Reina Sofia Museum

 

Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofia

Madrid
 

……Het Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofia, (MNCARS), wat de volledige naam is voor het museum dat in de volksmond afgekort wordt tot het Reina Sofia museum. Het is het in Madrid gevestigde, Spaanse museum voor moderne kunst van de 20ste eeuw.

Ga naar:

……Verzamelingen
……Tijdelijke exposities
……Bibliotheek
……Het gebouw

……Het maakt gebruik van het oude Hospital General, een groot neoclassicistisch gebouw uit de 18e eeuw in de wijk Atocha, vlakbij het gelijknamige trein- en metrostation. Dit ziekenhuis (er gaan geruchten in den ronde dat de overleden patiënten daar nog steeds ronddwalen) werd oorspronkelijk ontworpen door José de Hermasilla en later voortgezet door Francesco Sabatini. Het staat momenteel ook wel bekend als het Sabatini-gebouw ter ere van de Italiaanse architect. Het museum werd, net als het Thyssen-Bornemisza museum, ingehuldigd in 1992. In september 2005 werden de faciliteiten van het museum met het Nouvel-gebouw, aan het begin van de Ronda de Atocha, uitgebreid.

……Het Reina Sofia is de zuidelijke hoek van de zogeheten kunstdriehoek van Madrid, de andere twee, tevens beroemde musea zijn het Prado– en het Thyssen-Bornemisza museum.

……De permanente collectie van het museum belicht een essentie van werken van grote Spaanse kunstenaars van de 20ste eeuw, met name Pablo Picasso, Salvador Dalí en Joan Miró, ruim vertegenwoordigd en met enkele van hun beste werken. Ook zeer relevant zijn de collecties van surrealistische kunst, met werken van Francis Picabia, René Magritte, Óscar Dominguez en Yves Tanguy, net als de al vernoemde werken van Miró en Dalí, van het kubisme zien we natuurlijk werken van Picasso, maar ook van Juan Gris, Georges Braque, Robert Delaunay, Fernand Léger of Albert Gleizes. Ook het expressionisme is aanwezig met artiesten als Francis Bacon of Antonio Saura.

……Samen met deze auteurs zijn er vele andere van verschillende disciplines zoals de prominente Lucio Fontana, Yves Klein, Diego Rivera, Alexander Calder, Roberto Matta, Mark Rothko, Antonio López García, Antoni Tápies, Miquel Barceló of Sam Francis.

……Het aantal bezoekers van dit museum neemt elk jaar geleidelijk toe. Het actieve beleid van aankopen heeft het in een bevoorrechte positie geplaatst bij de andere internationale musea voor de hedendaagse kunst. Volgens The Art Newspaper, een Engelse kunstkrant die in vele landen uitkwam, die zich baseerde op gegevens van het museum zelf, bedroeg het aantal bezoekers in 2016, 3.646.598 personen, een historisch record, waardoor het Reina Sofia het meest bezochte kunstmuseum van Spanje is en op de 11e plaats van de meest bezochte in de wereld staat. Het komt daarmee boven het aantal bezoekers van het MoMA (New York) en het Prado uit. Het is ook een van de grootste museums van het land.

Localizatie
Land Spanje
Stad Madrid
Algemene Informatie
Oppervlakte 84.048 m²
Geopend in: 1992 (10 september)
Bezoekers info
Bezoekers (2016) 3.646.598
Metro/Bus Atocha     
Officiële website museoreinasofia.es
Kaart met locatie van het Reina Sofia

Geschiedenis


De patio dat zowel door het Sabatini-gebouw als het Nouvel-gebouw begrenst wordt.

