Kelten

We bespreken hier natuurlijk alleen de volkeren of stammen die uiteindelijk op het Iberische schiereiland terecht kwamen. In voorafgaande verhalen hebben we het al gehad over pre-Romeinse volkeren zoals de Iberiërs, de Basken en de bevolking van Tartessos. Nu gaan we het hebben over de…..

Kelten


Onder de term Kelten vallen de volkeren en stammen die, zo’n 1000 jaar voor het begin van de jaartelling en de eeuwen daarna, een Keltische taal spraken. Primair gezien is het dus een taalkundig begrip. De Keltische talen behoren tot de Indo-Europese taalfamilie.

Vandaag de dag worden de Kelten beschouwd als onderdeel van de Indo-Europese groepen. Men denkt dat een deel van de sprekers van deze taalfamilie, afkomstig waren uit Anatolië of uit de steppen tussen de Zwarte Zee en de Kaspische Zee en dat een deel van hen naar Europa is gemigreerd (andere vertrokken in de richting van Iran en Indiä). Van daaruit verspreidden deze Kelten zich vanuit een kerngebied gelegen in Centraal-Europa, zowel in westelijke als oostelijke richting. Rond het begin van de jaartelling bevolkten de verschillende Keltische stammen zowel de Britse Eilanden, Gallië, het Iberisch Schiereiland als delen van Midden-Europa en de Balkan.

Kenmerkende, elkaar opvolgende Keltische culturen waren de Hallstatt-cultuur, de La Tène-periode, in de Alpen. Gevolgd door de Gallo-Romeinse periode en ten slotte de periode van de Keltische naties tot op heden.

 

Naamherkomst


Tot op de dag van vandaag is ‘Keltisch’ in wezen een taalkundig begrip. Er waren veel verschillende Keltische volkeren; behalve de op afstamming berustend verwantschap van hun talen is het moeilijk om met zekerheid te wijzen op specifiek Keltische gemeenschappelijke factoren.

Keltische volkeren tijdens en na de Halllstattcultuur.

De volkeren die nu collectief benoemd worden als de Kelten werden door de Romeinen historici aangeduidt als Calli en als Galatae door Griekse bronnen zoals Heródotus en Polybius. Deze benamingen werden door schrijvers uit de 1e eeuw v.Chr. gezien als synoniemen voor het Griekse Keltoi en het Latijnse Celtae. Zo schreef Julius Caesar in zijn De Bello Gallico over de inwoners van Gallia: In hun eigen taal noemen ze zich Kelten, wij noemen hen in onze taal Galliërs. (Qui ipsorum lingua Celtae, nostra Galli appellantur).

 

Het ontstaan van de naam ‘Kelten’

Voorafgaand

Het Keltische kruis, versierd met het typische Keltisch knooppatroon.

De Latijnse historicus Avienus neemt in zijn Ora Maritima, rond 520 v.C., een tekst op gericht aan de Kelten, en rond 500 v.C. schrijven ook Herodotus en Hecateus van Milete, er over. Rond die datum ligt het gebied waar Keltisch wordt gesproken in de Alpen- en het gebied ten Noorden daarvan. De term keltoi is een naam die de Grieken mondeling kenden van de inheemse bevolking, een fonetische transcriptie. Deze term geeft ons samen met keltiké een dubbelzinnige geografische referentie. Het moet eenvoudigweg worden opgevat als een naam die aan de inwoners ten noorden van de Alpen wordt gegeven. We zien hier de geografische informatie van Herodotus:

Empieza el Iustro en la ciudad de Pireno desde los Celtas, los que están más allá de las columnas de Hércules, confinantes con los cinesios, último pueblo de la Europa, situado hacia el Ocaso, y después de atravesar toda aquella parte del mundo, desagua en el Ponto Euxino, junto a los istrienos, colonos de los milesios.
………………………………………………………………………….. Heródoto, Historia, II XXXIII.

Verdeling van de pre-Romeinse volkeren, volgens Schulten, op het Iberisch schiereiland rond 500 v. Chr.

(Het) Iustro (iustro) begint in de stad Pireno na de Kelten, die voorbij de zuilen van Hercules (Gibraltar) verblijven, grenzend aan de Cinesios (?), het laatste volk (dorp) van Europa, gelegen in de richting van de Ocaso (Westen, Zonsondergang), en na het oversteken van heel dat deel van de wereld, mondt uit in de Pontus Euxinus (Zwarte Zee), naast de Istriërs, de kolonisten van de Milesiërs.
………………………………………………………………………….. Heródoto, Historia, II XXXIII.

Later, met Caesar, Posidonius en anderen, werd deze geografische informatie etnografisch. Het is echter een beperkte informatie die noch geografisch noch chronologisch kan worden uitgebreid. Een van de historiografische bronnen kan de taalkunde zijn, waarvan de Keltische talen een tak van de Indo-Europese familie zijn. Dankzij dit taalkundige concept kunnen we bepaalde grenzen trekken.

De Keltische druïden zijn altijd al een onderwerp van interesse en fascinatie geweest, maar over de historische druïden is nauwelijks iets bekend. Veel megalithische monumenten uit de prehistorie hebben geprobeerd zich te verhouden tot deze personages en de Keltische cultuur, die zeer twijfelachtig en gewaagd is. Een belangrijk punt, en van verandering, zal de ontdekking van La Tène zijn. De Keltische cultuur zal worden gekoppeld aan een specifieke materiële cultuur van deze site.

 

Het verduurzamen van de Keltische identiteit. Cultuur van La Tène

Romeins bronzen beeldje van een gevangen genomen Galliër (Kelt), 2e eeuw n. Chr.

In dit stadium heeft de term een duidelijkere toepassing. De auteurs aanvaarden de periodisering van La Tène in hun studiegebieden. De filologie was de manier om het te consolideren. Uiteindelijk is het nog niet mogelijk geweest om een territorium precies af te bakenen. Wat het Iberisch schiereiland betreft, werden de eerste pogingen tot Keltische identificatie gedaan door Rubio de la Serna. Bepaalde gebieden van het schiereiland, zoals Galicia, hebben geprobeerd zich te identificeren met de Kelten om hun nationale identiteit te versterken. Iets wat zeker logisch is vanwege het tastbare erfgoed dat door de eeuwen heen is geërfd en dat zich niet alleen beperkt tot een enorme archeologische aanwezigheid – de meest uitgebreide in Europa – maar ook tot een echte culturele traagheid die tot op heden heel sterk is en dat niet alleen op zoek is naar een teken van differentiatie bij de Kelten. Desondanks was het pas na Martin Almagro Basch (archeoloog) en Pedro Bosch Gimpera (historicus) dat de Keltische aanwezigheid in Spanje werd opgehelderd.

 

Prehistorie en geschiedenis van de Keltische volkeren

De Keltische term (keltoi) is van Griekse oorsprong, die het misschien geleend hebben van de Iberiërs of Liguriërs. De Kelten noemden zichzelf waarschijnlijk *gal-, dat wij vertalen naar: Galliërs.

Bij de eerste groepen Indo-Europeanen die Midden-Europa zijn binnengedrongen, is het niet gelukt om de Keltische etniciteit goed te onderscheiden. Volgens de traditionele opvatting is het pas in de 5e eeuw v. Chr. met de opkomst van de La Tène-cultuur dat het redelijk zeker is dat de dragers van die cultuur als sprekers van Keltische talen kunnen worden geïdentificeerd. Vanuit een even traditioneel oogpunt hadden de eerste Indo-Europese kolonisten de overdragers kunnen zijn van de urnenveldencultuur die zich rond de 13e eeuw v. Chr. snel en ingrijpend over Europa verspreidden. De dragers van deze cultuur breidden zich uit langs de westelijke oever van de Rhône en bezetten de Languedoc-Roussillon, Cataluña en de benedenloop van de Ebro-vallei. Een andere uitbreidingslijn bracht hen naar België en het zuidoosten van Brittannië.

Keltische krijger vertegenwoordigd in de Broche van Braganza (Fibula de Braganza), Hellenistische kunst 250-200 v. Chr.

De laatste tijd worden de Kelten of hun directe voorgangers echter in verband gebracht met de klokbekercultuur, die zich in het Midden-Neolithicum zou hebben verspreid van het Iberisch schiereiland, langs de Atlantische kust, naar het centrum van Europa (midden van de Elbe). Deze convergentie met de touwbekercultuur zou de eerste pan-Europese culturele horizon hebben gevormd, die later zou leiden tot de cultuur van het brons in Unetice, nabij Praag. De nog recentere studie van de verspreiding van het mitochondriaal Haplotype (grof vertaald, een via DNA chromosomen, historisch volkenkundig onderzoek) is niet alleen in overeenstemming met deze hypothesen, maar concludeert dat deze verspreiding, die begint in het zuidwesten van Europa, een grote volksverhuizing met zich mee zou hebben gebracht, en niet alleen de overdracht van een “cultureel pakket” is geweest.

