Ávila (provincie)

Ávila (prov.)

Uitzicht over Mijares in de provincie Ávila.

spaanseverhalen.com   Provincie van Castilla y León   Spaanse Verhalen
Spaanse Verhalen  spaanseverhalen.com
Ávila is een provincie in het centrum van Spanje en als we alleen kijken naar de comunidad autónoma van Castilla y León dan ligt deze provincie in het zuiden. Het bestaat uit 248 gemeentes (municipios) en de hoofdstad is het gelijknamige Ávila. Het reliëf in het zuiden wordt gevormd door de Sistema Central, een langgerekte bergketen dat begint in Portugal en doorloopt tot aan de provincie Soria. Dit systeem verdeeld Ávila in twee gebieden, het grootste deel bevindt zich op het noordelijke subplateau. Ávila, dat grenst aan Valladolid, Toledo, Cáceres, Segovia, Madrid en Salamanca, is een van de dunst bevolkte provincies van het land, met 158.698 inwoners (INE 2018).

Wat jou interesseert:

 

Het besneeuwde landschap van Ávila in de winter van 2008.

het wapen de vlag
Gegevens
Hoofdstad Ávila
Officiële taal Castiliaans (Spaans)
Entiteit Provincie van Castilla y León
Onderverdeling 5   comarcas
248 municipios
Gesticht Territoriale verdeling van 1833
Oppervlakte 8050,15 km²
Bevolking tot.
Bevolkingsdichtheid
158.498 inw.  (2018)
19,68 inw/km²
Bevolkingsnaam abulense
avilés
Postcode 05
ISO 3166-2 ES-AV
Netnummer telefoon 920
Patrones
Officiële Website

Symbolen


Het schild dat wordt gebruikt door de Provinciale Raad van Ávila, brengt de wapens van een aantal steden van de provincie samen die aan het hoofd stonden van hun Partidos judiciales (rechtsgebieden). Het geeft de volgende heraldische beschrijving:

De verschillende kwartieren van het schild:

    1. Op het eerste kwartier zien we op een veld van zilver een kasteel (dat volgens de officiële beschrijving) van goud (dat mijns inziens toch echt bruin is) met het metselwerk in sabel (zwart), brandend met vlammen in keel en goud. Dit is het wapen van de gemeente Arenas de San Pedro.
    2. Het tweede kwartier, het wapen van Piedrahíta dat op zichzelf ook gecarteleerd is: In het eerste en vierde kwartier zien we een zilveren veld boven een sinopel (groen)veld met daarop een voorbijgaande kraai in zijn natuurlijke kleur, in het tweede en derde kwartier van oro (goud) boven een terras van sinopel zien we twee bomen, met wortel en al uit de grond gerukt, in hun natuurlijke kleuren.
    3. In de derde kwartier, heeft een azuur (blauw) veld met een gekanteeld kasteel van goud (?), metselwerk van sabel vergezeld van een zilveren ridder, gemonteerd op een paard van hetzelfde metaal (kleur) en gewapend in zijn rechterhand met een speer (ook van zilver). Dit is het wapen van Arevalo;
    4. In het vierde: een in terrassen verdeeld, azuur en sinopel veld, met een passerende zebra in zijn natuurlijke kleur. Dit is het wapen van Cebreros.
    5. In de punt van azuur; een gouden (?) brug met drie bogen, metselwerk van sabel over golven van azuur en zilver water vergezeld van een gouden boot met daarboven een zilveren Latijns kruis in de middelste boog. Dit is het wapen van Barco de Ávila.

Schild van de provincie Ávila, versie zonder het dekkleed dat normaal rond het schild zichtbaar is.

Bovenop deze kwartieren een hartschild in keel; hierop zien we de apsis van de Ávila-kathedraal in zilver, met metselwerk van sabel, boven in de ‘rondgang’ van deze apsis zien we koning Alfonso VII in zijn natuurlijke kleur met een hermelijnen mantel, met een kroon van goud, een zilveren zwaard in zijn rechterhand en een wereldbol van azuur en goud in zijn linkerhand; onder de apsis, geschreven in sabelletters, de tekst: «Ávila del Rey», dit is het schild van de stad Ávila.

Het geheel wordt normaal gesproken omgeven door een zilveren dekkleed.

Op het wapen een gesloten koninklijke kroon bestaande uit een cirkel van goud is, bezet met edelstenen, daarop acht acanthusbladrozetten, vijf zichtbaar, geïnterpoleerd met parels en vanachter de bladeren zien we diademen met parels oplopen die samenkomen in de wereldbol van azuur, met de semimeridiaan en de evenaar in goud, plus een gouden kruis. De kroon is bekleed met keel.

De fysieke omgeving


De ligging

De provincie, die een oppervlakte heeft van 8051,15 km², ligt in het zuiden van de autonome gemeenschap Castilla y León. Grenzend aan de provincies Madrid, Toledo (Castilla-La Mancha) Cáceres (Extremadura), en de provincies Salamanca, Segovia en Valladolid (Castilla y León).

Noord-westen:
Salamanca
Noord:
Valladolid
Noord-oosten:
Segovia
West:
Salamanca
Oost:
Madrid
Zuid-westen:
Cáceres
Zuid:
Toledo
Zuid-oosten:
Toledo

Orografie

De grote orografische diversiteit is typerend voor deze provincie. De gemiddelde hoogte van de provincie is het hoogst van heel Spanje en  komt uit op 1131,8 meter. Er zijn drie belangrijke gebieden:

Los Galayos

El Almanzor is met 2591 m hoogte de hoogste top van het Sistema Central.

—  Het noordelijke gebied is een voortzetting van het noordelijke plateau (Meseta Norte) en de vallei van de Duero dat wordt gekenmerkt door een vlak landschap met bodems die gevormd zijn door sedimentaire materialen. Het omvat de regio La Moraña. De belangrijkste gemeenten zijn Arévalo en Madrigal de las Altas Torres.

—  Het centrale gebied waar de Vallei van Amblés, die van Corneja en de andere berggebieden zoals Sierra de Gredos, Sierra de Béjar, Sierra de Villafranca, La Serrota, Sierra de la Paramera, Sierra de Ávila en de Sierra de Malagón zich bevinden, hebben enorme granietformaties die met 2592 meter de hoogste top, de Pico del Moro Almanzor, van het hele centrale systeem bereiken (hoogste top van de Sierra Credos). Het bergklimaat wordt gekenmerkt door zeer lage temperaturen in de winterperiode en een korte, niet al te warme zomers. Belangrijke steden zijn Ávila, Las Navas del Marqués, El Barco de Ávila en Piedrahíta.

—  Het gebied ten zuiden van het Centrale Systeem dat het Ávilaanse deel van de vallei van Tiétar omvat, wordt gekenmerkt door zijn lagere hoogte en warmere klimaat. In dit deel vindt u ook sinaasappel-, olijf- en palmbomen te vinden in de belangrijkste dorpen. Tot de belangrijkste gemeenten in dit gebied behoren Arenas de San Pedro, Candeleda, Sotillo de la Adrada, Mombeltrán en Lanzahíta.

—  In het oosten van de provincie, rond de vallei van Alberche en de zuidelijke uitlopers van de Sierra de Guadarrama, liggen de gemeenten El Tiemblo, Cebreros en El Hoyo de Pinares.

Hydrografie

In blauwe tinten de sub-bassins van het
stroomgebied van de Duero:
1) Stroomgebied van de Tormes
2) Het stroomgebied van de Trabancos
3) Zapardiel-rivierbekken
4) Het stroomgebied van de Adaja-rivier
In tinten groen zijn de sub-bassins van
het stroomgebied van de Taag:
5) Het stroomgebied van de Alberche
6) Tiétar-rivierbekken

De middenloop van de rivier de Corneja.

De rivier de Tormes wanneer hij Barco de Ávila passert.

Middenloop van de rivier de Tiétar, bij de grens van de provincie Toledo.

De provincie Ávila, die van het zuidwesten naar het noordoosten wordt doorkruist door het Sistema Central, is de waterscheiding tussen de stroomgebieden van de Duero en de Tago (Taag). Tussen  de Sierras de Gredos (Gredos-gebergte) en de Serrota-Paramarijn ontspringen de rivieren Tormes en Alberche.

De rivier Tormes verzamelt het water van het hoger gelegen deel van Gredos, met name de afvoer van het Circo de Gredos (keteldal), en voert het in oost-westelijke richting naar Barco de Ávila, waar het water van de rivier Corneja bij La Horcajada naar het noorden stroomt, op weg naar Salamanca om daar uit te monden in de rivier Duero.

De rivier de Alberche ontspringt op de zuidelijke helling van de Sierra de Villafranca (Villafranca-gebergte) en verzamelt het water van de zuidelijke helling van La Serrota, waarbij het in de hoger gelegen delen van de vallei plassen vormt en vervolgens in oostelijke richting verder meandert, alvorens in de buurt van de Maragato-grot naar het zuiden af te buigen en naar Venta de Rasquilla te gaan, waar het weer naar het oosten draait. Het bovenste gedeelte, tot Venta Rasquilla, behoorde tot het stroomgebied van de rivier de Tormes, die zijn water naar de Duero voert, maar door de opwaartse erosie van de Alberche, is het gelukt om deze wateren van de bergketens naar het zuiden af te leiden om daarna als zijrivier van de Tago te eindigen.

De rivier de Tiétar stroomt door het zuiden van de provincie, van oost naar west, op weg naar de rivier de Taag waarvan het een zijrivier is, en ontvangt het water van de zuidelijke helling (de zonnige en tegelijkertijd winderige kant) van Gredos, de meest regenachtige, aangezien het de eerste ‘muur’ is waarmee de Atlantische stormen vanuit zuidwesten van het Iberisch schiereiland te maken krijgen.

Tussen La Serrota en de Sierra de Ávila wordt de rivier de Adaja geboren, die na een reis door de vallei van Amblés, van west naar oost, aankomt in Ávila, naar het noorden gaat op weg naar de rivier de Duero, om vervolg het stuwmeer van Fuentes Claras en dat van Castro de Las Cogotas te vullen, voordat het Arévalo bereikt, waar het het water van de rivier de Arevalillo ontvangt.

Ook de rivier Voltoya mondt uiteindelijk uit in de Duero. De Voltoya is een zijrivier van de rivier Eresma, die op zijn beurt een zijrivier van de rivier Adaja is, van waaruit de stad Ávila wordt gevoed door het water van het stuwmeer van de Serones, evenals de rivieren Trabancos en Zapardiel.

Andere minder belangrijke rivieren zijn de Aravalle, de Almar, de Gamo, de Margañán die eindigen in de Tormes; en de rivier Cofio die uitmondt in de Alberche.

Twee belangrijke grondwaterlagen zijn die van de vallei van Ambles en die van Arenales.

Het klimaat

Het noorden van de Sierra de Gredos, foto genomen in februari.

De orografie van de provincie is de oorzaak van de diversiteit in het klimaat. In de klimaatreeks die verwijst naar de periode 1960-1996, was het weerstation van Guisando het meest regenachtige meteorologische station in de provincie. Het station staat op de zuidelijke hellingen van de Sierra de Gredos, en het gaf een gemiddelde regenval weer van 1931,1 mm. De gemiddelde jaarlijkse neerslag van de 79 regenmeetstations bedroeg in diezelfde periode 728,6 mm. Ter vergelijking, de gemiddelde regenval in Nederland bedraagt 873mm en in Beljië is dat zo’n 852 mm. De provincie is hoofdzakelijk verdeeld in 4 klimatologische variëteiten volgens de agrarische klimatologische classificatie van Papadakis: “subtropisch Middellandse-Zeegebied”, “gematigde Middellandse Zee”, “koele gematigde Middellandse Zee” en “continentale Middellandse Zee”. Volgens de Iberische Klimaatatlas van het Staatsbureau voor Meteorologie en volgens de klimaatclassificatie van Köppen heeft de provincie de mediterrane klimaatvariëteiten Csb (gematigd met droge en warme zomer). Op de hoogste toppen is er een mediterraan bergklimaat van het type Dsb met gemiddelde temperaturen van de koudste maand onder 0 ºC.

Ecosystemen


De typische graanvlaktes in het noorden en het centrum van de provincie.

De steeneikenbossen aan de voet van de Gorría heuvel, in het Avila gebergte, in het centrum van de provincie.

Olijfbomen op een terras, zuidelijke helling van de Sierra de Gredos.

Dennenbossen op de zuidelijke helling van de Sierra de Gredos.

Piornos (gaspeldoornsoort) in de omgeving van de Laguna Grande, hooggebergte-ecosysteem.

De hier bovengenoemde orografische diversiteit maakt Ávila tot een van de rijkste provincies in het binnenland van Spanje wat betreft de ecosystemen en dus ook wat betreft biodiversiteit. Er kunnen dus vier hoofdtypen ecosystemen worden onderscheiden:

Graanvlaktes

Deze zien we veel in het noordelijke deel van de provincie, het zijn grote vlakten landbouwgrond met verspreide eilandbossen. Het grootste bosgebied geconcentreerd in de corridor van de rivier Adaja van Villanueva de Gómez tot Arevalo, het is ongeveer 30 kilometer lang en heeft een pijnbomenbos. Aan de oevers van de grote rivieren bevinden zich interessante rivierbossen.

In dit gebied is het belangrijkste gewas het graan dat het moet doen moet met de regenval, hoewel er in de afgelopen jaren steeds meer geïrrigeerd wordt uit het stuwmeer van Las Cogotas (sinds 2010 wordt dit gebied van Nava de Arevalo (± 7000 ha) door dit reservoir bevloeid) met ondergrondse putten, een feit dat na overexploitatie heeft geleid tot de bijna uitputting van de watervoerende laag (grondwater) van Los Arenales en daardoor het niveau van nitrieten en arsenicum in sommige monsters heeft verhoogd. Er zijn verschillende soorten vogels en zoogdieren, waarvan sommige van grote waarde zijn, zoals de Grote Trap en de Keizerarend.

Eikenbos

Het komt vooral voor in het centrale en zuidelijke deel van de provincie, in de uitlopers van de belangrijkste bergketens. Hoewel ze niet erg overvloedig zijn als gevolg van het misbruik van de houtkap aan het begin van de 20e eeuw. Deze bossen strekken zich uit over grote gebieden rond de hoofdstad.

De bestaande eikenbossen in de omgeving van Bonilla de la Sierra, La Horcajada en in de vallei van Corneja zijn bijzonder waardevol omdat ze, vrij oud zijn, groot zijn en in een prachtige staat van conservatie verkeren.

De eikenbossen bieden onderdak en voedsel voor een grote verscheidenheid aan fauna. Van bijzondere ecologische waarde is de keizerarend, die praktisch uitgestorven is, maar zich in de jaren negentig van de vorige eeuw begon te herstellen.

Mediterraan Ecosysteem

In tegenstelling tot andere provincies van Castilla-León heeft Ávila een gematigd gebied met een mediterraan klimaat, dat wordt gekenmerkt door naald- en hardhoutbossen, maar ook door wijngaarden, olijfgaarden, sinaasappel-, vijgen-, kersen- en tabaksplantages, paprika’s en watermeloenen.

Dit deel van de provincie, dat wordt beschermd door de Sierra de Gredos, heeft de grootste biologische diversiteit, maar wordt ook het meest bedreigd door stedelijke speculatie, mijnbouw, kortzichtige ontwikkeling van de infrastructuur en bosbranden.

Hooggebergte

Het hooggebergte-ecosysteem is vooral te vinden in de Sierra de Gredos, de Sierra de Béjar en ook in de omgeving van de berg Zapatero (Sierra de la Paramera) en in La Serrota.

Ondanks de grote menselijke druk, vooral in het weekend, behoudt de Sierra de Gredos een van de belangrijkste populaties berggeiten. De zorg van de Kroon voor dit dier heeft het uitsterven ervan voorkomen en plaatst deze populatie nu op een niveau dat het in staat stelt om te overleven.

Een andere ernstig bedreigde soort die eind jaren negentig naar deze gebieden terugkeerde, is de wolf, hoewel zijn populatie nog niet definitief is vastgesteld.

Geschiedenis


Pre Romeinse periode

Gebied bezet door de Vetons in het westelijk deel van het Iberisch schiereiland.

Gezicht op Castro de Las Cogotas.

Een van de stenen zwijnen in de hoofdstad Ávila.

Voor de komst van de Romeinen werd het huidige grondgebied van de provincie voornamelijk bewoond door de Vetonen. De noordoostelijke grens van het Veton-gebied ligt enkele kilometers ten noorden van de provinciehoofdstad, in Cardeñosa. De Vaccaei, een andere machtige Spaanse volksstam, bezetten ook een deel van het huidige grondgebied van de provincie, de huidige regio La Moraña.

Het grootste deel van de bevolking was geconcentreerd in het centrale deel van de provincie. De pre-Romeinse kolonisten – de Vetonen – creëerden in deze periode grote versterkte nederzettingen op verhoogde grond, zoals El Raso, Las Cogotas, het Castro de la Mesa de Miranda, het Castro van de Moorse tijd of Ulaca. Het grootste en belangrijkste castro moet het Castro de Ulaca zijn geweest. Een schatting van de bevolking van deze laatstgenoemde heeft een cijfer van ongeveer 5900 inwoners opgeleverd. Studies van de inrichting van de gevonden graven wijzen op een hiërarchische en piramidale Vetonische samenleving, die zou zijn gedomineerd door een militaire elite, en op wiens laagste sport het niet kan worden uitgesloten dat er enkele slaven zouden zijn geweest. De economische basis van de Vetons was de veeteelt, waarbij de runderen waarschijnlijk een prominente rol hebben gespeeld, de varkens, geiten en schapen daar tegenover zouden een ondergeschikte rol hebben gespeeld. Het grondgebied was niet bepaald geschikt voor landbouwgebruik en daarom kwam de landbouw bij deze bevolking in termen van belangrijkheid op de tweede plaats. De jacht, de goede jachtkwaliteit van het gebied gaf de bevolking de kans hiervan te profiteren, terwijl het verzamelen van eikels, aangevuld met kastanjes of walnoten, van groot belang moet zijn geweest in het dieet van de vetons.

De Vetons vervaardigden een groot aantal stenen sculpturen in de vorm van stieren en varkens, de zwijnen, op het grondgebied van de huidige provincie. Hoewel ze ook worden aangetroffen in gebieden die overeenkomen met andere pre-Romeinse volkeren van het Iberisch schiereiland, komen de bevindingen vooral overeen met Veton-gebieden. Alleen in de provincie Ávila is meer dan 43 % van het totale aantal gedocumenteerde exemplaren gevonden. Hun functie wordt vandaag de dag nog steeds besproken; ze kunnen een functie hebben gehad die verband houdt met begrafenisrituelen, als indicatoren van veefokkerijen, als begrenzers van gebieden, als beschermers van vee, of ze kunnen standbeelden zijn geweest die een magische rol hebben gekregen met betrekking tot de vruchtbaarheid.

Het Pre-Romeinse tijdperk

De verovering van Spanje

In de jaren 193 en 192 v. Chr. werden het bondgenootschap van Vetonen, Vaccaei en Keltiberiërs door de Romeinse troepen onder bevel van de pretor Marcus Fulvius Nobilior in Toledo verslagen, die in 193 v. Chr. de stad in beslag nam. Het wordt waarschijnlijk geacht dat de troepen van de Vetonen in contact stonden met de meest oostelijke stammen, die het huidige grondgebied van de provincie bewoonden. Er zijn geen schriftelijke bronnen die de Vetonen significant vermelden tussen deze gebeurtenis en het begin van de Lusitaanse oorlogen (155 v.Chr.). Tijdens dit laatste conflict sloten de Vetonen zich aan bij het merendeel van de Lusitaanse strijdkrachten onder leiding van de Púnico (Lusitaanse leider). De meeste geleerden zijn van mening dat deze steun van de Vetonen tot het einde van de oorlog behouden is gebleven. Het gebrek aan (historische) gegevens sinds de Sertoriaanse oorlog suggereert vervolgens dat de Vetonen op dat moment al verslagen waren en in vrede met de Romeinen leefden.

Romeinse begrafenisinscriptie ingebed in de muur van Avila.

Augustus reorganiseerde bij twee gelegenheden de grenzen van de provincies van Roman Hispania (voorlopig gedateerd rond 27 v. Chr. en 7 of 2 v. Chr.). Men kan echter niet precies aangeven hoe de huidige provincie Ávila verdeeld is over deze twee gebieden. De informatie over het grondgebied van de Vetonen is zo tegenstrijdig dat het niet mogelijk is om te zeggen of het bij Citerior (het nieuwe Tarraconense) of bij Lusitania hoorde. Dit heeft ertoe geleid dat een meerderheid van de onderzoekers concludeerde dat het gebied van de Vetonen zou worden verdeeld over de twee grote provincies, waarbij het grondgebied van de huidige provincie Ávila voornamelijk tot Lusitania zou hebben behoord, met uitzondering van enkele gebieden in het noorden en oosten.

In de1ste eeuw. n. Chr., tijdens de romanisering van het grondgebied vonden er veranderingen plaats in het type van de bevolking en werd de ontwikkeling van kernen in vlakke gebieden in de buurt van het wegennet begunstigd, zonder dat men zich veel zorgen maakte over de keuze van de locaties op basis van hun defensieve mogelijkheden, en over het opgeven van de meeste castro’s die toen nog bestonden, met name die welke verder van de wegen af lagen. Of het nu ex novo (nieuw) is gesticht of niet, de stad Ávila werd in deze Romeinse periode het enige grote stedelijke centrum in het gebied.

Uit de laat-Romeinse periode is er een belangrijke Romeinse villa met de bijhorende necropolis – de zogenaamde Romeinse villa van El Vergel – in de gemeente San Pedro del Arroyo, specifiek ten noordoosten van de plaats, gedateerd rond de 3e en 4e eeuw, terwijl er in Niharra, een paar kilometer van de stad Ávila, nog een andere villa is, Pared de los Moros.

De Middeleeuwen

Visigotisch Spanje

Visigotische gordelgespen te zien in het Museum van Ávila.

Opvallend is de bisschopzetel in het gebied van het huidige Ávila, dat toen de provincie Hispania Lusitania was. We weten van het bestaan van dit bisdom doordat het wordt vernoemd in een document dat door een Lusitaanse bisschop is ondertekend. Op het archeologische vlak zijn de sites van Los Corralillos (in Diego Álvaro) en Solosancho opmerkelijk, waar graven, constructies, decoratieve objecten, leien, keramiek en overblijfselen van harnassen zijn gevonden.

Het meest karakteristieke archeologische voorbeeld uit de Visigotische periode in de provincie zijn de leien, voornamelijk gevonden in Diego Álvaro maar ook in Arevalillo, Cabezas del Villar, Chamartín en Solosancho. Andere geïsoleerde stukken zijn ook gevonden in Cardeñosa (een pateen), Arevalillo en San Miguel de Serrezuela (keramische overblijfselen), Adanero (een liturgische kruik) en Candeleda (munten).

Zestiende-eeuwse plattelandsvrouw, collectie Roger de Gaignières.

Zestiende-eeuwse plattelandsvrouw, collectie Roger de Gaignières.

Oude Castiliaanse van de provincie in de 18e eeuw.

Een bewoner van de Sierra (bergen, Serrano/bergbewoner)

Boer van de Serranía de Piedrahíta (19e eeuw)

Bergbewoonster uit de buurt van Ávila (19e eeuw).

Vroegmoderne tijd

In de 16e eeuw waren er op het grondgebied van de huidige provincie in totaal 18 comunidades de villa y tierra (gemeenschappen van steden en grond): La Adrada, La Horcajada, Arenas, Arévalo, Ávila, El Barco, Bohoyo, Bonilla de la Sierra, Candeleda, Madrigal, El Mirón, Mombeltrán, Las Navas, Piedrahíta, Vahíllo, Villanueva del Campillo, Villafranca de la Sierra en Villatoro. Comunidades de villa y tierra waren (gemeenschappen van stad en land) bestonden uit gemeenschappelijke gronden die verschillende dorpen rond een grotere stad omvatten en die op hun beurt onderverdeeld waren in zes sexmos of acht octaven. Deze gronden konden, volgens hun eigenaar, koninklijk zijn als ze tot de koning behoorden, abadengo als ze behoorden tot een abt of bisschop, voorouderlijke gronden als ze behoorden tot een edelman of militaire orde, of behetria als de inwoners zelf de heer kozen.

Kaart van Ávila in 1769, gerealiseerd door Tomás López.

Met de administratieve reorganisatie van de graaf van Floridablanca in 1785, onder het bewind van Carlos III, was Ávila een van de 31 provincies van het koninkrijk Spanje. De provincie werd op haar beurt verdeeld in negen gerechtelijke arrondissementen: partido de Villatoro (met zeven dorpen), partido de Bonilla (met acht dorpen), partido de Villafranca (met drie dorpen) en de estados Las Navas (met drie dorpen), La Adrada (met zeven dorpen), Miranda (met acht dorpen), Mombeltrán (met twaalf dorpen) – het grootste deel van de vallei van Tiétar was in die tijd opgenomen in de provincie Toledo, het district of Tierra de Ávila, gevormd door de sexmos de San Juan, Cobaleda, San Vicente, San Pedro, Serrezuela, Santiago en Santo Tomé; en de partido of Tierra de la Villa de Arévalo, gevormd door de sexmos de Orvita, La Vega, Sinlabajos, Aldeas en Rágama. Daarnaast waren er losse of vrijgestelde steden van de sexmo of de Partido.

Moderne Tijd

Kaart van Ávila in 1849.

Aan het begin van de 19e eeuw werd nog een reeks administratieve hervormingen doorgevoerd die de provincie Ávila troffen, en waardoor de staten van La Adrada, Mombeltrán, Navamorcuende, Miranda en Oropesa aan de provincie Toledo werden afgestaan. Samengevat, in 1805 behoorden alle gemeenten van het huidige gerechtelijk arrondissement Arenas de San Pedro administratief tot de provincie Toledo.

In 1820 werd de provincie Ávila georganiseerd in acht partidos: Ávila, Arévalo, Madrigal, Peñaranda, Villafranca, Mombeltrán, Navamorcuende en Oropesa. In 1821 werd de continuïteit van de provincie in twijfel getrokken op basis van haar kleine omvang. Bij de hervorming van 1822 kwamen sommige plaatsen die tot de partido de Arévalo behoorden, toe aan Segovia en Valladolid, terwijl sommige steden in het district van Villacastín als tegenhanger doorgingen en tot Ávila behoorden.

Het grondgebied van de provincie werd flink beschadigd door de Franse bezetting tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog, steden als Ávila, Arévalo en Arenas de San Pedro werden geplunderd. Landbouw en veeteelt vormden de basis van de economie. De industriële sector – ambachtelijk – was in de 19e eeuw van weinig belang. Vermeldenswaard is het bestaan ​​van twee productiemodellen: in het noorden een monocultuur van graan, die in goede jaren overschotten kan produceren, maar die tijdens de crises meer wordt blootgesteld aan de ellende en hongersnood van de bevolking, en in het zuiden maakte men er meer gevarieerd gebruik van de landbouw en veehouder, minder blootgesteld aan periodieke hongersnood maar ook minder in staat om overschotten te creëren, uitzonderingen daargelaten voor Candeleda-paprika of bonen van Barco.

Tijdens het herstelregime werd de provincie voor de verkiezingen voor het Hof in vier afzonderlijke districten verdeeld: Arenas de San Pedro, Arévalo, Ávila en Piedrahíta. De zetels in twee van de vier districten (Arenas de San Pedro en Piedrahíta) waren voornamelijk in handen van de familie Silvela.

Pas in 1965 zou de provincie Ávila het aantal huidige partidos juridiciales (rechtsgebieden) overnemen, de gebieden Arévalo, Arenas de San Pedro, Ávila en Piedrahíta. Deze afbakening zou definitief worden vastgesteld door de Ley de Demarcación y de planta Judicial op 28 december 1988.

Territoriale verdeling


Steden

De basisadministratieve eenheid waarin de provincie is verdeeld zijn zoals gewoomlijk de gemeenten. Er zijn er momenteel 248. De gemeente met de meeste inwoners is de provinciehoofdstad Ávila. De rest van de gemeenten heeft minder dan 10.000 geregistreerde burgers. Een groot aantal van de gemeentes heeft zelfs minder dan 500 inwoners. De gemiddelde grootte van de gemeente in de provincie is 32,46 km². Naast de provinciehoofdstad zijn de belangrijkste steden Arévalo en Madrigal de las Altas Torres in het noordelijke deel van de provincie (in de regio die van oudsher bekend staat als La Moraña). In het zuidwesten van de provincie vallen El Barco de Ávila, Piedrahíta en La Horcajada op. In het meest bevolkte zuiden van de provincie, op de zuidelijke helling van de Sierra de Gredos, zijn de gemeenten met de meeste inwoners in de regio van de Tiétar-vallei Arenas de San Pedro, Candeleda, Sotillo de la Adrada, La Adrada, Piedralaves, Casavieja, Mombeltrán en El Arenal. In het oostelijke deel van de provincie, in gebieden zoals de Alberche-vallei en Tierra de Pinares, die dichter bij de hoofdstad Madrid liggen, zijn er gemeenten zoals Las Navas del Marqués, El Tiemblo, Cebreros, Navaluenga, El Hoyo de Pinares, El Barraco en Burgohondo.
Volgens de gemeentelijke volkstelling van de INE waren de twintig meest bevolkte gemeenten van de provincie in 2017:

De 20 meest bevolkte gemeenten van Ávila
Plaatsnaam Aant. inw. Plaatsnaam Aant. Inw.

Ávila

Ávila 57.657 Ehoyo de Pinares 2.164

Las Navas del Marqués

Arévalo 8.069 Piedralaves 2.057
Arenas de San Pedro 6.454 El Barraco 1.889

Arévalo

Las Navas del Marqués 5.139 Navaluenga 1.878

Candeleda

Candeleda 4.998 Piedrahita 1.811
Sotillo de la Adrada 4.542 Madrigal de las Altas Torres 1.440

Arena de San Pedro

El Tiemblo 4.097 Casavieja 1.429

Sotillo de la Adrada

Cebreros 3.056 Burgohondo 1.196
La Abrada 2.517 Mombeltrán 1.006
El Barco de Ávila 2.368 El Arenal 972
bron INE 2018

Twee kleinste gemeentes zijn : Navaquesera en Blasconuño de Matacabras die ieders 16 inwoners hebben

Comarca’s

De provincie heeft geen administratief functionele verdeling van comarca’s, maar voert een “regionalisering” van het grondgebied uit om het toerisme te bevorderen.

De verdeling volgens de Diputación Provincial (Provinciale Raad):

—  Comarca de Arenas de San Pedro (Valle de Tiétar). geel
—  Comarca de Arévalo (La Moraña). bruin
—  Comarca de Ávila (Valle de Amblés y Sierra de Ávila). violet
—  Comarca de Burgohondo-Cebreso-El Tiemblo (valle del Alberche y Tierra de Pinares). groen
—  Comarca de El Barco de Ávila-Piedrahíta (Valle del Tormes). blauw

Demografie


Van de 158.498 inwoners die in 2018 in de provincie zijn geregistreerd, woont ongeveer 36% in de hoofdstad, de stad Ávila. De bevolkingsdichtheid van de provincie, met slechts 19,69 inwoners/km², is veel lager dan het gemiddelde in Spanje dat uitkomt op 92,91 inwoners/km².

Historisch-artistiek erfgoed


Het historische centrum van de stad Ávila, waarin de middeleeuwse ommuurde ruimte en de gotische kathedraal opvallen, staat sinds 1985 op de lijst van plaatsen die door de UNESCO als werelderfgoed zijn geclassificeerd.

Een deel van de historische muren van de stad Ávila.

In de provincie waren er in 2009 in totaal 97 items geclassificeerd als bienes de interés cultural (goederen van cultureel belang), waaronder ook projecten van andere provincies van deze comunidad (gemeenschap, regio) vallen. Hieronder vallen kastelen en vestingwerken zoals de muren van Ávila, de muur van Madrigal de las Altas Torres, het kasteel-paleis van Magalia in Las Navas del Marqués, het kasteel de la Triste Condesa in Arenas de San Pedro of het kasteel van Manqueospese ; archeologische vindplaatsen zoals de castro’s van Ulaca, El Raso of La Mesa de Miranda; en religieuze gebouwen zoals de kathedraal van El Salvador in Ávila, of de kerken van Santa María la Mayor en San Martín in Arévalo. De historische centra van Ávila en de steden Arévalo, Piedrahíta, Guisando en Bonilla de la Sierra worden ook geclassificeerd als bien de interés cultural (eigendom van cultureel belang) met de categorie van “historisch complex”.

Kastelen

Castillo Mombeltrán

Castillo- Palacio de Magalia
Castillo de Arenas de San Pedro… 
Castillo de Narros de Saldueño
(of van de duque de Montellano)
Castillo de Villaviciosa
Castillo de Bonilla de la Sierra
Castillo de El Braco de Ávila
Castillo de Montbeltrán
Castillo de Arévalo
Castillo de La Adrada
Castillo de Manqueospese
Castillo de ElMirón
Castillo de Rivilla de Barajas
(of van Castronuevo)

Steenzwijnen (verracos)

In de provincie Avila zijn er opmerkelijk veel steenzwijnen. Zwijnen zijn zoömorfe sculpturen die meestal vooral stieren of varkens voorstellen, opgericht in een gebied waar de Vetoncultuur overheerst – een pre-Romeins volk van Keltische afkomst uit de ijzertijd – dat een groot deel van het noordelijke plateau en de Taagvallei in Spanje en ook in Portugal omvatte. Enkele voorbeelden van deze beelden in Avila zijn

Toros de Cuisando.

Los Toros de Guissando
Verraco de Chamartín
Verraco de las Cogotas
Verraco de Santa María del Arroyo
Verraco de Solosancho
Verraco de La Torre
Verraco de Villaviciosa

Gastronomie


De garnache tinto, zoals ze deze druif in Spanje noemen.

Een nieuwe Denominación de Origen Protegida (D.O.P.) van Spanje is Cebredos, een wijnstreek in de provincie Ávila, 100 km ten westen van Madrid. In het ruige gebied van de Sierra de Gredos, wat onderdeel is van het Sistema Central. Hier worden goede wijnen gemaakt van de Garnacha (grenache in ’t Frans) een oorspronkelijke Spaanse druivensoort. Het is een verzameling van gebiedjes, waarvan alleen het dorp Cebreros bekend was om zijn productie van kwaliteitswijn die zo nu en dan buiten de regio verkocht werd. Sinds een aantal jaren zijn  hier in deze streek jonge wijnmakers bezig een goede wijn te produceren, voorbeelden zijn: Finca Zebreros uit El Tiemblo, Soto Manriuqe uit Cebreros en 7Navas Bodega uit Navaluenga.

Chuletón de Ávila.

Bollas de chicharrón. U ziet aan de vorm dat ze handgemaakt zijn.

Tot de meest emblematische gerechten van deze streek behoren patatas revolconas (gevulde aardappelen), sopa de ajo castellana (Castiliaanse knoflooksoep), judias del barco de Ávila guisada (gestoofde Barco de Ávila-bonen), chuletón de Ávila (rib-eye steak van Ávila), cochinillo asado (ook bekend als lechón asado, geroosterd speenvarken), cocido (stoofpot van kikkererwten, vlees en groente), morcilla de cebolla (uienbloedworst), torreznos (gebakken zwoerd met spekvet), de huevos rotos (roereieren), het Ternera abulense (kalfsvlees van Ávila), de hornazo (soort pastei van varkensvlees), de gallina de pepitoria (kip in pepitoriasaus), manos de cerdo (varkenspootjes), de sopa de pan (broodsoep), huevos de plato (eierengerecht), het conejo a la cazadora (konijn in de jas? (geroosterd)), bolla de chicharrones, en de wereldberoemde yemas de Ávila ook wel bekend als yemas de Santa Teresa (zoetgerechtje van eierdooier).

Verwant aan dit onderwerp:

Castilla y Leon

Naar boven
Spaanse Verhalen. spaanseverhalen.com
Laatst bijgewerkt 2020-12-22

Bronvermelding en referenties

{{Anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Talento (moneda)| oldid=122563803| datum=20201212}}
{{Anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Escudo de la provincia de Ávila| oldid=121003357| datum=20201213}}
{{Anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Garnacha (uva)| oldid=129693426| datum=20201213}}
{{Anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Comunidad de villa y tierra| oldid=130608466| datum=20201220}}
{{Nederlandse Wikipedia|taal=nl|titel=Grenache Noir|oldid=52103083| datum=20201213}}
{{Nederlandse Wikipedia|taal=nl|titel=Herodotus|oldid=53786760| datum=20200117}}
{{Website Wijntoerisme Ávila|https://www.terranostrum.es/enoturismo/d.o.-p-cebreros/avila/1| datum=20201213}}
{{Website Sierra de Gredos|http://www.cervantesvirtual.com/nd/ark:/59851/bmcrj4v6| datum=20201213}}
{{Website Meteo Blegië|https://www.meteobelgie.be/klimatologie/waarnemingen-en-analyses/jaar-2018/2210-jaa-2018| datum=20201217}}
{{Website Rijksoverheid Klimaatverandering|https://www.clo.nl/indicatoren/nl0508-jaarlijkse-hoeveelheid-neerslag-in-nederland| datum=20201217}}

Foto’s gelicenseerd onder  Wikimedia Creative Commons: CC BY 2.0 , CC BY 2.5 , CC BY-SA 2.0 , CC BY-SA 3.0 , CC BY-SA 4.0, cc0, CC0 1.0 of Publiek Domein
Coralma*, is eigen werk dat u terug kunt vinden als een CC BY-SA 4.0 file in Wikipedia Commons.

Kaartje van Spanje. Auteur – TUBS
het wapen. Auteur – HansenBCN
de vlag. Auteur – Rastrojo
Het besneeuwde landschap van Ávila in de winter van 2008. Auteur – Benjamín Núñez González
Uitzicht over Mijares in de provincie Ávila. Auteur – Strakhov
Windroos. Auteur – GeertW – Image:Brosen windrose.svg
Los Galayos. Auteur – Chinochenko
El Almanzor is met 2591 m hoogte de hoogste top van het Sistema Central. Auteur – Nachosan
Reliëf van de Provincie. Auteur – Asqueladd
Kaartje stroomgebieden. Auteur – Asqueladd
De middenloop van de rivier de Corneja. Auteur – No machine-readable author provided. C3PO assumed (based on copyright claims). – No machine-readable source provided. Own work assumed (based on copyright claims).
De rivier de Tormes wanneer hij Barco de Ávila passeert.. Auteur – merceB
Middenloop van de rivier de Tiétar, bij de grens van de provincie Toledo. Auteur – Totemkin
Het noorden van de Sierra de Gredos, foto genomen in februari. Auteur – Beatriz (con permiso del autor)
De typische graanvlaktes in het noorden en het centrum van de provincie. Auteur – BenBender
De steeneikenbossen aan de voet van de Gorría heuvel, in het Avila gebergte, in het centrum van de provincie. Auteur – Xemenendura
Olijfbomen op een terras, zuidelijke helling van de Sierra de Gredos. Auteur – Chinochenko
Dennenbossen op de zuidelijke helling van de Sierra de Gredos. Auteur – cabezadeturco
Piornos (gaspeldoornsoort) in de omgeving van de Laguna Grande, hooggebergte-ecosysteem. Auteur – Nachosan
Gebied bezet door de Vetons in het westelijk deel van het Iberisch schiereiland. Auteur – Asqueladd
Gezicht op Castro de Las Cogotas. Auteur – David Perez
Een van de stenen zwijnen in de hoofdstad Ávila. Auteur – Coralma*
De verovering van Spanje. Auteur – HansenBCN
Romeinse begrafenisinscriptie ingebed in de muur van Avila. Auteur – Caligatus
Visigotische gordelgespen te zien in het Museum van Ávila. Auteur – Rowanwindwhistler
Kaart van Ávila in 1769, gerealiseerd door Tomás López. Auteur – Tomás López
Kaart van Ávila in 1849. Auteur – Bachiller
Ávila. Auteur – Anual
Arévalo. Auteur – David Perez
Arenas de San Pedro. Auteur – Asqueladd
Las Navas del Marqués. Auteur – Asqueladd
Candeleda. Auteur – No machine-readable author provided. Garlanja assumed (based on copyright claims).
Sotillo de la Adrada. Auteur – Asqueladd
Comarca’s. Auteur – Asqueladd
Bevolkings dichtheid van de provincie Ávila. Auteur. – Lanoyta
Bevolkingsgroei van de provincie Ávila tussen 1998 – 2008. Auteur – Lanoyta
Bevolkingsgroei van de provincie Ávila tussen 2008 – 2018. Auteur – Lanoyta
Een deel van de historische muren van de stad Ávila. Auteur – Coralma*
Toros de Cuisando. Auteur – Rafaelji
Chuletón de Ávila. Auteur – Xemenendura
De garnache tinto, zoals ze deze druif in Spanje noemen.. Auteur – Josh McFadden
Bollas de chicharrón. U ziet aan de vorm dat ze handgemaakt zijn. Auteur – Guipozjim

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.