Guadiana

Guadiana

Iberisch schiereiland

De Guadiana is een rivier in het zuidwesten van het Iberisch schiereiland. De rivier ontspringt in het zuidelijke deel van de Submeseta (Castilla-La Mancha) en stroomt in oost-westelijke richting tot aan de stad Badajoz, waar zij in zuidelijke richting stroomt tot aan de Atlantische Oceaan, op de grens van het Portugese Algarve en het Spaanse Andalucía, waar zij een gemiddeld debiet van 78,8 m³/s heeft. In de benedenloop fungeert de rivier, die door Spanje en Portugal stroomt, op vele trajecten als grens tussen de twee landen.

Wat u interesseert:

De Guadiana is voor de scheepvaart bevaarbaar vanaf Mértola in Portugal. De rivier wordt gevoed door een groot aantal kleine riviertjes die in de zomer veelal droogstaan, wat te maken heeft met het gebrek aan regen in dit gebied en de grote hitte die er in de zomer heerst, in Amareleja (Portugal) noteerde men in 2003 meer dan 40 °C gedurende 17 opeenvolgende dagen, met een absoluut maximum van 48,5 °C begin augustus. Samen met het dal van de Guadalquivir is het zelfs het heetste gebied van Europa. Ondanks de droogte is het ook een van de meest ongerepte en rijkste delen van het Iberisch Schiereiland en is er van Badajoz tot aan de monding bij Vila Real de Santo António en Ayamonte sprake van een vrijwel aaneengesloten en uniek natuurgebied.

Geografische ligging
Stroomgebied Guadiana
Bron Lagunas de Ruidera
Monding Atlantische oceaan
(Villa Real-Ayamonte)
Administratieve locatie
Land Spanje en Portugal
Regio’s Castilla-La Mancha, Extremadura, Andalucia
Alentejo y Algarve
   
Watermassa
Zijrivieren (rechts)
Zijrivieren (links)
Záncara, Gigüela, Bullaque
Guadiana Alto, Azuer, Jabalón, Zújar, Matachel, Ardila, Chanza
Lengte Guadiana Viejo;  76 km
Guadiana;  742 km
Opp. v/h stroomgebied 67.733 km²
Gemiddeld debiet Spaanse deel  26 m³/s
Portugese deel  78 m³/s
(inclusief het grensgedeelte)
Hoogte Bron: 608 m.b.z.
Monding: 0 m.b.z.

Hier passeert de Guadiana de oude romaanse brug van Ajuda.

Algemene zaken


De Guadiana  is de op drie na grootste rivier van het Iberisch Schiereiland, na de Tajo (Taag), de Duero en de Ebro.

De Guadiana heeft een totale lengte van 744 km, waarvan 502 km op Spaans grondgebied ligt, 140 km op Portugees grondgebied en 100 km in het grensgebied. Het stroomgebied van de rivier beslaat 67.733 km², waarvan 81,9% in Spanje (55.513 km²) en 17,1% in Portugal (11.620 km²) ligt.

De rivier de Guadiana bij Pomarao (Portugal), daar waar het voor de tweede maal de grens gaat vormen met Spanje.

Een van de vele bronnen, waaraan het zijn naam ontleent, bevindt zich in de Spaanse provincie Ciudad Real, in de bron van Ojos del Guadiana, gelegen in de gemeente Villarrubia de los Ojos, op een hoogte van 608 m boven de zeespiegel. Een van de rivieren aan de bovenloop is de Guadiana Viejo, toponymisch en traditioneel aangeduid als het bovenloopstuk van de Guadiana. Hoewel dit in hydrografisch opzicht niet het geval is (in hydrologisch opzicht wel), wordt de loop van deze stroom gewoonlijk gerekend tot de totale lengte van de Guadiana. Dat wil zeggen van Viveros, waar de Guadiana Viejo ontspringt, tot Argamasilla de Alba, waar de bovenloop verdwijnt door infiltratie in de ondergrond.

In Spanje loopt de rivier door drie autonome gemeenschappen (Castilla-La Mancha, Extremadura en Andalucía), door de provincies Ciudad Real, Badajoz en Huelva, waaraan Albacete moet worden toegevoegd, als men het eerste deel van de Guadiana Alto in aanmerking neemt. In Portugal doorkruist het de traditionele regio’s Alentejo en Algarve, waar de districten Portalegre, Évora, Beja en Faro zijn geïntegreerd. De belangrijkste steden waar het traject doorheen loopt zijn de Spaanse steden Mérida en Badajoz, in de comunidad autónoma Extremadura. De rivier stroomt ook door de gemeente Ciudad Real, maar zonder het centrum van deze Spaanse hoofdstad binnen te gaan, komt zij wel door de oude middeleeuwse hoofdstad Alarcos, tegenwoordig een archeologisch park van groot historisch belang. In haar benedenloop, op Portugese bodem, vormt de Guadiana wat beschouwd wordt als het grootste stuwmeer van Europa, de Alqueva, die een oppervlakte van 250 km² beslaat en een opslagcapaciteit van 4150 hm³ heeft. De rivier mondt uit in de Golf van Cadiz, tussen Ayamonte en Vila Real de Santo António, en vormt daar een estuarium met een bijbehorende moeraszone. De rivier is bevaarbaar in zijn benedenloop, over een lengte van ongeveer 70 km.

Het heeft zijn naam gegeven aan de oorsprongsbenaming, de zogenaamde Denominación de Origen (D.O.) Denominación de Origen (51), die de wijnproductie omvat van de Extremadura regio’s Tierra de Barros, Montánchez, Ribera Alta, Ribera Baja, Matanegra en Cañamero.

Hydronymie


De Guadiana dankt haar naam aan de voortdurende wisseling van beschavingen over het gebied van het Iberisch schiereiland. Voor de Romeinen was het de rivier “Ana” (Flumen Anas ‘rivier van de eenden’). De moslims vervingen het Latijnse woord “rivier” (flumen) door het verwante woord “vallei” in het Arabisch: وادي wādi, waardoor de naam ontstond zoals hij nu bekend is, Guadi-ana. Tijdens de Romeinse overheersing scheidde deze rivier de provincies Baetica en Lusitana. Plinius de Oudere, de Latijnse natuuronderzoeker, vernoemd de Flumen Anas in zijn werk Natural History.

De bron

Er bestaat geen algemene overeenstemming over het exacte punt waar de Guadiana ontspringt.

De historische meningsverschillen over de oorsprong van de Guadiana zijn nu opgelost door niet uit te gaan van een specifiek punt van oorsprong, maar van een bovenloop die bestaat uit de samenvloeiing van verschillende rivieren, beken en grondwaterlagen. Hiertoe behoren de rivieren Gigüela, Záncara en Guadiana Alto of Guadiana Viejo, alsmede Aquifer 23 of La Mancha Occidental.

Waterval in de Santos Morcillo lagune van de overloop van de Salvadora lagune. Deze behoren ook tot samenvloeiing van waaruit de Guadiana ontstaat.

De klassieke theorie, en tegelijkertijd de meest betwistbare, komt van Plinius de Oudere. Zijn hypothese was dat de rivier ontsprong in de lagunes van Ruidera en dat zij verdeeld was in twee grote delen, de Guadiana Alto of Guadiana Viejo en de Guadiana zelf, van elkaar gescheiden door een ondergronds kanaal.

Er is echter geen sprake van een ondergrondse waterloop en het lijkt ook niet zeker dat de Lagunas de Ruidera het beginpunt van de Guadiana zijn. Vanuit hydrogeologisch oogpunt is het ook betwistbaar om de Guadiana Alto als het bovenloopgebied van de Guadiana aan te merken.

De legende van een rivier die verdwijnt en weer verschijnt, heeft stand gehouden tot in de jaren ’70 van de vorige eeuw. Het wordt zelfs als referentie gebruikt in bepaalde artikelen en handboeken, en ook in de volkstraditie (zoals in de uitdrukking “ser como el Guadiana“, die wordt gebruikt wanneer iets met onregelmatige tussenpozen gebeurt of wanneer iemand of iets verdwijnt en weer verschijnt zonder waarschuwing).

Waterval van de Santos Morcillo lagune naar het Laguna de Batana (Albacete).

De rivieren Gigüela en Záncara

In de bestaande verwarring over de oorsprong van de Guadiana wordt onder meer voorgesteld de oorsprong te lokaliseren bij de samenvloeiing van de Gigüela met haar belangrijkste zijrivier, de Záncara, die zich in de buurt van de Ojos del Guadiana bevindt. Beide stromingen worden thans beschouwd als een integrerend deel van de bovenloop van deze rivier – bepalend voor haar formatie als loop – maar niet als haar precieze bron.

De Gigüela ontspringt in de Altos de Cabrejas, die deel uitmaken van het Sistema Ibérico, op een hoogte van 1150 m, in de provincie Cuenca. Het is 225 km lang en wordt gevoed door de rivieren Jualón, Torrejón, Riánsares, Amarguillo en Záncara, waarvan de laatste uit de omgeving van het Altomira-gebergte komt. Deze kenmerken zijn de reden waarom veel hydrologen zich momenteel herbezinnen over de vraag of de Gigüela als de ware erfgenaam van de bakermat van de Guadiana moet worden beschouwd.

De verbinding van de Gigüela met de Záncara voorziet in de watervoorziening van de Tablas de Daimiel, een groep wetlands die in 1973 tot nationaal park is uitgeroepen en gelegen is in de gemeenten Villarrubia de los Ojos en Daimiel, in de provincie Ciudad Real. Beide rivieren stromen in noord-zuid richting en hebben een zeer onregelmatig hydrologisch regime, dat duidelijk afhankelijk is van neerslagvariaties. Ze stromen door weinig doorlatend land, dat voornamelijk bestaat uit klei en leem, wat de duurzaamheid van de loop ten goede komt. De overexploitatie door de landbouw waaraan zij de laatste tijd zijn blootgesteld, heeft hun stroom echter ernstig verzwakt.

De rivier Guadiana Alto

De bron

De Guadiana Alto of Guadiana Viejo is de stroom die aanleiding geeft tot de legende van de verdwijning en wederverschijning van de rivier. Zoals het geval is met de Guadiana zelf, bestaat er geen volledige overeenstemming over de oorsprong ervan. Van oudsher gaat men ervan uit dat het water uit de lagunes van Ruidera stroomt, vanwaar het door de ondergrond sijpelt, om na een onderaardse route weer geboren te worden in de zogenaamde Ojos del Guadiana.

In werkelijkheid ontspringt deze rivier veel eerder, namelijk op de hoogvlakte van de Campos de Montiel, uit de samenvloeiing van verschillende ondergrondse wateren, waaruit de bronnen van Pinilla ontspringen. Haar precieze bron is de Fuente del Ojuelo, ten noorden van Viveros (Albacete), waar zij bekend staat als de Rio Pinilla. En het stijgt nog veel hoger, in de lagunes van Navalcudia (gemeente El Bonillo), waar zich de bronnen van de beek Alarconcillo bevinden, wanneer er voldoende regen valt.

De Guadiana Alto heeft een totale lengte van ongeveer 76 km en loopt in zuidoost-noordwestelijke richting. Vanaf de middenloop wordt het bekken gevormd door zeer doorlaatbare kalksteenafzettingen, afkomstig uit het Tertiair, die op een ondoorlaatbare kleilaag rusten. Deze materialen veroorzaken de infiltratie van zijn stroom, die, samen met het verschijnsel van de verdamping, uiteindelijk leidt tot de verdwijning van zijn oppervlaktestroom.

Lagunes de Ruidera

Uitzicht over de Lagunas de Ruidera.

Ongeveer 30 km van de bron bereikt de Guadiana Alto, met de naam Pinilla, de zogenaamde Laguna Blanca, gelegen op een hoogte van 895 meter. Het is het eerste van de vijftien kleine meren die samen de zogenaamde Ruidera-lagunes vormen, die, over een lengte van ongeveer 25 km, als natuurlijke stuwdammen, elkaar opvolgen.

Dit gebied is wettelijk beschermd als het Parque Natural de las Lagunas de Ruidera (natuurpark van de Lagunas de Ruidera), dat is verdeeld ligt over de provincies Ciudad Real en Albacete. De lagunes, van karstachtige oorsprong, zijn ontstaan toen het gefilterde water stagneerde en de kalksteen die de watervoerende lagen bedekte, oploste, waardoor het opgehoopte water in de open lucht bleef staan.

Voorbij de eerste lagune stroomt het over en wordt de rivier breder dat dan een moerassig gebied vormt dat bekend staat als Lagunazo del Guadiana. Vervolgens bereikt het de lagune van Conceja en na de doortocht ervan stagneert het in de lagunes van Tomilla, Tinaja, San Pedro, Redondilla, Lengua, Salvadora, Santos Morcillo, Batanera en Colgada, die zich op verschillende niveaus bevinden. De rivier doorkruist ze door middel van watervallen van twee tot negen meter hoogte.

De Laguna del Rey is de volgende lagune die de rivier doorkruist en de lagune met de hoogste waterval: zo’n 24 meter op de plek die bekend staat als El Hundimiento. Het water wordt weer vastgehouden in de lagunes van Cueva Morenilla, Coladilla en, tenslotte, Cenagosa, waar de Guadiana Alto is afgedaald tot een hoogte van 760 m boven de zeespiegel.

Acuifero 23 of La Mancha Occidental

Ojos de Guadiana. Water in Zuacorta.

De lagunes de Ruidera monden uit in een kanaal bij het dorp Ruidera. Dit zou het exacte punt zijn waar volgens de overlevering de Guadiana ontspringt, hoewel dit moet worden beschouwd als een voortzetting van de natuurlijke loop van de bovenloop van de Guadiana, na de lagunes te hebben doorkruist. Zoals gezegd is de bovenloop van de Guadiana slechts een van de vele rivieren, beken en watervoerende lagen aan de bovenloop van de Guadiana, waarvan de samenvloeiing er uiteindelijk voor zorgt dat de Guadiana zijn vorm krijgt.

Dit afwateringskanaal wordt voor landbouwdoeleinden gebruikt via het kanaal Gran Prior, dat wordt gereguleerd door het stuwmeer van Peñarroya. De kunstmatige omleiding van water, de doorlaatbaarheid van de bodem en de verdamping verzwakken geleidelijk de stroming van de Guadiana Alto, die binnen de gemeente Argamasilla de Alba een moerassig gebied vormt dat wordt bevolkt door riet en biesstruiken.

Op de plaats die bekend staat als Molino de la Membrillera, in de eerder genoemde plaats, verdwijnt de rivier volledig van de oppervlakte. Het gefilterde water stroomt in een natuurlijk ondergronds reservoir dat bekend staat als Aquifer 23 of La Mancha Occidental. Deze waterhoudende grondlaag, met een oppervlakte van ongeveer 5000 km², strekt zich uit over 80 % van de provincie Ciudad Real en de overige 20 % over de provincies Albacete en Cuenca.

Een van de natuurlijke afvoerkanalen is de Ojos del Guadiana, waar volgens de overlevering de Guadiana Alto weer aan de oppervlakte verschijnt, in de buurt van Villarrubia de los Ojos. Tussen de verdwijning aan de oppervlakte van de Guadiana Alto en de Ojos del Guadiana ligt een afstand van ongeveer 35 km, een afstand die de rivier volgens de legende zou hebben afgelegd via een ondergronds kanaal. De Ojos del Guadiana is eigenlijk een lozingsbron. Het is een typische Vauclusiaanse opstuwing of bron (zie Fontaine de Vaucluse), die ontstaat wanneer de ondoordringbare binnenlaag waarop de bovengenoemde watervoerende laag ligt, zich een weg naar buiten baant. Er is dus geen sprake van een ondergrondse waterloop, maar veeleer van een ondergronds reservoir van water dat afkomstig is van de verliezen van talrijke andere stromen, niet alleen van de Guadiana Alto. Deze bron bevindt zich op een hoogte van 608 m boven de zeespiegel. Ten gevolge van intensieve landbouwexploitatie stond deze bron vanaf het einde van de jaren 80 gedurende vele jaren droog, zodat de bewering dat dit niet langer een van de bronnen van de Guadiana is, niet langer opgaat. Deze bron is opnieuw actief en voegt zich bij de bron die zich kilometers verder stroomafwaarts in de gemeente Daimiel bevindt.

De loop van de rivier


De bovenloop

De bron van Ojos del Guadiana, in de gemeente Villarrubia de los Ojos, is, hydrogeologisch gezien, het punt waar de Guadiana zich als rivier vormt.

De Guadiana in de buurt van Poblete.

De bijdragen uit de watervoerende laag van de Acuifero de La Mancha Occidental worden geraamd op 2,1 m³/s. Bij dit brondebiet komt nog de bijdrage van de rivier Gigüela, die, na eerst de Záncara te hebben ontvangen, rechts met 10,6 m³/s aankomt, ter hoogte van het Parque National de las Tablas de Daimiel.

Eenmaal voorbij dit natuurgebied wordt de Guadiana vastgehouden in twee kleine stuwmeren, Puente Navarro en dat van Vicario. Zij komt de gemeente Ciudad Real binnen, waar zij naar het zuiden loopt en vervolgens naar het noordwesten afbuigt, kort na de monding van de Jabalón, die zich aan de linkerkant bij haar voegt.

Het debiet ervan neemt nog toe met de inbreng van de Bullaque, een van zijn belangrijkste zijrivieren, die naar rechts afvloeit, in de buurt van de stad Luciana. De rivier verlaat het Parque National de Cabañeros in het noorden en vormt, merkbaar verbreed, verschillende meanders naarmate zij door de gemeente Puebla de Don Rodrigo loopt.

De middenloop

De rivier verlaat de autonome regio Castilla-La Mancha aan het uiteinde van het stuwmeer van Cíjara, dat zich stroomafwaarts uitstrekt door de provincie Badajoz, met een oppervlakte van 6565 hectare. Dit reservoir, dat in 1956 in gebruik is genomen, heeft een opslagcapaciteit van 1505 hm³. Villarta de los Montes en Helechosa de los Montes zijn enkele van de gemeenten die van water voorzien worden door deze rivier, in het hart van de regio La Siberia. Het is een van de belangrijkste infrastructuren van het zogenaamde Plan van Badajoz, een geheel van acties dat tot doel heeft de landbouw- en veeteeltsector in de provincie Badajoz te stimuleren door gebruik te maken van het water van het stroomgebied van de Guadiana. Na het stuwmeer te hebben gevuld, keert de rivier zich naar het zuidwesten en wordt zij opnieuw gereguleerd in twee nieuwe stuwmeren. Het stuwmeer van García de Sola beslaat een oppervlakte van 3550 hectare en het stuwmeer van Orellana, dat zijn naam ontleent aan het dorp Orellana la Vieja in Badajoz, een totale oppervlakte van 5084 hectare. De rivier Guadalupe, een rechter zijrivier van de Guadiana, draagt ook bij aan de eerste.

Wanneer zij door de wijk Vegas Altas van Badajoz stroomt, zet de rivier haar loop in oost-westelijke richting in. Het verlaat Villanueva de la Serena in het zuiden, in de nabijheid waarvan het links de Zújar ontvangt, en Don Benito, de twee belangrijkste steden van de voornoemde regio. Daarna stroomt ze langs de stad Medellín. Daar ontmoet het een monumentale brug uit de 17e eeuw, gebouwd op de ruïnes van twee oude bruggen, de ene Romeins en de andere middeleeuws. Hij is 430 m lang en heeft in totaal 20 bogen.

Panoramisch zicht op Medelín, met in het midden het kasteel en rechts de oude 17e eeuwse brug met 20 bogen.

Na San Pedro de Mérida, Villagonzalo en Don Álvaro te zijn gepasseerd, gaat de Guadiana in de richting van Mérida. In deze stad treft men een Romeinse brug aan, gebouwd in de 1ste eeuw v. Chr., met zestig bogen die een afstand van 792 m overbruggen. Ook kruist de rivier de Lusitania brug, het werk van de ingenieur Santiago Calatrava, voltooid in 1991.

Op de hoogte van Mérida wordt het vastgehouden in het kleine stuwmeer van Montijo. Het loopt praktisch parallel aan de A-5 (zuidwestelijke snelweg) en bevloeit, op weg naar de regio Las Vegas Bajas, de gemeente Lobón. Het verlaat de stad Talavera la Real in het zuiden en verleent zijn naam aan verschillende plaatsen die onder impuls van het Plan Badajoz zijn ontstaan, zoals Guadiana del Caudillo, Pueblonuevo del Guadiana, Villafranco del Guadiana en Novelda del Guadiana.

De rivier bij het passeren van Mérida.

Hij bereikt Badajoz, de dichtstbevolkte stad van alle steden die hij passeert. Het grenst aan de ommuring met bastions en ontvangt de Gévora aan de rechterkant. Aan de samenvloeiing van de twee rivieren staat de Cerro de la Muela, met daarboven het Alcazaba de Badajoz, van islamitische oorsprong. In deze hoofdstad bevinden zich ook twee monumentale bruggen: de Palmasbrug, gebouwd in de 15e eeuw, en de Realbrug, die in 1994 werd ingehuldigd.

De benedenloop

Bij het verlaten van Badajoz verlaat de Guadiana haar oost-west richting en buigt af naar het zuiden. De loop van de rivier wordt gebruikt om de grens tussen Spanje en Portugal af te bakenen, door de provincie Badajoz, die de rivier aan de linkerkant verlaat, en het district Portalegre, dat aan de rechterkant ligt.

Op de zuidelijke grens van de twee gebieden ligt de brug van Ayuda, die de Spaanse stad Olivenza en de Portugese stad Elvas met elkaar verbond. Het werd in 1509 gebouwd door de Portugese koning Manuel I en gedeeltelijk afgebroken in 1709, tijdens de Spaanse Successieoorlog. Vervolgens stroomt ze langs het Portugese district Évora, waar zij de grens met Spanje blijft markeren. Zij passeert de Portugese stad Juromenha en, steeds rechtlijniger in een verticale noord-zuidrichting, komt zij definitief op Portugees grondgebied terecht. De droogte van dit gebied heeft geleid tot de bouw van diverse stuwdammen ten behoeve van irrigatie, die de natuur (voornamelijk vrij zeldzame vogels) niet ten goede komt. Ondanks protesten van natuurliefhebbers en verenigingen gaat de bouw van stuwdammen door. Zo zien we dat begin 2002 het enorme stuwmeer van Alqueva nabij Moura en Reguengos ingebruik wordt genomen, dat met een oppervlakte van 250 km² wordt beschouwd als het grootste van Europa. Het stuwmeer heeft een totale lengte van 83 km en de oever omspant een lengte van 1160 km. Vlakbij liggen de steden Mourão .

De benedenloop van de rivier in de buurt van Serpa.

De Guadiana doorkruist de stuwdam van Alqueva, de stad die haar naam heeft gegeven aan de voornoemde waterbouwkundige infrastructuur, en komt in het district Beja. Bij Moura mondt de rivier aan de linkerkant uit in de rivier Ardila, die uit Spanje komt. Hij gaat weer zuidwaarts en laat de stad Serpa aan zijn linkerzijde liggen. De rivier bereikt Mértola, waar zij langs het middeleeuwse kasteel loopt, en dan van koers veranderd naar het zuidoosten, in de richting van Spanje. De rivier stoomt vervolgens door de stad Pomarão en, nadat zij de rivier de Chanza heeft bereikt, keert zij terug om wederom de Spaans-Portugese grens te markeren, waarbij zij opnieuw een verticale noord-zuid-route neemt. Dit nieuwe grensgedeelte, dat zich uitstrekt tot aan de monding, markeert de grenzen van de provincie Huelva, in Spanje, en het district Faro, in Portugal. Sanlúcar de Guadiana, in het eerste deel, en Foz de Odeleite, in het tweede deel, zijn enkele van de plaatsen waar de rivier op dit deel van haar loop doorheen stroomt.

De rivier bij het passeren van Sanlúcar de Guadiana.

Dicht bij de oceaan verlaat het rechts het natuurreservaat Sapal de Castro Marim, gelegen in de buurt van het Portugese stadje Castro Marim. Vervolgens gaat hij over de Internationale Brug van Guadiana, die in 1991 werd ingehuldigd en die de genoemde stad met Ayamonte verbindt. Twee kilometer stroomafwaarts mondt de rivier uit in de Atlantische Oceaan en vormt een kleine riviermonding met moerassige oevers, aan de oostzijde geflankeerd door alluviale eilanden. Aan de oevers liggen respectievelijk de Spaanse en Portugese steden Ayamonte en Vila Real de Santo António.

Voor de monding van de rivier loopt een deel ervan door het natuurreservaat Sapal de Castro Marim en Vila Real de Santo Antonio, waar een waterarm wordt gevormd die verschillende moerassen doet ontstaan die met elkaar in verbinding staan. Het Spaanse deel van dit wetland, dat zich uitstrekt van de Guadiana tot aan de monding van de Carreras, in de gemeente Isla Cristina (Huelva), wordt door de Spaanse overheid beschermd via de wettelijke status van Paraje Natural de las Marismas de Isla Cristina.

Hydrologisch stelsel


Vergeleken met de belangrijkste rivieren van het Iberisch schiereiland heeft de Guadiana een laag debiet. Het is de op drie na langste rivier van het Iberisch schiereiland, maar qua debiet neemt zij slechts de tiende plaats in. In tegenstelling tot de bekkens van de Ebro, de Duero en de Taag, de andere drie Iberische rivieren die langer zijn dan de Guadiana, zijn er geen relevante zijrivieren, gezien de geringe hoogte van de bergformaties die de loop van de Guadiana omgeven.

Tot aan het eerste contact met Portugees grondgebied bedraagt het gemiddelde debiet van de Guadiana 23 m³/s, een cijfer dat aanzienlijk lager ligt dan dat van de Taag, de andere grote rivier van Submeseta Sur, die 43,3 m³/s water aanvoert in haar midden- en benedenloop, met name bij het meetstation van Toledo. In de benedenloop, die ongeveer overeenkomt met het laatste derde deel van de loop, neemt het gemiddelde debiet van de rivier aanzienlijk toe, met waarden van ongeveer 78 m³/s. Toch blijft de watertoevoer ver achter bij die van de Taag, die aan de monding in Lissabon 444 m³/s in de Atlantische Oceaan loost.

De rivier tijdens de benedenloop , op de hoogte van Pomaräo.

De Guadiana wordt ook gekenmerkt door een grote inter-jaarlijkse onregelmatigheid, gekwantificeerd door een coëfficiënt van 10,5, en door een zeer uitgesproken seizoensgebondenheid. De geringe neerslag in zijn stroomgebied en de hoge zomertemperaturen die er heersen, veroorzaken grote schommelingen in zijn debiet, met grote overstromingen vooral in februari en december en sterke lage debieten in augustus. Ook de hoge verdamping in de bovenloop en de bovenloop van de Guadiana draagt daartoe bij. Volgens berekeningen aan de hand van de formule van Thornthwaite bedraagt de totale jaarlijkse verdamping in dit gebied, dat over het algemeen samenvalt met de loop van de rivier door Castilië-La Mancha, tussen 800 en 1000 mm. Het hydrologische regime van de Guadiana wordt eveneens bepaald door de geologische kenmerken van haar stroomgebied, met name aan de bovenloop en in de bovenloop, gebieden die bestaan uit zeer doorlatende bodems, die het verdwijnen van de oppervlaktestromen bevorderen door het verschijnsel infiltratie. Deze omstandigheden hebben het gebruik van het water voor landbouw- en energiedoeleinden beperkt tot praktisch de tweede helft van de 20e eeuw, toen het complex van stuwmeren en kanalen van het Plan van Badajoz werd opgezet, en in het geval van Portugal tot 1997, met de ingebruikneming van het stuwmeer van Alqueva.

De Guadiana, net na de stuwdam van het Alqueva-stuwmeer, nabij de gelijknamige Portugese stad.

Bij al deze factoren komt nog de intensieve exploitatie van de grondwaterlagen van La Mancha in de afgelopen jaren, waardoor het hydrologische regime van de rivier zodanig is beïnvloed dat de bron is verplaatst tot voorbij de bron van Ojos del Guadiana, die wordt beschouwd als het beginpunt van de rivier.

Internationale brug over de Guadiana, die Castro Marim en Ayamonte verbindt, gezien vanaf de Portugese kant.

Sinds het einde van de jaren ’80 van de vorige eeuw vormt de rivier geen doorlopende stroom meer in dit gebied, deze wordt bij de stuwdam van Puente Navarro, die verder stroomafwaarts van de Tablas de Daimiel ligt, onderbroken. Naar schatting zijn er in de vlakte van La Mancha ongeveer 23.000 waterputten, waarvan er vele illegaal zijn. De hydromilieuproblemen van de bovenloop en het bovenbekken van de Guadiana hebben aan het begin van de 21e eeuw een wetgevingsimpuls gekregen. De wet inzake het hydrologisch plan voor de Guadiana (B.O.E., 6 juli 2001) voorziet in de toepassing van een speciaal plan dat gericht is op “handhaving van een duurzaam gebruik van de waterhoudende grondlagen” die in het gebied bestaan, onder andere door “de reorganisatie van de watergebruiksrechten, gericht op het milieuherstel van de waterhoudende grondlagen, de goedkeuring van wijzigingen in de exploitatiewijze van bestaande putten en de concessie van grondwater in situaties van droogte”.

Het stroomgebied


Het stroomgebied van de Guadiana beslaat 67.733 km², waarvan 55.512 km² tot Spanje behoort (81,9%) en 11.620 km² tot Portugal (de resterende 17,1%).

Het stroomgebied van de Guadiana wordt begrensd door kleine bergformaties waarvan de Montes de Toledo de noordelijke grens vormen, met hoogtes van ongeveer 1400 m, terwijl de Sierra Morena, die in het zuiden ligt, hoogtes van ongeveer 1000 m bereikt. In het oosten bevinden zich enkele bergketens van het Sistema Ibérico, die hoger zijn dan 1000 m.

De gemiddelde hoogte is ongeveer 450 meter. Het hoogste punt is de top van Villuerca (1601 m), die in de Spaanse provincie Cáceres ligt.

In hydrologisch opzicht wordt het stroomgebied van de Guadiana in het noorden begrensd door het stroomgebied van de Taag en in het oosten door het stroomgebied van de Júcar. In het westen liggen de Portugese rivieren Sado en Mira, alsmede de stroomgebieden van de Algarve. In het zuiden bevindt zich het stroomgebied van de Guadalquivir, evenals het gebied dat wordt begrensd door de rivieren Tinto, Odiel en Piedras, die door de Spaanse provincie Huelva stromen.

Er lopen 186 grote rivieren en beken door het stroomgebied van de Guadiana, die een gemiddelde jaarlijkse watertoevoer van 6168 hm³ opleveren. Deze stromen lopen door terreinen die behoren tot het Alpiene orogeen, wat de stroomgebieden betreft, en tot het Hercynische gebergte, wat het traject betreft van Ciudad Real tot de monding van de rivier in de Atlantische Oceaan. Af en toe komen er Neogene afzettingen voor, zowel in de ene sectie als in de andere.

Het klimaat

De rivier stroomt door de ruïnes van de oude stad Calatrava la Vieja, in Carrión de Calatrava. Een gebied waar heel weinig neerslag valt.

Het stroomgebied van de Guadiana heeft een continentaal mediterraan klimaat, met een duidelijk afgebakend droog seizoen en grote temperatuurschommelingen. Binnen haar territoriale grenzen zijn er regionale klimaten, die de hierboven beschreven algemene tendens doorbreken.

De gemiddelde jaarlijkse neerslag bedraagt 550 mm, die ongelijkmatig is verdeeld naar gelang het gebied. De neerslagverschillen variëren van 350 mm in de vlakten van La Mancha en Campo de Calatrava tot 1000 mm in Las Villuercas, in de regio Cáceres, en het noordelijk deel van de provincie Huelva.

De gemiddelde absolute vochtigheid is 8-10 g/m³. Wat de winden betreft, overheersen de westenwinden aan de bovenloop en in het bovenste en middelste deel van het stroomgebied. In het lager gelegen gebied, hoofdzakelijk aan de kust van de provincie Huelva, waait de wind overwegend uit zuidwestelijke richting. De snelheid varieert van 15 km/u in het hoger gelegen stroomgebied tot 10 km/u in de overige gebieden. Dit is de laagste gemiddelde snelheid op het Iberisch schiereiland.

Natuurgebieden

Het stroomgebied van de Guadiana is wettelijk beschermd over een oppervlakte van 33 741 km². De meest relevante natuurgebieden zijn de nationale parken van Tablas de Daimiel en Cabañeros (beide in Castilla-La Mancha), gelegen in het Spaanse stroomgebied.

Nationaal Park Tablas de Daimiel, een waterrijk gebied dat wordt gevormd door de rivieren Gigüela en Záncara, de belangrijkste zijrivieren van de bovenloop, samen met de Guadiana Alto.

Het stroomgebied omvat ook drie natuurparken van groot milieubelang, eveneens in Spanje gelegen: Lagunas de Ruidera (Castilla-La Mancha), Cornalvo (Extremadura) en Aracena y Picos de Aroche (Andalusië). Ook het Paraje Natural de las Marismas de Isla Cristina, in de Spaanse provincie Huelva, en het natuurreservaat Sapal de Castro Marim, in het Portugese district Faro, en buiten dit district kan men daar het Parque Natural del Valle del Guadiana nog aan toevoegen.

Zijrivieren

Bovenloopse zijrivieren

Belangrijkste zijrivieren van de Guadiana-rivier.

Wat de bovenloop betreft, bevinden de belangrijkste zijrivieren zich op de rechteroever van de rivier. Dit gebied wordt gekenmerkt door een zeer laag reliëf, waardoor de beken die in dit gebied stromen, drassig worden. Het bestaan van grote waterhoudende grondlagen bevordert ook de vorming van moerassen en lagunes.

Dit is het gedrag van de rivieren Gigüela en Záncara, die bij hun samenvloeiing het moerasgebied van de Tablas de Daimiel doen ontstaan. Andere plekken met veel lagunes op de rechteroever zijn die van Las Yeguas en Villafranca, La Vega, El Alcahozo, El Prado, El Taray, Hito en Monjavacas. Al deze lagunes ondergaan grote veranderingen in niveau, afhankelijk van de klimatologische omstandigheden, en daar komt de laatste tijd nog de invloed van de mens bij, door de intensieve onttrekking van grondwater voor gebruik in de landbouw.

De zijrivieren op de linkeroever zijn ook blootgesteld aan afwatering. Dit is het geval voor de Guadiana Alto, de Azuer en de Córcoles, waarvan het meest relevante kenmerk is dat hun debiet aan de oppervlakte verdwijnt of bijna verdwijnt voordat zij de Guadiana bereiken, ten gevolge van verdamping en infiltratie in het watervoerende systeem van de vlakte van La Mancha.

Zijrivieren in het hogere deel van het stroomgebied

Tabla de Las Juntas, waar de Bullaque uitmondt in de Guadiana. Dit is de belangrijkste zijrivier van het bovenstroomse stroomgebied van de rivier.

De Jabalón is de eerste belangrijke zijrivier van de Guadiana in haar bovenbekken, dat uit minder doorlaatbare materialen bestaat dan die van de bovenloop. Deze rivier is 171 km lang en stroomt door het district Campo de Montiel in Ciudarela. Zij mondt uit in de Guadiana aan de linkerkant, in het zuidelijke deel van de vlakte van La Mancha.

De Bullaque, de belangrijkste zijrivier van het bovenbekken van de rivier, komt daarna aan de rechterkant ingestroomd. Hij is afkomstig van de Montes de Toledo, meer bepaald van de bergketen Chorito, en volgt een zeer strakke verticale noord-zuid-route. De rivier mondt uit in de Guadiana in het gebied dat bekend staat als Las Juntas, nadat zij ongeveer 500 m hoogte heeft afgelegd.

De Tirteafuera stroomt na de Bullaque de Guadiana in. De rivier ontspringt in de Sierra de Calatrava en volgt een traject dat bijna parallel loopt met dat van de Guadiana, waar zij aan de linkerkant in uitmondt.

De laatste zijrivieren van het bovenbekken zijn de rivieren de Frío en de Valdehornos, die rechts instromen, en de beken de Rechiceruelo en de Valtriguera, die links instromen.

Zijrivieren in het midden gedeelte van het stroomgebied

Het middelste bekken van de Guadiana heeft een asymmetrische structuur. De linkerhelling is veel uitgestrekter dan de rechter, maar heeft tegelijkertijd een zachter reliëf. In grote lijnen strekt het zich uit over de provincies Badajoz, Cáceres en Córdoba.

De rivieren Estena, Guadarranque, Guadalupe en Ruecas ontspringen rechts uit de Montes de Toledo en stromen door weinig doorlatend materiaal.

De Zújar, met een lengte van 214 km, is de grootste zijrivier van de Guadiana.

De Zújar, die als de grootste zijrivier van de Guadiana wordt beschouwd, stroomt verder stroomafwaarts aan de linkerkant. De Zújar heeft een lengte van 214 km en watert een stroomgebied van 8508 km² af. Zij doorkruist het noordwestelijke deel van de provincie Córdoba, alsmede de districten Campiña Sur, La Serena en La Siberia in de provincie Badajoz. De Guadamatilla, Guadalmez, Valdeazogues, Esteras, Guadalemar en Guadalefra zijn haar belangrijkste zijrivieren.

De Ruecas en de Alcollarín, zijrivieren aan de rechterkant, zijn de volgende die in de Guadiana uitmonden. Zij worden gevolgd door de Guadámez, die van links komt, uit de Sierra del Prado; en de Búrdalo, die uit de Sierra de la Centinela (Cáceres) stroomt en op de rechteroever in de rivier uitmondt.

De Matachel, een veel belangrijkere rivier dan de vorige, ontspringt in de Sierra Morena. Zij stroomt door een niet al te ruig stroomgebied, waar zij een afstand van 124 km aflegt. De belangrijkste zijrivieren zijn de Bonhabal, de Retín, de Ribera de Usagre en de Palomillas. Zij voegt zich links bij de Guadiana, in de buurt van Mérida, nadat zij de streek van Extremadura, Tierra de Barros, heeft doorkruist.

Zijrivieren van het laagste deel van het stroomgebied

In het benedenbekken, dat van noord naar zuid loopt van Badajoz tot de Golf van Cádiz, stroomt de rivier door een grensgebied, met Portugal aan zijn rechterzijde en Spanje aan zijn linkerzijde. Van het eerste land ontvangt het bijdragen van de oevers van de Vascao, Cadavais, Foupana, Odeleite, Chocas, Beliche en Seco. De rivieren Ardila, Chanza en Malagón, alsmede de oevers van de Rochona en de Grande de la Golondrina, zijn afkomstig van deze laatste. Ook de ravijnen Santiago en Los Hierros stromen door Spaans gebied, evenals de beken Parra, Grande en Pedraza.

De rivier Ardila, die in Spanje ontspringt, mondt uit in de Guadiana nabij de Portugese stad Moura.

Een van de meest unieke formaties in het lager gelegen stroomgebied is het estuarium van Carreras, dat, hoewel het niet samenvloeit met de Guadiana, omdat beide rivieren onafhankelijk van elkaar naar de oceaan afvloeien, aanleiding geeft tot de moerassen van Isla Cristina. Dit wetland, met een oppervlakte van 2145 hectare, heeft een complex netwerk van estuaria, riviertjes en kanaaltjes die over de gemeenten Ayamonte en Isla Cristina verspreid liggen.

Het lager gelegen stroomgebied van de Guadiana wordt gevormd door metamorfe leisteenrotsen, die hun oorsprong vinden in het Onder-Carboon. In de laatste 5 km van de rivier, van Castro Marim (Faro, Portugal) en Ayamonte, maken deze materialen plaats voor een brede vlakte van moerassen.

Staat van natuurbehoud

De Guadiana-rivier verkeert in het algemeen in een zeer slechte staat van instandhouding, en dat in de betekenis van uitputting van de natuurlijke hulpbronnen, en dan vooral op het grondgebied van Aquifero 23, waar het Tablas de Daimiel Nationaal Park is gelegen. De Rivier de Guadiana heeft geen echte rivierbedding over de eerste kilometers van haar loop, en over vele andere is zij gereduceerd tot een smal aarden kanaal waar soms ook rioolwater doorheen stroomt. Andere zijrivieren in zijn stroomgebied hebben een soortgelijk lot ondergaan, zoals de Azuer, de Gigüela of de Jabalón. Sommige auteurs aarzelen niet om de hydrologische ramp in het stroomgebied van de bovenloop van de Guadiana te omschrijven als de ernstigste zoetwaterramp in West-Europa. Een ander voorbeeld: het Nationaal Park Tablas de Daimiel wordt bijna volledig gevoed door water uit de rivier de Tajo en er zijn verschillende projecten geweest om water uit de zijrivier de Bullaque over te hevelen.

Een ander voorbeeld van deze wijdverbreide vernietiging is te zien in de Ojos del Guadiana, gecultiveerd land totaal verdort als gevolg van de eerder genoemde overexploitatie. De rivier wordt daarentegen sterk gereguleerd door grote dammen, en hetzelfde structuralistische beleid wordt ook gevoerd in Portugal, waar de grootste dam van het land is gebouwd om de geïrrigeerde landbouw in de regio Alentejo te ontwikkelen. Er is gezegd dat de monding van de rivier ophoudt een rivier te zijn en een “estuarium” wordt, aangezien het hydrologisch gedrag van de rivier nu wordt omgekeerd als gevolg van een lage instroom en het zeewater in de rivier stroomt en niet andersom.

Sommige van ’s werelds endemische en unieke soorten staan op het punt uit te sterven en er is een aanzienlijke toename van niet-inheemse fauna en flora.


Naar boven

Verwant aan dit onderwerp:

Dit was een van de Spaanse Verhalen in de website spaanseverhalen.com. De verhalen in deze website zijn niet statisch, regelmatig worden de verhalen aangepast, kijk hiervoor naar deze mededeling:

  • Laatst bijgewerkt 2021-07-22

Coralma*

Spaanse Verhalen.  https://spaanseverhalen.com

Bronvermelding en referenties:
De veelal buitenlandse teksten van wikipedia zijn beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen. Ik heb deze teksten vertaald, gemengd, en vaak aangevuld met eigen kennis en ervaring, opgedaan in de periode dat ik in Spanje woon en aan deze artikelen werk.
Er kunnen ook andere bronvermeldingen zijn opgenomen, dat kunnen zaken zijn die ik, tijdens het onderzoek naar de artikelen, gelezen heb en in deze teksten verwerkt heb.

  • Anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Guadiana|paginacode=136828524| datum=20210916
  • Anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=………………|paginacode=……………..| datum=20210116
  • Nederlandse Wikipedia|taal=nl|titel=Guadiana|paginacode=59596106| datum=20210916
  • Nederlandse Wikipedia|taal=nl|titel=……………….|paginacode=…………………| datum=20210117
  • Bronvermelding: El Blog Biblioteca Virtual Miguel Cervantes |http://www.cervantesvirtual.com/nd/ark:/59851/bmcrj4v6| datum=20210118
  • Bronvermelding: Website Celtiberia.net|https://www.celtiberia.net/es/multimedia/?id=2815| datum=20210126

Deze tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen.

De foto’s/afbeeldingen zijn gelicenseerd onder  Wikimedia Creative Commons: CC BY 1.0 , CC BY 2.0 , CC BY 2.5 , CC BY-SA 2.0 , CC BY-SA 2.5, CC BY-SA 3.0 , CC BY-SA 4.0 , GNU-licentie voor vrije documentatie of Publiek Domein, als u op één van de link’s hieronder klikt, krijgt u de volledige informatie van deze foto’s/afbeeldingen te zien.

Coralma*, is eigen werk dat u terug kunt vinden als een CC BY-SA 4.0 file in Wikipedia Commons, waarmee ik aangegeven heb dat u vrij bent het werk te kopiëren, te verspreiden, te verzenden en om het werk aan te passen. Ook als het niet op Wikipedia Commons voorkomt kunt u mijn werk volgens de regels van CC BY-SA 4.0 gebruiken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.