Vanaf de 8ste eeuw v. Chr. waren andere vermeende Indo-Europese volkeren de dragers van de Hallstattcultuur (IJzer I), die zich in dit stadium over het hele binnenland van het Iberisch schiereiland verspreidde (7e eeuw v. Chr.). In de 6e eeuw v. Chr. werden de vermeende Indo-Europese volkeren door de Iberiërs uit het Iberische noordoosten verdreven, waardoor de Kelten door Iberia geïsoleerd raakten van de rest van de continentale Keltische volkeren.

Sinds de 4e eeuw v. Chr. hebben de continentale Kelten de cultuur van La Tène ingewijd, in het bijzonder de Keltische cultuur (IJzer II). In deze fase hadden de Kelten net Noord- en Midden-Frankrijk (Gallië), Noord-Italië en de meeste Britse eilanden bezet. Ze verspreiden zich ook over de Balkan en bereiken zelfs een regio van Klein-Azië, die bekend zal staan als Galatië. In deze periode werden belangrijke versterkte villa’s (lat. oppida) gebouwd, die dienden als commerciële en politieke centra. Het is ook in deze periode dat het druïdisme zich onder de Kelten verspreidde. In tegenstelling tot wat men denkt, hadden de druïden geen stenen tempels, en de archeologen hebben het Keltische druïdisme kunnen koppelen aan Stonehenge, de megalithische cultuur voorafgaand aan de Keltische cultuur en het fenomeen van het druïdisme in enkele millennia. Deze fout om de Atlantische megalithische cultuur (aanwezig in de Britse eilanden, Frankrijk en Spanje) te associëren met Stonehenge is zeer wijdverspreid onder de mensen omdat het een uitvinding is van de 18e eeuwse romantiek. Een voorbeeld: de Iberische Kelten kenden het druïdische fenomeen niet, maar in Spanje zijn er veel megalithische overblijfselen.

Een van de eerste vermeldingen van de Kelten is die van de Galliërs van Cisalpine onder leiding van hun koning Breno, die Rome binnenvielen in 390 v. Chr. Later vocht eerst de Romeinse Republiek en later het Romeinse Rijk met succes tegen de Galliërs van Cisalpine en Transalpine. Julius Caesar had al tijdens zijn verovering van Gallië tegen hen gevochten en na verloop van tijd veroverde de Romeinen ook hun Britse en Iberische heerschappij. Tegen het einde van het Romeinse Rijk (476) bezetten de Kelten slechts delen van Noordwest-Frankrijk, Ierland, Wales en enkele delen van Schotland. In de loop van de Middeleeuwen versterkten ze hun controle over Schotland en deden ze verschillende pogingen om hun grondgebied in Engeland uit te breiden. Vanaf de 2e eeuw v. Chr. stonden de Kelten onder toenemende militaire druk van de Germanen in het noorden en, iets later, van de Romeinen in het zuiden. Binnen enkele decennia werd heel Gallië bezet door de Romeinen. De Romeinse aanwezigheid in Groot-Brittannië was van korte duur, waardoor de Keltische talen van dit eiland (Welsh) konden overleven en later naar het continent (Frans Bretagne) konden terugkeren.

Nog in de 7e eeuw voerden de Kelten hun misschien wel laatste uitbreiding uit: de Ierse Schotten vielen Caledonië binnen, een regio die bekend werd als Schotland.

Onder de Keltische archeologische overblijfselen zijn de belangrijkste de castros en de petrogliefen (let op: veel petrogliefen (rotstekeningen) zijn van duizend jaar voor de Keltische cultuur, hoewel ze tijdens in de Keltische periode werden gemaakt (denk aan de periodisering)), die vaak in het noordwesten van het Iberisch schiereiland worden gevonden.

De Keltische volkeren en cultuur waren sterk aanwezig in het zuidwesten van het schiereiland, gedocumenteerd door Plinius de Ouderen en andere bronnen. Volgens historici als Adolf Schulten werd het noorden van het schiereiland niet bewoond door Keltische volkeren maar door Liguriërs. De Kelten, een krijgersvolk dat we inmiddels kennen als bewoners van gebieden als Ierland, Engeland, Schotland, Frankrijk en Noord-Spanje, vierden meer dan 3000 jaar geleden al wat we nu kennen als Halloween. Precies op 31 oktober vierden de Kelten het einde van de zomer en dachten dat de doden als zombies uit hun graven kwamen en om zich tegen hen te beschermen versierden ze de huizen met sinistere motieven.

 

Keltische talen


Het belangrijkste kenmerk van de Keltische sociaal-culturele identiteit is ongetwijfeld de taal. Wat betreft de rest van de historische en culturele aspecten waren de Kelten meer verdeeld, terwijl de taal stabieler was in het licht van de historische evolutie, ondanks het feit dat als gevolg van de taalverandering de Keltische talen verscheidenheid aanbracht in een proces dat overeenkomstig is aan het proces dat leidde van het Latijn naar de Romaanse talen.

De Keltische talen zijn afgeleid van een reeks dialecten van Proto-Indo-Europees, een taal die chronologisch gezien een tussenpositie inneemt binnen de Indo-Europese familie. Van de gemeenschappelijke kenmerken van de Keltische talen via de methoden van de historische taalkunde, is het proto-Keltisch gereconstrueerd, wat een benadering is van de moedertaal die leidde tot de verscheidenheid van de historisch bekende Keltische talen.

 

Keltische cultuur


De Keltische cultuur wordt gevormd door tradities die mondeling worden doorgegeven en die de verhalen uit de Ulstercyclus belichten, zoals het “verhaal van het varken van Mac Datho”, Táin Bó Cúailnge (de Runderroof van Cooley), of Bricriu.

Keltische nederzetting in Slowakije.

De Griekse en Romeinse auteurs beschrijven de Kelten als opschepperige en turbulente personages, die dol zijn op vechten. Dit bleek des te meer tijdens hun feesten. Feesten waren een belangrijk onderdeel van het leven van de Keltische adel. Er werden vaak feesten gehouden om de overwinning in de strijd te vieren. Krijgers hadden dan de gelegenheid om te pronken met hun prestaties. Voordat het vlees werd gesneden, vond er een verbale wedstrijd van bravoure plaats, stoerdoenerij, om te beslissen wie de moedigste krijger onder de aanwezigen was. De kanshebbers voor de titel werden door hun verdedigers aangemoedigd om de meest extravagante aantijgingen te doen. De winnaar werd beloond met het uitsnijden van het gebraden dier, en het voor hem reserveren van het betere deel van de spier, genaamd het “kampioensdeel”.

Keltisch huis in Wales.

De kleding van de Kelten, zoals die is gereconstrueerd, vertoont een kleurrijke en goed versierde stijl, met de neiging om felle kleuren te combineren. De belangrijkste kleurstoffen, die deze heftige kleurschakeringen veroorzaakten, waren: voor rood het zogenaamde “Red” (Rubia tinctorum L.), voor geel het Reseda luteola en voor blauw het wede (Isatis tinctoria). Linnen is het oudste textielmateriaal dat werd gevonden, gebruikt door de Proto-Keltische bevolking. Wol werd de meest gebruikte grondstof toen de schapen eenmaal gedomesticeerd waren. In de ijzertijd werd de meeste Keltische kleding gemaakt van wol. Het doek werd geweven met weefgetouwen, geruit en gestreept, maar eenvoudiger dan de huidige “tartan“. De basis kledingstukken waren braccae voor de mannen en lange gewaden (tunica) en peplum voor de vrouwen, zo ook een buidel (sporran) op de riem (een pouch genoemd) voor zowel de man als de vrouw.

De huizen bestonden uit een wanden van houten palen en een vlechtwerk van takken, besmeerd met modder, bedekt met rieten daken. Gaten verspreid over het huis dienden om het graan op te slaan. De huizen waren gelegen in versterkte heuvels, zoals het geval is bij Maiden, in Dorset.

Castro van Viladonga, Galicia, Spanje.

 

Geloof


De religie van de oude Kelten, met name die van de Galliërs voor de Romeinse verovering, is niet goed bekend en de gegevens die beschikbaar zijn om deze te reconstrueren zijn schaars en niet erg nauwkeurig.

De zilveren pot Gundestrup, Denemarken, met reliëfs uit de Keltische mythologie

De verering was in handen van de druïden, priesters die ook de opvoeders van de jeugd waren. De monumenten worden ook wel druïdische stenen genoemd, vóór de komst van de Kelten in West-Europa, lijken geen rol te hebben gespeeld in de religie van de oude Galliërs.

Lange tijd waren er alleen lokale sekten die vooral betrekking hadden op bergen, bossen en wateren, die onder verschillende namen werden aangeroepen. We vinden de god Vosges, de godin Ardennes, de god Dumias; de goden van de bronnen of rivieren: Sequana (de bron van de Seine), Nemausis (de bron van Nimes).

Later werd de cultus van de grote godheden gevestigd, die min of meer voor alle Galliërs gold. In de Gallo-Romeinse tijd werd deze laatste geïdentificeerd met de godheden van Rome door middel van een cultureel proces dat “syncretisme” wordt genoemd: Teutates (bij Asterix en Obelix wordt hij vaak aangeroepen: “Bij Toutatis” , is een god gelijkend Mercurius met iets van Jupiter en Mars; Taranis (donderaar), gerelateerd aan de bliksem, maar zonder de opperste macht van Jupiter; Esus, god van de oorlog en het vee, geassimileerd met Mars of Silvanus; Belenos, god van de kunst, gerelateerd aan de zon en vergeleken met Apollo; Cernunnos, god van de slaap en de dood, geassimileerd met Pluto.

Naast hen waren er godinnen zoals: Rosmerla, geassocieerd met de Teutates; Belisma, godin van de vuurkunst, geassimileerd met Minerva; Epona, godin van de agrarische overvloed, geassimileerd met Ceres. De Galliërs hadden ook abstracte goden of geesten van de steden.

Beroemd onder de beoefenaars van het volksgeloof is het oogsten, volgens vaste voorschriften, van de maretak, die werd beschouwd als begiftigd met buitengewone deugden. Ook de eik werd als een heilige boom beschouwd.

Druïdisme is een pan-Keltische instelling. Op een manier die vergelijkbaar is met andere Indo-Europese samenlevingen, vormen de druïden een professioneel orgaan dat is afgeleid van de aristocratie, van specialisten in de technieken van het recht en de aanbidding die verband houden met de soevereine functie. Zij verlenen hulp aan de koningen, waken over het gebruik van spreuken, geven onderwijs en zorgen voor de overdracht van traditionele kennis.

In de periode voorafgaand aan de Romeinse verovering van Gallië, en blijkbaar later op de Britse eilanden, is het belangrijkste kenmerk van de religieuze praktijk van de oude Kelten het druïdisme. Het woord druïde, dat specifiek Keltisch is, komt van *der-w/dr-ew, wat wordt begrepen als “hij die het geloof kent, hij die een ware, zekere visie heeft”. Het bestaan van de druïdische geestelijkheid blijkt uit verschillende oude auteurs, voor verschillende tijden en op verschillende plaatsen in de Keltische wereld. In Gallië lijken de druïden een sleutelrol te hebben gespeeld in de opstand van -52 en later in de Gallische opstanden van de 1e eeuw: die van de burgeroorlog, geleid door Eduen Julius Sacrovir in 21 n. Chr. en beschreven door Tacitus in zijn Histories, zou hebben geleid tot het uitbreken van de vijandelijkheden in Rome tegen de Gallische druïden.

Overgave van Vercingetorix aan Julius Caesar. Schilderij van Lionel-Noël Royer uit 1899.

De Druïdische “geestelijkheid” was verantwoordelijk voor de viering van heilige ceremonies en culturele riten: alleen zij hadden het recht om offers te brengen, soms menselijk, maar meer in het algemeen dierlijk of symbolisch (zoals blijkt uit de houten ex-voto’s die in de bronnen van de Seine zijn gevonden). Het was de praktijk van de menselijke offers die als voorwendsel diende voor het verbod van de druïden onder Keizer Tiberius (of Claudius voor sommige historici). Andere voorrechten van de druïden waren logischerwijs onderwijs, diplomatie, geschiedenis, genealogie, toponymie, magie, geneeskunde en waarzeggerij. De druïde was, dankzij zijn kennis (die volgens Caesar twintig jaar studie kon vergen) en dankzij zijn beheersing van de magische praktijken, een tussenpersoon tussen de goden en de mensen.

De druïde had ook een rol als politiek adviseur van de koning, met wie hij een twee-eenheid kon vormen waarin de koning onder inspiratie van de druïde soevereiniteit uitoefende. De druïde Diviciacos, tijdgenoot van Cicero en direct aan het begin van de Romeinse verovering van Gallië, verschijnt vooral als de politieke leider van de Aedui.

 

Verwant aan dit onderwerp:

Pre-Romeinse volkeren
Keltiberiërs

 

Naar boven
Spaanse Verhalen. spaanseverhalen.com
Laatst bijgewerkt 2021-01-08

Bronvermelding en referenties

{{Anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Celta| oldid=131862507| datum=20210108}}
{{Nederlandse Wikipedia|taal=nl|titel=Kelten|oldid=57854956| datum=20210104}}
{{Nederlandse Wikipedia|taal=nl|titel=Urnenveldcultuur|oldid=57110304| datum=20210105}}
{{Nederlandse Wikipedia|taal=nl|titel=Klokbekercultuur|oldid=56076810| datum=20210105}}
{{Nederlandse Wikipedia|taal=nl|titel=Hallstattcultuur|oldid=57874837| datum=20210106}}
{{Nederlandse Wikipedia|taal=nl|titel=La Tène-periode|oldid=57596023| datum=20210106}}
{{Nederlandse Wikipedia|taal=nl|titel=Teutates|oldid=55993452| datum=20210107}}
{{Nederlandse Wikipedia|taal=nl|titel=Taranis (god)|oldid=56249043| datum=20210107}}
{{Nederlandse Wikipedia|taal=nl|titel=Esus|oldid=53839235| datum=20210107}}
{{Nederlandse Wikipedia|taal=nl|titel=Vercingetorix|oldid=57687535| datum=20210107}}

Foto’s gelicenseerd onder  Wikimedia Creative Commons: CC BY 2.0 , CC BY 2.5 , CC BY-SA 2.0 , CC BY-SA 2.5, CC BY-SA 3.0 , CC BY-SA 4.0, CC 0, CC 0 1.0, GNU-licentie voor vrije documentatie of Publiek Domein
Coralma*, is eigen werk dat u terug kunt vinden als een CC BY-SA 4.0 file in Wikipedia Commons.

De Kelten in Europa en Anatolië, vroeger en nu. Auteur – QuartierLatin1968, Coralma* heeft Nederlandse tekst toegevoegd
Keltische volkeren tijdens en na de Halllstattcultuur. Auteur – Dbachmann
Het Keltische kruis. Auteur – Origineel Onbekend   Vector: Petr Vodicka – http://www.sodipodi.com (archived at https://web.archive.org/web/20041225033148/http://www.sodipodi.com/clipart/decorative/ccross.svg)
Verdeling van de pre-Romeinse volkeren, volgens Schulten, op het Iberisch schiereiland rond 500 v. Chr. Auteur – Onbekend – Los Celtas y la Civilización Céltica by Henri Hubert
Romeins bronzen beeldje van een gevangen genomen Galliër (Kelt), 2e eeuw n. Chr. Auteur –  Ancient to Medieval (And Slightly Later) History Artifacts, Castles, Coins, Ruins & Megaliths – An all-original, photo-rich Tumblr – http://archaicwonder.tumblr.com/post/158133414165/roman-bronze-statuette-of-a-captive-gaul-2nd
Keltische krijger vertegenwoordigd in de Broche van Braganza (Fibula de Braganza), Hellenistische kunst 250-200 v. Chr. Auteur – british museum – https://www.britishmuseum.org/research/collection_online/collection_object_details/collection_image_gallery.aspx?partid=1&assetid=477950001&objectid=467441
Keltische nederzetting in Slowakije. Auteur – Marek Novotnak
Keltisch huis in Wales. Auteur – FruitMonkey de Wikipedia en inglés
Castro van Viladonga, Galicia, Spanje. Auteur – Xunta de Galicia
De zilveren pot Gundestrup, Denemarken, met reliëfs uit de Keltische mythologie. Auteur –
Overgave van Vercingetorix aan Julius Caesar. Schilderij van Lionel-Noël Royer uit 1899. Auteur – Lionel Royer – Musée CROZATIER

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.