maakt dat de Paleolithische mens de relatie legt, dat de werkelijke kracht in het denkvermogen zit. Sympathische magie wordt ook gebruikt voor de jachtvoorwerpen of amuletten, vanuit dit begrip ontwikkeld zich de artistieke heks (magiër, tovenaar) die de voorwerpen bewerkt met als doel de magie verder te ontwikkelen.

        …..De getekende voorstellingen zijn gemaakt door middel van houtskool en soms werden deze dierfiguren gevuld met één of meerdere kleuren (monochroom, polychroom). Een techniek waarbij de artistieke persoon gebruik maakte van zijn vingers. Hij doezelt de kleur met zijn vingers in de figuur, later werd er ook gebruik gemaakt van borstels, penselen. Het beschilderen deed men met aarde of oxiden, vermengt met een bindmiddel (water of dierlijk vet). De kleuren die men gebruikte waren, zwart, oker, rood en violet en later ook wit. De meest voorkomende kleur is rood en het zwart komt dan op de tweede plaats. Het rood was voor hen een magische kleur door zijn associatie met bloed en dat dan weer met leven. De figuren die in het Paleolithicum zijn getekend staan op zichzelf, slechts in enkele gevallen overlappen de tekeningen elkaar.

        Levantijnse kunst

        Rotsschilderingen op het oostelijke deel van het Iberisch schiereiland welke deel uitmaken van de culturele erfgoederen van het World Heritage

        Rotsschilderingen op het oostelijke deel van het Iberisch schiereiland welke deel uitmaken van de culturele erfgoederen van het World Heritage

        …..De bewoners van het schiereiland (10.000 tot 6.500 jaar geleden) verdwenen als gevolg van de klimaatsveranderingen en daarmee verdween ook het grote wild. Zij emigreerde naar de oostkust en naar de binnenlandse berggebieden. Er deed zich een evolutie voor in het denken van deze mensen. Door de meer eenvoudige wijze van leven en een gunstiger klimatologische omstandigheid evolueerde ook de wijze van schilderen en hun heiligdommen bevonden zich buiten in kleinere schuilplaatsen in de rotsen. Het waren de laatste abstract denkende jagers. Daarna werd het ritueel belangrijker dan het religieuze animistische systeem. In de schilderkunst begon men met het portretteren van mensen met de vooraf vernoemde polychrome. voorheen werd hoofdzakelijk monochroom gewerkt. Zwart is de overheersende kleur met andere kleuren als rood en meer zeldzaam oker en wit.

        Schematische schilderen

        Een schematisch hert

        Een schematisch hert

        …..Deze wijze van schilderen zien we tussen 2000 en 1500 v. C. Eerst zagen we de zoveel mogelijke natuurgetrouwe weergave wat door toe doen van meer abstracte ideeën overgaat naar draadvormige figuren. Voor het eerst zien we figuren met een narratief antropomorfe karakter en dieren die een groep vormen. De dieren worden minder groot afgebeeld en de menselijke figuur neigt naar een meer schematische voorstelling. De mannelijke figuren worden zonder attributen, en de vrouwelijke figuren worden met rokken, afgebeeld.

        …..Als men meer controle krijgt over de oogsttijden en het bewaren van overschotten geeft dit het begin aan van een sterke economische verandering…. Ook de religieuze mentaliteit veranderd, deze benaderd meer het hogere wezen, naar de mens.

        …..Het meest belangrijke deel van het schiereiland is het zuid-oosten, het huidige gebied van Murcia en de provincies Almería, Albacete. Het is een kruispunt van noord-zuid, oost-west. Het is het begin van overzeese, mediterrane, invloeden vanuit het westen en oosten.

        …..Men begint met het afbeelden van de stier met de hoorns gelijkend op de maansikkel als teken van vruchtbaarheid en de bevruchting. De stier is het gemeenschappelijk symbool in de cultuur van de Middellandse Zee van Griekenland tot Spanje. De stier is het vruchtbaarmakende element van de maan (moeder aarde), waarmee men dankzij deze stier, overvloedige oogsten  zou krijgen. Dat was ook de reden dat dit dier een heilig karakter had.

        Rotsschildering in Castellón (comunidad Valenciana).

        Rotsschildering in Castellón (comunidad Valenciana).

        …..De schilderingen evolueerde van symbool naar een soort van pictogrammen, dat meer betekenis en enige standaardisatie aan de tekeningen geeft waardoor ze sneller te begrijpen waren voor de mensen. De plaatsen waar de schilderingen te vinden zijn, worden beschouwd als heilige plaatsen. De schuilplaatsen (heiligdommen) zijn niet langer gelegen op afgelegen hoogtes, maar liggen dichterbij deze mensen. De figuren krijgen meer gewicht en we zien meer magische figuren en er is een mogelijke Egyptische invloed van de zonnegod. Ook zijn er amuletten gevonden met beschilderingen van afgoden met de bedoeling de persoon te beschermen. Ze geven betekenis aan de ogen, die het wezen van de mens zijn. En je ziet afbeeldingen van driehoeken die de samenhang tussen mens en de geweidragende weergeeft.

        …..Achter de rituele dansen zit vaak een religieus vruchtbaarheidsidee. De figuren zijn schematisch en met zekere lijnen opgezet. Geklede mannen met hoeden en ze dragen schilden, speren en stokken. Rood is in deze periode wel de belangrijkste kleur. Ook de mannelijke en vrouwelijke verschillen worden duidelijk weergegeven.

        Megalitisme

        Dolmen in Tella (Huesca)

        Dolmen in Tella (Huesca)

        …..Het is een neolithische cultuur die gekenmerkt wordt door de bouw van megalieten. De cultuur heeft zich over geheel Europa verspreid, ook in Spanje. Men kreeg gedachtes over het bovennatuurlijke, het hiernamaals, het is de tijd dat deze mensen beginnen na te denken en vragen te stellen over hun lot na de dood.

        …..Met behulp van de menhirs vormt men een ‘oer-berg’ die ook nog eens heilig zijn. Zij dachten dat de levensenergie die door het lichaam stroomde, een koppeling van drie kosmische sferen was: de hel (onderwereld), de aarde en de hemel.  Andere culturen die er ongeveer hetzelfde over dachten maar veel verder ontwikkeld waren brachten de piramides of de ziggurats voort. De evolutie van de menhir leidt tot de creatie van de dolmens, dit is een omringde ruimte, wat je zou kunnen benoemen als de eerste stap naar architectuur als gevolg van menselijk ingrijpen om een ruimte te maken. In dit geval een heilige ruimte die als verdediging tegen demonische krachten moet dienen. Een architectuur, gekoppeld aan de dood. Ook kennen we de steencirkels (cromlechs), de menhirs zijn hier verder uit elkaar in een cirkel gezet. Het is eigenlijk de samenkomst van de van de alleenstaande menhirs en de menhirs en dolmens. Weer wordt een een ruimte gesuggereerd maar met een ander doel.

        Naveta, Menorca

        Naveta, Menorca

        …..Van een andere constructie zijn de ganggraven, deze bestaat uit een grafkamer die met de buitenkant verbonden is door een gang. Bij een collectieve begraving werden er goederen meegegeven voor gebruik in het hiernamaals. Met deze constructie creëerde men een heilige ruimte zodat de voorouders beschermd waren. De ruimte was gedeeltelijk uitgegraven en deze grond kwam daarna weer terug bovenop de grafruimte zodat er een kleine heuvel ontstond. Deze constructie evolueert zich ook weer in iets groters, men gaat kleinere stenen gebruiken zodat men geheel ronde kamers kan maken. Een grafkamer met daarop een koepel. Deze koepel moet dan het idee van een hemel geven. Het is een cirkelvormige slang die zichzelf in zijn staart bijt, zo stelt men zich in die tijd de eeuwigheid voor. Weer later evolueert dit weer tot de ‘navetas’, waarbij gebruikt wordt gemaakt van gemetseld natuursteen en een latei (architectonische constructie) boven de ingang. Er bestaat ook een ander type grafmonument: de talallot die veel kleiner is en cirkelvormig.

        Taula, Menorca

        Taula, Menorca

        …..Ook geeft men de taulot, die bestaat uit drie grote stenen, een verticale met een horizontale steen daar bovenop en een diagonale die voorkomt dat de andere omvallen.  Er zijn muurtjes omheen gebouwd om deze heilige plaatsen af te bakenen. Men twijfelt nog wel wat nu de precieze functie van deze monumenten is. Eén gedachte is, dat men ze gebruikt om er voedsel voor de goden op te leggen (een offertafel, altaar) en de ander gedachte is, om er een dode bovenop te leggen zodat het dode lichaam daar tot ontbinding zou overgaan. En als laatste is er een theorie die zegt dat nadat het lichaam was gecremeerd de as erop gelegd zou worden zodat deze zich daarna met de wind zou verspreiden.

        Protohistorische kunst


        Tartesische kunst

        De schat van Carambolo

        De schat van Carambolo

        …..Het begint met het mythische koninkrijk Tartessos dat in het zuiden van het schiereiland lag, ronde monding van de rivier de Tinto en het gebied van Algarve tot Jaén bestreek. Dit koninkrijk was gebaseerd op een krachtige economische basis van landbouw, veeteelt en handel. Het was een geheel hiërarchisch opgezet koninkrijk. Als voorbeeld noemen we hier het architectonisch hoogtepunt Cancho Roano. Het zou een paleis-heiligdom zijn en het meest belangrijke gebouw in de wereld van Tartessos.

        Het koninkrijk Tartessos

        Het koninkrijk Tartessos

        …..Er zijn een aantal kunstvoorwerpen gevonden (kandelaars, wierookvaten…) die ons laten zien hoe geavanceerd de metallurgie en de edelsmeedkunst in die tijd en op die plek was.

        …..Het meest kenmerkende uit deze periode is de schat van Carambolo (een riem, en verschillende armbanden…) allemaal van zuiver goud. Het waren stukken die toebehoorde aan een begrafenisschat (offerande). De objecten van deze schat werden bewerkt met een oosterse techniek (deze stukken zijn uniek en niet te vergelijken met andere stukken en waarschijnlijk afkomstig uit het oosten). Het is verdeeld in banden en het laat duidelijk zien dat men de techniek van het drijven van metaal machtig was en ook zien we dat men de kunst van het filigraanwerk en beitelen beheerst. Aan de geometrie is duidelijk zichtbaar dat het oosters is.

        Diadeem, onderdeel van de schat van Aliseda.

        Diadeem, onderdeel van de schat van Aliseda.

        …..Een andere belangrijke schat is die van Aliseda die waarschijnlijk gemaakt is in het oosten. Ook deze is van goud en bevat hoofdzakelijk stukken filigraan en gebeitelde stukken.

        Fenicische en Punische kunst in Spanje

        Fenicische ring gevonden in Cadiz

        Fenicische ring gevonden in Cadiz

        …..Het fenicische – en veel later ook het punische (cartageense) volk stichten kolonies in het noorden van Afrika en het zuiden van Spanje om te zoeken naar haar rijkdommen aan edele metalen. Belangrijk is Cadiz als centrum van de metalen, en het zouten (conserveren) van vis.

        …..In Gadir (Cadiz) bevinden zich twee mensachtige in sarcofagen, een mannelijke en een vrouwelijke. Dit geeft aan dat de doden individueel begraven werden. Ze zijn beïnvloed door de Egyptische sarcofagen en ze zijn bedoeld om de ‘Ka’ te behouden voor het leven in het hiernamaals. En dit, op zijn beurt, beïnvloed weer het Griekse houtsnijwerk. Het bovenste deel van de sarcofagen is bewerkt met een lak, waar het reliëf de nadruk legt op het hoofd als ware het denkend element, de lijkwade die het lichaam bedekt doet weer denken aan de Egyptische wijze van mummificeren, maar, in tegenstelling tot de Egyptische wijze van mummificatie zijn de ledematen perfect gereconstrueerd.

        …..De rechterhand van de mannelijke sarcofaag ligt op het hart, dat is een iconografisch element dat ons de balans tussen het goed en kwaad wil doen begrijpen, om door te gaan naar het andere leven. Het hoofd is diep uitgebeiteld om het de clair-obscure extra duidelijk over te laten komen.

