Pamplona (stad)

pAMPLONA HOOFDSTAD VAN nAVARRA

Hier zien we de kaart van het Iberisch schiereiland met daarop aangegeven de plaats Pamplona in het noorden van Spanje.

Wapen van de stad Pamplona (Navarra - Spanje), op een veld van azuur een zilveren, gaande leeuw met tong en nagels van keel (rood). In het midden bekroond door een open koninklijke kroon van goud en in de schildzoom het wapen van Navarra (een ketting van goud op keel). Bovenop het schild zien we een hertogen kroon.
het wapen

Vlag van de stad Pamplona (Navarra - Spanje). Rechthoekig, verhoudingen 2:3, Groene kleur met het wapen van Pamplona in het midden.
de vlag

Pamplona, of als we het in Euskera (Baskentaal) zeggen Iruñea, ligt in het noorden van het Iberisch schiereiland, in het centrum van het bekken van Pamplona en is de hoofdstad van comunidad autónoma Navarra. Met zijn 203.000 inwoners ligt het aan beide oevers van de rivier Arga, een zijrivier van de Ebro. De vroege bevolking van de nederzetting gaat terug tot de late bronstijd of de vroege ijzertijd, ook al verwijst de traditionele begindatum naar de stichting van Pompaelo (Latijns) door Pompeius tijdens de Sertoriaanse oorlogen in de winter van 75 – 74 v. Chr.

Gegevens
Com. autónoma Navarra
Provincie Navarra
Comarca Cuenca de Pamplona
Hoogte 450 m.b.z.
(min. 395, max. 616)
Oppervlakte 25,14 km²
Gesticht door Pompeius 74 v. Chr.
Inwoners aantal
Bevolk. dichtheid
203.081 inw. (2021)
7841,6 inw/km²
Inwonersnaam pamplonés, -a
iruindar (euskera)
Postcode 31001-31016
Kengetal tel. (+34) 948
Belang. feesten San Fermín (6 tot 14 juli)
Patroon San Saturnino (29 nov.)
Patrones Virgen de Camino
Officiële website

Het is het financiële en commerciële centrum van Navarra, maar ook het administratieve centrum van de gemeenschap, aangezien hier de instellingen van het autonome bestuur en het territoriale bestuur van de Staat zijn gevestigd. Het is ook een belangrijk centrum van industriële activiteit, gespecialiseerd in de productie van bouwmaterialen, metallurgie, papier en grafische kunsten en verwerkte vleesproducten.

Foto van de sfeer tijdens het San Ferminfeest in de Calle San Nicolás op de kruising met de Plaza del Castillo. We zien honderden mensen in de typische dracht van deze week, wit met een rode halsdoek.
De sfeer tijdens het San Ferminfeest in de Calle San Nicolás op de kruising met de Plaza del Castillo.

Het historische en monumentale erfgoed, alsmede de verschillende festiviteiten die het hele jaar door plaatsvinden, maken van de stad een stad die zowel nationaal als internationaal toerisme ontvangt. Het feest van San Fermín is een feest van internationale faam. De straten in het centrum van de stad zijn gevuld met duizenden mensen, en niet alleen Spanjaarden, uit heel de wereld komen mensen naar dit feest. De festiviteiten beginnen met de lancering van de chupinazo (raket) vanaf het balkon van het stadhuis op 6 juli om 12 uur ’s middags en eindigen op 14 juli om middernacht met het Pobre de mí (arme ik), een afscheidslied. Deze wereldwijde bekendheid is een recent verschijnsel, dat ook verband houdt met de publiciteit die Ernest Hemingway aan dit feest gaf met zijn roman ‘Fiesta’.

Wat u interesseert:

Toponymie


De plaatsnaam Pamplona is afgeleid van Pompelon, een Latijnse naam die in de Oud-Romeinse tijd is verspreid door klassieke auteurs zoals de Griekse geograaf Strabo (64 v.Chr. 24 n. Chr.), aan wie wij de oudste bekende verwijzing naar de stad te danken hebben. In zijn werk noemt Strabo Pompelon kortweg de belangrijkste stad van het volk der Vasconen, en Pompeios polis, d.w.z. de “stad van Pompeius”, als zinspeling op de naam van het geslacht van de Romeinse veldheer Gnaeus Pompeius Magnus (106-48 v.C.), wat de meest gangbare versie van de betekenis is. In oude en middeleeuwse werken zijn de spellingen Pampejopolis, Pampelo, Pampelona, Pampilona, Pampalona, Pampelone, Pampeluna, Pampelune, Pampilo, Pamplon, Pamplona, Pompelo of Pompilone gebruikt. De afgeleide gentilicio is pamplonés of pamplonesa, en de term “pamplonica” wordt in de omgangstaal gebruikt.

Het traditionele toponiem van Pamplona in het Baskisch is Iruña, dat sinds de 10e eeuw is gedocumenteerd en derhalve wordt erkend als de officiële naam van Pamplona in die taal. De Koninklijke Academie voor de Baskische Taal verwerpt echter het traditionele en officiële toponiem Iruña en geeft in plaats daarvan de voorkeur aan de taalkundige vorm Iruñea.

Etymologisch zijn de taalvormen Iruña en Iruñea verwant aan de wortel die is afgeleid van het zelfstandig naamwoord uri, iri/hiri, idi of ili, dat stad betekent. Enkele van de spellingen die in middeleeuwse en moderne teksten voor de Baskische plaatsnaam Pamplona worden gebruikt, zijn: Iruña, Erunga, Ironía, Irunga, Irunia, Irunna, Irunnia, Irunpa, Orunia, Urunia, Yronia, Yrunea, Yrunia, Yruynna of Irunia. De Baskische naam voor de bewoners van de stad zijn: iruñar, uruñar, iruindar, irunxeme of iruinxeme.

Tekening (plattegrond) van drie 'burgos' (burghs, burchten) van Pamplona.
De burgos (burghs, burchten) van Pamplona (gebaseerd op kaarten van Jose María Jimeno Jurío en Juan José Martinena).

In de 17e eeuw wezen kroniekschrijvers als pater José Moret en Arnaud Oihenart erop dat de Baskische naam die van de voor-Romeinse nederzetting was, hoewel de meest aanvaarde hypothese is dat de etymologische oorsprong van de Baskische naam “Iruña” de samentrekking is van “iru ona” (drie goeden), een toespeling op de vereniging van de drie burgos (burghten) die tot 1423 één enkele stad vormden. Andere hypotheses, gebaseerd op numismatisch onderzoek, hebben deze nederzetting geïdentificeerd met de naam “Bengoda”, “Olcairum” of “Bentian”.

Symbolen


De vlag en het wapen van Pamplona zijn de officiële symbolen. De geschiedenis van beide gaat terug tot het Privilegio de la Unión (voorrecht van de Unie), het stichtingshandvest van de stad dat op 8 september 1423 door koning Carlos III ‘el Noble’ werd verleend en waarmee de vereniging van de drie middeleeuwse dorpen (burgos) werd geformaliseerd.

De vlag

Vlag van de stad Pamplona (Navarra - Spanje). Rechthoekig, verhoudingen 2:3, Groene kleur met het wapen van Pamplona in het midden.De vlag van Pamplona is groen en heeft een verhouding van 2/3, met in het midden het gemeentewapen. Het werd in 1930 door de gemeenteraad officieel verklaard, nadat het in 1923 voor het eerst was gebruikt, ter gelegenheid van het vijfhonderdjarig bestaan van het Privilegio de la Unión (het samenbrengen van de drie dorpen). Hoewel in dit document het gebruik van blauw voor het vaandel van de stad werd vastgelegd, werden voorheen de kleuren blauw en wit gebruikt tot de kleur groen werd goedgekeurd, hoewel de redenen voor deze verandering nooit gedocumenteerd zijn.

Het wapen

In het wapen van Pamplona zijn de elementen bewaard gebleven van het wapen dat in 1423 aan de stad werd toegekend, een leeuw in een gaande houding en een kroon, waaraan de kettingen werden toegevoegd, het toenmalige embleem van het koninkrijk Navarra en zijn vorst. De heraldische beschrijving luidt als volgt:

    Op een veld van azuur, een gaande leeuw van zilver, getongd en gewapend van gules, en bekroond door een open koninklijke kroon van goud. Een schildzoom van Navarra, in gules, geladen met een gouden ketting.

Wapen van de stad Pamplona (Navarra - Spanje), op een veld van azuur een zilveren, gaande leeuw met tong en nagels van keel (rood). In het midden bekroond door een open koninklijke kroon van goud en in de schildzoom het wapen van Navarra (een ketting van goud op keel). Bovenop het schild zien we een hertogen kroon.

Motto

De stad draagt momenteel de titels van Muy noble (Zeer edele), Muy leal (Zeer loyale) en Muy heroica (Zeer heroïsche), toegekend door drie verschillende vorsten:

      • Muy noble, van Carlos III ‘el Noble’, reeds verschenen als zodanig bij gelegenheid van de afkondiging van het zogenaamde Privilegio de la Unión, op 8 september 1423.
      • Muy leal, door Catalina I de Foix en Juan III de Albret, waarvan de eerste vermelding dateert van 25 september 1486, waar het “edel en loyaal” wordt genoemd ter gelegenheid van de toekenning van het zogenaamde “Privilegio del mero y mixto imperio (Privilege van het zuivere en gemengde rijk)”, d.w.z. de burgerlijke en strafrechtspraak. In de Nieuwe Capitulaties die Fernando ‘el Católico’ op 12 juni 1513 verleende, is deze behandeling van “edel en trouw” ook opgenomen in de zogenaamde Códice del Privilegio de la Unión van 1533, opgesteld door Fernando de Ilarregui als “Zeer Edele en Zeer Loyale Stad van Pamplona”.
      • Muy heroica, door Fernando VII, bij Koninklijk Besluit van 18 augustus 1824, “als beloning voor zijn trouw, standvastigheid en opofferingen na de militaire blokkade” die het Franse leger het jaar daarvoor had ondergaan. De vermelding bevatte nu de drievoudige titel: Zeer Edele, Zeer Loyale en Zeer Heroïsche Stad Pamplona.

Geografie


Uitzicht over Iruñea/Pamplona vanaf de berg Monte Ezkaba.
Uitzicht over Pamplona vanaf de berg Ezcaba of San Cristóbal.

De gemeente Pamplona ligt in het noorden van Spanje, in het centrale deel van Navarra en in de geografische omgeving van het cuenca de Pamplona, de traditionele naam van de streek in de vorm van een uitgestrekt keteldal omringd door heuvels dat zich opent naar het zuiden en naar de bovenloop van de rivier de Ebro, een stroomgebied dat de streek heeft gevormd. De gemeente heeft een oppervlakte van 25,14 km² en wordt in het noorden begrensd door: Berrioplano, Berriozar, Ansoáin en Ezcabarte; in het oosten met: Villava, Burlada, Valle de Egüés en Aranguren; in het zuiden met: Cendea de GalarCendea de Cizur en Zizur Mayor; en in het westen met Barañáin, Cendea de Olza en Orcoyen.

Noord-westen:
Berrioplano
Noord:
Berriozar en Ansoáin
Noord-oosten:
Ezcabarte en Villava
West:
Barañáin, Cendea de Olza
en Orcoyen
Schematische tabel met in het midden een blauwe windroos. Oost:
Burlada en Valle de Egüés
Zuid-westen:
Cendea de Cizur en
Zizur Mayor
Zuid:
Cende de Galar
Zuid-oosten:
Aranguren
Klimaat

In het algemeen is het klimaat in Pamplona betrekkelijk aangenaam, maar omdat het in een overgangszone ligt, heeft het wat meer eigenaardige kenmerken en is het onstabieler en wisselvalliger. In de zomer zijn er enkele zeer warme dagen, die soms kunnen oplopen tot boven de 39 °C. In de winter zijn er zeer koude dagen, soms tot -15 °C in sommige delen van de hoofdstad. De neerslag is regelmatig, hoewel de belangrijkste waarden worden opgetekend tussen oktober, november en december; de laatste is gewoonlijk de natste maand. In de zomer valt er betrekkelijk weinig regen, vooral midden juli en  augustus. Op de dagen dat er regen valt, is dat meestal in de vorm van onweer en buien die soms zwaar of zelfs zeer zwaar kunnen zijn en gepaard kunnen gaan met hagel. In de wintermaanden vallen sneeuw en vorst vooral tussen eind november en maart, hoewel in sommige gevallen ook in mei sneeuw is gevallen. 

Reliëf

De geofysische omgeving van de stad is die van het uitgestrekte bekken van Pamplona, gevormd door erosie en omgeven door een berggordel waar zich uitgestrekte, zacht golvende valleien openen, zoals die van Aranguren, Juslapeña of Valle de Egüés. In de buurt van de stad bevinden zich heuvels als die van San Cristóbal of Ezcaba (895 m. b. z.), de Mendurro (935 m. b. z.), de Sollaundi (854 m. b. z.) en de Larragueta (662 m. b. z.). De door waterstromen gevormde sedimentatie heeft geleid tot een systeem van terrassen en zachte hellingen of glacis in de middenloop van de rivieren. 

Hydrografie
Dedze foto laat ons de rivier de Arga zien, net buiten Pamplona. Tussen de bomen door kunnen we nog net wat huizen zien.
De rivier Arga stroomt door Pamplona met de stad op de achtergrond.

Het netwerk van rivieren waarin Pamplona is gelegen, wordt hoofdzakelijk gevormd door de rivier de Arga, waarvan het stroomgebied de hydrologische overgang tussen de Pyreneeën en het Cantabrisch Gebergte afbakent. Het debiet is van het oceanische of Atlantische type en vertoont seizoensgebonden schommelingen, met hoge debieten in maart en april, als gevolg van het smelten van de sneeuw. In de districten Arrotxapea en Txantrea vormt de rivier in haar loop kleine meanders en worden de oevers van oudsher gebruikt voor de teelt van tuinbouwgewassen. Ook de rivieren Elorz en Sadar stromen door de gemeente Pamplona. De stad beschikt over een irrigatiesysteem met irrigatiekanalen, regueras of kleine irrigatiesloten, waardoor het water naar de boomgaarden en tuinen wordt geleid.

Flora

Wat het bioklimaat betreft, behoort de hele regio tot de lagere gematigde bioklimaatbodem met een vochtig ombroklimaat, dat wil zeggen dat al het water en de voedingstoffen komt uit neerslag. De potentiële vegetatie komt overeen met het eikenbos Quercus pubescens (Donzige eik), hoofdzakelijk in de vorm van overgangsreeksen tussen het beukenbos en het eikenbos gedomineerd door Quercus pyrenaica (Pyreneese eik). Het landschap heeft echter grote veranderingen ondergaan door toedoen van de mens (antropisme, antropogeen). In de vlakten en depressies zijn er gebieden voor boomgaarden en intensieve teelt, omgeven door weiden en kreupelhout en hier en daar voorbeelden van Ulmus minor (Gladde iep) die overeenkomen met de oorspronkelijke vegetatie. De landbouwgebieden van de gemeente omvatten 611 hectare voor intensieve landbouw, 124 hectare voor tuinbouw en geïrrigeerde akkerbouwgewassen, en kleinere gebieden met weiden, loofbomen, lommerrijk gebied, grasland en naaldbomen.

In 2009 telde Pamplona 144.000 bomen, waarvan 26.000 in parken en tuinen, 25.500 in stedelijke gebieden en meer dan 92.000 verspreid over de hele gemeente. In totaal beheert het stadsbestuur 479,56 hectare groene ruimte, dat is slecht 1,9% van het stadsoppervlakte.

De meest talrijke sierboomsoorten zijn: Schaduwplataan; de esdoorns, A. platanoides, A. negundo, A. campestre, echte en pseudo-plataan; de essen, F. excelsior en F. angustifolia; de paardekastanje; de Europese netelboom; de populier; de cupressus; de ratelpopulier; iep en Kaukasische iep; Japanse ginkgo biloba; Liriodendron (tulpenboom); Atlas– en Libanonceder; schietwilg; zilverspar en den; en de linde.

Fauna
Foto van een wezel, een mooi maar onvervaard roofdiertje met een roodachtig tot kastanjebruine rugzijde en een witte buikzijde. het diertje lijkt op een hermelijn maar heeft geen zwarte punt aan zijn staart.
De wezel.

De geografische ligging is gunstig voor zoogdieren aangezien het omringd is door bergen en er een rivier doorheen stroomt. In de niet-stedelijke gebieden van de gemeente komt een grote verscheidenheid van zoogdieren voor, zoals wezels, marters, genetkatten, Europese nertsen, otters, dassen, vossen, en er zijn zelfs everzwijnen in het stadscentrum zelf gesignaleerd. ’s Nachts dalen de dieren van de bush af naar de stad, op zoek naar de oever van de rivier. Wat vogels betreft, zijn er 94 verschillende soorten in de parken en gebouwen van de stad geregistreerd. De meest voorkomende zijn de merel, de ekster, de zwarte spreeuw, de huismus, de kwikstaart en de rotsduif.

Milieu

Een van de oorzaken van de luchtverontreiniging in de stad is het wegverkeer. De verspreiding van verontreinigende stoffen is over het algemeen goed, maar aangezien de windsnelheid gewoonlijk laag is, vermindert dit de horizontale verspreiding van verontreinigende stoffen en hebben de verontreinigende stoffen de neiging zich in de stedelijke kern op te hopen. Het stadsbestuur heeft een eigen programma opgesteld om hoofd te bieden aan het milieu probleem. Het programma heet Agenda 21. Het getal 21 staat voor de 21 duurzaamheidsindicatoren die over vier categorieën zijn verdeelt: sociaal, economisch, milieu en institutioneel, en 12 thematische gebieden. 

Demografie


Pamplona is de dichtstbevolkte stad van Navarra. Het grootstedelijk gebied Pamplona, dat uit achttien gemeenten bestaat, heeft een totale bevolking van 334.830 inwoners. De verdeling van de bevolkingspiramide naar geslacht en leeftijd geeft 94.588 mannen (48 % van het totaal) en 102.687 vrouwen (52 %) te zien. Achtenveertig procent van de bevolking is jonger dan veertig jaar, degenen die jonger zijn dan twintig jaar maken 18% van het totaal uit, terwijl degenen die ouder zijn dan zestig jaar 24% uitmaken. Het hoogste percentage van de bevolking is dan ook geconcentreerd in de leeftijdsgroep 20-40 jaar, namelijk 31%. Deze structuur, die kenmerkend is voor het moderne demografische stelsel, vertoont een evolutie naar een geleidelijke vergrijzing van de bevolking, die nog wordt verergerd door de jaarlijkse daling van het geboortecijfer.

De demografische groei van Pamplona, die tussen 1920 en 1980 exponentieel was, heeft tussen 1960 en 1980 de bevolking praktisch verdubbeld, en is vanaf dat moment tot het begin van de 21e eeuw vertraagd. Tussen 2001 en 2008 is door de demografische opleving en de immigratie het percentage van de bevolking met een buitenlandse nationaliteit gestegen tot 11,83% van de totale bevolking (23.343 personen), een cijfer dat overeenkomt met het nationale gemiddelde.

Geschiedenis


De omstandigheden in het stroomgebied hebben sinds het begin der tijden de vestiging van mensen bevorderd. De vondsten van lithische industrie (stenen werktuigen) die op de terrassen van de rivier de Arga zijn gedaan, getuigen van de menselijke bewoning van deze gebieden 75.000 jaar geleden. Tijdens de opgravingen van de Plaza del Castillo in 2001-2003 werd een menhir gevonden die niet gedateerd is.

Iberische munt met een afbeelding van de kop links en de munt rechts. De munt stelt een krijger te paard voor.
Voor- en achterzijde van de munt met de inscriptie Bascunes of Barscunes in Iberisch schrift.

Rond het eerste millennium v. Chr. bevond zich in wat nu de stad Pamplona is, een nederzetting van de Vascones die volgens sommigen al bekend stond als Iruña, dat “de stad” betekend. Ook is overwogen, en dit is waarschijnlijker, dat de naam Bengoda, Vasconisch was en overeenkwam met wat nu Pamplona is, de hoofdstad van het Vasconische gebied. Dit gebied heeft zijn eigen munt geslagen, met op de keerzijde het opschrift Bascunes of Barscunes en op de keerzijde, zij het niet altijd, dat van Bengoda, dat volgens de historicus en numismaat Antonio Beltrán Martínez overeenkwam met de muntplaats en de hoofdstad van de Basken. Chronologisch zouden ze kunnen overeenkomen met de tweede helft van de 2e of de 1e eeuw v. Chr.

De stichting van Pompaelo

In de winter van 75-74 v. Chr. diende het gebied als kamp voor de Romeinse generaal Gnaeus Pompeius Magnus in de oorlog tegen Sertorius. Deze veranderde in 75 n. Chr. het dorp Bengoda in de civitas van Pompaelo, en wordt daarmee beschouwd als de stichter van de stad. Deze kleine stad, gebouwd door Romeinse legionairs, werd gebouwd volgens het Romeinse stedenbouwkundige model en diende als strategische verbinding tussen het schiereiland en Europa. Het lag in de provincie Hispania Tarraconensis, aan de Ab Asturica Burdigalam, de weg van Burdigala (het huidige Bordeaux) naar Asturica (het huidige Astorga)

De kenmerken van het land waar Bengoda was gelegen, waren gunstig voor de vestiging van een nederzetting van hogere rang. Gelegen op een zekere hoogte en omgeven door de rivier de Arga, kon het gemakkelijk worden verdedigd met als enige verplichting het bouwen van een stuk muur op een van zijn flanken. De vruchtbare gronden rond Pompaelo leverden een reeks waardevolle hulpbronnen op en de ligging op het kruispunt tussen het schiereiland en de rest van het continent maakte het tot een strategische enclave.

De stedelijke opzet van de civitas was typisch Romeins, met het forum in het midden van het stedelijk weefsel. Het had baden en andere diensten die werden vernietigd ondanks de mobilisatie van de burgers.

Pompaelo werd de belangrijkste stad van de Vascones, zoals Strabo vermeldt:

    …dan, boven Lacetania, in noordelijke richting, ligt het land van de Vascons, met Pompelon als hoofdstad.

De betrekkingen tussen de Basken en de Romeinen waren goed, en er bestond zelfs een relatie van beschermheerschap tussen Pompeius en sommige van de Vasconse stamhoofden, zoals blijkt uit het feit dat negen mensen uit de Vasconse stad Segia in het jaar 90 v. Chr. het Romeinse staatsburgerschap ontvingen van Cnaeus Pompeius Strabo, de vader van Pompeius Magnus, als beloning voor hun hulp bij de inname van Ausculum (in de Picene) tijdens de Italiaanse Oorlog, ook bekend als de Bellum sociorum.

Vroege Middeleeuwen

In de 5e eeuw werd de Romeinse macht vervangen door die van de Visigoten, maar deze laatsten hadden, in tegenstelling tot de Romeinen, geen goede verstandhouding met de Vascones. De stad was de bisschopszetel van de Visigotische kerk, en er woonden Visigoten, volgens de gevonden necropolis uit die periode. De slechte relatie tussen de Vascones en de Visigoten heeft aanleiding gegeven tot een zekere controverse over hun aanwezigheid in de stad.

La Cámara de Comptos, het enige voorbeeld van burgerlijke gotiek in Pamplona. Zichtbaar aan de pilaartjes in raampjes met hoefijzerboogjes en de spitsboog van de hoofdpoort).
Cámara Comptos van Navarra, een voorbeeld van burgerlijke gotiek.

Toen de moslims in 711 arriveerden, vocht koning Rodrigo in Pamplona tegen de Basken en in minder dan vijf jaar bereikten de Arabische en Berberse troepen de stad en onderwierpen haar door middel van een compromis tussen de bevelhebbers van het Omajjjadenkalifaat en vertegenwoordigers van de stad. De Cordovaanse overheersing duurde met tussenpozen tot 806, toen het onder Frankische invloed kwam te staan, kort daarna vervangen door de inheemse Baskische strijdkrachten onder leiding van Inigo Arista (circa 814) en de onmisbare steun van de Banu Qasi van Tudela.

Het koninkrijk Pamplona

Na de islamitische verovering van de Visigotische domeinen en de daaropvolgende invallen van Karolingische troepen in 778, 806, 812 en 824, werd Pamplona in de 9e eeuw bestendigd binnen een opkomende christelijke kern met nauwe dynastieke en regionale banden met de Banu Qasi, wat leidde tot de oprichting van het Koninkrijk Pamplona. De eerste leider van dit koninkrijk was Íñigo Arista (ca. 816-851) van de Arista-Íñiga dynastie, die in 905 werd opgevolgd door de Jimena dynastie. In de 12e eeuw, tijdens het bewind van Sancho VI ‘el Sabio’, werd het koninkrijk bekend als het Koninkrijk van Navarra. In de 10e eeuw trokken nieuwe kolonisten, voornamelijk Franken, naar de stad.

De bisschoppelijke heerlijkheid van Pamplona
Iets dat we wel vaker zien bij Spaanse ondergrondse garages, resten van middeleeuwse  verdedigingsmuren.
Overblijfselen van de middeleeuwse muur van de burcht van San Cernin, gedeeltelijk verwoest door een ondergrondse parkeergarage.

In deze eeuwen won het gebruik van het toponiem Iruña in de koninklijke en kerkelijke documentatie van het bisdom Pamplona aan kracht, en het was inderdaad de bisschop van Pamplona, en niet de koning, die de heerlijkheid Pamplona als zijn eigendom beschouwde. Dit zou vooral het geval zijn toen de Aragonese vorst Sancho Ramírez, kleinzoon van Sancho el Mayor en nieuwe “koning van de Pamploneses” vanaf 1076, de kerkelijke hervorming inluidde die het intreden van Pedro de Roda (bisschop van Pamplona) en de bevestiging van bisschoppelijke prerogatieven met zich mee zou brengen, zoals het directe patrimonium van de kathedrale zetel, dat de bisschopsstad zelf en het district omvatte. Het was Arnaldo de Barbazán (bisschop van Pamplona), die in 1318 aan het hoofd van het bisdom Pamplona stond, die de gehele heerlijkheid Pamplona aan de vorst afstond in ruil voor een jaarlijks inkomen van 500 pond.

Dit was bedoeld om “de bisschopsstad en de zetel van de bisschop (Santa María de Iruña) aan te duiden, terwijl de naam Pamplona eerder werd gereserveerd om te verwijzen naar het koninkrijk”. In 1162, toen Sancho VI ‘el Sabio’ het coroniem Navarra aannam als naam van het koninkrijk “werd de problematische polysemie van Pamplona overwonnen”, die kon worden gereserveerd om te verwijzen naar de zetel en de stad die door de bisschop werd bestuurd.

De Navarrese Oorlog

In het kader van de herbevolking en de vestiging van de gebieden kwamen Occitaanse Franken uit de streken van Toulouse (ook wel bourgeoisie genoemd en zich toeleggend op handel en ambachten) naar verschillende steden in de koninkrijken van Aragón en Pamplona (Pamplona, Jaca, Sangüesa, Estella, Puente la Reina). Dit beleid werd belangrijker onder de Aragonese vorsten Sancho Ramírez, Pedro I en Alfonso I. In het gebied dat het huidige Pamplona beslaat, waren er drie belangrijke bevolkingscentra, gewoonlijk en in de volksmond burghs genoemd, elk met zijn eigen economische, sociale en culturele kenmerken.

La Navarrería (zie tekening boven: Pamplona y sus tres burgos), gelegen in het oorspronkelijke gebied van de stad, werd voornamelijk bewoond door boeren; San Cernin in het westen van de stad, waar de Franken uit het Franse zuiden zich vestigden; en San Nicolás, dat in de 12e eeuw ontstond rond een nieuwe parochie die werd gebouwd door Franken, allemaal met hun eigen bestuur en privileges, op grond die aanvankelijk was afgestaan door de bisschop.

De Franken ook wel burgers genoemd kregen in 1129 koninklijke privileges die hen nog meer onderscheidden van de inheemse bewoners van Navarrería en San Miguel. Deze burgh kreeg dezelfde oorkonde in 1189.

Navarrees geld van Carlos I van Castilla, IV van Navarra en V van het Heilige Roomse Rijk. Muntplaats: Pamplona. Jaar: 1516-1566. Vz: SIT NOMEN DOM, rond een N tussen 4 stippen. Keerzijde: PLVS VLTRA , P tussen de kolommen.
Navarrese munt uit de tijd van Carlos I van Spanje en (Karel V in Nederland) uit de Munt van Pamplona (1516-1566). Vz: SIT NOMEN DOM, rond een N tussen 4 stippen. Keerzijde: PLVS VLTRA, P tussen de kolommen.

De verschillen tussen de burghs kwamen aan het licht toen de Cortes van Navarra een alliantie met de Kroon van Aragón nastreefden om het gebrek aan naleving van de gewoonten en gebruiken van de Franse dynastieën tegen te gaan. Een deel van de adel, met als leider García Almoravid, en de Navarrería gaven de voorkeur aan een alliantie met de Castiliaanse kroon. De Castilianen vielen een deel van het koninkrijk binnen en de onenigheden tussen de Navarrería en de Frankische burghs namen toe. De gouverneur Eustache Beaumarchais, aangesteld door Filips III van Frankrijk, leermeester van koningin Juana I de Navarra, verzocht om versterking van de Franse troepen. De gevechten van de Navarrese Oorlog bereikten hun hoogtepunt met de vernietiging en de slachting van de bevolking in september 1276 door de Franse troepen, die vervolgens de rest van het koninkrijk beheersten. Dit land werd gedurende bijna 50 jaar volledig verlaten.

Later, toen de stad opnieuw bevolkt was, braken er opnieuw schermutselingen uit, totdat de geschillen beslecht werden na de afkondiging van het Privilegio de la Unión (privilege van de Unie) door koning Carlos III ‘el Noble’ in 1423, waarbij de stad verenigd werd en de muren die de burghs scheidden, werden vernietigd. De hervorming, die de bouw van de binnenste versterkingsmuren verbood, werd voltooid met het ontwerpen van een nieuw wapenschild voor de stad, een stadhuis en de bouw van de joodse wijk.

In 1451 brak de burgeroorlog uit toen de gemaal van koningin van Navarra, Juan II de Aragon, zich de kroon toe-eigende die toebehoorde aan Carlos de Viana, bij de dood van koningin Blanca. In deze oorlog, die geen bloedvergieten kende maar economisch gezien kostbaar was, stond Pamplona aan de kant van de Beaumonts, die de legitimiteit van de prins van Viana verdedigden.

De zwarte pest

Toen Pamplona werd geteisterd door de pest, droomde een bisschop dat als hij elk jaar op de dagen van de vijf wonden van Christus een processie zou houden, God hen van de ziekte zou bevrijden. Alle burgers van Pamplona beloofden dit te doen, en de Pest verdween, en sindsdien wordt op die dagen een processie gehouden, en een tijdlang stonden de vijf wonden van Christus ook op het wapenschild van Pamplona.

Vroegmoderne Tijd
Het bastion van Redín in de stadsmuren van Pamplona (Navarra-Spanje).
Het bastion van Redín van de stadsmuren van Pamplona 16e eeuw.

De economische spreiding van de bevolking van Pamplona aan het begin van de 18e eeuw was traditioneel voor een stad uit die tijd: een kwart van de inwoners was werkzaam in de landbouw en veeteelt, een derde was ambachtsman en een groot deel behoorde tot de aristocratie en de clerus. Er was een lakenfabriek, een papierfabriek en een buskruitfabriek, naast andere industrieën.

Vanaf 1750 werd de stad gemoderniseerd, er werd een nieuw stadhuis gebouwd, alsmede drinkwatervoorziening en riolering en een nieuwe façade voor de kathedraal, ditmaal in neoklassieke stijl.

Tijdens de Guerra de la Convención (Pyreneeënoorlog) in 1794 werd de stad belegerd door het Franse leger, dat er niet in slaagde de stad binnen te dringen. De verdediging werd geleid door generaal Martín Álvarez de Sotomayor.

In 1808 controleerden de troepen van Napoleon vanaf februari Pamplona en maakten van de stad een van hun voornaamste bolwerken, die zij tot 31 oktober 1813 in hun macht hielden. In 1814 mislukte de eerste liberale militaire opstand (primer pronunciamiento liberal) onder leiding van Francisco Espoz y Mina. In 1823 werd het ook gebombardeerd door het leger van de Cien Mil Hijos de San Luis (Honderdduizend Zonen van San Luis).

Moderne tijd

De Onafhankelijkheidsoorlog luidde een liberale periode in waarin de staat werd gewijzigd en oude tradities en privileges werden afgeschaft. De oppositie tegen deze nieuwe ideeën nam de vorm aan van de strijd tussen liberalen (Isabelinos) en traditionalisten (Carlistas). Navarra, waar de forale wortels zeer sterk en diep geworteld waren, stond voornamelijk aan de kant van de Carlisten, die het absolutisme en het forale regime verdedigden. In Pamplona was de overheersing echter liberaal. De nederlaag van de Carlisten in de verschillende Carlistische oorlogen (Guerra Carlistas) leidde in 1841 tot een effectieve vermindering van het forale regime met de hervorming van de fueros (Ley de Modificación de Fueros de Navarra, wet tot wijziging van de fueros van Navarra), waarin de bourgeoisie van Pamplona en de ambtelijke bureaucratie enige ruimte vonden voor hun ideeën. In 1845 werd het Instituto Plaza de la Cruz opgericht.

Aquarel van Pamplona gemaakt vanaf de weg naar de grens. Op de voorgrond zien we cipressen met daarachter de nog steeds ommuurde stad Pamplona.
Gezicht op Pamplona in een gepubliceerde aquarel van Edgar T. A. Wigram (1906).

De centrale regering probeerde de fiscale autonomie van Navarra in te perken, wat in 1893 leidde tot een volksopstand ter verdediging van de fueros, bekend als de Gamazada, met onder meer een grote demonstratie in Pamplona. Ter herinnering aan deze beweging ter verdediging van het Foral werd in 1903 bij volksinschrijving het Monument voor de Fueros gebouwd voor het Paleis van Navarra in het centrum van de stad, dat tot op heden nog steeds niet is ingehuldigd.

Aan het einde van de 19e eeuw, in 1888, begon de stadsuitbreiding met het ontwerp van de Primer Ensanche, die tussen de stad en de Citadel werd uitgevoerd met de afbraak van twee van zijn bastions, met de medewerking van de belangrijkste plaatselijke architecten. Deze stadsuitbreiding ging niet zover dat de buitenste verdedigingsmuren doorbroken werden, deze bleven tot 1915 overeind staan, omdat de stad als een “bolwerk” werd beschouwd. Doordat de muren zo lang zijn blijven staan, is de stad verticaal gegroeid, zodat veel oude gebouwen relatief hoog zijn in vergelijking met gebouwen uit dezelfde periode en uit andere steden.

Na lange onderhandelingen met de militairen en gezien de nutteloosheid van de muren in de moderne oorlog, werd in 1901 bij koninklijk besluit de afbraak van de zuidelijke stadsmuren en de daaropvolgende verstedelijking vastgesteld. In 1915 werd begonnen met de afbraak van de muren, waardoor de aanleg van het Tweede Uitbreidingsgebied mogelijk werd, dat naar het zuiden werd opengesteld, met nieuwe straten, aangelegd met een rigoureus plan, op dezelfde manier zoals ingenieur Ildefonso Cerdá in het in de vorige eeuw uitgevoerde Uitbreidingsgebied van Barcelona had gedaan.

De Tweede Spaanse Republiek
Het republikeins wapenschild van Pamplona, boven de hoofdingang van de arena. Het schild is hier met een muurkroon  bezegeld.
Republikeins wapenschild van de stad Pamplona op de gevel van de arena.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 12 april 1931, die tot de Tweede Republiek leidden, zegevierde de katholiek-fueristische coalitie in Pamplona met 17 raadsleden tegen de republikeins-socialistische kandidaten met 12. In Pamplona herhaalden zij zich op 31 mei na de republikeins-socialistische uitdaging, waarbij de laatste won met 15 raadsleden tegen 14 raadsleden voor de rechtervleugel. Het burgemeestersambt werd eerst bekleed door Mariano Ansó van de Partido Republicano Autónomo Navarro en later door Nicasio Garbayo, van Acción Republicana. Vanaf augustus 1934 was het de Carlist Tomás Mata die het ambt bekleedde, een ambt dat hij behield tijdens de burgeroorlog en tot 1940.

In 1932 begonnen de requetés (militante organisatie van de Carlisten) op te treden door gewapende confrontaties uit te lokken in de straten van Pamplona en omstreken. Deze acties werden geleid door belangrijke traditionalistische militanten, zoals Silvano Cervantes, Mario Ozcoidi en Jaime del Burgo (vader van Jaime Ignacio del Burgo).

De Burgeroorlog (1936-1939)

Na de overwinning van het Frente Popular (Volksfront) bij de algemene verkiezingen van februari 1936 werd generaal Mola vanuit Marokko als militair gouverneur aangesteld in Pamplona. Deze overplaatsing was een poging om bepaalde militaire commandanten, die ervan verdacht werden niet loyaal te zijn aan de Republikeinse regering, van elkaar te scheiden.

De resultaten van de verkiezingen van februari in Pamplona waren duidelijk in het voordeel van de rechtse krachten. Het rechtse blok, waarvan de carlisten deel uitmaakten, behaalde 11.963 stemmen, terwijl het linkse blok 2.416 stemmen kreeg, evenveel als de Baskische nationalisten.

De samenzwering tegen de nieuw gekozen regering begon vorm aan te nemen in de stad. De toenmalige redacteur van de krant Diario de Navarra, Raimundo García García, bekend als “Garcilaso”, trad op als bemiddelaar tussen generaal Mola en de carlistische groeperingen, de requetés.

In de namiddag van 17 juli 1936 vond in Afrika de staatsgreep plaats tegen de regering van de Republiek. In de stad, waar een groot deel van de operatie was gesmeed, werd zij gesteund door de rechtse strijdkrachten en zegevierde zij zonder problemen, op enkele woordenwisselingen in de straten na. In de namiddag van de 18e werd de commandant van de Guardia Civil in Navarra, José Rodríguez-Medel Briones, nadat hij met generaal Mola had gediscussieerd over het trouw blijven aan de republiek, door een van zijn ondergeschikten vermoord, waardoor elke mogelijke weerstand tegen de opstand teniet werd gedaan.

Slecht een klein bronzen plaquette ter nagedachtenis van de gefusilleerde bij de Puerta del Socorro van de Citadel van Pamplona.
Plaquette bij de Puerta del Socorro van de Citadel van Pamplona ter nagedachtenis van de gefusilleerden van 24 november 2007.

De opstandelingen legden hun orde op in de stad door de proclamatie, die eerder op de persen van de Diario de Navarra was gedrukt, te publiceren. Eigendommen van politieke partijen en groeperingen die tegen de opstand werden in beslag genomen. Er werden executies uitgevoerd op personen die de opstandelingen onbetrouwbaar achtten. Deze executies vonden plaats in het achterste deel van de citadel en duurden van het begin van de militaire opstand tot na het einde van de oorlog. In de stad werden 303 mensen doodgeschoten, onder wie zes voormalige raadsleden: Florencio Alfaro Zabalegui, Gregorio Angulo Martinena, Corpus Dorronsoro Arteta, Victorino García Enciso, Mariano Sáez Morilla en Ignacio Sampedro Chocolonea.

Fort San Cristóbal, gelegen op de top van de berg Ezcaba en dicht bij de stad, werd tijdens de Republiek omgevormd tot gevangenis en bleef dat tijdens de oorlog onder controle van de troepen van de rebellen. Op 22 mei 1938 vond in het fort een van de grootste ontsnappingen uit de wereldgeschiedenis plaats, waarbij 795 gevangenen ontsnapten uit de 2.487 die er gevangen zaten. Slechts drie van hen slaagden erin te ontsnappen en de grens naar Frankrijk te bereiken, terwijl 211 door de kogels van Franco’s leger omkwamen, de rest werd weer gevangen genomen. Van de gearresteerden werden er 14 ter dood veroordeeld en op 8 september 1938 naast de Citadel van Pamplona doodgeschoten.

De dictatuur van Franco

Net als in de rest van Spanje krijgen de hoofdstraten van de stad een nieuwe naam ter ere van de “helden” van de overwinnaars. Ze heten Avenida del General Franco, Mártires de la Patria, General Mola… Daarnaast werd het Monument voor de Gevallenen opgericht, ontworpen door de architecten José Yárnoz en Víctor Eusa en officieel “Navarra voor zijn doden in de kruistocht” genoemd, waarin tot november 2016 de coup generaals Mola en Sanjurjo werden begraven en eer werd bewezen aan de doden van de opstandige troepen.71 72 De goede betrekkingen met de katholieke kerk, die zich nog in die fase van het regime bevonden, maakten het voor het stadsbestuur gemakkelijker om de grond af te staan die nodig was voor de bouw van de Universiteit van Navarra en de Universiteitskliniek van Navarra, die een grote invloed hadden op de economie van de stad en ook een sociale invloed hadden op de bevolking.

Op deze foto zien we het monument ter nagedachtenis van de gevallene. Het is een modern beeld van een enigszins vormloze persoon waaraan delen van het lichaam zijn ontnomen. Achter het beeld zien we een vijver met daarachter een kerkgebouw.
Monument voor de Gevallenen

De gemeenteraad van Pamplona was in deze periode echter uniek in Spanje. Franco’s erkenning van het Navarrese forale regime leidde ertoe dat de stad werd bestuurd door verschillende “sociale burgemeesters” (Urmeneta was een van hen) die de participatie van de burgers bevorderden en soms de confrontatie met het regime aangingen. Tegelijkertijd was de stad het toneel van grote stakingen die in 1951 begonnen, en in de jaren zestig en zeventig werd het de meest conflictueuze stad van Spanje.

In korte tijd is het inwonertal van de stad verdubbeld van 72.000 inwoners in 1950 tot 147.000 in 1970. Tijdens de ontwikkelingsperiode werd in Pamplona het industrieterrein Landaben bevorderd en aangelegd, dat in 1964 werd opgenomen in het Industrieel Plan ter bevordering van de industrie van de Provinciale Raad van Navarra. Het industrieterrein bracht een verandering teweeg in de economische verhoudingen van de stad, die tot dan toe gebaseerd waren op handels-, plattelands- en dienstenactiviteiten met een louter ambachtelijke industriële activiteit.

De Overgang
Bronzen gedenkzuil (stele) voor de gebeurtenissen van Sanfermín 1978
Bronzen gedenkzuil voor Germán Rodríguez en de gebeurtenissen van de Sanfermines van 1978.

In het Spaans heet dat La Transición en eigenlijk kan je dat niet vertalen want dit is meer een begrip in Spanje. Met de dood van Franco in 1975 begon een proces om de Franco-dictatuur om te vormen tot een democratisch systeem dat vergelijkbaar is met dat van andere Europese landen. De territoriale kwestie was een van de belangrijkste kwesties die moesten worden geregeld. Sommige politieke krachten waren van mening dat Baskenland en Navarra moesten worden georganiseerd in één autonome regio, zelfs een onafhankelijke staat, met Pamplona als hoofdstad. In deze periode bevorderde de gemeenteraad de inspraak van de burgers, wat leidde tot de schorsing van burgemeester Javier Erice, en in 1977 hees hij de ikurriña (Baskische vlag) op zijn balkon, wat leidde tot het aftreden van verschillende raadsleden.

In die tijd waren er in de stad, net als in de rest van Spanje, rellen op straat, af en toe een aanslag van de ETA en gewelddadige acties van extreem-rechts, soms onder bescherming van de staat. In Pamplona valt de gewelddadigheid van de pro-amnestieweek in mei 1977 op, met twee van de zeven doden in Baskenland en Navarra, en in het bijzonder de Sanfermines van 1978. De politieke ommezwaai van de Socialistische Partij van Navarra, waarbij zij de eenheid met Baskenland opgaf en koos voor de autonome ontwikkeling van Navarra, met de Verbetering van de Fuero in 1982, betekende een belangrijke verandering in de toekomst van Navarra.

Een van de aanslagen die de ETA in Pamplona heeft gepleegd, was de moord in 1998 op Tomás Caballero, die aan het begin van la transición burgemeester van de stad was en toen gemeenteraadslid voor de Unión del Pueblo Navarro. In de 21e eeuw heeft het stadsbestuur een regels uitgevoerd om actie te nemen ter nagedachtenis van de 27 slachtoffers van de ETA in de stad.

21ste eeuw

Vandaag, na de overgang naar een industriële samenleving, is het een middelgrote stad die haar activiteit verdeelt tussen industrie en diensten, met een overmatige afhankelijkheid van de automobielsector rond de Volkswagenfabriek. Aan het begin van de 21e eeuw telt het ongeveer 200.000 inwoners. Men zegt dat de omvorming van voormalige militaire zones in het stadscentrum tot openbare parken, en groenzones, de aanpassing van recreatiegebieden aan de rand van de stad hebben Pamplona tot de stad met de meeste groene zones per inwoner gemaakt en dat het daarmee de zesde groenste stad in de Europese Unie van 27 is. Maar dat is iets wat meerdere Spaanse steden claimen, dus daar kunt u uw vraagtekens bij zetten. 

Stadsontwikkeling


Panoramisch uitzicht op de buitenwijken van Pamplona vanuit het stadscentrum.
Panoramisch uitzicht op de noordelijke wijken van Pamplona: Rochapea en Chantrea samen met de stad Ansoáin met de berg Ezcaba of San Cristóbal op de achtergrond, gezien vanaf het uitzichtspunt Redín.

Het toont een groot contrast, de moderne stad, grote lanen, en de oude stad met nog een deel van de vestingwerken, die nog bewaard zijn gebleven met de kleine steegjes en oude gebouwen.

De eerste sporen van de stad dateren uit de tijd van de Romeinen, die een nederzetting stichtten naast een Baskische nederzetting. Tijdens de Middeleeuwen werden de drie gemeenten van Pamplona gevormd: Navarrería, San Cernin en San Nicolás, met een bevolking van Franken.

Deze burgos bleven lange tijd tegenover elkaar staan en kwamen vaak met elkaar in conflict, wat leidde tot de volledige vernietiging van Navarrería in 1276, in de Oorlog van Navarrería. Dit probleem werd opgelost met de vereniging van de drie burgos onder het Privilegio de la Unión in 1423. Wat eerst grachten waren, werden straten. Zo zou Pamplona weer voor lange tijd worden ingericht.

De voorgevel van het gemeentehuis van Pamplona, met een over het algemeen barokke uitstraling door de ijzeren balkons en de beelden die zinspelen op Voorzichtigheid, Gerechtigheid, Hercules en Roem.
Het stadhuis van Pamplona.

In de loop van de 19e eeuw nam de bevolking toe, maar zij kon niet uitbreiden zoals de meeste steden in die tijd. De militaire controle over de stad maakte het onmogelijk om de muren af te breken of in de omgeving te bouwen. Daarom werden nieuwe woonlagen bovenop de oude gebouwd, met als gevolg hoge gebouwen in de oude wijk en een enorme overbevolking. Met de ontmanteling van Mendizábal werden ruimten die vroeger tot kloosters of kerken hadden behoord, gebruikt om te bouwen. Er was slechts één wijk buiten de muren, de Rochapea, die enigszins afgelegen lag en waarvoor bepaalde bouwvoorschriften golden, zoals dat ze niet hoger mochten zijn dan 10 meter en dat ze gemaakt moesten zijn van bouwmaterialen met een lage sterkte, zoals baksteen.

In de tweede helft van de 19e eeuw vroeg het stadsbestuur om de muren open te stellen, zodat het kon groeien en niet langer in ongezonde omstandigheden hoefde te leven. Na onderhandelingen stemde het leger er in 1884 mee in twee van de bastions van de Citadel af te breken zonder de buitenmuren te slopen, om er de Primer Ensanche te bouwen, waar ook de infanteriekazernes werden gebouwd (er werd ook grond afgestaan voor meer kazernes in Aizoáin, in de buurt) en een zestal gebouwenblokken voor de burgerij, wat het woningtekort niet verlichtte. Uiteindelijk, ver in de 20e eeuw, werd in 1915 de zuidelijke muur afgebroken en werd begonnen met de bouw van de Segundo Ensanche, vergelijkbaar met die van Barcelona, met vierkante blokken en rechte straten.

Plattegrond van de Segundo Ensanche van de stad Pamplona, met de vierkante huizenblokken goed zichtbaar.
Plan van de Segundo Ensanche (tweede uitbreiding).

Vanaf de jaren 1950, en als gevolg van de industrialisatie die in het gebied begon, vond stadsuitbreiding plaats, wat leidde tot de bouw van wijken om de stroom van arbeiders en hun gezinnen uit steden in de regio en andere delen van Spanje op te vangen. Deze groei vond buiten de stadsmuren plaats. Er werden wijken gebouwd volgens de ideeén van Ildefonso  Cerda  zoals die van de Ensancha van Barcelona in de vorige eeuw.

In 2009 zijn in Pamplona twee nieuwe stadsontwikkelingsplannen ontwikkeld, naast die van andere gemeenten in het grootstedelijk gebied: Lezkairu, gelegen achter de Segundo Ensanche, dat de vormen van laatstgenoemde (vierkante blokken) wil imiteren; en Etxabakoitz, naast Zizur Mayor/Zizur Nagusia, de locatie die is gekozen om het toekomstige HST-station van de hoofdstad te huisvesten. Een groot park van 21 ha is ook gepland in Aranzadi, één van de meanders van de rivier de Arga.

De oude ommuurde stad strekt zich nu uit over het stroomgebied van de rivier de Arga en vormt samen met de omliggende gemeenten een stedelijk continuüm waar ongeveer 335.000 mensen wonen: dat is meer dan de helft van de bevolking van de Autonome Gemeenschap Navarra.

Monumenten en bezienswaardigheden

In de stad zijn de middeleeuwse kerken van San Saturnino en San Nicolás en het burgerlijke gebouw van de Cámara de Comptos  bewaard gebleven, evenals een groot deel van de stadsmuren uit de moderne tijd. De kathedraal is overwegend gotisch, met een neoklassieke façade van Ventura Rodríguez. Ook het stadhuis (zie afbeelding hierboven) en het provinciepaleis springen in het oog.

Civiele architectuur
      • Stadhuis. Het werd gebouwd na het voorrecht van de Unie in niemandsland, om rivaliteit te vermijden, maar dicht bij de samenvloeiing van de drie “burghs”. Het volgende gebouw, een barok gebouw uit de 18e eeuw, werd in 1957 afgebroken en alleen de voorgevel is overgebleven. Vanaf de eerste verdieping van het stadhuis wordt elke 6e juli om 12 uur ’s middags de chupinazo raket gelanceerd en de persoon die de raket moet lanceren roept: “Pamplonesas, pamploneses ¡Viva San Fermín! Iruindarrak ¡¡Gora San Fermín!!!”. 
    • De voorgevel van het Paleis van Navarra in Pamplona (Spanje). Een classicistisch gebouw uit 19e eeuw.
      Paleis van Navarra, de hoofdgevel, tegenover Paseo de Sarasate.

      • Paleis van Navarra. Dit is de zetel van de regering van Navarra. Het werd tussen 1840 en 1850 gebouwd om als zetel van de regionale instellingen te dienen. Het is het werk van de architect José de Nagusia. Het heeft een neoklassiek paleisachtig karakter, waartoe de sterkte van de assen, de berekende grootte van de elementen en hun verdeling, en de serene klassieke Dorische voorgevel die naar de promenade kijkt, allemaal bijdragen. Op de muren zijn de inslagen te zien van de bommen die tijdens de Spaanse Burgeroorlog zijn afgeworpen. Het interieur valt op door de majestueuze Troonzaal in Elizabethaanse stijl, gebouwd tussen 1861 en 1865 door de architect Maximiano Hijón. Toen de Plaza del Castillo in 1931 werd geopend aan de Avenida de Carlos III el Noble, werd een nieuwe gevel gebouwd die gelijkenis vertoonde met de hoofdgevel. Het heeft een tuin met een verlichte fontein en een eeuwenoude sequoia die in 1855 door het parlementslid José María Gastón de Echeberz uit Amerika werd meegebracht, in de volksmond bekend als de “Pino de la Diputación”.
      • Paseo de Sarasate. Op deze plaats staat het monument voor de Fueros van Navarra, versierd met beelden van de Koningen van Navarra die zijn overgebracht van de beelden die op het dak van het Koninklijk Paleis in Madrid zouden worden geplaatst.
      • Cámara de Comptos Reales (Rekenkamer) in Calle de Ansoleaga. Het is een gotisch gebouw uit de 14e eeuw. In dit gebouw was sinds de oprichting in 1364 door Carlos II de Rekenkamer van Navarra gevestigd, waar het archief van Navarra en de Munt van het Koninkrijk werden ondergebracht. Het gebouw, dat op 16 januari 1868 tot Nationaal Monument werd verklaard, was vanaf 1910 de zetel van het Archeologisch Museum van Navarra. Dit is het hoogste punt van de stad, zoals aangegeven door een spijker in de vloer.
      • Uitzicht op het Plaza del Castillo, we zien een vrij groot plein met rondom gebouwen op de voorgrond van de foto een hele lange bank en midden op het plein een grote muziekkiosk.
        Plaza de Castillo.

        Plaza del Castillo. Het plein is het resultaat van constructies uit verschillende perioden, waardoor de grote verscheidenheid aan stijlen van de gebouwen die het omringen, kan worden aanschouwd. Het is de stedelijke ruimte bij uitstek, een gebied dat reeds in de Middeleeuwen bestond. Een van de belangrijkste functies van de Plaza del Castillo was zijn rol als arena voor stierengevechten, aangezien vrijwel alle stierengevechten daar werden gehouden vanaf 1385 totdat de permanente arena in 1844 werd gebouwd. In 1836 werden de Ongeschoeide Karmelietessen gedwongen het klooster te verlaten toen Mendizábal werd opgeheven. Op de plaats die zij innamen werden het Palacio de la Diputación, het oude Crédito Navarro en het Teatro Principal gebouwd, alle in neoklassieke stijl. In 1859 werd Hotel La Perla opgericht. Tussen 1880 en 1895 werden het Casino Principal en het Café Iruña geopend. Met de bouw van de Segundo Ensanche moest het Teatro Principal worden verplaatst om plaats te maken voor de ontsluiting van de stad in 1931. Sinds 1943 staat op het midden van het plein een stenen kiosk. Bij de aanleg van de parkeerplaats aan het einde van de 20e eeuw werden in de ondergrond de resten van Romeinse baden, een islamitische necropolis, een stuk van de middeleeuwse muur en de resten van het eerder genoemde klooster ontdekt.
Religieuze architectuur
      • Kathedraal van Santa María is  het meest complete kathedraalcomplex is dat in Spanje bewaard is gebleven. Het is een in gotische stijl gebouwde kathedraal, met een neoklassieke voorgevel. Het fronton van  het voorportaal wordt gedragen door acht Corintische zuilen. naast dit voorportaal staan de twee klkkentorens.
        De kathedraal van Santa María.

        Catedral de Santa María. Het bevindt zich in La Navarrería, het hoogste en oudste punt van de stad. Van onbekende oorsprong was het vanaf 1023 de bisschoppelijke zetel en begon men met de verbouwing, die in 1100 werd voltooid en in 1124 werd ingewijd. Nadat de kathedraal in 1300 tot ruïne was verklaard, begon men met de wederopbouw dankzij de impulsen van Karel III, koning van Navarra, en kardinaal Martín de Zalba, de plaatselijke bisschop. De kathedraal onderscheidt zich door haar artistieke waarde, aangezien zij wordt beschouwd als het belangrijkste gotische monumentale complex van Navarra. In de noordelijke toren hangen drie 16e-eeuwse klokken; het gietstuk van de grootste van deze klokken, de Mariaklok, dateert van 1584 en wordt alleen geluid in omstandigheden van speciale plechtigheid. Binnenin de kerk is er een grote eenheid van stijl binnen de gotische stijl. Het heeft een plattegrond in Latijns kruisvorm met een middenschip van twee geledingen en een dwarsschip van dezelfde hoogte, twee zijschepen, kooromgang en zijkapellen, alle met eenvoudige ribgewelven. In het presbyterium, onder een modern gotisch baldakijn, staat het beeld van Santa María la Real, een in zilver geplatteerd Romaans beeld, waarvoor de koningen van Navarra hun ambtseed zwoeren. In het midden van het middenschip bevindt zich het mausoleum van de koningen van Navarra, Karel III en zijn vrouw Leonor.
      • Gotische kerk van San Saturnino in Pamplona
        Kerk van San Saturnino.

        Iglesia de San Saturnino (of San Cernín, of San Sernín). Deze kerk werd aanvankelijk in romaanse stijl gebouwd en, nadat zij de gevolgen van de oorlog tussen de burgers had ondergaan, aan het eind van de 13e eeuw in gotische stijl herbouwd. Het heeft twee torens die de kerk het karakter van een vesting geven. De noordelijke toren wordt bekroond door een bakstenen spits, die in de 18e eeuw werd geplaatst ter vervanging van de oude kantelen. De hoofdgevel, die naar het noorden is gericht, wordt gevormd door een breed atrium, bestaande uit spits- of spitsbogen en een gewelf uit de 16e eeuw. Het heeft ook een deuropening, waarvan de kapitelen taferelen uit de Passie en de kinderjaren van Christus uitbeelden, en aan weerszijden van de boog zijn houtsnijwerken van de Santiago Peregrino (heilige Jacobus de Pelgrim) en de San Saturnino (heilige Saturninus)

        De kapel van de Virgen del Camino werd in de 18e eeuw gebouwd op de plaats van het vroegere klooster.

      • San Lorenzo. Van de primitieve middeleeuwse kerk in gotische stijl is weinig meer over, na een neoklassieke hervorming in de 19e eeuw. Tot 1901 bleven de grote middeleeuwse verdedigingstoren en een barokke voorgevel bewaard, maar in dat jaar werden ze afgebroken en werd een nieuwe voorgevel, ontworpen door Florencio Asoleaga, gebouwd. Onder de bijgebouwen bevindt zich een barokke kapel, gewijd aan San Fermín, gebouwd aan het begin van de 18e eeuw. Het herbergt het beeld van de heilige, dat in processie wordt gedragen op 7 juli, tijdens het feest van San Fermín.
    • De kerk van San Nicolás die ooit deel uitmaakte van één van de drie burgos. De gotische stijl is alleen zichtbaar op de twee deuren, de apsis en op sommige plaatsen van de hoge muren. Het portiek is neogotisch. maar door de vele verbouwingen zijn er nog veel meer stijlen in deze kerk verwerkt.
      Kerk van San Nicolás.

      • San Nicolás. Het werd gebouwd in 1117 en opnieuw ingewijd in 1231, nadat het was verwoest in een oorlog tegen het naburige burgh van San Cernín. Het diende ook als verdedigingsbastion tijdens de Middeleeuwen, maar werd ontdaan van zijn verdedigingselementen na de verovering van Navarra. Het ziet er nog steeds uit als een gotische vesting, met een Romaans roosvenster en een 14e-eeuwse toren. Als geheel is het een wat vreemde mengeling van stijlen en verbouwingen. Binnenin bevindt zich het grootste orgel van Pamplona.
Parken en tuinen
      • Plattegrond Citadel waarop we verschillende onderdelen van het vestingswerk zien, bastions, ravelijns, vestingsgracht, glasis enzovoorts.
        Plattegrond Citadel

        Citadel van Pamplona: Dit is een voorbeeld van een renaissancistisch vestingwerk in het centrum van de stad, dat op 23 juli 1966 door het leger aan de stad werd geschonken. Het heeft een vijfhoekige plattegrond en had vijf bastions op de hoeken, waarvan er nog drie bewaard zijn gebleven.
      • Parque de la Media Luna: Dit groene gebied beslaat het terrein dat vroeger de dorsvloeren waren, en omdat het hoog gelegen is, hebt u er een goed panoramisch uitzicht over de omgeving. Het loopt van het fort van San Bartolomé, aan de achterkant van de arena, tot aan de Ripa de Beloso en loopt langs een natuurlijke helling met uitzicht op de rivier. Het heeft een vijver met vissen, een schaatsbaan en bomen met verschillende soorten, waaronder een mammoetboom. In een van de tuinen bevindt zich het monument voor de violist van Pamplona, Pablo Sarasate. Het is gerestaureerd en heeft de oorspronkelijke aantrekkingskracht van de door Víctor Eusa ontworpen tuinen teruggekregen.
      • Jardines de la Taconera: Dit is het oudste park van de stad, dat dateert uit het begin van de 19e eeuw. Het bevat overblijfselen van de stadsmuren, zoals het bastion met dezelfde naam of het bastion van Gonzaga en verschillende poorten.
    •  
    • Op deze fotozien we het standbeeld van Mariblanca in het tuinen van Taconera . Voor het beeld zien we een zee van bloemen.
      Mariblanca standbeeld in de Taconera tuinen in Pamplona.

      • Parque de Tejería: Dit park bevindt zich aan de voet van het oudste deel van de stadsmuren van Pamplona, tussen het bastion van Redín en de rivier de Arga. Het is het deel van de route dat pelgrims op weg naar Santiago de Compostela volgen vanaf de Magdalenabrug tot aan de ingang van de stad via de Portal de Francia.
      • Parque Yamaguchi: Dit park werd aangelegd als gevolg van de bestaande betrekkingen met de zusterstad Yamaguchi (Japan). Het park heeft een oosters ontwerp, met medewerking van Japanse landschapsontwerpers. Het Planetarium van Pamplona is hier gevestigd.
    •  
    • Parque yamaguchi, een echte Japanse landschapstuin in Pamplona.
      Yamaguchi park, Japanse tuin.

      • Parque fluvial del río Arga: Dit park, dat wordt beheerd door de gemeente Pamplona, omvat in totaal 14 gemeenten en drie rivieren (de Arga en twee van haar zijrivieren, de Ulzama en de Elorz) en beschikt over 33 km groene wandelzone, waarvan 11 op het grondgebied van Pamplona, met recreatiegebieden langs het hele traject.
      • Campus de la Universidad de Navarra: De campus van de Universiteit van Navarra ligt in het zuiden van de stad aan de oevers van de rivier de Sadar. Met zijn 40.000 vierkante meter is het een van de belangrijkste groengebieden van de stad. Op deze campus staan meer dan 43.000 bomen en struiken met soorten als sequoia, esdoorn, lijsterbes, linde, Lombardische populier, Judea boom, spar, thuya, ceder, wilg, pampasgras en ginkgo biloba.
"Articulación flotante", "Zwevende Articulatie". Beeldhouwwerk van Faustino Aizkorbe (1988) in het park Vuelta del Castillo in Pamplona. Op een grote wit betonnen sokkel staat een 'roestig'  metalen beeld van ronde geometrische vormen.
“Articulación flotante”, “Zwevende Articulatie”. Beeldhouwwerk van Faustino Aizkorbe (1988) in het park Vuelta del Castillo in Pamplona.
Historische monumenten

In de meest pittoreske delen van de stad staan verschillende zeer belangrijke standbeelden en monumenten, gewijd aan historische figuren en gebeurtenissen, waarvan de meeste geconcentreerd zijn in het oude stadsgedeelte en in de twee “ensanches”.

Het  Monumento a los Fueros in Pamplona is een gestileerd monument dat steunt op een vijfhoekig voetstuk of een sokkel van grote hoogte (5 m), en een tweede lichaam in de vorm van een prisma waarop 4 allegorische figuren zitten, dan volgt er een zuil waarop een vrouwelijke figuur staat die in haar rechterhand de kettingen van het wapen van Navarra dragt en links het document met de fueros hoog houdt.
Monument van de fueros.
Monument van Navarro Villoslada is op een sokkel met drie niveaus is geplaatst, bestaat uit een sobere architectonische structuur, waaraan een groep van drie beeldhouwwerken is toegevoegd. Aan weerszijden, met hun uitgestrekte armen rond het wapenschild van Navarra, staan de figuren van García Jiménez en zijn vrouw Amaya, de hoofdrolspelers van Amaya of de Basken in de 8e eeuw, Navarro Villoslada's meest succesvolle historische roman. De buste van de schrijver, met realistische trekken, completeert het geheel.
Monument voor Navarro Villoslada in Pamplona.
Modern standbeeld van de middeleeuwse koning Felipe III de Navarra, geplaatst in Pamplona. Het werd gebeeldhouwd als onderdeel van het iconografisch programma van het Koninklijk Paleis van Madrid, in opdracht van Fray Martín Sarmiento.
Standbeeld van Felipe III, koning van Navarra.
De MariBlanca, een 18e eeuws standbeeld. Het is een allegorie van Overvloed. Het is in de tuinen van La Taconera in Pamplona.
 La Mari Blanca, door Luis Paret, uit de 18e eeuw.

Cultuur


Musea
      • Het oude ziekenhuis van Nuestra Señora de la Misericordia dat in de 16e eeuw werd gesticht en waarvan alleen de voorgevel en het interieur van de kapel zijn overgebleven. Het dient tegenwoordig als Museum van Navarra. De Renaissance façade valt op als een extra onderdeel van het museum, tegen een blinde muur.
        De twee deuropeningen van het Museum van Navarra. Die van het museum aan de linkerkant en die van de kapel aan de rechterkant.

        Museo de Navarra. Het is een instelling van de regering van Navarra en werd in 1956 opgericht. Het is gelegen in de calle Cuesta de Santo Domingo in de oude wijk op de plaats van het oude ziekenhuis van Nuestra Señora de la Misericordia. In 1986 werd het museum verbouwd om het te moderniseren en te reorganiseren. Het doel was het meer openbaar te maken door er een vergaderzaal, een zaal voor tijdelijke tentoonstellingen en andere diensten in onder te brengen en de collectie in chronologische volgorde te ordenen.

      • Museo Diocesano. Gevestigd in de kathedraal van Pamplona, waar het de ruimten van de refter, de keuken en de 14e-eeuwse cillería bezet. Onder de tentoongestelde stukken zijn de reliekhouders van het Heilig Graf uit het einde van de 13e eeuw, en het Lignum Crucis uit de 14e eeuw, beide in verguld zilver en email. Andere gotische werken zoals het Evangeliarium met zilveren wachters, het reliekschrijn van de Heilige Doorn of de monstrans van het Corpus Christi en zijn tempel, en processiekruisen van grote waarde, zoals dat van Arazuri, springen eveneens in het oog. De collectie wordt gecompleteerd door geschilderde panelen zoals die van Van Dyck of Peralta, verschillende maagden uit de 12e tot de 15e eeuw en enkele voorbeelden van houtsnijwerk en decoratieve kunsten.
      • Het Museo Unversidad de Navarra, een moderne gebouw in een glooiend graslandschap.
        Museum van de Universiteit van Navarra.

        Museo Universidad de Navarra. Het is eigendom van de Universiteit van Navarra, gespecialiseerd in hedendaagse kunst, en bevindt zich op de campus van de universiteit. Het gebouw is ontworpen door de Navarrese architect Rafael Moneo. Het werd op 22 januari 2015 ingehuldigd door koning Felipe VI van Spanje en koningin Letizia Ortiz. De collectie is gebaseerd op de schenking van de collectie van María Josefa Huarte Beaumont (in 2008) en de fotocollectie van de nalatenschap van Ortiz Echagüe (in 1981).
La Agrícolab een barokke gebouw, uit 1912 , voormalig hoofdkwartier van de Algemene Bibliotheek van Navarra en de huidige Bibliotheek van de Casco Antiguo (Oude Stad)
Het La Agrícola-gebouw, uit 1912, voormalige zetel van de Algemene Bibliotheek van Navarra.

De feesten van San Fermín

In Spanje zelf beter bekend als Los Sanfermines. Het meest belangrijke feest van Pamplona dat al eeuwenlang tussen 6 en 14 juli gevierd wordt ter ere van San Fermín, medepatroonheilige van Navarra en patroonheilige van het bisdom Pamplona. De festiviteiten werden vroeger op 10 oktober gehouden, maar in 1591 werden ze verplaatst naar de huidige data. Volgens de traditie bekeerde Fermín, zoon van de senator Firmus die in de 3e eeuw Pamplona bestuurde, zich tot het christendom en werd hij door San Saturnino gedoopt op de plaats die nu in de volksmond “Pocico de San Cernin” heet. San Fermín, beschermheilige van de broederschappen van schoenmakers, wijnboeren en bakkers, geeft zijn naam aan het feest en is het excuus voor Pamplona om gedurende 204 uur omgetoverd te worden tot een permanent feest waarbij alle aanwezigen zich in het rood en wit kleden, zoals beschreven in Ernest Hemingway’s roman Fiesta.

Monumento al Encierro de Pamplona. Op een grote betonnen sokkel met daarop en geplaveid wegdek zien we een groep bronzen beelden. Voorop de sokkel staat het woord ENCIERROS (stierenrenners). Het is een groep rennende stieren, met daaromheen rennende en gevallen mensen.
Monument van de stierenrenners, door Rafael Huerta.

Een van de beroemdste activiteiten van de Sanfermines is het stierenrennen, dat al eeuwen oud is, met de eerste gemeentelijke verordening die het rennen regelde in 1867. Het bestaat uit een ren van ongeveer 800 meter voor de stieren, met als hoogtepunt de arena. De encierros (stierenrennen) vinden elke dag plaats tussen 7 en 14 juli en beginnen om acht uur ’s morgens, met een duur van ongeveer drie minuten, als de stieren niet achterblijven. Deze encierro’s houden een risico op ernstige verwondingen en zelfs de dood in. De laatste loper die stierf was in de Sanfermines in 2009, de vijftiende dode sinds 1922. Deze stieren, van grote omvang, zoals het de Feria del Toro betaamt, worden ’s middags in de arena bestreden.

Voor de inwoners van Pamplona, vooral de jongeren, is de Comparsa de gigantes zeer gewaardeerd en een van de meest emblematische symbolen van het feest. De reuzen, gemaakt door Tadeo Amorena, hebben een geschiedenis van 162 jaar, en hun hooghartige houding is ongeëvenaard. Er zijn vier koningsparen uit de werelddelen Europa, Azië, Afrika en Amerika (de laatste vreemd genoeg met Indiase kleding en zwarte huidskleur), zonder een paar dat Oceanië vertegenwoordigt. Zij lopen door de straten met groepen van kilikis (grote koppen die een stok dragen met een schuimballon om mee te slaan), zaldikos (met kartonnen paarden, die ook slaan) en cabezudos (die zwaaien en niet slaan), dansend op het geluid van de chistularis (eenhandige houten fluit), Navarraanse doedel en trommelaars.

Gastronomie


De meest typische en bekendste hapjes van de gastronomie van Pamplona zijn de zogenaamde pintxos (tapas of snacks), die door hun verscheidenheid en kwaliteit kleine gastronomische wonderen zijn. Hoewel ze het hele jaar door worden gepromoot, is in Pamplona een jaarlijkse wedstrijd van een week geconsolideerd en uitgebreid tot andere steden in Navarra, waaraan talrijke bars en restaurants deelnemen en waarbij de beste worden beoordeeld en bekroond, rekening houdend met criteria zoals kleur, aroma, creativiteit en textuur. Het gebied waar het grootste aantal etablissementen is geconcentreerd, ligt in de oude wijk.

Voor meer Navarraanse gastronomie volg deze link.



Naar boven

Verwant aan dit onderwerp:

Dit was een van de verhalen in de niet commerciële website spaanseverhalen.com. De verhalen in deze website zijn niet statisch, regelmatig worden de verhalen aangepast, kijk hiervoor naar deze mededeling:

        • Laatst bijgewerkt 2021-07-22

Coralma*

Spaanse Verhalen.  https://spaanseverhalen.com

Bronvermelding en verwijzingen:
De vaak buitenlandse teksten van Wikipedia zijn beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen. Ik heb deze teksten vertaald, gemengd, en vaak aangevuld met eigen kennis en ervaring, opgedaan in de periode dat ik in Spanje woon en aan deze artikelen werk.
Ook andere bronnen zijn opgenomen, dat kunnen zaken zijn die ik, tijdens het onderzoek naar de artikelen, gelezen heb en in deze teksten verwerkt heb.

Spaanstalige Wikipedia|titel=Pamplona|paginacode=144187071| datum=20220707
Spaanstalige Wikipedia|taal=es|titel=Burgos de Pamplona|paginacode=142350410| datum=20220710
Nederlandstalige Wikipedia|titel=Pamplona (Spanje)|paginacode=60165331| datum=20220707
Engelstalige Wikipedia|titel=Pamplona|paginacode=1095984832| datum=20220707

Deze teksten zijn beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen 3.0. CC BY-SA 3.0

Andere verwijzingen zijn:

De foto’s/afbeeldingen zijn gelicenseerd onder  Wikimedia Creative Commons: CC0 1.0CC BY 1.0 ,  CC BY-SA 1.0 ,  CC BY 2.0 , CC BY-SA 2.0CC BY-NC-SA 2.0,   CC BY 2.5 , CC BY-SA 2.5, CC BY 3.0CC BY-SA 3.0 , CC BY 4.0, CC BY-SA 4.0 , GNU-licentie voor vrije documentatie ,  of Publiek Domein

Als u op één van de links hieronder klikt, krijgt u de volledige informatie van deze foto’s/afbeeldingen, de auteur, of de licentie te zien.

Coralma*, is eigen werk dat u terug kunt vinden als een CC BY-SA 4.0 file in Wikipedia Commons.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Hans Brongers Buitenfotografie

VOOR DAG EN DAUW IN DE NATUUR

De niet genomen weg

Fietsen, wandelen, foto's, gedachten en meer.

MONTSE ANTARES BLOG CINEMA

BANDAS SONORAS.. SOUNDTRACKS.. Y MÁS

%d bloggers liken dit: