La Coruña (stad)

La Coruña (stad)

Hoofdstad van de provincia La Coruña
Spaanse Verhalen spaanseverhalen.com
Voor degene die eens iets anders willen dan de verstikkende hitte van de Middellandse zee. Die meer houden van groene natuur, lekker eten en toch ook de mogelijkheid hebben van een dagje strand is het Noorden van Spanje, The Placa to Be. ……………
Galicia heeft een ander klimaat dan de meeste regio’s hier in dit land. Een groot deel van de regenfronten komt hier het land binnen, daarom is het hier zo groen. Het is vergelijkbaar met Nederland maar dan wat warmer. Een van de steden die u dan moet bezoeken is La Coruña, officieel A Coruña want Galicia heeft zijn eigen taal, gallego, maar wees niet bevreesd u kunt hier heel goed terecht met een beetje Spaans, de Spanjaard is heel behulpzaam en trots op zijn toeristen.     ………………………………..

Wat interesseert u:

La Coruña (in het Galicisch, en officieel, A Coruña, hoewel de naam Coruña ook in beide talen wordt gebruikt) is een stad, gemeente in Spanje gelegen in de autonome gemeenschap Galicia, en hoofdstad van de provincie met dezelfde naam.
Het is een belangrijke haven, zeker historisch gezien, aan de noordwestelijke kust van Spanje, in de Rías Altas (een ría is een getijderivier).
………………………………
Het oude centrum van Coruña strekt zich uit over een schiereiland dat met het vasteland is verbonden door een smalle landengte. Hierdoor vormen zich als het ware twee baaien waarvan de één gebruikt wordt als haven (in de richting van de riviermonding van La Coruña, en de open zee) en aan de ander strekken zich de belangrijkste stadsstranden uit, het playa de Riazor en het playa de Orzán.   ……………………………………..……
La Coruña is de op één na meest bevolkte gemeente van Galicia, na Vigo. Samen met de nabij gelegen comarca van Ferrol vormt het een metropolitaan gebied met een bevolking van zo’n 650.000 inwoners. Dit is iets meer dan de helft van de totale bevolking van de provincie en bijna een kwart van de gehele regio van Galicia.
…………………………………….
Een groot deel van het gebied dat gewijd is aan industriële activiteit is gelegen in de aangrenzende gemeente Arteijo, een van de meest geïndustrialiseerde in Galicia. Het is dus vooral gericht op de dienstensector. De secundaire sector is voornamelijk geconcentreerd in de haven van La Coruña en de olieraffinaderij Repsol in La Coruña.
………………………..
Het klimaat is oceanisch in zijn zuidelijke variëteit, met het hele jaar door milde temperaturen.

Het stadhuis van La Coruña.

De locatie van La Coruña

La Coruña heeft alleen dit wapen, en vreemd genoeg voor een hoofdstad, geen vlag.
Gegevens
Com. autónoma Galicia
Provincie La Coruña
Comarca La Coruña
Hoogte gem. 21 m.b.z.
Oppervlakte 37,83 km²
Woonwijken 46
Gesticht 1208 n. Chr.
Inwoners aantal
Bevolkingsdichtheid
245.711 inw. (2019)
6452,6 inw/km²
Inwonersnaam Coruñes, -a
Postcode 15001 – 15011
Kengetal tel. 981 – 881
Jaarbegroting 246.8 milj. (2018)
Belangrijkste feest Feestdag van San Juan
Patrones Virgen de Rosario
Officiële website (beveiligd)

La Coruña met op de achtergrond het Playa Orzán.

Het is de zetel van het Hooggerechtshof van Galicia, van de regeringsdelegatie in deze comunidad en hier bevindt zich ook de Real Academia Gallega (Koninklijke Galicische Academie). Het was ook de hoofdstad van de VIIIe Spaanse militaire regio, een territoriale structuur van het Spaanse leger die nu is verdwenen, hoewel het hoofdkwartier van de Operationele Logistieke Dienst in de stad is gevestigd, evenals een subdelegatie van Defensie in Galicia, en de 4e Territoriale Militaire Rechtbank.

De gemeente grenst in het noorden aan de Atlantische Oceaan, in het oosten aan de monding van La Coruña en de gemeente Oleiros, in het zuiden aan de gemeente Culleredo en in het westen aan Arteijo.

 

Toponymie


De oorsprong

Er zijn veel theorieën over dit onderwerp, die een Indo-Europese, Keltische of Latijnse afkomst van het woord voorstellen:

– Verschillende punten wijzen op een Romeinse oorsprong. Enerzijds de mogelijke evolutie van het Latijnse woord acrunia = Schiereiland, dat als een verdraaiing van het woord door zou gaan naar a Crunia > la Crunia. Een proces vergelijkbaar met Agrela (verkleinwoord van Agra = landbouwgrond) > a Grela. Het toponiem Crunia werd in de tijd van Fernando II de León (12e eeuw) gedocumenteerd; in geschriften in het Galicisch uit het midden van de 13e eeuw en werden de vormen á Crunia en da Crunia of da Cruna al gebruikt (1257); in een geschrift uit 1262 staat het beschreven als La Crunia. De namen Curunia, Crunnia en Crunna komen in de Middeleeuwen veelvuldig voor.

– Een andere mogelijke Latijnse oorsprong is het woord corona: hoge plaats, met talrijke variaties in het Galicisch: curuto, curota, corote, coroa. Er zijn Europese toponymische correspondenties, in het Engels, Zweeds, Tsjechisch, enz.

– “Coruña” komt van de naam Corono of Cronos, die ook werd gebruikt als Acorán, Gron, Goron, Gronwy in het Welsh, enz. We moeten niet vergeten dat de Kolommen van Hercules ook wel Kolommen van Cronus werden genoemd. Deze namen verwijzen naar de opperste hemelse godheid die de Grieken Cronus noemden, een woord waarvan het radicale idee van ‘de hoge’, ‘de verheven’, ‘de berg’ bevat, waar de namen van Acre, Accra, en de Acropolis, de steden op de top, vandaan komen”. (De Kolommen van Hercules, gebruikt men normaal gesproken voor de Straat van Gibraltar (m.i.)).

– De Keltische vorm van de naam Cronus is cruinne, de oude opperste goddelijkheid, gelijkwaardig aan de Romeinse Saturnus. Gezien de Keltische neiging om te anticiperen op de (gramm.) woorduitgang “i”, is deze naam gelijk aan Crunni, en kan de meest directe Gaelische vorm van de gelijknamige Cruni of Cruña zijn.

– Een toponiem verwant aan het Keltische woord clunia, waarvan de namen Crunnia, Cruña, Curuña en Coruña zouden kunnen afstammen. Een stad met een vergelijkbare naam, Coruña del Conde (Burgos), was Clunia Sulpicia. In Portugal is er een plaats die Quinta da Corunha heet en die afkomstig lijkt te zijn van een familie uit La Coruña in Galicia.

Uitzicht over La Coruña vanuit de andere kant van de baai

– Een andere mogelijkheid waarvan de naam Coruña zou kunnen zijn afgeleid is uit Cornia dat het toeschrijft aan geografische hoorn, zoals de Britse regio Cornwall, dat dezelfde vorm heeft, komt van de term kerne (Kernyw in het Keltisch), zeer vergelijkbaar met de naam van de god Kernunos. Griekse auteurs (Escílax, Diodoro Sículo…) spraken ook over een eiland of schiereiland (nêsos) voor de Atlantische kust van Afrika, ook wel Kerne genoemd. Het woord hoorn (Latijnse cornus) wordt in het Grieks keras genoemd, met dezelfde wortel ker- als de plaatsnaam ‘Kerne’. Het Latijnse Cornus, horn of hoorn is in de toponymie een uitgang van een plaatsnaam. Dit naamsdeel verwijst doorgaans naar de geografische ligging of gesteldheid van die plaats. Bijvoorbeeld dat die plaats is gelegen op een in het water uitstekend stuk land of dat een dijk daar ter plaatse een scherpe hoek heeft.

– Een wijdverbreide theorie wijst op het pre-Romeinse wortel Cor- (ook wel Car-) met de betekenis van ‘rots, hardheid, steen bij de zee’ heeft. Verschillende Keltische en mediterrane woorden suggereren de Indo-Europese wortel. Het samenvallen van plaatsnamen in het gebied dient als verwijzing naar de verdedigers van die versie: Corcubión, Corme, Cariño, Carnota, Corrubedo, enz.

– Meer recentelijk theorie van Theo Vennemann stelt dat de plaatsnaam Coruña is afgeleid van een Fenicisch woord “Karn”, wat hoorn betekent. Het zou dus verwijzen naar de vorm van het schiereiland dat wordt gevormd tussen de haven en de stranden van Riazor en Orzán, waarin de Toren van Hercules zich bevindt. De etymologische verklaring zou de volgende zijn: het gelijkklinkende skelet van A Coruña zou “krn” zijn, vergelijkbaar met het skelet dat in Cádiz wordt geproduceerd, waarvan de naam etymologisch afkomstig is van “Gdr”, wat “vestingwerk” betekent. De conclusie is dat A Coruña al voor de Romeinse tijd door navigatoren, die waarschijnlijk Feniciërs waren, werd genoemd. Volgens deze leraar zou de Fenicische vorm “‘a Karn” in de Romeinse tijd geëvolueerd zijn tot “Caronium”.

 

Benamingen

Palacio de Justicia de La Coruña, zetel van het Tribunal Superior de Justicia van Galicia.

– La Coruña is de traditionele Spaanse naam die door de Koninklijke Spaanse Academie wordt aanbevolen bij het spreken en schrijven in het Spaans.

– A Coruña is volgens de wet 3/1983 de officiële naam in de Galicische taal (Gallego) van Galicia.

– Coruña is de vorm van het toponiem zonder het artikel, vaak gebruikt en gemeenschappelijk voor beide talen, zeer gebruikelijk onder de mensen van Coruña.

– Een Cruña (in het verleden ook wel eens geschreven met de naast elkaar bestaande spelling A Crunha) is een andere alternatieve benaming in het Galicisch, van oudere oorsprong en een minder gebruikelijk wijze.

– Brigantium zo vernoemd, of betiteld door Claudius Ptolemaeus, “de grote haven” (Portus Magnus). Paulus Orosius zei: “Brigantia Callaetiae civitas altissimam Pharum erigit” (Brigantium Gallaecia stad met de hoog verheven Pharum (Vuurtoren)). Istro Aethico en Strabo spreken over de grote haven Brigantio van de stam van de plaats, de Brigantes De Itinerarium Antoninus bevat een haven Brigantium. Brigantium zou blijven bestaan tot het einde van de 10e eeuw. Brigantium en Brigantia vertegenwoordigen waarschijnlijk dezelfde plaats als de historische, geografische en archeologische gegevens tussen hen overeenkomen.

In het geval van de gemeente keurde de gemeenteraad in november 2004 een plenair akkoord goed dat bedoeld was om de wet op de grote steden te gebruiken om de co-officialiteit van de twee toponymische vormen vast te stellen, wat in strijd was met de voornoemde wet op de taalkundige normalisering. Deze beslissing om de dubbele benaming A Coruña / La Coruña in de gemeentelijke sfeer toe te laten werd door het Hooggerechtshof nietig verklaard omdat deze van mening was, dat een gemeentelijke verordening, de Galicische wet 3/1983 van de taalkundige normalisering, die in artikel nr. 10 bepaalt dat “de plaatsnamen van Galicia het Galicisch als enige officiële vorm zullen hebben”, niet kon intrekken.

Het Station van San Cristobál, in de wijk Los Mallos.

Sommige minderheidsgroepen blijven La Coruña als geheel in officiële vorm verdedigen, onder de Spaanse grondwet van 1978, hoewel ze slecht vertegenwoordigd zijn en er vrijwel geen maatschappelijk debat over het onderwerp plaatsvindt, zoals blijkt uit de data van de krantenbibliotheek over demonstraties over het onderwerp. Deze groepen stellen aan de kaak dat dit wordt geschonden door het gebruik van het Spaans, de officiële taal, niet toe te staan om een stad te benoemen en in officiële documenten op te nemen, en dat geen enkele autonome wet boven de Grondwet kan staan. Anderzijds bepaalt artikel 14, lid 2, van wet 7/1985 houdende regeling van de grondslagen van het lokale bestuur, de basiswetgeving van de staat, dat gemeenten hun naam in het Spaans, in de mede-officiële taal of in beide kunnen hebben, waardoor het gebruik van de Galicische vorm als enige officiële vorm wettelijk wordt beschermd.

 

Bewonersnaam

– Coruñes/a: is de gebruikelijke bewonersnaam, zowel in het Galicisch als in het Spaans.

– Brigantino/na: afgeleid van Brigantium, hypothetische naam van de stad in de Romeinse tijd, het is een vorm die in het Spaans wordt geaccepteerd door de Real Academia Española (Koninklijke Spaanse Academie).

– Herculino/na: Een veelgebruikte naam die afkomstig is uit de legende over het ontstaan van de Toren van Hercules.

– In het Galicisch bestaat ook de bewonersnaam cruñés/sa, afgeleid van het toponiem A Cruña/Cruña.

– De coruñeses staan ook wel bekend als cascarillieros, vanwege de hoge consumptie van cacaoschillen in de stad aan het begin van de 20ste eeuw.

 

Symbolen


Het wapen van La Coruña.

Het karakteristieke wapen van de stad is vaak te zien op het openbare meubilair. Het is vertegenwoordigd op straatlantaarns, vuilnisbakken en zelfs op de stoep. Het wapen wordt gevormd door een blauwe veld, waarop de Toren van Hercules in zilver is afgebeeld met het bovenste venster in keel (rood), staand op een rots met en vergezeld van zeven sint-jakobsschelpen in goud, drie aan elke kant en één onderop. Misschien wel het meest opvallende element is de aanwezigheid van een schedel met twee scheenbenen, die in de mythologie de triomf van Hercules over Geryon symboliseert, wiens overblijfselen in de fundamenten van de vuurtoren zouden zijn begraven.

Volgens deze legende vocht Hercules  hier tegen Geryon. Geryon was een koning die uit Troje kwam. Hercules, die hem eerst uit Cádiz had gejaagd en hem later hier op het schiereiland A Coruña aantrof. Hij voerde een wreed gevecht met hem, waarbij Hercules, Geryon versloeg door hem te onthoofdde op een klein schiereiland vol grote stenen, net in zee. Ter ere van de verslagen vijand bouwde hij de beroemde Toren, die sinds 1521 op het wapen van La Coruña staat.

 

Geografie


De locatie

De gemeente La Coruña ligt in de provincie La Coruña, die deel uitmaakt van de Autonome Gemeenschap Galicia, in het noordwesten van het Iberisch Schiereiland. Het wordt in het noorden begrensd door de Atlantische Oceaan, in het zuidwesten door de gemeente Arteijo, in het oosten door de gemeente Oleiros en de monding van La Coruña, en in het zuiden door de gemeente Culleredo.

De gemeente bestaat uit vijf parochies: La Coruña, Elviña, Oza, San Cristovo das Viñas en Visma, die in totaal 45 bevolkingsgroepen omvatten.

Noord-westen:
Atlantische
Oceaan
Noord:
Atlantische
Oceaan
Noord-oosten:
Atlantische
Oceaan
West:
Atlantische
Oceaan
en Arteijo
Oost:
Atlantische
Oceaan
en Olieros
Zuid-westen:
Arteijo
Zuid:
Arteijo en
Culleredo
Zuid-oosten:
Olieros en
Culleredo

 

Orografie en reliëf

La Coruña heeft een eigenaardige orografie, die zich uitstrekt van een T-vormig schiereiland met een vlakke landengte en zachte heuvels die in het archaïsche tijdperk zijn ontstaan. Tegenwoordig zijn sommige van hen geïntegreerd in de stad met haar uitbreiding sinds 1940, zoals Monte Alto, Santa Margarita, Eirís en La Zapateira. Andere zijn omgevormd tot grote groene gebieden (Bens en Monte de San Pedro). Een groot deel van het havengebied en Los Cantones is op de zee teruggewonnen. De gemeente heeft ook hogere gebieden, zoals de Monte de San Pedro, en enkele eilanden, zoals de archipel van de ‘islas de San Pedro‘. Het centrum van de stad ligt op 21 meter boven de zeespiegel,1 terwijl de maximale hoogte van de gemeente op 291 meter ten zuiden van de stad ligt.

Panoramisch uitzicht op de Ensenada del Orzán, waar u de landengte kunt zien die het schiereiland La Coruña vormt, waarop de districten Pescadería en Orzán liggen.

 

Hydrografie

La Coruña is bijna volledig omringd door de Atlantische Oceaan: in het oosten door de Ensenada de Orzán-Riazor (inham van Orzán-Riazor), en in het westen door de Ría de La Coruña.

De Atlantische Oceaan baadt in de stad.

De gemeente heeft de rivier Monelos, omgevormd tot een ondergrondse rivier nadat hij eerst is gekanaliseerd, gevormd door de samenvloeiing van de Mesoiro met andere kleinere rivieren die door het district Cuatro Caminos stromen. De stroom eindigt bij het San Diego-dok.

Er zijn ook andere kleine waterlopen, zoals de Rego de San Roque die uit de Viaje de Visma ontspringt en die op zijn beurt het aquaduct van de stad en de openbare fonteinen in het historische centrum van water voorziet. Een andere rivier bekend als Rego dos Xudeus, die in de buurt van het Plaza de la Palloza uitmond in de haven. Beide worden gekanaliseerd.

Er bevind zich ook een waterval in het centrum van de stad, naast het Palacio de la Ópera, en het park van Santa Margarita, het is wel een kunstmatige waterval.

 

Klimaat

Het klimaat van La Coruña is een zuidelijk oceaanklimaat, volgens de klimaatclassificatie van Köppen meer Csb. Omdat het een kustplaats is, blijft het hele jaar door mild. Deze nabijheid van de oceaan voorkomt groot temperatuurverschil tussen de verschillende seizoenen van het jaar. Ook de winters zijn mild, terwijl de zomers gematigd zijn, en er is regenval in combinatie met seizoenen van zonneschijn. Het jaarlijkse temperatuurbereik is laag. Het heeft een gemiddelde jaarlijkse luchtvochtigheid van bijna 70%.

Door de bioklimatologische kenmerken van La Coruña, in de relatie tussen klimaat en vegetatie, heeft de stad een potentieel thermofiel eikenbos, en meer in het bijzonder: Een ‘Galicisch-Portugees eikenbos van Rusco aculeati-Quercetum roboris, dat in zijn optimale staat een grote bloemenrijkdom heeft.

Door klimaatsveranderingen heeft de stad in de afgelopen decennia blijkbaar een van de hoogste temperatuurstijgingen van alle Galicische steden gekend.

 

Abnormale situaties

In de afgelopen decennia heeft de stad echt atypische weerssituaties meegemaakt, zoals de cycloon Klaus, die in januari 2009 records brak met winden tot 200 km/u; de orkaan Hortensia, die hetzelfde deed in oktober 1984; of de hittegolf in Europa in 2003.

Andere opmerkelijke momenten waren de storm van maart 2008, toen de Paseo Marítimo en de Avenida de Pedro Barrié de la Maza door de golven werden opslokten; en een koudegolf in 1987, die erin slaagde om sneeuwval in de straten van het stadscentrum te brengen. Sindsdien is de sneeuw niet meer teruggekomen, behalve in hoge gebieden zoals de Zapateira.

Uitzicht over de stad op een dag met mist.

 

Flora en Fauna

In de tuinen van het stadscentrum, zoals de Méndez Núñez, San Carlos of Santa Margarita Gardens, is er een overvloed aan vogels zoals de iberische tsjiftjaf, de zwarte mees, de koolmees, de turkse tortel, de houtduif of de merel. Andere vogels die vaker in de buitenwijken voorkomen zijn de buizerd, de sperwer en de torenvalk. Verschillende soorten meeuwen vliegen ook. De meest voorkomende zijn de geelpootmeeuw, de kleine mantelmeeuw en de kokmeeuw.

Kliffen rond de Toren van Hercules.

In de parken van San Pedro-Cortigueiro en Bens vormen de kneu en goudvinken een kudde van tientallen exemplaren. In de winter zwerven de piepers zonder onderbreking door de uitgestrekte grasvelden. In de zomer maken de gewone duiven hun nesten tussen de natuurlijke perken van de gaspeldoorn. Andere typische dieren van deze grote parken zijn de parelhagedis, het konijn en zelfs de vos.

Een verrassende plek is de drijvende golfbreker voor het kasteel van San Anton, gemaakt van gebruikte banden. Tijdens hoogwater is het het toevluchtsoord voor een indrukwekkend aantal watervogels, waaronder strandlopers en snippers, rosse gruttos, steenlopers, aalscholvers en kuifaalscholver.

Op de stranden en rotsen zien we verschillende soorten algen die zich aan de rotsen vastklampen en zich in de zoutwaterpoelen mengen verschillende soorten roodalgen zich met kalkalgen, met een consistentie die vergelijkbaar is met die van koraal die de rotsen bedekken. men vindt er ook zeesla in bijna alle zoutwaterpoelen. In diezelfde bassins of in de spleten zwerft een veelheid aan ongewervelde dieren in het getijdengebied, zoals pachygrapsus marmoratus, en schelpdieren. En ook anderen, schijnbaar onbeweeglijke dieren, zoals de verschillende zeeanemonen of zeepokken, die in afwachting zijn van het opkomende tij. Zee-egels en zeesterren komen vaak voor, maar ook mosselen en een rankpootkreeftensoort (Pollicipes pollicipes) die zich hebben vastgezet aan de rotsen.

De rotsachtige kliffen, de constante wind, het zoutgehalte en de moeilijkheid om zich in het vaak verticale substraat vast te zetten vormen een zeer strikte habitat voor de flora van dit gebied. Hier vinden we planten zoals het Engels gras (herba de namorar in het Galicisch). Daarnaast verschijnen zeevenkel, uñas de gato (kattenklauwen) en verschillende soorten korstmossen die de rotsen bedekken in grijze, zwarte, gele en oranje kleuren. Wat de onderwaterfauna betreft, vallen vissen als koornaarvis, zwaluwstaartvis, goudbrasem en straalvinnige vissoorten op, allemaal in rotsachtige gebieden of zoals platvissen op de meer zandige bodems. Ook keverslakken, zeeoren, inktvissen of octopussen komen veelvuldig voor.

U kunt er ook tuimelaars en grienden zien die soms de kust en de stranden naderen.

 

Milieurampen

Het zinken van de olietanker Urquiola

In 1976 vond de eerste scheepsramp plaats die de kustlijn van A Coruña op ecologische wijze trof. Op 12 mei van dat jaar liep de olietanker Urquiola aan de grond en vloog later in brand toen hij de haven van La Coruña naderde. De autoriteiten probeerden het schip de open zee in te slepen, maar de tanks van het schip barstten en er ontstond een enorme olievlek in zee, die vervolgens ook in brand vloog. Als gevolg van dit incident zat de kust van La Coruña wekenlang met het probleem van deze lading brandstof.

Het zinken van de mammoettanker Aegean Sea

Amateurvideobeeld tijdens het zinken van de olietanker Mar Egeo in 1992.

In de vroege ochtend van 3 december 1992 kwam de Aegean Sea de haven van La Coruña binnen in slechte weersomstandigheden, met winden van meer dan 100 km/u en een zicht van minder dan 100 meter. Door een sterke golfslag – volgens de kapitein van het schip – of omdat het een verkeerde manoeuvre uitvoerde – volgens het Directoraat-Generaal van de Koopvaardij – volgde het schip niet de door de loodsen uitgezette route en kwam het aan de grond tegen het rotsachtige ondiepe water van de Xacentes, zo’n 100 meter uit de kust, bij de ingang van de haven. Volgens de informatie van de kapitein was het 4:50 uur.

Om acht uur ’s ochtends loopt het schip vast voor de Toren van Hercules, bij de ingang van de haven. Om 9:45 uur was het schip in twee delen gescheurd, met de boeg op een diepte van 50 meter. Het schip vatte vlam. Iets meer dan een half uur daarvoor gaf de kapitein toestemming voor de evacuatie van de 28 bemanningsleden, die werden gered door de Helimer Galicia, Pesca I en Pesca II reddingshelikopters, samen met het Rode Kruisschip Blanca Quiroga.

Er waren geen menselijke slachtoffers. Bewoners van de dichtstbijgelegen wijk Adormideras moesten worden geëvacueerd en zo’n 300 gezinnen brachten de nacht buitenshuis door. Een paar uur lang bedekte de rookwolk van het schip de lucht boven de stad, maar ’s middags bewoog het zich met de wind in de richting van Ferrol.

De stranden van Riazor en Orzán onder de zwarte brij.

Ondanks het feit dat er zo’n 6000 ton ruwe olie werd gewonnen, werd het grootste deel ervan in zee gedumpt of verbrand; een ander deel van de lading verdampte dankzij de vluchtigheid van dit soort olie. Het tekort aan barrières om kust vervuiling tegen te gaan en het doorbreken van sommige daarvan waren de eerste problemen om de olievlek tegen te houden die bij Prior aankwam en de monding van La Coruña, Ares, Betanzos en Ferrol trof. In totaal werd ongeveer 300 km kustlijn getroffen, waardoor de activiteit van meer dan 4000 vissers, schelpdiervissers en exploitanten van schelpdierzuiveringsinstallaties en andere aan de aquacultuur gerelateerde bedrijfstakken werd beperkt. De ingediende schadeclaims bedroegen meer dan 300 miljoen EUR.

Het aantal dode dieren variëren van 500 volgens de koopvaardij tot 26.000 volgens de milieugroepen. Het achterschip van de Aegean Sea, was door de golven tot aan de Toren van Hercules meegesleurd, en was jarenlang een toeristische trekpleister. Het werd uiteindelijk als schroot geveild aan een Asturisch bedrijf. Het anker wordt bewaard in het Aquarium Finisterrae.

Na een lange juridische procedure bij het Hooggerechtshof van Galicia is in 2002 (tien jaar na het incident!) begon men met het betalen van een schadevergoeding aan de getroffenen.

Instorting van de Bens stortbak

Op 10 september 1996 vond een andere fatale gebeurtenis plaats toen de stortbak van Bens op het terrein van O Portiño instortte, waarbij de dijk en verschillende gebouwen werden bedekt met een lawine van 200 000 kubieke meter aarde en afval, waarbij één persoon om het leven kwam en verschillende voertuigen en tientallen boten werden meegesleurd. Het incident veroorzaakte grote publieke onrust, met enkele dagen van ondraaglijke stank die de stad bedekte tot het gebied werd afgesloten.

Olievlek van de olietanker Prestige

De laatste van de grote rampen waarmee La Coruña werd geconfronteerd, vond plaats in november 2002, toen de olievlek als gevolg van de schipbreuk van de olietanker Prestige (13 november) haar kust bereikte, hoewel de schade in dit gebied niet zo groot was als die welke werd veroorzaakt in andere Galicische regio’s die meer problemen ondervonden van dit olielek.

Giftige lozingen op het strand van Bens

Playa de Bens.

Het strand van Bens heeft in de loop van de tijd talrijke vervuilende lozingen te verwerken gehad. De AWZI Bens, de voorbehandelingsraffinaderij van La Coruña, de afvalverwerkingsinstallatie van Nostián en een rioolwaterpompinstallatie van de gemeente Arteijo zijn er allemaal omheen gelegen. De zandbank werd tot de aanleg van de stortplaats in Bens in de jaren ’70 van de vorige eeuw, gebruikt als stadsstortplaats.

In 2005 werd meer dan 1000 liter dieselolie van de raffinaderij op het strand geloosd. De brandstof kwam eerst in de rivier Napal terecht en vervuilde later het strand. Greenpeace klaagde Repsol aan voor wat er gebeurd was. In 2006 kreeg het strand te maken met een lozing van afvalwater uit de riolering van de gemeente Arteijo. In 2008 hekelden de bewoners de toestand van de baai, die vol zat met afval. In 2013 dreigden de werknemers van de afvalverwerkingsinstallatie van Nostián met een staking als gevolg van een lozing van loogmiddel in de buurt van het strand van Bens. In datzelfde jaar vond in de buurt van het strand een lozing van de AWZI plaats, waardoor de promenade tussen het strand van O Portiño en het strand van Bens werd afgesloten.

Door de constante vervuiling van het water is het gebruik van het strand schaars geworden.

 

Geschiedenis


De Oudheid

Castro de Elviña.

Er zijn aanwijzingen voor pre-Romeinse nederzettingen in het gebied die momenteel door de stad wordt bedekt (Castro de Elviña en Alto de Santa Margarita). De stam van Brigantes was de inheemse bevolking van dit gebied en de Artabros die bezette het gebied rond de monding van de Burgo tot de monding van de Ferrol.

De baai van La Coruña wordt door klassieke geografen geciteerd als Portus Magnus Artabrorum (Grote Haven van de Artabros), en was een van de belangrijkste punten op de “tinroute”. Ptolemaeus verwijst naar de stad Faro (die ongetwijfeld overeenkomt met het hedendaagse La Coruña) en noemt de vuurtoren van Brigantium. Lucius Cassius Dio spreekt over de komst van Caesar naar de kust van Brigantium. Tijdens de Romeinse overheersing was A Coruña het einde van een weg en een haven van zeker belang. Julius Caesar’s troepen arriveerden in 62 v.C. en de Romeinen doopten de plaats uiteindelijk als Brigantium. In de eerste eeuw n. Chr. werd de vuurtoren genaamd de Toren van Hercules gebouwd, een bewijs van het belang van deze zeeroute in een verafgelegen gebied. Overblijfselen van een necropolis (begraafplaats) en andere soorten Romeinse constructies zijn onlangs verschenen onder bouwplaatsen in de gebieden Pescadería en Monte Alto.

 

Middeleeuwen

Alfonso IX de Leon heroprichting van de stad in 1208.

Na de val van het Romeinse Rijk zou de kleine Hercules nederzetting achtereenvolgens onder de heerschappij van Sueben en Visigoth vallen. De Arabische invasie van het Iberisch schiereiland in 711 had nauwelijks gevolgen opr dit gebied, dat in minder dan een eeuw deel uitmaakte van het christelijke koninkrijk Asturias. Bermudo II verleende de kerk van Compostela de heerschappij over Crunia en het eiland Faro (zoals het schiereiland waar men de Toren van Hercules had gebouwd toen noemde) maar tussen de 9e en 10e eeuw eindigde de periodieke aanvallen van de Vikingvloten met de ontvolking van het gebied, omdat de bewoners zich liever vestigden in het gebied van Betanzos, een gebied met meer beschermde riviermonding.

Pas in 1208 werd de stad, op bevel van koning Alfonso IX de León, opnieuw opgericht waarbij de inwoners van de nabijgelegen stad El Burgo naar de huidige locatie van de Oude Stad werden verplaatst, de stad werd herbouwd en de privileges van de Fuero de Benavente werden toegekend. Zo werd La Coruña een enclave die rechtstreeks afhankelijk was van de koning, vrij van het betalen van vazalschap aan de geestelijken of de leenheren die over de rest van het Galicische grondgebied heersten.

Plaza Azcárraga, in de Oude Stad.

Decennia later verleende zijn opvolger Alfonso X het dorp het exclusieve recht om zout te verschepen en te verkopen zonder daarover belasting te betalen, wat resulteerde in grote economische welvaart.

Tijdens het bewind van Enrique III, in de laatste jaren van de 14e eeuw, werden de muren gebouwd die de oude stad moesten beschermen. Enkele overblijfselen van deze muur zijn bewaard gebleven, evenals drie poorten die de stad openden voor de zee langs de Paseo del Parrote, met uitzicht op de baai. Het bastion dat bekend staat als het Forteleza Vieja (Oude Fort), dat nu de Jardin  de San Carlos (San Carlos Tuin)is, is ook bewaard gebleven.

Al in de 15e eeuw verleende Juan II La Coruña in 1446 de titel van stad. Carlos I hield er het hof, richtte er het Casa de Cantratación voor specerijen op en vertrok uit de haven om tot keizer te worden gekroond in Duitsland.

 

Moderne tijd

17e eeuw

Klooster van Santo Domingo.

Tussen de 17e en 18e eeuw hadden de voortdurende oorlogen van de Spaanse monarchie een impact op de belastingverhogingen en de rekrutering van de bevolking. Vanaf dat moment heeft de stad een recessieproces doorgemaakt.

Koningin Elizabeth I van Engeland handhaafde een diepe vijandschap met Felipe II, een spanning die leidde tot een reeks van oorlogszuchtige geschillen. Op 21 juli 1588 verliet de Onoverwinnelijke Armada de haven van La Coruña dat uitliep op een onverwachte ramp in het Engelse Kanaal. Een jaar later, in 1589, stuurde de koningin van Engeland een eskader onder leiding van admiraal Francis Drake, bekend als de ContraMarine. De stad stond tegenover de indringer, Francis Drake, met de heldin María Pita aan het hoofd, die er door haar moed erin slaagde de rest van de bevolking van A Coruña in opstand te brengen tegen de belegering van de stad en deze te weerstaan. Nadat de Engelsen het klooster van Santo Domingo, de Santo Tomás buurt en het Pescadería gebied in brand gestoken hadden, trokken zij zich op 19 mei terug.

In die tijd werd het Koninklijk Hof van Santiago de Compostela verplaatst naar La Coruña. In 1620 creëerde Felipe III de Escuela de los Muschachos del Mar (School voor Jongens van de Zee) en in 1682 werd de restauratie van de Toren van Hercules uitgevoerd door de architect Antúnez.

18e eeuw

Tijdens de Successieoorlog kreeg de stad opnieuw te maken met een stijging van de belastingen en de rekrutering van de bevolking. De oorlog eindigde in 1716 en het economisch herstel werd bevorderd door de productie- en exportactiviteiten van de Catalaanse bourgeois-ondernemers die in de stad woonden.

Gedurende het bewind van Carlos III werd het monopolie van Cádiz als enige stad met toestemming om handel te drijven met de koloniën in Amerika doorbroken. Dertien havens, waaronder La Coruña, zouden van deze handel profiteren. Vanaf dat moment viel de stad economisch gezien op en gaf de koning opdracht tot de bouw van de muur van Pescadería (waarvan de golfbreker die momenteel de stranden van Riazor en Orzán scheidt, bewaard is gebleven). Het was in deze eeuw dat de eerste industriële activiteiten in de stad begonnen met de oprichting van de Real Fábrica de Tabacos (Koninklijke Tabaksfabriek, die tot in de jaren ’90 doorwerkte) of de Real Sombrerería (Koninklijke Hoedenwinkel) van La Coruña.

 

Hedendaagse tijd

De onafhankelijkheidsoorlog

Kaart van de slag bij Elviña in 1809, waarin maarschalk Soult de Britse troepen van Sir John Moore versloeg.

In de eerste helft van de 19e eeuw kende de stad een aanzienlijke bevolkingsgroei, van 12.000 in de beginjaren tot ongeveer 20.000 rond 1850.

Op 30 november 1803 vertrok de expeditie onder leiding van Francisco Javier Balmis (met een schip genaamd de María Pita) naar Amerika om het pokkenvaccin te verspreidden dat enkele jaren eerder ontdekte was. Hiermee werd het leven van vele duizenden Amerikanen gered.

Tijdens de Napoleontische invasie in mei 1808 werd de stad aangevallen door de Franse troepen. De stad bood echter vanaf het begin fel verzet tegen de Franse bezetting, geleid door Sinforiano López. De patriottische opstand begon op 30 mei, toen de menigte, woedend over het nieuws van de algemene opstand dat kwam van naburige provincies, eiste dat de Spaanse vlag werd gehesen en dat de traditionele saluutschoten op de dag van San Fernando en uit naam van koning Fernando VII, werden afgevuurd. Kapitein-generaal Don Antonio Filangieri had geprobeerd de patriotten tot rust te manen, maar ze gingen naar zijn paleis. Onder druk van een onderhoud met een delegatie van de patriotten gaf Filangieri toe aan hun druk maar ontsnapte uiteindelijk door een tweede deur om te schuilen in het klooster van Santo Domingo, vlakbij het Palacio de Capitania. Er werd een Junta de Defensa gevormd, net als in andere belangrijke steden van Spanje, waardoor La Coruña in het voordeel van de patriottische kant en in oorlog met de Fransen werd gepositioneerd.

Monument opgericht voor Juan Díaz Porlier op de plaats van zijn executie.

Ook andere plaatsen in Galicia boden weerstand, zoals Arosa en Vigo. In La Coruña vonden verschillende confrontaties plaats, één van de belangrijkste van de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog was de slag bij Elviña, op 16 januari 1809 de Engelsen waren Spanje hierbij te hulp gekomen. Tijdens een van de gevechten tussen de Engelsen en de Franse troepen sneuvelde generaal John Moore. Zijn graf ligt in een park midden in de oude stad. De strijd zelf werd nooit echt uitgevochten, alleen enkele schermutselingen, omdat de Engelsen hun vloot voor anker lieten gaan in de haven om daarna de stad aan hun lot over te laten. De volgende dag namen de Fransen de stad over, die ze negen maanden later verlieten om de Markies de la Estrella en zijn vijfduizend mannen te achtervolgen. De slachtoffers veroorzaakt door de militie en de Galicische guerrilla verhinderde dat de Franse maarschalk Soult de stad opnieuw in zou nemen, waardoor hij gedwongen werd Galicia te verlaten met meer dan 50% slachtoffers in zijn gelederen.

Op 19 augustus 1815 legde veldmaarschalk Juan Díaz Porlier, bijgenaamd El Marquesito, een verklaring af met de bedoeling de Spaanse grondwet van 1812 te herstellen, gesteund door de bourgeoisie en de intelligentsia van La Coruña. Op 22 augustus werd de liberale soldaat echter verraden, gevangen genomen en naar het kasteel van San Antón gebracht, ter dood veroordeeld en geëxecuteerd door ophanging in de Campo de la Leña, nu Plaza de España, op 3 oktober 1815.

Carlistische oorlog

Toen in 1833 de eerste Carlistische oorlog uitbrak, verkondigde La Coruña, trouw te blijven haar liberale geest, en steunde daarmee de zaak van Isabel II. De stad werd meermaals omringd door Carlistische expedities zonder ooit echt bezet te worden door de troepen van de Prins Don Carlos. Na het einde van het conflict beloonde koningin Isabel II de stad door haar in 1849 de categorie van provinciehoofdstad toe te kennen.

Einde 19e eeuw

Graf van Sir John Moore in de Tuin van San Carlos.

Aan het einde van de 19e eeuw begonnen nieuwe industrieën en banken zich in de stad te vestigen en legden ze de basis voor de moderne stad. In die tijd brachten illustere figuren als Emilia Pardo Bazán of Aureliano Linares Rivas (afgevaardigde van de Liberale Partij) prestige in de stad en gaven belangrijke economische donaties in moeilijke tijden voor de bevolking van A Coruña.

Na het verlies van de laatste Spaanse overzeese koloniën in 1898 kwamen veel Galiciërs die hun fortuin hadden verdiend in het Caribisch gebied, de zogenaamde “Indianen”, terug met hun geld en de wens om de luxe die ze in steden als Havana of Santiago de Cuba hadden achtergelaten, in de Herculese stad te herscheppen.

20ste eeuw  Annexatie van deGemeente Oza

Het gebouw van Banco Pastor was de eerste wolkenkrabber in Spanje en het hoogste gebouw tot 1929.

In de 20e eeuw vond er een demografische en economische explosie plaats, die nog werd versterkt door de annexatie van de gemeente Oza op 28 januari 1912, die meer dan 70% van het huidige gemeentelijke grondgebied aan de gemeente heeft bijgedragen. Er werd meer industrie gecreëerd, de haven werd versterkt, er werden vakbonden opgericht en het bedrijfs- en servicenetwerk van de stad werd uitgebreid. La Coruña werd zo de hoofdstad van de Galicische architectonische avant-garde aan het begin van de 20ste eeuw. Naast de uitbreiding van gebouwen met modern stijl gegeven gevels (gebied van Plaza de Lugo, Plaza de Orense, Linares Rivas, Plaza de Pontevedra of de emblematische gebouwen van de Kiosco Alfonso, Radio Nacional de España en het voormalige Hotel Atlántico) had La Coruña vanaf 1922 ook het hoogste gebouw van Spanje, het hoofdkwartier van de Banco Pastor, van Antonio Tenreiro en Peregrín Estellés, gelegen in de Cantón Pequeño. Dit record kwam later toe aan Madrid met het in 1929 gebouwde hoofdkwartier van Telefónica aan de Gran Vía. Het jaar daarop heeft dit bedrijf het hoofdkantoor in San Andrés Street ingehuldigd, door de architect José María de la Vega Samper, een ander voorbeeld van de invloed van de commerciële architectuur van Noord-Amerikaanse oorsprong.

Tweede Republiek (1931 – 1936)

De kerk van de Orden Tercera.

De gemeenteraadsverkiezingen van 12 april 1931 gaven een overweldigend resultaat ten gunste van de republikeinse optie; de FRG-ORGA (Galicische Republikeinse Federatie – Autonome Republikeinse Organisatie van Galicia), opgericht door onder meer de coruñese advocaat en politicus, Santiago Casares Quiroga. De partij kreeg 31 raadsleden, evenals twee onafhankelijke republikeinse raadsleden die niet in de federatie waren geïntegreerd, één socialist, tegen zes monarchistische raadsleden.

Met de Tweede Republiek zette de stad haar onstuitbare economische en politieke expansie voort. Het was in deze tijd dat het architectonische rationalisme in de stad aankwam. Gezien het belang dat de Tweede Republiek aan het onderwijs hechtte, werden verschillende onderwijsprojecten in heel Spanje gepromoot, en de stad vormde hierop geen uitzondering. De wil van de stad om zich te verzekeren van voorzieningen voor het hoger onderwijs vond zijn eerste uitingen in de 19e eeuw. In 1934 verklaarde de gemeentelijke overheid zich voorstander van het bestaan van een universiteitsstad, op basis van een stedelijk voorstel van de architect Antonio Tenreiro, het project kwam tijdens de Spaanse Burgeroorlog stil te liggen. De schoolstad als geheel werd na de oorlog gedeblokkeerd en kwam uiteindelijk in 1947 tot stand. Een architecturaal ensemble dat typisch is voor de jaren dertig van de vorige eeuw en momenteel wordt gebruikt als middelbare school, studeerkamer en marineschool.

Het antireligieuze geweld, geleid door minderheidssectoren van A Coruña, dat zich over heel Spanje verspreidde, had ook gevolgen voor de stad. Op de middag van 2 juli 1931 werden de gebouwen van de Jezuïeten en de Maristen gestenigd en werd de kerk van de kapucijnen in brand gestoken, na de viering van een bijeenkomst van de plaatselijke arbeidersfederatie met als doel te protesteren tegen de hervatting van de eredienst in deze tempel. De interventie van de Guardia Civil heeft voorkomen dat hetzelfde gebeurde in het Dominicaanse klooster. Op 12 september 1933 ontplofte er een bom bij de achteringang van de kerk van San Andrés, hoewel deze weinig schade veroorzaakte. Datzelfde jaar werd de parochiekerk van San Vicente de Elviña in brand gestoken. Op 21 februari 1936 moesten er branden worden geblust in de collegiale kerk van Santa María, de jezuïetenkerk en de kerk van de ‘Orden Tercera’ en de kapel van de Redenptoristen. Er werden pogingen ondernomen om de kerken van San Roque en de residentie van de Jozef in brand te steken.

Burgeroorlog (1936 – 1939)

In 1936 breekt de Burgeroorlog uit en nemen de legercommandanten die de militaire staatsgreep steunen al snel de controle over de stad over. Vanaf dat moment, en na een bloedige repressie waarbij sprake is van executies in Campo de la Rata, is La Coruña niet langer een bastion van het federale republicanisme. De militaire gouverneur en de kapitein-generaal werden overgeplaatst naar Ferrol, waar ze na de krijgsraad werden neergeschoten omdat ze weigerden zich bij de opstand aan te sluiten.

De dictatuur van Franco (1939 – 1975)

De Hercón-toren is al meer dan vijfendertig jaar het hoogste gebouw in Galicia.

Tijdens de dictatuur van Franco valt het mandaat van burgemeester Alfonso Molina op. In de periode dat hij aan het hoofd van de gemeente stond bouwde men, in 1957, een belangrijke snelle route die liep tot in het centrum van de stad in 1957, die naar hem vernoemd werd. De zakenman Pedro Barrié de la Maza, een sympathisant van het regime, richtte belangrijke bedrijven op zoals Union Fenosa.

In de jaren ’60 begon de stad onder invloed van de economische ontwikkeling een grote bevolkingsgroei door te maken. In slechts één decennium kreeg de stad 60.000 nieuwe inwoners, als gevolg van een immigratiegolf uit de landelijke gebieden. Men breidde de stad zowel naar het westen als het zuiden uit met de bouw van de nieuwe wijken Los Mallos en Agra del Orzán.

Met de bouw van de Torre Hercón (ook wel bekend als de Torre Costa Rica) in 1975 heeft de stad zich verbonden aan de verticaliteit die haar kenmerkt, iets wat ongebruikelijk is in Spaanse steden. Sinds de voltooiing is het het hoogste gebouw in Noord-Spanje gebleven, met 108 meter, 119 meter inclusief de antenne van de Galicische televisie (TVG), waarvan het hoofdkantoor in La Coruña in hetzelfde gebouw is gevestigd.

Het Democraties tijdperk

Toen de democratie eenmaal was ingevoerd, werd in 1981 het statuut van Galicia goedgekeurd, waarmee La Coruña zijn status als hoofdstad van Galicia verloor, die het sinds 1563 in handen had, ten gunste van Santiago de Compostela, een feit dat leidde tot de meest massale protestdemonstratie in de geschiedenis van de stad.

Tijdens het mandaat van de socialistische burgemeester Francisco Vázquez (1983-2006), die zes keer op rij door een absolute meerderheid werd gekozen, ondernam de stad ambitieuze stadsontwikkelingsprojecten, waarvan de meest emblematische de bouw van een grote twaalf kilometer lange promenade (de langste van Europa) en de drie wetenschapsmusea waren:

– Het Casa de las Ciencias (Huis van de wetenschappen) dat tevens een planetarium omvat.

– Het Casa del Hombre o Domus (Huis van de Mens of Domus) het enige museum ter wereld dat gewijd is aan de mens.

– Het Aquarium Finisterrae of ook wel Casa de los Peces (Aquarium Finisterrae of Vissenhuis) genaamd.

Het netwerk “=MC²” (Museos Científicos Coruñeses) werd opgericht voor het beheer van deze musea, wat de stad tot een nationale referentie heeft gemaakt in de popularisering van de wetenschap.

Palacio de la Ópera.

In die tijd werden ook andere nieuwe infrastructuren aangelegd in La Coruña, zoals het Palacio de la Ópera (de Opera, concertzaal), het Colosseum (een multifunctioneel gebouw voor allerlei evenementen, waaronder stierengevechten), het beeldenpark rond de Toren van Hercules, de Maritieme Commando Toren, het omstreden Recreatiecentrum in de haven (met onder meer een nieuw conferentiecentrum), de herinrichting van de ‘montes de San Pedro’ en Bens, omgebouwd tot uitgestrekte kustparken, de obelisk ‘Millenium’ en de verbouwing van de markt (typisch Spaanse mercado) op het plaza de Lugo en het stadion van Riazor.

Hoewel hij de verkiezingen nooit heeft verloren, werden de laatste jaren van het mandaat van Francisco Vázquez gekenmerkt door verschillende controverses, zoals zijn confrontatie met de “Mesa Pola Normalización Lingüística” vanwege het toponiem van de stad, het verdedigen van de co-officialiteit van de Castiliaanse vorm “La Coruña” en de Galicische vorm “A Coruña”, evenals bepaalde urbanistische kwesties die door een lokale krant (“La Opinión A Coruña”) werden uitgezonden. Vázquez’ termijn als burgemeester eindigde in 2006 toen de president van de regering, José Luis Rodríguez Zapatero, hem als Spaanse ambassadeur bij de Santa Sede benoemde en hij in het gemeentebestuur werd vervangen door zijn locoburgemeester, Javier Losada.

Palacio de la Ópera aan de Avenida de Arteixo.

In de afgelopen decennia zijn er verschillende veranderingen geweest in de functionaliteit van de stad. Het heeft nu verschillende administratieve functies en heeft andere militaire functies verminderd. Hoewel een belangrijk deel van de economische activiteit met betrekking tot de dienstensector nog steeds aanwezig is in de stad, is in La Coruña het “hoofdkwartiereffect”, dat voortvloeit uit de crisis die in 2008, begonnen. De bankencrisis, de crisis van de spaarbanken, de overnames en de verschillende bedrijfsbewegingen, allen verloren geleidelijk aan gewicht. Met het hoofdkwartier van ABANCA nu in de nabijgelegen gemeente Betanzos, na de overname door Banco Etcheverría, een dochteronderneming van de Venezolaanse bank Banesco, is A Coruña het hoofdkwartier van de ABANCA Foundation. Het blijft het hoofdkwartier van Banco Pastor, in afwachting van wat er gebeurt na de absorptie door Banco Popular Español, die op zijn beurt wordt opgeslorpt door de Santander-groep voor de waarde van één euro, gezien de delicate situatie van Banco Popular Español (de Spaanse Volksbank).

Het hoofdkantoor van de communicatiegroep Corporación Voz de Galicia en het telecommunicatiebedrijf R zijn in de stad gevestigd. In de naburige gemeente Arteijo is het hoofdkantoor van Inditex, de grootste textielgroep ter wereld (eigenaar van onder andere de populaire merken Zara, Pull en Bear, Bershka en Massimo Dutti) en waarvan de economische invloed in de stad doorslaggevend is geweest. Daarbij komt nog het belang van de havenactiviteit (tweede haven in Galicia in termen van aangevoerde verse vis) en een hoofdrol in de commerciële havenactiviteit (olie en vaste bulkgoederen), waardoor het de belangrijkste haven van Galicia is geworden in termen van totaal verkeer. De luchthaven van La Coruña (Alvedro), gelegen in Culleredo, biedt momenteel regelmatige vluchten naar de belangrijkste Spaanse steden en enkele Europese bestemmingen, waardoor het jaarlijkse aantal passagiers in het laatste decennium aanzienlijk is toegenomen.

De Torre de Control Marítimo (de Maritieme Controletoren), een van de hogere gebouwen van de stad.

Het jaar 2008 was de 800ste verjaardag van de heroprichting van La Coruña door Alfonso IX in 1208 en de 200ste verjaardag van de Slag bij Elviña, een feit dat het leven van de inwoners van La Coruña in die tijd diepgaand heeft getekend.

Op 29 juni 2009 werd de Toren van Hercules, het duizendjarige symbool van de stad, door de UNESCO uitgeroepen tot werelderfgoed, na een intense campagne van steun van zowel instellingen als burgers.

In de afgelopen tien jaar zijn gemeenten zoals Oleiros of Culleredo geconsolideerd in de context van het grootstedelijk gebied en zijn ze een alternatief geworden voor veel mensen uit A Coruña vanwege het gebrek aan grond in de stad. Op demografisch gebied is de aanwezigheid van immigratie in de stad het vermelden waard. In totaal zijn er 21.766 buitenlanders, waarvan de meeste afkomstig zijn uit Latijns-Amerika, China, de Maghreb en Afrika ten zuiden van de Sahara.

Anderzijds tonen de creaties van nieuwe wijken zoals Matogrande, Los Rosales of Novo Mesoiro, het bovengenoemde proces van suburbanisatie en de recente opening van grote winkelcentra zoals Marineda City, Espacio Coruña of Dolce Vita, de laatste gesloten in 2014, een nieuwe opvatting van een levensstijl die gebaseerd is op een verschuiving van de vrijetijdsbesteding van het stadscentrum naar de randgebieden.

 

Stedelijk Erfgoed


Torre de Hercules

De Torre de Hercules, Werelderfgoed van Unesco.

Van alle monumenten is de Toren van Hercules, de oudste nog functionerende vuurtoren ter wereld, het symbool van La Coruña. De oorsprong van de toren is onbekend, hoewel deze in de 2e eeuw door de Romeinen is herbouwd. Een inscriptie op de steen toont de naam van C. Servius Lupus, architect uit de regio Lusitania, in de Romeinse provincie Hispania. Deze inscriptie toont de inwijding van het monument voor Mars Augustus. De huidige gevel is het resultaat van een neoklassieke reconstructie in de 18e eeuw. Militair ingenieur Eustaquio Giannini repareerde en bedekte het, en voltooide het werk in 1791. Tegenwoordig heeft het een vierkante plattegrond (in tegenstelling tot vroeger, toen het nog cirkelvormig was), is het 58 meter hoog en blijft het voorbestemd om met de lantaarns van de vuurtoren tientallen kilometers ver over zee te schijnen. In 1991 werd rond de toren een Beeldenpark aangelegd met werken van onder andere Francisco Leiro Lois en Pablo Serrano.

In 2007 werd zijn kandidatuur uitgekozen als cultureel Werelderfgoed met de ambitie om een werelderfgoed te worden. Op 9 september 2008 werd het gebroederd met het Vrijheidsbeeld in New York en op de 25e van dezelfde maand deed het hetzelfde met de vuurtoren van Morro in Havana, de oudste in Amerika en een van de emblemen van Cuba.

Op 27 juni 2009 heeft de UNESCO de toren van Hercules uiteindelijk tot werelderfgoed verklaard.

Kasteel van San Antón.

 

Castillo de San Antón

Het Kasteel van San Antón ligt in het havengebied, naast La Solana. Het werd gebouwd op wat toen een klein eiland was in het midden van de baai van A Coruña, waar toen een kleine kapel was gewijd aan San Antón. Het doel was om de stad te verdedigen tegen aanvallen vanuit de zee. De bouw ervan begon in 1587, volgens een inscriptie op de voorkant van de vesting.

Ingang van de Collegiale kerk van Santa María del Campo

Tijdens de aanval van Engelse marine in 1589, droeg het kasteel effectief bij aan de verdediging van de stad, ondanks het feit dat het onafgemaakt was. Na de aanval ging de bouw door tot het einde van de werkzaamheden in 1590.

Vanaf de 18e eeuw werd het fort een gevangenis, een functie die het zou behouden totdat het werd overgedragen aan de gemeenteraad van A Coruña in 1960, die het omvormde tot Archeologisch en Historisch Museum van deze stad, dat in 1968 voor het eerst zijn deuren opende.

 

Colegiata de Santa María

Binnen de oude stadskern valt de Colegiata de Santa María (ook wel Santa María del Campo genoemd) op door haar oudheid en schoonheid. Het is een laat-Romaanse kerk (12de-13de eeuw), gekwalificeerd als collegiale kerk sinds 1441. Het werd voltooid in 1302, volgens de inscriptie. Het heeft drie beuken en een enkele halfronde apsis (typisch voor de Galicische romaanse stijl van de 12e eeuw); aan het hoofd staat een stevige vierkante toren; het bewaart een paar gotische beelden van de Annunciatie (Aankondiging van de Heer), hoewel met een romaanse traditie, en een polychrome Maria Magdalena, van Pedro de Mena.

 

Iglesia de Santiago

De kerk van San Jorge

De kerk van Santiago (12e – 13e eeuw), met een Romaanse traditie, heeft een breed schip met een houten plafond en een koor met drie apsissen, welke zijn aangepast in de 15de en 16de eeuw. De ruïnes van het klooster van San Francisco zijn bewaard gebleven, gesticht rond 1214 en gedeeltelijk vernietigd in het midden van de 16e eeuw, later herbouwd in 1651, en opnieuw vernietigd ten gevolgen van de explosie van een kruitvat. Dit was gebouwd in de gotische stijl, met een enkel schip, transept en drie apsissen, vijfhoekig in het midden en vierkant aan de zijkanten; de beuken waren bedekt met hout en de apsissen met geribde gewelven. Het meest opvallende kenmerk was de grote kapel in het dwarsschip en een interessante deuropening in de Romaanse traditie.

 

Iglesia de San Jorge

De kerk van San Jorge is in een barokke stijl gebouwd, het is een tempel met drie beuken en een uitbundige versiering binnenin. De gevel is duidelijk beïnvloed door Compostela, met reusachtige zuilen, en de kenmerkende contouren gegeven door de briljante barokke architect Fernando de Casas Novoa. De grote rechthoekig opening overheerst de compositie, terwijl de vleugelstukken (de gebogen frontons) ons herinneren aan de jezuïtische oorsprong van deze architectuur. Bovendien werd hier, in 1901 een eerste poging tot een homohuwelijk in Spanje gedaan.

DE collegiale kerk van Santa María, Romaanse kerk uit de 12e eeuw.

 

De muren

Resten van de oude verdedigingsmuren van de stad.

Er zijn overblijfselen van verdedigingsmuren bewaard gebleven, evenals drie poorten, met uitzicht op de baai, die de stad naar de zee openden langs de Paseo del Parrote. Het bastion dat bekend staat als de Fortaleza Vieja (Oude Vesting) is ook bewaard gebleven, dat is nu de Jardín de San Carlos. Het staat onder de bescherming van de algemene verklaring van het decreet van 22 april 1949 en de wet 16/1985 betreffende het Spaanse historische erfgoed.

 

De Obelisk

De Obelisk, in 1895 gewijd aan Don Aureliano Linares Rivas, bevindt zich in Cantón Grande

De bouw van de obelisk in Los Cantones gaat terug tot 1893, toen de gemeenteraad van La Coruña voorstelde een monument op te richten ter ere van Aureliano Linares Rivas, die plaatsvervangend, senator en minister was.

 

Millenium

De Millenium obelisk staat op de Paseo Marítimo in La Coruña. Het werd opgericht om het begin van de eenentwintigste eeuw te herdenken. Het is 46 meter hoog en gemaakt van staal (2 ton) en 147 uit Nederland meegebrachte rotskristallen. De eerste 13 meter vertellen het verhaal van de belangrijkste gebeurtenissen en personages van La Coruña, uitgehouwen in de kristallen. s Nachts worden ze verlicht door 142 schijnwerpers.

 

Andere monumenten

In de eerste uitbreiding van de stad is het architectonische complex van de Plaza de María Pita te zien, overheerst door het gelijknamige stadspaleis, dat dateert uit 1897 en in de modernistische stijl is ingericht. In dit gebied valt de eveneens modernistische kiosk Alfonso op, die dateert uit 1913 en gewijd is aan koning Alfonso XIII. Een ander gebouw dat opvalt is het tweede Terras, het huidige hoofdkwartier van RTVE, dat tussen 1921 en 1922 werd gebouwd, na de ontmanteling van het vorige houten gebouw van La Terraza, dat per boot werd verplaatst naar de huidige locatie in Sada, waar het stuk voor stuk weer in elkaar werd gezet.

Andere belangrijke gebouwen zijn het Autoridad Portuaria (havenbestuur) en dat van het Postkantoor (Correos), beide uit de jaren vijftig, het Teatro Colón (theater Columbus) uit de jaren veertig en het Banco Pastor-gebouw, een ontwerp van Antonio Tenreiro Rodríguez, een plaatselijke architect, samen met Peregrín Estellés in 1922, in die tijd het hoogste gebouw van Spanje.

Millenium met de stad op de achtergrond.

In het tweede uitbreidingsgebied vindt u het Eusebio da Guarda Instituut, dat dateert uit 1898, en het Paleis van Justitie, een modernistisch gebouw met een duidelijke neoklassieke invloed uit 1922, evenals tientallen modernistische en avant-gardistische gebouwen uit het begin van de 20e eeuw. Er zijn ook gebouwen van grote architectonische waarde die in het midden van de 20e eeuw zijn gebouwd, zoals onder andere het Operahuis (1989), het Huis van de Mens (1995) en het Huis van de Wetenschap (1964).

In een industriegebied in het westen van de stad, vlakbij de Repsol-raffinaderij, ligt de Pazo de San Xosé de Casanova, met een eigen kapel, waarmee men begonnen is om ook deze uit te roepen tot  Cultureel Erfgoed.

 

Galerijen van La Coruña

De zo bekende galerijen van La Coruña zijn de huizen van La Marina, maar dat zijn niet de enige voorbeelden in de stad of in de regio. Dit zijn de galerijen die aanleiding gaven om La Coruña de ‘ glazen stad (la ciudad de cristal) te noemen. Het zijn gesloten balkons met wit geschilderd houten ‘kozijnen’ en een groot glasoppervlak die als uitkijkpost fungeren en kenmerkend zijn voor de huizen aan de Avenida de la Marina in La Coruña. De galerijen zijn in feite de achterste gevels van de huizen. Ze dateren uit de 19e eeuw en vinden hun oorsprong bij de opkomst van de vlakke – en geslepen glasmarkt, die aanvankelijk in La Granja de San Ildefonso (Segovia) werd vervaardigd. Ze kwamen in het midden van de 18e eeuw voor het eerst in Ferrol aan om het achterschip van de galjoenen te beglazen en werden gebruikt om de huizen in Ferrol, Puentedeume, Betanzos en La Coruña te sluiten. Het doel was om het zonlicht in het interieur van de huizen te laten komen en tegelijkertijd om binnen regenen te voorkomen. Er zijn ook smeedijzeren en gietijzeren balkons.

De galerijen langs ‘la Marina’ van La Coruña.

 

De oude stad

Voorbeeld van de kleurrijke gevels van La Coruña met het stadhuis op de achtergrond.

La Ciudad Vieja (de Oude Stad) is de naam die aan het oude deel van A Coruña is gegeven. In de loop van de 9e en 10e eeuw hebben de bewoners van het toenmalige Isla del Faro (het schiereiland waarop de Toren van Hercules staat) het gebied geleidelijk aan verlaten als gevolg van de voortdurende aanvallen van de Vikingvloten en zich meer in het gebied van Betanzos gevestigd. In 1208 heroprichtte koning Alfonso IX de stad op de huidige plaats van de Oude Stad, waarbij hij de stad, die onder de directe controle van de koning kwam, vrij van het betalen van vazalschap aan de geestelijken of de leenheren, heropbouwt. In de 14e eeuw werden de muren die de Oude Stad beschermden gebouwd, waarvan een aantal overblijfselen nog steeds bewaard zijn gebleven, evenals drie poorten die de stad openden voor de zee: de Parrote-, Clavo- en San Miguel-poorten. Het bastion dat bekend staat als Fortaleza Vieja (Oude Vesting), nu omgebouwd tot de Jardín de San Carlos, is ook bewaard gebleven. De oude stad La Coruña bewaart straten en pleinen die de geschiedenis van de stad tot leven brengen, evenals adellijke huizen en woningen zoals die van het echtpaar Manuel Murguía en de poëte Rosalía de Castro, gelegen in de calle Príncipe (Prinsenstraat).

 

Paseo Maritimo

Fuente de Los Surfistas, Paseo Marítimo de la Coruña.

Het is een verbindende klassieke wandeling, die verschillende goed gedifferenteerde gebieden combineert.

Tot 2014 was de Paseo Marítimo de La Coruña de langste promenade van Europa, met bijna 16 km rond de stad, langs de kust. Op dit moment, ligt de langste promenade van Europa in de stad Marbella, Malaga, met 17 km.

De Paseo Maritimo valt op door zijn meubilair, bouwmaterialen, tuinen en andere elementen.

 

Stranden


La Coruña heeft enkele kilometers aan stranden in de stad. De belangrijkste zijn:

Paseo Marítimo van Riazor-Orzán.

Playa de Riazor: Gelegen in het hart van de stad en met een lengte van 610 m, van wit en dik zand, aan de voet van de stadsboulevard. Winderig en met sterke golven. Geschikt voor surfen en alle soorten strandsporten. Het maakt deel uit van het complex dat bestaat uit de stranden van Orzán en Riazor, gescheiden door de golfbreker “La Coraza”, een restant van de oude stadsmuur.

Playa del Orzán: In het centrum van de stad, vergelijkbaar met Riazor Beach, omdat ze samen liggen. Ook wit zand, maar dan fijner. Het heeft een lengte van 700 m.

Playa del Matadero: In het centrum van de stad, verbonden met Riazor en Orzán, heeft het zeer fijn wit zand, 80 m lang.

Las Lapas Beach: Aan de voet van de Toren van Hercules, en 70 m lang, rustiger, met fijn wit zand.

Playa de San Amaro: In de wijk Adormideras, vlakbij de Toren van Hercules en de zeedijk. 105 meter lang en fijn wit zand.

Oza Beach: Beschermd tegen de wind, met rustige golven, heeft het fijn wit zand en een lengte van 200 m.

Playa de Bens: Gelegen op de grens met het “Ayuntamiento de Arteixo” (stadhuis). Het wordt zeer weinig gebruikt, gezien de nabijheid van de raffinaderij, de AWZI en de afvalverwerkingsinstallatie van Nostián.

Verder zijn er talrijke kleine stranden en baaien, zoals San Roque Beach of Poppy Cove.

Het strand van Riazor met op de achtergrond het sportpaleis.

Panoramisch uitzicht op de stranden van Riazor, Orzán en Matadero, die bij eb samenkomen.

Het strand van Orzán.

 

Parken en tuinen


 

 

Archief van het Koninkrijk van Galicia, gelegen in de tuinen van San Carlos.

De lift naar Monte de San Pedro.

Tuinen van Méndez Núñez.

Cúpula Atlántica, Parque de San Pedr.

Per inwoner heeft de stad ongeveer 10 m² tuin, dat wil zeggen, er zijn ongeveer 2,5 km² aan tuinoppervlak, dat is vrij veel, gezien de kleine omvang van de gemeente, een uitstekende gegeven gezien het feit dat de mate van bebouwbaarheid (hoeveelheid gemeentelijke grond bebouwd of gebruikt door de stad) is ongeveer 50%. De belangrijkste parken en tuinen zijn:

Parque de Bens. Het is het grootste groene gebied in de stad. Het heeft een uitstekend uitzicht op de stad en de kust van de gemeenten Arteijo, Carballo en Malpica de Bergantiños, met, op heldere dagen, uitzicht op de Sisargas-eilanden. Het bevat grote gazons met twee vijvers, wandelpaden en een speeltuin.

Parque de San Pedro. Dicht bij Bens, gelegen op de top van de berg San Pedro, waar zich drie kustgeschutsbatterijen van het Ministerie van Defensie bevinden en die van 1929 tot 1999 operationeel waren. De oude kanonnen die zijn gerestaureerd en omgebouwd tot een toeristische attractie. Het park heeft een uitstekend uitzicht op de stad, de aangrenzende stadhuizen en de kapen Prior en Prioriño. Het beschikt over een restaurant-cafetaria, een kleine botanische tuin en een plantenlabyrint en een bolvormige lift, die de passagiers rechtstreeks van de top van het park naar de Paseo Marítimo brengt.

Parque de La Torre. Het ligt aan het noordelijke uiteinde van het schiereiland van de stad en loopt van de Toren van Hercules tot aan de ‘barrio de Adormideras’ (de klaprozenwijk). Binnen vindt u een Moorse begraafplaats, nu het Museum van Woorden, het monument voor degenen die in de Burgeroorlog zijn neergeschoten, een groot beeldenpark en de eerder genoemde vuurtoren.

Parque de Santa Margarita. Gelegen op de top van een steile heuvel, midden in het stadscentrum, is het het grootste bomenpark van de stad, met honderden verschillende soorten bomen. Het heeft vijvers en duiventillen, evenals verschillende speel- en ontspanningsruimtes voor kinderen en volwassenen, waardoor het elke dag van het jaar door een groot aantal mensen wordt bezocht. In het centrum van dit emblematische park bevindt zich het prestigieuze wetenschapsmuseum Casa de las Ciencias en zijn planetarium. Aan de noordoostelijke ingang van het park bevindt zich het Palacio de la Ópera.

Parque Europa. Deze uitbreiding van het gazon gelegen tussen de gebieden van Cuatro Caminos en La Gaiteira is een populair recreatiegebied. Het is de thuisbasis van het Fórum Metropolitano gebouw, een culturele ruimte uitgerust met een gemeentelijke bibliotheek, een sociaal centrum, een filmbibliotheek, een krantenbibliotheek en een jongereninformatiecentrum.

Parque de San Diego. Dit groene gebied is uitgerust met een fietspad dat naar het strand van Oza gaat en er zijn enkele belangrijke sportfaciliteiten (fitnessruimte, zwembaden) die eigendom zijn van de gemeente.

Paseo de los Puentes. Groot groen gebied, doorkruist door de overblijfselen van een 18e eeuws stenen aquaduct.

Parque de Eirís. Groen gebied rondom de wijken Castrillón, Monelos en Eirís.

Parque de Oza. Park van 55 000 vierkante meter gelegen in de buurt van Oza.

Jardines de la Royal Maestranza. Naast het Paraninfo de la Maestranza, naast de zee, staat het standbeeld van Diego del Barco, een bijzonder personage uit A Coruña tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog, en de waterput van het Klooster van San Francisco.

De menhirs in het Parque de La Torre.

 

Cultuur


De stad organiseert jaarlijks evenementen zoals het Festival Noroesten (sinds 1986), Viñetas desde el Atlántico sinds 1998 en Expotaku sinds 2010. Aan de filmzijde is A Coruña gastheer van festivals zoals S8 Mostra de Cinema Periférico.

Musea

Aquarium Finisterrae.

Domus, la Casa del Hombre.

Het Casa de las Ciencias.

Het theater Colón.

Museo de Bellas Artes (Museum voor

Schone Kunsten): Een museum met werken van grote nationale en internationale schilders uit de 15e tot 19e eeuw. Onder de collecties bevinden zich Rubens’ schetsen, een grote tentoonstelling van impressionistische schilderkunst en religieuze schilderijen.

Museo Arqueológico (Archeologisch Museum): Gevestigd in het Kasteel van San Anton, werd het opgericht in 1964 nadat het Ministerie van Defensie het kasteel aan de gemeenteraad had afgestaan. Het bevat stukken van schatten uit beschavingen van voor de 10e eeuw, evenals een tentoonstelling over het leven van het Spaanse leger vanaf de onafhankelijkheidsoorlog tot aan de heerschappij van Alfonso XIII.

Casa de Hombre (Huis van de Mens), bekend als Domus: Het behoort tot een van de interactieve musea van de stad en laat ons toe om de werking van het menselijk lichaam van dichtbij te bekijken.

Casa de las Ciencias: Wetenschapsmuseum in het algemeen, waar ook het Planetarium is gevestigd.

Aquarium Finisterrae, la Casa de los Peces (het Huis van de Vissen): Hier vindt u zeedieren die typisch zijn voor de Atlantische Oceaan, maar ook tentoonstellingen over tropische soorten, zeehonden en een botanische tuin.

Museo de Arte Sacro (Museum voor Heilige Kunst): Een klein museum gevestigd in een modern gebouw (boog. Manuel Gallego) dat perfect past in de omgeving van de oude stad waarin het zich bevindt. Een van de attracties is de oorspronkelijke verdeling, omdat het fundamentele element is de trap, zijnde de tentoonstellingszalen de landingen van dezelfde. Het heeft interessante stukken religieus zilverwerk uit verschillende scholen, periodes en landen.

Museo Militar (Militair Museum): Bevat modellen van de verdedigingssystemen van de stad, evenals uniformen en wapens van het Spaanse leger van de 15e eeuw tot nu. Gerelateerd aan de kanonnen van San Pedr.

Casa Museo María Pita (María Pita Huis Museum): Het leven van de heldin van A Coruña María Mayor Fernández de la Cámara Pita.

Casa Museo Picasso: Het leven van de beroemde schilder, gevestigd in zijn voormalige huis, waar hij zijn jeugd en studie doorbracht, en groeide als kunstenaar.

Museo Nacional de Ciencia y Tecnología de España (Nationaal museum van Spaanse Wetenschap en Technologie)

Castro de Elviña: Protohistorisch dorp gelegen in de gemeente A Coruña, een van de grootste in het noorden van Galicia.

 

Evenementen

Feest van San Juan

Op 23 juni, de vooravond van San Juan, vindt een van de grootste feesten van de stad plaats. Het is uitgeroepen tot Fiesta de Interés Turístico Internacional (Festival van Internationaal Toeristisch Belang). Tijdens deze dag, muziek bands, folklore groepen, doedelzak bands, gigantes y cabezudos (reuzen en grote koppen) groepen, op. Dit vindt allemaal plaats in de belangrijkste straten van de stad, de bevolking wordt eraan herinnerd dat de dag van de viering net begonnen is en dat het tijd is om de traditionele boeket van wilde bloemen (bijvoet, fiuncho, varens, stokrozen, wilde rozen …) te kopen, dat dient om hen de vanaf die ochtend bescherming te bieden tegen elke ziekte het lichaam of ziel. Tot slot zal het boeket te drogen worden gehangen in de lucht, zodat het hele jaar door zal dienen om heksen en kwaadaardige wezens af te schrikken. Als de nacht valt, vult de stad zich met de geur van geroosterde sardines verbrand hout. Om het feest echt mee te maken moet men op de Paseo Marítimo of op de stranden van Riazor en Orzán zijn, waar meer dan 100.000 mensen zich alleen al op deze stranden verzamelen; maar  ook in de straten van de wijken, want dat is iets typisch Spaans elke wijk viert zijn eigen feest. Beetje bij beetje worden er honderden kleine vreugdevuren gevormd die om 12 uur ’s nachts worden ontstoken, in het bijzijn van duizenden mensen. Als het middernachtelijk uur klinkt, is het de dag van San Juan, “a noite da queima”. Honderden vreugdevuren verlichten dan de stranden.

De stranden van Riazor en Orzán tijdens het festival van San Juan.

 

Nuestra Señora del Rosario

Op 7 oktober (een plaatselijke feestdag) viert de stad het feest van de beschermheilige van de stad, Nuestra Señora del Rosario (Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans). De voorspraak van Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans wordt herdacht tijdens de belegering van de stad in 1589 tijdens de campagne van Francis Drake dat bekend staat als La Invencible Inglesa of het La Contraarmada ( Het onoverwinnelijke leger).

Carnaval

Carnaval (of entroido in Galicisch) is een van de meest populaire feesten in de stad. Het duurt meestal van vrijdag tot en met woensdag, waarbij Vastenavond de grote lokale feestdag is. De hoofdrolspelers van het entroido in A Coruña zijn de “comparsas” en de “choqueiros”. Onder de handelingen van het carnaval vallen op: de inhuldiging van de god Momo, de wedstrijd van de praalwagens en “comparsas”, het “choqueira” feest op de dinsdag van het carnaval in de straat van La Torre, de begrafenis van de sardine en de verbranding van de god Momo op het strand van San Amaro.

Feest van María Pita

Dit is de naam die wordt gegeven aan de grote festivals van de stad in de zomer, die de hele maand augustus worden gehouden en die talrijke activiteiten omvatten zoals concerten, beurzen, tentoonstellingen, etc. De belangrijkste activiteiten zijn:

– De concerten op de Plaza de María Pita: in alle edities zijn er verschillende gratis concerten met gerenommeerde artiesten en recitals van het Galicisch Symfonie Orkest.

– Festival Noroeste: het is een gratis festival dat sinds 1986 wordt gehouden, in die editie bereikte het al een opkomst van 30.000 mensen, vanaf 1989 werd het gehouden op het strand van Riazor. Het kan meer dan 100.000 mensen bereiken. Gedurende de hele editie hebben tal van lokale, nationale en internationale artiesten opgetreden, waaronder Siniestro Total, Los Suaves, Luz Casal, The Cure, Status Quo, Joe Cocker, Simply Red, Paul Weller, Suede en Patti Smith. Sinds 2015 heeft het een uitgebreid formaat van concerten verspreid over verschillende plaatsen in de stad in de dagen voorafgaand aan de viering van de grote voorstellingen, genaamd Noroeste Expandido.

– Batalla Naval: pyrotechnische strijd die de overwinning van de stad op het scheepsequadron van Francis Drake in 1589 eert. Historisch gezien wordt het gehouden rond het kasteel van San Antón, sinds 2008 wordt het gehouden in de baai van Orzán met vuurwerk dat aan beide zijden van de baai wordt afgestoken.

– Viñetas desde el Atlántico: een stripverhaalbeurs die sinds 1998 in het Kiosko Alfonso wordt gehouden.

– Festival de Habaneras: heeft meer dan dertig edities.

– De Mostrat ambachtsbeurs wordt sinds 1985 in de eerste helft van augustus gehouden, evenals de boeken- en antiekboekenbeurzen.

Temporada Lírica

Het Temporada Lírica (Lyrisch Seizoen) van La Coruña is geboren in 2014 uit de fusie van het beroemde Mozart Festival en het La Coruña Opera Festival.

Bahía del Orzán gezien vanaf de berg San Pedro. De Toren van Hercules is te zien aan de linkerkant van het panorama.

 

Gastronomie


Typische gerechten zijn die welke kenmerkend zijn voor de Galicische keuken, met name de kustgerechten: zeevruchten en vis uit het gebied, pulpo a la gallega (inktvis in Galicische stijl), raxo, pimientos de padrón, empanada… Misschien wel het meest typische voor toeristen die La Coruña bezoeken zijn de zeevruchten.

Er is een representatieve verscheidenheid in het gastronomische aanbod van de stad, die op dit moment een van de pijlers is in het toeristische gebied. Van traditionele tavernes tot Michelin-sterrenrestaurants.

Het is ook de thuisbasis van een van de leden van de Grupo Nove, een prestigieuze groep van Galicische chef-koks.

Bovendien is het een van de locaties van het Gastronomisch Forum, een van de meest representatieve evenementen op dit gebied op nationaal niveau.

Na de zomer wordt de jaarlijkse Concurso de Tapas Picadillo (Picadillo Tapas-wedstrijd) gehouden, ter ere van de voormalige burgemeester Manuel Puga e Parga. Deze wedstrijd heeft tot doel de creatie van kwaliteitsgastronomie tegen betaalbare prijzen te bevorderen en de belangstelling van de burgers voor het plaatselijke hotelwezen aan te moedigen.

 

Toerisme


Het toerisme in La Coruña is de laatste jaren toegenomen tot 62 cruiseschepen per jaar. Een van de drijfveren van dit toerisme is de boulevard waaraan aan de hele stad grenst. Er is ook een tram en een fietspad dat het grootste deel van de boulevard volgt. Bovendien is het een culturele wandeling, want er zijn verschillende musea van de stad langs gelegen, zoals La Casa del Hombre of La Casa de los Peces. Het kasteel van San Antón, met het archeologisch museum, of de Toren van Hercules is ook op deze route te vinden.

Twee toeristische trammetjes die onder andere langs de boulevard rijden.

De twee belangrijkste stranden van La Coruña (Orzán en Riazor) liggen in het hart van de stad en worden begrensd door de eerder genoemde promenade. Deze locatie maakt ze een grote attractie voor toeristen, en is ook een ontmoetingsplaats voor surfers voor het grootste deel van het jaar. Daarnaast heeft de stad nog andere strandgebieden zoals de baai van Bens, As Lapas, Adormideras, San Amaro of het strand van Oza.

Een belangrijk festival dat van toeristisch belang is, is de nacht van San Juan, gevierd met een massaal vuurwerk, parade, het verbranden van de falla (groteske pop die tijdens feesten wordt rondgedragen en naderhand verbrand wordt) en de duizendjarige vreugdevuren op alle stadsstranden tot ver in de dageraad.

In 2006 is het aantal toeristen voor het eerst in de geschiedenis van de stad verdubbeld tot een half miljoen bezoekers.

In 2010 bereikte de stad het cijfer van 1,5 miljoen toeristen.

Stadhuis van A Curuña.

De stad heeft een uitgebreid netwerk van hotels, internationale ketens en lokale bedrijven die samen een hotelaanbod van meer dan 3500 bedden aanbieden. La Coruña heeft een vijfsterrenhotel, het Hotel Finisterre (Hesperia-keten). Vier sterren hotels zijn het NH A Coruña Centro, het Meliá María Pita, het Hotel Riazor, het Eurostars Ciudad de La Coruña, het Ibis Styles A Coruña, het TRYP Coruña Hotel, het Zenit Coruna Hotel, het Sercotel Blue Coruña Hotel, het Eurostars Atlántico, het Hotel Attica21 Coruña, het Hotel Plaza, het AC Hotel A Coruña, de Carris Marineda en de Crunia.

 

Naar boven
Spaanse Verhalen. spaanseverhalen.com
Laatst bijgewerkt 2020-07-18

Bronvermeldingen en referenties:

{{Bronvermelding Anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=La Coruña| oldid=127591747| datum=20200708}}
{{Bronvermelding Anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Francisco Javier Balmis| oldid=127437550| datum=20200714}}
{{Bronvermelding Anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Sinforiano López| oldid=124665603| datum=20200714}}
{{Bronvermelding Nederlandse Wikipedia|taal=nl|titel=A Coruña (stad)|oldid=56554024| datum=20200717}}

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.