        …..De vrouwelijke sarcofaag draagt in haar rechterhand een kom met parfum dat  symboliseert het offer aan de goden om haar te helpen bij de oversteek naar het hiernamaals. haar ogen zijn amandel-vormig en gericht op de horizon. Het haar is geometrisch weergegeven.

        De Dame van Galera

        De Dame van Galera

        …..De Fenicische hoofdstad Galera was belangrijk voor de Ionische geschiedenis. Opmerkelijk is ook de Godin van Galera, gemaakt uit albast, ze dient als de ontvanger voor het uitvoeren van de plengoffers en vormt een deel van de begrafenis outillage. Ze draagt oosterse kleding. Haar wenkbrauwen, neus en bruine ogen staan dicht bij elkaar en ze heeft, als je haar frontaal aankijkt (la ley de frontalidad), een verre blik over zich. De godin is blootsvoets en draagt een symmetrisch jurk. De hand ziet er natuurlijk uit alhoewel ze overdreven groot zijn. Dat zij een belangrijke plaats inneemt is duidelijk te zien aan het feit dat zij wordt geflankeerd door twee prachtige sfinxen. Deze symboliseren haar bescherming en ze hebben hetzelfde gezicht als de godin.

        …..In relatie met de dood heeft men ook een Fenicische tynaterium gevonden, een Punisch parfumflesje dat behoorde tot een van de grafgiften. Het is perfect gestileerd, het laat vier goden en de levensboom zien.

        De dame van Ibiza

        De dame van Ibiza

        …..In Ibiza heeft men op de begraafplaats (necropolis) van Puig de Molino een terragotta beeld gevonden dat men de ‘Dama de Ibiza‘ (de  Dame van Ibiza) noemt. Het is van Punische makelij en staat in relatie tot de dood, het is gemaakt door de plaatselijke kunstenaars. Het is een vrij groot terracotta beeld opgebouwd uit kleine stukjes klei. De ledematen in vergelijking tot de mantel zijn absoluut niet in verhouding. Het is een voorstelling van een vruchtbaarheidsgodin klaar voor het gebed. Het wordt afgebeeld met een hoed en een haarband. Ze draagt een aantal kettingen met beeldjes die, als knoppen, terugkomt op de kleding. Ze heeft een lange nek. Ook hier zien we (la ley de frontalidad) weer het vooraanzicht, met de amandelvormige ogen en de mond die ons het gevoel geven of we naar het hiernamaals kijken. In de jurk zien we herhalende bloemelementen rondom de lege ruimte. Let op de figuur onderaan de jurk, de groteske mond waaruit twee schutbladeren (van bloemen) komen, dit blijkt ook een teken van goed en kwaad te zijn.

        Griekse kunst in Spanje

        Griekse amfoor gevonden in Ampurias

        Griekse amfoor gevonden in Ampurias

        …..De kunst van de verschillende culturen heeft zich op verschillende wijze geuit. Met de nederzetting van Ampurias (Griekse handelsplaats) aan de noordoostelijke kust brachten de Grieken hun beschaving en haar artistieke uitingen naar Spanje. Zij lieten zich niet beïnvloeden door de reeds aanwezige klassieke kunst van de Fenicische en Carthaagse in de zuidelijke gebieden, van Hispania.

        …..Er was daar een Punische dame met Griekse karakteristieke die haar handen in gevouwen (biddende) houding hield, en niet gekleed was in een tuniek met bloemen maar een Griekse mantel droeg en, met de gevouwen kleding, neigde naar een naturalisme. Ze heeft doorlopende wenkbrauwen en een typisch Griekse neus. Dit zijn wel de meest opvallende decoratieve elementen van deze godin en laat daarmee zien dat de oosterse wereld zich hier in dit deel van het Middellandse Zee gebied vermengt met de Griekse kunst uit de 7ᵉ eeuw v. C.

        …..Vanwege de vele grensgeschillen maken beide partijen een overeenkomst dat de Grieken het Ibersisch deel van het schiereiland ten noorden van Valencia bezetten en de Carthagers zich ten zuiden van hen bevinden. De Grieken introduceren hun cultuur, door hun handel met luxe artikelen geven ze aan de bevolking hun cultuur door. Door de beperkte mogelijkheid van akkerbouw in Griekenland, werden ze gedwongen om handel te drijven met hun artistieke goederen in ruil voor graan en andere voedingsmiddelen die overvloedig aanwezig waren in Spanje.

        …..De verschillen tussen de koloniserende Grieken en de originele bewoners waren groot, daardoor was er minimaal contacten en ontwikkelde de commercie zich buiten de kolonies. Ze vestigden zich in de buurt van de Iberiërs waardoor de eerste stedenbouw en kolonies ontstonden en daarmee de Kelt-Iberische wereld beïnvloeden.

        De Griekse god Asklepios

        De Griekse god Asklepios

        …..Bij Ampurias vond men het beeld van Aslkepios. De god Asklepios was voor de Grieken belangrijk figuur. Het was de god van de geneeskunde, dat was te zien aan de slang bij zijn voeten. Het beeld is gemaakt van marmer, maar waar het gemaakt is, is niet bekend. Ook is niet bekend of het door de plaatselijke kunstenaars is gemaakt of dat het is meegenomen vanuit Griekenland. Men gaf het beeld een klassieke uitstraling en het gehele concept is onderworpen volgens de latere regels van de ‘Mens van Vitruvius’ en de mathematica. Wanneer men een beeld aan het maken is gebruikte men de geometrische basisvormen: cirkel en vierkant in relatie tot de lichaamsverhoudingen. Men gaf het beeld, net als Zeus, een naakt bovenlichaam. Men probeerde het een perfect gelaat met een zekere ethos (moreel) en een geromantiseerde superuitstraling (fathum) mee te geven, maar het lichaam komt daarmee niet overeen met het gezicht.

        …..We zijn nu zover gekomen om te kijken naar de centaur van Royos, een bronzen beeld dat doet denken aan de Iberische beelden. Het is een gegoten bronzen beeldje (in Spanje noemt men het procedé hiervoor ‘el tecnica de cara perdida’). Het idee was, hem een menselijk hoofd en een dierlijk lichaam en instincten, te geven. Hij heeft amandelvormige ogen, een archaïsche glimlach en het geeft je in het begin een gevoel van idealisering. De Griekse en later ook de Etruskische metalen en keramische kunststukken werden gezien als luxe-items.

        Iberische kunst

        De Dame van Elche, staat in het Museo Arqueológico Nacional de España in Madrid

        De Dame van Elche, staat in het Museo Arqueológico Nacional de España in Madrid

        …..De Iberische kunst vinden we in het oostelijke en het zuidelijke deel van het schiereiland. De mediterrane culturele invloeden zijn duidelijk aanwezig als we bijvoorbeeld kijken naar een opmerkelijke sculptuur zoals die van de Dame de Elche en de Dama de Baza.

        …..De achteruitgang van Tartessos begint met de komst van een aantal Indo-Europese volkeren in het noorden van het schiereiland en een ander volk van onbekende oorsprong op het plateau en in Andalusië. Van de Iberiërs wordt gezegd dat ze van Centraal-Europa kwamen en doordrongen tot Noord-Afrika en dus ook de stad Tartessos bezette.

        …..Er vindt een proces van acculturatie van de Iberische volkeren door de Grieken plaats. De steden worden bestuurd door een koning en door een raad van oudsten, door Romeinse invloed hebben sommige Iberische volkeren een senaat geadopteerd. Het is een zeer hiërarchische samenleving. De economie is gebaseerd op landbouw en veeteelt, er vindt handel plaats met koloniserende volkeren en met elkaar.

        …..De Iberiërs bouwden, beïnvloed door de Grieken, steden gelijk hun mediterrane steden. Het zijn steden met cyclopische muren en een acropolis (hoogste punt). Men noemt ze hópidas. Cerro de las Cabezas is een belangrijke hópida, omdat het nog steeds intact is. De bewoners verlieten de stad door een gevaar van buitenaf. men vond er pleinen, markten en werkplaatsen….. het was een hoog ontwikkelde samenleving. De meest belangrijke hópida was Azoida in Teruel , omdat het de grootste en goed verdedigde was..

        Het graf van Pozo Moro in het Museo Arqueológico Nacional van Madrid.

        ….De necropolissen begonnen zich te verdelen in twee klassen: de heersende klasse en het gewone volk. Er bestond een rite van verbranding met collectieve graven en graven met één urn. Graves zijn meestal circulaire dat een idee van de eeuwigheid moet weergeven. In Tartessos bevinden zich  graven in de vorm van een gang deze zijn bedekt met een heuvel, maar de meest voorkomende grafvorm is een ruimte gevormd door tmenos (muren), turriformes graven (torenvormige graven, maar ik ben niet zeker van deze vertaling). Het belangrijkste graf is dat van Pozo Moro, met elementen van de oostelijke en mediterrane symboliek.

        La Dame de Baza ook te zien in het Museo Arqueológico Nacionale de España in Madrid

        La Dame de Baza ook te zien in het Museo Arqueológico Nacionale de España in Madrid

        …..Andere vormen van begraven is door gebruikmaking van sculpturen als in het geval is van de dame de Baza (6ᵉ en 5ᵉ eeuw v. C) of de dame van Elche. Het begraven in dames werd alleen gebruikt voor belangrijke mensen. Ze werden begraven op plekken in de grond omring met bewerkte muren. Rond de dame stonden urnen en andere grafgiften. Het is onbekend of de vrouw tijdens haar leven een priesteres was of misschien dat het een voorstelling van een Iberische godin was.

        …..Ook van belang zijn de ‘Damas oferentes’ (offerende of aanbiedende dames) van de Cerro de los Santos, welke veel grover zijn dan de dames van Baza en Elche. Ze werden bijgezet als ex voto’s op heiligdommen. Meestal van kalksteen of brons en met een grootte van 1 cm tot 150 cm. In deze figuren komt ook weer de archaïsche ‘Ley de la frontera’ terug. De kappen zijn vlak en de mantel heeft een zigzag decoratie. Ze dragen een glas waarin het offer aan de goden zit. Een ander belangrijk sculptuur van deze grafheuvel is de groep van echtgenotes, die om  vruchtbaarheid vragen voor de voortzetting van de soort.

        Keltische kunst in Spanje

        Toros de Guisando

        Toros de Guisando

        …..De tegenpool van de Iberiërs op het Iberisch schiereiland waren de Kelten, met een veel primitievere cultuur dan die van de Iberiërs. Later zullen zij zich vermengen met de Iberische bevolking (Kelt-Iberiërs). Hun woningen vermengen zich met de natuur en ze zijn sterk gericht op het leven in de bergen. Hun economie baseert zich op de veeteelt. Het Keltisch fort was een versterkte stad, zoiets als de Iberisch hópida maar het miste het aspect van de stedenbouw, hun belangrijkste fortificatie was Santa Tecla. De hutten waarin ze leefde waren ronde gebouwtjes gemetseld van steen, met een rieten dak. Ze gebruikte een deurconstructie van twee pilaren met daarop een latei.

        …..Ze beheerste de edelsmeedkunst en kende de techniek om reliëf  aan te brengen in metaal. Hun sculpturen van dieren en figuratieve beeldhouwkunst waren ruwer afgewerkt dan die van de Iberiërs. Het zijn beschermde dieren, vee in de weide, dat waarop ze hun economie baseerden. Meestal zijn het varkens (zwijen) of stieren gemaakt van graniet die in grote getallen bij elkaar staan. De meest bekende zijn de stieren van Guisando in Avila. Ze kijken in noordelijke richting en hun houding geeft blijk van onderworpen te zijn, allemaal buigen ze het hoofd naar beneden. Ze hebben een groot gevoel voor de schematische voorstelling, dat is belangrijker dan een natuurgetrouwe weergave. Ze zijn allemaal staand afgebeeld en de nadruk ligt op de hoorns.

        …..Zowel de mannen als de vrouwen gebruiken gouden kragen, als versierselen om de nek. Ook de gordels zijn gemaakt van goud en om te voorkomen dat er gaten in het materiaal ontstaan gebruikt men de techniek van het hameren. Onder de schat van Ribadeo bevindt zich ook een gouden riem waarin bloemmotieven met zes bloemblaadjes zijn verwerkt deze bloemen vertegenwoordigen de zonneschijf die de drager een gevoel van bescherming moet geven.