……De oorsprong van het MNCARS gaat terug naar het Museo de Arte Moderno (MAM), een instelling die in 1894 werd opgericht en vier jaar later werd ingehuldigd. Het bevond zich in de zuidwestelijke hoek van het Palacio de Biblioteca en de Museos Nacionales, waar het begon met werken van de 19e eeuwse kunstenaars na Goya, hoewel er in de loop van de jaren nieuwe stukken werden opgenomen en komen de meeste schilderijen nu uit de 20ste eeuw. Deze namen een steeds prominentere plaats in binnen de collectie, en stelde daarmee de 19e eeuwse werken in de minderheid, die in toenemende mate  gezien worden als een last voor het beeld van de moderniteit waarvoor het museum bedoeld is. Op deze wijze bereikte een groep kunstenaars, onder leiding van de architect José Luis Fernández del Amo, per decreet (van 9 oktober 1951) dat het Museo de Arte Moderno in tweeën werd gesplitst in het Museo Nacional de Arte van de 19e eeuw en het Museo Nacional de Arte Contemporáneo. Zonder de locatie te veranderen bleef het het Museum van Hedendaagse Kunst, met op de begane grond het moderne gedeelte en op de verdieping het deel uit de 19e eeuw. Fernández del Amo was de eerste directeur, een functie die hij tot 1958 bleef uitvoeren. In 1968 werden beide collecties weer herenigd, wat het Museo Español de Arte Contemporáneo (MEAC) opleverde. Deze éénwording was slechts van korte duur omdat er op 5 februari 1971 op ministerieel niveau werd beslist, dat er in het Museo del Prado een “Sección de Arte del Siglo XIX” (een afdeling 19e Eeuwse Kunst) kwam, waarbij de 19e eeuwse werken werden overgedragen aan dit museum. Deze ‘sección’ wordt vanaf 24 juni van dat jaar in het Casón del Buen Retiro tentoongesteld, terwijl de stukken van de 20ste eeuw in het MEAC bleven tot dit geïntegreerd werd met Reina Sofia.

Dit gebouw Lage gebouw biedt nu reuimte aan het Kostuummuseum, maar oorspronkelijk was het de zetel van het Spaans Museo Español de Arte Contemproráneo (MEAC).

……Vervolgens werd de collectie verplaatst naar een gebouw in de universiteitsstad (Ciudad Universitaria) van Madrid, tot men in 1986 het ‘Centro de Arte Reina Sofia’ oprichtte waarbij een belangrijk deel van fondsen (met name die van de 20ste eeuw) werden overgebracht in het huidige gebouw. De begane grond van het gebouw in de universiteitsstad werd daarna toegewezen aan het ‘Centro National de Exposiciones’ en de rest aan het ‘Museo del Pueblo Español’, dat sinds 1993 geïntegreerd is in het ‘Museo Nacional de Antropologia‘. Vanaf 2004, na de rehabilitatie, dient het hele gebouw als zetel van het Kostuummuseum (Museo del Traje).

……Eenmaal geïnstalleerd in het Sabatini-gebouw, het voormalige ‘Hospital General van Madrid’, werd het museum op 26 mei 1986 officieel ingewijd als het ‘Centro de Arte Reina Sofia’, ter ere van koningin Sofia van Spanje.

……Oorspronkelijke was men van plan om er een tijdelijke tentoonstelling van te maken (vandaar de naam Centro, en niet Museo), maar twee jaar later werd het door een Koninklijk Besluit 535/1988 van 27 mei opgewaardeerd tot Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía. Het opende zijn deuren voor publiek op 10 september 1992 met de collectie van het MEAC. De nieuwe status van Nationaal Museum leidde tot een actief aankoop- en leenbeleid, om zo een solide repertoire van Spaanse kunst te bieden in verband met andere internationale stromingen .

……De instelling is een autonoom orgaan dat afhankelijk is van Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Sport. In 2013 werden de statuten van het museum goedgekeurd.

……De behoefte aan grotere ruimtes leidde in 2001 tot de bouw van een nieuw gebouw, waarvan de architect Jean Nouvel de opdracht binnen sleepte. Dit nieuwe gedeelte werd in september 2005 ingehuldigd. De nieuwe ruimtes vertegenwoordigen een toename van meer dan 60% in vergelijking met het oppervlak van het oude gebouw: van 51.297 m² tot 84.048 m².

……Het Reina Sofia museum is daarmee verdeeld over twee gebouwen, genaamd het Sabatini-gebouw en het gebouw Nouvel (Edificio Nouvel), plus twee tentoonstellingslocaties in het Retiropark: het Palacio de Cristal en het Palacio de Velázquez, beide gebouwd door de Spaanse architect Ricardo Velázquez Bosco. Op deze twee locaties worden tijdelijke tentoonstellingen of speciale presentaties door kunstenaars gehouden, of werken uit de collectie van het museum getoond.

Het Nouvel-gebouw, met recht nog een stukje Sabatini-gebouw.

Verzamelingen


……Chronologisch gezien is de collectie een uitbreiding van het Prado Museum, dat werken heeft vanaf de 12e eeuw (Romaanse muurschilderingen) tot en met de 19e eeuw en het Reina Sofia bestrijkt een periode vanaf de late 19e eeuw tot nu. De scheidslijn  van beide is het jaar 1881, het geboortejaar van Picasso, wordt als een te rigide criterium gezien en met het Koninklijk Besluit 410/1995, van 17 maart, heroverweegt men om deze scheidslijn iets te laten verwateren en de staatscollectie aan te vullen door de opname van werken van Goya en Sorolla.

.

Zicht in zaal 2089, toen deze alleen aan Juan Gris was gewijd.

…..Het traject van de hedendaagse kunst in Spanje, dat jarenlang werd genegeerd door zowel particuliere verzamelaars als openbare instellingen. Daarmee wordt duidelijk dat er grote hiaten zijn in het internationale repertoire van het museum, hoewel het enkele relevante voorbeelden van meerdere kunstenaars heeft. De collectie neemt de Spaanse hedendaagse kunst als kern en verbind het met internationale stromingen met voorbeelden van buitenlandse auteurs, van Pierre Bonnard tot Louise Bourgeois, en benadrukt de koppeling met Spanje bijvoorbeeld met Robert en Sonia Delaunay, André Masson, Francis Picabia, Alexander Calder, Torres García of Rafael Barradas.

……De inventaris van artistieke bezittingen omvatte in september 2014, 18.154 werken, waaronder 3408 schilderijen, 1654 sculpturen en installaties, 3148 tkeningen, 5502 afdrukken, 3630 foto’s, 346 stukjes video, film en audiovisuele werken, 354 performatieven en intermediate kunstwerken en 98 architetonische, design en/of decoratieve kunstwerken. Hiervan zijn er 1100 tentoongesteld, dat is slechts 6%. Anderzijds worden er stukken uitgeleend of in bruikleen gegeven aan derden, om uiteindelijk het eigen vermogen van het museum te behouden.

……In september 2014 werd de nalatenschap van de verzamelaar Soledad Lorenzo gepubliceerd, daar deze van plan was deze te schenken aan het museum. De verzameling bestaat uit bijna 400 stukken van belangrijke kunstenaars van onder andere: Antoni Tápies, Txomin Badiola, Miquel Barceló, José María Sicilia, José Manuel Broto en Eduardo Chilida.

Het begin van de 20ste eeuw

Portret van Tristan Tzara, van Robert Delaunay, 1923.

……De collectie begint met Spaanse auteurs van rond de eeuwwisseling, zoals Ramón Casas, Anglada Camarasa, Romero de Torres, Ignacio Zuloaga, Isidro Nonell, Joaquín Mir, María Blanchard, López Mezquita, Julio González, Santiago Rusiñol, Jose Clará, Francisco Iturrino, Julio Antonio en José Gutiérrez Solana (schilder van wiens werk ook in 1999 werd aangekocht).

……Het zijn artiesten die tot verschillende stromingen behoren, zoals het modernisme, het realisme of het beginnende kubisme, een weerspiegeling van de verscheidenheid van de kunst van het begin van de 20ste eeuw. Volgens criteria die meer stilistisch dan chronologisch zijn, stelde het repertoire genegeerde kunstenaars tentoon, zoals Joaquín Sorolla, wiens afwezigheid werd verdoezeld met het olieschilderij ‘Llegada de la pesca’ (Aankomst van de vissen), gedeponeerd door het Museo de Bellas Artes de Asturias (Museum van Schone Kunsten van Asturias).

……Ook internationale hedendaagse kunstenaars, zoals Pierre Bonnard, George Grosz, Medardo Rosso, Albert Marquet, Kandinsky, Joaquín Torres García of Willi Baumeister zijn in de collectie aanwezig.

……De basis van de kubistische werken is van groot belang voor het museum. Ze dragen bij aan befaamde schilderijen van Picasso en Gris, die van Georges Braque (Fles en Fruit, 1911, Speelkaarten en dobbelstenen, 1914), Albert Gliezes, Fernand Léger, André Lhote, Amédée Ozenfant en andere auteurs zoals Robert en Sonia Delaunay, maar ook sculpturen van Henri Laurens , Jacques Lipchitz en van Picasso zelf.

……De reeks werken die worden toegeschreven aan het surrealisme en verwante bewegingen is ook uitstekend, het brengt een zeer diverse lijst van auteurs bijeen: Francis Picabia (waarvan het museum een uitstekende representatie tentoonstelt, zowel schilderijen als tekeningen), René Magritte (Le secret du cortège, 1927; Grelots roses, ciels en lambeaux, 1930), Yves Tanguy, Man Ray, Marcel Duchamp, Brassaï, Victor BraunerJean Arp, Paul Klee, Kurt Schwitters (dadaïstische collages), Max Ernst en Joseph Cornell. Ook van belang zijn de werken van de Franse kunstenaars André Masson waarbij olieschilderijen als ‘La Famille en état de metamorphose‘ (1929) of ‘La Sorcière‘ (1942 – 43) opvallen, evenals talrijke tekeningen en schetsen geïnspireerd op het stierenvechten en Spaanse landschappen.

Gris, Picasso, Dalí en Miró

Juan Gris, La bouteille d’anis (de Fles Anis), 1914.

……Het Museum Reina Sofia bezit excellente collecties van Juan Gris, Pablo Picasso, Salvador Dalí en Joan Miró, vier Spaanse kunstenaars die behoren tot de meest belangrijke van de 20ste eeuw. Hun vormen dan ook de steunpilaren van het Museum.

……Het repertoire van de Madrileense Juan Gris is bijzonder rijk aanwezig, ondanks het feit dat het pas sinds de laatste decennia bijeen gebracht werd. Het eerste werk werd pas laat in de Spaanse nationale collecties opgenomen. Het was ‘La guitare devant la Mer‘ (de Gitaar voor de Zee), gekocht in 1977 voor het MEAC. Momenteel bevat de verzameling van deze auteur echter 19 schilderijen, waaronder enkele van zijn beste werken, zoals ‘la Bouteille d’Ánis‘ (de Fles Anijs, 1914), ‘Portrait de Madame Josette Gris’ (Portret van Madame Josette Gris, 1916) of de eerder vernoemde ‘la Guitarra ante el Mar’ van 1925.

……Picasso’s vertegenwoordiging in het museum draait om de jaren dertig van de vorige eeuw, want hoewel de collectie van deze kunstenaar geleidelijk is versterkt met verschillende aanwinsten, is de aanwezigheid van werken uit andere periodes nog steeds beperkt. Het vroegste werk van deze kunstenaar dat in het bezit is van het Reina Sofia is ‘la Mujer en Azul‘ (de Vrouw in Blauw) uit 1901, behorend tot zijn zogenaamde ‘Blauwe Periode’. Welke wordt gevolgd door twee schilderijen van analytisch kubisme, ‘el Frutero‘ (de Fruitschaal) 1910 en ‘los Pájaros Muertos‘ (de Dode Vogels) 1912, andere surrealistische schilderijen en verschillende werken van zijn expressionistische stijl uit de jaren dertig en enkele van zijn latere jaren (drie grote doeken over het thema ‘de Schilder en zijn Model‘, van 1963). De collectie bestaat uit 292 werken, waaronder 29 schilderijen en vier van de belangrijkste sculpturen: ‘Tête de Femme‘ (Fernande) (Hoofd van een Vrouw [Fernande]), dat beschouwd wordt als het eerste kubistische beeldhouwwerk, ‘Femme au Jardin‘ (Vrouw in de tuin), ‘la Femme au Vase‘ ( Vrouw met Vaas) en ‘L’Homme au Mouton‘ (de Man met het Lam), evenals tekeningen en gravures. onder de laatst genoemde bevinden zich ‘Sueño y Mentira de Franco‘ (Droom en Leugen van Franco) en ‘la Minotauromaquia‘ (de mythe van de Minotaurus). Maar het museum heeft echter geen enkel, toch ook belangrijk, werk op het gebied van keramiek.

Oiseau lunaire (de Maanvogel) van Joan Miró, 1966, in de patio van het Sabatini-gebouw.

……Het meest bekende werk van het museum is ongetwijfeld de Guernica van Picasso, een van de meest relevante en iconische werken van de moderne kunst, die wordt tentoongesteld met meerdere voorbereidende schetsen en originele foto’s die de realisatie ervan documenteren, gemaakt door Dora Maar. Het schilderij en enkele schetsen werden tientallen jaren bewaart in het MOMA in New York  en kwamen in 1981 aan in Spanje, en werd in eerste instantie werd het opgeslagen in het Casón del Buen Retiro, totdat de groep in 1992 naar dit museum verhuisde. Picasso had dit werk in opdracht van de regering van de Tweede Republiek geschilderd om het in het Paviljoen van de Spaanse Republiek van de Internationale Tentoonstelling van Parijs in 1937 te versieren. Een ander werk  voor hetzelfde paviljoen, het beeldhouwwerk ‘el Pueblo Español tiene un camino que conduce a una Estrella‘ (het Spaanse Volk heeft een weg die leid naar een ster), van Alberto Sánchez, staat nu voor de ingang van het MNCARS.

……De opmerkelijke collectie van werken van Salvador Dalí is voor een groot deel te danken aan de nalatenschap van de schilder, die zijn bezit naliet aan de Spaanse staat, die het verdeelde tussen dit museum en het Dalí Theater Museum van Figueras. De belangrijkste stukken zijn meesterwerken zoals het ‘Portret van Luis Buñuel‘, ‘Meisje in het Raam‘, ‘het Eindeloze Enigma‘ en ‘de Grote Masturbator‘, evenals sculpturen en tekeningen.

……Samen met Gris, Picasso en Dalí, is het werk van Joan Miró nadrukkelijk aanwezig. Aanvankelijk werden de werken in 1985 bijna volledig geïntegreerd als betaling van successierechten door de zijn weduwe, Pilar Juncosa, en de andere erfgenamen van Miró: 24 schilderijen en 203 prenten. Bijna alle schilderijen dateren uit de jaren ’50 tot 1983. Maar daarna zijn er ook werken aangekocht van zijn eerdere periode, van rond de jaren ’20. Van de vele werken van deze kunstenaar die het museum  bewaart bevinden zich 55 schilderijen, waaronder ‘het Huis van de Palmboom‘ (1918), ‘Vrouw en Hond voor de Maan‘ (1936), of ‘de Glimlach met Vlammende Vleugels‘ (1953). Ook in de centrale patio wordt één van zijn sculpturen tentoongesteld, (Moonbird, 1966).

Spaanse kunst van de tweede helft van de 20ste eeuw: van abstractie tot Pop-art

Toki Egin (Maak ruimte) Eerbetoon aan San Juan de la Cruz, werk van Eduardo Chillida, 1989 -1990.

……De Spaanse figuratieve kunst uit de jaren ’40 ’50 en ’60 van de 20ste eeuw laat werken zien van Pablo Gargallo, Pancho Cossio, Francisco Arias Álvarez, Francisco Bores, Benjamin Palencia, Maruja Mallo, Alberto Sánchez, de surrealist Óscar Domínguez, José de Togores, Ángeles Santos Torroella, Joaquín Sunyer en Joan Ponç.

……Van hun kant, zien we uit dezelfde periode van de 20ste eeuw abstracte werken van Spaanse beeldhouwers als: Jorge Oteiza en Eduardo Chillida, deze laatste aanwezig met verschillende grote stukken van enkele tonnen gewicht. Andere auteurs zijn: Pablo Palazuelo, Pablo Serrano, Antoni Tàpies, Manuel Millares, Lucio Muñoz, Luis Feito, Rafael Canogar, José Guerrero, Esteban Vicente, Eusebio Sempere, Equipo 57, Gustavo Torner, Antonio Saura, en latere figuratieve als: Antonio López García en Carmen Laffón, om uiteindelijk te culmineren in de esthetiek van de “Pop-art“, gevolgd door Equipo Crónica, Luis Gordillo, Eduardo Arroyo en Guillermo Pérez Villalta.

……Spaanse auteurs met een herkenbaar prestige, zoals Miquel Barceló, Jaume Plensa en Juan Muñoz, en andere jonge artiesten die hun werk in de laatste decennia verder ontwikkelde, voltooien de complete reis door de hedendaagse Spaanse kunst en haar bijdragen aan de artistieke wereldscene.

Internationale kunst van de tweede helft van de 20ste eeuw.

Brushstroke, (Penseelstreek) van Roy Lichtenstein, in de patio van het Nouvel-gebouw.

……De aanwezigheid van buitenlandse kunstenaars is op een opmerkelijke manier toegenomen in de collectie van het museum, vooral met de betrekking tot de tweede helft van de 20ste eeuw.

……Het bestand uit het midden van de eeuw bevat werk van Diego Rivera (de Bloemenverkoper, 1949), Wilfredo Lam, Roberto Matta, Henry Moore, Anthony Caro, Roy Lichtenstein, Robert Rauschenberg, Francis Bacon (Lying figure, 1966) Yver klein (sculpturen en schilderijen, waaronder een van zijn beroemde antropometrieën), Nancy Spero, Jean Tinguely, Asger Jorn, Pierre Alechinsky, Pol Bury, Constant (de laatste vier leden van de CoBrA-groep), Lucio Fontana (Concetto spaziale, La Fine di Dio, 1963) en Christo.

……Het zijn representatieve kunstenaars van verschillende stromingen zoals het tachisme (Jean Dubuffet, Henri Michaux, Wols, Jean Fautrier, Serge Poliakoff), Pop art (Andy Warhol, Richard Hamilton, Alex Katz), de conceptuele kunst (Joseph Kosuth, Daniel Buren, Hans Haacke, Cildo Meireles, Marcel Broodthaers), de abstractie in al zijn verschillende vormen, de Arte Povera (arme kunst)(Mario Merz, Michelangelo Pistoletto, Lucian Fabro, Jannis Kounellis), de Kinetische kunst (Alexander Calder, Jesús Soto), de Land art en het minimalisme (Donald Judd, Robert Mangold, Ellsworth Kelly, Dan Flavin, Sol LeWitt, Carl Andre). uit deze laatste beweging bestond in 1988 de mogelijkheid om, tegen zeer voordelige economische voorwaarden, een substantieel deel van de Panza di Biumo-collectie te verwerven, een van de beste ter wereld, maar het Reina Sofia weigerde het aanbod. Van zijn kant is het Amerikaanse abstracte expressionisme, ondanks zijn transcendentie in kunst na de Tweede Wereldoorlog, een van de slecht vertegenwoordigde hedendaagse beweging in het museum, dat grotendeels ligt aan de hoge marktprijs. Het heeft werken van Mark Rothko, Sam Francis en Cy Twombly, drie stukken van Robert Motherwell (Elegía a la República Española (Treurlied van de Spaanse Republiek)) en vele andere van Morris Louis (Vernal, Crown) en Lamed Beth, allemaal behorend tot zijn serie Veils (sluiers), de laatste twee nagelaten door zijn weduwe, en niets van Jackson Pollock, Jasper Johns, Willem de Kooning en Clyfford Still.

……Kunstenaars aan het eind van de 20ste eeuw zoals de Fluxus beweging (Wolf Vostell, Nam June Paik, Robert Filliou, Öyvind Fahlstróm), Anish Kapoor, Gerhard Richter, Georg Baselitz, Richard Serra, Julian Schnabel (schilderijenreeks, Aan de inwoners van Spanje, 1991), Louise Bourgeois, Cindy Sherman, Martin Kippenberger, Olafur Eliasson etc, tonen de nieuwste trends in de hedendaagse internationale kunst.

2009: herwaardering

……In navolging van een plan van de directeur, Manuel Borja Villel, presenteerde het museum op 28 mei 2009 een herordening van zijn collectie, de meest ingrijpende in twintig jaar. De belangrijkste veranderingen waren het doorbreken van het zuiver lineaire criterium van het vorige arrangement, de vermenging van ongelijksoortige auteurs die de thematische zalen vormen, en het opnemen van talrijke nieuwe en opgeslagen werken, evenals gravures door Francis Goya, met kopieën die oorspronkelijk worden geleverd door het Prado Museum en later door de Nationale Kopergraveerkunst (Calcografía Nacional). Goya wordt beschouwd als een voorloper van verschillende moderne stromingen, maar werd vanwege chronologische beperkingen uitgesloten bij dit museum.

……De nieuwe ordening van schilderijen begint op de tweede verdieping van het Sabatini-gebouw, met werken vanaf de jaren 1930. Het gaat op de vierde verdieping van hetzelfde gebouw verder met kunst die komt van de naoorlogse periode tot het begin  van de jaren ’60; deze sectie is opnieuw gerangschikt in 2010. De route loopt verder via de eerste verdieping van het ‘Edificio Nouvel’ (het Nouvel Gebouw) en eindigt op de begane grond, met de meest recente werken.

Tijdelijke exposities


……Het museum gaf, gedurende zijn geschiedenis, en geeft nog steeds een essentiële rol aan tijdelijke tentoonstellingen .

……In het begin van het museum (en het kunstcentrum), vormde de tentoonstellingen een fundamentele aanvulling op het gehele Spaanse kunstbezit, alhoewel de permanente collectie nog niet volledig beschreven was. Vanaf het begin ontving men de kunstenaars of vulde de expositie aan met trends die schaar waren in de collectie. In de loop van tijd werden, en worden er nog steeds belangrijke lezingen gehouden die het geheel complementeren en/of aanvullen op wat er in het museum aanwezig is. Zo waren er belangrijke tijdelijke exposities in 1993 gewijd aan Antonio López en in 2006 een expositie gewijd aan Picasso en de meest recente die van Dalí in 2013. Deze exposities werden alle uitstekend ontvangen door het publiek

Bibliotheek


De leeszaal van de bibliotheek, in de uitbouw van het Nouvel-gebouw.

……Het Reina Sofia herbergt ook een bibliotheek die gratis te bezoeken is. Een bibliotheek uiteraard gespecialiseerd in kunst met meer dan 100.000 boeken, 3500 geluidsopnames en bijna 1.000 video’s. Deze bibliotheek bevind zich in de vleugel van de uitbreiding van Jean Nouvel. Grote, tot aan de grond doorlopende ramen geven het idee van een open leeszaal die verlicht wordt met een grote glazen lamp van de ‘Real Fábrica de La Granja’.

Het gebouw


doorzicht van een van de interne galerijen van het museum.

……Het hoofdgebouw van het museum is het voormalige Algemene Ziekenhuis van Madrid, een groot neoclassicistisch gebouw uit de 18e eeuw gebouwd in opdracht van Carlos III, en oorspronkelijk ontworpen door José de Hermosilla en later voortgezet door Francesco Sabatini.  Het gebouw, dat eigenlijk nooit volledig is afgebouwd, reikt tot de Calle Atocha (Atocha straat) en wat vroeger de voorgevel was geeft tegenwoordig vorm aan een deel van de binnenplaats. De onvoltooide staat verklaart dat er vrijwel geen versieringen aan de buitenkant te zien zijn, dat geeft het gebouw een ernstig en naakt uiterlijk.

……Het werd van de sloop gered doordat het tot beschermd gebouw werd verklaard. Sinds 1980 werd het gebouw  gerenoveerd en uitgebreid. In 1988 werden delen van het nieuwe museum voor het publiek geopend, hoofdzakelijk om tijdelijke tentoonstellingen te huisvesten. Datzelfde jaar werd het in een decreet tot Nationaal Museum verklaard, waardoor de collecties heroverwogen moesten worden om een overtuigend panorama van de Spaanse kunst uit de 20ste eeuw te tonen. Juist het naast elkaar bestaan van beide functies, het museum en het tentoonstellingscentrum, heeft voor wat wrijving gezorgd, daar men aannam dat ze het niet alleen kon dekken.

……In december 2001 begon de bouw van een grote uitbreiding, ontworpen door de Franse architect Jean Nouvel, op de plaats van het voormalige hoofdkantoor van het ‘Instituto Nacional de Bachillerato a Distancia’ (INBAD). Het werd op 26 september 2005 opengesteld voor publiek. Het heeft een afgeknotte driehoekige vorm met een centrale patio onder een rood dak, misschien wel het meest eigenaardige element.

 

Naar boven

{{Bronvermelding anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofia|oldid=104957991|datum=20180125}}

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: