Guadalajara (prov.)

Guadalajara (prov.)

Procvinciie van Castilla-La Mancha

het wapen

de vlag

Gegevens
Hoofdstad Zamora
Officiële taal Andere talen Spaans Leones en Gallego
Comunidad aut. Castilla y León
Onderverdeling 5   comarcas
3   partidos judiciales
288 municipios (gem.)
Gesticht Territoriale indeling van 1833
Oppervlakte 12.167 km²
Gemiddelde hoogte 845 m.b.z.
Bevolking (2020) Bevolking tot. Bevolkingsdichtheid ….
261.955 inw.
21,53 inw/km²
Bevolkingsnaam guadalajareño, -a
Postcode 19
ISO 3166-2 ES-GU
Officiële website

Er is veel te zien in Guadalajara, maar helaas is deze provincie zo’n beetje de meest genegeerde. Door zijn ligging, tussen Madrid en Zaragoza, veranderd het vrijwel altijd tot een “doorgangsplaats”. De laatste tijd lijkt daar echter verandering in te komen en worden steeds meer mensen aangemoedigd om deze prachtige provincie te ontdekken. Een van de grootste attracties van deze provincie is het Parque Natural del Alto Tajo, een 105.721 hectare groot natuurpark dat zich uitstrekt over zowel de provincie Guadalajara als de provincie Cuenca.

Guadalajara ligt in het noorden van de Autonome Gemeenschap Castilla-La Mancha. De inwoners van deze provincie hebben echter nooit het gevoel gehad dat ze deel uitmaken van La Mancha. Het is zelfs gebruikelijk om de term “La Mancha” doorgestreept te zien op de verkeersborden. Het is een feit dat de inwoners van Guadalajara zich altijd een deel van Castilla hebben gevoeld, en dat is te merken wanneer men door de provincie reist. In deze streken zijn er meer Romaanse kerken dan windmolens, om een voorbeeld te geven.

Wat u interesseert:

De hoofdstad van de provincie is de gelijknamige stad Guadalajara. Het grenst in het noorden aan Soria, in het noordoosten aan Zaragoza, in het oosten aan Teruel, in het zuiden aan Cuenca, in het westen aan Madrid en in het noordwesten aan Segovia.

Volgens het INE telde de provincie in 2020, 261 995 inwoners, met een dichtheid van 21,53 inwoners/km²; 33,3% van hen woont in de hoofdstad. De provincie telt 288 gemeenten, waarvan er 224, minder dan 200 inwoners tellen. De belangrijkste stad na de hoofdstad is Azuqueca de Henares, een belangrijk industrieel centrum van de provincie met een bevolking van ongeveer 35.000 inwoners. Andere steden, zoals Sigüenza of Molina de Aragón, zijn belangrijke economische centra van de regio waartoe zij behoren.

Het vindt zijn oorsprong in de Diputación Provincial de Guadalajara con Molina, de eerste provincieraad die werd opgericht overeenkomstig de grondwet van 1812, en die in 1813 werd opgericht in Anguita, in het paleis dat nu het stadhuis is.

Fysische – en biogeografie


Grenzen

De provincie Guadalajara ligt bijna geheel in het stroomgebied van de rivier de Tajo (Taag), met uitzondering van een klein gebied in het noordoosten dat zijn water afvoert naar het stroomgebied van de Ebro. Het grenst in het noorden aan de provincies Segovia, Soria en Zaragoza, in het oosten aan laatstgenoemde en Teruel, in het zuiden aan Cuenca, en in het westen aan Madrid.

Peña Cebollera, ook bekend als de ‘pico de las Tres Porivincias’ (piek van de Drie Provinciën). Het ligt aan de westkant van de provincie Guadalajara, met de top gedeeld met de provincies Madrid en Segovia.

Met de beschrijving van de omtrek beginnen we in puerto de Somosierra (een plaats die tot de provincie Madrid behoort). De rivier Jarama stroomt in zuidelijke richting en vormt voor een deel de grens tussen Guadalajara en de provincie Madrid. Wij volgen de grens in oostelijke richting langs een gebied dat de Sierra de Ayllón en de Sierra de Pela vormt, met in het zuiden Madrigal en Paredes, en in het noorden Alpanseque (behorend tot Soria, hoewel het in het verleden deel uitmaakte van Guadalajara). Vervolgens gaat het verder ten noorden van Olmedillas en de bron van de rivier Henares, verder langs de Sierra Ministra, en vandaar naar het zuiden van Esteras en Benamira, Arbujuelo, Chaorna en Judes, totdat het de grens van Aragón bereikt voor Sisamón. Vanaf hier loopt de oostelijke grens langs de lijn die Aragón vroeger scheidde van de Señorio de Molina (Heerlijkheid van Molina), tot aan het Sierra de Albarracín, waarbinnen zich de bronnen van de rivieren Tajo, Júcar, Cabriel en Guadalaviar. Vanaf dit punt begint de zuidelijke grens, die langs de rechterkant van de Tajo loopt tot de samenvloeiing van deze met de Oceseca, waar zij naar links afbuigt en Valsalobre in het zuiden en Recuenco, Castilforte en Salmerón in het noorden achter zich laat, de rivier Guadiela ontmoet en langs de oever van deze verder loopt tot voor Buendía (een plaatsje in de provincie Cuenca). Verder in zuidelijke richting klimt de grens naar de toppen van de Sierra de Altomira gaat, daar raakt het de Ermita Nuestra Señora de Altomira Mazarulleque (een kapelletje, bovenop een berg), en gaat dan verder tot een gebied ten noorden van de bron van de rivier Calvache. Daar begint de lijn die het westen van de provincie begrenst, en die in noordelijke richting tussen Leganiel en Illana de Tajo oversteekt, tussen Driebes en Brea doorloopt, en Mondéjar in zuidwestelijke richting verlaat. Daarna passeert ze de rivier de Tajuña tussen Loranca en Pezuela en loopt via westen van Pioz tussen El Pozo en Santorcaz, en snijdt de rivier de Henares ten westen van Azuqueca, ten oosten van Camarma en Ribatejada, ten westen van El Casar en ten oosten van Paracuellos en Valdepiélagos. Daar volgen we vanaf Caraquiz de rivier de Jarama weer in noordelijke richting, die ons naar de plaats Pontón de la Oliva leidt, dichtbij waar deze rivier samenvloeit met de Lozoya aan het begin van het kanaal dat vanaf Torrelaguna Madrid en daar zijn water verrijkt. We volgen de grens tot we de Arroyo de las Huelgas (een zijriviertje van de Jarama) tegenkomen die daar de grens tussen Madrid en Guadalajara vormt. We volgen dit beekje tot ze samenvloeit met de Jarama waar we de reis langs de grenzen van Guadalajara begonnen zijn.

Geologie

Mijn excuses betreffende de volgende paragraven over de geologie. Het is niet eenvoudig om te lezen, veel ingewikkelde termen. Maar door het om te zetten naar eenvoudig leesbare taal zou het een ellelang verhaal worden. Daar staat tegenover dat als u er de tijd voor neemt en u verdiept in de gegeven links, dan wordt het een verdomd interessant en leerzaam stukje.

Tektonische structuren, kenmerkend voor het Centrale Systeem.

Het Iberisch Schiereiland is georganiseerd rond het Hesperisch – of het Iberisch Massief (Mazico Ibérico), gevormd aan het einde van het Paleozoïcum, samengesteld uit de granieten bergketens die gevormd zijn tijdens de Variscanische orogenese, met een overheersende NW-ZO richting, en vroegere sedimenten die door dezelfde geplooid en gemetamorfoseerd zijn. Aan het eind van het Perm en in het Mesozoïcum vinden twee fasen van rifting plaats en wordt het Variskische gebergte afgevlakt, waardoor een schiervlakte ontstaat waarop sedimentatie plaatsvindt in mariene (oorspronkelijk zee) carbonaat-platformomgeving. Tijdens het late Eoceen tot het vroege Mioceen vindt de Alpiene orogenese plaats, die verantwoordelijk is voor de hoofdlijnen van het huidige reliëf, als gevolg van de opwaartse beweging van de gebroken blokken, zoals het Sistema Central (Centrale Systeem), volgens dikhuidige tektoniek, met  tegengestelde verschuivingen (breuken), waardoor het wordt beperkt tot pop-up en pop-down blokken, en het Sistema Ibérico, gekenmerkt door dunnehuid tektoniek, door tektonische inversie van de Mesozoïsche rifting structuren, die aanleiding geven tot Appalachische reliëfs.

Schematische doorsnede van het Sistema Central.

Met het verschijnen van deze reliëfs werd een reeks sedimentaire bekkens in het binnenland geïdentificeerd, waarin zich mergel, klei en kalksteen ophoopten en die in het Pontiense (Boven-Mioceen) dichtslibden met kalksteen. Na het einde van de orogenese onderging het schiereiland een reeks epeirogenese heroriëntaties die het massief uiteindelijk naar het westen deden overhellen. Door deze kanteling konden de binnenmeren leeglopen en kon er een begin gemaakt worden aan een intense erosie van de Cenozoïsche sedimenten.

In de gemeente Fuentelsaz heeft de International Union of Geological Sciences de golden spike (GSSP) van de globale etage (grens) van het Aalenien (het oudste van het Midden-Jura) vastgesteld, een wereldreferentie voor deze chronostratigrafische eenheid van de geologische tijdschaal.

Reliëf

De provincie Guadalajara ligt ten noordoosten van de autonome gemeenschap Castilla-La Mancha op de centrale hoogvlakte, tussen de parallellen, 40º 07′ en 41º 18′ noorderbreedte en de meridianen 1º 32′ en 3º 29′ westerlengte. Met een oppervlakte van 12.190 km² beslaat het 3,42% van de oppervlakte van Spanje.

Het reliëf van de provincie is, in grote lijnen, een vrij eenvoudige opstelling; het zijn twee bergsystemen, het Sistema Central en het Sistema Ibérico Iberisch, die haaks op elkaar staan met daar tussen een hoogvlakte, doorsneden met rivierbeddingen.

De provincie Guadalajara kan worden onderverdeeld in vier karakteristieke eenheden:

  • Sistema Central

Het beslaat het noordwestelijke gebied met de uitlopers die worden doorsneden door de bovenloop van de rivieren. Het bestaat uit de Sierra de Somosierra, de Sierra de Ayllón, die van Pela en de Sierra del Ocejón van 1500 tot 2000 m hoogte, en de sierras van Alto Rey en Bodera tussen 1200 en 1500 meter, die in het oosten door de hoogten van Barahona en Radona verbonden zijn met het Sistema Ibérico. Het is een door de alpiene orogenese verjongd bergachtig systeem, dat de twee submesetas, grenzend aan Segovia en de Comunidad de Madrid, van elkaar scheidt. Het zijn kwartsietgebergten die in het Oertijdperk zijn gevormd. Hier bevinden zich de hoogste toppen van de provincie.

  • Sistema Ibérico

Het beslaat het noordoostelijke gebied van de provincie, dat in het zuiden wordt begrensd door de Sierra de la Umbría, in het zuidoosten door het macizo de Albarracin (massief van Albarracín), de bergen van Molina en Montes Universales (1600 m) en in het noorden en noordoosten door de parameras van Sigüenza, Atienza en Molina (1050 tot 1200 m). In het oosten dringt zij door in de depressie Calatayud-Daroca-Teruel. Het zijn voornamelijk kalkstenen bergketens, geërodeerd door de rivierkloven, en de typische “muelas” (zoals de Tetas de Viana) en “parameras”.

  • Páramos alcarreños

De provincie bestaat voor een groot deel uit continentale sedimenten en structuren of reliëfs van tafelvormige bergen, dat ligt op een hoogte van ongeveer 1000 meter.

  • Campiñas van de rivieren Henares, Sorbe en Jarama

Campiñas zijn vrij vlakke stukken land. Zij bezetten het westen van de provincie. Tussen de rivieren Henares en Jarama bevinden zich deze vrij vlakke oppervlakten die gevuld zijn rañas.

Pico del Lobo, het dak van Castilla-La Mancha.


Uitzicht op de lagune van Taravilla.


Het landschap van Campiña del rio Henares.

De noordzijde van Alto Rey.

Hydrografie

Het grootste deel van het grondgebied van de provincie Guadalajara, 4686 km², wordt gedraineerd door rivieren die behoren tot het stroomgebied van de Tajo, een rivier die haar water afvoert naar de Atlantische Oceaan.

Het noordoosten van de provincie, met een oppervlakte van 996 km², behoort tot het stroomgebied van de rivier de Ebro, die uitmondt in de Middellandse Zee. Het omvat tevens een gebied dat zijn water afvoert naar het endorëisch bekken van Gallocanta in de provincie Teruel.

Helling richting Atlantisch Oceaan

De rivieren die hun water in de Atlantische Oceaan lozen, via het stroomgebied van de Taag, hebben het volgende hydrologische regime:

Barranco de la Hoz, is ontstaan door de rivier Gallo, een zijrivier van de Taag.

•  Tajo-Gallo rivieren-systeem, dat het oostelijk deel van de provincie beslaat, met een pluviaal-nivale regime.

•  Het stroomgebied van de Tajuña, met een oppervlakte van 2.015 km², en dat van de Henares, met een oppervlakte van 3.735 km², en dat van de Jarama met 782 km², die het water van het westelijk gebied verzamelen, met een noord-zuid oriëntatie, hebben in het algemeen een mediterraan pluviaal-nivaal regime, hoewel de rivieren die in de richting van het centrale systeem liggen (Sorbe en Jarama), in hun bovenloop een nivo-pluviaal regime vertonen.

Helling richting Middellandse Zee

De rivieren die hun bron hebben in de provincie Guadalajara en hun water uitstorten in de Middellandse Zee, zijn de rivier de Piedra en de zijrivieren van de Mesa, de Jalón, van het stroomgebied van de Ebro. Een klein deel van de provincie mondt ook uit in het endorëische bekken van de lagune van Gallocanta.

Waterhoudende grondlagen

De provincie Guadalajara heeft een zeer belangrijk grondwatersysteem, dat wordt gevormd door zeven watervoerende lagen (acuíferos), waarvan de meeste behoren tot het bekken van de Tajo, maar ook deel uitmaken van de bekkens van de Duero en de Ebro.

Klimaat

Zomerlandschap van Atienza.

De provincie Guadalajara heeft, gezien haar grote geografische verscheidenheid, te kampen met verschillende klimatologische omstandigheden, die echter allemaal kunnen worden ingepast in het zogenaamde continentale mediterrane klimaat, dat typisch is voor de Meseta Central (Centrale Hoogvlakte) en dat vooral uitgesproken is in de hoger gelegen gebieden (Serranía, Señorío de Molina-Alto Tajo en Alcarria Alta) en verzacht wordt in de lager gelegen gebieden (Campiña en Alcarria Baja).

Lange, droge en hete zomers en even lange en strenge winters maken in hun meteorologische omstandigheden plaats voor korte en gematigde lentes en herfsten, die echter een belangrijk spoor van hun jaargetijde in het landschap achterlaten, zowel in het bladvormingsstadium als in de hoeveelheid van de verschillende boomsoorten.

Winter in Fuentelviejo.

De klimatologische diversiteit van de provincie Guadalajara, gelegen in een overgangszone tussen Atlantisch en mediterraan Spanje, bevordert de ontwikkeling van zeer verschillende plantengemeenschappen (steeneik, jeneverbes, den, eik en beuk) die rijke en gevarieerde ecosystemen vormen.

Sommige gemeenten in de provincie Guadalajara, zoals Molina de Aragón, worden gepubliceerd als de steden met de koudste winters in Spanje. Op 28 januari 1952 bedroeg de temperatuur in deze gemeente -28,2º C.

Neerslag

Er valt hier iets minder neerslag als in Nederland of België, het grote verschil zit hem echter in de seizoensgebonden spreiding van de neerslag, deze wordt bepaald door het reliëf; de meeste neerslag valt in de bergachtige gebieden van het Sistema Ibérico, tussen 700 en 900 mm per jaar, en in de bovenloop van de Jarama en de Sorbe, in de Sierra de Ayllón, met meer dan 800 mm.

Er zijn drie gebieden met minder dan 600 mm neerslag:

•  Het westelijke deel, dat de valleien van de Henares, de Tajuña en het zuiden van de vallei van de Tajo omvat.
•  Het oostelijke deel, in de richting van de Jiloca depressie, in het stroomgebied van de Piedra rivier.
•  Het noordelijke gebied, in de paramo van Sigüenza, op de grens met de Altos de Barahona en Radona.

Deze gebieden omvatten een groot deel van de Alcarrias van Brihuega en de zuidelijke Alcarrias van Mondéjar en Pastrana.

Tenslotte zijn er gebieden met minder dan 500 mm neerslag, die in het bovenstaande zijn opgenomen:

•  Het lager gelegen stroomgebied van de Henares.
•  De Alcarria van Mondéjar.
•  Het zuiden van de Taagvallei in het westen van de provincie.
•  De regio aan de lijzijde van het veengebied van Molina, waarin zich een gebied met minder dan 400 mm neerslag bevindt, grenzend aan de provincies Zaragoza en Teruel, in het endorëische bekken van Gallocanta.

Flora

De geografische ruimte van de provincie Guadalajara vertoont een grote verscheidenheid aan plantenlandschappen, het resultaat van de combinatie van ecologische en antropogene factoren.

Het provinciale grondgebied beslaat 1.219.040 hectare, waarvan 24,7% bebost is, met 145.585 hectare naaldbomen en 155.775 hectare loofbomen.

Binnen de loofhoutmassa’s en de vervangende struwelen kunnen de volgende formaties worden onderscheiden:

  • Bosjes van steeneiken (Quercus rotundifolia): de steeneik beslaat het hele provinciale grondgebied met 63.480 hectare, met uitzondering van bepaalde enclaves op grotere hoogte. Op sommige plaatsen heeft het steeneikenbos zijn natuurlijke ruimte afgestaan aan regengewassen of herbebossing met dennenbomen. Het vormt boomformaties vergezeld van struiken zoals rozemarijn, cistus (jara), tijm, Franse lavendel, spijklavendel en salie.
  • Portugese-eikenbossen (Quercus faginea): afwisselend met steeneik- en jeneverbesbossen (Sabinares) heeft de provincie een groot areaal aan Portugese-eikenbossen, 40.387 hectare, voornamelijk in gebieden tussen 800 en 1.200 meter boven zeeniveau. Ze worden vergezeld door lijsterbes en doornige struikgewassen.
  • Pyreneese eik (Quercus pyrenaica): de Pyreneese-eiken beslaan een kleiner gebied en zijn grotendeels sterk gemodificeerd en aangetast. Zij komen vooral voor in het Ayllón-massief en in de aangrenzende bergketens van de provincie. De Pyreneese-eik wordt gewoonlijk vergezeld door hulst, lijsterbes en, op de open plekken in de bossen, door heide en Cistus ladanifer (rotsroos).
  • Beukenbos (Fagus Sylvatica): de beukenbossen zijn beperkt tot de Sierra de Ayllón, hoofdzakelijk in het beukenbos Tejera Negra, dat volledig beschermd is.

Zicht op een gemengd bos van steeneiken (Quercus rotundifolia), Portugese eiken (Quercus faginea) en Asphodelus ramosus in Torrecuadrada de los Valles.

Pyreneese eik (Quercus pyrenaica) in de Sierra Norte. 

Besneeuwde dennenbossen in de omgeving van het Alto Rey gebergte.

Deze formaties kunnen worden onderscheiden tussen de naaldmassa’s:

  • Dennenbossen : deze nemen een groot deel van de provincie in, het resultaat van een intensief herbebossingsbeleid dat herhaaldelijk heeft geleid tot de vervanging van loofbossen. Er zijn talrijke dennensoorten, waarvan de meest voorkomende de pino laricio (Pinus nigra) is, die overheerst in het noordwesten van de provincie. Op de tweede plaats komt de pino resinero (Pinus pinaster) die vooral voorkomt in de bergachtige gebieden van Molina de Aragón. De pino silvestre (Pinus sylvestris) strekt zich uit over het noordwesten en het zuidoosten van de provincie, terwijl de pino carrasco (Pinus halepensis) geïsoleerde gebieden heeft in het zuiden van de provincie.
  • Sabinares: de Juniperus thurifera, dat is het echte bos van de hoogvlakten van Guadalajara. Het komt voor op de vlakke plateaus (100-1400 m) en op de hellingen die aan de strengste klimatologische omstandigheden zijn blootgesteld. In de gemeente Torremocha del Pinar bevindt zich een prachtig bewaard jeneverbesbos (sabinar), en in meer kwetsbare omstandigheden is er ook een jeneverbesbos in Tamajón.

Naast deze beboste formaties herbergen de oevers van de talrijke rivieren die de provincie doorkruisen, belangrijke boomsoorten zoals essen, olmen, elzen en berken, die groeien naast riet en biezen (riviervegetatie).

Fauna

Gezien de verscheidenheid van de ecosystemen in de provincie Guadalajara, is de fauna die er leeft echt interessant en polymorf. In de vochtige gebieden, in de rivieren en hun oevers, in de berggebieden, in de Atlantische en mediterrane bossen, in de naaldbossen, in de páramos- en steppegebieden of in de ondergrondse ecosystemen die in de provincie Guadalajara voorkomen, komen verschillende diersoorten voor, waaronder de volgende:

•  Klimmende zoogdieren: wilde kat, genetkat, marter, das, bunzing, wezel en vos. Een marterachtige zoals de otter broedt gewoonlijk in de wildste en meest ontoegankelijke stukken van rivieren zoals de Tajo, de Sorbe, de Jarama en de Dulce, onder andere.

•  Zoogdieren van belang voor de jacht: particuliere reservaten, landgoederen voor intensieve jacht, sociale reservaten en gecontroleerde jachtgebieden regelen en maken de beoefening van de jacht mogelijk in bijna alle gemeenten van de provincie.

•  Groot wild: everzwijnen (in groepen verdeeld over heel de provincie), reeën (vooral overvloedig in het nationale jachtreservaat Sonsaz, in het noordwesten van de provincie), edelherten (vooral aanwezig in het zuidoosten van de provincie, in of bij het jachtreservaat Montes Universales).

•  Klein wild: Overvloedig in de hele provincie, met een bijzondere aanwezigheid van konijnen en hazen, patrijzen, kwartels, duiven en tortelduiven, alsook watervogels zoals wilde eenden en krakeenden, krooneenden, slobeenden, tafeleenden, kuifeenden en meerkoeten.

•  Ichthyofauna (groep van vissen speciaal in dit gebied): de overvloed aan rivierlopen (meer dan 1000 kilometer bevisbare rivieren) en de opeenvolging van kunstmatige stuwmeren en natuurlijke lagunes in de provincie zorgen voor een uitgebreide, rijke en gevarieerde ichthyofauna, waaronder inheemse zalmachtigen zoals de gewone forel en inheemse soorten zoals de regenboogforel en cyprinidae zoals de barbeel, de Pseudochondrostoma polylepis, de zeelt en de cachuelo (kopvoorn Leuciscus cephalus pyrenaicus (Giinther) komt voor in het gebied van het Pyrenese schiereiland). In de stuwmeren van Entrepeñas, Buendía en Bolarque bevinden zich ideale habitats voor vissoorten zoals snoek, forelbaars en karper. Intensieve, experimentele en gecontroleerde visserijreservaten, die rechtstreeks door de overheid of in samenwerking met visserijverenigingen worden beheerd, bevinden zich in riviergedeelten zoals de Tajo, Gallo, Jarama, Sorbe, Tajuña, Dulce, Henares en Cifuentes.

•  Beschermde watervogels: frequent in de wetlands van de provincie, maar met een opvallende aanwezigheid in het stuwmeer van Almoguera, dat tot “gecontroleerd jachtgebied” is verklaard: futen, dikbekfuten, blauwe reigers en purperreigers, bruine kiekendieven en grauwe kiekendieven, kleine karekiet of baardmannetjes. In de lagunes van Puebla de Beleña (noordwesten), evenals in andere in het oosten van de provincie gelegen lagunes, zijn vogels zoals de kraanvogel geconcentreerd tijdens hun ‘huwelijkse’ trektocht. De hop, bijeneters, oriolussen en ijsvogels maken ook deel uit van het vogelleven in Guadalajara. Andere waadvogels, zoals de ooievaar, nestelen in kerken, hoge gebouwen of bosjes in de provincie.

Vale gier in de Salado rivier canyon, bij Santamera.

•  Roofvogels: In de provincie komen bijna alle Iberische soorten voor, sedentair of overwinterend, zowel dag- als nachtvogels, die alle strikt beschermd zijn: vale gieren (overvloedig aanwezig in de Alto Tajo en in de ravijnen van de rivieren Dulce en Salado), aasgier, steenarenden en havikarenden, slechtvalken, torenvalken, slangenarenden en dwergarenden, buizerds, havikken, sperwers, valken, oehoes, bosuilen, steenuilen, dwerguilen en kerkuilen.


De bovenloop van de Taag in de omgeving van Poveda de la Sierra.

Tejera Negra beukenbos, in de Sierra Norte de Guadalajara.

Uitzicht op het ravijn van de Dulce rivier.

Uitzicht op de Tetas de Viana.

Lagunes van Puebla de Beleña.

Beschermde natuurgebieden

Binnen deze beschermde natuurgebieden bevinden zich:

Natuurparken

  • Alto Tajo
  • Barranco del Río Dulce
  • Sierra Norte de Gaudalajara

Natuurreservaten

  • Lagunes de Puebla de Beleña
  • Reserva Natural del Macizo del pico del Lobo – Cebollera

Microreservaten

  • Cerros Margosos de Pastrana y Yebra
  • Cerros volcánicos de la Miñosa
  • Cueva de la Canaleja
  • Prados húmedos de Torremocha del Pinar
  • Saladares de la cuenca del río Salado

Natuurmonumenten

  • Cueva de la Canaleja
  • Sierra de calderreros
  • Microrreserva de sierra de Pela y Laguna de Somolinos
  • Tetas de Viana

Rivierreservaten

  • Río Pelagallinas
  • Sotos del río Tajo

Andere gebieden van het Natuura 2000-netwerk

Daarnaast zijn er nog andere gebieden die deel uitmaken van het Natura 2000-netwerk

Lugares de Importancia Comunitaria (LIC) (Gebieden van communautair belang)

  • Cerros Volcánicos de Cañamares
  • Laderas Yesosas de Tendila
  • Montes de Picaza
  • Quejigales de Barriopedro y Brihuega
  • Rañas de Matarrubia, Vilaseca y Casas de Uceda
  • Riberas de Valfermoso de Tajuña y Brihuega
  • Riberas del Henares
  • Sabinares rastreros de Alustante-Tordesilos
  • Sierra de Pela
  • Valle del Río Cañamares
  • Valle del Tajuña en Tarrecuadrada

Zonas de Especial Protección para las Avaves (ZEPA) (Speciale beschermingszone voor vogels)

  • Estepa cerealistas de la Campiña

LIC en ZEPA

  • Parameras de Maranchón, Hoz de Mesa y Aragoncillo
  • Serranía de Cuenca
  • Sierra de Altomira
  • Sierra de Ayllón
  • Valle y salinas del Salado

Symbolen


Het wapen

Het wapenschild van de provincie Guadalajara is samengesteld uit de wapens van de hoofden van de negen historische gerechtelijke arrondissementen van de provincie: Atienza, Brihuega, Cifuentes, Cogolludo, Guadalajara, Molina de Aragón, Pastrana, Sacedón en Sigüenza (de provincie telt op dit moment slechts drie gerechtelijke arrondissementen, Guadalajara, Molina de Aragón en Sigúenza).

De vlag

De vlag van de provincie is een paars doek in de verhouding 2:3 met in het midden het provinciewapen opgeladen.

Geschiedenis


Achtergrond

De provincie Guadalajara in 1590 volgens de Cortes van Castilla.

De oudste archeologische overblijfselen die in de provincie zijn gevonden, dateren uit de Mousterische periode (125.000 tot 40.000 jaar geleden) van de steentijd (Cueva de los Casares). Later werd het bezet door de Visigoten (die Recópolis stichtten), de Moslims (van wie de kastelen van Molina en Zorita bewaard zijn gebleven) en tenslotte werd het heroverd door Christenen. Guadalajara bereikte zijn maximale pracht met de Mendoza familie (Casa de Mendoza) in de 14e eeuw. Aan het einde van de 18e eeuw werd het een van de zestien provincies van Castilla.

Territoriale organisatie


De provincie Guadalajara telt 288 gemeentes waarvan hier de 20 grootste.

Guadalajara De 20 grootste gemeenten van de provincie Guadalajara El Casar
Plaatsnaam aant. inw.   Plaatsnaam aant. inw.
Guadalajara
Azuqueca de Henares
Alovera
El Casar
Cabanillas del Campo
Marchamalo
Villanueva de la Torre
Torrejón del Rey
Sigüenza
Yunquera de Henares
84.910
34.685
12.570
11.812
10.123
7.229
6.558
5.300
4.365
3.937
Pioz
Yebes
Chiloeches
Molina de Aragón
Mondéjar
Uceda
Horche
Galápagos
Brihuega
Fontanar
3.770
3.518
3.508
3.295
2.637
2.573
2.538
2.416
2.399
2.364
Azuqueca de Henares Gabanillas del Campo
Alovera Machamalo
bron: INE 2018

De comarcas van de provincie zijn:

Demografie


Feest in het dorp Huetos.

Het grootste deel van de bevolking is geconcentreerd in de hoofdstad, Guadalajara, en de onmiddellijke omgeving daarvan, die wordt beïnvloed door het grootstedelijk gebied Madrid. De gebieden van de Serranía de Guadalajara of de Señorío de Molina-Alto Tajo hebben echter een zeer lage bevolkingsdichtheid. In feite hebben 224 gemeenten (INE 2018) van de 288 in de provincie (77,8%) minder dan 200 inwoners, en slechts 8 die meer dan 5000 inwoners hebben.

Wat de bevolkingsgroei per gemeente betreft, is er een voortdurend verlies van bevolking uit de minder dicht bevolkte gebieden ten gunste van de hoofdstad en het gebied dat het dichtst bij Madrid ligt, waardoor de situatie van ontvolking waaronder deze regio’s te lijden hebben, nog wordt verergerd.

Artistiek-historisch erfgoed


Palacio del Infantado van Guadalajara.

  • Castillo de Sigüenza (castillo = kasteel)
  • Castillo de Molina de Aragón
  • Castillo de Torija
  • Castillo de Atienza
  • Castillo de Jadraque
  • Castillo de Riba de Santiuste
  • Castillo de Zafra
  • Castillo y murallas de Palazuelos
  • Castillo de Pioz
  • Castillo de Galve de Sobre
  • Palacio del Infanatado, in Guadalajara (palacio = paleis)
  • Palacio de Antonio de Mendoza, in Guadalajara
  • Palacio Ducal de Pastrana
  • Palacio Ducal de Cogolludo
  • Catedral de Sigüenza (catedral = kathedraal)
  • Concatedral de Guadalajara (concatedral = cokathedraal)
  • Cueva de los Casares in La Riba de Saelices (cueva = grot)
  • Yacimiento de Recópolis (Yacimiento, is in dit geval een archeologische vindplaats
  • Monasterio de Monsalud (monasterio = klooster)
  • Monasterio de Bonaval
  • Monasterio de Lupiana


Palacio Ducal van Cogolludo.

Het kasteel van Molina de Aragón.

Kathedraal van Sigüenza.


Verwant aan dit onderwerp:

Naar boven
Spaanse Verhalen. spaanseverhalen.com
Laatst bijgewerkt 2021-05-14

Bronvermelding en referenties:
De veelal buitenlandse teksten van wikipedia zijn beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen. Ik heb deze teksten vertaald, gemengd, en vaak aangevuld met eigen kennis en ervaring, opgedaan in de periode dat ik in Spanje woon, en aan deze artikelen werk.
Er kunnen ook andere bronvermeldingen zijn opgenomen, dat kunnen zaken zijn die ik, tijdens het onderzoek naar de artikelen, gelezen heb en in deze teksten verwerkt heb.

{{Anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Provincia de Guadalajara|paginacode=133091507| datum=20210612}}
{{Anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Musteriense|paginacode=135151285| datum=20210615}}
{{Nederlandse Wikipedia|taal=nl|titel=Guadalajara (provincie)|paginacode=47107966| datum=20210612}}
{{Bronvermelding: Website “dos a la deriva”|https://dosaladeriva.com/que-ver-guadalajara-espana-pueblos-bonitos/| datum=20210612}}
{{Bronvermelding: Website “Monumentale bomen.com”|https://www.monumentaltrees.com/nl/fotos-juniperusthurifera/| datum=20210612}}| datum=20210614}}
{{Bronvermelding: Website “Vissen”|http://www.wedkarstwo-forum.pl/nl/klen/}}| datum=20210615}}

De foto’s zijn gelicenseerd onder  Wikimedia Creative Commons: CC BY 1.0 , CC BY 2.0 , CC BY 2.5 , CC BY-SA 2.0 , CC BY-SA 2.5, CC BY-SA 3.0 , CC BY-SA 4.0 , GNU-licentie voor vrije documentatie of Publiek Domein
Coralma*, is eigen werk dat u terug kunt vinden als een CC BY-SA 4.0 file in Wikipedia Commons, waarmee ik aangegeven heb dat u vrij bent het werk te kopiëren, te verspreiden, te verzenden en om het werk aan te passen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.