Jeroen Bosch

 

Jeroen Bosch

Het Prado Museum
Volledige naam : Anthonissoen van Aken

Portret van Jeroen Bosch onbekende meester – c. 1550

Bijnaam : De Duvelmakere
Geboren : ca. 1450
Overleden : augustus 1516
Geboorteland : Hertogdom Brabant (Nederland)
Beroep : Kunstschilder

……Jeroen Bosch, zoals we hem nu noemen, werd rond 1450 in de Vughterstraat te ‘s-Hertogenbosch geboren, en op 9 augustus 1516 begraven. Hij leerde het schildersvak van zijn vader. Hij was een telg van een echte schilders familie. In enkele gevallen is de Bossche invloed ook daadwerkelijk aanwezig in zijn werk. Zo is zijn Calvarie met schenker gebaseerd op een fresco uit 1444 in de St. Jans kathedraal, dat waarschijnlijk door zijn grootvader Jan van Aken is geschilderd.. Zijn vader, zijn ooms en broers werkte allen in het atelier . Toen hij 12 was verhuisde het gezin met hun atelier naar de Markt. Jeroen en zijn broer Goessen kregen daar hun schildersopleiding. Waarschijnlijk heeft hij nog een vervolgopleiding in of buiten ‘s-Hertogenbosch gevolgd. Hij en zijn vader lenen namelijk op 26 juli 1474 een behoorlijk bedrag zonder dat daar enige aanleiding, zoals een huwelijk of een verhuizing, toe is. In de daaropvolgende 5 á 6 jaren komt zijn naam niet voor in de Bossche archieven. Rond 1480 trouwde Bosch met Aleid van de Meervenne, een vrouw uit een welvarende familie. Dit was een huwelijk boven zijn stand, zowel in financieel opzicht als in intellectueel opzicht. Zijn vrouw bezat een huis en enkele landerijen. Ondanks dat was het geen rijk leven, Aleid moest zelfs wat landerijen verkopen om rond te komen. Maar dat veranderde in 1487, toen ging het zo goed dat Bosch in de gelegenheid was om zelf geld uit te lenen. Na zijn dood liet hij echter niets achter dus rijk is hij nooit geworden.

Anoniem. De lakenmarkt te ’s-Hertogenbosch, het huis Inden Salvatoer, waar Bosch woonde, is het zevende huis van rechts. Ca. 1530. ’s-Hertogenbosch, Noordbrabants Museum.

Anoniem. De lakenmarkt te ’s-Hertogenbosch, het huis Inden Salvatoer, waar Bosch woonde, is het zevende huis van rechts. Ca. 1530. ’s-Hertogenbosch, Noordbrabants Museum.

……Bosch was katholiek. Rond 1487 sloot hij zich aan bij de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap. In 1488 werd hij benoemd tot gezworen broeder van dit broederschap, wat betekend dat hij was opgenomen in de geestelijke stand, zij het in de laagste rang. De Broederschap werd in 1318 opgericht ter ere van Maria. Vanaf de 14ᵉ eeuw heeft deze organisatie een grote bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van ‘s-Hertogenbosch als muzikaal centrum van laat middeleeuwse muziek. Naast Bosch waren ook andere bekende en hoogstaande personen lid van deze organisatie, waaronder Willem van Oranje. Een elitair gezelschap dus. Rond deze tijd begon Bosch ook met het signeren van zijn schilderijen. Hierbij gebruikte hij niet zijn eigen naam, maar hij tekende met zijn artiestennaam Jheronimus Bosch, dat een verwijzing was naar de stad waarin hij woonde. Vandaag de dag is Bosch bekend onder meerdere namen zoals Hiëronymus Bosch, Jheronimus van Aken, Jheronimus Bosch en Jeroen Bosch. In Spanje kennen ze hem als El Bosco. Via de broederschap verwierf Bosch een aantal opdrachten, zoals de ‘deuren van der tafelen staende opt Onser liever Vrouwen autair’ (luiken van het retabel staande op het Onze-Lieve-Vrouwe-altaar), die tegenwoordig in verband worden gebracht met de werken Johannes de Doper (Museo Lázaro Galdiano) en Johannes de Evangelist. Op het rechter paneel zou hij zich, prominent boven zijn handtekening, als koorduivel hebben afgebeeld, een demon die alle zonden van de mens noteert en ze op de Dag des oordeels tegen hem zal gebruiken. Bewijs hiervoor ontbreekt, maar het is zeer van toepassing op Bosch, die veel misstanden die hij om zich heen zag, opnam in zijn werk. In 1493 of 1494 ontwierp hij een glas-in-loodraam voor de kapel van de Onze-Lieve-Vrouwebroederschap in de Sint-Jan, dat door de glazenier Willem Lombart werd uitgevoerd.

de Keisnijding (klein)

de Keisnijding ca. 1494. Museo del Prado, Madrid.

……Hij was een Zuid-Nederlandse kunstschilder wiens genre behoorde tot de Noordelijke renaissance. Dit was een kunsthistorische stroming in de 15ᵉ en 16ᵉ eeuw in het noorden van Europa die onder invloed van de Italiaanse hoog-renaissance tot stand gekomen was. De stroming streefde naar een herleving van de kunst uit de klassieke Oudheid. Hij ging de geschiedenis in als ‘den duvelmakere’, als schilder van veelal satirische voorstellingen maar vooral als een vernieuwer van de bestaande beeldtraditie. Hij schilderde op een wijze die voor die tijd volkomen nieuw was, hij gebruikte andere composities als zijn voorgangers, hij schilderde zaken die we vandaag de dag niet meer begrijpen of waarvan we soms denken dat hij een vooruitziend iemand was, met als gevolg dat de precieze betekenis van een groot deel van zijn werk vandaag de dag onbekend is. Volgens mij speelt hij met het bewustzijn van zijn aanschouwer. Demonen en andere mystieke wezens, maar ook de natuur, spelen een belangrijke rol in de schilderijen van Bosch.

Het Narrenschip ca. 1494 (het Louvre)

Het Narrenschip ca. 1494 (het Louvre).

……Zo nam Bosch in het schilderij De Keisnijding (ca. 1475 – 1480) de medische praktijken uit de Middeleeuwen op de hak. Het Narrenschip (ca. 1488 – 1516) gold bovendien als kritiek op geestelijke die ‘aardse genoegens’ nastreefden. Hij was tijdens zijn leven al een beroemd schilder die opdrachten kreeg van de vele edellieden. Toen Felipe II van hem te horen kreeg, gaf hij gelijk opdracht om al het overgebleven werk (Jeroen Bosch was toen al overleden) onmiddellijk op te kopen. En van andere  schilderijen die hij niet kon kopen, liet hij kopieën maken. Helaas is er maar weinig over gebleven van het werk van Jeroen Bosch, en over hem zelf is er evenmin veel bekend. In het Jeroen Bosch museum in Den Bosch hangt waarschijnlijk één origineel schilderij de rest zijn allemaal kopieën, wat overigens niet weg neemt dat u zeker moet gaan kijken in dit museum want er valt heel wat te zien en te leren in dit museum.

……Nu blijken de schilderijen De Kruisdraging en waarschijnlijk ook de Zeven Hoofdzonden na onderzoek toch niet van Bosch te zijn. Het onderzoek werd uitgevoerd door het Bosch Research and Conservation Project, het schilderij van ‘de Zeven Hoofdzonde‘ moet nog verder onderzocht worden maar Spanje, of beter gezegd het Prado geeft daar geen toestemming voor. Maar er is ook goed nieuws vanuit deze organisatie. Er is een tekening waarvan men eerst dacht dat deze getekend was door één van de leerlinge van Bosch, nu echt aan Bosch zelf wordt toegeschreven.

Felipe de Guevara, en hoe het Prado in het bezit kwam van de werken van Jeroen Bosch

……Don Felipe de Guevara (Brussel, 1500 – Madrid, juli 1563) was een Spaans humanist, antiquaar en staatsman.

De zeven Hoofdzonde, waarvan het Prado zegt dat het niet verder onderzocht hoeft te worden.

……De Guevara was een vertrouweling van Carlos I. Maar hij werd vooral bekend als schrijver van het boek Comentarios de la pintura, dat pas in 1788 werd uitgegeven. Hierin behandelt hij de schilderkunst van de klassieke oudheid tot de Vlaamse schilders van zijn tijd. Ook was hij een verwoed verzamelaar. Vooral het werk van Jeroen Bosch had zijn interesse. Hij bezat minstens zes werken op paneel en een doek van deze schilder, te weten een Hooiwagen (mogelijk identiek aan het Hooiwagen-drieluik in het Prado of het Escorial), een Genezing der dwaasheid (mogelijk identiek aan De keisnijding), een Twee blinden (mogelijk identiek in compositie aan de prent De blinden van Pieter van der Heyden), een Vlaamse dans (verloren gegaan), een Blinden jagen op een everzwijn (verloren gegaan) en een Heks (verloren gegaan). Mogelijk zijn deze werken afkomstig uit de erfenis van zijn vader, van wie bekend is dat hij in de jaren 1490 verschillende bezoeken aan ‘s-Hertogenbosch bracht. Over deze erfenis voerde hij overigens in 1520 een proces met zijn oom Pedro de Guevara, die enige jaren in Breda woonde.

……De Guevara was getrouwd met Beatriz de Haro, een buitenechtelijke dochter van de Spaanse hoveling Jacop de Haro, en kleindochter van de beroemde Beatriz Galindo, genaamd ‘La Latina’. De familie De Haro had zich net als de familie De Guevara met het gevolg van de koning van Spanje in Brussel gevestigd en net als Don Felipes vader was Beatrix’ vader lid van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap in ‘s-Hertogenbosch. Met haar had hij acht kinderen had. Zijn vrouw zou in 1568 van lutheranisme beschuldigd geweest zijn, waarvoor zij als ‘lutherana’ gevangen zou zijn gezet in een klooster.

……Op 16 januari 1570 verkocht de weduwe van De Guevara de zes werken van Jeroen Bosch aan Felipe II van Spanje. In 1574 stuurde hij negen werken naar het Escorial, waaronder twee passiestukken, verschillende verzoekingen van de heilige Antonius en enkele grote allegorieën. Daarnaast worden nog eens twaalf werken genoemd in het koninklijk Paleis van Madrid en eenzelfde aantal in het jachthuis El Pardo. Vanwege de verzamelwoede van Felipe II bezit het Prado in Madrid tegenwoordig relatief veel werk van Bosch.

Naar boven

{{Bronvermelding Nederlandstalige Wikipedia|titel=Jheronimus Bosch|oldid=50830319|datum=20161118|laatst aangepast datum=20180205}}
{{Bronvermelding Nederlandstalige Wikipedia|titel=Felipe de Guevara|oldid=42339733|datum=20180205}}

 

%d bloggers liken dit: