Vizcaya

Vizcaya (prov)

Het eilandje Gaztelugatze met de hermitage van San Juan gezien vanaf de mrirador.

Spaanse Verhalen   Provincie van Pais Vasco   spaanseverhalen.com
Spaanse Verhalen  spaanseverhalen.com
Vizcaya (in het Baskisch (euskera) heet het officieel Biskaje) is een van de drie Spaanse provincies die deel uitmaken van de Autonome Gemeenschap País Vasco. De hoofdstad en meest bevolkte stad is Bilbao. Het ligt in het noorden van het Iberisch schiereiland en wordt in het noorden begrensd door de Cantabrische Zee, in het oosten door Guipúzcoa, in het zuiden door Álava en Burgos en in het westen door Cantabria.

……

Wat jou interesseert:

Vizcaya is een zeer bergachtige provincie met een mooie kustlijn. Het bestaat uit 112 gemeenten georganiseerd in zeven comarcas (gewesten). Met een oppervlakte van 2217 km², is het de tweede kleinste provincie van Spanje, maar is het de negende meest bevolkte provincie (1.149.628 inwoners) en de derde in bevolkingsdichtheid (517,9 inwoners/km²). Het grootste deel van de bevolking woont in het grootstedelijk gebied van Bilbao, dat het op vijf na grootste stedelijke gebied van Spanje is. De officiële talen zijn Spaans en Baskisch; het westelijk dialect van het Baskisch is inheems in Viscaya.

Het grondgebied van Viscaya vindt zijn oorsprong in de middeleeuwse heerlijkheid Viscaya, waar historische rechten en een foraal regime uit voortvloeien die door de Spaanse grondwet worden erkend. Zo heeft de Provinciale Raad van Biskaje, net als de andere Baskische provincieraden, een veel grotere autonomie dan de andere provincieraden. Net als andere Spaanse provincies heeft het zijn eigen forale wet. Vizcaya was een van de eerste industriële centra in Spanje en had een sterk ontwikkelde ijzer- en staalindustrie vanaf het einde van de 19e eeuw; Altos Hornos de Vizcaya was het grootste bedrijf in het land voor bijna de hele 20e eeuw. De oliecrisis van 1973 had echter zeer ingrijpende economische gevolgen in Vizcaya en de provincie onderging een proces van ingrijpende industriële reconversie.

het wapen

de vlag

Gegevens
Hoofdstad Bilboa
Taal Spaans en euskera
Comundad autónoma País Vasco
Onderverdeling 7 Comarcas
112 Municipios
Oppervlakte 2.217 km²
Hoogte
Gemiddeld
MaximaalMinimaal

± 290 m.b.z.
Monte Gorbea
1482 m.b.z.
154 km kust 0 m.b.z.
Klimaat zeeklimaat
Bevolking
Totaal
Bevolkingsdichtheid

1.152.651 (2020)
519,9 inw/km²
Naam bewoners Biskaje (a)
BBP (2017)
Totaal
Per hoofd v/d bevolking

35.045.965.000 €
€ 30.901
Patroonsheilige San Ignacio de Loyola
Officiële webpagina

 

Toponymie


Etymologie

De term Vizcaya of Bizkaia heeft een omstreden etymologie. Voor sommigen betekent het ‘cima‘ (in het Nederlandse is dat top (of toppunt)), en zou het een synoniem zijn voor het huidige Baskische woord ‘bizkar‘ (‘heuvel’). In het jaar 1141 wordt met betrekking tot de ‘cima‘ van de berg Igueldo in San Sebastian het volgende toponiem gegraveerd: Iheldo Bizchaya (‘cima de Igeldo’s’). Er is ook een regio in Navarra die “La Vizcaya” heet en dat  ‘La Cima‘ (De Piek) zou kunnen betekenen. Er zijn ook andere etymologieën voorgesteld, zoals bits-kaia (“schuimhaven”) of bizi-kaia (“levende haven”), die minder waarschijnlijk zijn, omdat er soortgelijke toponiemen bestaan op plaatsen ver van de zee, zoals die welke in Navarra of Labets-Biskaje worden genoemd.

Puente de Vizcaya over de rivier van Bilbao.

 

Benamingen

Bizkaia

Bizkaia is de euskera (Baskische) naam, die wordt aanbevolen door de Real Academia de la Lengua Vasca (Koninklijke Academie van de Baskische Taal) en die ook in de officiële documenten wordt gebruikt. Ook de officiële documenten van de Spaanse overheid gebruiken deze benaming (sinds 2011 is het de enige officiële benaming), en het is de meest gebruikte benaming door de media in het Spaans in Baskenland. Het is ook de benaming die wordt gebruikt in de Baskische versie van de Spaanse grondwet en in de Baskische versie van het Autonoom Statuut voor Baskenland.

Ondanks het feit dat het de enige officiële benaming is die voor het historische gebied is goedgekeurd door de Juntas Generales (Algemene Raad van Bestuur) via Norma Foral 12/1986 van 15 december van de Algemene Raad van Biskaje, over identiteitstekens van het historische territorium van Bizkaia, zoals gezegd Norma Foral had geen invloed op de benaming van de provincie, sinds het Koninklijk Wetsbesluit 781/1986 van 18 april, waarin de geconsolideerde tekst van de geldende wettelijke bepalingen voor de lokale overheid werd goedgekeurd, zoals bepaald in artikel 25.2 dat “alleen bij wet goedgekeurd door de Cortes Generales de naam en hoofdstad van de provincies kan worden gewijzigd”, bleef Vizcaya tot 2011 de enige officiële naam van de provincie volgens het Koninklijk Besluit van 30 november 1833.

Op 29 juni 2004 presenteerde de Grupo Parlamentario Partido Nacionalista Vasco (Parlementaire Groep van de Baskische Nationalistische Partij) in het Congreso de los Diputados (Congres van Afgevaardigden) het wetsvoorstel nr. 122/000084 waarin zij voorstelde om als enige officiële naam die van Bizkaia vast te stellen. Dit voorstel is op 9 mei 2006 door dezelfde parlementaire groep, wegens gebrek aan steun,  weer teruggenomen.

In 2011 omvatte het begrotingsakkoord dat de PSOE en de PNV in het Congres van Afgevaardigden bereikten de huidige naamswijziging, waarbij de enige officiële naam voor het Vizcaya-gebied die van Bizkaia zou zijn.

Vizcaya

Vizcaya is de naam in het Spaans, aanbevolen door de Koninklijke Spaanse Academie. Het kan worden gebruikt in niet-officiële documenten en in het algemeen in de geschreven Spaanstalige wereld. Het is ook de benaming die werd gebruikt in de Spaanse versie van de Spaanse grondwet van 1978 en in de Spaanse versie van het statuut van de autonomie van Baskenland van 1979.

De V wordt in het Spaans uitgesproken als een zachte B, dus zeg je geen Viscaya, maar Biskaia zoals het officieel in het Baskisch ook wordt geschreven.

 

Geschiedenis


Er zijn bewijzen van nederzettingen in het Paleolithicum op verschillende plaatsen in Biskaje, zoals de grotten van Bolinkoba (Abadiano), Arenaza (Galdames), Atxeta (Forua), Santimamiñe (Cortézubi) en Lumentxa (Lequeitio).

De aanwezigheid van verschillende nederzettingen uit IJzertijd, zoals die in Arrola, Malmasín en Bolumburu, suggereren dat het gebied werd bezet door Indo-Europeanen. De huidige archeologie heeft een mening:

“In cultureel en architecturaal opzicht is de culturele situatie gelijk aan die, welke bekend is in enkele van de geografisch omliggende regio’s van Baskenland, met dezelfde interne verschillen en eigenaardigheden die we ook daar vinden”.

Soortgelijke nederzettingen (dit is de castro van Santa Trega in Galicia) hebben ook in Viscaya bestaan.

 

De Romeinse periode

Volgens Claudio Ptolomeo verspreidde van de pre-Romeinse stammen zich over het noordelijke deel van Vizcaya, onderandere in de oude pre-Romeinse nederzetting van Caristia en Autrigonia. In de werken van Strabo, Pomponio Mela en Plinius de Oude komt dat het overeen met het westelijke deel van het grondgebied van de Várduli. De afstamming van deze drie stammen is onbekend. Historici maken ruzie over hun Cantabrische, Baskische, Indo-Europese, Keltische of Celtiberische afkomst zonder dat er enig overtuigend bewijs is ten gunste van een van deze hypothesen.

Autrigones

De Autrigones, die in Vizcaya  het gebied rondom de Encartaciones zouden bezetten, werden door Strabo niet genoemd. Andere Romeinse historici zoals Pomponio Mela en Plinius de Oude plaatsen ze in het binnenland, in het noordelijke deel van de huidige provincie Burgos (Briviesca). Plinius de Oudere noemde rond het jaar 77 “onder de tien steden van de Autrigones, Tricio (Tritium Autrigonum) en Virovesca (Briviesca) als hoofdstad van de Autrigones”.

Pre-Romaanse volkeren van het Iberisch schiereiland.

Claudius Ptolemaeus plaatst ze in het westen grenzend aan de Cantabriërs en in het zuiden begrenst door de Turmogos, en in het oosten door de Caristios en Berones, en volgens deze verdeling zouden ze zich uitstrekken tussen de rivier de Asón en de rivier de Nervión. De belangrijkste stad was Virovesca (Briviesca), zichtbaar op een van de Munten van de Iberische Ruiter. Andere belangrijke steden waren Tricio, in La Rioja; Deóbriga (Miranda de Ebro) en aan de kust van Flaviobriga (Castro-Urdiales) (hoewel Plinius de Oude deze stad aan de Várdulos toekent) de laatste door de Romeinen gestichte kolonie in Hispania. Andere nederzettingen waren Osma de Valdegovia, Poza de la Sal en het is mogelijk dat ze aan de monding van de rivier de Nerua (Nervión) een haven hadden omdat er Romeinse munten werden gevonden bij de riviermonding van de Portugalete en in Bilbao. Florus en Orosius vertellen ons dat de Autrigones vaak werden aangevallen door de Cantabriërs, dus werkten ze mogelijk samen met Augustus in de Cantabrische oorlogen en als beloning kregen ze de controle over nieuwe gebieden aan de Cantabrische kust, die bijna de Deva rivier bereikten.

De archeologen zijn het nog niet eens over hun afkomst. Waren het Cantabriërs, Celtiberiërs of Vasconen. De eerste is twijfelachtig omdat het de Cantabriërs waren die  de Autrigones en Turmogos aanvielen en zo de Romeins-Cantabrische oorlog veroorzaakte. En het feit dat sommige van hun steden de terminatie briga hebben, lijkt meer te duiden op een Keltische oorsprong.

Caristios

Romeinse nederzetting van Forua.

Volgens Ptolemaeus bezette de Caristios de rest van Viscaya. Ze worden niet genoemd door Strabo, noch door Pomponio Mela, maar wel door Plinius de Oudere, die ze Carietes noemt en ze in het binnenland, in het zuiden van het huidige Baskenland, plaatst.

Ptolemaeus plaatst ze tussen de rivier de Deva, in de provincie Guipúzcoa en wat nu Bilbao is, en bereikt zo de Ebro in het zuiden. Hun grondgebied grenst aan dat van de Várdulos en de Autrigones. De steden waren Tullica (misschien Tuyo aan de oevers van de Zadorra), Suessatio (dat zou de huidige Zuazo kunnen zijn) en Veleia (dat zou de huidige Iruña-Veleia kunnen zijn), de laatste twee waren op de Romeinse weg van Bordeaux naar Astorga.

Ook over hen wordt gediscussieerd of ze verwant waren aan Cantabriërs, Keltiberiërs of Basken.

Overblijfselen van de Romeinen

Er zijn talrijke overblijfselen uit de Romaanse tijd van Vizcaya gevonden, zoals de overblijfselen van de kustnederzettingen Lequeitio, Portuondo of Bermeo, misschien wel de belangrijkste is de rivierhaven van Forua en de overblijfselen van de Romeinse nederzetting.

 

De Middeleeuwen

Vanaf de val van het Romeinse Rijk tot rond het jaar 1000 is er weinig historisch nieuws uit Vizcaya. Waarschijnlijk heeft Vizcaya veel te lijden van de verwoestende aanvallen van de Herulen (een volk dat op meerdere plaatsen in Europa en onder leiding verschillende leiders strijd leverden in de 3e, 4e en 5e eeuw). En waarover de bisschop en tevens kroniekschrijver Hidatius vertelt, dat 400 Herulen in zeven schepen de Cantabrische en Varduliaanse kust in het jaar 456 hebben aangevallen.

Om op eigen grond terug te keren, Cantabriarum en Vardaliarum werden op wrede wijze, vanuit zee, geplunderd.
                                                                                                  Fontes Hispaniae Antiquae, IX, p. 74.
                                                                                                  Antieke Spaanse bronnen, 9, pag. 74.

Het laatste archeologische onderzoek lijkt te wijzen op een Franco-Aquitana uitbreiding van Vizcaya vanaf de 6e eeuw, wat in tegenspraak is met de geschiedkundige voorstellen die gebaseerd zijn op een continuïteit van de cultuur van de proto-historie tot de vroege Middeleeuwen:

Kortom, er is sprake van een breuk in het nederzettingspatroon tussen de late oudheid en de voorafgaande wereld. Deze breuk is slechts een weerspiegeling van de ingrijpende veranderingen die de sociale structuur heeft ondergaan, die voortvloeien uit de demografische recessie die heel Europa heeft getroffen, maar ook uit de politieke gebeurtenissen die verband houden met de openhartige expansie die vanaf de 6e eeuw het Baskenland moet hebben getroffen, zoals blijkt uit de karakteristiek van het archeologisch dossier.

De relatie met de Merovingische Franken kan via het hertogdom Vasconië worden uitgelegd.

Noch de Visigotische – noch de Moslim invasies lijken Vizcaya te hebben bereikt. Veel van de nederzettingen aan de kust van Vizcaya werden  waarschijnlijk verwoest door de Vikingen, en er wordt gespeculeerd over de mogelijkheid van een Vikingnederzetting in de buurt van Mundaca, dat de oorsprong zou kunnen zijn van de legende van Jaun Zuria.

Na de invasie van moslims wordt aangenomen dat Vizcaya onder het bewind van het koninkrijk Asturias kwam te staan, met enkele confrontaties waarvan de mythische slag om Padura er één zou zijn geweest. In de kroniek van Alfonso III de Asturias, geschreven in de 9e eeuw, en verwijzend naar het bewind van Alfonso I, wordt Vizcaya hier voor het eerst genoemd: «Alava, Vizcaya, Alaon y Orduña siempre habían sido poseídas por sus habitantes» (Alava, Vizcaya, Alaon en Orduña is altijd bezet geweest door zijn eigen inwoners) , dus het was niet nodig om het opnieuw te bevolken, in plaats daarvan “bevolkte” het Sopuerta en Carranza (dat wil zeggen, het plaatste de Encartaciones onder zijn controle).

Het ontstaan van de Heerlijkheid Vizcaya

Klooster van San Juan de la Peña waaraan de Heer van Viscaya verschillende donaties heeft gedaan.

Na de annexatie van het graafschap Castilla door Sancho III van Navarra (1029) bleef Viscaya onder de invloed van het Koninkrijk Pamplona; tot 1040, toen Íñigo López Ezquerra, graaf van Viscaya die de kern Viscaya bestuurde (zonder de Encartaciones en de Duranguesado), tijdens de confrontaties tussen Castilla en Navarra, sloot hij zich aan bij de koning van Castilla en profiteerde hier tegelijker tijd van daar hij Heer van de Heerlijkheid van Viscaya werd.

In 1135 keerde de kern van Vizcaya terug onder het bewind van Navarra. Waarna het vanaf 1180 definitief onder het bewind van Castilla kwam te vallen. Encartaciones kwam bij het Koninkrijk Castilla en de Duranguesado bleef tot 1200 in het bezit van het Koninkrijk Navarra, waarna het ook afhankelijk werd van Castilla. Aan het einde van de 13e eeuw en in de 14e eeuw werd de opvolging van de Heerlijkheid gewijzigd door dynastieke verschillen en door inmenging in de aangelegenheden van het Koninkrijk Castilla, waar de heren van het Huis van Haro leengoed hadden en verwant waren aan adellijke huizen zoals de Lara-familie of het koninklijk huis.

Puente de la Muza, in Valmaseda, gebouwd in de 13e eeuw.

De Heerlijkheid van Viscaya viel in 1370 door de moederlijke erfenis aan de Infante don Juan de Castilla, die het koninkrijk Castilla van zijn vader erfde,  als Juan I, dat sindsdien verbonden werd aan de Kroon, eerst aan die van Castilla en later aan die van Carlos I van Spanje, altijd op voorwaarde dat de Heer van het moment zwoer de privileges van de Hogeraad te verdedigen en te handhaven (Biskajeanse eigen wetten) die in hun tekst stelden dat de Biskajestanen, althans in theorie, ongehoorzaam konden zijn aan de Heer als hij dat niet zou doen.

De oorlogen van de partijen

De guerras de banderizos

De crisis van de late middeleeuwen heeft Viscaya zwaar getroffen, wat leidde tot een vermindering van de landbouwproductie en daardoor hongersnood, enz. Deze crisis werd nog verergerd door de Zwarte Pest-epidemie van 1348. Veel boeren stierven, en anderen zochten hun toevlucht in de steden, wat het inkomen van de belangrijke landeigenaren beïnvloedde.

Pogingen om hun prestige te behouden en de zoektocht naar inkomsten leidden de stamhoofden tot een machtsstrijd die twee kanten op ging: oñacino’s en gamboínos, geleid door de oñacino’s voor de Señor de la Casa de Mújica (Heer van het Huis van Mújica), en de gamboínos door het Casa de Urquizu de Abendaño (Huis van Urquizu van Abendaño). Zo begon de banderizo-oorlog die Vizcaya van de late middeleeuwen tot de vroegmoderne tijd verwoestte. De andere lijnen van Visvaya werden toegeschreven aan de een of andere kant, afhankelijk van hun belangen, waarbij men vrij makkelijk van de ene naar de andere kant liep, een ieder vocht of streed voor dat of diegene dat het meeste opleverde. De heren aarzelden niet om te stelen in de dorpen die als vijanden werden beschouwd, om hun boeren te plunderen en af te persen, of om de konvooien van de kooplieden uit Burgos aan te vallen die op weg waren naar de havens om hun goederen uit te voeren.

Enrique III de Castilla

In 1394 nam Las Encartaciones het Fuero de Avellaneda (Handvest van Avellaneda) aan, om het sociale conflict te bestrijden dat door het geweld van de banderizo’s werd veroorzaakt. De boeren van Tierra Llana en Las Villas gingen naar koning Enrique III van Castilla, heer van Viscaya, om hem toestemming te vragen om een broederschap te vormen om zich te beschermen tegen de troepen van de Jaunches. De koning gaf in 1393, de opdracht aan de corregidor Gonzalo Moro, om nieuwe Broederschaps Verordeningen op te stellen, wat in een Algemene Vergadering werd gedaan, maar deze verordeningen werden niet toegepast, vanwege het verzet van sommige heren van de Oñacino-zijde.

In het midden van de 15e eeuw worden het strijdgewoel tussen de banderizo heren omgezet tot een echte machtsstrijd, die de Tierra Llana domineren, aan de ene kant, en de stad (Ciudad) en de dorpen (Villas) aan de andere kant. In 1479 stemde de Junta de Villas, die in Durango bijeenkwamen, in met de vorming van een nieuwe broederschap voor de Villas. En in 1480 werd overeengekomen dat, om Vizcaya te pacificeren, een commissie zou worden gevormd met volmachten uit de steden Bilbao, Bermeo, Lequeitio en Durango en leden van de lijnen van Butrón, Múgica, Abendaño en Arteaga om de geschillen te beslechten en een einde te maken aan de gevechten.

De Banderizo-oorlogen eindigen aan het einde van de 15e eeuw. De plaatsing van de Villa’s onder de administratieve controle van de Kroon, de kracht van de Broederschappen van de Villa’s en de erkenning van de universele adel voor alle Vizcayanen waren belangrijke elementen in het verlies van de macht van de heren. Aan de andere kant werden de waarden van de banderizo Heren (adel, eer, goede naam) beschouwd als typisch voor de Vizcayaanse samenleving, en, toegevoegd aan andere geïmporteerde gewoontes, zoals het Castiliaanse mayorazgo, versterkte het idee van een eigen Vizcaya-identiteit.

De middeleeuwse fueros

Het middeleeuws Vizcaya was verdeeld in drie delen met een eigen regering en jurisdictie:

  • De Tierra Llana, de vlakte, dat wil zeggen in de zin van, zonder muren, dat wil zeggen de velden en gehuchten in het centrum van Vizcaya, met de jurisdictie van Vizcaya en Infanzón, georganiseerd in merindades en anteiglesias, die hun bijeenkomsten in Guernica hielden.
  • De regio Encartaciones, met een eigen jurisdictie (de Encartaciones-jurisdictie) en een eigen regering, hield zijn bijeenkomsten in Avellaneda.
  • La Merindad de Durango, met de fuero de Durango, die hun bijeenkomsten hield in het Campa Foral de Guerendiaga voor de kapel van San Salvador en San Clemente de Abadiano.

Omdat de Villa’s en de Stad in de 12e en 13e eeuw werden voorzien van stadsplattegronden en privileges (fueros particulares), waren ze niet langer afhankelijk van de fueros van Vizcaya, Encartaciones of Durango, en begonnen ze hun bijeenkomsten apart te houden.
De villas en het jaar waarin ze hun fueros kregen waren: Valmaseda (1199), Bermeo (1236), Lanestosa (1287), Plencia (1299), Bilbao (1301), Ochandiano (1304), Portugalete (1322), Lequeitio (1325), Ondárroa (1327), Areatza (1338), Marquina (1355), Elorrio (1356), Guernica (1366), Durango (1372), Ermua (1372), Miravalles (1375), Munguía (1376), Larrabezua (1376) en Rigoitia (1376); de stad is Orduña (1228).

De Villas en de Stad (Ciudad), Las Encartaciones en de merindad Durango woonden alleen de Algemene Vergaderingen van Guernica bij en stuurden vertegenwoordigers wanneer er gemeenschappelijke kwesties besproken werden die voor hen van belang waren.

Het ontstaan van de marina

…de kleinschaligheid of engheid van het land, de rijkdom aan ijzererts, de eeuwenoude overvloed aan bossen en de geografische ligging hebben ervoor gezorgd dat de Basken zich vanaf de Middeleeuwen en tot op heden niet alleen als diepzeevissers en metaalbewerkers hebben onderscheiden, maar ook als zeelieden, bouwers van houten schepen en als industriëlen in het algemeen. Zee, bos en ijzer conditioneerden het Baskisch leven op een beslissende manier.
                                                                                                                                                                           Caro Baroja

De San Juan Poort, de rest van de middeleeuwse muur in Bermeo.

In 1068 verleende Sancho II van Castilla aan de bisschop van Oca toestemming om in verschillende Cantabrische havens te vissen. Men is van mening dat tussen het einde van de 9e en het begin van de 10e eeuw de bevolking de Vizcaya de kuststrook had verlaten uit angst voor de aanvallen van de Vikingen. Nadat de aanvallen uitbleven werd de streek opnieuw bezet met de steden en nederzettingen die we vandaag de dag nog kennen. Maar er zijn geen schriftelijke verwijzingen, tot 1082, in de schenking van de hermitage van San Miguel in Bermeo staat vermeldt: “et illa ecclesia S. Micaelis arcangeli in portu de Vermelio, in ora maris, cum suos morturos ad illa pertinente” (…en de kerk St. Micaelis (arcangeli?) in de haven van Vermelio (Bermeo), aan de kust, als het gaat om hun doden…). Deze herbevolking gaat heel langzaam. De visserij- en handelshavens zullen zich pas vanaf de 12e en 13e eeuw ontwikkelen.

Bermeo kreeg zijn fuero in 1236, en werd hoofd van Vizcaya, en op 4 mei 1296 werd het deel van de Broederschap van de Villas de la Marina van Castilla met Vitoria.

Verwijzend naar Bermeo wordt in een document uit 1269 melding gemaakt van “vijf hutten” (cinco cabañas) op de zeekust, wat erop lijkt te wijzen dat de visserij nog steeds seizoensgebonden was. Maar het beschrijft ook belangrijkere faciliteiten, en zegt dat er twee havens zijn, een grote en een kleine, en dat de kleine kan worden gesloten met een keten. Het vernoemt ook twee andere ankerplaatsen, Arcaeta en Portuondo genaamd, die waarschijnlijk in de monding van de Mundaca zouden liggen. Bermeo en andere kuststeden zouden belangrijke visserij- en handelscentra worden tot de alles verwoestende ramp van de  Zwarte pest in de zomer en herfst van 1348.

Lekua ikusi nuenean flipatu nuen, Irlandako kostaldea ematen du. (Ik draaide me om toen ik de plek zag, uitzicht op de kust van Ierland.)

In deze havens werd de visserijactiviteit steeds belangrijker, vooral de walvisvangst, en het feit dat het natuurlijke havens waren voor de export van het ijzer van Vizcaya en de Castiliaanse wol naar Engeland, Frankrijk, Vlaanderen en de Baltische staten, maakte dat het ook echte handelshavens werden.

In de 13e eeuw zijn er gegevens over fabrieken aan de riviermonding van Bilbao en in de andere grote havens. Al in de 14e eeuw waren er rechtszaken tussen Ondárroa en Lequeitio en tussen Lequeitio en Marquina voor het gebruik van de bossen, waarvan de bomen nodig waren voor de scheepsbouw. Hoewel ze niet als scheepswerven kunnen worden beschouwd, werden er schepen gebouwd in Ondárroa bij Icaran, en in Lequeitio bij de rivier de Lea. In Bermeo is in 1357 het klooster van San Francisco gevestigd in de buurt van “de voorstad waar aan de schepen gewerkt wordt”, dat wil zeggen in het gebied genaamd Ribera en in Bilbao worden boten gebouwd aan de oevers van de riviermonding. In de 15e eeuw werden de scheepswerven geconsolideerd en werd de exploitatie ervan gereguleerd, terwijl er zich in de omgeving ook hulpindustrieën vestigden zoals smederijen of touwslagerijen. In Lequeitio ligt de scheepswerf in het zuidelijke deel van het Plaza del Astillero, in Bermeo in de Ribera, in Plencia op het huidige kerkhof, Ondárroa en Berriatua delen een scheepswerf en in Amallo, Rentería en Asánsolo werden de schepen gekrengd. Maar de grootste bloei in de scheepsbouw vindplaats in Bilbao, waar vanaf de huidige Puente de San Antón tot Portugalete vele scheepshellingen, fabrieken en stranden zijn, die vanaf de 15e eeuw het centrum van de scheepsbouw in Vizcaya vormenn. Als je van Orduña naar Bermeo reist moet je langs Bilbao dat op die manier de rol van Bermeo wegneemt om daarna de belangrijkste havenstad van Biskaje te worden. In de 15e eeuw waren de scheepswerven van Bilbao en de wolhandel met Frankrijk en Vlaanderen zeer belangrijk. En in de 16e eeuw wedijverde Portugalete met de haven van Bilbao.

 

De vroegmoderne tijd

Bilbao in 1571.

Tijdens de guerra de Comunidades (oorlog van de Gemeenschappen) van Castilla bleef het in Vizcaya volledig kalm. Op 30 juli 1520 stuurde een van haar steden, Bilbao, een brief naar Carlos I om hem te verzekeren van de loyaliteit van de hele provincie. Eeuwen later waren er enkele opstanden in Vizcaya, bijvoorbeeld: la Rebelión del Sal (Opstand van het zout, 17e eeuw) en las Matxinadas (18e eeuw).

 

Vizcaya in onze eigen tijd

De guerra de la Convención (in Nederland bekend als de Pyreneeënoorlog en de Oorlog van de Conventie) met de Spaanse monarchie, betekende een Franse invasie in Vizcaya in 1794 en de terugtrekking ervan met de Vrede van Bazel in 1795. Kort daarna (1808) leidde de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog tot verdere confrontaties. De bevolking koos massaal voor Fernando VII en gedurende de hele oorlog was de provincie het toneel van gewelddadige gevechten. In 1808 veranderde Bilbao in drie maanden tijd (6 augustus – 2 november) zes keer van eigenaar en kreeg het te maken met een revolutie, een grote veldslag en twee grote plunderingen. In 1812 werd de situatie herhaald, als gevolg van het offensief van het Spaanse Zevende Leger, dat Bilbao meerdere malen bezette en verloor. Tegelijkertijd kwamen de guerrilla’s van de provincie er enkele duizenden strijders bij die de indringers onophoudelijk lastig vielen.

Slag bij Somorrostro (1874), tijdens de Derde Carlistenoorlog

De opvolging van koning Ferdinand VII was het begin van de Carlistenoorlogen; er waren er twee in Vizcaya, tussen 1833-1840 en tussen 1872-1876. Het grootste deel van Vizcaya steunde de Carlisten, maar Bilbao steunde de liberale regering en werd belegerd door de Carlisten die er niet in slaagden om de belegering van Bilbao in 1835, 1836 en 1874 uit te voeren.

Door het einde van de laatste oorlog verloor Vizcaya het grootste deel van zijn autonomie (de abolición foral) “forale afschaffing” van 1876)), hoewel de provincie werd gecompenseerd met de “Concierto economico“, een eigen fiscaal en administratief regime dat vergelijkbaar is met dat van Navarra sinds 1841. Het was ook het begin van de onbeperkte exploitatie van de ijzermijnen (die door het forale regime als een schat werd beperkt); zo werd Viscaya omgevormd tot een industrieel land met belangrijke gevolgen: Uitputting van de mijnen na een eeuw (een groot deel van het erts ging naar Engeland, waar de steenkool vandaan kwam); massale immigratie van arbeiders uit andere regio’s van Spanje die in erbarmelijke omstandigheden leven, vooral op de linkeroever van het estuarium (conflicten tussen arbeiders en werkgevers en de vorming van twee gemeenschappen: inheems = Baskisch, en immigrant = “Maketos”); vorming van grote fortuinen (Ybarra, Chávarri, Lezama-Leguizamón,…), (naast de Engelse, Franse of Belgische kapitalen) die een groot deel van hun kapitaal buiten Vizcaya investeren. En hierdoor Vizcaya een kapitalistisch centrum van Spanje wordt: Banco Bilbao en Banco Vizcaya die nu verenigd zijn in de BBVA).

“Bilbao. El desierto.” Illustratie door Martínez Abades (Blanco y Negro, 1908)

Na de Carlistennederlaag richtte Sabino Arana, een Vizcayaan uit een welgestelde Carlistenfamilie, aan het eind van de 19e eeuw de  Partido Nacionalista Vasco op (rechts, katholiek) dat een van de grote partijen van Viscaya werd (samen met de rechtse en linkse partij Españolistas) toen de Spaanse monarchie viel met de proclamatie van de Tweede Republiek (1931). In 1936, werd het statuut van de autonomie goedgekeurd.

Door de Spaanse Burgeroorlog, tussen 1936 en 1939, was Vizcaya bijna geïsoleerd van de regering van Madrid, dat de Baskische regering, gevestigd in Bilbao, een ruime autonomie toestond. Maar de nederlaag van de loyale troepen van de republiek (Guernica bombardementen), bracht het Franco-regime ertoe: alles te onderdrukken wat links, “rood” of “separatistisch” (dat wil zeggen, Baskisch nationalistisch) was; Doordat Franco de provincie als “verraderlijk” verklaarde, verloor Viscaya de rest van zijn.

In de jaren ’50 van de vorige eeuw en nog meer in de jaren ’60, die samenvallen met het stadium van het Desarrolismo (Ontwikkelingsperiode), is de tweede grote golf immigranten uit de rest van Spanje naar Pais Vasco verhuisd op zoek naar werk. Hun grote aantallen en hun vermenging met de inheemse bevolking (waarvan sommige afkomstig waren uit de eerste immigratiegolf aan het einde van de 19e eeuw) hebben de huidige Baskische samenleving voortgebracht.

Na de dood van Franco in 1975, met een maatschappij die “Europees” wilde zijn en niet “anders” zoals het Francisme, kwam de huidige democratie: de Spaanse grondwet van 1978 en autonomie met het statuut van de autonomie van Pais Vasco van 1979, waardoor Vizcaya een “historisch gebied” werd met een zekere mate van autonomie.

 

Heraldiek


Wapens van de Señorío de Vizcaya sinds de 15e eeuw

Het traditionele wapen van de Heren van Vizcaya toont de wolven van de Haro-familie, die herinneren aan de slag van Padura, en een eik, die wordt geïdentificeerd als de Boom van Guernica, de zetel van de Juntas, waaraan een kruis is toegevoegd.

Het officiële wapen, gedefinieerd door een regionale wet, bevat geen wolven, maar zegt: “Niettegenstaande de bepalingen van deze regionale wet, zullen de bestaande wapens worden gehandhaafd in de gebouwen die worden gekenmerkt door hun historische en artistieke waarde, evenals de emblemen die momenteel bestaan als onderdeel van de Geschiedenis van het Volk van Vizcaya”, wat het naast elkaar bestaan van de twee wapens, het traditionele en het officiële, mogelijk maakt.

De plaatselijke heraldiek van Vizcaya bevat in talrijke wapens met het motief van de boom en de wolven, dat geassocieerd wordt met originele elementen, maar ook met religieuze toespelingen, vooral kruizen van de heilige Andreas en figuren van de heilige San Miguel Arcángel ( St. Michaël de Aartsengel); plantaardige motieven gebruikt in typische paneeltjes, de takken van de eik, steeneik of hulst; heraldische dieren, in het bijzonder de leeuw, die soms gebruikt worden als schildhouder, maar ook zeedieren zoals de walvis; bouwwerken zoals torens, kastelen en bruggen, of de wapens van adellijke families die verbonden zijn met de geschiedenis van elke gemeente. In sommige gevallen worden de traditionele Vizcayaanse wapens ook gecombineerd met die van de Kroon van Castilla. De economische activiteiten van de landbouw en de visserij worden ook opgeroepen, evenals de zware industrie en de scheepsbouw.

Geografie


Municipios en comarcas van Vizcaya, jaar 2019.

Vizcaya ligt in het noorden van het Iberisch schiereiland, in het westen begrensd door de autonome gemeenschap Cantabria, in het zuiden door de provincie Burgos en het historische grondgebied van Álava, in het oosten door Guipúzcoa en in het noorden door de Cantabrische Zee (Golf van Biskaje). De orografie is zeer ongelijk zeker in het gebied waar het Cantabrische gebergte en de Pyreneeën samenkomen. Het is de vijfde meest bergachtige provincie van Spanje als rekening wordt gehouden met de gemiddelde helling van het terrein.

De oppervlakte van de provincie bedraagt 2217 km². De omtrek van de provincie is 167 km, de kustlijn heeft een lengte van 80 km.

Zicht op de kliffen van Vizcaya (Sopelana)

Het klimaat is een gematigd zeeklimaat, met veel bewolking gedurende het hele jaar. Overvloedige en frequente regenval, vooral in de herfst en winter, met een jaarlijks gemiddelde van 1200 mm. De temperaturen zijn zowel in de zomer als in de winter mild (14-15 °C jaargemiddelde).

 

Gastronomie


Bacalao a la Vizcaína

De Baskische gastronomie geniet een welverdiende reputatie, niet alleen vanwege het prestige dat chef-koks als Juan Mari Arzak de laatste tijd hebben verworven, maar vooral vanwege de variëteit en de roots van een zeer uitgebreid populair receptenboek. Wat betreft de Vizcayaanse keuken, die nauw verwant is aan zijn Guipúzkoaanse buurman. Het meest bekende gerechten is de Bacalao (kabeljauw) al pil-pil of a la vizcaina, de marmitako, pisto a la bilbaína, chipirones en su tinta of merluza (heek) a la ondarresa. Een goed voorbeeld van het belang van de gastronomie in de Vizcayaanse en Baskische samenleving is de overvloed aan gastronomische genootschappen (bekend als txokos in Biskaje).

 

Toerisme


Guggeheim-museum in Bilbao.

De hoofdstad, Bilbao, is beroemd om het Guggenheim Museum Bilbao en het estuarium (trechtervormig verwijde riviermond).

De boom van Guernica en het Casa de Juntas.

Jachthaven van Bermeo.

Palacio de Diputación, in Bilboa.

Monumenten en bezienswaardigheden

– Santurce
– Casa de Juntas de Guernica en de árbol de Guernica
– Las Encartaciones en het Casa de Juntas de Avellaneda
– De grotten van Pozalagua
– Brug van Vizcaya, Bilbao.
– Grotten van Santimamiñe en de bossen van Oma
– Palacio Euskalduna
– Gaztelugatxe en isla de Aquech, in Bermeo
– Puerto de Bermeo en Puerta de San Juan
– Torre Ercilla (Museo del pescador), Iglesia de Santa Eufemia en het klooster en de kerk van San Francisco, in Bermeo.
– Iglesia de Santa María van Axpe
– Reserva de la Biosfera de Urdaibai (Natuurreservaat) en het strand van Mundaca
– Basílica de la Asunción de Nuestra Señora van Lequeitio het altaarstuk en la Virgen de la Antigua
– Basílica de Nuestra Señora van Begoña
– Campus de Lejona de la Universidad del País Vasco, uitstekend voorbeeld van brutalistische architectuur, en het Museo Vasco de Historia de la Medicina y de
– as Ciencias
– Museo de coches antiguos y clásicos van Torre Loizaga, met meer dan 40 Rolls Royce’s
– Vliegveld van Bilbao, mooi voorbeeld van Moderne architectuur
– Ermita de San Pedro (Abrisketa) in Arrigorriaga
– Ornithologisch museum Urdaibai Bird Center (vogelmuseum)

 

Naar boven
Spaanse Verhalen. spaanseverhalen.com
Laatst bijgewerkt 2020-09-04

Bronvermelding en referenties

{{Bronvermelding anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Vizcaya| oldid=124018323| datum=20200319}}
{{Bronvermelding anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Várdulos| oldid=119344472| datum=20200322}}
{{Bronvermelding Wikipedia|taal=nl|titel=Herulen|oldid=48359610| datum=20200323}}
{{Bronvermelding Wikipedia|taal=en|titel=Duchy of Gascony|oldid=927982811| datum=20200323}}
{{Bronvermelding Wikipedia|taal=es|titel=Tierra Llana|oldid=117855186| datum=20200324}}
{{Bronvermelding Wikipedia|taal=es|titel=Hermandad de las Marismas|oldid=117363795| datum=20200325}}
{{Bronvermelding Wikipedia|taal=es|titel=Armorial municipal de Vizcaya|oldid=122612803| datum=20200326}}