Oviedo

 

Oviedo

Hoofdstad van het Principado de Asturias

Spaanse Verhalen
……In het verleden was het de hoofdstad van het eerste christelijke koninkrijk van het Iberisch schiereiland. Oviedo, gelegen in het hart van de Principado de Asturias waarvan het ook de hoofdstad is.

Ga naar:

……Oviedo, in Asturias (Uviéu op z’n Asturiaans) is een Spaanse stad. Hoofdstad van het Prinsdom Asturias. Haar oorsprong ligt in de vroege middeleeuwen, 8ste-eeuw, of zelfs eerder, en heette toen Ovetum. Het is ook een Asturische concejo waarvan het ook de hoofdstad is.

……Het is het commerciële, universitaire, religieuze en bestuurlijke centrum van het Vorstendom, de zetel van de Algemene Raad van het Vorstendom Asturias, zetel van de officiële instellingen van het Vorstendom Asturias, Zetel van de Universiteit van Oviedo, het Museum voor Schone Kunsten van Asturias, van de Prinses van Asturiasprijs en het aartsbisdom Oviedo. Het wordt erkend als een van de steden met de hoogste levenskwaliteit in Europa volgens de Europese Commissie.

……De gemeente Oviedo is de op een na dichtstbevolkte gemeente van de autonome gemeenschap, met 220 020 inwoners (INE 2018), het neemt de 21e plaats in onder de meest dichtstbevolkte gemeenten van Spanje en dat deel uitmaakt van het centrale hoofdstedelijke gebied van Asturias, dat meer dan 800 000 mensen telt, en van de zogenaamde acht Asturische gemeenten.

……Het heeft de titel van “muy noble, muy leal, benemérita, invicta, heroica y buena” (zeer nobel, zeer trouw, zeer trouw, welwillend, ongeslagen, heroïsch en goed) dat op het wapenschild van de gemeente staan en tevens op een gedenkplaat op de gevel van het stadhuis.

De ligging van Oviedo.

het wapen

de vlag

Gegevens
Comunidad aut.
Provincie
Asturias
Asturias
Ligging 231 mbz
(min. 55 , max. 714)
Oppervlak 186,65 km²
Gesticht Maximo en Fromestano.
761
Bevolkingsaantal
Bevolkinsdichtheid
220.020 inw. (2018)
1180,3 inw/km²
Inwonersnaam ovetense, carbayón,na
Postcode 33001 tot 33013
Voorv. telefoon 0034  98
Patroon San Salvador
Patrones Santa Eulalia de Mérida
Motto
Muy noble, muy leal, benemérita, invicta, heroica y buena
(Zeer nobel, zeer loyaal, welwillend, ongeslagen, heroïsch en goed)
Officiële website
https://www.oviedo.es/

Panoramisch uitzicht over Oveido vanaf de heuvel Naranco.

Toponymie


……Uviéu of Uvieo is de Asturische naam voor de stad; de benaming in het Spaans is Oviedo, vanaf maart 2019 is dit de tweetalige benaming Oviedo / Uviéu (de officiële benaming) voor de stad. In de middeleeuwse kronieken van het Koninkrijk Asturias wordt het ook wel Ovetao of Oveto genoemd. Zo heet het in het Testamento de Alfonso II Ovetdao, Ovetao in de Crónica Albeldense  en Oveto in de Pacto monástico (kronieken) de San Vicente en in de Crónicas de Alfonso III, zowel in de Rotense als de Sebastianense versie.

……Etymologisch is het niet duidelijk waar de naam van de stad vandaan komt. Ramón Menéndez-Pidal heeft aan het toponiem een Keltische oorsprong toegekend. Er zijn ook verschillende betekenissen aan toegekend in het Baskisch. Sommige theorieën wijzen erop dat het afkomstig is van de middeleeuwse Latijnse Urbs Vetus, wat “oude stad” betekent. Voor anderen zou de oorsprong de vereniging van Ovis met het achtervoegsel -etum zijn, wat “overvloedige plaats in schapen” betekent, hoewel dit niet erg gegrond lijkt. Andere verklaringen zijn van mening dat iovetan dat een bijvoeglijk naamwoord is van Iove (wat Jupiter betekent, dus zou het kunnen zijn dat het een plaats van verering voor Jupiter was), of dat het afkomstig is van de Keltische taal. Joaquín Manzanares stelde de verklaring voor dat de naam van de stad afkomstig is van het Latijnse Albetum (witachtig), vanwege de kleur van de heuvel waar de oorspronkelijke kern van de stad was gevestigd; dit komt overeen met de beschrijving die pater Carvallo van de plaats maakte. Zo ontstaat een andere mogelijke interpretatie van de oorsprong van de naam van de stad, die aangeeft dat Oviedo afkomstig is van Alvietum (de vereniging van Alveum met op het eind-etum), wat “overvloedige plaats in beekjes” betekent en die ook zou samenvallen met de beschrijving van Pater Carvallo. Toch is de etymologische oorsprong van Oviedo nog steeds onduidelijk en wordt geen enkele theorie volledig aanvaard.

……Bewonersnaam

De betiteling van de stad, uitgehouwen in één van de gevels van het stadshuis.

……De inwoners van Oviedo staan bekend als “ovetense”, hoewel ze in de volksmond ook bekend staan als carbayones of carbayonas ter nagedachtenis aan een boom die vele eeuwen lang het symbool van de stad was. Een carbayu is een Asturische eik, een boom die heilig was voor de oude Asturiërs en Cantabriërs. Een van hen, meerdere malen honderd jaar, stond bekend onder de naam “el Carbayón” en werd geplant in wat tot het midden van de 19e eeuw een van de buitenwijken van de stad was. De noodzaak om het oude deel van de stad te verbinden met het nieuwe Estación del Norte, waar de treinen van het centrale plateau aankwamen, bracht het gemeentebestuur ertoe de boom te rooien, omdat zijn aanwezigheid verhinderde dat de straat die vandaag de dag Calle de Uría heet, eene rechtlijnige opzet had bij de ontwerpers van dit nieuwe stadsdeel. Ondanks de tegenstand van veel burgers werd de eik uiteindelijk in 1879 gekapt.

……In 1950 plantte de gemeente nog een eik in de buurt van het Teatro Campoamor, die de bijnaam “el Carbayín” kreeg, maar een paar jaar later verdroogde deze. In 1970 werd hij vervangen door een andere, afkomstig uit San Lázaro de Paniceres (consejo van Oviedo), die vandaag de dag nog steeds achter het theater staat en de naam geeft aan het plein waar het zich bevindt. Op de plaats waar de oorspronkelijke Carbayón zich bevond, werd in maart 1949 bovendien een gedenkplaat op de stoep geplaatst.

 

Symbolen


De Carbayón die naam gaf aan de inwoners van de stad Oviedo, die in 1879 werd geveld.

In afwachting van een grondige studie lijkt alles erop te wijzen dat het fragment van de muur die in de muren van het klooster van San Pelayo is ingebed, overeenkomt met de primitieve pre-Romaanse muur die aan het begin van de 9e eeuw door koning Alfonso II de Asturias werd gebouwd.

……De symbolen van de gemeente van Oviedo zijn het wapenschild, dat het motto “Muy noble, muy leal, benemérita, invicta, heroica y buena” (Zeer nobel, zeer loyaal, welwillend, ongeslagen, heroïsch en goed) bevat rond het “Cruz de los Angeles ” (kruis van de engelen, geschonken door Alfonso II el Casto, koning van Asturias) en voorzien is van een koninklijke kroon, en de vlag, die blauw is met het wapenschild in het midden.

 

Geschiedenis


……Om het ontstaan van Oviedo te vinden, moet je teruggaan naar de 8ste-eeuw toen twee monniken, Máximo en zijn neef Fromestano, misschien op de vlucht voor de Arabische invasie van het hele schiereiland, een heuvel kozen in de Asturische centrale vallei, begrensd door beekjes, om een ​​klooster te stichten in ere aan San Vicente. Dat gebied heette toen Oveto, een naam waarvan de oorspronkelijke betekenis onbekend is, maar waaromheen de legendes zijn gegroeid. Volgens het verslag van het klooster (gedateerd 781 en bewaard in een 12e-eeuwse kopie Archivo del Monasterio de San Pelayo) was dat in 761. Een heuvel op een kruispunt van wegen die León en Lucus Asturum, het huidige Lugo de Llanera, dat van noord naar zuid via de pas van Pajares en in westelijke richting naar Galicia voerden,  met elkaar verbindt. Later, op een onnauwkeurige datum en waarschijnlijk om het bezit van de heuvel door de monniken van San Vicente te bevestigen, bezocht koning Fruela I de plaats en besloot om een basiliek te bouwen die gewijd was aan San Salvador. Nog later werd hier zijn zoon, de toekomstige Alfonso II el Casto, geboren. Een van de legendes zegt dat koning Fruela, beschouwd wordt de grondlegger van de stad. De legende verteld dat toen hij op een jachtdag met een paar vrienden op pad ging, en de koning een idyllische plek vond, in een vallei aan de voet van een heuvel, om daar een maaltijd te gebruiken, zijn vrienden hem de vraag stelde: Heer, waar gaat u het hof van uw koninkrijk bouwen? Fruela zonder aarzeling vervolgens in het Latijn antwoordde: Ubi edo, “waar ik eet.”

……Hoewel historisch gezien wordt aangenomen dat de stichting van de stad dateert uit de 8ste-eeuw, wordt er sinds het midden van de 20ste-eeuw gespeculeerd met de mogelijkheid van het bestaan van een zekere nederzetting tijdens de Romeinse periode, wat in de eerste plaats afgeleid kan worden uit een kritische lezing van het eerder genoemde kloosterpact van San Vicente. Deze veronderstelling wint steeds meer aan kracht door de recente archeologische vondsten die werden gedaan tijdens de recente uitbreidingswerken van het Museo de Bellas Artes (Museum voor Schone Kunsten) van Asturias in 2008, waarvan de datering is vastgelegd in de 4e-eeuw.

Kopwand van de primitieve kerk van San Tirso, ook gebouwd door Alfonso II.

……Alfonso II el Casto verplaatste de hoofdstad van het koninkrijk Asturias naar Oviedo op een onbepaalde tijd, maar vóór 812, de datum van het testament van Alfonso II, dat wordt bewaard in het archief van de kathedraal van Oviedo, en waar hij de stad al noemt als de plaats waar hij verblijft. Hij veranderde de stad in een bisschoppelijke zetel, versterkt en bedeeld ze met paleizen, kerken en andere gebouwen. De muur die de stad beschermde, waarvan vandaag de dag op verschillende plaatsen, nauwelijks zichtbaar, nog delen te zien zijn, begrensd een cirkelvormig figuur dat aan de heuvel is aangepast en een gebied van 11 ha beslaat. Deze muur gaf bescherming aan circa 6000 mensen, verdeeld over drie relatief gedifferentieerde buurten: La Villa, dat de oudste religieuze en burgerlijke gebouwen groepeerde; Cimadevilla, handelsstad en verbonden met pelgrimstochten; en Socastiello.

…..Oviedo had in het begin een religieus karakter omdat het de zetel van de heilige ark was. Fragment van de Historia Silense:

Mas el rey Alfonso decretó fabricar una sede para la venerable arca. Por espacio de treinta años fabricó una iglesia en Oviedo de admirable obra en honor de San Salvador y en ella, a los lados derechos e izquierdo del altar mayor, construyó dos grupos de seis altares dedicados a los doce Apóstoles. No menos llevó a efecto un santuario de la bienaventurada madre de Dios y Virgen María con pareja estructura y tres cabeceras. Hizo también una basílica de Santa Leocadia cubierta con obra de bóveda, sobre la que se hiciese una cámara, donde en el lugar más excelso fuese adorada por los fieles el arca santa.

Historia Silense

Maar koning Alfonso besloot een zetel te bouwen voor de eerbiedwaardige ark. Dertig jaar lang bouwde hij in Oviedo aan een kerk van bewonderenswaardig werk ter ere van San Salvador en bouwde hij daar, aan de rechter- en linkerkant van het hoofdaltaar, twee groepen van zes altaren gewijd aan de twaalf apostelen. Eveneens bevat het een heiligdom voor de Heilige Moeder Gods en de Maagd Maria van dezelfde structuren en drie hoofdeinden. Hij bouwde ook een basiliek van Santa Leocadia, bedekt met een gewelven, waarbpoven een kamer werd gemaakt, waar op de meest verheven plaats de heilige ark door de gelovigen werd aanbeden.

Historia Silense

Casa de la Rúa, het oudste civiele gebouw van Oviedo.

Plaza del Fontán

Historisch gebouw van de universiteit van Oveido

Palacio de Malleza-Toreno

Palacio de Camposagrado

……Een andere legende verteld dat tijdens het bewind van Alfonso II, in 812, het (vermoedelijke) graf van de apostel Santiago (Jakobus de Meerdere) werd ontdekt in Compostela. Alfonso II verliet Oviedo om het graf te bezoeken, waardoor hij de eerste pelgrimmonarch was die naar Santiago de Compostela ging en het eerste pelgrimspad inwijdde. Dit is te lezen in een Alfonso II-document van 4 september, jaar 829, waar de kerk van Santiago de Compostela de ruimte krijgt binnen een straal van drie mijl rond die kerk – die werd gebouwd om de heilige relikwieën te vereren en te beschermen – en waar ook wordt verteld hoe deze koning te horen krijgt, van dat wat men gevonden had, en hoe hij daar naar toe ging met de grootmeesters van zijn paleis; Hoewel het tegenwoordig bekend is dat het niet klopt en verondersteld wordt dat het is gebaseerd op een andere verhaal over Alfonso II dat niet langer bewaard werd.

……Ook werden tijdens het bewind van Alfonso II verschillende relikwieën naar de kapel van de Verlosser gebracht, waaronder een doek dat het gezicht van Jezus Christus in het graf voor de opstanding bedekte. Bovenop de oude kapel is de kathedraal van Oviedo gebouwd, die de naam “San Salvador” krijgt en nog steeds alle relikwieën van de tijd van Alfonso II bewaakt, naast de overblijfselen die in de loop der tijd zijn verworven. Sindsdien wordt gezegd, dat mensen die naar Santiago gaan en de kathedraal, gewijd aan de Heiland, niet gezien hebben…. “Wie naar Santiago gaat en niet naar San Salvador eert de dienaar en negeert de Heer”.

……Dankzij het contact met het hof van Karel de Grote begon er een stroom van pelgrims vanuit het Frankische rijk opgang te komen, die door de Pyreneeën, naar Oviedo, en vandaar naar Santiago trokken. Deze noordelijke route is de oudste route voor pelgrims naar Santiago de Compostela. Als de eerste pelgrims deze route gebruikten, dan is dat omdat de weg verder naar het zuiden niet veilig was, omdat het een gebied was waar moslim invallen deden. In de 10e eeuw leidde de vooruitgang van de Reconquista tot de overdracht van de hoofdstad aan León, waardoor de stad Oviedo een deel van haar belang verloor.

……In 1075 ging de koning van León en Castilla, Alfonso VI, als pelgrim naar Oviedo. Daar opende hij plechtig de Arca Santa (Heilige Ark) in de kerk van San Salvador, die vele goede relikwieën bevatte die na de verovering door de moslims in de Ermita de Santiago (ermita = afgelegen kapel, op 10 km afstand) waren verborgen. Hieruit blijkt dat Oviedo en zijn relikwieën internationaal bekend waren, zodat het oude gezegde: “Wie naar Santiago gaat en niet naar San Salvador, bezoekt de dienaar en vergeet de Heer”, nog steeds gold en dat dat erop wees dat Oviedo een verplichte route was voor pelgrims op de weg.

……Koning Juan I stichtte in 1388 het Principado de Asturias (Vorstendom Asturias), een titel die werd ingehuldigd door Prins Enrique, de zoon van Juan I, en die sindsdien zal correspondeerde met de opvolgers van de Kroon, Oviedo werd toen de hoofdstad van het Vorstendom. Tegelijkertijd ontstond de Junta General del Prioncipado de Asturias (Algemene Vergadering van het Prinsdom Asturias), een instelling van publiek recht die als Junta de Concejos (Raad van Bestuur) met een permanent functioneerde van het midden van de 15e eeuw tot 1834, het jaar waarin de Disputaciones Provinciales (Provinciale Raden) werden opgericht.

……Vroegmoderne tijd

Fábrica de Armas

Fábrica de Gas

Het gebouw van de Junta General del Principado.

……In de vroegmoderne tijd was er een economische stilstand door een zekere isolatie en het verval van de pelgrimstochten langs de noordelijke weg. In 1521 werd de stad door een brand verwoest, wat het daarna mogelijk maakte om de inrichting van de straten te reguleren: van een hoofdzakelijk radiaal naar een orthogonaal stratenplan (rechthoekig, met loodrecht op elkaar staande lijnen). In het kader van een plan om de stad economisch te herstellen, werd de handel gestimuleerd door het droogleggen van de vijver van Fontán, nu Plaza del Fontán, het eerste commerciële centrum buiten de stadsmuren, hoewel de verstedelijking van de stad pas in de 18e-eeuw werd voltooid. Aan het eind van dezelfde periode begon de stad een vrij intens cultureel leven te beleven, wat een figuur als Feijoo op de voorgrond zette. Benito Jerónimo Feijoo was een benedictijnse religieuze, essayist en Spaanse polygraaf. Samen met Valenciaanse Gregorio Mayans is hij de meest prominente figuur in de eerste Spaanse Verlichting. De Sociedad Económica de Amigos del País (Economische Vereniging van Vrienden van het Land) werd opgericht en werd een groep met een zeker cultureel prestige en politieke invloed. Andere bronnen van dynamiek waren de overdracht van de wapenfabriek uit Baskenland en de opening van de universiteit, hoewel deze laatste pas in de tweede helft van de 20ste-eeuw de motor van de groei van de stad was. Door deze activiteiten werd het aantal bewoners verhoogd tot ongeveer 8000 mensen, wat betekende dat de stad werd uitgebreid naar de gebieden van de Plaza de Riego, de Campo de San Francisco of de Postigo.

……De 19e-eeuw en verder

……In oktober 1807 vond de Napoleontische invasie van Spanje plaats. Toen in Asturias de gebeurtenissen van 2 mei 1808 in Madrid bekend werden, en na de opstand van de bevolking, kwam de Junta General del Principado de Asturias (Algemene Vergadering van het Prinsdom Asturias) op 9 mei bijeen om de eerste maatregelen te nemen voor de verdediging van de provincie, in openlijke opstand tegen de bevelen van de centrale regering, in handen van de Fransen. Het nieuws volgde elkaar op, met name de aftreden van Bayonne, dus uiteindelijk op 24 mei, met grote steun van de bevolking, en na de uitzetting van de oppositieleden, verklaarde de Junta zichzelf soeverein en werd de Junta Suprema de Gobierno del Principado de Asturias (Hoge Raad van Bestuur van het Prinsdom Asturias) en verklaarde de oorlog aan Frankrijk. (2 mei 1808, is de dag waarop de Madrileense bevolking in opstand komt tegen het Franse leger van Napoleon Bonaparte, dit leidt uiteindelijk tot de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog).

Het stadhuis van Oviedo

……Economisch was er in deze eeuw sprake van een economische bloei in Asturias, wat, vanaf 1850, tot uiting kwam in de hoofdstad, toen de Wapenfabriek (die duizend arbeiders bevatte) werd gemechaniseerd, dat weer hielp om metallurgische gieterijen zoals La Amistad en Bertrand uit te breidden, maar ook de gasfabriek en een tabaksbedrijf vaarde er wel bij. Oviedo’s taak in de kapitalistische ontwikkeling van de regio was echter die van het organiserende centrum. De bevoorrechte locatie tussen de kolenbekkens en de havens werd ondersteund door zijn sterke investeringscapaciteit (vóór 1897 waren vier banken geopend), capaciteit die werd uitgebreid met de teruggave van Cubaanse hoofdsteden na de Spaans-Amerikaanse oorlog in 1898.

……De tertiaire sector van de stad begon in het begin van de 20e-eeuw, toen de industrialisatieimpuls vertraagde, een belangrijke rol te spelen en groeide snel; in 1930 waren er 874 handelsvergunningen van kracht, waarvan één op de drie in Calle de Uría. Dit was mede te danken aan de verbeterde communicatie, waardoor de economische ruimte van de Oviedo-burgeoisie zich kon uitbreiden. Het verkeer van het spoorwegnet nam enorm toe: in 1924 kwamen er dagelijks tot 42 treinen aan op de drie stations die de stad op dat moment had. Tegelijkertijd breidde het wegennet zich ook uit, waardoor er regelmatige passagiers- en goederenlijnen ontstonden; in 1926 waren er twaalf busmaatschappijen in de stad actief, hoewel het tot 1956 duurde voordat er stadsbussen waren.

Kerk van San Isidoro el Real, op het Plaza de Ayuntamiento.

……Tijdens de revolutie van 1934 vonden tien dagen van hevige gevechten plaats in de stad, waardoor de stad grotendeels verlaten werd: de universiteit, waarvan de bibliotheek bibliografische collecties van buitengewone waarde bevatte, werden nooit meer teruggevonden, het Campoamor Theater en vele particuliere huizen, vooral in de Calle de Uría, werden in meer of mindere mate beschadigd. De Camara Santa (Heilige Kamer) in de kathedraal werd opgeblazen. Hoewel de wederopbouw van de getroffen gebieden nog niet volledig was voltooid, werd de stad in 1936 geconfronteerd met de opstand van het leger, die aanleiding gaf tot de burgeroorlog. Kolonel Aranda stond op waardoor Oveido de enige stad in Noord-Spanje was die nog in handen van de rebellen was, volledig omsingeld door troepen en milities die trouw waren aan de Republiek. Al snel werd de stad belegerd (90 dagen lang) totdat het opstandige leger uit Galicia de belegering doorbrak en een jaar later in het noorden een corridor creëerde die open bleef tot het einde van de oorlog. Dit is het einde van de oorlog voor Oviedo, dat niet meer in gevaar kwam. Tijdens deze drie maanden van belegering heeft de artillerie, de bombardementen en de gevechten in de stad er voor gezorgd dat 75% van de opvangcapaciteit van de stad vernield werd. Bepaalde wijken, zoals El Campillín, waren totaal verwoest en een groot deel van het cultureel erfgoed werd beschadigd, verbrand of vernietigd. Vanaf 1941 werd de stad opgenomen in het nationale plan voor verstedelijking of wederopbouw van Valentín Gamazo, en de oude stad werd in 1955 uitgeroepen tot een monumentale zone. Na de periode van het Francoregime werden op 3 april 1979 de eerste democratische verkiezingen gehouden. Op 24 september 1980 werd de Fundación Príncipe de Asturia (Prins van Asturias Stichting) opgericht, die onder andere sinds 1981 de Premios Príncipe de Asturias (Prins van Asturias Prijs) uitreikt.

Geografie


……De gemeente is gelegen in het centrum van het Prinsdom Asturië en beslaat 186,65 km² tussen de rivieren Nalón en Nora (de belangrijkste rivieren van de gemeente, naast de rivier de Trubia), hoewel geen van hen het centrum van de stad doorkruist. In het noorden begrensd door de gemeenten van Las Regueras en Llanera, in het zuiden door Mieres en Ribera de Arriba, in het oosten door Siero en Langreo en in het westen door Grado en Santo Adriano.

Zicht over de stad vanaf de heuvel van Naranco.

……De hoogte van de gemeente varieert van 55 meter boven zeespiegel (mbz) in het laatste gedeelte van de rivier de Nalón in de gemeente, kort voor de samenvloeiing met de rivier de Nora, tot 714 mbz in het massief van La Grandota, gelegen op de grens met Langreo. De stad wordt beschermd tegen de noordenwinden door de Monte Naranco; in het zuiden ligt de Sierra del Aramo, waar de bergpas Angliru ligt, bekend om zijn moeilijkheidsgraad voor fietsers en meermaals gebruikt als het einde van de etappe in de populaire Ronde van Spanje. Het stedelijke gebied heeft een ruige topografie, wat zich vertaalt in steile hellingen van meer dan 100 meter tussen de wijk El Cristo (315 m) en La Tenderina (190 m); de hoogte waarop het Teatro Campoamor (227 m) is gelegen, wordt normaal gesproken gebruikt als referentie voor het stedelijke gebied. Ondanks deze topografie vertegenwoordigt de gemeente het eerste gebied dat, tenopzichte van het noorden van de Cordillera Cantábrica (Cantabrische bergen), enigszins vlak is en dat wordt voortgezet door de gemeenten Llanera en Siero.

……Monte Naranco

……De geschiedenis van Oviedo begon op de uitlopers van de heuvel, de Naranco, die zijn inwoners nog steeds lijkt te beschermen. Onder zijn 635 meter hoogte groeit de hoofdstad van het Prinsdom onophoudelijk en in de glooiing van deze heuvel vinden we de twee beste voorbeelden van de Asturische pre-romaanse stijl, in 1985 uitgeroepen door UNESCO “Werelderfgoed”: de Santa María del Naranco en  de San Miguel de Lillo.

……El Naranco ligt drie kilometer van het centrum van de stad, dat een Romeins militair kamp, ​​koninklijke residentie en soms ook slagveld was, blijft een referentie voor de carbayones, die niet aarzelen om te klimmen, maar ook om te genieten van het ongelooflijke uitzicht op de stad.

……Aangrenzende plaatsen

……Het volgende afbeelding toont de locaties binnen een straal van 30 kilometer rond Oviedo.

……Klimaat

……Oviedo heeft een oceaanklimaat van het Cfb-type volgens de klimatologische classificatie van Köppen, met milde zomers en koele winters en een gelijkmatig over het jaar verspreide regenval, die in de winter en het voorjaar overheerst. Het klimaat is enigszins continentaal omdat Oviedo geen kuststad is, maar een binnenstad, waardoor de temperaturen meer schommelen dan in de kustgebieden.

Stedelijk erfgoed


……Architectuur

Prerrománico Asturiano

Santa Maria del Naranco

San Julián de los Prados Santullano).

……Oviedo, als hoofdstad van het oude koninkrijk Asturias, herbergt het grootste aantal gebouwen die de zogenaamde Asturische pre-romaanse kunst vertegenwoordigen. Van zijn architecturale erfgoed verdienen de monumenten van de pre-romaanse stijl, uit de 9e en 10e eeuw extra aandacht, zeker als we het hebben over de meest representatieve gebouwen zoals de Iglesia de Santullano of San Julián de los Prados, Santa María del Naranco, San Miguel de Lillo, en de Camara Santa van de kathedraal dat het op een na belangrijkste overblijfsel van het christendom is, en de bron van Foncalada, de enige getuigenis van civiele bouw met openbaar nut uit de Hoge Middeleeuwen. Ze werden in 1985 en 1988 door de UNESCO uitgeroepen tot Werelderfgoed, met de benaming “Monumenten van Oviedo en het Koninkrijk Asturias”. In Oviedo vinden we de:

  • Camara Santa de Oviedo. De kapel is gelegen binnen het architectonische complex van de kathedraal. Van betwiste chronologie, stilistisch lijkt het werk te zijn uit de tijd van koning Alfonso II el Casto, eerste helft van de 9e-eeuw, hoewel uit de bestaande documentatie lijkt het meer aannemelijk dat het werd gebouwd door koning Alfonso III el Magno in het laatste derde deel van de 9e-eeuw. Sinds de bouw heeft het als een beschermende kamer voor de schat en de relikwieën van de kathedraal gediend, een functie die het nog steeds in stand houdt. Het herbergt juwelen zoals het Cruz de los Ángeles (Kruis van de Engelen), het Cruz de la Victoria (Kruis van de Overwinning), de Cofre de las Ágatas (Kist van de Agaat, schenking van Fruela II in het jaar 910), uit de 9e en 10e-eeuw, en de Arca Santa (Heilige Ark) waarin overblijfselen van het christendom worden bewaard, de Santo Sudario (Heilige Lijkwade), werd bewaard in een apart reliekschrijn.
  • Testero de San Tirso, een kerk die in de 9e-eeuw in opdracht van Alfonso II gebouwd werd, en die in de latere eeuwen sterk gewijzigd werd, zodat alleen dit element van de oorspronkelijke constructie overblijft.
  • San Julián de los Prados. De kerk dateert uit het begin van de 9e eeuw en werd in opdracht van Alfonso II gebouwd. Het interieur is versierd met vrijwel intacte fresco’s en is een van de belangrijkste voorbeelden van preromaanse schilderkunst in Europa.
  • Santa María del Naranco. 9e eeuws paleis, gebouwd door koning Ramiro I, op de nabijgelegen Monte Naranco met uitzicht over de stad. In de 12e-eeuw werd het omgevormd tot een kerk.
  • San Miguel de Lillo. Kerk uit de tweede helft van de 9e-eeuw, gebouwd naast het vorige paleis waarmee het een architectonisch geheel vormt.
  • Foncalada. Monumentale edicule met een fontein, uit de tijd van Alfonso III de Grote in de negende eeuw. Het is het enige civiele werk van pre-Romaanse kunst dat bewaard is gebleven.

    San Miguel de Lillo in Oviedo

……Religieuze architectuur

Het beeld gewijd aan La Regenta en de kathedraal van San Salvador.

……Onder de vele religieuze gebouwen in de stad vallen vooral op:

  • Kathedraal van San Salvador de Oviedo, fundamenteel is het een gotisch werk, gebouwd tussen de 14e en 16e-eeuw, met later toegevoegde kapellen en kooromgang in barokke stijl. Hoewel de allereerste stap tot de stichting van deze basiliek werd gezet door Fruela I. In 794 werd deze basiliek door de moslims vernietigd, waarna Alfonso II aan de wederopbouw begon. De kerk bleef zich in de daaropvolgende eeuwen uitbreiden en nam het een aantal in de buurt staande constructies in zich op, zoals het koninklijk paleis en de kerk van Santa Maria. De kapel van dat paleis is nu de Heilige Kamer, het oudste deel van het gebouw waarin de schat van de kathedraal wordt bewaard.
  • Klooster van San Vicente, door haar te stichten ontstond de stad. De kerk, tegenwoordig parochiekerk van Santa María la Real de la Corte en het klooster, vandaag de dag het Archeologisch Museum, zijn zeer gewijzigd en uitgebreid met het verstrijken van de tijd en dateren uit de 16e eeuw.
  • Klooster van San Pelayo, gesticht door Alfonso II, het huidige gebouw is van de barokke stijl van de 17e-eeuw.
  • Kerk van San Isidoro, gebouwd door de jezuïeten in de 17e-eeuw, als onderdeel van het ontbrekende College van San Matías waarvan het perceel wordt bezet door de Mercado del Fontán.
  • Kerk van San Juan el Real, in neoromaanse stijl, gebouwd in het begin van de 20ste-eeuw. Vanwege haar omvang en aanwezigheid staat het bekend als de Catedral del Ensanche.
  • Iglesia de Santa María de Bendones, gelegen in de landelijke parochie met dezelfde naam, ongeveer acht kilometer van het centrum van Oviedo, vanwege zijn unieke typologie.

……Civiele architectuur

Auditorio-Palacio de Congresos Príncipe Felipe, hoofdkwartier van het Principado de Asturias Symphony Orchestra.

Teatro Filarmónica, hoofdkwartier van de Oviedo Philharmonic Society en het Oviedo Philharmonic Orchestra.

La Jirafa (de giraf) gebouw in de commerciële wijk van de stad.

  • Casa de la Rúa, een laat 15e-eeuws paleishuis, het enige civiele gebouw dat de brand van 1521 overleefde.
  • Universiteit van Oviedo, gesticht aan het einde van de 16e-eeuw door de katholieke aartsbisschop Fernando Valdés Salas, inquisiteur-generaal van Spanje. Het opende zijn deuren in 1608.
  • Het stadhuis, gebouwd in de 17e-eeuw, is een drie verdiepingen tellend gebouw met een begane grond met een centrale boog over de Cimadevilla Poort en gebruik makend van de oude stadsmuur als ondersteuning.
  • Paleis Valdecarzana-Heredia, barok uit het begin van de 17e-eeuw, vandaag de dag de zetel van het Audiencia Provincial de Asturias (Provinciaal Hof van Asturias).
  • Malleza-Toreno Paleis, barok uit de late 17e-eeuw, nu de thuisbasis van het Real Instituto de Estudios Asturianos (Koninklijk Instituut voor Asturische Studies) en de Bibliotheek.
  • Camposagrado Paleis, laatbarok uit het begin van de 18e-eeuw, vandaag de dag de zetel van het Tribunal Superior de Justicia de Asturias (Hooggerechtshof van Asturias).
  • Palacio del Duque del Parque, gebouwd in het begin van de 18e-eeuw, ook in laat barokke stijl.
  • Palacio de Velarde, uit het einde van de 18e eeuw. Het herbergt het Museo de Bellas Artes de Asturias (Asturias Museum voor Schone Kunsten).
  • Antiguo Hospicio, uit de 18e-eeuw, heeft een barokke gevel met daarbovenop een groot wapenschild en een achthoekige kapel.
  • Teatro Campoamor, ingehuldigd in 1892 en vernoemd naar de dichter Ramón de Campoamor op initiatief van Leopoldo Alas “Clarín”, toen gemeenteraadslid. Het is onder andere bekend als het decor voor de uitreiking van de Premios Princesa de Asturias (Princess of Asturias Awards).
  • Palacio de la Junta General del Principado de Asturias (Paleis van de Algemene Vergadering van het Prinsdom Asturias), gebouwd aan het begin van de 20e-eeuw op de plaats van het voormalige klooster van San Francisco.
  • Auditorio-Palacio de Congresos Príncipe Felipe, is het werk van architect Rafael Beca en werd in 1999 ingehuldigd. Het is gebouwd op de top van de oude waterreservoirs van de stad, gebouwd in 1846, waarvan de structuur bewaard is gebleven.
  • Palacio de Congresos de Oviedo, ontworpen door de architect Santiago Calatrava, gedeeltelijk geopend in 2008, gevolgd door het auditorium in mei 2011.
  • Mercado de El Fontán, het eerste overdekte plein (commercieel centrum) in Oviedo, 1885. De Plaza del Fontán werd in 1792 gebouwd door Francisco Pruneda op een lagune van stilstaand water dat de autoriteiten besloten te drogen om de verspreiding van infecties te voorkomen.

……Stedelijke beeldhouwwerken

Beeld van normaal postuur van Woody Allen.

……Het stedelijk landschap wordt aangevuld met sculpturale werken, meestal herdenkingsmonumenten gewijd aan personages van bijzondere relevantie, maar ook om meer zuiver artistiek redenen. De Junta General del Principado de Asturias (Algemene Vergadering van het Prinsdom Asturias) bracht in 1798 een eerbetoon aan de vermaarde Gaspar Melchor de Jovellanos, die nog in leven was, door de oprichting van het eerste monument van een particulier in Spanje. Het Monument voor Jovellanos is te zien in Calle Jovellanos aan de zijkant van het klooster van San Pelayo.

……In de Campo de San Francisco kunt u talrijke eerbetuigingen zien die aan het begin van de 20e eeuw zijn geplaatst. Het meest in het oog springend is het monument voor José Tartiere Lenegre, de drijvende kracht achter de industrialisatie van Asturias, het werk van de Ovetense beeldhouwers Víctor Hevia Granda en Manuel Álvarez Laviada in 1933. Een ander belangrijk monument is het eerbetoon aan Leopoldo Alas “Clarín”, werk van dezelfde auteurs in 1931. In El Campo bevindt zich ook een grote buste van Sabino Fernández Campo, werk van Víctor Ochoa Sierra. Een van de meest bezochte eerbetuigingen sinds de installatie ervan in 2005 is het levensgrote standbeeld van Woody Allen, dat aan hem werd opgedragen na de lof die hij aan de stad opdroeg na de uitreiking van de Premio Príncipe de Asturias de las Artes (Prins van Asturias Prijs voor de Kunst) in 2002.

……Andere, meer zuiver artistieke, werken van verschillende auteurs worden door de hele stad verspreid. Vooral werken als: El regreso de Williams B. Arrensberg,  Culis monumentalibus en Los libros que nos unen, deze laatste als eerbetoon aan de filoloog Emilio Alarcos Llorach, werk van Eduardo Úrculo, Monumento a la Concordia en Afrodita II de Esperanza d’Ors, El diestro y Torso de Fruela I van Miguel Ortiz Berrocal, Amigos de Santiago de Santiago en La Maternidad van Fernando Botero. Er zijn ook werken die de stad sieren, ondanks het feit dat het niet precies bekend is wie de auteur was of wanneer de inauguratie plaatsvond, zoals onder andere het geval van de sculptuur als eerbetoon aan de ingenieur Enrique Lafuente Gutiérrez.

……Parken en tuinen

Monument voor José Tartiere Lenegre in Campo de San Francisco (Oviedo).

……De gemeente beschikt over 2,2 miljoen m² groen, dat is ongeveer 10 m² per inwoner. Daarnaast zijn er bijna 10.000 bomen geplant in de straten van de stad.

  • Campo de San Francisco: in de volksmond bekend als El Campo. Het is een 90.000 m² groot park gelegen in het centrum van Oviedo, naast de calle Uría. Dit park met grote bomen maakte deel uit van het klooster van San Francisco.
  • Campillín: dit groene gebied naast de kerk van Santo Domingo is na de Spaanse Burgeroorlog ontstaan, omdat de wijk die daar stond volledig verwoest is tijdens de belegering van Oviedo.
  • Parque de Invierno: gelegen in een vallei tussen de A-66 en de ringweg, is een groen gebied van 171.368 m² met talrijke sportfaciliteiten en de mooie wandeling naar Fuso de la Reina.
  • Jardines de la Rodriga: een rustig park met een oppervlakte van 8000 m², gelegen tussen de calle Campomanes en het Seminario Metropolitano, het was de voormalige privétuin van het paleis van de Markies de la Rodriga.
  • Parque de Purificación Tomás of Monte Alto: gelegen aan de voet van de Monte Naranco. Het strekt zich uit over 385.633 m² en is daarmee het grootste park van de stad.
  • Parque del Oeste: gelegen in de nabijheid van het nieuwe Carlos Tartiere Stadion.
  • Parque Santullan: gelegen naast de snelweg naar Avilés en Gijón en in de omgeving van San Julián de los Prados.
  • Park van San Pedro de los Arcos: gelegen achter de zogenaamde “plaat” die de spoorlijn bedekt, in de buurt van Ciudad Naranco, aan de voet van de berg die zijn naam geeft, waar er veel afbeeldingen zijn van figuren die gewijd zijn aan Asturiaanse kunstenaars, evenals een monument gewijd aan de Asturische revolutionaire Aida Lafuente.

Cultuur


……Musea

Voorgevel van het Palacio de Velarde, zetel van het Museum van Schone Kunsten van Asturias.

  • Museo Arqueológico de Asturias: gevestigd in het klooster van San Vicente. Tot de collecties behoren: stukken uit het paleolithicum, verschillende numismatische en etnografische collecties, twee zalen die gewijd zijn aan de Romeinse periode en twee zalen die gewijd zijn aan de pre-Romaanse kunst, een andere meer aan de romaanse en de laatste aan de gotische kunst. Aan de andere kant wordt de kloostercel van pater Benito Jerónimo Feijoo tentoongesteld.
  • Museo de Bellas Artes de Asturias: werd in 1980 ingehuldigd in het Paleis van Velarde. Er is een selectie van Asturiaanse kunstenaars zoals Carreño Miranda, Evaristo Valle, Nicanor Piñole, Joaquín Vaquero Palacios en andere grote Spaanse meesters: Zurbarán, Goya, Sorolla, Picasso, Salvador Dalí of Santiago Rusiñol en andere hedendaagse kunstenaars.
  • Museo de la Iglesia: geopend in 1990. Het bevat archeologische overblijfselen van de kathedraal, werken in goud en zilver, schilderijen,  ivoren stukken en houten beelden en documenten uit het archief van de kathedraal.
  • Tabularium Artis Asturiensis: privé museum, opgericht in 1947 door Joaquín Manzanares, officieel kroniekschrijver van Asturias. De collectie omvat een selectie van Asturiaanse kunstwerken.

……Lokale Feesten

Entree bij de prijsuitreiking van de Prins van Asturias Awards.

  • Desfile del Día de América en Asturias, een festival van nationaal toeristisch belang dat sinds 1950 wordt gevierd.

    San Mateo, 21 september, festivals waar de stad tien dagen lang vol zit met bars en concerten. Op de dag van San Mateo worden paxarines verkocht (figuren gemaakt met broodkruimels, saffraankleur, die worden gebruikt als amulet om te beschermen tegen stormen op het Kathedraalplein), de hoofdmis wordt gevierd met de zegen van de Heilige Lijkwade, en er wordt een picknick gehouden in de Campo de San Francisco. Aan de vooravond van San Mateo wordt er vuurwerk gegooid. Tijdens de festiviteiten wordt Día de América in Asturias gevierd, een festival dat tot Interés Turístico Nacional is verklaard , activiteiten voor kinderen en volwassenen en de stierenvechtbeurs, naast andere evenementen. Het festival eindigt met de bedevaart van de Cristo de las Cadenas (Christus van de Kettingen). Dit laatste wordt gevierd op de zondag na het feest van San Mateo. In tegenstelling tot wat het lijkt, gaat deze Cristo de las Cadenas niet in processie.

  • Martes de Campo of La Balesquida, die wordt gevierd op de eerste dinsdag na Pinksteren (op zijn beurt wordt Pinksteren 50 dagen na Pasen en Pasen gevierd), een picknick bestaande uit de traditionele consumptie van bollu preñau en wijn. De maaltijd wordt aangevuld met culinos de sidra, zelfgemaakte empanada’s, frixuelos, casadiella’s, etc….. Deze dag staat in de volksmond bekend als Día del Bollu en wordt gevierd rond de Virgen de la Esperanza (Maagd van de Hoop) en die La Balesquida wordt genoemd, en zeer vereerd door de inwoners van Oviedo.
  • Feria de la Ascensión (Hemelvaartsfeesten), festivals gewijd aan het platteland, uitgeroepen tot Interés Turístico Regional, waarvan de oorsprong teruggaat tot de 16e-eeuw.

Gastronomie


……Het typische gerecht bij uitstek is, net als in de rest van de gemeenschap, de fabada. Het is een traditie om op een “dinsdag op het platteland” een feestje te organiseren waarvan de oorsprong nogal controversieel is, met een menu bestaande uit een bollo  preñado of zoals de ovetense het noemt bollu preñáu (broodje, gevuld met chorizo) met wijn of cider. Een ander succesvol gastronomisch festival is El desarme (De ontwapening), dat elk jaar op 19 oktober wordt gevierd in restaurants en bij mensen thuis, met steevast het sappige menu van kikkererwten met kabeljauw en spinazie, pens en rijstpudding.

Fabada, bijna net zo lekker als erwtensoep.

……In de stad zijn er verschillende zones die worden gekenmerkt door de gebouwen waaruit ze zijn samengesteld, dus we zijn met:

  • De “Bulevar de la Sidra”, voornamelijk gelegen aan de calle Gascona en aangrenzende straten, is een van de meest populaire straten van Oviedo en Asturias, die zijn geconcentreerd in een veelheid van ciderbars.
  • De “Route van de wijnen”, gelegen in de calle Manuel Pedregal, plaats vol met wijnbars en restaurants.
  • De “Bierroute”, gelegen in de calle Martínez Vigil, de bierstraat en veel kleine cafees.

……In Oviedo heeft men een grote traditie wat betreft chocolade; in 1752 waren 23 van de 29 chocolatiers die in Asturias bestonden, afkomstig uit Oviedo. Een voorbeeld hiervan is karbayon, een ander typisch product van de stad dat momenteel in de hele provincie wordt geproduceerd. Ze ontstonden in 1924, toen de eerste editie van de internationale vakbeurs van Asturias werd gehouden: een banketbakker uit Oviedo, José de Blas, gaf zijn meester-bakker José Gutiérrez de opdracht om een taart te bereiden die de hoofdstad van het Prinsdom vertegenwoordigde. De taart die hij maakte van amandelen en eigeel met een basis van bladerdeeg en een suiker-topping kreeg de naam carbayón. Ook moscovitas komen veel voor, dit is een beslag van fijngemalen marcona amandelen, gebakken en afgewerkt met een chocolade-topping.

……Er bevinden zich hier enkele gilden en gastronomische genootschappen, zoals het gilde van de Cofradía de los Amigos de los Quesos del Principado de Asturias (Vrienden van de kazen van het Prinsdom Asturias), en het Cofradía Doña Gontrodo (het gilde van Doña Gontrodo) en de  Sociedad Gastronómica El Rinconín (Gastronomische Vereniging El Rinconín), opgericht in 1965.

Naar boven

{{Bronvermelding anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Oviedo| oldid=119877464| datum=20101022| laatst bijgewerkt20191030}}
{{Bronvermelding https://www.turismoasturias.es/descubre/ciudades/oviedo| datum=20191022}}
{{Bronvermelding https://www.spain.info/en/que-quieres/ciudades-pueblos/otros-destinos/oviedo.html| datum=20191022}}
{{Bronvermelding anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Plaza Fontán| oldid=119268892| datum=20101023}}
{{Bronvermelding anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Benito Jerónimo Feijoo| oldid=120604485| datum=20101024}}
{{Bronvermelding anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Catedral de Oviedo| oldid=120224254| datum=20101025}}

La Banda sonora de una vida

Just another WordPress.com site

QUE BONITO ES VIAJAR

Un blog de mis viajes y los de mis amigos.

CAZUELA DE BARRO

Just another WordPress.com weblog

MONTSE ANTARES BLOG CINEMA

BANDAS SONORAS.. SOUNDTRACKS.. Y MÁS

De kwintencirkel

Blog van Pieter Simons

Abel Cuevas

Posters & Illustrations

%d bloggers liken dit: