Cádiz (prov.)

Cádiz (prov.)

Provincie van de comunidad autónoma Andalucía

het wapen

de vlag

Gegevens
Hoofdstad Cádiz
Officiële taal Spaans
Comunidad aut. Andalucía
Onderverdeling 6   comarcas
45 municipios (gem.)
Gesticht Territoriale indeling van 1833
Oppervlakte 7.435,85 km²
Hoogten
Maximaal

 

Minimaal

….
El Torreón
1654 m.b.z.
260 kilometer kust 0 m.b.z.
Klimaat Mediterraan klimaat
Bevolking (2020) Bevolking tot.
Bevolkingsdichtheid
….
1.244.049 inw.
167,21 inw/km²
Bevolkingsnaam gaditano, -a
Postcode 11
ISO 3166-2 ES-CA
Officiële website

Cádiz is een Spaanse provincie, gelegen in het zuiden van de comunidad autónoma Andalucía. De hoofdstad is de stad Cádiz, de op twee na dichtstbevolkte stad van de provincie, na Jerez de la Frontera en Algeciras. Het is verdeeld in 45 municipios, waaronder Jerez de la Frontera, Algeciras, Cádiz, San Fernando, El Puerto de Santa María, Chiclana de la Frontera, Sanlúcar de Barrameda en La Línea de la Concepción.

Panorama van het stuwmeer van Charco Redonde.

De hoofdstad Cadiz is een van de oude steden van Europa, zo niet de oudste stad van Europa. Gesticht door de Feniciërs op wat ooit een eiland was en nu de vorm van een lolly heeft. Wat betreft natuurschoon, ook daar doet de provincie in mee, zeker als we kijken naar natuurparken als Sierra Grazalema en Los Alcornocales, parken die heel belangrijk zijn voor flora en fauna. Verder bergt de provincie in zowel haar binnenlanden als aan de kust veel karakteristieke dorpjes die zeker een bezoek waard zijn. Een stad als Jerez de la Frontera bijvoorbeeld, beroemd om haar sherry-bodegas. Het klimaat van de provincie Cádiz is ook een van de meest aangename van het hele Iberische schiereiland, maar dan zien we tegelijkertijd, vreemd genoeg, dat het natuurreservaat ‘El Pinsapar’ jaarlijks de grootste hoeveelheid neerslag van heel Spanje kent. Het schiereiland Gibraltar behoort natuurlijk niet tot de provincie Cádiz.

Panorama van de stad Cádiz.

De provincie telde volgens het INE in 2020, 1.244.049 inwoners, waarvan 639.656 in de agglomeratie van de baai van Cádiz-Jerez en 268.417 in de agglomeratie van de baai van Algeciras wonen, het hoogste cijfer uit de geschiedenis en vijfduizend meer mensen dan in 2019. Het heeft een oppervlakte van 7435,85 km², met een bevolkingsdichtheid van 167,21 inw./km². De dichtstbevolkte stad is Jerez de la Frontera met 213.105 inwoners (2020).

De provincie wordt in het noorden begrensd door de provincies Sevilla en Huelva, in het oosten door de provincie Málaga, in het zuidwesten door de Atlantische Oceaan, in het zuidoosten door de Middellandse Zee en in het zuiden door de Straat van Gibraltar met daarin het Britse overzeese gebied Gribraltar.

Wat u interesseert:

De belangrijkste economische activiteiten zijn het toerisme en andere activiteiten in de tertiaire sector (67% van het provinciale BBP), gevolgd door de industrie (scheepsbouw, luchtvaart, petrochemie…), die goed is voor 28% van het BBP. Het bruto inkomen per hoofd van de bevolking bedroeg 15.814 euro, in het derde kwartaal van 2015 (INE). Het werkloosheidscijfer van deze provincie is een van de hoogste van het land.

De provincie is onderverdeeld in 6 comarcas: de Baai van Cádiz (Bahía de Cádiz), het platteland van Jerez (Campiña de Jerez), de Noordwestkust (Costa Noroeste), de Sierra, de Janda en de Campo de Gibraltar, alsmede historische regio’s zoals de Marco de Jerez en Cádiz y los Purtos. Onder de gevarieerde beschermde natuurgebieden springen de zes natuurparken in het oog.

Toponymie en symbolen


De provincie dankt zijn naam aan de stad Cádiz, wiens naam van Fenicische oorsprong is .

Het wapen van de provincie Cádiz werd op 2 januari 1886 met instemming van de Provinciale Raad (Diputación Privincial) goedgekeurd en in 1927 gewijzigd. Het bestaat uit twaalf kwartieren waarin de gemeentewapens van de steden aan het hoofd van het gerechtelijk arrondissement van de provincie zijn opgenomen, te weten: 

Het wapen van de provincie Cádiz vanaf 1927.


Het wapen van 1866 tot 1927

  • Het wapen van Algeciras: In het eerste kwartier, van keel, een gouden kasteel op golven van azuur en zilver, omgeven door een olijftak aan de rechterkant en een palmtak aan de linkerkant.
  • Wapenschild van San Fernando: In het tweede kwartier, van azuur, een brug doorbroken in het midden, van goud, op golven van azuur en zilver, verbonden door twee zilveren zuilen, verbonden door een cartouche waaraan een gouden sleutel hangt, de cartouche geladen met de inscriptie “1820 Unión y Fuerza 1810“; een gouden driehoek schitterend met stralen van hetzelfde metaal, geladen met een menselijk oog (symbool van de Drie-Eenheid) geplaatst in het bovenste gedeelte.
  • Arcos de la Frontera: In het derde kwartier, van keel, een zilveren constructie van twee lichamen, gemetseld in sabel, met twee bogen in de eerste en drie kleinere in de tweede, op golven van azuur en zilver.
  • Olvera: In het vierde kwartier, van keel, een toren van goud, gekanteeld, en gemetseld in sabel en opgewerkt in azuur, geflankeerd door twee olijftakken, schildzoom van goud met het opschrift: “DE MI SALE LA PAZ”.
  • Cádiz: In het vijfde kwartier, in zilver, de figuur van Hercules staand, in zijn kleur, gekleed in een leeuwenvel, in zijn kleur vergezeld van twee klimmende leeuwen; gouden schildzoom met het opschrift “Hercules fundatur Gadium dominator”, (de schikking van de elementen wijkt af van het wapen van de stad).
  • San Roque (het vroegere wapen van Gibraltar):In het zesde kwartier, in zilver een  kasteel met drie torens, gekanteelde en opengewerkt in sabel. schildzoom in keel en aan de deur van het kasteel hangt een gouden sleutel die in het midden van de strook op de punt is geplaatst.
  • Medina Sidonia: In het zevende kwartier, van goud met sinopel in de punt, een ridder, natuurlijk, in zijn rechterhand gewapend met een gouden zwaard, in zijn linkerhand een zilveren standaard dragend en gezeten op een paard van hetzelfde metaal.
  • Jerez de la Frontera: In het achtste kwartier, van zilver, negen gegolfde banden van azuur; schildzoom van twaalf componenten: zes van keel, met een kasteel van goud met drie gekanteelde torens, afgewisseld met zes van zilver, met een klimmende leeuw, van keel, getongd met hetzelfde glazuur, en een kroon van goud.
  • El Puerto de Santa María: In het negende kwart, van azuur, op golven van hetzelfde email en zilver, een kasteel van goud, opengewerkt in keel, bekroond door het beeld van de Heilige Maagd gekleed in zilver, en stralend met stralen van goud.
  • Chiclana de la Frontera: In het tiende kwartier, van azuur, de toren van goud, gekanteelde in sabel en opengewerkt in keel, op twee rotsen van de eigen kleur, die oprijzen uit golven van azuur en zilver, met de toren ondersteund door twee klimmende leeuwen van goud.
  • Sanlúcar de Barrameda: In het elfde kwart, in zilver, een toren van goud, gekanteeld, met sabel en zilver (azuur in de gemeentelijke heraldiek) bekroond met een ster, ervoor een gevleugelde os, symbool van San Lucas, liggend op de gouden evangeliën op golven van azuur en zilver.
  • Grazalema: In het twaalfde kwartier, van zilver en goud, een klimmende leeuw van keel en gekroond met goud, in het eerste kwartier; vier balken van keel in het tweede kwartier; schildzoom van azuur beladen met acht schilden van goud, elk beladen met een band van azuur.

Het provincieële wapen wordt geflankeerd door twee zilveren zuilen met daarop een breed zilveren lint met het Latijnse opschrift “Plus Ultra” (Steeds Verder) in sabel en een koningskroon.

De provinciale vlag is groen, met een rand van kastelen en leeuwen die verwijzen naar de Kroon van Castilla en met het provinciewapen in het midden.

Territoriale organisatie


De provincie Cádiz telt in totaal 45 municipios (gemeenten), die zijn gegroepeerd in zes comarcas en 14 gerechtelijke arrondissementen (partidos judiciales). Deze gemeenten maakten deel uit van de vroegere koninkrijken Sevilla en Granada, vóór de huidige provinciale indeling van Spanje.

De dichtstbevolkte gemeenten zijn Jerez de la Frontera, Algeciras, Cádiz en San Fernando. De minst bewoonde zijn Villaluenga del Rosario, Benaocaz en Torre Alháquime, alsmede een groot aantal bewoonde plattelandskernen, die een belangrijk agrarisch-landelijk erfgoed herbergen.

Jerez de la Frontera De 20 grootste gemeenten van de provincie Cádiz San Fernando
Plaatsnaam inw.   Plaatsnaam inw.
Jerez de la Frontera
Algeciras
Cádiz
San Fernando
El Puerto de Santa María
Chiclana de la Frontera
Sanlúcar de Barrameda
La Linea de la Conceptión
Pueto Real
San Roque
213.105
123.078
115.439
95.001
88.703
85.150
69.205
63.630
41.700
31.571
Arcos de la Frontera
Rota
Los Barrios
Conil de la Frontera
Barbate
Chipiona
Tarifa
Ubrique
Vejer de la Frontera
Villamartín
30.818
29.282
23.777
22.775
22.556
19.246
18.183
16.605
12.622
12.134
Algeciras El Puerto de Santa María
Cadiz Chiclana de la Frontera
bron: Wikipedia (bevolking 2020)

De provincie Cádiz bevat 6 comarcas deze zijn:

Geschiedenis


De provincie Cádiz werd op 30 november 1833 bij koninklijk besluit ingesteld en werd gevormd door de samenvoeging van de gemeenten van het Koninkrijk Sevilla, met uitzondering van die welke deel gingen uitmaken van de provincie Sevilla en de provincie Huelva. Ook Alcalá del Valle, Benaocaz, Grazalema, Setenil en Ubrique, die tot dan toe tot het Koninkrijk Granada hadden behoord, werden opgenomen in de nieuwe provincie Cádiz. In 1995 scheidde de stad Ceuta zich af van de provincie Cádiz en kreeg het de status van autonome stad. De provincie bestaat momenteel uit 45 gemeenten.

Prehistorie

De rotskunst van het uiterste zuiden van het Iberische schiereiland is een belangrijke getuigenis van de doortocht van de eerste hominidae door het provinciale grondgebied. Er zijn meer dan 300 grotten met zuidelijke rotskunst. El Aculadero is een belangrijke paleolithische vindplaats, in een gebied dat destijds overstroomd werd door de Lacus Ligustinus.

De Oudheid

Rond de 9e eeuw v. Chr. vond een proces van kolonisatie plaats met de oprichting van Fenicische kolonies met werkplaatsen op Tartessisch grondgebied, zoals Gadir (Cádiz), en de historisch vindplaats van het kasteel van Doña Blanca, in El Puerto de Santa María, en een andere vindplaats in Cerro del Castillo in Chiclana de la Frontera en Medina Sidonia, waarvan de naam verwijst naar de stichters die uit Sidon kwamen. De Tempel van Hercules in Cádiz is sindsdien een belangrijke plaats van aanbidding geworden. Bewijzen van de Griekse aanwezigheid zijn te vinden in de haven van Menesteo.

Castillo de Sancti Petri, visto desde Chiclana de la Frontera (tempel van Hercules Gaditano).

 

Tijdens het Romeinse Rijk maakte het grondgebied van de huidige provincie deel uit van het administratieve district Conventus Gaditanus, dat deel uitmaakte van de Romeinse provincie Hispania Ulterior en later van de provinciale senatoriale provincie Baetica, vanaf de periode van Augustus. De Via Augusta, een van de hoofdwegen in het keizerrijk, verbond Gades (Cádiz) met Rome. Tot de belangrijkste plaatsen en steden in de Romeinse tijd behoorden Baelo Claudia, Carteia, Iulia Traducta, Asido Caesarina, Luciferi Fanum, Lucus Oleastrum, Asta Regia, Ebura, Portus Gaditanus, Iptuci, Carissa Aurelia, en andere. De economische activiteit was geconcentreerd op de productie en export van wijn, olie, tarwe en garum (een gefermenteerde vissaus die veel gebruikt werd in de Romeinse keuken).

Basiliek van Baelo, in Baelo Claudia, aan de baai van Bolonia, Tarifa, Cádiz.

De Middeleeuwen

In 711 vond de Slag bij Guadalete plaats, dat was het begin van de islamitische verovering van het Iberisch schiereiland. Tijdens het Kalifaat van Córdoba waren er in het gebied de cora’s van Sidonia en al-Jazirat (respectievelijk Medina Sidonia en Algeciras).

  • Taifa de Acros
  • Taifa de Algericas
  • Taifa de Morón
  • Taifa de Ronda

De muren en het Alcazar van Jerez.

Met de christelijke herovering van de gebieden van de Guadalquivir-vallei in de tijd van Fernando III kwam het gebied rond Cádiz onder een protectoraatregime, waarbij de Mudejar-bevolking in het gebied bleef wonen. Na de opstand van 1264 vond echter de definitieve herovering van het gebied van Cádiz door Alfonso X ‘el Sabio’ en de verdrijving van het grootste deel van de moslimbevolking plaats.

Guzmán el Bueno (stichter van het Huis van Medina Sidonia) verdediging van Tarifa.

Na de herovering en de beslissende slag bij Salado vond een proces van herbevolking en feodalisering van het gebied plaats, waarbij het Huis van Medina Sidonia het geslacht was met de meeste señorios jurisdiccionales (Gerechtelijke Heerlijkheden (Hofstelsel), dit zijn gebieden waarin, in dit geval de erfgenaam van het Huis van Medina Sidonia, het recht heeft om namens de koning recht te spreken) op het grondgebied van wat nu de provincie is, samen met het Huis van Alcalá de los Gazules, het Huis van Arcos en het Huis van Medinaceli.

De Vroegmoderne tijd

Aan het begin van de 17e eeuw had Andalucía te lijden onder de toenemende Spaanse decadentie, die leidde tot een acute economische crisis en stagnatie. In de periode tussen 1640 en 1655 leidden de fiscale wantoestanden van de hertog van Olivares, de hertog van Medina Sidonia en de markies van Ayamonte ertoe in 1641 een samenzwering tot onafhankelijkheid in Andalucía te organiseren, met Sanlúcar en Jerez als twee van de belangrijkste aanhangers.

In 1717 werd het Casa de Contratación de Indias van Sevilla naar Cádiz overgebracht, waardoor de commerciële rol van deze en andere steden in de omgeving, zoals Sanlúcar de Barrameda en El Puerto de Santa María, nieuw leven werd ingeblazen. De casas de cargadores a Indias zijn een duidelijke getuigenis van deze handelsactiviteit, zoals het uitzonderlijke Casa de Arizón in Sanlúcar de Barrameda.. 

Casa de Contratación de Indias: Dit is een soort beursinstelling die bedoeld was om de handelsactiviteiten, de doortocht van personen, en de expedities tussen Spanje en Amerika (de Indias) te controleren.
Casas.

De rijkelijk versierde toegang van Casa de Las Cadenas, in El puerto de Santa María, (voorbeeld van een casa de cargadores).

Casas de cargadores a Indias zijn een soort paleisachtige Andalusische woningen die in de 17e en 18e eeuw werden gebouwd in Cádiz, El Puerto de Santa María en Sanlúcar de Barrameda, gevolgen van de handelsactiviteit met de Spaanse gebieden in Amerika. Deze gebouwen waren aangepast aan de behoeften van hun bewoners, maar weerspiegelden tegelijkertijd hun welvaart en esthetische smaak. Deze rijke kooplieden, die bekend stonden als “cargadores a Indias” (verladers naar Amerika), waren van verschillende afkomst, zowel Spaans als, vooral, buitenlands.

Aan het eind van de eeuw werd een groot aantal Sociedades Económicas de Amigos del País (Economische Verenigingen van Landvrienden) opgericht, zoals die van Sanlúcar, Jerez, Alcalá, Medina Sidonia, enz. Deze sociedades werden opgericht tijdens het bewind van Carlos III, die hen onder koninklijke bescherming plaatste om een ​​instrument te zijn van het Bourbon-reformisme. Momenteel zijn sommigen van deze sociedades nog steeds actief en hebben ze nog steeds als doel de economie van de plaatsen waar ze zich vestigen en van heel Spanje te bevorderen.

De Moderne tijd

De meest nabije voorganger van wat nu het bestuur van de provincie Cádiz is, is te vinden in 1810, tijdens het bewind van José I Bonaparte, en volgens het project van de geestelijke Juan Antonio Llorente, werd een nieuwe bestuurlijke indeling van Spanje gemaakt in 38 prefecturen (departementen), gelijk aan de huidige provincies. De nieuwe prefecturen werden van de grond af aan gecreëerd, zonder rekening te houden met eerdere historische omstandigheden en uitsluitend beheerst door sociale en economische vraagstukken, en werden daarom genoemd naar het dichtstbijzijnde geografische kenmerk. Jerez werd aangewezen als hoofdstad van de “Prefectura del Guadalete”, hoewel het gewoonlijk de “Prefectura de Xerez” werd genoemd. De kanselarij van de prefectuur was gevestigd in Sevilla. Deze bestuurlijke indeling, die op politiek niveau nog steeds van kracht is, is door de wending van de Onafhankelijkheidsoorlog nooit effectief doorgevoerd.

Gerechtelijke Heerlijkheden van het Koninkrijk Sevilla volgens de Respuestas Generales del Catastro de Ensenada (dat zoiets betekend als Algemene Hervorming van het Kadaster van Ensanada).

In 1811 schafte de Cortes van Cádiz de Heerlijkheden af, waarmee een einde kwam aan de scheiding tussen Heerlijkheid en Koningschap, die, ondanks het herstel van het absolutisme door Ferdinand VII in 1812, niet meer van kracht zou worden.

Tegelijkertijd trachtte de Cortes van Cádiz een nieuw, eveneens liberaal regime in het leven te roepen, waarin alle provincies dezelfde verplichtingen zouden hebben. In de grondwet van 1812 werd de politieke persoonlijkheid van de voormalige historische gebieden niet erkend. Dit werd goedgekeurd door de afgevaardigden van alle provincies, met inbegrip van de Amerikaanse gebieden. De Cortes kwamen met een nieuw systeem dat wel rekening hield met de historische omstandigheden. Tweeëndertig provincies werden gecreëerd, volgens de nomenclatuur van Floridablanca, met enkele correcties. Maar in 1813 gaven zij ook opdracht tot een nieuwe provinciale indeling door Felipe Bauzá, die 36 provincies vaststelde, met zeven ondergeschikte provincies, gebaseerd op historische criteria. Maar niets van dit alles werd goedgekeurd, en de terugkeer van Fernando VII betekende een terugkeer naar het Ancien Régime, met bepaalde wijzigingen. In 1817 was Spanje verdeeld in 29 intendencias en 13 consulaten.

Na de opstand van generaal Rafael del Riego tijdens het Trienio Liberal (Liberaal Triënnium 1820-1823) werd de totstandkoming van de liberale staat bevorderd, en daarmee een nieuwe provinciale indeling, hoewel eerst de provincieraden van 1813 werden hersteld. Het was de bedoeling dat deze afdeling het gehele land zou bestrijken, zonder enige uitzondering, en het enige kader zou vormen voor administratieve, gouvernementele, gerechtelijke en economische activiteiten, volgens criteria van juridische gelijkheid, eenheid en doeltreffendheid.

In januari 1822 werd een voorlopige provinciale indeling van Spanje in 52 provincies goedgekeurd, die reeds in 15 gewesten waren gegroepeerd. De huidige provincie Cádiz werd gecreëerd, met een grondgebied dat vergelijkbaar is met, maar kleiner is dan dat van de prefectuur van Guadalete, of Xerez, die in 1810 werd vastgesteld. Bij deze verdeling werd rekening gehouden met historische omstandigheden en de hoofdstad van de provincie werd gevestigd in de stad Cádiz, waarbij eraan moet worden herinnerd dat deze stad weerstand bood tegen de Napoleontische invasie en de plaats was waar de grondwetgevende rechtbanken van 1812 werden gevormd. Zoals de gewoonte was in de nieuwe provincies, kreeg de hele provincie de naam van de hoofdstad.

Tijdens de burgeroorlog was de provincie het toneel van repressie. Het speelde ook een belangrijke rol in de Tweede Wereldoorlog.

De natuurlijke omgeving


Lokalisatie

De provincie Cádiz ligt in het zuiden van Europa, op het Iberisch schiereiland en in Andalucía, naast de Atlantische Oceaan, de Middellandse Zee en de Straat van Gibraltar.

Noord-westen:
Huelva
Noord:
Sevilla
Noord-oosten:
Sevilla
West:
Atlantische Oceaan
Oost:
Málaga
Zuid-westen:
Atlantisch Oceaan
Zuid:
Straat van Gibraltar
Zuid-oosten:
Middellandse Zee / Gibraltar

Reliëf

De beklimming van Torreón, de hoogste top van de provincie op 1654 m.

De belangrijkste orografische kenmerken van de provincie zijn de uitlopers van de Sistemas Béticos (Betische systemen). Tot de Sierras in de provincie behoren de Sierra de Grazalema, een deel van de Serranía de Ronda en de lagere systemen waarop het natuurpark van Los Alcornocales ligt. In de Sierra de Grazalema ligt het hoogste punt van de provincie, de top van El Torreón op 1654 meter boven zeeniveau. Verder zuidwaarts wordt de Betische bergketen abrupt doorsneden door de Straat van Gibraltar. De comarca van Campo de Gibraltar heeft dus een abrupt reliëf en de kustlijn bestaat uit kliffen, behalve in de baai van Algeciras. De erosie van dit systeem en de inbreng van sedimenten van de Guadalquivir, de Guadalete en de Barbate (de laatste twee zijn buitengewoon belangrijk voor het waterverbruik van de provincie) tijdens het Tertiair en het Kwartair hebben de kustvlakte doen ontstaan die zich uitstrekt van de uitlopers van de Sierra, de Campiña de Jerez, de noordwestelijke regio en La Janda. De baai van Cádiz werd vervolgens gevormd door de inbreng van de rivier Guadalete die, samen met de processen van oceanische drift, de westkust vormde.

Hydrografie

De provincie Cádiz wordt door verschillende belangrijke bekkens ingenomen:

De rivier de Majaceite is de belangrijkste zijrivier van de Guadalete.

•  Cuenca del Guadalquivir, ook bekend als “Bajo Guadalquivir”, waartoe ook Sanlúcar behoort. Het is een laag gebied waar het water in de rivier Guadalquivir en de moerassen stroomt.
•  Cuenca del Guadalete, De rivier Guadalete is misschien wel de rivier bij uitstek in Cádiz, aangezien haar stroomgebied een groot deel van de provincie beslaat. Het ontspringt in Grazalema, in de Sierra de Cádiz, en mondt uit in El Puerto de Santa María. Op haar weg bevloeit zij een zeer productieve landbouwvallei en een groot deel van de drinkwatervoorziening van de provincie is ervan afhankelijk. Het verzamelt de rivieren die van de Atlantische kant van de Sierra de Cádiz komen.
•  Cuenca del Barbate, hoewel het correcter zou zijn te zeggen het gebied van La Janda, aangezien de rivier de Barbate een natuurlijke lagune heeft voortgebracht die La Janda wordt genoemd en waaraan de naam van de regio met dezelfde naam is ontleend. Net als de rivier Guadalete verzamelt zij water uit de bergen en voorziet zij het zuidelijke deel van de provincie van water.
•  Vertiente mediterránea (Middellandse-Zeekust), waar zich de rivieren zouden bevinden die in de Middellandse Zee uitmonden, zoals de rivier de Guadiaro.

Het heeft ook verschillende moerasgebieden en endoreïsche complexen, met als uitschieters de Laguna de Medina en het endoreïsche complex Espera. Hoewel er eeuwen geleden heel veel bestonden, zijn er in het tweede decennium van de 21e eeuw werkzaamheden begonnen om een aantal ervan te herstellen. Iets dat tegendraads is want we draaien hier de evolutie terug. Misschien zou het beter zijn dit geld aan het verbeteren van het milieu te besteden. Er zijn meer dan vijftig bedreigde soorten op de kusten gecatalogiseerd.

Klimaat

Het klimaat van de provincie wordt gekenmerkt door een mediterraan klimaat met een duidelijke afwezigheid van neerslag in de zomer; door de nabijheid van de Atlantische Oceaan heeft dit echter een grote invloed op het klimaat, met zeer zware regenval in de winter. De Sierra de Grazalema heeft de hoogste regenval van het schiereiland met meer dan 2500 mm/jaar. De temperaturen zijn mild in de winter en warm in de zomer, met een gemiddelde jaartemperatuur van 18 °C in de vlakten nabij de kust. Vorst aan de kust komt niet vaak voor, maar wel in het binnenland. In de zomer is het normaal dat op sommige dagen de 40 °C wordt overschreden.

Flora en Fauna

Theba pisana.

Er bestaan studies uit de vorige eeuw, waaronder die van José María Pérez Lara, auteur van een systematisch overzicht van de flora van de provincie in zijn boek “Florula gaditana”. Er bestaat momenteel een catalogus van eilandbossen in de provincie Cádiz. Ook het initiatief voor ornithologisch toerisme springt in het oog. Andere vermeldenswaardige initiatieven zijn:

•  Theba pisana arietina, een slakkensoort endemisch voor de Sierra de San Cristóbal.
•  Taraxacum gaditanum, een endemische soort die voorkomt in het kustgebied van Chipiona. Het is een familielid van de paardenbloem – Taraxacum officinales. 

Gebieden van ecologisch belang

Natuurparken

  • Bahía de Cádiz
  • Breña y Marismas del Barbate
  • Estrecho
  • Doñana
  • Los Alcornocales
  • Sierra de Grazalema

Natuurgebieden

  • Cola del Embalse de Arcos
  • Cola del Embalse de Bornos
  • Estuario del Río Guadiaro
  • Isla del Trocadero
  • Marismas de Sancti Petri
  • Marismas del Río Palmones
  • Playa de los Lances

Natuurreservaten

  • Peñón de Zaframagón
  • Laguna de Medina
  • Complejo endorreico del Puerto de Sta. María
    • Laguna Salada del Puerto de Santa María
    • Laguna Juncosa
    • Laguna Chica
  • Complejo endorreico de Puerto Real
    • Laguna de Taraje
    • Laguna de Comisario
    • Laguna de San Antonio
  • Complejo endorreico de Espera
    • Laguna Hondilla
    • Laguna Salada de Zorrilla
    • Laguna Dulce de Zorrilla
  • Complejo endorreico de Chiclana
    • Laguna de Jeli
    • Laguna de Montellano
  • Lagunas de Las Canteras y el Tejón

Gecoördineerd natuurreservaat

  • Laguna de la Paja

Natuurlijke monumenten

  • Corrales de Rota
  • Duna de Bolonia
  • Punta del Boquerón
  • Tómbolo de Trafalgar
  • Escarpes del Río Trejo en Setenil

Breña y Marismas del Barbate (Natuurpark van Barbate).


Olvera, Sierra de Cádiz.


Uitzicht vanaf El Picacho, Los Alcornocales.

Verontreiniging

Explosie van brandstoftanks op de Noordsteiger van Gibraltar in mei 2011.

De Andalusische provincie met de hoogste uitstoot is Cádiz, die ook het meest vervuilend is. Dit is hoofdzakelijk te wijten aan de invloed van de industrieën in de baai van Algeciras: de petrochemische industrie met de thermische centrale van E.ON in Los Barrios, en de cementindustrie van Holcim. Deze analyse is tussen 2006-2016 uitgevoerd door het Waarnemingscentrum voor duurzaamheid met de bedoeling hen bewust te maken van hun verantwoordelijkheid op het gebied van klimaatverandering en te komen tot een geleidelijke decarbonisatie van de Andalusische economie. Deze analyse is uitgevoerd op basis van de officieel geverifieerde en aanvaarde emissies tussen 2006 en 2016 en opgenomen in het nationale emissieregister/RENADE, dat de emissies meet in de energieproductie, de olie-industrie, cementfabrieken, keramiekbedrijven en andere industriële installaties.

Kunst, cultuur en tradities

Door de lange geschiedenis van veel steden in de provincie zijn er ontelbare monumenten, kerken, emblematische gebouwen, musea en archeologische overblijfselen. Het belangrijkste monumentale complex in de provincie is de Cartuja de Jerez de la Frontera.

Gevel van de kerk van de Cartuja de Nuestra Señora de la Defensión (Jerez de la Frontera, Spanje).

Ook zijn er het hele jaar door talrijke feesten die typisch zijn voor elke plaats, zoals het carnaval in Cádiz en de jaarmarkt van Jerez. En de zeer belangrijke Semana Santa (Heilige Week), met processies in verschillende steden. In Sanlúcar worden elk jaar in de tweede helft van augustus de beroemde paardenrennen op het strand gehouden, ook uitgeroepen tot Fiesta de Interés Turístico Internacional (Feest van Internationaal Toeristisch Belang).

Wat het toerisme in het binnenland betreft, springen gelijk de wijngaarden van Jerez en Sanlúcar in het oog, en wat ook aantrekkelijk is, is de Route van de Witte Dorpen (Ruta de los Pueblos Blancos) en de Route van de Stier (Ruta del Toro) in het oog.

Tradities en feesten

De carnaval hebben we al vernoemd, maar zo zijn er ook de Andalusische beurzen. Met hun stands, wijn en attracties zijn het festiviteiten met grote aantrekkingskracht. De paardenbeurs in Jerez de la Frontera in mei en het carnaval in Cádiz in februari, zijn beide uitgeroepen tot Fiesta de Interés Turístico Internacional (feesten van internationaal toeristisch belang). De Goede Week is een van de belangrijkste feesten in de provincie, waarbij die van Jerez de la Frontera eruit springt. Beide weerspiegelen de flamencotraditie met onder meer saetas, alegrías en bulerías.

De dag van de provincie wordt gevierd op 19 maart, ter herdenking van de grondwetgevende Cortes van Cádiz.

Gastronomie van Cádiz


De gastronomie van de provincie Cádiz stemt overeen met het geheel van gerechten en culinaire gewoonten van de provincie Cádiz. Van alle Andalusische keukens is dit de rijkste qua variëteit aan ingrediënten en bereidingen, met een plattelandsgebied (of cortijera), een berggebied met vleesgerechten en een zeevruchtengebied. Hoewel de laatste traditioneel meer bekend is om zijn visstoofpotjes, gefrituurde gerechten en zeevruchten, zijn er ook veel verschillende groente- en vleesgerechten.

In 2017 werd het de enige Andalusische provincie met een restaurant met drie Michelinsterren, Ángel León’s Aponiente, dat zich voegt bij 18 andere restaurants in Andalucía met één ster of meer Michelin sterren of andere onderscheidingen.

Geschiedenis

Er is weinig bekend over de culinaire gewoonten van het prehistorische begin van de provincie Cádiz. Het vissen op tonijn in de almadrabas was reeds bekend in de Fenicische tijd, en ook de bereiding van gezouten vis was welbekend. De Feniciërs vereerden een godheid Salambove (sal buena – goed zout) die wijst op het belang van de zoutmijnen van Cádiz. Het was in die tijd dat hun conserven op basis van zout, gezouten vis belangrijk werden. Deze bereidingen waren gebruikelijk in de latere periode van het Romeinse Rijk. Een van de populairste bereidingen was een ‘specerij’ die garum (een vissaus bereidt uit gefermenteerd visafval) werd genoemd. Reeds in de 12e eeuw werd de wijn verhandeld en naar Engeland gestuurd, waar hij bekend werd onder de Arabische naam van de stad, “Sherish”, de oorsprong van het woord “sherry”.

De welvaart van de stad in de 19e eeuw kwam de regionale keuken ten goede, en sommige auteurs wijzen op de consumptie van chocolade, alsmede op het overvloedige gebruik van kookgerei in de keuken van Cádiz.

Ingrediënten

De provincie Cádiz staat in verbinding met de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, en met het binnenland van het Iberisch schiereiland. Het combineert warme stranden met de serrania de San Cristóbal (bergketen), met eeuwige sneeuw op slechts een paar kilometer afstand. Deze situatie biedt de mogelijkheid om een verscheidenheid van culinaire ingrediënten aan te bieden. Deze provincie heeft de hoogste dichtheid aan steden, dorpen en gemeenten van heel Spanje. Vermeldenswaard is de productie van zout en de exploitatie daarvan in verschillende zoutmijnen aan de kust.

Groenten en fruit

De groenteteelt is zeer gevarieerd in de provincie, en het is de moeite waard de groenteteelt in de navazos (een soort moestuinen in de buurt van de kustgebieden) te benadrukken. Bijzonder vermeldenswaard zijn de artisjokken, de pompoenen uit Rota, enz. Vele ervan zijn een voorbeeld van Andalusische landbouw. Aardappelgerechten omvatten papas aliñás (aardappelen gekookt en gekruid met verschillende kruiden), tortilla gaditana (gemaakt van geraspte aardappel). Een typisch voorgerecht zijn ook zanahorias aliñadas (wortelen in een saus). In de moestuinen vindt u artisjokken, vergelijkbaar met de artisjokken uit Granada, wilde asperges (amargueros genaamd), palmharten, tagarninas, kool… enz… Zij maken ook deel uit van de traditionele zigeunergastronomie. Groenten uit Campo de Rota. Een gerecht uit Cadiz bij uitstek, vergelijkbaar met pisto, is fritá.

Fruit zijn onder andere de Tarifa sinaasappels, sopa hervida (gekookte soep) en higos chumbos (cactusvijgen). Verschillende papgerechten worden vaak bereid met fijne tarwebloem (zoals matalahuga). Gazpachos en salmorejos zijn erg populair, evenals piriñaca (een salade van gekookte aardappelen met daar bij verschillende ingrediënten als tomaten, sla, paprika, olijven, tonijn en gekookt ei).

Er zijn ook grote hoeveelheden paddestoelen in Los Alcornocales.

Vis en zeevruchten

De overvloed aan zeevruchten in de keuken van Cádiz blijkt uit het grote aantal bereidingen en de verscheidenheid aan zeevruchten, vooral uit de baai van Cádiz en het natuurpark van de Straat van Gibraltar (¿?). Een oestersoort die bekend staat als: ostiones (Crassostrea, ze worden rauw gegeten met een beetje citroensap, hoewel ze de laatste tijd in een meer gastronomische keuken zijn opgenomen met Aziatische ingrediënten of in beslag). Van de zeevruchten springen vooral de volgende in het oog: cigales (Noors kreeftje), coquinas al vino fino (een weekdier dat in de mondingen van de rivieren van Cádiz groeit), muergos (of scheermessen), cañaillas, kreeft (bogavante), kokkels (berberechos), garnalen (gambas), almejas a la gaditana (schelpdieren), spinkrabben (centollo), garnalen (gambaros) en Sanlúcar-garnalen, inktvissen (chocos), burgaillos (een soort zeeslak, een bourgondisch weekdier), elft (zalm van de kust van Cadiz), garnalen (gamba, gekookt in een pekelbad met een lichte overmaat zout), enzovoort. Garnalen worden gewoonlijk op verschillende manieren bereid: gebakken (licht met bloem bestoven), vermengd met mayonaise, geklutst met eieren, in omeletten, en hun kookvocht wordt gebruikt om soepen te maken, rijst te koken, enz. Garnalen uit Cádiz (wanneer ze gekookt worden, worden ze lichtgekleurd in plaats van het gebruikelijke rood) zijn het hoofdingrediënt van garnalenomeletten (een gebakken deeg van tarwe- en/of kikkererwtenmeel met ui en peterselie). Zeevruchten komen voor in soepgerechten zoals de Sopa al cuarto de hora. Vissoepen zijn overvloedig en gebruikelijk langs de hele Andalusische kust, (warme) gazpacho calliente (ook wel gazpacho ajo genoemd), caldillo de perro (een soort vissoep), sopas de gato, sopas de tomates. Choco, en zijn zusters puntillitas, die allemaal verwant zijn aan inktvis. De choco (inktvis) wordt gekookt met aardappelen, rijst, enz. Een van de meest typische gerechten, een bijprodukt van de visvangst, is de “huevas aliñás“.

In het seizoen is het gebruikelijk om Cabrillas (slakken) in tomaatsaus en slakken in pikante saus te eten.

Het bakken van vis omvat gerechten zoals gebakken kuit (Huevas fritas), gebakken vis (door sommige auteurs olimpo del pesacadito frito genoemd). Het bakken van verschillende vissoorten in plakjes (tajadas genoemd) is heel gebruikelijk in deze provincie. Het frituren is zo bijzonder en karakteristiek dat het “frito gaditano” wordt genoemd en wordt uitgevoerd in specifieke inrichtingen die “freidurías” of “freidores” worden genoemd. De gefrituurde vis bestaat meestal uit mojarra, tong, harder, sardines, fideos con caballa (een dikke vermicelli met makreel en gezouten goudbrasem). De gefrituurde ortiguillas, dat zijn zeeanemonen van de coelenteratengroep (anemonia sulcata) die als zeevruchten worden gegeten. Sommige gerechten worden geserveerd met rijst, zoals rijst met oesters.

De tonijnvangst betekent dat het met de keuken van Huelva een voorliefde voor deze vis deelt, enkele van de gerechten zijn Ijada (“Atún de ajiá”), tonijn met uien, enz. Ook afgeleiden zoals mojama de Barbate hebben een IGP (indicación geográfica protegida). Sommige van de visbereidingen zijn geïnspireerd op de bereidingen en stoofpotten die de zeelieden op hun eigen boten (de zogenaamde “parejas”) maakten, en deze culinaire bereidingen zijn zeer talrijk. Sommige, zoals zeeduivel met paprika, gevulde inktvis in zijn eigen inkt, zeebrasem a la Puerca, heek a la chiclanera, enzovoort. Hoewel er specifieke gerechten zijn, zoals in sherry gemarineerde tonijn. In de keuken van Cádiz komen weinig riviervisgerechten voor, maar wel wordt de harder gevangen en op verschillende manieren bereid (gefrituurd, gegrild, met vinaigrette, gebakken, enz.), zeebaars, makreel of fregatmakreel (de visconserven van de laatste twee worden beschermd door Beschermde Geografische Aanduidingen op Andalusisch niveau).

Gaditano (van Gádiz) gebakken vis (frito gaditano).


Tapas met sherry is gebruikelijk in Cádiz.


Tonijn is een populair gerecht in het kustgebied van de provincie. De afbeelding toont een tapa met geroosterde paprika en tonijn.


Huevo cuajado sobre tagarninas. Ei gepocheerd op tagarninas (Spaanse zeekomkommers).


Gekookte gambas.


Gefrituurde zeeanemonen.


Rijst met niertjes a la Jerez.


Queso payoyo.

Olijfolie.

Pan de Cádiz.

Sherry proeven.

Fles brandewijn van Jerez ontworpen door Dalí.

Vlees

In de hooglanden is vlees een zeer belangrijk onderdeel van de gastronomie, vooral als gevolg van de veeteelt. In de cortijos van Jerez worden varkens geslacht en op verschillende plaatsen is varkensvlees te koop. Evenzo is het in Los Alcornocales heel gewoon om reeën en hertenvlees te vinden, waarop gejaagd mag worden omdat er geen roofdieren zijn, en in de Sierra de Grazalema, vinden we meer wild zwijn en lammeren. Konijn, patrijs en kwartel, onder andere, komen ook veel voor op het platteland van Jerez. Een ander traditioneel gerecht in de winkels of restaurants Cádiz is carne al toro (stierenvlees).

Chicharrones (de Salamanca).

Er is een worst in Puerto Real, de typische bloedworst (morcilla) van Cádiz, genaamd morcilla gitana (ook bekend als morcilla gaditana), de stoofpot van varkensvlees (guiso menudo de cerdo), de gehaktballetjes van varkenslende (albóndigas de lomo). Een populaire snack is pringá (een soort broodje gemaakt van de restjes van een stoofpot). Steak gebakken in sherry (bistec salteado al jerez), niertjes in sherry (riñones al jerez), koeienstaart in sherry (cola de vaca jerezana). Caldereta de cordero (lamsstoofpot) is populair in de hooglanden. Beroemd zijn enkele gevogeltegerechten, zoals patrijzen “a lo torero“, eend “a lo pobre“, malse kalkoen “en pepitoria“, duiventaart (pastel de pichones), “chicharrones de la Bahía” (vergelijkbaar met gelardeerd vlees) of traditioneel (gefrituurd).

Vermeldenswaard is ook het inheemse Retinta-ras in La Janda, dat zich inzet voor een biologische productie en een ruime verspreiding.

Zuivel

In de 21e eeuw is er een heropleving van van melk afgeleide producten, vooral dankzij het herstel van inheemse rassen zoals de Payoya geit en het Grazalema Merino schaap. De geproduceerde kazen hebben verschillende prijzen gewonnen op internationale wedstrijden.

In de provincie Cádiz worden in de Sierra de Cádiz twee Andalusische ambachtelijke kaaswedstrijden gehouden, één in Villaluenga del Rosario en de andere in Villamartín.

Gebak

De provincie heeft, net als de rest van de provincies, typisch Andalusische banketbakkersgerechten, zoals pestiños. Sommige van de zoete papjes worden gemaakt met suiker of honing (witte honing of zwarte honing – meloja). In Medina Sidonia worden de beroemde alfajores gemaakt, in Jerez de la Frontera een dulce de vendimia (druivenoogst-snoepje) dat meloja wordt genoemd en tocino de cielo (uit de 14e eeuw), tortas a la gaditana, flan of arroz con leche, bocadillos de monja, panizas (gebakjes gemaakt van kikkererwtenmeel), en de zogenaamde turrón de Cádiz (een variant van marsepein met ingelegd fruit). De banketbakkerijtraditie van vele kloosters wordt nog steeds in stand gehouden. Wat opvalt is het paas en vastengebak: Torrijas, Roscos de San Blas en andere.

Wijnen

Op het gebied van wijnen is de provincie beroemd om de oloroso wijnen van Jerez de la Frontera, de fino’s van Puerto de Santa María, de manzanilla van Sanlúcar de Barrameda, de witte wijnen van Chiclana, de tintilla van Rota. De manzanilla en fino worden meestal gecombineerd met visgerechten, en in het algemeen gaan ze allemaal goed samen met tapas.

Er worden ook witte en rode wijnen geproduceerd onder de benaming Vinos de la Tierra de Cádiz en mosten (druivensap).

Als we het over andere alcoholische drank hebben dan valt de wereldberoemde en dus best verkochte alcoholische drank van Spanje, de brandy de Jerez op.

Brandy de Jerez Conde de Garvey at Bodegas Valdivia van Jerez, Andalusia. De brandy waarvan wordt gezegd dat het de duurste ter wereld is.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.