Cáceres (prov.)

Cáceres

Provincie van Extremadura

 

het wapen

de vlag

Gegevens
Hoofdstad Cáceres
Officiële taal
Andere talen
Castiliaans
Fala  (Jálama vallei)
Extremeño (niet officiële taal)
Comunidad aut. Extremadura
Onderverdeling 17   mancomunidades
223 municipios (gem.)
Gesticht Territoriale indeling van 1833
Oppervlakte 19.868 km²
Bevolking (2019) Bevolking tot. Bevolkingsdichtheid ….
394.151 inw.
19,78 inw/km²
Bevolkingsnaam cacereño, -a
Postcode 10
ISO 3166-2 ES-CC
Officiële website

De provincie Cáceres is een ongerept en heel dunbevolkt gebied met prachtige landschappen, bergen en fraaie natuurgebieden, zoals het Nationaal park Monfragüe of het groene dal van La Vera, beide liggend rond het stroomgebied van de rivieren de Taag en Tiétar. Het is een provincie met heel veel bezienswaardigheden en plekken om te ontdekken. Zo is er bijvoorbeeld het ommuurde oude gedeelte van de provinciehoofdstad Cáceres, een juweeltje van middeleeuwse architectuur. Maar ook steden als Trujillo, Plasencia en Guadalupe hebben veel te bieden. De Sierra de Gata en Las Hurdes zijn interessant vanwege de vele oude gewoonten. Ook de gastronomie van deze provincie zal u zeker aanspreken. Enkele beroemde producten van deze provincie zijn bijvoorbeeld de Torta del Casar of de Pimento de la Vera.

Poza del Trabuquete, vlakbij Losar de la Vera.

Wat interesseert u het meest:

Cáceres is een Spaanse provincie in de comunidad autónoma Extremadura, met als hoofdstad de gelijknamige stad Cáceres. Het ligt in het westen van het land en telt 392.931 inwoners (Eurostat). De dichtstbevolkte gemeenten zijn Cáceres, Plasencia en Navalmoral de la Mata. Het noordelijk deel van de provincie wordt gedomineerd door de westelijke sector van het Sistema Central, terwijl in het zuiden en oosten verschillende uitlopers van de Montes de Toledo (bergen van Toledo) oprijzen. De rivieren die erdoor stromen, lozen hun water naar het stroomgebied van de Taag of naar dat van de Guadiana. Cáceres is na Badajoz de grootste provincie van Spanje, grenzend aan Castilla y León via de provincies Salamanca en Ávila en Castilla-La Mancha via Toledo. In het zuiden ligt Badajoz, en in het westen de grens met Portugal.

Geschiedenis


Prehistorie

Vroegpaleolithicum (oude steentijd)

Opgravingen in de grot van Santa Ana, in Cáceres.

De oudste bewijzen van menselijke aanwezigheid op het huidige grondgebied van Extremadura dateren uit het Vroegpaleolithicum. In de, meestal oppervlakkige vindplaatsen, zijn grove werktuigen van kwartsiet en, in mindere mate, graniet gevonden, maar geen resten van menselijke lijken. De techniek die gebruikt werd om de werktuigen te maken, bestond uit het slaan op de steen met een stenen of geweien hamer totdat klingen, punten, inkepingen, bijlen of houwelen verkregen werden. De oudste overblijfselen komen overeen met de middenfase van de Achelische periode (ongeveer 700.000 jaar geleden).

De oudste vindplaatsen bevinden zich in de buurt van plaatsen waar zich geschikte steen bevindt voor het houwen en vervaardigen van werktuigen en gereedschappen. Maar  rivieren en/of grote zijrivieren zijn belangrijk voor deze mensen. De gebieden met de hoogste concentratie vindplaatsen uit de Achelense periode zijn: het stuwmeer van Valdecañas, de rivier Alagón, Jerte en El Sartalejo. De meest opvallende werktuigen uit deze periode zijn de vuistbijl, hete hakmes (cleaver in het Engels) en de pico triédroico (trihedral pickaxe, meer gespecialiseerde stenen werktuigen).

Middenpaleolithicum

In Extremadura zijn zeer weinig resten verzameld. Ze zijn allemaal uit de Mousterische periode. Zij werden gemaakt volgens de techniek waarbij zij de afmetingen van het werktuig berekenden alvorens een fragment uit de matrixsteen te halen dat geschikt was voor het werktuig dat zij van plan waren te maken. De meest kenmerkende werktuigen waren de schrapers, fijn getande messen en punten. Ze zijn allemaal minder zwaar, minder grof, vervaardigd met een meer geavanceerde technologie dan die van het Vroegpaleolithicum. De plaatsen waar afzettingen uit het Moustérien worden gevonden, komen overeen met die uit het Achelien, d.w.z. in de buurt van rivieren.

Laatpaleolithicum

De huidige ingang van de grot van Maltravieso, in Cáceres.

In het tijdperk van het Laatpaleolithicum verschijnt de Homo sapiens sapiens (de huidige mens) in deze streek van het Iberisch schiereiland. De gravures en schilderingen van de grot van Maltravieso,  het heiligdom van de Kwartaire kunst, en van de mijnen van Castañar de Ibor werden in dit tijdperk gemaakt. Ze zijn allemaal in Magdaleniaanse stijl.

