Toledo (stad)

Toledo, hoofdstad van de gelijknamige provincie

Kaart van Spanje met daarop aangegeven de locatie van de stad Toledo (ongeveer 70 km onder Madrid).

Het wapen schild van Castilla y León met in de punt het wapen van Granada, is afgebeeld op een zilveren veld, beladen met het Guldenvlies, geflankeerd door een dubbelkoppige adelaar, met een snavel en nagels van goud en een tong en klauwen van keel, geflankeerd door de figuren van twee koningen (koninkrijk Castilla en koninkrijk León). Boven de adelaar zien we een keizerlijke kroon
het wapen

De Vlag van Toledo is een rechthoekig purperen doek met daarop aan beide zijden het wapen van Toledo.
de vlag

Als je het over Toledo hebt zullen veel mensen zeggen, “Ahhh, de hoofdstad van Castilla-La Mancha”. En de facto is dat terecht maar de jure heeft Castilla-La Mancha geen erkende hoofdstad. Deze keizerlijke stad (te zien aan het wapen van Toledo) heeft een rijke geschiedenis en cultuur en werd in 1986 door de UNESCO uitgeroepen tot Werelderfgoed vanwege zijn uitgebreide monumentale en culturele erfgoed.

Het is gelegen aan de rivier de Taag en Carlos I (Keizer Karel V, in Nederland en België) zetelde met zijn Hof hier in deze stad. Het was ook de “Stad van de Drie Culturen” vanwege de culturele invloeden van christenen, moslims en joden.

Gegevens
Com. autónoma Castilla-La Mancha
Provincie Toledo
Comarca Toledo
Hoogte
  • Gemiddeld
  • Maximaal
  • Minimaal
516  m.b.z.
697 m.b.z.
429 m.b.z.
Oppervlakte 232,1 km²
Gesticht Pre-Romeins
Bevolking
Bevolkingsdichtheid
85.449 (2021)
360,8 inw/km²
Bevolkingsnaam toledano, -a
toletano, -a
toletense
Postcode 45000-45009
Patroon San Ildefonso
(23 januari)
Patrones Virgen de Sagrario
(15 augustus)
Santa Leocadia de Toledo
Officiële website

Met 85.449 inwoners is het de op twee na dichtst bevolkte gemeente van deze regio (comunidad autónoma). Het historische centrum van de stad ligt op de rechteroever van de Taag, op een heuvel omgeven door een steile meander. De gemeente omvat nog twee wijken die ver van het historisch centrum liggen: Azucaica, op de rechteroever van de rivier, en Santa María de Benquerencia, die daar praktisch tegenover op de linkeroever ligt.

Zicht op de oude stad vanuit het zuiden met op de voorgrond de rivier de Taag en op de achtergrond, rechts het Alcázar de Toledo en bijna in het midden de kathedraal van Toledo.
Zicht op de oude stad vanuit het zuiden.

Wat u interesseert:

Momenteel is het grootste deel van de bevolking werkzaam in de dienstensector, hoewel er een plaatselijke oude traditie bestaat (uit de middeleeuwen, en nu voor de toeristen) in het vervaardigen van zwaarden. Er is een hogesnelheid spoorlijn die Toledo met Madrid verbindt in 33 minuten tijd. Het heeft verschillende gezondheidsinfrastructuren, waaronder het Nationaal Ziekenhuis voor paraplegieën (dubbelzijdige verlamming) en ook de Infanterie Academie (ANICF) is in deze stad gevestigd.

Toponymie

De eerste schriftelijke bron waarin Toletum voorkomt vinden we in het werk van de Romeinse historicus Tito Livio, volgens hem zou de naam Toletum  ontstaan zijn uit Tollitum, dat daarna weer Tollitu, Tollito, Tolleto, Tolledo zou geven, totdat het het tegenwoordige Toledo werd. De betekenis zou “verheven of, op hoogte” zijn. Martín Gallego noemt de versie van “de dubbele bochten of kronkels gevormd door de rivier die het omringt“. De 12e-eeuwse schrijver, Abú Ab-Dín al-Ayubí, stelt dat طليطلة Tulaytulah “de vreugdevolle” betekent, zonder verdere uitleg te geven. De verschillende historische namen die de stad kreeg waren: in het Latijn Toletum; in het Arabisch Tulaytulah, in het Joods-Spaans Toldoth, en in het Mozarabisch, Tolétho.

In de Verenigde Staten vindt u veel steden met Spaanse namen, zo zijn er ook vijf steden met de naam Toledo, in de staten Ohio, Illinois, Oregon, Iowa en Washington; maar ook zeven in Canada. En landen als Belize, Brazilië, Portugal, Colombia, de Filippijnen en Uruguay hebben een stad genaamd Toledo. 

Een van de bijnamen van Toledo was, de “Stad van de Drie Culturen”. In de Middeleeuwen leefden er namelijk christenen, joden en moslims naast elkaar in deze stad. Politici en touroperators vinden dat te hoogdravend, gewichtigdoenerij, en wijzen erop dat achter deze mythe van vreedzame religieuze co-existentie een realiteit van religieuze onderdrukking schuilgaat.

Symbolen


Het schild
Het gebeeldhouwde wapen van Toledo zoals het op de voorgevel van de Nieuwe Poort van Bisagra (Puerta Nueva de Bisagra) te zien is. Op de foto zien we een klein stukje van de oude stadsmuur met daaraan de " nieuwe stadspoort van Bisagra. Een rechthoekig gebouw met in het midden de toegangspoort . Boven twee ramen met daartussen het wapen van Toledo. Bovenop het gebouw staan twee torentjes met puntdaken van zwart wit tegelwerk.
Het gebeeldhouwde wapen van Toledo zoals het op de voorgevel van de Nieuwe Poort van Bisagra (Puerta Nueva de Bisagra) te zien is.

Schild gekwartileerd, eerste en vierde kwartier in keel met daarop een kasteel van goud, metselwerk in sabel en open ruimtes in azuur. Het tweede en derde kwartier in zilver, een klimmende leeuw in keel gekroond met goud, getongd en geklauwd met hetzelfde. Omlijnd in een zilveren punt, een granaatappel in zijn natuurlijke kleuren, ingesneden in keel. Rondom het schild bevindt zich de ketting van de Orde van het Gulden Vlies, samengesteld uit dubbele schakels, dooreengevlochten met vuurstenen van azuur en vlammen van keel, hangend aan het uiteinde, de huid van een ram, in het midden gebonden, van goud.
Het geheel, op een tweekoppige adelaar van sabel, met snavel van goud en geklauwd in keel gewapend met goud. Op het geheel staat een keizerlijke kroon van goud.

Rechts en links, gezeten op zijn troon, een keizer met een gouden mantel en een keizerskroon van hetzelfde materiaal, met in zijn rechterhand een zilveren zwaard en in zijn linker een gouden scepter. De rest in zijn natuurlijke kleur.

Hymne

Het volkslied van de stad Toledo, dat “Himno a Toledo” heet, is gecomponeerd door Emilio Cebrián Ruiz met teksten van Federico Mendizábal y García Lavín en is op 6 april 1934 in première gegaan.

Geografie

De stad Toledo ligt in Midden-Spanje, 71 km van de hoofdstad Madrid. Het grenst aan de gemeenten Bargas, Olías del Rey, Mocejón, Rielves, Albarreal de Tajo, Almonacid de Toledo, Guadamur, Polán, Argés, Cobisa, Burguillos de Toledo en Nambroca in de provincie Toledo en aan Aranjuez in de autonome gemeenschap (comunidad autónoma) Madrid.

Noord-westen:
Rielves
Noord:
Bargas, Olías del Rey
en Mocejón
Noord-oosten:
Aranjuez
West:
Albarreal de Tajo,
Dehesa de Daramezas
(Guadamur) en Polán
Schematische tabel met in het midden een blauwe windroos. Oost:
Almonacid de Toledo
en Aranjuez
Zuid-westen:
Guadamur
Zuid:
Guadamur, Argés,
Cobisa, Burguillos de
Toledo en Nambroca
Zuid-oosten:
Nambroca 

De oppervlakte van de gemeente bedraagt 232,1 km². De hoogte van het stadscentrum bedraagt 516 meter boven de zeespiegel, terwijl de hoogte van de gemeente varieert van 429 meter aan het laatste stuk in de gemeente van de rivier de Taag tot 697 meter in het zuiden, op de top van een heuvel zeer dicht bij de Camino de la Raya. Het is de hoofdstad van de gelijknamige provincie. Het wordt ook afzonderlijk beschouwd als een comarca in de indeling die door de Provinciale Raad (Diputación Provincial) is gemaakt, hoewel de stad strikt geografisch gezien de toegangspoort is tot de natuurlijke comarca La Sagra, die van oudsher wordt beschouwd als beginnend bij de Puerta de Bisagra zelf.

Hier op deze foto kijken we over het water van de Taag naar het daarachter gelegen oude stadscentrum van Toledo. We zien nog net een stukje van de Puente de Alcántara. Het meest opvallende gebouw op deze foto is het Alázar de Toledo.
Gezicht op de oude stad met de rivier de Taag op de voorgrond.

Het oude stadscentrum ligt op de rechteroever van de rivier de Taag, op een heuvel honderd meter boven de rivier, die haar aan de voet omgeeft en een uitgesproken meander vormt die bekend staat als de torno del Tajo. Het punt waar deze meander niet afsluit, is de enige natuurlijke toegang tot de stad, waarover de wegen liepen die de stad met Madrid en Ávila verbonden.

De uitbreiding buiten de stadsmuren begon halverwege de 19e eeuw, eerst in de omgeving van het station, en later definitief aan het eind van de jaren veertig langs de vlakte van de Tajo, met de bouw van de arbeiderswijk van de Fábrica Nacional de Armas en vooral langs de as van de weg N-403. Vanaf het begin van de jaren 1960 werd de uitbreiding langs deze vlakte nog meer geaccentueerd, door de bouw van het Residencia Sanitaria de la Seguridad Social (Gezondheidscentrum voor de Sociale Zekerheid). In de jaren 1970, met de oprichting door het Ministerie van Volkshuisvesting van de Polígono de Descongestión de Madrid (tegenwoordig de wijk Santa María de Benquerencia), begon de uitbreiding van de stadskern, langs de linkeroever van de rivier op de N-400 weg, totdat het de dichtst bevolkte wijk van de hele gemeente werd.

Panoramische foto van het oude stadcentrum van Toledo.  Door de ondergaande zon zien we een oranje gloed op de achtergrond en omdat de straatverlichting reeds brand maakt het dat dit toch wel een bijzondere foto is.
De oude stad in de schemering.

Momenteel is de gemeente Toledo zeer versnipperd, met wijken die door grote open ruimten van het stadscentrum zijn gescheiden, zoals de wijken Santa María de Benquerencia of Azucaica, een oude wijk op de rechteroever van de Taag, die ongeveer 6 km van de stad verwijderd zijn. De ontwikkeling van de perifere wijken heeft er tegelijkertijd toe geleid dat de oude ommuurde wijk geleidelijk is verlaten omdat de bevolking zich heeft verplaatst naar de nieuwe wijken die sinds de jaren 1960 zijn verrezen.

Klimaat

De regenval in Toledo is schaars en concentreert zich vooral in het voorjaar en het late najaar, met een uitgesproken zomerdroogte en aanzienlijke dagelijkse temperatuurschommelingen. In de winter is het vrij koel, met regelmatig wat vorst, hoewel minder dan in andere delen van de regio. In de zomer lopen de temperaturen op tot maximaal 40 °C, soms iets meer. In 2007 was Toledo de derde zonnigste stad van Spanje, met 3040 uren zonneschijn.

Een prachtige panoramische foto van Toledo. Vanuit een heuvelachtig landschap, met een enkele boom, zien we op de achtergrond het mistige dal van de Taag en omdat het oude stadscentrum op een 100 meter hogere heuvel legt steekt dit weer net boven de mist uit. Op de achtergrond kleurt de opkomende zon de lucht van oranje tot donkerblauw.
Ochtendnevel in de stad

Geschiedenis


Prehistorie en Oudheid
Een foto van Cerro del Bu is een archeologische vindplaats in de Spaanse gemeente Toledo, gelegen op een voorgebergte naast de rivier de Taag. We zien zoals bij veel archeologische vindplaatsen, een hoopje stenen die weinig zeggen voor de leek.
Cerro del Bu.

De vroegst bekende vaste nederzetting in de stad Toledo is een reeks heuvelforten, waarop later de ommuurde Carpetaanse stad werd gebouwd, een van de belangrijkste Carpetaanse centra. Tot de vroegst bekende nederzettingen in het gebied behoort de heuvel Cerro del Bu, gelegen op de linkeroever van de rivier de Taag, een plaats met verschillende elkaar overlappende stadia, waarvan er een dateert uit de Bronstijd.

In 193 v.Chr. veroverde Marcus Fulvius Nobilior de stad na hevig verzet. De Romeinen herbouwden het en noemden het Toletum, in de provincie Carpetania. De stad ontwikkelde een belangrijke ijzerindustrie, die leidde tot het slaan van munten. Het gebied waar de stad lag, onderging een ingrijpend proces van Romanisering, zoals blijkt uit de talrijke overblijfselen van Romeinse villa’s, vooral aan de oevers van de Taag.

Een foto van opgravingen waarop een oude Romeinse weg en muren te zien zijn.
Romeinse overblijfselen naast de hermitage Cristo de la Luz

De Romeinen hebben in Toledo talrijke overblijfselen achtergelaten, zoals een imposant aquaduct, waarvan alleen de bases aan weerszijden van de Taag zijn overgebleven, een Romeinse weg, waarvan een deel te zien is op de hellingen van de heuvels op de linkeroever van de rivier, en een circus, dat zich in een openbaar park bevindt en gedeeltelijk is opgegraven. Er zijn nog vele andere overblijfselen die, hoewel zij in vele gevallen als verloren worden beschouwd, zeer waarschijnlijk in de ondergrond van de stad zijn terug te vinden, zoals het theater (gelegen op de plaats naast het circus en thans bezet door een school), het amfitheater (onder de wijk Covachuelas), een belangrijke waterbouwkundige infrastructuur, talrijke waterwerken (zoals die welke onlangs op een diepte van ongeveer zeven meter onder de tuin van voornoemde moskee zijn gevonden), alsmede baden, waterlopen en villa’s.

Er zij op gewezen dat de meeste van deze historische bouwwerken werden afgebroken, waarbij de bewerkte stenen werden hergebruikt voor de bouw van andere gebouwen en voor de muur rond de stad, hoewel wellicht de grootste archeologische rijkdom van Toledo onder de grond begraven ligt.

De middeleeuwen

Na de eerste invallen van de Germanen werden de oude muren ter verdediging herbouwd, maar in 411 werd de stad veroverd door de Alanen, die, dankzij hun indrukwekkende beheersing van het paard en hun krijgskunsten, op hun beurt in 418 door de Visigoten werden verslagen. Nadat hij zijn rivaal Agila had verslagen, vestigde Atanagildo zijn hof in de stad en later, onder Leovigildo, werd het de hoofdstad van het Spaans-gotische koninkrijk en een aartsbisdom, dat een groot burgerlijk en religieus belang verwierf (zoals blijkt uit de concilies van Toledo) en een inwonertal van 10.000 bereikte (waarmee het tot de grootste Spaanse steden van die tijd behoorde). Zeer dicht bij Toledo, in de stad Guadamur, werd de schat van Guarrazar gevonden, een uitzonderlijke verzameling votiefkronen van de Visigotische koningen.

Een afbeelding uit de Codex Vigilano, fol. 145. dat bewaart wordt in de bibliotheek van het klooster van het Escorial. Het is een ingekleurde zwart-wit gravure van het 3e Concilie  van Toledo, waarop Recaredo en een aantal bisschoppen staan afgebeeld. Het jaar is 589.
Recaredo en bisschoppen. Codex Vigilano, fol. 145, bibliotheek van het klooster van El Escorial.

In 711 werd het door Tariq ibn Ziyad veroverd en onder islamitisch bestuur gebracht. De stad werd zonder moeilijkheden door capitulatie ingenomen, daar het grootste deel van de bevolking gevlucht was, en de Arabieren noemden de stad Tulaytula.

De overheersing van een grote Mozarabische bevolking maakte Toledo spoedig tot een bron van voortdurende zorg voor Córdoba. In 797, tijdens het bewind van Alhakén I, brak er een opstand uit tegen het emiraat van Córdoba. Volgens bepaalde kronieken – want er zijn verschillende versies van de gebeurtenis – zou de emir de muladi Amrus ben Yusufd naar de stad gestuurd hebben om deze te onderwerpen. Amrus decimeerde de plaatselijke muladis door middel van wat bekend staat als de “jornada del foso” (dag van de gracht): tijdens een banket in het paleis van de gouverneur waar de leidende muladis van de stad te eten waren uitgenodigd, werden zij bij binnenkomst gedood en hun lijken in een gracht gegooid. Op deze manier slaagde de emir erin het volk van Toledo voor een tijd te onderwerpen. Na zijn dood kwamen echter opnieuw in opstand in 811 en in 829, na zijn dood. Er wordt gezegd dat deze gebeurtenissen aanleiding hebben gegeven tot de uitdrukking “Toledo-nacht”.

Abd al-Rahman III sloeg in juli 932 na een beleg van twee jaar de inheemse opstand van de stad Toledo neer en bracht haar onder de heerschappij van het Kalifaat van Córdoba. Toen het kalifaat in de 11e eeuw uiteenviel, werd Toledo een belangrijk Taifa-koninkrijk, dat niettemin paria’s moest betalen aan de koningen van Castilla om zijn onafhankelijkheid te behouden.

Na een jarenlange belegering werd de stad vervolgens onderworpen en op 6 mei 1085 overgegeven. Enkele dagen later, op 25 mei, trok Alfonso VI de León Toledo binnen, na een voorafgaande overeenkomst met de koning van de taifa die er regeerde. Door middel van de capitulatie-overeenkomst onderwierp de koning van León het koninkrijk en garandeerde hij de moslimkolonisten de veiligheid van hun persoon en hun bezittingen. De koning kende aan elk van de bestaande minderheden hun eigen privileges (fueros) toe: Mozarabiërs (Toledo was een belangrijk Mozarabisch centrum, met een eigen liturgie, de Hispano-Mozarabische, die nog steeds bewaard is gebleven), moslims en joden, later geconsolideerd door Alfonso VII in het Handvest van 1118. De capitulatie van de stad werd gevolgd door de periode van Toledo’s grootste glorie, met een grote culturele, sociale en politieke intensiteit. De School van Vertalers van Toledo, die in de 12e en 13e eeuw tot bloei kwam, vertaalden talrijke civiele en religieuze werken die daarna een belangrijk stempel op de stad hebben gedrukt.

Na de capitulatie werd de godsdienstoefening van de joodse en moslimgemeenschappen getolereerd, maar deze tolerante houding duurde niet lang. De christenen bouwden de nieuwe kathedraal bovenop de Grote Moskee, die op haar beurt bovenop de oude Visigotische kathedraal was gebouwd.

In 1162 werd de stad veroverd door koning Fernando II de León, tijdens de woelige periode van de minderjarigheid van Alfonso VIII de Castilla. De koning van León benoemde Fernando Rodríguez de Castro “el Castellano”, een lid van het huis van Castro, tot gouverneur van de stad. De stad Toledo bleef in handen van de Leonezen tot 1166, toen zij door de Castilianen werd heroverd.

Tijdens de Castiliaanse burgeroorlog vocht Toledo aan de zijde van Pedro I en werd, na een lang beleg, in januari 1369 ingenomen. Gedurende de Middeleeuwen bleef de stad groeien: in de 14e eeuw kreeg zij het privilege van een jaarmarkt en in de 15e eeuw werd zij een van de belangrijkste lakenproducenten van Castilla, naast de bestaande activiteiten van het slaan van munten, de wapenfabricage en de zijde-industrie. In 1492 werden de joden verdreven en hervormden de Reyes Católicos (katholieke vorsten) de stad. Isabel la Católica bouwde hier haar graftombe, in het klooster van San Juan de los Reyes, maar uiteindelijk werd zij naast haar echtgenoot begraven in de kathedraal van Granada. Carlos I (in Nederland en België bekend als Karel V) maakte van Toledo een keizerlijke stad en de zetel van het Hof.

De vroegmoderne tijd

De Reyes Católicos (katholieke vorsten) urbaniseerden en vergrootten de stad, en in de kathedraal van Toledo werden Juana en Felipe el Hermoso (Filips de Schone) in 1502 uitgeroepen tot erfgenamen van de Castiliaanse kroon. De Castiliaanse edelen speelden een actieve rol in de eenmaking van Europa’s eerste moderne staat, vooral de aristocratische familie Álvarez de Toledo, wier macht toenam onder de bescherming van de koninklijke macht. Isabel la Católica gaf opdracht tot de bouw van het klooster van San Juan de los Reyes in Toledo om de slag bij Toro te herdenken en om daar samen met haar man begraven te worden, maar na de herovering van Granada besloten de koningen zich in laatstgenoemde stad te begraven, waar hun stoffelijke resten thans rusten.

Het was een van de eerste steden die zich aansloot bij de Revuelta de las Comunidades de Castilla (opstand van de Gemeenschappen) in 1520, met leiders als Pedro Laso de la Vega en Juan de Padilla. Na de nederlaag van de Comunero’s in de Slag bij Villalar waren het de Comunero’s van Toledo, onder leiding van Maria Pacheco, de weduwe van Padilla, die het meeste verzet boden tegen de plannen van Carlos I, tot hun overgave in 1522. Toledo werd een van de zetels van het keizerlijk hof en de op drie na dichtst bevolkte stad van de monarchie, met 60.000 inwoners (1560).

Een oude, ingekleurde prent van de stad Toledo. Heel de stad, met alle kleine huisjes en belangrijke gebouwen zijn met hun typische kenmerken in deze tekening van de stad verwerkt, samen met het omliggende landschap.
Toledo. Georg Braun; Frans Hogenberg: Civitates Orbis Terrarum (wereldsteden), Deel 1, 1572 (Uitgave Beschreibung vnd Contrafactur der vornembster Stät der Welt, Keulen 1582; [VD16-B7188) Universiteitsbibliotheek Heidelberg.

Met het besluit van zijn zoon Felipe II in 1561 om het hof naar Madrid te verplaatsen, verloor de stad veel van haar politieke en sociale gewicht. De teloorgang van de textielindustrie versterkte het verval van Toledo, hoewel het zijn belang als centrum van kerkelijke macht behield. Op 23 augustus 1580 brak een grote griepepidemie uit, die heel Castilla en met name Toledo trof, zoals Fray Antonio de Villacastín vertelt in zijn Memorias de la fundación de San Lorenzo el Real, monasterio de la orden de San Jerónimo (Herinneringen aan de stichting van San Lorenzo el Real, klooster van de orde van Sint Jerome….:

    In heel Spanje begroeven ze de doden zonder klokken, en in de graven stopten ze er 7 of 8 of meer per graf; en op de dag van de Geboorte van Onze Lieve Vrouw waren er kerken waar geen geestelijke was om de mis op te dragen. En in Toledo gebeurde iets opmerkelijks: op de genoemde dag van O.L.Vrouw in September was er geen kanunnik om de hoogmis op te dragen, en dus werd deze opgedragen door een arme geestelijke, en de acolieten waren twee wereldlijke en arme mannen, omdat er in de hele kerk geen kerkelijk persoon was. Het was een opmerkelijke ziekte, of liever een pestilentie. De ziekte duurde tot het midden van de maand oktober van dat jaar en er werd gezegd dat een derde van de mensen in alle steden, groot en klein, stierf. Er werd gezegd dat deze ziekte het eerst in heel Italië en Frankrijk en Vlaanderen voorkwam; uiteindelijk was het een algemene pest; het begin was catarre en terciana-koorts…. Allen die bloedden stierven.                                                                                                                                                                                                                                                                                      Antonio de Villacastín (Zarco Cuevas, 1985, pp. 56-57)

Dit wordt beschouwd als de eerste grieppandemie, hoewel sommigen geloven dat het eigenlijk kinkhoest was. De epidemie begon in Azië en verspreidde zich van daaruit naar Europa en Amerika. Bijna heel Europa werd binnen zes weken getroffen, en naar verluidt ontsnapte slechts 20% van de bevolking aan de ziekte.

De oprichting van de Real Compañía de Comercio y Fábricas (Koninklijke Maatschappij van Koophandel en Fabrieken) in 1748, in het kader van de door de Verlichting (cultureel filosofische en intellectuele stroming) geïnspireerde renovaties van de Bourbons, bracht de stad een korte opleving, maar tegen het einde van de 18e eeuw was zij opnieuw in verval geraakt en gereduceerd tot louter administratieve functies.

In 1761 werd op bevel van koning Karel III de Koninklijke Wapenfabriek in de stad gevestigd.

Moderne tijd

Na het uitbreken van de Guerra Civil Española (Spaanse Burgeroorlog) bleef de stad in de Republikeinse zone. Een groep loyalisten aan de opstandelingen (1950 personen, volgens het bulletin El Alcázar van die tijd, waaronder soldaten, burgerwachten en hun gezinnen), onder leiding van kolonel Moscardó, verschanste zich echter in het Alcazar van de stad, het hoofdkwartier van de Infanterie Academie, en verzette zich tegen de regering van 21 juli 1936 tot de komst van de troepen van generaal Varela op 27 september van hetzelfde jaar. De belegering van het Alcazar werd veel gebruikt door Franco’s propaganda. Het fort, dat tijdens de belegering bijna volledig werd verwoest, werd later in zijn geheel herbouwd.

Op de foto zien we Himmler die samen met nog een aantal Duise officieren de overblijfselen van het Aclázar bezoekt in 1940, het toneel van een belegering van juli tot september 1936, tijdens de Spaanse burgeroorlog.
Himmler bezoekt in 1940 de overblijfselen van het Alcazar, het toneel van een belegering van juli tot september 1936, tijdens de Spaanse burgeroorlog.

Repressie en geweld tussen aanhangers van beide partijen waren de kenmerkende tekenen van de oorlog en de na-oorlogse periode. Aanvankelijk, toen de stad nog onder Republikeins bewind stond, werden volksexecuties uitgevoerd, waarbij burgers werden geëxecuteerd op de enkele verdenking “rechts” te zijn of tot de katholieke kerk te behoren (de dood van ten minste honderd geestelijken is gedocumenteerd). Bij een van deze executies werd de deken van de kathedraal en, volgens de Francoïstische historiografische traditie, Luis Moscardó, zoon van de kolonel die in het Alcázar gevangen zat, gedood. In september 1936 werd in het aartsbisschoppelijk paleis een volkstribunaal opgericht. Het tribunaal was van korte duur en stelde slechts vier aanklachten op voordat het naar Madrid werd overgebracht. Bovendien was het leven in de stad in een constante staat van oorlog, met voortdurende gevechten en bombardementen in het Alcazargebied. De bombardementen veroorzaakten veel schade in de stad, vooral op het nabijgelegen Plaza de Zocodover. Nadat Franco’s troepen de stad innamen, werd de onderdrukking geïntensiveerd. Tot december 1936 leefde de stad in een staat van opperste repressie, geleid door de bevelen van commandant Planas en gericht tegen alle burgers die hadden meegewerkt aan de repressie van de Republikeinse troepen.

Een smallestraat in het oude centrum van To0ledo waar we mensen in de rij zien staan wachten om te kunnen gaan stemmen. De eerste vrije verkiezing na de dictatuur van Franco.
1977 algemene verkiezingen in Toledo, de eerste na de dictatuur.

De stad werd officieel gekozen als zetel van de Junta de Comunidades de Castilla-La Mancha na een stemming in de Cortes op 7 december 1983. Voor de verkiezingen heeft de regionale regering José María Barreda opdracht gegeven een proces van voorlichting en raadpleging van de bevolking, de politieke instellingen en de culturele verenigingen uit te voeren. Bij de stemming in de Cortes kreeg het voorstel van Toledo de goedkeuring van 27 afgevaardigden (de 22 socialisten en de vijf leden van de Toledo-Populistische Fractie), drie tegen (de Cuenca-Populisten) en 12 onthoudingen.

Demografie


Factoren zoals de stijging van de huizenprijzen in Madrid en de verbetering van de verbindingen, waardoor Toledo dankzij de hogesnelheidstrein op slechts 30 minuten van het Madrileense station Atocha ligt, hebben ertoe geleid dat het inwonertal van Toledo in de afgelopen tien jaar met iets meer dan 20% is gestegen. In 2017 telde de gemeente 83.741 inwoners, waarmee het na Albacete en Guadalajara de op twee na dichtstbevolkte gemeente van de autonome gemeenschap is.

Het stadhuis van Toledo, een gebouw in de Spaanse Herrera stijl. De twee torens aan de zijkant van het gebouw hebben ook de typische Madrileense torenspitsen.
Stadhuis van Toledo.

Volgens de volkstelling van 2011 kan de bevolking van de stad Toledo als jong worden beschouwd: bijna 70 % van de bevolking is jonger dan 50 jaar en iets meer dan 27 % is jonger dan 25 jaar. De tendens van het geboortecijfer blijft echter dalen, zoals ook in de rest van Spanje is gebeurd; dit is duidelijk merkbaar in de groepen jonger dan 20 jaar en vooral in de leeftijdsgroep van 5 tot 9 jaar, hoewel een lichte opleving kan worden waargenomen in de jongste leeftijdsgroep in de steekproef.

Historisch en artistiek erfgoed


Muren, poorten en bruggen

Het historische centrum van de stad is op sommige punten omgeven door een muur, die verschillende monumentale poorten heeft, zoals de Puerta del Sol (Mudejar), de Puerta Nueva de Bisagra, de Puerta Vieja de Bisagra, de Puerta del Vado en de Puerta del Cambrón. De muur omvat de zogenaamde Almofala toren. Onder de verschillende bruggen die het water van de Taag overspannen, zijn de Alcántara– en San Martín-bruggen.

Foto van de Puente de Alcántara, een eeuwenoude loopbrug over de Taag.  Aan de kant van de stad een verdedigingstoren en aan de andere kant een barokke triomfboog.
Puente de Alcántara.
Religieuze architectuur

In de stad Toledo bevinden zich verschillende katholieke kerken, waaronder de kathedraal van Santa María (gotisch), de kerk van San Ildefonso (barok), de kerk van San Román (mozarabisch), de kerk van Santiago del Arrabal (Mudejar) en de kerk van Santo Tomé (Mudejar). Andere katholieke gebouwen zijn het klooster van San Juan de los Reyes, een uitstekende vertegenwoordiger van de Elizabethaanse gotiek; de kloosters van Madre de Dios, Santo Domingo el Antiguo en San Pedro Mártir, de hermitage van Cristo de la Vega (Mudejar), en de kerk van San Sebastián (Mudejar), gebouwd op de plaats van een moskee.

De klokkentoren van de kathedraal van Toledo. De toren werd ontworpen en gebouwd door Alvar Martínez, wiens werk in 1422 de voltooiing van het 4e deel bereikte; hij liet geen sporen of tekeningen na om de bekroning voort te zetten.Het is gotisch, met wat Mudejar invloeden. Na een hoge vierkante basis (waarin de kapel van de Schatkist is ondergebracht), worden vier secties bovenop een vijfde, lagere sectie geplaatst. In het tweede gedeelte woonde de klokkenluider en het derde gedeelte diende als kerkelijke gevangenis. Tussen het eerste en het tweede gedeelte loopt horizontaal een fries van zwart marmer met de wapenschilden van aartsbisschop Juan Martínez de Contreras, wiens mandaat van 1422 tot 1438 duurde, in wit marmer geaccentueerd. De totale hoogte bereikt 92 m.De top van de toren met het achthoekige lichaam was het werk van de architect Hanequin uit Brussel die aan deze kathedraal kwam werken samen met een groep grote figuren: Egas Cueman, Enrique Egas en Juan Guas onder anderen. Het achthoekige lichaam wordt vergezeld door pinakels en vliegende steunberen en wordt bekroond door een pijl die drie kronen ondersteunt die een tiara imiteren.
De klokkentoren van de kathedraal van Toledo.

Gebouwen die geassocieerd worden met andere geloofsovertuigingen zijn de synagogen van Santa María la Blanca (oorspronkelijk een synagoge, maar later omgebouwd tot kerk) en de synagoge van El Tránsito (nu het Sefardisch Museum), evenals de moskee van Bab al-Mardum, of Cristo de la Luz, oorspronkelijk een moslimtempel en uitgebreid om te worden omgebouwd tot kerk, en de voormalige moskee van Las Tornerías.

Burgerlijke architectuur

Toledo heeft verschillende paleizen en herenhuizen in zijn stedelijk weefsel, zoals het Paleis van Galiana, het Paleis van Fuensalida, het Paleis van Amusco, het Huis van de Tempel, het Huis van de Nuncio, en het Aartsbisschoppelijk Paleis van Toledo, evenals de Posada de la Santa Hermandad. Een van de zenuwcentra van de stad is de Plaza de Zocodover. Andere gebouwen in de straten van Toledo zijn het Museum-Hospitaal van Santa Cruz, het El Greco Museum, het Hospital de Tavera, het Rojas Theater en een Romeins circus.

Militaire architectuur

In de gemeente bevinden zich het kasteel van San Servando, een middeleeuws kasteel aan de oever van de rivier de Taag en de infanterieacademie, alsook het zogenaamde Alcázar van Toledo, een fortificatie op rotsen in het hoogste deel van de stad, dat sinds 2010 onderdak biedt aan de collecties van het Legermuseum.

Het Alcázar van Toledo is een eeuwen oud gebouw dat al door de Romeinen gebruikt werd. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog werd  het bijna geheel verwoest door troepen die loyaal waren aan de Tweede Republiek. Het is onder het bewind van Franco geheel gerestaureerd. Nu wordt het gebruikt als Legermuseum. Het is een vierkant Spaans renaissance gebouw met op elke hoek een toren met de typische Madrileense torenspits.
Het Alcázar de Toledo.
Eigentijdse architectuur
 

Aan het einde van de 20e eeuw en het begin van de 21e eeuw heeft de stad Toledo zich opengesteld voor nieuwe architectonische trends. Projecten in de wijk Santa María de Benquerencia, ontworpen door belangrijke internationale architecten zoals Jean Nouvel, die de zogenaamde “vooruitstrevende wijk van Toledo” ontwierp, en Álvaro Siza, die samen met Sánchez-Horneros het toekomstige universiteitsziekenhuis van Toledo ontwierp. De economische crisis trof echter beide projecten: van het eerste, dat volledig werd opgegeven, werden slechts een paar gebouwen gebouwd, en het tweede kende jaren van stilstand en vertragingen. Het ziekenhuis werd uiteindelijk ingehuldigd in november 2020, tijdens de COVID-19 pandemie.

Palacio de Congresos El Greco. Een van de moderne gebouwen van Toledo, het conferentiecentrum dat zich gedeelte ondergronds bevind.
Palacio de Congresos El Greco

Tot de voltooide werken behoren de roltrappen van La Granja (of “de Recaredo”) van Juan Antonio Martínez Lapeña en Elías Torres (2000), het Conferentiecentrum “El Greco” van Rafael Moneo (2012), en overheidsgebouwen zoals de gebouwen van het Regionaal Ministerie van Onderwijs en Wetenschap (2004), van José R. González de la Cal en Josefa Blanco Paz, en het Regionaal Ministerie van Industrie (1998) van Antonio Sánchez-Horneros, beide in Santa María de Benquerencia.

Musea en kunstwerken
El entierro del Conde de Orgaz (De begrafenis van de graaf van Orgaz) is een olieverf op doek geschilderd in de maniëristische stijl door El Greco tussen 1586 en 1588. Het werd geschilderd voor de kerk van Santo Tomé in Toledo (Spanje), waar het nog steeds is, en wordt beschouwd als een van El Greco's mooiste werken. Het schilderij stelt het wonder voor waarbij, volgens de traditie, de heilige Stefanus en de heilige Augustinus van Hippo uit de hemel neerdaalden om Gonzalo Ruiz de Toledo, heer van de stad Orgaz die in 1323 overleed, persoonlijk te begraven in de kerk van Santo Tomé, als beloning voor zijn voorbeeldig leven van toewijding, nederigheid en werken van liefdadigheid. El Greco aanvaardde de opdracht om het werk te schilderen in 1586, iets meer dan twee en een halve eeuw na de gebeurtenissen die erin zijn afgebeeld.
El entierro del señor de Orgaz, van El Greco.

De stad, waar El Greco zich in 1577 vestigde, heeft een belangrijk repertoire van schilderijen van de Kretenzische kunstenaar in verschillende musea en tempels. Hiertoe behoren het Museum van Santa Cruz en het zogenaamde El Greco Museum, een huis-museum dat is opgezet als een herschepping van het huis van de kunstenaar, dat eeuwen geleden verloren ging. Dit huis herbergt verschillende belangrijke schilderijen, hoewel het beroemde schilderij van El entierro del señor de Orgaz (De begrafenis van de graaf van Orgaz) is ondergebracht in de kerk van Santo Tomé, eveneens in Toledo.

Het Museo de los Concilios y la Cultura Visigoda (Museum van de Concilies en de Visigotische Cultuur), dat zich in de kerk van San Román bevindt, bezit Romaanse schilderijen uit de 12e eeuw en een belangrijke collectie origineel en replica’s van Visigotisch goud- en zilverwerk, samen met andere archeologische collecties die dateren uit de 6e tot de 8e eeuw. In de synagoge van Tránsito, gelegen in de Joodse wijk, bevindt zich het Sefardisch Museum. In de hermitage van Cristo de la Vega werd het beeld dat boven het altaar prijkt gepopulariseerd in het toneelstuk A buen juez, mejor testigo (Een goede rechter, betere getuige) van José Zorrilla.

Een oude prent van de hermitage van de Cristo de la Vega. Volgens de overlevering werden op deze plaats een Visigotische hermitage en later een Visigotische basiliek gebouwd, waar de beschermheilige van Toledo, de heilige Leocadia, werd begraven. Op deze plaats werden de resten van een laat-Romeins gebouw gevonden, waarvan wordt gespeculeerd dat zij tot een martyrium van Leocadia zouden kunnen behoren.
Ermita del Cristo de la Vega.

De “Roberto Polo Collectie. Centro de Arte Moderno y Contemporáneo de Castilla-La Mancha” werd in 2019 ingehuldigd en herbergt schilderijen van Max Pechstein, Vasili Kandinsky, Oskar Schlemmer, Kurt Schwitters, Laszlo Moholy-Nagy of Max Ernst. In het Centro Cultural San Clemente van de deputatie van Toledo, de Cuevas de Hércules of de kerk van San Sebastián, die door het Consorcio de Toledo worden beheerd, worden tijdelijke tentoonstellingen van hedendaagse kunst gehouden.

Routes
Het bord dat de Ruta de Don Quijote aangeeft. Een zeegroen bord met daarop de witte tekst van Ruta de Don Quijote met een wit diagonaal kruis.
De Don Quichot-route.

Ter gelegenheid van het feit dat het vierhonderd jaar geleden is dat het eerste deel van Don Quichot werd gepubliceerd, heeft de Junta de Comunidades de Castilla-La Mancha een reeks routes door de regio uitgestippeld langs de verschillende punten die in de roman worden genoemd. Het is bekend als de Ruta de Don Quijote en twee van de ontworpen routes, de secties 1 en 8, beginnen in de stad Toledo: die welke de Castiliaanse stad verbinden met La Mancha en de Montes de Toledo, waarbij gebruik wordt gemaakt van de natuurlijke route die de Cigarrales doorkruist en in de richting van Cobisa, Burguillos de Toledo en Nambroca gaat, waar hij de Camino Real de Sevilla neemt en spoedig afbuigt in de richting van Almonacid de Toledo en Mascaraque, waarbij hij het omliggende gebied, in de buurt van Mora, in La Mancha binnengaat. Dit gedeelte Mascaraque-Toledo van de Route van Don Quichot is onlangs officieel opgenomen in de Jakobsroute op de Levantijnse tak met vertrekpunten in Cartagena, Alicante en Valencia.

Las Huellas de Santa Teresa (De voetsporen van de Heilige Teresa) is een pelgrims-, toeristische, culturele en erfgoedroute die de zeventien steden samenbrengt waar de heilige Teresa van Jezus haar “voetafdruk” heeft achtergelaten in de vorm van stichtingen. De route heeft geen vaste volgorde of tijdslimiet, aangezien elke pelgrim of bezoeker de route kan afleggen hoe en in de tijd die hij wil.

Feesten


Instrumenten als de dulzaina en de tamboril (een soort tamboerijn) werden, althans tot in de 19e eeuw, gebruikt bij de festiviteiten in de stad, ter begeleiding van bijvoorbeeld de gigantones en gigantillas (Hele grote poppen en/of koppen van historisch bekende personen die in een stoet door de stad trekken). Vandaag worden de volgende festiviteiten gevierd:

        • Virgen del Valle: een bedevaart die op 1 mei gevierd wordt in de hermitage van de Virgen del Valle, met een druk bezochte feestelijke bijeenkomst aldaar.
        • Semana Santa (De Goede Week): uitgeroepen tot Fiesta de Interés Turístico Internacional (Festival van Internationaal Toeristisch Belang) sinds 14 maart 2014, wordt in het voorjaar gevierd met verschillende processies, vooral die op Goede Vrijdag, en religieuze en culturele evenementen. Als gevolg van de burgeroorlog zijn de meeste paso’s verbrand of verwoest, zodat zij nieuwe hebben moeten maken of andere afbeeldingen uit kerken en kloosters in Toledo hebben moeten gebruiken. Aangezien Toledo een Castiliaanse stad is, wordt de Goede Week er gekenmerkt door een sober en introspectief karakter, maar ook door een grote schoonheid, die deels te danken is aan de prachtige omgeving waarin zij plaatsvindt: Toledo. Veel mensen maken van de Goede Week gebruik om de kloosterkerken te bezoeken, die alleen in deze tijd van het jaar voor het grote publiek zijn opengesteld.
        • Corpus Christi: een feest dat van Interés Turístico Internacional  (Internationaal Toeristisch Belang) is verklaard en waarvan de oorsprong teruggaat tot de 13e eeuw. De processie loopt door twee kilometer straten met een feesttent en rijkelijk versierde straten. De laatste jaren, na de verplaatsing van het feest van de traditionele donderdag naar de huidige zondag, is besloten twee processies te houden, één op elk van deze dagen, hoewel er bepaalde verschillen zijn wat betreft de leden en het protocol tussen beide.
Plaza de Zocodover tijdens de viering van Corpus Christi. Op deze foto zien we dat er allerlei vlaggen van heiligen aan de balkons van de huizen hangen.
Plaza de Zocodover tijdens de viering van Corpus Christi.
        • Virgen del Sagrario: op 15 augustus worden de patroonsfeesten gehouden ter ere van de Virgen del Sagrario. In de kathedraal wordt een processie gehouden en de mensen drinken het water van de Maagd uit kruiken.

Gastronomie


De gastronomie van Toledo is de traditionele keuken van Castilla-La Mancha, geworteld in zijn tradities en nauw verbonden met de jacht en het herdersleven. Een groot aantal recepten is het resultaat van de combinatie van Moorse, Sefardische en Christelijke invloeden.

Tot de specialiteiten behoren gebraden of gestoofd lamsvlees, zoals cochifrito, en bonen met patrijs of gestoofde patrijs, carcamusas, migas, gachas en tortilla a la magra. Twee van de voedingsmiddelen die de stad Toledo bekendheid hebben gegeven, zijn kaas en marsepein, dat zijn eigen oorsprongsbenaming heeft, mazapán de Toledo (marsepein uit Toledo, anders dan dat wij in Nederland en België(?) kennen).

Hier op deze zien we een bord met Carcamusa (ook bekend als carcamusa con patatas) is een traditioneel Castiliaans gerecht dat tegenwoordig vooral in Toledo wordt bereid. De ingrediënten zijn: mager varkensvlees, met seizoensgroenten. Het is een gerecht dat warm wordt opgediend, traditioneel in een klein aardenwerken schaaltje, vergezeld van een paar sneetjes brood.
Carcamusa con patatas.
Hier zien we de marsepein van Toledo, dat misschien wel de meest originele marsepein is. Het heeft een natuurlijke kleur, hoewel de bovenkant altijd wat gebrand en daardoor bruin tot donkerbruin gekleurd is.
Mazapán de Toledo.

Bezienswaardigheden

  • Het oude centrum van de stad
  • Mirador del Palacio de Congresos
  • Mirador del Corralillo de San Miguel
  • La Iglesia de San Lucas
  • El mirador del valle
  • El Cerro del Bú
  • La Piedra del Rey Moro
  • El paseo de San Cristóbal
  • Museum van El Greco
  • Hermitage van Cristo de la Vega
  • De toren van Almofala
  • klooster van San Juan de los Reyes
  • El paseo Virgen de Gracia
  • De tuinen van Paseo del Tránsito
  • De toren van de Iglesia de los Jesuitas
  • El Alcázar de Toledo
  • Het dakterras van Hotel Carlos V
  • De toren van de Iglesia de San Román
  • Puente de Alcántara
  • Puente de San Martín
  • Museum van Santa Cruz
  • Kathedraal van Toledo
  • Puerta Vieja de Bisagra

 

Naar boven

Verwant aan dit onderwerp:

Dit was een van de verhalen in de niet commerciële (NonCommercial) website spaanseverhalen.com. De verhalen in deze website zijn niet statisch, regelmatig worden de verhalen aangepast, kijk hiervoor naar deze mededeling:

        • Laatst bijgewerkt 2022-05-07

Coralma*

Spaanse Verhalen.  https://spaanseverhalen.com

Bronvermelding en verwijzingen:
De vaak buitenlandse teksten van Wikipedia zijn beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen. Ik heb deze teksten vertaald, gemengd, en vaak aangevuld met eigen kennis en ervaring, opgedaan in de periode dat ik in Spanje woon en aan deze artikelen werk.
Ook andere bronnen zijn opgenomen, dat kunnen zaken zijn die ik, tijdens het onderzoek naar de artikelen, gelezen heb en in deze teksten verwerkt heb.

Spaanstalige Wikipedia|titel=Toledo|paginacode=143167096| datum=20220507
Nederlandstalige Wikipedia|titel=Toledo, Spain|paginacode=1083764245| datum=20220507
Engelstalige Wikipedia|titel=Toledo (Spanje)|paginacode=61330874| datum=20220507

Deze teksten zijn beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen 3.0. CC BY-SA 3.0

Andere verwijzingen zijn:

De foto’s/afbeeldingen zijn gelicenseerd onder  Wikimedia Creative Commons: CC0 1.0CC BY 1.0 ,  CC BY-SA 1.0 ,  CC BY 2.0 , CC BY-SA 2.0CC BY-NC-SA 2.0,   CC BY 2.5 , CC BY-SA 2.5, CC BY 3.0CC BY-SA 3.0 , CC BY 4.0, CC BY-SA 4.0 , GNU-licentie voor vrije documentatie ,  of Publiek Domein

Als u op één van de links hieronder klikt, krijgt u de volledige informatie van deze foto’s/afbeeldingen, de auteur, of de licentie te zien.

Coralma*, is eigen werk dat u terug kunt vinden als een CC BY-SA 4.0 file in Wikipedia Commons.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Hans Brongers Buitenfotografie

VOOR DAG EN DAUW IN DE NATUUR

De niet genomen weg

Fietsen, wandelen, foto's, gedachten en meer.

MONTSE ANTARES BLOG CINEMA

BANDAS SONORAS.. SOUNDTRACKS.. Y MÁS

%d bloggers liken dit: