Johannes de Doper in de Wildernis

Museum Lázaro Galdiano
Gegevens ………………………………………………………………………………….
Locatie Madrid
Kunstenaar Jheronimus Bosch
Jaar 1489 of later
Type Olieverf op paneel
Afmeting 49 x 40,5 cm

……Dit schilderij van Jeroen Bosch kunt u bezichtigen in het museum Lázaro Galdiano te Madrid. Daar noemen ze het ‘San Juan Bautista en meditación‘. Het is uitgevoerd in olie op een eikenhoutenpaneel van 48,5 cm. hoog en 40 cm. breed.

……Net als alle andere schilderijen van Jeroen Bosch is het niet bekend wanneer hij het geschilderd heeft. Sommige auteurs verwijzen naar een periode tussen 1504 en 1505 (Combe en Cinotti), terwijl andere verwijzen naar een periode tussen 1490 – 1500 (Baldass, Koldeweij). Momenteel wordt aangenomen dat het 1489 of iets later was dat hij het schilderde.

 

Voorstelling


……Het stelt de heilige Johannes de Doper voor, die te herkennen is aan zijn attribuut, het lam, waarnaar hij wijst. Links voor hem zien we een vreemde plant met grote vruchten waarvan een aantal vogels eten. Over eventuele symbolische betekenis hiervan tast men in het duister. Volgens Bosch-kenner Charles de Tolnay verwijst de plant naar de vleselijke lusten en symboliseert deze zowel de natuur als het kwaad. Door de heilige naar het lam te laten wijzen zou de schilder hem afgebeeld hebben ‘staande voor de keuze tussen de wegen van het goede en het kwade’, aldus De Tolnay. (Maar waarom verschuild het lam zich achter een richel en onder een struik?).

 

Lieve-Vrouwe-Broederschapsretable


Johannes de Evangelist op Patmos.

……Dit schilderij schijnt samen met dat van ‘Johannes de Evangelist op Patmos’ (Berlijn) deel te hebben uitgemaakt van een verloren gegane altaarstuk, gemaakt voor de Lieve-Vrouwe-Broederschap van de Sint-Janskathedraal te ‘s-Hertogenbosch. Zijluiken van altaarstukken zijn meestal aan beide zijden beschilderd, dit is zeker het geval bij Johannes de Evangelist op Patmos, maar op de achterkant van Johannes de Doper is niets terug te vinden van een schildering op de ‘achterkant’. De Bosch-kenner Jos Koldeweij is van mening dat Jeroen Bosch beide luiken heeft geschilderd en dat ook de achterkant van Johannes de Doper eens beschilderd is geweest, hoogstwaarschijnlijk met een verhaal over de geboorte en de jeugd van Christus, misschien met een feniks in het midden, die de komst en opstanding van Jezus Christus representeerde. De rekening van de luiken, die het Broederschap betaalde aan de timmerman, is wel teruggevonden. In 1996 werd door middel van infraroodreflectografie onder de grote Boschiaanse plant een stichtersportret ontdekt (foto Fundación Lázaro Galdiano). Bovendien kwam vast te staan dat er aan de onderkant van het paneel een flink stuk is afgezaagd. Het oorspronkelijke formaat en de bidrichting van de stichter wijzen erop dat het werk, zoals Baldass vermoedde, samen met het paneel van Johannes de Evangelist het linkerpaneel van een veelluik moet hebben gevormd. Men is er vrijwel zeker van dat het hier gaat om het Mariaretabel van de Lieve-Vrouwe-Broederschap in de Sint-Janskathedraal in ´s-Hertogenbosch. Dit grote altaarstuk, dat in gesloten toestand meer dan drie meter breed was, werd in 1477 opgeleverd door de Utrechtse beeldhouwer Adriaen van Wesel. Daarna werd het in fasen beschilderd, verguld en van dubbele luiken voorzien. Beide heiligen waren patroonheiligen van de Sint-Jan en vooral het visioen van Johannes de Evangelist was hét symbool van het Lieve-Vrouwe-Broederschap.

 

De achterkant (van Johannes de Evangelist)


De buitenkant (achterzijde) van Johannes de Evangelist op Patmos.

……In de loop van de 17e eeuw werd het rentabel ontmanteld. In die periode was het werk waarschijnlijk gedeeltelijk overgeschilderd en ingekort. Kennelijk was het paneel zo zwaar beschadigd, dat de achterzijde ervan niet meer te redden was. Over de voorstelling hiervan biedt Koldeweij een hypothese. In gesloten toestand vormde de buitenzijde van ‘Johannes de Doper‘ een tegenhanger van de buitenzijde van ‘Johannes de Evangelist‘. Omdat hier een pelikaan is afgebeeld, als teken van het offer van Christus met daaromheen passiescènes (de Pelikaan werd gezien als een vogel die zichzelf zou opofferen om zijn jongen te helpen. In het volksgeloof werd aangenomen dat hij zichzelf verwondde om zijn jongen te drinken te geven van zijn bloed. Hiermee is het een symbool geworden van het offer dat Christus bracht ter verlossing van de mensheid), met daaromheen passiescènes, liet de buitenzijde van Johannes de Doper volgens Koldeweij waarschijnlijk een tondo (rond schilderij) zien, met in het midden een uit de as herrijzende Fenix (Mythische vogel in het oude Egypte die zichzelf periodiek verbrandde en als jonge vogel weer uit zijn as herrees. Daarom symbool van wedergeboorte en onsterfelijkheid. In de middeleeuwse kunst symbool voor de herrezen Christus), het symbool van de terugkeer van Christus op aarde, met daaromheen scènes uit de jeugd van Christus. Omdat de passiescènes van rechts naar links moeten worden gelezen, moesten ook de jeugdscènes van Christus van links naar rechts gelezen worden.

Herkomst


……Het werk werd dus hoogstwaarschijnlijk in 1489, of daarna, voor het Lieve-Vrouwe-Broederschapsretabel in de Sint Janskathedraal van’s-Hertogenbosch geschilderd. Het stichtersportret, dat onder de grote distel schuilgaat, was waarschijnlijk dat van de gezworen broeder, Jan van Vladeracken, die enige tijd proost van de Lieve-Vrouwe-Broederschap was. Na de beeldenstorm overleefd te hebben, werd het altaar in de loop van de 17e eeuw ontmanteld. In 1920 werd het opnieuw gesignaleerd in de verzameling van José Lázaro Galdiano. In 1936 werd het uitgeleend en wederom tentoongesteld in het Boymans Museum te Rotterdam. Nadat deze in 1947 overleed, kwam het terecht in het museum Lázaro Galdiano.

Naar boven

 

{{Bronvermelding anderstalige Wikipedia|taal=es|titel= San Juan Bautista en meditación|oldid=104033943|datum=20180209}}
{{Bronvermelding Nederlandstalige Wikipedia|taal=nl|titel=Johannes de Doper in de wildernis (Jheronimus Bosch)|oldid=50198072|datum=20180209}}