        Romeinse kunst in Spanje


        Mannelijk Romeinse beeld uit de 1ᵉ eeuw v. C. gevonden in Zaragoza

        Mannelijk Romeinse beeld uit de 1ᵉ eeuw v. C. gevonden in Zaragoza

        …..Zowel de Romeinse cultuur als de Romeinse kunst zijn van oorsprong ontstaan uit de Hellenistische cultuur. Door de superieure strategie van de Romeinen veroverde zij na de Tweede Punische oorlog veel gebieden in Hispanië (late 3ᵉ v. C).

        …..Door de Eerste Republikeinse Burgeroorlogen in Rome, werd het schiereiland behoorlijk negatief beïnvloed. Daarna begon er een periode van grote culturele ontwikkeling waaruit het Grote Romeinse Rijk ontstond en de romanisering in de andere gebieden werd doorgevoerd.  Ook de oude Griekse kolonies als Ampurias vielen onder het ‘gezag’ van de Romeinen. Tijdens het bewind van Augustus en heJulio-Claudische tijdperk werd de infrastructuur van de wegen sterk verbeterd en de steden versterkt maar ook werden er bruggen, aquaducten, amfitheaters en circussen gebouwd. Met de komst van de Hispanische keizers als Trajanus en Hadrianus (2ᵉ eeuw n. C) worden steden als Italica verfraaid. Andere belangrijke steden waren Augusta Emerita (Merida) en Tarraco (Tarragona) de thuishaven van het keizerlijke hof van Augustus tijdens de Cantabrische oorlogen van 29 tot 19 v. C. Andere unieke monumenten, zoals het aquaduct van Segovia of de brug van Alcantara zijn verspreid over het grondgebied, waarmee zichtbaar wordt hoe ver het grondgebied zich uitstrekte en hoe sterk de Romeinen hun invloed doorvoerden.

        De brug van Alcantara, een Romeinse brug over de rivier de Taag, in de stad Alcantara, Cáceres

        De brug van Alcantara, een Romeinse brug over de rivier de Taag, in de stad Alcantara, Cáceres

        …..In Hispania imiteerde men alles, de kunst, de mode, de architectuur, alles wat voor die tijd in de Romeinse hoofdstad modern was werd geïmiteerd. Er bestond een echte kunst cultuur in Rome en in de meer belangrijke, nabij Romeinse gelegen steden, was er een overeenkomst met de meer rationalistische en naturalistische Griekse stijl, die men uit voorgaande tijden al van deze Grieken had overgenomen. De historicus Bianchi Bandinelli vormde de hypothese dat er een andere soort kunst bestond, parallel aan de cultus, waarvan hij veronderstelde dat ze provinciale kenmerken bevatte welke hij de plebejerkunst noemde. En deze kunst, meer populair, zou meer bezorgd zijn over het doel van de kunst dan de formele kunst, ze was meer schematisch, eenvoudiger en expressionistischer en ook meer symbolisch dan de hogere verheven officiële kunst.

        …..Het Latere Romeinse Rijk maakte plaats voor de een periode die meer bekend staat als de late oudheid. De radicale wijzigingen die door de Romeinse beschaving teweeg gebracht waren, hadden gevolg voor latere de kunst. De 4ᵉ eeuw was voor Hispania een nieuwe periode van grote groei, en bovenal weer onder keizers van Spaanse afkomst, als Theodosius. Een groot deel van de archeologische vondsten (zoals mozaïeken) stammen uit deze tijd en zijn te vinden de in landelijke Villae en zelfs in steden als Complutum (Alcalá de Henares).

      • Vroeg-christelijke kunst


        De sarcofaag Trilogía petrina (Een sarcofaag met aan de voorkant en de linkerkant de drie verhalen van Petrus, het wonder van de bron, de arrestatie van Petrus en het kraaien van de haan.), rond 340 - 350, in de basiliek van Santa Engracia (Zaragoza)

        De sarcofaag Trilogía petrina (Een sarcofaag met aan de voorkant en de linkerkant de drie verhalen van Petrus, het wonder van de bron, de arrestatie van Petrus en het kraaien van de haan.), rond 340 – 350, in de basiliek van Santa Engracia (Zaragoza)

        …..De vroeg-christelijke kunst is de laatste fase van de Romeinse invloedsperiode. De culturele veranderingen vinden plaats tijdens de 2ᵉ en de 4ᵉ eeuw, maar hadden slechts weinig effect op het schiereiland, omdat de Germaanse volkeren begonnen waren met hun invallen in 409.

        …..Gedurende de eerste drie eeuwen veranderd er wat de Romeinse kunst betreft maar weinig. Het christendom heeft zich gevestigd in het Romeinse Rijk, territoriaal zijn er wel wat verschillen in de vestigingen. Hoe het in het begin ontstond is niet helemaal bekend, maar de stromingen zijn gekoppeld aan die van de apostelen Paulus en Jakobus.

        De sarcofaag Trilogía petrina (Een sarcofaag met aan de voorkant en de linkerkant de drie verhalen van Petrus, het wonder van de bron, de arrestatie van Petrus en het kraaien van de haan.), rond 340 - 350, in de basiliek van Santa Engracia (Zaragoza)

        De sarcofaag Trilogía petrina (Een sarcofaag met aan de voorkant en de linkerkant de drie verhalen van Petrus, het wonder van de bron, de arrestatie van Petrus en het kraaien van de haan.), rond 340 – 350, in de basiliek van Santa Engracia (Zaragoza)

        …..Er zijn verschillende getuigenissen van christelijke gemeenschappen, uit de 3ᵉ eeuw, op het Iberisch schiereiland teruggevonden. Enerzijds zullen deze ontstaan zijn uit de verbinding met Rome en Italië, maar anderzijds, zullen ze afkomstig zijn vanuit Noord-Afrika gezien het feit dat daar de eerste Spaans christelijke invloeden vandaan kwamen.

        …..Er is niets bekend over kerken in die tijd. Er was ook veel Romeinse tegenwerking voor het christelijke geloof, zij keurde deze religie sterk af. In 259, het laatste jaar dat Decius regeerde over het Romeinse Rijk, vonden de bisschop Fructuoso en zijn diaken, Augurio en Eulogio, de martelaarsdood op de brandstapel in het amfitheater van Tarragona. Maar de cultus bloeit verder op. En door de relikwieën van deze martelaren, die men plichtsgetrouw bewaard in een aantal gebouwen, wordt het geloof steeds sterker.

        …..Rond het laar 300 werd er in Granada een synode gehouden, genaamd de Synode van Lliberri, waaraan 35 zetels van de Hispanische bisdommen deelnamen. Het was ook de periode waarvan de eerste artistieke overblijfselen bekend zijn, het gaat dan vooral om sarcofagen, het zijn de eerste uitingen van vroege christelijke kunst.

        …..Deze vroegchristelijke kunstuitingen, als sarcofagen en mausolea, etc. zijn op twee manieren ontstaan:

            • De eerste gelovige patricische families in Rome lieten grote grafmonumenten in de velden bouwen met even belangrijk uitziende sarcofagen, het was een manier om de stedelijke belasting te ontduiken. Men had een belasting ingevoerd om de “skyline” van Romeinse steden te beschermen, die voorschreef dat als men dit soort gebouwen in de nabijheid van de stad wilde bouwen daarvoor extra belasting betaald moest worden. Het Romeinse dorp La Olmeda is een goed voorbeeld van deze mausoleos.
            • De tweede wijze waarop de meer eenvoudige christenen zich op een necropolis lieten begraven, was zoals gebruikelijk was in Tarraco en Corduba. Beide bevatten kenmerken van de vroegchristelijke kunst.
        Sarcofaag van San Justo de la Vega, waar later de stoffelijke overschotten van Alfonso III el Magno, koning van Asturias, in begraven zouden worden. Zijn stoffelijke overschotten werden later overgebracht naar Oviedo.

        Sarcofaag van San Justo de la Vega, waar later de stoffelijke overschotten van Alfonso III
        el Magno, koning van Asturias, in begraven zouden worden. Zijn stoffelijke overschotten werden later overgebracht naar Oviedo.

        …..Opmerkelijk zijn de sarcofagen van San Justo de la Vega en die van Historia de Susana en die van de triomfantelijke Christus, en die van Martos.

        De goede herder

        …..Een van de meest bekende en populairste motieven van de vroeg-christelijke kunst is de ‘Goede Herder‘, voorgesteld als een herder in een typerend tuniek, die een schaap op z’n rug (in z’n nek) meedraagt. Een symbool dat staat voor Christus als redder van zijn kudde. In de vroeg-christelijke periode werd dit beeld veel gebruikte op grafstenen, graven en als funeraire versiering, om daarmee de redding van de ziel te laten zien. Een beeld dat op de dag van vandaag nog steeds gebruikt wordt. In het huis van Pilatus van Sevilla is een beeltenis van Christus als de Goede Herder gevonden. Christus is hier afgebeeld als een jonge man zonder baard met een schaap op zijn rug.

        Vroeg-christelijke gebouwen

        …..De spreiding van de vroeg-christelijke architectuur in Spanje zoals kerken, mausolea en sarcofagen in de Balearen, Tarraco, Mérida en de kust van Bética laat zien dat het veelal de geromaniseerde gebieden zijn die vroeg-christelijke architectuur bevatten.

        Mausoleum

        De hoge kosten van de mausolea laten zien dat deze alleen gebouwd worden door mensen van belang en de “hogere klasse”. Er waren twee invloeden die leidde tot de bouw van deze graven.

        Heldendom

        De monumenten ter nagedachtenis van helden veranderde mausoleum tot tombe. In dit geval vermengen dit type monumenten zich met het verstrekken van de tijd.

        Martelaarschap

        De martelaren kregen betekenis voor de christenen op vele verschillende manieren. Zij brengen een verscheidenheid aan structuren teweeg. Gecentraliseerde en rechthoekige vormen maar ook kruisvormige gedenkstenen of gedenkplaatsen. Belangrijk zijn het martyrium de la Alberca in Murcia, en het martyrium de la Dehesa de la Cocosa (Badajoz).

         

        Basilieken

        Kerken met contra-apsissen

        …..Contra-apsissen kerken zijn kerken met twee tegenover elkaar liggende apsissen, één in het oosten en één in het westen. Dergelijke kerken waren normaal in Noord-Afrika en werden overgenomen door de Visigoten. De Torre de Palma-Montforte in Portugal bekend door zijn doopkapel, het is een kamer met een kruisvormige doopvont. De plattegrond is een afspiegeling van de manier waarop een kloosterling tot de eeuwige gelofte komt. De Vega del Mar is samengesteld uit drie schepen, het is een andere kerk van dit type met halfronde apsissen. De doopvont bevindt zich in de kamer naast de apsis.

         Visigotische kunst


        Kerkje van San Juan de Baños, provincie van Palencia

        Kerkje van San Juan de Baños, provincie van Palencia

        …..Het meest relevant voor de artistieke eigenaardigheid van de Visigotische cultuur was dat, met kapitaal en bisschoppelijke suprematie van Toledo, men een christelijke homogene ruimte stichtte met een eigen karakter.

        Architectuur

        …..De evolutie van de Romaanse basiliek resulteerde in kerken met een grondplan gelijkend het Griekse kruis en tevens maakt men gebruik van de hoefijzerboog, die later werd overgenomen door de Mozarabische kunst om daar in op te gaan als een autochtone en onderscheidende factor die werd gebruikt in de islamitische kunst van Al-Andalus. De Visigoten kwamen uit Oost-Europa, ze werden opgenomen als Romeinse soldaten waarna zij ook christenen werden.

        Kapel van Santamaría in Quintanilla de las Viñas

        Kapel van Santamaría in Quintanilla de las Viñas

        …..Eerst vochten ze in Frankrijk en toen ze daar werden verslagen in Tolosa, waarna ze in 507 overgeplaatst naar de hoofdstad Toledo. Daarna vielen de Vandalen, Suebi en Alanen en nog meer Visigoten het Iberisch schiereiland binnen. Ze vestigden zich op het Noordelijke Plateau en waren daar aanwezig van de 5ᵉ tot de 7ᵉ eeuw.

        …..De kunst wordt gezien als een mengeling van Hispano-Romano want ze gebruiken dezelfde klassieke wijze van fundering. Ze waren sterk geromaniseerd waardoor er geen grote cultuurschok met de Romeinse burgers ontstond. Door deze contacten waren ze ook bekend met de Byzantijnse en Oosterse kunst.

        …..Na het Concilie van Toledo moeten de Visigoten Spanje zien te verenigen en ook de religieuze verschillen zien op te lossen.

        …..In de architectuur onderscheiden we twee fases:

            • De beginfase genaamd Arian (415 – 587)
            • En de periode van pracht en praal (587 – 711)

        …..De eerste fase was in overeenstemming en een voortzetting van de vroeg-christelijke en Hispano-Romano kunst. Het is een continuïteit van de klassieke Romeinse kunst die de toen nieuwe technieken van het gebruik van metaal, verbindingen, etc, introduceerde. In het begin van deze periode hadden de Visigoten een regering gevormd die de macht over het schiereiland had. Van hun architectuur is maar heel weinig overgebleven, wel zijn er nog enkele studies van plattegronden uit die tijd bewaard gebleven. Belangrijk uit deze tijd is, la Cabeza de Griego in Cuenca, Basilica de San Pedro van Alcántara, Basilica de San Bou in Menorca en de Basilica de Aljezares.

        …..De tweede fase is de periode van pracht en praal. De Visigoten zijn er in geslaagd het schiereiland, voor het grootste gedeelte, te verenigen. De Visigotische kunst bereikt haar hoogtepunt en staat in groot contrast tot de Byzantijnse kunst die op dat moment niet meer is dan een eenvoudige, ruwe “kunstvorm”. De invloed gaat over in de Asturiaanse en vroeg-mozarabe kunst.

        …..De kenmerken van de Visigotische architectuur worden belicht in zijn relatie tot die van de rest van Europa. Het interieur is sober en rustiek. De ruimtes zijn gecompartimenteerd en geven, samen met de wandtapijten, een mystieke uitstraling. Deze meervoudige verdeling van de binnenruimte staat in contrast met de buitenkant die een vlak volume laat zien.  Vanaf de buitenkant gezien kan men zich geen voorstelling maken hoe het er vanbinnen uitzien.

        …..Voor de bouw gebruikt men grote stenen blokken die goed in elkaar passen, alleen in de hoeken worden de stenen door middel van vlindervormige stukken hout bij elkaar gehouden. In de tijd gebruikte men een maat (een stang van ong. 80 cm) om de stenen van dikke muren te maken en deze van gladde wanden te voorzien. Men gebruikte geen steunberen, er werd maar weinig gebruik gemaakt van ramen en zo ja, dan waren ze klein, ook de ingang was nauw, dit alles toont aan dat men nog maar weinig begrip had van hoe men veilig kon bouwen.

        …..De hoefijzerboog is essentieel. Deze werd al gebruikt in de Romeinse architectuur en ging over in die van Cappadocië. Deze boog werd gebruikt voor zijn esthetisch karakter en zijn constructieve eigenschappen. De verkanting van de boog bestaat uit stenen die een hoogte hebben van één derde van zijn straal. In tegenstelling tot de islamitische hoefijzerboog, heeft de Visigotische boog een buitenomtrek die niet de binnenkant volgt en daardoor perfect past in de muur.

        Het koor (priesterkoor) stijgt op vanuit een bordes met treden en verdeeld zo op hiërarchische wijze het interieur. De kruising werd al toegepast in het Visigotische grondplan.  Het kruisvormige grondplan was in eerste instantie van het type, Griekse kruis oftewel een kruis met gelijke armen. Het kruisvormige plan dankt zijn belang aan de symbolische rol van de kruisiging, en de kamers van het kruis krijgen een  liturgisch karakter.

        San Pedro de la Nave, in de provincie van Zamora

        San Pedro de la Nave, in de provincie van Zamora

        …..Het grondplan van de basiliek is in het begin minder kruisvormig, maar doordat men ze blijft gebruikt verschijnt hier ook de kruisvorm in het grondplan (San Juan de Baños, San Pedro de la Nave …), in alle gevallen blijft het hoofd rechthoekig van vorm zowel binnen als buiten.

        …..Boven het hoofdeinde is er een koepelvormig behuizing toegevoegd. Dit is een kleine kamer waarin de lithurgische voorwerpen worden bewaard. Alle kerken staan in de richting van Jeruzalem en de ramen in de kop van het gebouw zorgen voor het licht in de kerk. Het interieur is op het oosten gericht. De hoofdkamers aan de zijden van de apsis hebben dikwijls twee zijkamers die de prothese en diakonikon genoemd worden.

        …..Om de schepen te overdekken gebruikte men bovenal het tongewelf , voor de rest van de kerken werd het plat houten dak gebruikt. Dus voor de bedekking gebruikt men verschillende manieren als het een verdieping of een naar de zijkant aflopend dak betreft. De gewelven werden gebruikt voor kapellen met korte schepen en kamers aan de zijkant. De gewelven zijn van steen of baksteen. Ook zien we dat de op byzantijnse invloed gebaseerde halfronde koepels gebruikt werden, o.a. in de kerk van Fructuoso de Montelius.

        …..Wat betreft de kapitelen, die zijn van de Korintische orden, maar niet echt overdadig. Samengesteld uit massieve,vlezige bladeren die aan de top maar weinig rollen. In de muren zijn maar weinig kleine ramen te vinden. Aan de buitenkant van deze kerken wordt bijna geen decoratie toegepast.

        …..De decoratie van de kapitelen, in het middengebied tussen de muren, zowel binnen als buiten. Het zijn geen vrijstaande sculpturen, hun thema is gekoppeld aan de religieuze functie en ze hebben allemaal een complementaire als architectonisch ornamentele functie. De inspiratiebronnen zijn eigentijds en verschillen niet met de andere omliggende kapitelen die vaak abstract, plantaardig, figuratief of naturalistisch gerelateerd zijn aan de Romeinse tradities en de Byzantijnse wereld.

        …..Aan de voorgevel werd de klokkengevel toegevoegd en logischer wijs werd de hoofdingang voorzien van de typisch Spaanse hoefijzerboog. Gedurende deze periode ontstond de Spaanse lithurgie en dat beïnvloedde de vormgeving van de binnenruimte. Deze Spaanse lithurgie bleef van kracht tot de totstandkoming van de Romeinse lithurgie in de 11ᵉ eeuw, die een andere organisatie vereiste.

        …..Dan verschijnt er de iconostace die de kerk in een noordelijk en zuidelijk deel verdeeld. Voor deze barriérre werden de gelovigen op basis van hun sekse, mannen en vrouwen (links en rechts) in verschillende gebieden verdeeld. Achter de iconostacio (spaans voor iconostace) is de ruimte bestemd voor ingewijde en of het koor van de geestelijke. Het koor en het altaar waren met elkaar verbonden.

        …..De beste voorbeelden vinden we in het ‘openlucht museum’ van Mérida, hier werden de tradities van het voorafgaande Romeinse Rijk gevolgd, zoals de sierlijke zuilen. De meest voorkomende motieven zijn vogels, druiven en acanthusbladeren.

        Visigotische schilderingen

        …..Komen voor in de 8ste eeuw. Niet bekend is of het van origine Spaans is. Voor het eerst zien we het thema van de zondvloed waarin de verspreidde lichamen met enige intentie van perspectief afgebeeld zijn. Men gebruikt conventionele kleuren en de figuren zijn op naturalistische wijze weergegeven.

        Asturiaanse kunst


        Kerkje van San Julián de los Prados

        Kerkje van San Julián de los Prados

        …..Asturias was een broeinest van verzet tegen de Moorse invallen. Hun kunst kwam voort uit de geborgen en geïsoleerde kern van dit volk, dat niets te maken wilde hebben met de Mozarabische kunst. Asturias verzette zich tegen de moslims en creëerde een unieke eigen cultuur, gekenmerkt door hun isolatie, die werd bepaald door de zee en de bergen. We kunnen hier drie perioden onderscheiden:

            • Vroeg 8ᵉ eeuw; omgeven door bergen en zee ontwikkeld er zich een architectuur in Asturias, dat geen verbinding heeft met Europa of de rest van Spanje. Tijdens de regeerperiode van Alfonso II (791 – 842) worden er sterke gebouwen gebouwd.
            • Het volwassen stadium; Ramiriense stijl van Ramiro I (842 -860).
            • De tijd van pracht en praal: Alfonso III (860 – 910).
        Kerk van Santa Maria del Naranco

        Kerk van Santa Maria del Naranco

        …..De eerste fase is bekend door kerken als die van Santianes de Pravia en later la Cámara Santa de Oviedo en San Julián de los Prados. De Visigotische elementen overheersten, want in eerste instantie werd deze kunst beschouwd als de erfenis van de voorafgaande, en wilde men de Hispaniaanse monarchie herstellen.

        …..De tweede etappe is een fase die ook wel de Ramiriense periode werd genoemd, naar Ramiro I die regeerde in de 9ᵉ eeuw en die een groot aantal werken liet bouwen met een aantal nieuwe architectonische typologieën zoals het Palacio de Santa Maria del Naranco, San Miguel de Lillo en Santa Cristina de Lena. Het is de fase van architectonische revolutie. De gebouwen werden ontworpen met een imposante grotere hoogte. Langzaamaan zien we het gebruik van het tongewelven in zwang komen, ondersteund door dwarsbogen of diafragma’s, die dwars op de as van het schip zijn aangebracht. De apsis zijn in deze periode nog rechthoekig, en volgen de Visigotische traditie met dit verschil dat ze niet zijn afgescheiden. De ramen zijn dubbel en soms zelfs driedubbel waarin zich een traliewerk van Visigotische kunst bevindt. De gebouwen zijn opgetrokken uit metselwerk. In de muren zien we blinde bogen die zowel een decoratieve als constructieve functie hebben.

        Kerk van San Miguel de Lillo

        Kerk van San Miguel de Lillo

        …..In de derde fase breidde het Asturiaanse koninkrijk zich uit over Galicia, León en het noorden van Castilla. De fase van herbevolking begon op het moment dat de kerk van San Salvador te Valdediós en San Adriano in Tuñón werden gebouwd. Hier begint de Asturiaanse stijl zich te vermengen met de Mozarabische kunst en tevens bespieden we nog een glimp van de Romaanse kunst. Alfonso III ommuurde Oviedo en liet Foncalada bouwen (een fontein met drinkwater).

        …..De kunst van deze tijd, is een gevolg van enkele koninklijke initiatieven en dat de kunst van het Hof van Oviedo is een voortzetting van de kunst van Toledo. De 8ᵉ, 9ᵉ en 10ᵉ eeuw geven aan waar de grenslijn legt tussen de christelijke en islamitische macht. De 8ᵉ eeuw is die van het verzet, heir werden de eerste verzetskernen tegen de macht van de moslims opgebouwd. De 9ᵉ eeuw is die van de uitbreidingen naar het zuiden en het opnieuw bevolken van het stroomgebied van de Duero. Tijdens de 10ᵉ eeuw heroveren de islamieten weer een groot deel van hun vroegere grondgebied onder leiding van Almanzor en Abderramán III.

        …..De Asturiaanse kunst wordt gefinancierd en geprogrammeerd door de Kroon die dit medium gebruikt voor propaganda, het is de bedoeling dat de aanschouwer een gevoel krijgt van continuïteit van de Visigoten en dat hij Asturias ziet als het herboren Hispania.

        Kerk van Santa Cruz in Cangas de Onis

        Kerk van Santa Cruz in Cangas de Onis

        …..De kunst ontwikkelde zich rond het Hof en de hoofdsteden ontwikkelen zich daar waar de regerende koningen zich hadden gevestigd:

            • Cangas de Onis (737), waar men de kerk van La Santa Cruz bouwde.
            • Pravia (774), daar staat het gebouw van Santos Juanes, een koninklijk pantheon.
            • Oviedo (860), zowel burgerlijke als religieuze gebouwen, weggezet refererend aan de Karolingische als aan dat van Toledo-wereld , met het idee deze te projecteren in Oviedo. In deze periode bouwt men er de kathedraal, de doopkapel, het koninklijke pantheon, een kapel om de relikwieën te bewaren en een paleis voor de koning.

        .….In de laatste fase werd de hoefijzerboog duidelijk meer beïnvloed door de Moren dan door de Visigoten waarbij de boven- en de onderkant niet parallel waren.

        Kerk van San Salvador van Valdediós

        Kerk van San Salvador van Valdediós

        …..De dakbedekking was van hout voor het grootste deel van het schip en boven in het tongewelf. Het gewicht van het tongewelf werd verdeeld over de dwarsbogen die overeenkwamen met de steunberen aan de buitenkant die ontstaan waren uit een constructief idee maar later meer dienstdeden als decoratief object en in aantal hun kwaliteit verloren.

        …..Ook de buitenzijde wordt nu wat meer gedecoreerd. De gebouwen zijn van binnen erg ingedeeld aan binnen erg ingedeeld, met een Iconostase, blinde bogen aan het hoofd en schilderingen die het goedkope bouwmateriaal moeten verbergen. Aan de buitenzijde ontwikkelen zich een slanke hoge gebouwen met een verhouding van drie staat tot één, richting de gotiek. De Visigotische kunst volgde de Romaanse proporties van 1.

        …..Het Asturische grondplan is meer hoog en minder breed. Aan het hoofdeinde verschijnen, net als bij de Visigotische kapel boven het hoofdaltaar, kleine kamertjes die gebruikt worden voor het opslaan of bewaren van liturgische voorwerpen. Aan de voeteinde situeert men de grafkelder en daar boven een verhoogd platform en een tribune voor het koor.

         Edelsmeedkunst

        …..De Asturische edelsmeden maakten in de 8ᵉ en de 9ᵉ eeuw meesterwerken als het:

        Cruz de los Ángeles  (het Engelenkruis)

        …..Uit 808. Het was een donatie van Alfonso II voor de Camara Santa van de kathedraal van Oviedo. Het is een houten kruis met gelijkmatige armen , bedekt met goud waarin een aantal edelstenen met behulp van een gouddraad zijn ingelegd.

        La Cruz de Victoria (het Victorie kruis)

        …..Het meesterwerk wat betreft edelsmeedkunst op het moment is gemaakt in opdracht van Alfonso III, het is een reactie op de Karolische kunst. Een sieraad gemaakt van goud filigraan. Een houten frame bedekt met goud en edelstenen.

        La caja de ágatas  (de agaten doos)

        …..Een doos geschonken door Fruela II. Gemaakt met glazuur (emaille) en andere ingelegde soorten steen en gouden klinknagels met een plantaardige decoratie. Al deze sieraden en nog meer is te bezichtigen in de Cámara Santa van de mooie kathedraal van Oviedo, waar ook een aantal Asturische koningen liggen begraven. Een must als u in de buurt bent!

        Mozaraben kunst


        …..De architectuur van de 10ᵉ eeuw is ontstaan door de sterke invloed van de moslimbevolking. Het christelijke Spanje had zijn domeinen uitgebreid en had deze gebieden herbevolkt met Mozaraben.

        De olifant van San Baudelio van Berlanga

        De olifant van San Baudelio van Berlanga

        …..In de 10ᵉ eeuw werd de term Mozárabe bedacht om de christelijke kunst van deze eeuw te benoemen, het was ook kunst die door Mozáraben christenen was gemaakt. José Camon Aznar bevestigd achteraf enkele wijzigingen aangaande de vorige definitie. Hij introduceert twee aspecten: de authentieke Mozarabische kunst van de christenen, en het gebied van de herbevolking met christenen in het gebied in het stroomgebied van de Duero.

        …..Deze architectuur strekt zich uit tot het noorden van Spanje, Portugal en het zuiden van Frankrijk. In het jaar 900 bereikt het Leonese Koninkrijk de grens van de rivier de Duero. In 50 jaar tijd had men dit gebied bezet, en bracht het een kolonisatieproces opgang dat vooral werd uitgevoerd met behulp van de kloosters. De nieuwe politiek-bestuurlijke organisatie verhuist van Oviedo naar de nieuwe hoofdstad León dat nieuwe verdedigingsmuren nodig heeft.

        …..Er deed zich een nieuwe architectuur voor, één met een monastieke basis. Kerken werden gebouwd van natuursteen, maar het grootste deel van de kloosters werd gemaakt van metselwerk. Er werd volgens een strikt plan gebouwd. De sculptuur werd minder belangrijk, het werd het tweede element in deze kunst. De sculptuur verscheen in de iconostace en in de kapitelen van de kolommen.

        De kerk van Santa María van Lebeña

        De kerk van Santa María van Lebeña

        …..Buiten zien we een nieuw karakteristiek element verschijnen, het zijn de kraagstenen (modillones de lóbulo – kwabkraagstenen). Het zijn consoles (steunen) die tevens een decoratieve functie krijgen. Deze uitkragingen zijn onder het dak geplaatst en daar wordt het dak aan vastgemaakt.

        De beato van Tábara

        De beato van Tábara

        …..In de schilderkunst ontwikkelde zich een typisch monastieke schilderkunst die vooral in boeken wordt toegepast. Men noemt ze ‘beatos’ (boekverluchting).

        …..In de 10ᵉ eeuw werd de Mozaraben verboden hun geloof te uit te dragen en dus ook werd het verboden nieuwe kerken te bouwen, zij moesten zich tevreden stellen met bestaande kerken (Visigotische). En vaak moesten zij deze gebouwen delen met de islamitische bevolking. In landelijke gebieden werden er een nieuwe constructies ontwikkeld zoals in Ronda, waar men gebouwen uithouwden in de rotsen. Vooral in het zuiden van Spanje. Deze kerken probeerden te wedijveren met de bestaande kerken en men probeerden ook de constructieve elementen er in terug te brengen zoals de hoefijzerbogen.

        …..Deze kerken zijn alle op het oosten gericht. En vertonen allemaal een driedelig heiligdom (hoofdgedeelte in de kerk), iconostase, kruisgewelven, hoefijzerbogen, maar ze voldoen niet aan de tektonische problematiek.

        De miniaturen

        …..Het waren de afbeeldingen in de manuscripten en de religieuze boeken. De eerste voorbeelden daarvan vinden we in de 10ᵉ eeuw. Deze Mozaraben ambachtslieden verspreidden de gebruik van miniaturen in het centrum en noorden van Spanje. En in aanvulling op de Visigotische invloed voegde men daar de Arabische invloeden aan toe.

        …..Er is een verscheidenheid aan teksten en tekeningen en afbeeldingen die men voortdurend herhaald. De meeste ´prentboeken´ zijn bijbels die hun speciale aandacht geven aan de Openbaring. Deze boeken worden, zoals al eerder gezegd ook ´beatos´(heilige boeken) genoemd.

        Islamitische kunst


        …..Ook hier zien we de verschillende stadia in de Andalusische kunst:

        Toegang tot het huis van de eerste minister in Medina Azahara

        Toegang tot het huis van de eerste minister in Medina Azahara

        …..De Emirate en Kalifate kunst zijn toonaangevende voorbeelden, zoals de moskee van Córdoba (nu gebruikt als kathedraal) en het stedelijk complex van Medina Azahara. In deze voorbeelden straalt de Spaans-Arabische architectuur en ontwikkeld het zich steeds verder in het tijdperk van de Taifa kunst. In het Aljaferia van Zaragoza zijn het mixtilíneos en polilobulados bogen (bogen met lobben aan de binnenzijde) die men gemaakt had, van vrij arme materialen maar met een grote uitstraling voor het interieur. Deze kenmerken beïnvloeden de Maghreb islam en als zijn met de Berberse invasies terugkeren op het schiereiland, laten zij met hun Almohaden architectonische uitingen zien waartoe zij in staat zijn, kijkend naar de onderbouw van de Giralda (minaret van de oude moskee in Sevilla) en de vestingstoren (albarrana … ´barrani´is arabisch voor exterieur) van Sevilla de Torre del Oro. Het fijn bewerkte stucwerk dat men bijeen bracht in het Alhambra van de koningen van Nasrid met overal terugkomende arabeske nepkoepels met mocárabe (een variant op de kraagsteen met een decoratieve functie die veel wordt toegepast in de islamitische architectuur).

        Kathedraal van Córdoba

        Kathedraal van Córdoba

        …..De moslims weten verder geen artistieke oplossingen te creëren, maar de arbeiders passen hun vaardigheden aan bij de Perzen en de Byzantijnen, wat niet wegneemt dat ook hun kunst erin is geslaagd uit te groeien tot een universele kunst net als die van de Griekse en de daaruit voortkomende Romaanse kunst. Net als de Romeinen doen de Arabieren aan verspreiden en uitbreiding van hun artistieke vormgeving. Hun artistieke verspreiding vindt plaats van Córdoba tot India.

        De Torre del Oro (Goudtoren), Sevilla

        De Torre del Oro (Goudtoren), Sevilla

        …..Vanuit artistiek oogpunt kunnen we de Moorse architectuur verdelen in de Omajjaden (650 – 750) en de Abassida (750 – 1238) periode. Er bestaan ook nog andere, Turkse periodes die in het verlengde leggen van Tartaarse, Indiase en Chinese invloeden. Al deze stijlen weerspiegelen zich in Spanje, hoewel met enige vertraging ten aanzien van de originele ethiek. In Spanje beantwoorden de classificaties van de stijlen aan: de Córdoba periode (8ᵉ – 10ᵉ eeuw) en de Taifa en Africaanse periode (Almoraviden en Almohaden 9ᵉ – 13ᵉ eeuw) en de Granada periode ( 13ᵉ 15ᵉ eeuw).

        …..Het creëert een religieuze cohesie in Spanje, ze doen een beroep op religieus geloof, ze baden 5 keer per dag, ze gebruikte de aalmoes in hun belastingstelsel, men vaste tijdens de Ramadan, ze ondernemen bedevaarten naar heilige steden, etc…. De kunst is geïnteresseerd in het ontwikkelen van een reeks gebouwen, paleizen voor de politieke macht en religieuze macht moskeeën, zodat het vrijdag gebed plaats kon vinden. Ze probeerde een eclectische kunst te ontwikkelen, één die gebruik maakt van materialen, planten en decoratieve elementen die afkomstig waren uit de wereld van de Romaans christelijke, vroeg-christelijke en Perzië kunst.

        La Giralda, momenteel is het de klokketoren van de kathedraal van Santa María van Sevilla

        La Giralda, momenteel is het de klokketoren van de kathedraal van Santa María van Sevilla

        …..Men verwierp het beeld en de vertegenwoordiging van levende wezens, in plaats daarvan gebruikt men het monumentale schrift. De gebouwen in die tijd zijn, de hypostyl moskee, dat is een gebouw met een dak dat door meerdere kolommen wordt ondersteund. Dit soort moskeeën hebben twee verschillende ruimtes: de arcaden binnenplaats ((sham) (arcaden – hooggewelven tussen de pilaren)) en de gebedsruimte (haram). Ook is er de “mihrab”, dat is een kapel waarin de iman het gebed te leidt en waar de koran wordt opgeborgen. De “mimbar”, is waar de autoriteiten zitten en is gelijk aan de tribunes in het westen. De sabat is een andere manier om de autoriteiten toegang te bieden tot de moskee.

        …..Waar de Arabische gebouwen zich bevinden: In het noordelijke deel werden de Arabische gebouwen niet gewaardeerd en vaak vernietigd, daarna beïnvloedde de Arabische kunst de verschillende koninkrijken van het schiereiland en ontstaat de Mudejar stijl.

        Het paleis van Aljafería in Zaragoza

        Het paleis van Aljafería in Zaragoza

        …..Het meest representatieve gebouw van de kalifaatkunst was de moskee (nu kathedraal) van Córdoba. Hier kunt u de karakteristieke kenmerken van het kalifaatkunst zien. Het begint in de 8ᵉ eeuw en eindigt in  de 9ᵉ eeuw daarna begint de hervorming. Het is een organische architectuur, de constante groei is de sleutel van de islamitische groei. De Arabieren gebruikten hier de hoefijzerboog, in combinatie met de kleuren rood en wit. Deze boog dient ook ter ondersteuning van het dak. Het gebruik van deze hoefijzerboog was afkomstig uit de Visigotische architectuur en de kolommen hadden een gladde schacht. Er waren een aantal pilaren overgebleven van een ander gebouw en hier hergebruikt. De kapitelen hebben een zeer grove plant decoratie welke zich eerder ontwikkeld had in het klassieke Korinthe. De uitkraging van de console had een rol, ook dit was een overblijfsel van de oude architectuur van de plaats waar men de moskee van San Vicente bouwde. Men begreep niet hoe het mogelijk op dat Abderrahman het werk zo snel kon verwezenlijken tot men begreep dat er onderdelen van een ouder gebouw gebruikt waren. Een eerder gebouw dat 5 beuken werd geconverteerd naar 11, later wordt de laatste hand gelegd aan een aantal decoratieve elementen en voegt men een ‘mihrab’ toe.

        …..Er zijn twee soorten hoefijzerbogen, de Visigotische en de islamitische. Bij de Visigotische boog, als we kijken naar het uitstekende deel van de boog, dan zien we dat de binnenzijde en de buitenzijde concentrisch zijn ten opzichte van elkaar iets wat in de kalifaat boog werd dit gedeeltelijk gecompenseerd, de buitenzijde loopt met de eerste segmenten parallel daarna zien we hoe het zich naar boven verwijdt.

        …..Een andere vernieuwing was de decoratie van de bogen, met behulp van verschillende kleuren of door de afwisseling van segmenten met reliëf, dit type van reliëf noemt men arabesk (decor (ataurique)), het zijn plantaardige vormen met een ornamenteel effect. De binnenkant van de boog is bewerkt met arabeske cirkels. Je moet bedenken dat, hoewel de segmenten radiaal schijnen te zijn, dat alleen die segmenten vanaf het midden naar boven radiaal zijn. En dat de segmenten daaronder parallel tegenover staan tot de rustpunten. Deze horizontale segmenten, tot een bepaalde hoogte, werden enjarjadas genoemd, wat betekend dat de boog rust op de imposts en gekoppeld is aan de wand.

        …..Een andere oplossing voor het dragen van de dakconstructie zou een nieuw soort koepel zijn met brede ribben. Het tongewelf en daarna het kruisgewelf.

        …..De kalifaat koepel is de meest gebruikte koepel. Hij werd voor het eerst gebruikt in de tijd van Al-Hakam II in het midden van de 10ᵉ eeuw. Men komt deze soort koepel ook tegen in Mesopotamië en Koerdistan.

        …..Al-Hakam II bouwde 4 van deze tongewelven waarvan één het centrale gedeelte van de uitbreiding overdekte en de andere 3 de mabsura. In één van deze centrale ruimtes is een decoratie aangebracht die men ‘horror vacui’ noemt. Deze overdadige decoratie is een typisch voorbeeld van Arabische gevoeligheid. Ter ondersteuning van deze tongewelven gebruikt men rijk gedecoreerde bogen. Deze tongewelven met hun rijk gedecoreerde pilaren gaven toegang tot het centrale gedeelte.Deze decoraties worden steeds gecompliceerder maar dat eindigd in Granada. Men wilde een pracht en praal op deze plaats, met marmeren staanders en met abrabesc decor bewerkte bogen. De gevels werden bewerkt met glasmozaïek van Byzantijnse oorsprong. De toren is niet origineel want de christenen hebben de toren aan de buitenkant een meer renaissance uitstraling gegeven en alleen de binnenkant origineel gehouden. Ook aan de voorzijde gebruikt men de hoefijzerbogen en er bevind zich een kleine tempel. De sebka als decoratie wordt geïntroduceerd.

        De Nazari kunst

        Een deel van het Alhambra, Granada

        Een deel van het Alhambra, Granada

        …..In de 13ᵉ eeuw wordt het koninkrijk Granada opgericht dat ook de provincies Malaga, Almeria en Jaén tot zich opneemt. Dit duurt zo tot de 15ᵉ eeuw. Het meest kenmerkende van deze tijd is het Alhambra van Granada.

        …..Het begon met Mihamer I het bouwen van een fortificatie over enkele heuvels van Granada. Welke, vanwege de roodachtigkleur van de bakstenen de naam Alhambra kreeg. De gebouwen binnen deze vesting zijn pas in de 14ᵉ eeuw, door Yusuf I gebouwd. Rond de centrale binnenplaats worden hofjes (patio’s) en kamers gebouwd, gericht op de patio van het Alberca of de Arrayanes. De vegetatie is onderdeel van de architectuur en Allah is de enige eeuwige en blijvende, en daarmee komt hij in opstand tegen vergankelijke, en niet eeuwig durende elementen. Deze decoraties mogen niet rivaliseren met Allah. Het ideale doel van de moslim is het bereiken van het aards paradijs. Met goedkope materialen, rijke decoraties met gips en stalactieten. De menselijke figuur wordt in de religie niet getoond, epigrafische teksten van de islam worden met plantaardige decoraties bekleed. Aan het eind van de patio zou zich de troonzaal bevinden of de Comoren, en rechts een andere patio, die van de leeuwen, gebouwd door Mohamed V, met een centrale voortdurende bron omringt door leeuwen, rondom omgeven door arcades met zuilen dat het een uitstraling van een klooster geeft. Aan de zijkanten van de patio bevinden zich de zaal van aberienajes en die van de twee zusters. Ook zijn er kamers, badkamers en speeltuinen. Met de bouw van de binnenplaats zocht men naar een plek waar geen bezoekers werden toegelaten.

        De mudejar kunst

        De kerk van Santiago de Peñalba

        De kerk van Santiago de Peñalba

        …..Mudejar kunst is de artistieke uiting van de moslims ten dienste van de christenen. Met het oprukken van de verschillende christelijke koninkrijken geven de islamieten zich, in het noorden van het schiereiland, over aan de christenen, waar het ontbrak aan ambachtslieden en men verplicht werd om moslims aan te nemen om hun bouwwerken te realiseren. De technieken van de moslims stonden al eeuwen lang borg voor hun goede kwaliteit en werden nu in dienst gesteld voor de christenen. Ze maakten gebruik van hun ideeën en hun esthetische fantasieën. De naam mudéjar werd afgewisseld met de naam ´morisco´ en dat werd door Amador de los Rios vastgesteld als Mudejar, hij gebruikte de term om het product, dat deze mengeling van moren en christenen omschreef. Het is niet het originele product maar een symbiose van constructieve en decoratieve systemen. Deze mix van stijlen is toe te wijden aan zijn originaliteit en niet aan een manier om nieuwe constructies te gebruiken.

        Buiten aanzicht van de kerk van San Tirso

        Buiten aanzicht van de kerk van San Tirso

        …..De Mudejar stijl is niet over het hele schiereiland hetzelfde, er zijn meerdere variaties. Over het gehele schiereiland vind men elementen van deze stijl en lokaal ziet men er de vele variëteiten. Er zijn bijna geen Moorse monumenten in het Cantabrische– en het Pyreneeën gebied en in Toledo en de vallei van de Ebro is het rijkelijk aanwezig. En deze locatie was wel, op voorhand christelijk. Tot de 12ᵉ eeuw kan men spreken van de Moorse kunst (mudejar stijl) daar de christenen alleen koninkrijken in het noorden en rond de vallei van de Duero hadden. Alleen door de veroveringen van Fernando I en Alfonso VI van Castilla en de bezetting van de vallei van de Taag en Toledo kwam men in contact met de mix van de islamitische en christelijke bevolking.

        Moorse koepel van de kathedraal van Teruel

        Moorse koepel van de kathedraal van Teruel

        …..De bouwers emigreerde op vrijwillige basis gedurende de 9ᵉ en de 10ᵉ eeuw, om te gaan werken voor de christenen tijdens het Moorse tijdperk. Tijdens de 12ᵉ en tot de 14ᵉ eeuw worden ze daartoe gedwongen. Deze mensen, de islamitische of de tot de islam bekeerde christenen, worden door de sterke christelijke cultuur geabsorbeerd.

        De romaanse kunst


        …..De romaanse kunst is een religieuze, feodale en aristocratische kunst. De geestelijke hebben dezelfde belangen als de adel en en richten daarmee de kloosters op.

        …..Van de 5ᵉ tot de 10ᵉ eeuw ontwikkelen zich de Spaanse – preromaanse stijlen (Visigotische, Mozarabische, Asturiaanse stijlen). Vanaf de 11ᵉ eeuw verschijnt er het romanisme als de vertegenwoordig van het feodalisme. De kerken uit dit tijdperk zijn de architectonische mijlpalen van alle tijden.

        Basiliek van San Isidoro te León

        Basiliek van San Isidoro te León

        …..Deze Romaanse architectuur is geboren in Spanje en vond zijn eertste creatieve focus in het rijk van Karel de Grote, de hervorming van Cluny van de vroege 10ᵉ eeuw is de bepalend factor voor de architectuur. Van hieruit ontstonden er kerken en kloosters groter dan ooit te voren. De kloosters vestigen zich op afgezonderde de plekken en bevestigen zich als bastions voor de verdediging van Spanje en hebben een onafhankelijke, gesloten economie. Deze economische verandering, die plaats vindt in de 10ᵉ eeuw, vestigt zich zonder enige relatie tot andere markten. Er vind geen vooruitgang plaats tot het begin van de Hoge Middeleeuwen. Alles wat er gebeurde werd gedirigeerd door de goddelijke kerk, met een kosmische en morele visie. Dat is de geestelijke uitstraling van de romaanse kunst in de 10ᵉ eeuw. De bloei van deze nieuwe cultuur is onlosmakelijk verbonden aan de middeleeuwse kerk.

        …..Het is een zware, solide architectuur. Het is de weerspiegeling van het nieuwe sociale streven, en deze vormen, en in het algemeen de gehele samenleving, werd bepaald door de religie, het was consequentie van de heiligheid van deze samenleving.

        De kerk van San martín (Frómista) in de provincie van Palencia

        De kerk van San martín (Frómista) in de provincie van Palencia

        …..Men beschouwde de kunst als een esthetisch iets en niet als een creatie van de cultus. De romaanse kunst is formalistisch. De schilderkunst en de beeldhouwkunst, het werd allemaal gezien als een aanvullend element van de architectuur. Elke voorstelling speelde een decoratieve rol binnen de kerk en was een manifestatie van het heiligdom. De romaanse kerk was veel groter dan nodig was voor zijn bevolking. Deze grootsheid was niet van belang voor de menselijke behoefte, maar het was bedoeld om de Heer tevreden te stellen. Men moet het zien als de plek en de ruimte die de mens toeschrijft aan God. Alle menselijke proporties van het classicisme zijn vergeten. Het is de eerste geüniformeerde stijl in het westen sinds de val van het Romeinse Rijk. Het strekt zich over geheel Europa uit en is de manifestatie van het middeleeuwse christendom. In Spanje heeft de romaanse architectuur door het contact met de moslimgemeenschap enkele voorbeelden waarin we zien dat hier ook Moorse invloeden doorwerken. De romaanse kunst is overvloedig aanwezig ten noorden van de Duero en de Ebro sinds de zuidelijke regio´s onder de islamitische heerschappij vielen.

         …..Wat de Romaanse kunst betreft waren er twee verschillende stromingen wat betreft de Romaanse kunst in Spanje: de oudste was die van Cataluña in de 10ᵉ, 11ᵉ en 12ᵉ eeuw met invloeden vanuit Milaan, Bérgamo, Pavia en Brescia. En de andere kwam uit het zuiden van Frankrijk. In Cataluña werden de kerken gebouwd voor de hogere geestelijke klasse en de feodale edelen. De andere stroming van de Romaanse kunst infiltreerd in Spanje via de Camino de Santiago en begint vorm te krijgen rond de 11ᵉ eeuw. Deze is bepalend voor de stijlen in Rioja, Castilla en Asturias van de 11ᵉ en de 12ᵉ eeuw. Deze is architectonisch gezien veel verder geëvolueerd dan die van Lombardije en zal het begin zijn van het benedictijner klooster. De eerste werd gestimuleerd door de Lombarden en de tweede door de Cluny. Twee prominente stijlen, geïntroduceerd in minder dan een eeuw van elkaar. Ze verschillen in sommige details, maar het concept is hetzelfde.

        Porta Speciosa van het klooster van Leyre in Navarra

        Porta Speciosa van het klooster van Leyre in Navarra

        …..De eerste stijl is in Cataluña ontwikkeld, vooral in de periferie van de Pyreneeën, het meest belangrijke van de Romaanse kerk is de typologie waar karakteristieke elementen en steeds terugkerende wetmatigheden in te herkennen zijn. Het grondplan voor een Romaanse kerk bestaat uit 3 tot 5 schepen, waaraan toegevoegd halfronde kapellen, het hoogkoor (het priesterkoor) en de transept. En ze zijn op het oosten gericht, richting Jeruzalem. Het transept dat het schip doorkruist steekt uit aan de zijkanten. Aan het hoogkoor (het priesterkoor) werden 2, 4 tot 6 halfronde kapellen toegevoegd, zichtbaar aan de buitenkant en gemaakt met steen. Een ander kenmerk van de Romaanse architectuur is de verlenging van de schepen die waren verbonden met het koor door de kooromgang wat het maakt dat dit bedevaartkerken zijn. De klokkentoren is vierkant en hoog en staat buiten aan de voet of aan het hoofd van het gebouw.

        …..De andere belangrijke soort zijn de kloosters met een centrale kern, een vierkante binnenplaats die rondom is aangevuld met een arcade die bestemd is voor de monniken. De interne eenheden hebben meerdere toepassingen. De tongewelven en de platte daken verschijnen. Men vertrouwd er op dat de dikke muren de tongewelven kunnen dragen, een ander kenmerk is de kolom die zijn klassieke proporties is vergeten. In deze dagen is het een zuil met een zeer dikke cilindrische schacht. Er wordt ook, voor het eerst een kruisvormige pilaar gebruikt om steun te geven aan de Romaanse overdekking, het platte houten dak, wat ondersteund wordt door dwarsbogen en bogen, die rusten op deze pilaren en als zodanig een kruis vormen. Het wordt wel ingewikkeld door de problemen die de nieuwe overdekking met zich meebrengt. De tromp komt in zwang, de overkapping is het tongewelf en de koepel veranderen in toren (vieringstoren) zijn, maar meer een toren over de kruising van schip en transept. Het hoogtepunt van de bogen is waar het tongewelf en de halfronde boog bij elkaar komen en elkaar kruisen. Het tongewelf wordt gebruikt voor het middenschip en de zijbeuken.

        Collegiale kerk van San Martín de Elines in Cantabria

        Collegiale kerk van San Martín de Elines in Cantabria

        …..Het tongewelf van middenschip wordt gesteund door de bogen. Zo zien we dat de arcade meer en meer gebruikt werd. Een arcade is een reeks van bogen, in dit geval parallel aan het schip. De kant- en dwarsbogen die de kruising (ook wel viering genoemd) van het schip en de transept vormen noemt men in het Spaans torales, de bogen geven alle gewicht door aan de sterke zuilen met hun gladde schacht. De kruising waar het transept over het schip steekt is de basis voor de halfronde koepel, een koepel die zijn krachten afgeeft op de onderliggende cirkelvorm of vierkant door middel van pendentieven of trompen. Soms eindigt deze koepel boven in een ronde open cirkel waarop dan weer een lantaarn geplaatst werd.

        …..Van buitenaf is het niet zo eenvoudig het geheel te verstevigen, men versterkt dit door gebruikmaking van steunberen die ook een decoratieve uitstraling krijgen. Door het gebruik van zo´n groot tongewelf als middenschip zijn steunberen niet voldoende dus begon men deze krachten aan de buitenkant op te vangen door er halfronde zijkapellen tegenaan te zetten. Hetzelfde systeem gebruikte men bij de apsis, die weer omgeven wordt door halfronde straalkapellen. Ook gaat men gebruik maken van de verbindingsmuur gevormd door doorlopende blinde arcades die de de druk van de ringmuur verlichten, men ziet ze in vele apsissen. Een ander kenmerkend element is de overdekking gemaakt door van gebruikmaking vele rondbogen dat natuurlijk ook veel dragende punten vereist. De rondbogen steunen op de zuilen die gedecoreerd zijn met plantaardige of menselijke figuren. Ook het gedecoreerde timpaan versierd met geometrische en figuratieve thema’s, wordt hier gebruikt. Als de boog te groot is plaatst men in het midden een montant.

        De gotische kunst van Spanje


        Aanzicht van de kathedraal van Burgos

        Aanzicht van de kathedraal van Burgos

        …..In de 12ᵉ, 13ᵉ eeuw was er een stijl overgang tussen gotische en romaanse stijl, je had in die tijd geen gebouwen met een pure stijl want er ging meer dan twee eeuwen overheen voordat de gotische stijl zich had ontwikkeld. Dit kan problemen opwekken bij het begrijpen van de verschillende werken en ook is het moeilijk deze te dateren tussen de 12ᵉ en de 13ᵉ eeuw. Het middeleeuwse gebouw was niet op een statische manier ontworpen, maar het model werd in de loop der tijd steeds meer aangepast. De architect die het gebouw ontwierp besloot dat het gebouw niet hetzelfde werd als de andere gebouwen daardoor werd het een assemblage was van verschillende stijlen. Deze architectuur werd ingevoerd en verweven met de andere gebouwen in de steden. Het grondplan van de kerk scheelde niet veel met dat van normale huizen, maar zij verheven zich boven alles uit en aan de voorzijde bevond zich geen tuin zoals gebruikelijk was tijdens de Renaissance. In die tijd had men vele economische problemen om werken als deze te realiseren en het duurde daardoor erg lang om een kerk te bouwen, in een aantal gevallen werd er gebedeld onder de bevolking om zo toch het geld bij elkaar te krijgen.

        De portiekvan de kathedraal van santa María de Vitoria

        De portiek van de kathedraal van Sta María de Vitoria

        …..Met de gotiek veranderde er veel ten opzichte van de architectuur, en men had het voordeel van een aantal grootse architecten. Er veranderd veel aan de muren, ze werden dikker en men doorbrak ze om ruimte te geven aan de raampartijen. De gebouwen worden ook hoger. In de Romaanse architectuur was de verdeling, 1 voor de basis 2 voor de hoogte en de gotische architectuur deed er een schepje bovenop met 1 voor de basis en 3 voor de hoogte. Men maakt gebruik van de nieuwe technieken en constructieve oplossingen. Het gewicht van het dak hoeft niet meer direct op de muur te rusten maar de krachtlijnen van het dak verdeeld men over specifieke punten die overeenkomen met de steunberen en externe pijlers. men maakt gebruik van spanten. Men gebruikt de boog om het gewicht naar de grond te brengen via luchtbogen.

        De luchtbogen Van de Sta María de la Asunción, Castro-Urdiales (Cantabria)

        De luchtbogen Van de Sta María de la Asunción, Castro-Urdiales (Cantabria)

        …..Deze oplossingen zijn geen innovaties in de geschiedenis van de kunst. Het zijn technische oplossingen om het gewicht, van de toch al lichtere materialen, van de muur te halen. De gotiek is een voortzetting van de Romaanse, en er is een langdurige overgangsperiode waarin de stijl nog onvolmaakt is maar die ons in staat stelt om deze evolutie naar de gotiek goed te volgen. De kiem van de gotische evolutie vereist vele oplossingen zowel interieur als exterieur. Men probeert vele nieuwe manieren uit en begint de spitsboog te gebruiken die meer hoogte in de constructie toelaat en minder zijwaartse kracht op het middelpunt uitoefent. Deze constructie werd voor het eerst gebruikt bij de bouw van het klooster van de cisterciënzers en kreeg vanaf die tijd veel navolging en werd één van de kenmerkende voorbeelden van de gotiek. Het kruisgewelf dat men bouwde in de gotische tijd waren hoger dan de romaanse en ze hadden ook scherpere lijnen.

        Kathedraal van Toledo

        Kathedraal van Toledo

        …..In de gotiek lopen de krachtlijnen van het gewelf langs de kruisspanten, die gemaakt zijn van lichtere steensoorten en baksteen en een tectonische functie hebben, en eindigde in een zijwaarts geplaatste steun die de kracht van het spant verticaal doorgeeft naar de grond (fundering). Met behulp van de spitsbogen vormt men een gewelf met 6 gewelfkappen (stergewelf of waaiergewelf). De pijlers die in de Romaanse architectuur het kruisgewelf vormen krijgen in de 11ᵉ eeuw een meer gecompliceerde structuur door toevoeging van meerdere kolommen, en nog meer gewelfribben, een constructie die het draagvermogen van dit gewelf sterk verhoogt. Het gebruik van lijstwerk komt in zwang. Het is de rib van het gewelf die over gaat in de versiering van de pilaar. Door dit decoratieve element lijkt het of dat de krachten de grond niet bereiken. Anders gezegd, zijn het constructieve decoraties die de basis van pijlers versieren en overlopen in de ribben van het gewelf en aldaar de basis vormen voor de sierlijsten. Zie de foto hiernaast, dan zal het een stuk duidelijker worden. Deze sierlijsten waren ook één van de typische kenmerken van de gotische pijlers. In de 14ᵉ en 15ᵉ eeuw werden deze sierlijsten zoveel gebruikt dat de pilaar er stervormig door werd.

        Het distelblad (Cardina)

        Het distelblad (Cardina)

        …..Het portaal is ook iets dat karakteristiek voor deze stijl is, ook hier wordt gebruik gemaakt van de spitsboog, hoewel er ook voorbeelden zijn waar men de meer decoratieve rondboog gebruikt. Het indrukwekkende portaal wordt steeds dieper. De decoratie is meestal plantaardig of geometrisch waarin ook menselijke sculpturen werden verwerkt, die veel meer gestileerd waren dan tijdens de Romaanse kunstperiode. Een ander element is het distelblad. In tegenstelling tot de romaanse spiritualiteit zijn de gotische sculpturen meer naturalistisch, en nemen daarmee afstand van de Romaanse stijl.

        …..Het meest karakteristieke kenmerk voor de kathedraal zijn de drie schepen, het rozet in de voorgevel en het timpaan dat vaak verdeeld is over het aantal schepen. De kruising die het schip oversteekt, de kooromgang en de daaraan liggende apsissen. De torens bevinden zich op de voorgevel. Markant zijn de luchtbogen en waterspuwers. In de 13ᵉ, 14ᵉ en 15ᵉ eeuw ontwikkelen zich de ranke zuilen, de gewelven worden sterrenhemels. De raampartijen worden steeds groter en veelvuldiger wat op zijn laatst uitmond in de  flamboyante gotiek.

        …..In de beeldhouwkunst worden horrorthema’s achterwege gelaten, en zijn het meer menselijke, realistische en meer op de religie geïnspireerde thema’s. Niet langer wordt de Maagd Maria als de troon van God gezien het is veel menselijker, laat zij haar zoon zien. De portalen en de kapitelen zijn gedecoreerd met sculpturen. En de altaarstukken combineert men met beschilderde sculpturen. Ook de grafsculpturen staan vrij of zijn verwerkt in de muur. En de gebeeldhouwde graftombes van de rijke staan dichtbij het altaar of staan apart onder een koepel of onder de transepttoren.

        De renaissance kunst van Spanje


        College van Santa Cruz, de huidige rector van de Universiteit van Valladolid

        College van Santa Cruz, de huidige rector van de Universiteit van Valladolid

        …..De term Renaissance omvatte van oudsher verschillende stijlen die we nu kunnen beschouwen als onafhankelijke stromingen zoals de Hispano – en de Vlaamse gotiek. Het platereske is een kunstvorm die alleen werkt aan de decoratie, het is geen onafhankelijke stijl. De Spaanse Renaissance kunst is een hybride van stijlen die het Italiaanse classicisme niet volgt. Het is een eeuw met veel onzekerheid in de kunst. De klassieke kunst werd doordrenkt met antropocentrisme, daarom werd de renaissance geïdentificeerd met deze gedachtevorm en imiteerde men deze kunst. In Spanje waren de omstandigheden voor de ontwikkeling van de Renaissance gunstig, maar er was ook veel conservatisme, de kerk en de adel bleven trouw aan de gotiek. Een voorbeeld in deze was de academie van Santa Cruz van Valladolid, dit gebouw vormde een sleutelpositie in de overgangsperiode, en bracht renaissance elementen aan in de gotiek. Deze mengvorm werd de Spaanse protorrenaissance genoemd.

        …..Dit impliceerde een vrijheid voor de kunstenaars (zij waren toen nog niet georganiseerd in gildes), die werd gevrijwaard door de opdrachtgever, maar tegelijk kwam het voor dat ter verheerlijking van de opdrachtgever deze vrijheid werd ingeleverd. Een andere stelregel was dat men er naar streefde de ultieme schoonheid te bereiken. De opdrachtgevers nodigde de kunstenaars uit om naar Spanje te komen. Dit gebeurde via het Koninkrijk van Aragon dat ook bezittingen had in Italië (Koninkrijk van Napels) en de diplomatieke connecties tussen edelen met Italië en de Heilige Stoel. De kunstenaars waren in dienst van de macht, en deze kunstperiode viel samenvalt met het begin van de autoritaire monarchieën, dat ten nadele was van de feodale heren. Het gaf een neoplatonistisch gevoel alsof het een cultus van schoonheid was die rechtstreeks van God afkomstig was.

        …..De Spaanse kunstenaars uit deze periode waren sterk beïnvloed door hun Italiaanse collega’s. Aan het eind van de 14ᵉ eeuw vond men de boeken van Vitruvius, het was een boek over de oude Romeinse architectuur dat als voorbeeld ging dienen voor de constucties van de Renaissance. De codex van Valencianus is een verhandeling over de architectuur op basis van Vitruvius. In Spanje werd het het meest invloedrijke naslagwerk voor de Renaissance. In de Domus Aurea van Nero vond men het concept voor het groteske van de Renaissance. De renaissance in Spanje begon als een kleine beweging bekend als de protorrenacimiento dat later, zeker door toedoen van de familie Mendoza, uitgroeide tot de Renaissance.

        Protorrenacimiento van Spanje

        Het ziekenhuis van santiago de Compostela

        Het ziekenhuis van santiago de Compostela

        …..De renaissance in Spanje begon met kleine onderdelen in gebouwen als in het ziekenhuis van Santiago de Compostela, de academie van Santa Cruz van Valladoid (van oorsprong een gotisch gebouw, maar met Renaissance decoraties), de gevel van de Universiteit van Salamanca (architectonisch gezien protorrenaissance met platereske decoraties) en de kapittelzaal van de kathedraal van Toledo (Cisneros stijl).

        …..Op zijn beurt was er in de tijd van Isabel I de Castilla een stedelijke- en gezondheidshervorming gaande, wat resulteerde in de constructie van ziekenhuizen en andere gebouwen voor de bevolking. Dit om de oude middeleeuwse steden te moderniseren. Hoogtepunten waren onder meer het ziekenhuis van Santiago de Compostela, dat van Granada en het ziekenhuis van Santa Cruz de Toledo.

        Het begin van de Renaissance

        Erasmus

        Erasmus

        …..De opleving van de Renaissance in Spanje was in handen van de familie Mendoza, zij woonde in Guadalajara. Gonzalo Yáñez de Mendoza was een tussenpersoon in de Gotische kunst, hij gaf de opdracht tot de bouw van de College van San Gregorio van Valladolid.

        …..De komst van de Keizer Carlos I traumatiseerde de Spaanse samenleving. Het was een man met een grote voorliefde voor de voorschriften van Erasmus van Rotterdam of Adriano van Utrecht. Het zou een beslissende invloed hebben op de kunstzinnige vorming van Spanje. Carlos I had meerdere idealen, hij heeft een obsessie voor alles wat met wetenschap te maken heeft en hij streeft er naar om Spanje het middelpunt van alles te maken, en hijzelf was een man die hield van kunst en letteren.

        …..Carlos I bracht in de tweede helft van deze eeuw een vernieuwing van de artistieke taal teweeg, hij haalt meerdere auteurs uit Italië naar Spanje. Vanaf de jaren ’40 van de 16ᵉ eeuw delegeert hij het architectuurbeleid aan zijn zoon Felipe II. Dit om een nieuw imago voor de stad te creëren. In lijn met de keizerlijke allure en de humaniteit beslist men om de middeleeuwse paleizen te wijzigen. Hij neemt de zorg op zich voor de renovatie van de keizerlijke huisvesting.

        …..In 1537 worden Alonso de Covarrubias en Luis de Vega benoemd als architecten van de koninklijke bouwwerken. Zij gaan de paleizen van Sevilla verbouwen, waarvan ze de patio fors aanpakken. Het grootste werk dat zij uitvoerde was in Granada, het casa del César (Keizerlijkhuis) in het westen.

        De barokke kunst van Spanje 


        Palacio del Beuno Retiro, Madrid

        Palacio del Beuno Retiro, Madrid

        …..‘Arquitectura barroca en España’ en ‘arquitectura barocca española’ of ‘arquitectura del Barocco español’ zijn historiografische benamingen die vaak gebruikt wordt voor de barokke architectuur die zich in het actuele grondgebied van Spanje in de 17ᵉ eeuw en de eerste dertig jaren van de 18ᵉ eeuw bevond. Architectuur die overeenkwam met historische periodes op verschillende territoriale overeenkomsten van de Spaanse monarchie, van de laatste Habsburgse en het begin van de Bourbons. Om de Spaanse architectuur in het Spaans-Amerika van die tijd te benoemen, gebruikt men de term ‘koloniale barok’.

         Het neoclassicisme in Spanje


        Detail van de fontein van Cibeles, Madrid

        Detail van de fontein van Cibeles, Madrid

        …..De troonswisseling van de Spaanse Habsburgse dynastie naar die van het Huis van Bourbon, oftewel de komst van Felipe V in 1700, was de doorslaggevende factor voor het invoeren van de buitenlandse artistieke trends van die tijd en de verandering van smaak die optrad in de Spaanse kunst. De Franse en Italiaanse kunstenaars werden opgeroepen om in de Spaanse koninklijke paleizen te komen werken. Zij brachten uitingen van het artistieke Franse classicisme en het Italiaanse barokke classicisme naar Spanje, terwijl de Spaanse kunstenaars zich volledig wierpen op nationale barokke kunst die tot het einde van de eeuw voort gaat.

        De hedendaagse kunst in Spanje


        …..Ondanks de grootsheid van Goya, wordt de schilderkunst van Spanje, in de 19ᵉ eeuw, gekarakteriseerd door de continuïteit van het academisme (Vicente López, los Madrazo), zijnde het maken van historische schilderijen, het meest erkende institutionele genre, met als hoofdprijs het verblijf in de Academia de España in Rome.

        Plaza de España =, Sevilla

        Plaza de España =, Sevilla

        …..In de tweede helft van de 19ᵉ eeuw benaderen schilders als Mariano Fortuny en Joaquin Sorolla de doorbraak naar het impressionisme, terwijl in de beeldhouwkunst Mariano Benlliure erg opvalt. In de architectuur, zien we historicistische stijlen voorbijkomen zoals het neomudéjar, het eclecticisme overheerste aan het begin van de eeuw  en Catalaanse modernisme realiseerde de meest geavanceerde bijdrage, met name het werk van Gaudí. En stedenbouwkundig gezien, moet zeker vernoemd worden het Plan Cerdá en Ciudad Lineal.

        …..De eerste dertig jaar van de 20ᵉ eeuw wordt ook wel de Zilveren Eeuw van de Spaanse literatuur en wetenschappen genoemd, hoewel de meeste gerenommeerde kunstenaars zoals Pablo Ruiz Picasso, Julio Gonzalez, Juan Gris, Joan Miró en Salvador Dalí produceerden hun werk in het Parijs van de avant-garde. In hun eigen land zegevieren Julio Romero de  Torres en Ignacio Zuloaga en de Architectuur werd sterk beïnvloed door een moderne beweging als GATEPAC.

        …..Na de oorlog groeien de stripverhalen uit tot het meest populaire medium in het land. Een satirische bevlieging die kan worden toegeschreven zowel aan de Escuela Bruguera, als aan de films van Berlanga, terwijl andere filmmakers, zoals Buñuel werken in ballingschap. Op grond van het meer avant-gardistische, moeten kunstenaars als Chillida, Pablo Serrano, Saenz de Oíza of Tàpies zeker vernoemd worden, terwijl alleen de neoherreriana architectuur officieel floreert (Valle de los Caídos) en historische films als CIFESA. Antonio Gades brengt de Flamenco weer tot leven.

        Detail van bouwwerken van Santiago Calatrava, Valencia

        Detail van bouwwerken van Santiago Calatrava, Valencia

        …..Met de dood van Franco eindigde ook de censuur, wat leidde tot een cultureel explosie maar ook enkele andere kunstvormen bloeide weer op, met name aan de audiovisuele en grafische kant (stripverhalen en design), met fenomenen als Pedro Almodóvar en de destape. Aan de andere kant, labels zoals conceptuele kunst hebben, het postmodernisme en de deconstructie uitgebreid tot alle soorten media: installaties, videokunst, cyberkunst en zelfs de gastronomie (Ferran Adría). Men geniet er van, net als men geniet van een film, ontvangt de kunst een grote steun, zowel in de publieke als in de private sfeer (ARCO, Guggenheim Bilbao, Premios Goya, etc.). Architecten als Santiago Calatrava en dansers als Nacho Duato bereiken internationale faam, nieuwe vormen van entertainment doen hun intrede, zoals de videogames.

        Kunstmusea

        Museo del Prado (Madrid)
        Museo Reina Sofia (Madrid)
        Museo Nacional de Arte de Cataluña (Barcelona)
        Museo Guggenheim (Bilbao)
        Museo ARTIUM (Vitoria)
        Instituto Valenciano de Arte Moderno (Valencia)
        Museo Pablo Serrano (Zaragoza)
        Tenerife Espacio de las Artes (Tenerife)
        Centro José Guerrero. Museo de Arte Contemporáneo (Granada)
        CAAM. Centro Atlántico de Arte Moderno (Gran Canaria)
        Colleccio Caixanova (Vigo)
        Museo Arqueológico Nacional (España)
        Mediateca espacio de Media Art
        Centro Cultural International Oscar Niemeyer (Asturias)

        Werken die onder het Wereld Erfgoed van UNESCO vallen.

        1984 – Parque Güell, Palau Güell en Casa Milá (Barcelona)
        1984 – Monasterio y Sitio del Escorial, (Madrid)
        1984 – Cathedral de Burgos
        1984 – La Alhambra, Generalife y Albaicín, (Granada)
        1984 – Het historisch centrum van Córdoba
        1985 – Cueva de Altamira (Cantabria)
        1985 – Monumenten van Oviedo en van het Koninkrijk Asturias
        1985 – De oude stad van Segovia en het aquaduct van Segovia
        1985 – De oude stad van Santiago de Compostela (LaCoruña)
        1985 – De oude stad van Ávilaz en Iglesias extra-muros
        1986, 2001 – arquitectura mudéjar de Aragón
        1986 – De oude stad van Cáceres
        1986 – De historische stad van Toledo
        1987 – Catedral, Alcázar y Archivo de Indias (Sevilla)
        1988 – De oude stad van Salamanca
        1991 – Monasterio de Poblet
        1993 – El Real Monasterio de Santa Maria de Guadalupe
        1993 – Conjunto arqueológico van Mérida
        1993 – De Camino de Santiago de Compostela
        1996 – La Lonja de la seda de Valencia (Valencia)
        1996 – De historische gefortificeerde stad van Cuenca
        1997 – Monasterios de San Millán de Yuso y de Suso
        1998 – Universidad y recinto histórico de Alcalá de Henares
        1998 – Arte rupestre del Arco Mediterráneo de la Peninsula Iberica
        2000 – Muralla romana de Lugo
        2000 – Conjunto arqueológico de Tarragona en de Iglesias románicas del valle de Boí
        2001 – Paisaje cultural de Aranjuez
        2003 – Steden van Baeza en Úbeda

        Naar boven

        {{Bronvermelding anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Historia de España|oldid=20170301|datum=20170301|Laatst bijgewerkt=20180628}

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: