In het Spaans is het begrip eenvoudiger samengevat, Arte francocantábrico ofwel pintura franco-cantábrica (Franco-Cantabrische schilderkunst). Het zijn uitdrukkingen uit de studie van de kunstgeschiedenis en de prehistorie die het samenkomen van culturele uitingen en artistieke eigenschappen laten zien, vooral de rotsschilderkunst die zich geografisch gezien uitstrekt vanuit het laatpaleolithicum naar de Cantabrische kust, het huidige Spanje en het zuidwesten van Frankrijk. Chronologisch is het de Magdalénien periode die duurde van zo’n 14000 tot 8000 jaar geleden. Het is een rotsschilderkunst die bijna altijd is gekoppeld aan de grotten (o.a. de gravures van Gönnersdorf, mens- en diertekeningen gegrift in leisteen, zijn daar een uitzondering op). Het wordt gekenmerkt door realisme, en met gebruikmaking van meerdere kleuren (polychrome) en de overheersende vertegenwoordiging van dieren en op zichzelf staande figuren, die soms gebruikmaken van de onregelmatigheden in het oppervlak (op de plafonds en wanden van grotten) en daarmee een derde dimensie krijgen. De schilderingen bevinden zich meestal op plaatsen ver van de ingang van de grot verwijderd, waarbij gebruik van kunstmatig licht (fakkels, olielampjes (vet)) onontbeerlijk was.

Qua stijl totaal tegenovergesteld is de Levantijnse rotsschilderkunst, van de latere chronologie, waarvan de kenmerken zijn; stilering, zwart-wit, de aanwezigheid van menselijke figuren, de compositie van de scenes en de plaats van de schuilplaatsen in de rotsen, daar waar men de tekeningen kon maken met behulp van natuurlijk licht.

Marcelino Sanz de Sautuola de onderzoeker van de grot van Altamira
Marcelino Sanz de Sautuola de onderzoeker van de grot van Altamira

Het Franco-Cantabrische gebied was het eerste gebied waar paleolitische rotsschilderingen als zodanig werden geïdentificeerd, dankzij de ontdekkingen van Marcelino Sanz de Sautuola in de grot van Altamira (1879); waar aanvankelijk argwanend over werd gesproken. Tot het moment dat er soortgelijke tekeningen gevonden werden in Frankrijk door de abt Breuil (Combarelles en Font-de-Gaume, Dordogne, 1901 hoewel de meest belangrijke, die pas later ontdekt zou worden, de grot van Lascaux was, 1940), zodat zijn belangrijkste tegenstander, Emile Cartailhac, de geldigheid van Altamira moest herkennen (1902).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.