In de grot van Maltravieso zijn gravures te zien van het silhouet van een hinde, verschillende driehoeken en andere geometrische figuren. Er zijn meer dan 30 negatief geschilderde handen gevonden en de meeste daarvan zonder pink. Er zijn geen overblijfselen gevonden die erop wijzen dat het in deze periode bewoond was, hoewel het in latere tijden wel bewoond werd, zodat kan worden geconcludeerd dat het een heilige plaats was en geen plaats voor bewoning.

Neolithicum

Hoewel er zeer weinig bekend is over het Epipaleolithicum in de huidige regio Extremadura, bracht het Neolithicum enkele veranderingen teweeg in het bestaan van de menselijke gemeenschappen die in de regio leefden. De belangrijkste zijn de invoering van veeteelt en landbouw, die worden geïntegreerd in de reeds bestaande jacht- en verzamelactiviteiten. Wat de technologie betreft, is de belangrijkste inbreng die van het aardewerk, dat de opslag van landbouwoverschotten mogelijk maakt.

Archeologisch werk in de grot van El Conejar.

De meest recente studies gaan er tegenwoordig van uit dat het neolithicum in Extremadura is begonnen in de overgang van het VI naar het V millennium v. Chr. Dit maakt een einde aan het begrip “laat-neolithicum” dat door sommige auteurs werd gebruikt, omdat zij meenden dat de landbouw in dit deel van Spanje pas veel later zijn intrede zou hebben gedaan. Van het Neolithicum zijn de meest representatieve vindplaatsen de Cerro de la Horca (Plasenzuela), de Boquique-grot (Plasencia), de El Conejar-grot (Cáceres) en Los Barruecos (Malpartida de Cáceres). Van deze laatste site komen de oudste bewijzen van landbouw in de regio, die gedateerd werden op het einde van het VI millennium v. Chr. De tekenen van dierlijke domesticatie zijn zwak, maar er kan worden aangenomen dat dierlijke domesticatie dateert uit de tijd van de invoering van de landbouw. Op deze plaatsen is versierd aardewerk gevonden, vooral de soort die bekend staat als “boquique” en die voor het eerst is gedocumenteerd in deze grot in Plasencia.

Granieten dolmen met een kamer van 3,0 x 3,5 m en een korte gang naar het oosten. Chronologie: IV-III millennium v. Chr. Gelegen bij La Aceña de la Borrega, Cáceres.

De zogenaamde “afgodsplaten” zijn gewoonlijk gemaakt op leisteen en worden meestal in verband gebracht met begravingen in megalieten. Ze zijn moeilijk te dateren, hoewel ze zijn toegeschreven aan het 3e en 4e millennium v. Chr.

Vanaf het Midden-Neolithicum, begin van het V millennium v. Chr., verspreidde het megalithisme zich in de regio. Er zijn weinig nederzettingen uit deze periode bekend, alleen enkele gegevens van de site van Los Barruecos. Het megalithische fenomeen is welbekend, aangezien er grote concentraties dolmens zijn in verschillende delen van de regio. Groepen van dit type megalithische graven zijn te vinden in Valencia de Alcántara, Cedillo of Santiago de Alcántara.  Dit fenomeen van megalithische graven duurt voort tot aan het begin van de Bronstijd. De begravingen van deze fase worden gewoonlijk gekenmerkt door grafgiften zoals vuurstenen microlieten, gladde keramiek en enkele plaat-idolen (afgodsplaatjes, platte bewerkte stenen (± 20cm hoog) met inkervingen van goden).

Uit het laat-neolithicum vallen vooral de sites als Araya op. Het ontwikkelt zich vanaf 3500 v. Chr. en zal de basis leggen voor het verschijnen van het Chalcolithicum (kopertijd), vanaf het III millennium v. Chr. Deze nederzettingen hebben een echte landbouw- en veeteeltbestemming. Hun ligging, dicht bij vruchtbaar land, is meestal op glooiende heuvels in de buurt van rivierbeddingen. De keramiek wordt gekenmerkt door zijn nagenoeg gladde uiterlijk, met weinig versieringen en eenvoudige vormen. Het meest kenmerkende aardewerk is de “cazuela carenada”, die algemeen wordt aangetroffen in vindplaatsen in het zuidwesten van het Iberisch schiereiland, waaruit blijkt dat Extremadura deel uitmaakte van een gemeenschappelijke culturele dynamiek die werd gekenmerkt door demografische groei en een steeds duidelijker consolidatie van landbouw en veeteelt.

Chalcolithicum

Tijdens het Chalcolithicum oftewel de Kopertijd boekten de prehistorische menselijke gemeenschappen vooruitgang in de agrarische exploitatie van de omgeving, de metallurgie werd ontwikkeld met het begin van de omzetting van koper rond het III millennium v. Chr. in Castillejo.

Er is een ontwikkeling van sociale complexiteit, zowel structureel als ideologisch: er is ongelijkheid van rollen en goederen.

De oudheid

Pre-Romeinse tijd

Tot de belangrijkste pre-Romeinse volkeren die het huidige Extremadura bewoonden, behoorden de Vettones (Vettoni), die de huidige provincies Cáceres (noorden) en Salamanca bewoonden, de provincie Ávila en een deel van de provincie Toledo. De Lusitaniërs (Lusitani) (de meest archetypische van Extremadura), die zich over bijna het gehele huidige Extremadura en Midden-Portugal uitstrekten, herdersvolkeren die zich toelegden op plunderen en oorlog voeren; het beeld van de Lusitaanse leider Viriato en het ijzeren verzet tegen de Romeinen is vermeldenswaard. In het zuiden, in de buurt van de provincie Badajoz, bevonden zich de Kelten (Celtici); zij waren voornamelijk stedelingen en boden weinig weerstand aan de Romeinse troepen, zodat zij geen belemmering vormden voor de opmars van deze veroveraars.

De Romeinse tijd

Het Romeinse complex van Cáparra.

Het gebied van dit Lusitaanse samenwerkingsverband onderging een volledige en diepe romanisering. De bereikte mate van romanisering en de uitbreiding van de provincie Ulterior vereiste een afzonderlijke regering, waardoor Lusitania in de tijd van Augustus (2e eeuw v. Chr.) een afzonderlijke provincie werd. De provincie Lusitania omvatte een groot deel van Extremadura en Midden-Portugal.

Er werden talrijke verbindingswegen en grote steden gebouwd. Lusitania was een van de provincies waarin het Iberisch schiereiland definitief werd opgedeeld en een zeer belangrijk aspect van de romanisatie was de overname van de taal van het keizerrijk, de basis van alle toekomstige Romaanse talen op het schiereiland.

De Zilverroute verbond Asturias met Emérita (Mérida) en Italica (oude Romeinse stad op het Iberisch schiereiland) en doorkruiste in het midden de provincie Caceres. Een andere route verbond Mérida met Coímbra, via de beroemde brug van Alcántara.

De beroemde Romaanse brug, Puente de Alcántara.

Vespasianus zette een volgende stap in de romanisering door het recht van Latijns burgerschap toe te kennen aan alle inwoners van het Iberisch schiereiland, waardoor het voor Hispaniërs gemakkelijker werd om toegang te krijgen tot openbare ambten. In de 3e eeuw n. Chr. begonnen de problemen. Germaanse bendes, bestaande uit barbaren, plunderden de provincie op hun doortocht. Dit maakte het raadzaam de steden te versterken; de muren van Coria en Cáceres dateren uit deze tijd. Het gevreesde gevaar (de Grote Volksverhuizing) zou in de 5e eeuw komen, de provincie in puin achterlatend. De stad Norba Caesarina is daarna uitgestorven. Andere, zoals Augustobriga en Cáparra, raakten in de vergetelheid, ondanks het feit dat er nog indrukwekkende monumenten overeind stonden.

De middeleeuwen

Het Visigotisch tijdperk

Lusitania werd eerst door de Alanen en daarna door de Sueben binnengevallen. Met hen betreden we de Visigotische periode. Als meest representatieve architectonische elementen van deze periode vinden we de kerk van Santa Lucia del Trampal, een tempel van omstreden datering (tussen de 7e eeuw en de 9e eeuw), gelegen in de Spaanse gemeente Alcuéscar, in de provincie Cáceres. Het is een bijzondere tempel met Visigotische architectonische kenmerken en mogelijk latere Mozarabische invloeden, dat zijn chevet inricht met drie rechthoekige kapellen die uitkomen op een transept. Het is het enige gebouw uit de Visigotische periode dat nog overeind staat in het zuiden van het Iberisch schiereiland.

De Visigotische kerk Santa Lucía del Trampal, Alcuéscar. We zien hier twee van de drie kapellen (zuidaanzicht).

Moslim bezetting

Het kasteel van Trujillo, van moslim oorsprong.

Met de komst van de Saracenen werd het Visigotische Lusitania omgedoopt tot het Taifaskoninkrijk van Badajoz. In Extremadura zijn talrijke sporen bewaard gebleven van de moslimperiode die meer dan vijf eeuwen duurde in dit gebied, tot 1248. Als voorbeeld kunnen worden genoemd de Aljibe van Cáceres, het kasteel van Trujillo, en in Galisteo de muren uit de Almohad-periode op basis van rivierstenen. In 1009 ontstond het koninkrijk van Taifas van Badajoz, dat geografisch aan Lusitania doet denken en dat door verschillende auteurs als de laatste periode van de Lusitaanse cyclus wordt beschouwd. De Taifa van Badajoz was een van de grootste en machtigste van het schiereiland, met een oppervlakte die groter was dan de huidige oppervlakte van de regio Extremadura. In deze periode brak een spannende periode aan van intriges, gevechten en pacten met de koningen van Sevilla, Toledo en Córdoba, en met de christelijke vorsten.

De Reconquista

Middeleeuwse muren van Plasencia.

De Reconquista (herovering) van wat nu Extremadura is (oostelijk deel van het Taifas-koninkrijk van Badajoz) wordt betwist door het koninkrijk Portugal met koning Afonso Henriques, met de hulp van de krijger Geraldo Geraldes bekend als Geraldo “sem Pavor”, en het koninkrijk León met koning Fernando II, maar de verovering wordt voornamelijk uitgevoerd door het koninkrijk León, in zijn tweede fase als onafhankelijk koninkrijk (1072-1230). Eerst was het Fernando II de León in 1169 en vervolgens Alfonso VIII de León (in de Spaanse dynastieke orde opgenomen als Alfonso IX) in 1229 die Cáceres innam. Al in 1213 had Alfonso VIII van León zelf Alcántara ingenomen. Hij maakte van deze stad de zetel van de Militaire Orde van San Julián de Pereiro, later de Orde van Alcántara genoemd.

Ook de Kroon van Castilla nam deel aan de herovering en in 1186 stichtte Koning Alfonso VIII de Castilla de stad Plasencia op een eerdere nederzetting, om het bezit van Gredos en de vallei van Jerte te garanderen en te verzekeren. De Vía de la Plata werd ingesteld als grens tussen de koninkrijken León en Castilla.

Castiliaans-Leonese eenwording

Het westelijke deel van het Taifas-koninkrijk Badajoz werd heroverd door Enrique de Borgoña, die het graafschap Portucalense (Porto en omliggende gebieden) kreeg, met de titel van “Graaf van Portus Cale”. Dit graafschap zou jaren later een onafhankelijk koninkrijk worden en zijn expansie zuidwaarts beginnen tot het Faro bereikte.

Volgens een oude legende verscheen in de 14e eeuw de Maagd van Guadalupe (Virgen de Guadalupe), beschermheilige van Extremadura.

Vroegmoderne Tijd

De verovering van Amerika

Kenmerkend voor de regio was de massale emigratie naar Amerika. Veel van de emigranten waren mannen op zoek naar het fortuin en de roem die Spanje niet langer kon bieden na de val van het Nasrid Koninkrijk van Granada in 1492, hetzelfde jaar dat Amerika werd ontdekt. Hier wordt eigenlijk op een nette manier verteld; Dat Spanje het leger niet meer nodig had, omdat het land was heroverd. En wat moet je dan met deze mensen? Het was in die tijd niet zo dat daar een opvang voor werd georganiseerd. Veel van deze mensen zouden in de criminaliteit terecht komen. Daar waren ze tenslotte in getraind. Dus was Amerika de oplossing. Het was een win-winsituatie, het oorlogsgespuis het land uit en het veroveren van Amerika voor God en Vaderland. Belangrijk is dat je, je manier van denken daarbij wel moet aanpassen aan die tijd.

Het standbeeld van Francisco Pizarro in Trujillo.

 

Onder de veroveraars die in Amerika aankwamen, zijn er verscheidene afkomstig uit Extremadura zoals Francisco Pizarro die de Inca-gebieden bij de heerschappijen van Spanje inlijfde, Alonso de Mendoza, Spaans ontdekkingsreiziger en veroveraar die Nuestra Señora de La Paz stichtte in het huidige Bolivia, Ñuflo de Chaves, Spaans ontdekkingsreiziger en veroveraar van Paraguay en het zuidoostelijke gebied van Bolivia, die herinnerd wordt als de stichter van Santa Cruz de la Sierra in Bolivia, om zijn illusie te bevredigen en de naam van zijn geboorteland in deze afgelegen gebieden te vereeuwigen.

Unie met Portugal

Een van de beslissende gebeurtenissen in de moderne geschiedenis van Extremadura vond plaats in 1580, met de vereniging van de rijken Spanje en Portugal. De twee grootmachten van die tijd werden verenigd onder één kroon. Extremadura ligt op een vergelijkbare afstand tussen Madrid en Lissabon, de hoofdsteden van de twee rijken, zodat verschillende steden een periode van pracht en praal beleven, die zal worden afgekapt met de zogenaamde Guerra de Restauración portuguesa (Portugese Restauratieoorlog), die de definitieve scheiding van de twee koninkrijken markeert en het verval van Extremadura in de daaropvolgende eeuwen inluidt.

De 17e en 18e eeuw

Eed en acclamatie van Jan IV van Portugal (1640).

De oorlog van 1640 was het begin van een tragische opeenvolging van verwoestende oorlogen voor Extremadura, die pas eindigde na de  Guerra napoleónicas (Napoleontische oorlogen) in de 19e eeuw. De oorlog waarnaar in de Spaanse schoolboeken minder vaak wordt verwezen, de zogenaamde Oorlog van de Portugese Restauratie die van 1640 tot 1668 met Portugal werd uitgevochten, heeft Extremadura op beslissende wijze veranderd en haar lot tot in zeer recente tijden bepaald.

Kaart van Extremadura in de 18e eeuw.

De arrogantie van de Spaanse adel behandelde Portugal, gedurende de periode waarin Portugal deel uitmaakte van de Spaanse monarchie (1580-1640), met zijn uitgestrekte rijk, zijn unieke cultuur en zijn maritieme en commerciële belang, als elk ander gebied in een rijk dat in veel opzichten moeilijk te besturen was, vanwege de complexiteit en de omvang ervan. Dit deed zich voor vanaf het bewind van Felipe II tot dat van Felipe IV. Doordat deze heersers niet de visie hadden om de macht en invloed te begrijpen die dat rijk had kunnen bereiken, werd er een slechte dienst aan de geschiedenis van Spanje bewezen, zeker in het geval van Extremadura. De oorlog met Portugal veranderde de steden en dorpen van Extremadura. Er ontstond een grote ontvolking en een groot verlies van landbouwgrond. De voortdurende schermutselingen om de grens en de vestiging, gedurende dertig jaar, van soldaten in de bevolkingsgroepen van Extremadura, veroorzaakten een crisis die zeker na het einde van de oorlog, toen dit gebied weer “Extremadura” werd, nog toenam. Opnieuw grensgebied, met een zeer machtig rijk en met een grote last van wantrouwen na een lange periode van vijandelijkheden.

In 1653 besluit de stad Plasencia de stem, die zij tijdens de Middeleeuwen had, in het Cortes de Castilla, terug te krijgen, te kopen voor 80.000 dukaten. Daartoe stelde zij een alliantie voor tussen de steden Badajoz, Merida, Trujillo, Cáceres en Alcantara om gezamenlijk de stemmen te kopen en zo de provincie Extremadura te vormen. Het is dus op dit moment dat Extremadura ontstaat als politieke entiteit, waarbij zich later andere plaatsen en de provincie León van de Orde van Santiago zou aansluiten.

Er was nog geen 35 jaar verstreken sinds het einde van de oorlog tussen Portugal en Spanje toen Extremadura verwikkeld raakte in de Spaanse Successieoorlog (1702-1713), waarbij wederom gebieden in Extremadura worden vernietigd. Het gaat hier om dorpen in de Taagvallei. Wat betreft grensoverschrijdende gevolgen, is het een nieuwe oorlog met Portugal, die de kloof tussen de twee landen, verder doet opengaan.

Moderne Tijd

19e eeuw

Gezicht op Coria aan het begin van de 19e eeuw in Voyage pittoresque et historique de l’Espagne.

Tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1808-1814) beleefde Extremadura een nieuwe periode van beroering en ontbering, aangezien het gelegen was op het strategische kruispunt waar de Franse bezettingstroepen en de nationalistische troepen, geholpen door het Engelse leger onder bevel van de hertog van Wellington, elkaar bevochten. In deze periode droegen oorlog en hongersnood verder bij tot de ontvolking van de regio. Zo werd Juan Álvarez de Castro, bisschop van Coria, in de zomer van 1809 in de stad Hoyos vermoord door de Franse troepen onder bevel van maarschalk Soult.

Bij de val van het Ancien Régime werd de provincie Cáceres gecreëerd, die deel uitmaakte van de regio Extremadura en 240 constitutionele gemeenten telde, verdeeld in dertien gerechtelijke arrondissementen. Deze dertien gerechtelijke arrondissementen zouden later worden teruggebracht tot zeven.

20ste en 21ste eeuw

De tweede helft van de 20e eeuw werd gekenmerkt door een demografische leegloop in de provincie. Naar schatting hebben meer dan 800.000 mensen Extremadura verlaten om meer welvaart te zoeken in andere Spaanse regio’s, zoals Baskenland, Madrid of Cataluña, en in andere landen, zoals Frankrijk, Duitsland, Zwitserland of Nederland.

Geografie


De provincie Cáceres is verdeeld in twee duidelijk afgebakende bergketens die van elkaar gescheiden zijn door de rivier de Tajo (Taag): het noordelijke deel, dat tot het Sistema Central behoort, en de sierra de Gata,  de sierra de Francia, en de uitlopers van de Sierra de Gredos omvat; en het zuidelijke deel dat overeen komt met de Montes de Toledo en de sierra de Guadalupe, de Sierra de Altamira, Sierra de Montánchez en Sierra de San Pedro omvat.

De rivier Ibor, hier met prachtige herfstkleuren.

De rivier de Tajo komt de provincie binnen via Talavera la Vieja en stroomt van oost naar west Portugal binnen; binnen Cáceres ontvangt zij rechts de rivieren Tiétar, Alagón en Jerte en links de rivieren Gualija, Ibor, Almonte en Salor.

De dehesa maakt deel uit van het vlakke landschap van de provincie.

Volgens het INE (Instituto Nacional de Estadistica, vlbr CBS) heeft de provincie Cáceres met 944.000 ha het grootste bosareaal van Spanje. De belangrijkste exponent van de provinciale flora is het mediterrane bos, dat dichter is in de berggebieden en meer door de mens is veranderd in de vlakten, waar het dehesa wordt genoemd. De meest voorkomende loofboomsoorten zijn de steeneik, de kurkeik, de Pyreneeëneik en de rode eucalyptus, terwijl onder de naaldbomen de zeeden, de jeneverbes en de taxus opvallen. De grote rijkdom van deze provincie op het gebied van milieu en dieren komt tot uiting in het enige nationale park van Extremadura, Monfragüe.

Het Nacionale Natuurpark Monfragüe. Dit is het uitzicht vanaf de Mirador del Salto del Gitano met op de voorgrond de rivier de Tago

Demografie


De provincie Cáceres telt 394.151 inwoners (INE 2019), waarvan 24,23% in de hoofdstad woont en 53,28% in de tien dichtstbevolkte gemeenten.

Evolutie en verspreiding van de populatie

De eerste helft van de 20e eeuw werd gekenmerkt door een voortdurende bevolkingsgroei, van iets meer dan 300.000 inwoners tot bijna 560.000 in de jaren 1960. In de daaropvolgende twee decennia liep de bevolking sterk terug als gevolg van de grote emigratie naar meer welvarende gebieden van het land, met name Madrid en Catalonië, waarbij in slechts twee decennia meer dan 200.000 inwoners verloren gingen.

De laatste decennia is de bevolking van de provincie gestagneerd op ongeveer 400.000 inwoners, en is zij zeer weinig gegroeid in de jaren van de grootste economische groei in Spanje. Met de komst van de economische crisis keerde de negatieve tendens terug en daalde de bevolking tot onder de 400.000 inwoners, een cijfer dat sinds 1910 niet verder was gedaald.

Wat de groei en de verdeling van de bevolking over de gemeenten betreft, kunnen drie kernen worden onderscheiden: Cáceres, Plasencia en Navalmoral de la Mata. Deze drie kernen en de gemeenten die in hun invloedssfeer liggen, zijn de enige die erin slagen hun bevolking op peil te houden en zelfs te laten groeien, terwijl in de rest van de provincie sprake is van een duidelijk verlies.

Territoriale organisatie


De provincie Cáceres telt in totaal 223 gemeenten.

De 20 meest bevolkte gemeenten van Cáceres
  Plaatsnaam Aant. inw.   Plaatsnaam Aant. Inw.  

Cáceres

Cáceres 95.917 Montehermoso 5.761

Coria

Plasencia 40.360 Valencia de Alcántara 5.532
Navalmoral de la Mata 17.297 Malpartida de Plasencia 4.609

Placencia

Coria 12.729 Casar de Cáceres 4.532

Miajadas

Miajadas 9.773 Malpartida de Cáceres 4.192
Trujillo 9.274 Hervás 4.102

Navalmoral de la Mata

Talayuela 7.338 Torrejoncillo 3.044

Trujillo

Moraleja 6.811 Jarandilla de la Vera 2.883
Jaraíz de la Vera 6.514 Losar de la Vera 2.792
  Arroyo de la Luz 5.917 Alcuéscar 2.682  
bron INE 2017

Cáceres telt acht gemeenten die nog geen 100 inwoners tellen. Dit is het geval voor Higuera (99), Garvín (98), Robledillo de Gata (97), Pedroso de Acim (95) Cachorrilla (86), Benquerencia (79), Campillo de Deleitosa (68) en Ruanes (66), waarbij laatstgenoemde op 1 januari 2017 de dunst bevolkte van Extremadura was.

Mancomunidades

Sinds het ontstaan van de autonome gemeenschap Extremadura was er tot 2008 geen officiële districtsindeling in Extremadura. Het autonomiestatuut voorzag in de mogelijkheid Extremadura via een wet in regio’s te verdelen, maar pas in 2008 heeft de Junta de Extremadura, als gevolg van de economische crisis en de noodzaak de overheidsuitgaven te rationaliseren, een regionalisatieproces op basis van de oprichting van integrale mancomunidades bevorderd. Sindsdien behoren alle municipios (gemeeentes) in Extremadura tot één, integraal mancomunidad. Extremadura is verdeeld in 33 “mancomunidades integrales” : 15 in de provincie Badajoz en 18 in de provincie Cáceres. Alle gemeenten, met uitzondering van Badajoz, Cáceres, Mérida en Plasencia, behoren tot één van de 33 “mancomunidades” waarin de regio is onderverdeeld.

De 17 mancomunidades van de provincie Cáceres zijn

Sierra de Montánchez
Valle de Alagón
ComarcaTrujillo
Tago-Salor
Valle del Jerte
Rivera de fresnedosa

Sierra de San Pedro
Trasierra-Tierra de Ganadilla
Las Hurdes
Sierra de Gata
Granadilla
Valle de Ambroz

La Vera
Zona Centro
Riberos del Tajo
Campo de Arañuelo
Villuercas-Ibores-Jara

Comarcas

Het Ministerie van Landbouw verdeelt de provincie in de volgende Comarcas: Cáceres, Monfragüe, Trujillo, Brozas, Valencia de Alcántara, Logrosán, Navalmoral de la Mata, Plasencia, Hervás en Jaraíz de la Vera.

Daarnaast zijn er de volgende natuurgebieden die in de volksmond soms als comarcas worden beschouwd en die niet in de vorige indeling zijn opgenomen: Valle del Ambroz, Campo Arañuelo, Valle del Jerte, Las Hurdes, Las Villuercas, Los Ibores, La Jara cacereña, la Sierra de Gata, La Vera, Valle del Alagón en Trasierra-Tierras de Granadilla.

Gastronomie


De gastronomie van de provincie Cáceres komt overeen met het geheel van gerechten en culinaire gewoonten van de provincie Cáceres (Extremadura), een gebied waar veel varkensvlees geproduceerd wordt, dat allemaal met paprika (Pimentón de la Vera) worden gepekeld. De keuken van Cáceres is een mengeling van landelijke en kloosterkeuken. Zoals die van San Benito de Alcántara, Yuste of Guadalupe, hebben zij allen een compleet receptenboek nagelaten van wildgerechten en verfijnde nagerechten. De invloed van de Portugese keuken is merkbaar in sommige banketbakkersbereidingen.

Gastronomische geschiedenis van de Cáceres

Veel van de recepten uit Cáceres hebben zich via de Romeinse Via de la Plata naar Castilla verspreid. Een van de bekendste gerechten uit Cáceres in Spaanse culinaire verhandelingen is patrijs op de wijze van Alcántara (Perdices al modo de Alcántara). De missie van de Napoleontische troepen was Portugal binnen te vallen, en daar de onwrikbare Engelse bondgenoot te vernietigen. In 1807, aan het begin van de veldtocht van de Franse troepen in Portugal, komen zij aan bij het klooster van Alcántara. Bij de plundering van de bibliotheek komt het receptenboek van het klooster tevoorschijn, waarin dit recept samen met andere werd gevonden. Dit receptenboek komt in handen van generaal Junot, die het uiteindelijk naar zijn vrouw Laura Permon (hertogin van Abrantes) stuurt, die het in Frankrijk verspreidt, en wanneer het bij de beroemde Franse chef-kok Auguste Escoffier terechtkomt, zegt hij dat “het een van de beste oorlogstrofeeën is”.

In 1573 schreef de arts Luis de Toro een manuscript over de wijnen van Extremadura die keizer Carlos V kende in Yuste (de plaats waar hij aan het eind van zijn dagen werd opgesloten), waarin wordt gezegd:

    “Porque además de las variadas especies de uvas de las que algunas son ciertamente exquisitas, además de la abundancia de higos muy dulces…gozamos, como tengo dicho, de múltiples géneros de cerezas de un gusto y tamaño extraordinarios, rojas negras y de un color intermedio parecido al vino.”
“Want naast de verschillende soorten druiven, waarvan sommige zeker voortreffelijk zijn, en daarbij de overvloed aan zeer zoete vijgen… genieten we, zoals ik al zei, van meerdere kersenrassen van buitengewone smaak en grootte, rode, donkerrode en van een tussenliggende wijnachtige kleur.”

De uitbreiding van de wijngaarden in Extremadura is relatief belangrijk sinds het begin van de 17e eeuw, een proces dat in de hand werd gewerkt door de stijging van de vraag en bijgevolg van de prijs van de wijn. De wijnen van pitarras zijn welbekend.

Typische bestanddelen

Er is een overvloedige varkenshouderij, die veel bijprodukten van varkensvlees oplevert, voorbeelden daarvan zijn de cabrito cuchifritu en de chirrichofla van de stad Cáceres (een soort gefrituurd vlees, ham, lende, en restjes van de slacht). Van alle specerijen is de Pimentón de la Vera het vermelden waard, die zo populair is dat er een museum voor bestaat: Museo del Pimentón de Jaraíz de la Vera (Museum van de Pimentón van Jaraíz de la Vera). Veel van de ingrediënten behouden de natuurlijkheid van pre-industriële tijden. Onder de kazen vinden we de Torta del Casar, waarvan de productie is verdeeld over 36 gemeenten, waaronder Casar de Cáceres waaraan de kaas zijn naam ontleent, alsmede die van Arroyo de la Luz, Malpartida, Cáceres en andere. Wat het vlees betreft, was vroeger de hagedis (nu verboden), die gestoofd werd bereid, zeer populair.

De meest beroemde kaas van Cáceres, de Torta del Casar.

Kenmerkend voor Cáceres is het veelvuldig gebruik van paprika in hun vleesproducten.

Pimento de la Vera (D.O.), uitstekende paprikapoeder met een rooksmaak.

Kazen en worsten van de provincie Cáceres.

Kersen

Vino de pitarra van Ceclavín.

Vlees en vleeswaren

De provincie is kwistig met verschillende varianten van varkensvleesproducten. Waaronder is de jamón de Montánchez (ham), uit Piornal. Ook de chorizo’s, de lomo embuchado en de patatera, bereid met pimentón de La Vera en knoflook, zijn vanwege hun kwaliteit het vermelden waard.

Deze producten worden gebruikt voor de bereiding van de gazpachos del pastor (soep) en de pringadas (brood met gehakte chorizo), de zogenaamde migas extremeñas (gebakken broodkruimels). De zogenaamde “prueba de cerdo” (mager varkensvlees van de slacht, gekruid met onder andere tomaat, wijn en paprikapoeder), de “caldillu“, een stoofpot van de slachtvlees, de “migueh“, een “migas de matanza“. Er is een overvloed aan groot wild en ook klein wild. Tevens is er een overvloed aan lamsvlees (frite extremeño, dat is lamsvlees gebakken met paprika), criadillas (trufas genaamd (truffels)), cachuela a la cacereña, geroosterde lamsstaarten.

Vissoorten

In Extremadura, als regio in het binnenland, is de vis afkomstig van de riviervisserij. In de gastronomie vinden we de escabeches de tencas a la cacereña (ingemaakte zeelt op de cacereña manier). Tot de bacalao en salazón (gezouten kabeljauw) behoort de bacalao al estilo monacal de Alcátara (kabeljauw in de kloosterstijl van Alcántara).

Het Feest van de Zeelt is uitgeroepen tot Feest van Gastronomisch Toeristisch Belang in Extremadura (Fiesta de Interés Turístico Gastronómico de Extremadura).

Groenten en vruchten

Onder de vruchten vinden we de kersen van Jarandilla. De vallei van Jerte in het noorden van de provincie levert talrijke vruchten en groenten, waarbij de Fiestas del Cerezo (Kersenfeesten) het vermelden waard zijn. In de vallei van La Serena worden meloenen en watermeloenen geteeld. Van de directe gerechten uit de boomgaard hebben we de Gazpacho cacereño (met tomaat, ui, komkommer, peper, olie, zout, azijn, brood en water). In Valencia de Alcántara bereiden ze een soort gazpacho genaamd Aguao die bestaat uit ui, water, zout, een scheutje olie en azijn alles samen in een kom, het is een oud armeluisgerecht samen geserveerd wordt met een tomaten- of aardappelsoep. Verder vernoemen we nog de gazpachos de Logrosán, evenals de carahamandanga, de molondrocu.

Nagerechten, gebak

Het banketbakkerswerk van Cáceres is eenvoudig en er zijn veel voorbeelden van dulces conventuales (kloostersnoepjes). Perrunillas, buñuelos de viento, rosquillas de alfajor  van Casar de Cáceres, pestiños, hornazos en mantecados worden geconsumeerd. In Navalmoral de la Mata heeft men een typisch nagerechtje de sapillos, dat met Pasen worden gegeten (in andere steden zijn ze vergelijkbaar onder de naam repápalos dulces). In Serradilla, de zogenaamde Pringá de Chicharrones met reuzel van de slacht. Een ander bekend nagerechtje is dat van de Crispiones, of de Floretas, die in de dagen vóór de bruiloften in overvloed werden bereid om de gasten te verrassen.

Cultuur en Folklore


Sinds 2016 heeft de provincie een speciale begrotingspost ter bevordering van de kennis cultuur en populaire folklore. Hiervan genieten diverse instellingen en stichtingen de voordelen zoals bijvoorbeeld de Federación Extremeña de Folklore dat daarmee vele folkloristische festiviteiten organiseert. In de steden en dorpen van de provincie Cáceres worden de plaatselijk festiviteiten opgeluisterd met dans- en muziekgroepen die daar hun traditionele folklore ten uitvoer brengen.

Ook wat oude ambachten betreft is Cáceres goed voorzien. Deze oude ambachten zoals goudsmeden, koperwerk, het ijzersmeedwerk, borduur- en kantwerk, keramiek etc. worden tot op heden generatie op generatie doorgeven.  Deze ongeëvenaarde esthetische momenten van het verleden zijn vaak te zien tijdens workshops en jaarmarkten


Naar boven

Verwant aan dit onderwerp:

Spaanse Verhalen. spaanseverhalen.com

Bronvermelding en referenties:
De veelal buitenlandse teksten van wikipedia zijn beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen. Ik heb deze teksten vertaald, gemengd, en vaak aangevuld met eigen kennis, en ervaring, opgedaan in de periode dat ik in Spanje woon, en aan deze artikelen werk.
Er kunnen ook andere bronvermeldingen zijn opgenomen, dat kunnen zaken zijn die ik, tijdens het onderzoek naar de artikelen, gelezen heb en in deze teksten verwerkt heb.

{{Anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Provincia de Cáceres|paginacode=134221635| datum=20210508}}
{{Anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Gastronomía de la provincia de Cáceres|paginacode=127695237| datum=20210508}}
{{Anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Neolítico en Cáceres|paginacode=134836190| datum=20210509}}
{{Nederlandse Wikipedia|taal=nl|titel=Cáceres (provincie)|paginacode=50606013| datum=20210508}}
{{Nederlandse Wikipedia|taal=nl|titel=……………….|paginacode=…………………| datum=20210117}}
{{Bronvermelding El Blog Biblioteca Virtual Miguel Cervantes|http://www.cervantesvirtual.com/nd/ark:/59851/bmcrj4v6| datum=20210118}}
{{Bronvermelding Website Celtiberia.net|https://www.celtiberia.net/es/multimedia/?id=2815| datum=20210126}}

Foto’s gelicenseerd onder  Wikimedia Creative Commons: CC BY 2.0 , CC BY 2.5 , CC BY-SA 2.0 , CC BY-SA 2.5, CC BY-SA 3.0 , CC BY-SA 4.0, CC 0, CC 0 1.0, GNU-licentie voor vrije documentatie of Publiek Domein.
Coralma*, is eigen werk dat u terug kunt vinden als een CC BY-SA 4.0 file in Wikipedia Commons.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.