Geloof, Mythologie

 

Abbatiaal

m.b.t. abt of abdij.

Brevieren

Boeken die alle psalmen, gezangen, gebeden, lessen en andere religieuze teksten bevatten die een geestelijke nodig heeft om zijn dagelijkse brevier te kunnen bidden.

Chtonische goden

Chtonische goden zijn godheden en hogere wezens met betrekking tot de aarde en in het bijzonder de onderwereld. De term wordt vooral gebruikt om onderscheid te maken tussen de goden in de Oud-Griekse godsdienst.

Clement I

Derde opvolger van Petrus als bisschop van Rome. Te herkennen aan aan het anker, boekrol, palmtak of een uit de zee rijzend tempeltje, ook wel met een broon en een lama.

Crucifix

Een crucifix is een symbool uit de christelijke traditie. Het is een kruisbeeldvorm waarbij het lichaam (corpus) van de gekruisigde Christus op een kruis is bevestigd om de lijdensweg van Jezus te benadrukken. Het bestaat in allerlei vormen en maten, van meters hoog tot centimeters klein. Boven het kruis hangt vaak een bord met de letters INRI.

Kippenei en struisvogelei.

Ei

Het ei is een symbool van het oerbegin en van het vrouwelijke principe. Uit het ei staat het nieuwe leven op. De daadwerkelijke scheppingskracht is al in het ei aanwezig. Het geheim van het leven is verborgen in de door een schaal omsloten eenheid. Een kosmos, een god, een held of een eerste mens kan eruit tevoorschijn komen. in de mythen van de Griekse orphici, de Kelten en in die van Egypte, India Japan en Polynesië komt het ei als mythisch symbool in de bovengenoemde betekenis voor. De goden Ptah in Egypte, Pan en Eros in Griekenland en Brahma in India zijn uit een ei voortgekomen. Dit was eveneens het geval bij de eerste mens in China, Helena van Troje, de oerkoning van Korea en de helden Kastor en Pollux uit het zwanenei van Leda. Het symbool ei is verwant met dat van de grot. De slang om het ei is een symbool van de tijd, die de dynamiek van de ontwikkeling aangeeft. De slang verwijst ook naar de god van de tijd, Kronos, die het ei heeft geschapen.

Symbool van het allereerste begin van de schepping van kosmos en wereld. Het ei komt als symbool in vele mythen voor, zowel in die van de Grieken en de Kelten als in de cultuur van Egypte, India, Japan, Polynesië en andere culturen. Een aantal goden is uit het ei voortgekomen. ook een aantal mensen is uit het ei voortgekomen: de eerste mens in China, de oerkoning van Korea, Helena van Troje en de Griekse goden Kastor en Polydeukes, die uit het zwanenei van Leda werden geboren.

In veel scheppingsmythen* ontstaat het hele universum vanuit de omsloten heelheid van het oerei, het kosmische ei of wereldei. Het ei vormt het begin van de wereld. Volgens de aanhangers van Vishnu verrijst het kosmische ei, dat ook wel de gouden foetus (Hiranyagarbha*) wordt genoemd, aan het begin van elke nieuwe scheppingscyclus uit de wereldoceaan. Het ei ontstaat uit de wrijving van wind en water. Vishnu treedt het kosmische ei binnen en na een periode van rust wordt de god Brahma, de schepper, uit het ei geboren. De schepping van het waarneembare universum is dan begonnen. Van de Griekse god Eros of Phanes en de Egyptische god Ptah wordt in mythen het ontstaan uit een ei vermeld. Ook veel helden zijn uit het ei voortgekomen, waarvan Castor en Pollux en Helena van Troje bekende voorbeelden zijn.

Het ei is ook een symbool van levensenergie. Het schenkt leven uit zichzelf zonder enige andere toevoeging dan warmte. De in het ei sluimerende kiemkracht wordt als het geheim van het leven beschouwd. Het ei is verder een symbool van vruchtbaarheid, regeneratie, zuiverheid en volmaaktheid. Het is een psychologisch symbool van de diepste kern van het individu. Het ei is een nieuwe levenskern en een nieuwe levenskans met een hoge symbolische betekenis, o.a. van het zelf.

In de alchemie betekent het kosmische ei tevens het vat, de chaos of de prima materia, waaruit aan het einde van het alchemistische werk de homunculus (door alchemie gevormde kunstmens) voortkomt.

Het paasei als symbool van wederopstanding is mogelijk ontleend aan de offerriten van Germanen en Franken bij het begin van de lente.

Griffioen

Een griffioen, ook grijpvogel of Vogel Grijp genoemd, is een hybridisch fabeldier dat de heerschappij over twee rijken symboliseert: over de aarde (zijn leeuwenlichaam) en over de lucht (de kop en de vleugels van een adelaar). Het is een hybride schepsel zoals ook de centaur, de draak en de hippogrief. Behalve de genoemde kenmerken heeft hij ook de oren van een paard en een hanenkam die lijkt gemaakt te zijn van vissenschubben.

De griffioen komt oorspronkelijk uit de mythologie van de Scythen en het Oude Griekenland. De Aziatische griffioen had een gekuifd hoofd, terwijl de Minoïsche en Griekse griffioenen meestal in spiralen gevormde gekrulde manen hadden. Sinds de middeleeuwen komt hij ook in West-Europa voor, onder meer in de heraldiek. Zo speelt de griffioen bijvoorbeeld een belangrijke rol in het wapen van Pommeren. Vandaar dat de hertogelijke dynastie zich de griffioenen (Greifen) noemde. Ook is de griffioen een symbool voor goddelijke macht en een bewaker van het goddelijke.

Verhalen over griffioenen duiken op in het oude Indië, Syrië, Perzië, Babelonië en Egypte. Vanaf het begin van de mensheid wordt al over de griffioen gesproken. Zo wordt verteld dat hij thuishoort in de Hyperborese bergen in het Noorden, maar ook in de Gobi-woestijn.

In alle verhalen wordt hij gezien als de bewaker van de goudschat, de bewaker van het licht, de zon. Het is zowel de wachter op de drempel als de bode van de eeuwigheid.

Sint Johannes de Doper, schilderij van Titiaan. Linksonder het Lam Gods.

Johannes de Doper

Wordt altijd afgebeeld met het Lam Gods en een staf met daaraan een lint waarop geschreven staat “Ecce Agnus Dei” (Zie daar het Lam Gods),

Maan

Net als aan de zon is aan de maan van oudsher symbolische betekenis toegekend. Meestal wordt zij beschouwd als moedergodin of hemelkoningin, in ieder geval als vrouwelijk hemellichaam, ten eerste omdat zij haar licht van de zon ‘ontvangt’ en ten tweede, omdat haar cyclus gelijk loopt met de maandstonden (menstruatie) van de vrouw.
Slechts in een aantal culturen wordt de maan als mannelijk gezien, bv. bij de Germanen (in het Duits is de maan nog altijd mannelijk: ‘der Mond’), bij sommige Afrikaanse culturen en enkele Noord-Amerikaanse indianengodsdiensten, in het oude Japan, bij de Maori’s en bij sommige natuurgodsdiensten in Oceanië.
In het christendom valt het paasfeest (Jezus’ opstanding uit de dood en de krachten der duisternis!) elk jaar op de eerste zondag ná de eerste volle maan in de lente (óók als de volle maan op 21 maart valt).
De maagd Maria wordt vaak in verband gebracht met de maan. In het bijbelboek Openbaring 12,1 staat: ‘En er verscheen een groot teken aan de hemel; een vrouw bekleed met de zon, de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren.’
Bij de Hindoes duidt de maansikkel een pasgeboren kind aan, dat een voorspoedige groei tegemoet gaat. De maan is er ook de beker met de drank van de onsterfelijkheid.
In de Islam wordt de maan gezien als het aantal jaren en de tijd die ons mensen wordt toegemeten, aldus de Koran. Het islamitische jaar is een maanjaar.
Hoe dan ook, overal wordt het ondergaan en opkomen van de maan beschouwd als zinnebeeld van sterven en verrijzen en/of wedergeboorte. In het oude volksgeloof werden niet alleen het rijzen en dalen van de zee (eb en vloed) aan de invloed van de maan toegeschreven, maar ook de beweging van sappen in mensen, dieren en planten.
Vaak is de maan de donkere kant van de werkelijkheid, het geheimzinnige en onbekende. Afnemende maan is duisternis en kwaad; wassende maan: de komst van licht en geluk.
Zon en maan samen stellen het heilige huwelijk tussen hemel en aarde voor, tussen koning en koningin, goud en zilver.

In sommige oude culturen wordt de maan gezien als de wederhelft van de zon (vgl. Yin en Yang). Bij de oude Inca-Indianen van Peru was de maan ondergeschikt aan haar echtgenoot, de zon.

In de dierenwereld worden nachtdieren als katten en vossen in verband gebracht met de maan. Ook dieren die opduiken en weer verdwijnen hebben met de maan te maken, zoals de beer die in winterslaap gaat en in het voorjaar weer tevoorschijn komt. In zowat alle culturen zijn haas en konijn maandieren, soms ook amfibieën en met name kikvorsen.

De cyclus van de maan wordt gezien als een natuurlijke cyclus van opbouw, groei, volle bloei, dan weer afbouwen en loslaten. Om werkelijk profijt te hebben van de traditionele kennis over de maanfasen zou je de stand van de maan kunnen betrekken bij je timing en keuzes.

Je hoeft heus niet naakt onder de volle maan te gaan dansen, weigeren het huis uit te gaan bij donkere maan en alleen je nagels te knippen bij de maan in haar vierde kwartier. Maar misschien zul je de wind in je rug voelen als je nog even wacht tot nieuwe maan met de start van een nieuw project en als je jezelf toestaat uit te rusten tijdens wassende maan, of een massage tijdens afnemende maan en je zult ultiem ontspannen zijn. Geef een feest tijdens volle maan en iedereen zal komen opdagen en een spetterende nacht beleven.

Donkere maan is geschikt om: te mediteren, te reflecteren, inzichten te laten bezinken, te bezinnen, te vertragen, tot jezelf te komen.

Nieuwe maan is geschikt om: plannen te maken, een nieuw project te zegenen, goede voornemens te beginnen, wensen uit te spreken, te vasten of een dag alleen water te drinken (omdat het ontgiftende vermogen van het lichaam nu het grootst is), zieke bomen te snoeien.

Wassende maan is geschikt om: actie te ondernemen, te trouwen, te sporten, te bevallen, aan te komen, bij te slapen, te werken aan relaties, werk, studie en gezondheid: alles wat het lichaam opbouwt en versterkt, werkt dubbel zo goed.

Volle maan is geschikt om: sociale uitjes te hebben, te vrijen, zwanger te raken, helderziende waarnemingen te hebben, een laatste zetje te geven om doelen te bereiken, te werken met geneeskrachtige kruiden en planten (die nu de meeste kracht hebben), kristallen ‘op te laden’ in het maanlicht.

Afnemende maan is geschikt om: een slechte gewoonte af te leren, af te kicken van verslavingen, gewicht te verliezen, een relatie of vriendschap te beëindigen, operaties te ondergaan, bomen te snoeien, schoon te maken, in de tuin te werken.

Petrus

Een van de twaalf discipelen van Jezus, herkenbaar aan zijn markante grijze baard en de sleutels van de hemelpoort, die het petrus ambt symboliseren. Andere symbolen zijn het omgekeerde kruis, het visnet en een haan.

Seculariseren

Overgaan van een religieuze of kerkelijke naar een wereldlijke levensbeschouwing of gezindheid; verwereldlijken.

200px-ichthus-svg
Vis of ichtusteken

De oorsprong van het teken komt uit de tijd dat de eerste christenen vervolgd werden, het was hun onderlinge herkenningsteken.  “Ichtus’ betekend letterlijk ‘vis’. De I staat voor Jezus, de CH voor Christus, de T voor Theou, de U voor Uios, de S voor Soter. Dit is een ruwe vertaling voor Jezus Christus Gods Zoon Verlosser. Tegenwoordig zie je het symbool vaak op de achterkant van een auto ten teken dat de eigenaar een Christen is.
In veel oude religies komt de vis voor als symbool voor de liefde en vruchtbaarheid, bijvoorbeeld voor de Godin Freya. Ook staat de vis symbool voor het onbewuste, entiteit uit de diepste lagen van de persoonlijkheid in samenhang met liefde en vruchtbaarheid. NIET met hartstocht, de vis is koudbloedig.

de Land baby

Zeemeermin

Een zeemeermin of meerminis een mythisch wezen, met het bovenlichaam van een vrouw en in plaats van benen een vissenstaart. Haar mannelijke tegenpool, die veel minder voorkomt, is de zeemeerman.

Verhalen over zeemeerminnen gaan tot heel ver terug in de oudheid. Het mythische wezen van de zeemeermin/zeemeerman vindt zijn oorsprong bij de Babyloniërs en Soemeriërs. Zij kenden de god Ea of Enki, de god van de zoete wateren, die volgens de mythologie de schepper en redder van de mens is. Hij werd afgebeeld met een vissenstaart of met een vis over zijn hoofd.

In de Griekse mythologie hadden zeedemonen, half-vrouw, half-vogel, hun domicilie gekozen in de grotten en op de rotsen rond de Tyrreense Zee. Door hun zachte gezang lokten zij de schippers op de klippen. Zij worden voor het eerst genoemd in de Odyssee van Homerus, waar zij hun charmes aan Odysseus tentoonspreidden. Odysseus beval zijn matrozen was in de oren te stoppen en liet zich vervolgens door zijn bemanning aan de mast van zijn schip vastbinden om aan het liefelijke gezang van de sirenen te ontkomen.

Dit verhaal werd in de middeleeuwen door de kerk gebruikt om mensen te waarschuwen voor het kwaad van de verleiding. In die tijd vond je dan ook in veel kerken, kloosters en kathedralen afbeeldingen van zeemeerminnen. Zeemeerminnen met een vissenstaart werden voor het eerst beschreven door de Heilige Adelmus omstreeks 680 na Christus. Columbus zag zeemeerminnen op zijn reis naar Amerika. Hij beschrijft ze in zijn dagboek.

De middeleeuwse fantasie van meerminnen met een vissenstaart komt van de verhalen van zeelui, die dachten deze wezens in het schuim gezien te hebben. In werkelijkheid hebben zij waarschijnlijk zeekoeien of lamantijnen gezien: deze zoogdieren uit tropische wateren hebben een spitse vorm; de vrouwtjes hebben ook tepels, die het beeld van de vrouwelijke lichaamsvormen oproepen. Niet zo verbazend dat de lichtgelovige scheepsgangers een dergelijke vergissing konden maken.

Volgens verschillende wetenschappelijke auteurs zijn zeemeerminnen en andere half mens-half dier legendes de drang van de mens om te begrijpen dat ze eens één waren met de dieren en eigenlijk afstammen van het dierenrijk. In de rijke legendes zijn er nog verschillende wezens die onder die categorie vallen zoals de minotaur (half stier/half mens), de weerwolf, en nog talrijke andere voorbeelden zoals bijvoorbeeld in het Egypte van de Farao’s.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

%d bloggers liken dit: