Pyreneeën

Pyreneeën

Satelietfoto van het gebied van de Pyreneeën

Spaanse Verhalen
……De Pyreneeën is een bergketen ten noorden van het Iberisch schiereiland dat, sinds 1659, een natuurlijke grens tussen Frankrijk en Spanje vormt. Het strekt zich in oost-westelijke richting uit over een lengte van 430 km, van Kaap Creus, aan de Middellandse Zee tot het zo’n beetje samenkomt met het Cantabrisch Gebergte, waar de breuk van Pamplona is vastgesteld als de conventionele geologische grens, zonder geografische onderbreking tussen de twee formaties. In het centrale deel is het ongeveer 150 km breed.

Ga naar:

……Op de noordelijke helling strekken de Pyreneeën zich uit door de Franse regio’s Nouvelle-Aquitaine en Occitanie. Op de zuidelijke helling liggen de Spaanse autonome gemeenschappen Pais Vasco, Navarra, Aragón en Cataloña. Het mini staatje Andorra ligt verscholen in het gebergte.

Lokatie
Continent Europa
Landen Andorra, Spanje, Frankrijk
Geografische kenmerken
Oriëntatie Van west naar oost
Max. hoogte Aneto (3404 m.b.z.)
Toppen Aneto, Posets, Monte Perdido, Vignemale
Uitlopers Van 600 tot 1500 m
Lengte 430 km
Breedte 80 km
Kaarten

……Deze bergen herbergen toppen van meer dan 3000 meter hoog, zoals Aneto (3404 m), Posets (3375 m), Monte Perdido (3355 m), Pico Maldito (3350 m), Pico Espadas (3332 m), Vignemale (3298 m) en Pica d’Estats (3143 m), kleine gletsjers, meren en gletsjerkuilen (komvormige ruimte aan het eind van een gletsjerdal), en tal van dalen en canyons.

Toponymie


.

…..In het Spaans heet deze bergketen ‘los Pirineos’, maar men noemt het ook wel ‘el Pirineo’, wat de inwoners zelf liever gebruiken als ze naar een deel of een regio van het gebied verwijzen. In de andere delen van Spanje bijvoorbeeld in het Catalaans noemt men het de, ‘Pirenèus’, in het Occitaans, ‘Pireneus’ of ‘Perinés’, in het Aragonees, ‘Pirinioak’, en in het Baskisch ‘Auñamendiak’.

……In de gemeenschappelijke taal wordt het woord ‘Pirineo’ toegepast op het geheel van hooggebergten aan de Spaans-Franse grens. De uitdrukking ‘Pirineos Centrales’ wordt gebruikt om het geografische gebied van de Pyreneeën te beschrijven dat zich, volgens de verschillende werken, ongeveer uitstrekt tussen de toppen van Somport, in het westen, en het massief van de Maladeta, in het oosten van het land.

 

Etimologie


De halfgod Hercules, die, volgens de Grieken, de Pyreneeën gebouwd zou hebben.

……Het woord Pirineos (Pyreneeën) komt van de mythologische dochter van Bétrice, Pirene. Volgens de Grieken kregen de Pyreneeën hun naam van Pirene, een jonge vrouw uit de regio waar ook Hercules vandaan kwam. Hij nam haar mee op een van zijn reizen en toen ze stierf, stapelden ze stenen op elkaar om haar graf te verzegelen.

……Een andere versie zegt dat het een voorouderlijke toponiem is, van Iberische of Baskische oorsprong. Volgens deze taal werd het gebergte “Ilene os” genoemd, wat “bergen van de maan” betekent, omdat Ilene de maan is.

……Een andere meer geaccepteerde theorie is dat de naam afkomstig is van een brand (brand in het Grieks is ‘pyros’) waarover Strabo en Diodoro Sículo vertellen, veroorzaakt door herders die hun landbouwgrond aan het ploegen waren. Er werd gezegd dat zelfs de aderen van goud en zilver tot diep in de grond gesmolten waren.

……Het Woordenboek van de Baskische en Pyreneese Mythologie van Olivier de Marliave (Ed. Alexandría), stelt het volgende:

Pirene: De dochter van Bébrix, de legendarische koning van Cerdanya, zou aan de oorsprong liggen van de Pyreneeën.Pirene werd verleid door Hercules, die de Cerdagne overstak om zijn tiende werk uit te voeren. De halfgod verliet het meisje, dat ondanks alles haar minnaar wilde volgen. Maar ze werd aangevallen en verslonden door wilde dieren. Hercules, gealarmeerd door Pirene’s kreten, keerde terug in zijn voetsporen, maar vond niets dan een levenloos lichaam. Als eerbetoon aan dit bewijs van liefde bracht Hercules het terug naar zijn huis en bouwde een immens mausoleum dat zich opstapelde tot de oneindige rotsen die een reeks van bergen vormden, die hij de Pyreneeën noemde. De inwoners van Ariege plaatsen het graf van Pirene in de grot van Lombrives (Ussat), waar sommige kalkafzettingen een soort kolossaal graf vormen.

Woordenboekje van de Baskische en Pyreneese Mythologie van Olivier de Marliave

……Volgens een andere legende beviel Pirene van een slang voordat zij stierf, en haar lichaam werd op een vreugdevuur geplaatst. Het vuur van de crematie verspreidde zich over de berg, tot het punt waarop de bevolking van Ampurdán, alwaar de Griekse kooplieden woonden, de met vlammen bedekte massieven tot de Pyreneeën benoemen (van het Griekse ‘pyr’, ‘pyros’, dat vuur betekend).

 

Geografie


Valle de Odesa, in de Pyreneeën van Aragón.

……De Pyreneeën vormen een rechtlijnige keten met een totale lengte van 430 kilometer van de Middellandse Zee (Kaap Creuz) tot de Cantabrische Golf (Jaizkibel). De westelijke grens is moeilijk te bepalen omdat de Pyreneeën geleidelijk aan samensmelten met de Montes Vasco (de totale lengte van de  Pyreneeën-Cantabrische as meet zo’n 1000 km). De eenvoudigste geografische definitie van de Pyreneeën is de karakteriserende landengte tussen de Middellandse Zee en het dichtstbijzijnde punt van de Golf van Biskaje, die verder doorloopt langs de Baskisch-Cantabrische bergketen.

……De belangrijkste hoogtes liggen in het midden van het gebied, hoewel enigszins meer naar de oostzijde zien we de steile afdalingen (50 km van de Middellandse Zeekust stijgt de Canigó nog tot 2784,66 meter hoogte). Aan dezelfde kant zien we de diep ingesneden groeven van de rivieren Segre en Tet. In het westen daalt de as van het gebergte zachtjes af om zich te verbinden met de matig hoge bergtoppen van het Baskenland, maar met een meer abrupte erosie. De maximale breedte, in het centrale deel van het gebergte, is 150 km, waarvan ⅓ overeenkomt met de noordelijke sector, voornamelijk Frans, waar de pieken een steilere afdaling laten zien, en ⅔ behoort tot het zuidelijke gebied. De breedte aan de uiteinden is beperkt: aan de kant van Navarra is het 25 tot 30 km breed en aan de kant van Cataluña maar 10 km.

Pico de Midi d’Ossau, aan de Franse kant van de Pyreneeën.

……In de structuur van het gebergte zien we de axiale lijnen van de Pyreneeën, die de fundamentele kern en de richtinggevende as van het gebergte vormen. Het strekt zich in de lengte uit langs een strook van Paleozoïsche materialen, het zijn de overblijfselen van een, aan erosie onderhevige, oude orogene beweging uit het Carboon- en Permtijdperk. De hoogste top, de Aneto-piek (3404 m) en de Canigó- (2765 m) en Posets- (3375 m) zijn de meest opvallende.

……Het tweede element is de pre-Pyreneeën, dat aan de Franse kant ligt. Het bestaat uit verschillende in rijen opgestelde bergketens met een modernere geologische structuur. De pieken zijn vaak hoger dan 2000 meter.

……Het zuidelijke deel kunnen we op zijn beurt in tweeën delen: de interne en de externe bergketens (de toppen van Leyre (1371 m), Loarre (1864 m), Guara (2077 m) en Montsec (1693 m), die van elkaar gescheiden zijn door een overlangse depressies die bekend staat als de pre-Pyreneese Middendepressie (het bekken van Pamplona, het kanaal van Berdún en het bekken van Tremp). De bergen en valleien van dit gebied worden gekenmerkt door lagere hoogten dan die van de centrale sector, aangezien er in de pre-Pyreneeën slechts weinig pieken zijn van meer dan 2000 meter hoogte.

……Op de noordelijke helling strekken de Pyreneeën zich uit over de Franse departementen Pyrénées-Atlantiques (Nouvelle-Aquitane), Hautes-Pyrénées, Haute-Garonne, Ariège en Pyrénées-Orientales (Occitanie). Op de zuidelijke helling liggen de Pyreneeën in de Spaanse provincies Guipúzcoa (Pais Vasco), Navarra, Huesca (Aragón), Lérida en Gerona (Cataloña). Het kleine landje Andorra ligt in het gebergte.

Geologie

Vereenvoudigd schema van een Noord-Zuid geologische sectie van de Pyreneeën in het centrale gedeelte (loodrecht op de as van de keten).


……De meest uitgesproken geologische kenmerken zijn de dissymmetrie van de hellingen in dwarsrichting en ook in de lengterichting; dat wil zeggen, hun helling is veel sterker geaccentueerd op de Franse helling dan op de Spaanse, en ze dalen zachtjes naar het westen en meer abrupt naar het oosten.

Geologische ligging van de Pyreneeën

……Het gebergte is ontstaan door de botsing van het Iberisch Schiereiland met het Europese continent, gedurende de Alpiene orogenese, vanaf circa 50 miljoen jaar geleden tot heden. Wat eens een zeebodem was is nu een bergketen met 129 pieken met een hoogte van 3000 meter of meer. De hoogste berg in de keten is de Aneto (3404 meter), gelegen in het uiterste noordoosten van het Spaanse Aragón.

……De Pyreneeën zijn ontstaan tijdens het Cenozoïcum, het loopt van de grote plooiing van de Alpen en de Himalaya, naar de Pyreneeën. De Pyreneeën verschillen, structureel gezien, duidelijk van de Alpen, deze laatste zijn ontstaan door overschuiving (glijdende mantels), bij de Pyreneeën gaat het meer om klassieke plooiingen.

 

Gletsjers


Ibones de Coronas vanfa de top van de Aneto (3404 m) in de bergketen van de Pyreneeën. Het Aragonese Ibones betekend, klein glaciaal bergmeer.

……Omdat de ijstijd in het Kwartair tijdperk de Pyreneeën meer dan de andere Spaanse bergketens heeft beïnvloed, zijn er sporen van ijstijden vanaf de Canigó tot aan de top van de Adi. De meeste meren van vandaag de dag zijn van glaciale oorsprong. Tegenwoordig vinden we in de Pyreneeën alleen nog maar zeer korte gletsjers boven de 2700 meter: Aneto, Balaitus, Vignemale, Monte Perdido en Maladeta aan de Spaanse kant en Ossue of Troumouse aan de Franse kant.

 

Pieken


……De toppen van de Pyreneeën, die meer dan 3200 meter hoog zijn, staan vermeld in de tabel aan de rechterkant.

De Aneto-gletsjer.

 

Rivieren


De waterval (het begin) van de rivier de Cinca in de Vallei van Pineta. Sobrarde, Huesca, Aragón

Dit gebergte is de bakermat van een aantal belangrijke rivieren:

  • Op de Franse helling, vinden we de rivieren: Adur, Garonne, Nivelle, Tec, Têt, Aglí, en Aude.
  • Op de  Spaanse helling, Vinden we de rivieren: Bidasoa, Aragón-Subordán, Aragón, Gállego, Ara, Cinca, Ésera, Noguera Ribagorzana, Noguera Pallaresa, Valira, Segre, Ter, Llobregat, Muga y Fluviá.

 

Flora en Fauna


……Flora

Blauwe distel, Eryngium bourgatii

……De flora van de Pyreneeën omvat ongeveer 4500 soorten, waarvan 160 endemische soorten, zoals de Langbladige steenbreek(Saxifraga longifolia), de Pyreneese akelei (Aquilegia pyrenaica) of de (Eryngium bourgatii), enz. Wat de bomen betreft, springen de zwarte den (Pinus uncinata) en de wilde den (Pinus sylvestris) op grote hoogte (subalpine niveau), de beuk (Fagus sylvatica) en de gewone den (Abies alba) op middelhoog niveau in het oog. Op een laag en uitlopend niveau groeien de steeneiken, eiken en kastanjebomen.

Pyrenese akelei, Aquilegia pyrenaica.

……Het klimaat bepaalt de flora van de Pyreneeën. In de Atlantische Pyreneeën, dat wil zeggen in het noorden en het uiterste westen, zijn er groene weiden, afgewisseld met eikenbossen in de vallei en aan de voet van de berg, en beuken- en dennenbossen in het midden van de berg. De bovengrens van de berg ligt tussen de 2000 en 2500 m (dennen) en wordt afgewisseld door subalpiene heidevelden (erica, rododendron) boven de 2500 tot 3000 m, zijn het stenen en kleine gletsjers wat we te zien krijgen. Wat heel mooi is, is het woud van Irati (Selva de Irati, in het noorden van Navarra), dat wordt beschouwd als het grootste beukenbos van Europa en tegelijkertijd is het de grootste bosmassa in de Pyreneeën.

……De gemiddelde berg aan de zuidelijke helling is erg droog, heeft een typisch mediterrane vegetatie: garrigue, bergen met groene beuken, zwarte – en wilde dennen. De hoogste valleien onderscheiden zich door hun weiden, beuken, sparren en wilde dennen. In het hoogste deel zou er niet veel verschil zijn met de noordelijke helling zonder de overheersing van kalksteenbodems die zich opdringen in het klimaat en de vegetale grens verlagen. In het uiterste oosten zorgen de stortregens van de Middellandse Zee, in combinatie met de zomerdroogte, voor grote beukenbossen en steeneiken.

Cañon de Añisclo gezien vanaf de voorkant.

……Het icoon bij uitstek van de Pyreneese flora is altijd de Edelweiss of sneeuwbloem geweest, die we in de Pyreneeën van Aragonese kalksteen vinden als de cañon de Añisclo en Pineta, of in de hoge gebieden van de Ordesa-vallei, en die in Spanje beschermd is. Het is zeer zeldzaam in de Catalaanse Pyreneeën.

Valle de Ordesa gezien vanaf de ingang, op de hoogte van de oude Parador.

……Fauna

……De Pyreneeën zijn een unieke plek voor het bestuderen van verschillende diersoorten vanwege de steile hellingen van het terrein, die tot nu toe een menselijke overbevolking heeft voorkomen, een factor die gevaar levert  voor de biodiversiteit. Ditzelfde problemen maakt het tegelijkertijd moeilijk een goed beheer te realiseren, waardoor vooral de aanwezigheid van de mythische bruine beer (Ursus arctos arctos) in de loop der eeuwen sterk is uitgedund, en waarop helaas nog steeds gejaagd wordt. Maar langzaamaan verschijnt er licht aan de horizon het dier lijkt zich, hoewel zeer langzaam, te herstellen van zijn achteruitgang. De populatie zou nauwelijks 25 tot 30 exemplaren bevatten.

Pyrenese gems

……De zoogdieren  die we hier aantreffen zijn onder andere de Pyrenese gems (Rupicapra pyrenaica), die op het punt van uitsterven stond aan het begin van de 19e eeuw maar nu weer tot 45.000 exemplaren is uitgegroeid, een geschiedenis die zich ook herhaalt in het geval van de herten of reeën, die zich voornamelijk schuilhouden in het struikgewas, en het alomtegenwoordige everzwijn. Dit is niet het geval voor de Pyrenese steenbok (bucardo), die in 2000 is uitgestorven als gevolg van verwaarlozing door de autoriteiten. Er is een overvloed aan marmotten, die vaak worden waargenomen in de alpenweiden. Veel moeilijker te zien is de Pyrenese desman, een kleine en vreemde nachtelijke insectivoor, die endemisch is voor deze bergketen en sommige gebieden van het centrale systeem. Opvallend is ook de aanwezigheid van hermelijn (armiños), eekhoorns (ardillas) en egels (erizos). In totaal zijn er 42 soorten zoogdieren in de Pyreneeën. Sinds 2014 wordt de Spaanse steenbok (cabra montés) opnieuw geïntroduceerd in de Franse Pyreneeën, met name in de Ariège en het Nationaal Park van de Pyreneeën, door exemplaren afkomstig uit het Guadarrama-gebergte.

De hermelijn

De lammergier.

……Onder de vogels is de lammergier (Quebrantahuesos, letterlijk vertaalt – de bottenbreker) zeer opmerkelijk. Uitgestorven in bijna heel Europa, heeft de soort zijn laatste toevluchtsoord gevonden in de Pyreneeën, waar hij zich momenteel uitbreidt en voorziet in exemplaren voor kweek- en herstelprojecten in de Alpen. Er wordt aangenomen dat er vandaag de dag 500-600 lammergieren in de Pyreneeën worden aangetroffen. Het grote roofdier van de Pyreneese lucht is de steenarend, gevolgd door een mengeling van dag- en nachtelijke soorten zoals rode wouw, havikachtige, valkachtige, zoals de torenvalken, de oehoe of de zeer zeldzame ruigpootuil die van uitgestorven naar een populatie van ongeveer 80 paren ging; evenals aasetende vogels, zoals de vale gier, de witte krenggier en de nieuw aangekomen en groeiende monniksgier.

……In het bos lijkt het Auerhoen, dat duidelijk met uitsterven bedreigd is en zeer zwaar getroffen wordt door het massatoerisme, zich terug te trekken. En als we het over de helling aan Spaanse zijde hebben dan leven er nog vier paartjes in Navarra, 75 in Aragón en ongeveer 450 in Catalonië, en zeer goed beschermd gebleven in het Franse gebied (ongeveer 3500 mannetjes). Daarnaast vallen zo’n 120 soorten kleine vogels op, waaronder de zwarte specht, de groene specht, de witrugspecht, de jynx en de rotskruiper. In het hooggebergte leeft een van de meest gewaardeerde Pyreneese soorten, de witte patrijs of de alpensneeuwhoen. De 700 paren van dit wonderbaarlijke en ongrijpbare dier laten zien dat het nog steeds een van de laatste ongerepte gebieden van West-Europa is.

De Aspisadder

……De Pyreneeën hebben een overvloed aan reptielen en amfibieën, waaronder de aspisadder (een beet van deze slang ALTIJD door een arts laten behandelen), de Pyreneeënbeeksalamander, de vuursalamander en de bruine kikker. Er zijn verschillende soorten slangen, waaronder de hagedisslang, de adderringslang en de Europese gladde slang.

 

Het klimaat


Vallei van Chistau.

……Het klimaat in de Pyreneeën is bergklimaat, met meer regenval en lagere temperaturen dan in de omliggende gebieden. Het fungeert ook als een klimatologische grens tussen het overheersende oceaanklimaat in het noordwesten en het mediterrane klimaat in het zuidoosten (met continentale nuances in het zuiden).

……Er valt minder regen van west naar oost en van noord naar zuid, waarbij de Pre-Pyreneese valleien van West-Cataluña de droogste gebieden van het gebergte zijn. In de centrale Pyreneeën is de neerslag matig met regelmatige hoeveelheden (1000 tot 1500 mm/jaar in het middengebergte, plaatselijk 2000 mm op de hoogste toppen van de westelijke Pyreneeën) en een toename van de thermische afwijking (op 1200 m: 0° in januari, +14° in juli). Aan de oostkant neemt de neerslag weer toe door de nabijheid van de Middellandse Zee, die, hoewel weinig, soms een stijging veroorzaakt. De grensstreek tussen Canigó en Olot is bijzonder gevoelig voor hevige regenval (1000 tot 1500 mm/jaar), hoewel er in de zomermaanden veel droogte is.

Los Encantados, twee karakteristieke pieken van de Castaliaanse Pyreneeën en het estanque San Mauricio.

……De noordwestelijke invloed van de oceaan, afkomstig van de Cantabrische Zee, is intens in de Navarrese Pyreneeën, met een variabele neerslag van 1500 tot 2500 mm/jaar met relatief zachte winters en koele zomers (gemiddelden van +1° in januari en +13° in juli op 1200 m hoogte). Deze invloed strekt zich uit tot ⅘ van het gebergte op de noordelijke helling (tot aan de Aude), maar dringt toch weinig door in de zuidelijke helling.

……Op de zuidelijke helling wordt de neerslag voornamelijk gevoed door verstoringen vanuit het zuidwesten van de Atlantische Oceaan, die een continentale invloed ondervinden tijdens hun oversteek door het schiereiland en die worden gereactiveerd door contact met het Pyreneese reliëf. De neerslag is minder vaak, maar vaak heviger dan op de noordelijke helling, wat het hoge aantal uren zon verklaart, ondanks het feit dat er vergelijkbare neerslagregisters zijn (1000 tot 1500 mm/jaar), met uitzondering van de dorre uitlopers (ongeveer 500 mm/jaar). De gematigde oceaanlucht wordt afgewend door de hoge berg, waar de winters relatief koud en de zomers zacht zijn (op 1200 m: 0° in januari, +15° in juli).

 

Geschiedenis


Uitzicht over de Pyreneeën

……Oudgediende régime

……De koninkrijken Aragon en Navarra hadden hun zwaartepunt ten zuiden van de Pyreneeën, maar hadden historisch ook grondgebied ten noorden van de Pyreneeën. Voor Navarra ging het om het gebied Neder-Navarra voor een korte periode in de 16e eeuw. Voor Aragon gaat het om de Roussillon en het noordelijke deel van de Cerdanya, voor een langere periode tot 1659. Vandaag zijn Aragon en Navarra beiden een regio van Spanje en loopt de Spaanse noordgrens ongeveer gelijk met de hoofdkam van de Pyreneeën.

……In 1659 werd met het Verdrag van de Pyreneeën, dat afgesloten werd op een eiland in de nieuwe grensrivier Bidasoa, een reeks Spaans-Franse conflicten beëindigd. Een van de gevolgen was een nieuwe grens tussen beide koninkrijken, waarbij Spanje afstand deed van Neder-Navarra, de Roussillon en het noordelijke deel van de Cerdanya. Sindsdien loopt de staatsgrens ruwweg gelijk met hoofdkam van de Pyreneeën met belangrijke uitzonderingen.

Macizo del Posets, de tweede hoogste van de Pyreneeën, gezien vanaf Viadós (Vallei van Chistau).

……Tweede Wereldoorlog

……Tijdens de Tweede Wereldoorlog staken ruim 39.000 vluchtelingen en militairen de bergen over om naar Spanje te gaan. De meesten werden door de Guardia Civil opgepakt en als ongewenste vreemdelingen naar een gevangenis gebracht, meestal in Lérida of Port. Velen kwamen daarna in Kamp Miranda terecht, inclusief ongeveer 350 Nederlandse Engelandvaarders. Zodra een uitreisvisum door het gezantschap was geregeld, konden ze verder reizen maar dit kon maanden duren. Veel Fransen staken de bergen over om zich bij de Vrije Franse Strijdkrachten van Charles de Gaulle in Noord-Afrika te voegen.

……Sinds 1994 wordt jaarlijks vanuit Saint-Girons een tocht georganiseerd langs “Le Chemin de la Liberté”[1] om deze vluchtelingen en hun veertigtal gidsen te herdenken. Daarbij gaan de deelnemers tot een hoogte van 2838 meter (Massif Mont Valier), maar de vluchtelingen moesten vaak een hogere route nemen, door de sneeuw, om niet gearresteerd te worden.

Natuurreservaten


Parque National de Ordesa y Monte Perdido, Huesca.

……In de Pyreneeën bevinden zich drie nationale parken:

……Spanje

  • Nationaal park Ordesa y Monte Perdido (1918)
  • Nationaal park Aigüestortes i Estany de Sant Maurici (1956)

……Frankrijk

  • Nationaal park Pyrénées (1967)

……Daarnaast zijn er verschillende regionale parken en natuurreservaten. De grootste zijn:

Parque National Aigüestortes i Estany de Sant Maurici.

……Spanje

  • Parque natural de la Sierra et des gorges de Guara (47.450 ha)Parque natural Posets-Maladeta (33.267 ha)
  • Parque natural de l’Alt Pirineu (69.850 ha)
  • Parque natural de Cadi-Moixero (41.342 ha)

……Frankrijk

  • Parc naturel régional des Pyrénées catalanes (137.100 ha)
  • Réserve naturelle nationale du Néouvielle (2.313 ha)
  • Réserve naturelle nationale de Mantet (3.028 ha)
  • Réserve naturelle régionale du massif du Pibeste-Aoulhet (5.110 ha)
  • Réserve naturelle nationale de Py (3.930 ha)

 

Vrijetijsbesteding


……Dit gebergte heeft grote open ruimtes die geconditioneerd zijn voor vrije-tijdsbesteding en die grote mogelijkheden bieden voor de schoonheid en het klimaat. Voor het skiën zijn de grotere ruimtes nodig, nadeel van het skiën is dat het de bodem in het hooggebergte ingrijpend heeft veranderd. De skigebieden in de Pyreneeën zijn hieronder weergegeven.

Uitzicht over de Valle de Arán vanaf Baqueira. Eén van de ski-pistes aan de Spaanse kant.

……Aan de Spaanse kant

……Candanchú, Astún, Formigal, Panticosa-Los Lagos, Cerler, Boí Taüll, Baqueira Beret, Port Ainé, Port del Comte, Espot Esquí, Tavascan, La Molina, Masella, Vall de Núria, Vallter 2000, Rasos de Peguera.

……Aan de zijde van Andorra

……Ordino Arcalis, Pal Arinsal, Pas de la Casa-Grau Roig, Soldeu el Tarter, La Rabassa.

……Aan de Franse zijde

……La Pierre-st Martín, Artouste, Gourette, Luz Ardiden, Cauterets, Hautacam, Bareges, Gavarnie-Gèdre, La Mongie, Piau Engaly, Saint Lary, Val Louron, Peyragudes, Luchon Superbagneres, Porte Puimorens, Ax-les-Thermes, Font-Romeu, Les Angles, Puyvalador, Formiguères, Puigmal 2600, Cambré d´Aze, Guzet, Les Mont d´Olmes, Ascou-Pailheres, Mijanes-Donezan.

 

Pyreneeënkenners


……Enkele wetenschappers en bergbeklimmers die uitblonken in de studie van deze bergen zijn:

  • Louis François Ramond de Carbonnières. Natuurwetenschapper(1755-1827)
  • Franz Schrader. Geograaf (Burdeos, 1844-París, 1924)
  • Henry Russell. Conde Russell-Killough (Toulouse, 1834-Biarritz, 1909)
  • Pedro Montserrat Recoder. Botanicus (Mataró, 1918-2017)
  • Albert de Franqueville. Botanicus (?)

Naar boven

{{Bronvermelding anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Pirineos| oldid=116985625| datum=20190723| laatst bijgewerkt20190723}}
{{Bronvermelding Wikipedia|taal=nl|titel=Pyreneeën|oldid=54161464| datum=20190723}

%d bloggers liken dit: