Romeinse verovering van Hispania

Spaanseverhalen.com  Romeinse verovering van Spanje

……De historische periode tussen de Romeinse landing in Ampurias, onder leiding van Scipio (218 voor Christus) en de afsluiting van de Romeinse verovering van het Iberisch schiereiland met het einde van de Cantabrische oorlogen door Cesar Augusto (19 voor Christus) staat bekend als de Romeinse verovering van Hispania, en is daarmee één van de meest historische gebeurtenissen in deze periode.

Fasen van de verovering en de Romeinse provinciale divisie in Hispania.

……Oorlogvoerende partijen

……Nadat Rome tijdens de Tweede Punische oorlog het Iberisch schiereiland was binnengevallen duurde het nog twee eeuwen voordat zij het gehele schiereiland onder controle hadden. Ze vochten in die periode tegen de Lusitanos, de Celtiberos, Vetones, Galaicos, Astures, en de Cantabros.

…..Ga naar:

 

Inleiding


……Al voor de eerste Punische Oorlog, tussen de 8e en 7e eeuw v. Chr., waren de Feniciërs – en later de Carthagers – verschenen in het zuidelijke deel van het Iberische schiereiland en in het gebied van Levante, ten zuiden van de Ebro. Ze vestigden zich langs deze kuststroken in een groot aantal commerciële faciliteiten die mineralen en andere hulpbronnen uit het pre-Romeinse Iberia over de hele Middellandse Zee verspreidden. Deze faciliteiten, bestonden uit niet veel meer dan opslagruimten en werven, die niet alleen de export mogelijk maakte, maar  introduceerde op het schiereiland ook producten die in het oostelijke Mediterrane gebied werden geproduceerd, dat een secundaire effect had op de adoptie van bepaalde oosterse kenmerken, door de inheemse culturen van het schiereiland.

……Rond de 7e eeuw v. Chr. vestigden ook de Grieken vanuit Massalia (Marseille) hun eerste koloniën aan de noordkust van de Middellandse Zee, waar ze steden als Emporion (Ampurias) of Rhode (Rosas) stichtten, hoewel ze tegelijkertijd handelscentra langs de kust verspreidden, en deze niet meteen bestemd waren om een nieuwe polis te stichten. Een deel van het Griekse handelsgewicht werd echter uitgevoerd door de Feniciërs, die op het schiereiland handel dreven met goederen van en naar Griekenland.

Romeinse muur van Ampurias, eerste punt op het Iberisch schiereiland veroverd door Rome.

……Als handelsmacht in het westelijke Middellandse Zeegebied breidde Carthago zijn belangen uit naar het eiland Sicilië en Zuid-Italië, wat al snel zeer problematisch bleek voor de opkomende macht uit Rome. Ten slotte leidde dit conflict van economische belangen (aangezien ze niet territoriaal waren, want Carthago had zich immers niet bewezen als een invasiemacht) tot de zogenaamde Punische oorlogen, waarvan de eerste slechts eindigde in een onstabiele wapenstilstand, die een vijandigheid tussen de twee culturen teweegbracht die zou leiden tot de Tweede Punische Oorlog, die twaalf jaar later zou eindigen met de effectieve overheersing van Rome over het oosten en het zuiden van het schiereiland. Later zou Carthago in Zama de beslissende nederlaag lijden die het uit de verdere historische geschiedenis zou wissen.

……Ondanks het feit dat Rome zich had opgedrongen aan de rivaliserende macht van het Middellandse Zeegebied, zou het nog steeds twee eeuwen duren voordat het Iberische schiereiland volledig zou worden gedomineerd. Met zijn expansionistische politiek zou het de vijandschap van vrijwel alle volkeren van het Iberisch schiereiland over zich krijgen. Misbruiken waaraan deze volkeren vanaf het begin werden onderworpen, waren grotendeels de schuld van het sterke anti-Romeinse sentiment van deze naties. Na jaren van bloedige oorlogsvoering werden de inheemse volkeren van Hispania uiteindelijk verpletterd door de Romeinse militaire en culturele wals. Volkeren die in dit proces van cultuurschok verdwenen, hoewel niet voordat het onuitwisbare voorbeeld van een barbaars woest verzet tegenover een veruit superieure vijand werd achtergelaten.

 

Het Carthaagse Hispania


Archeologische site van de Punische muur van Cartagena, in 209 v. Chr. veroverd door de Romeinen.

Carthaagse zilveren schijf met de beeltenis van Amilcar Barca geslagen in Cartagena.

……Na de Eerste Punische oorlog begon de Carthaagse familie, afstammelingen van Amilcar Barca, met de effectieve onderwerping van het schiereiland, dat zich uitstrekte tot een groot deel ervan, vooral naar het zuiden en de Levant. Een onderwerping bereikt door middel van eerbetuigingen, allianties, huwelijken of gewoon door middel van geweld.

……Volgens sommige historici, zoals de archeoloog Adolf Schulten, hadden de vestiging van de Carthagers in het zuidoosten van Spanje, en de stichting van de stad Qart Hadasht, het huidige Cartagena, in 227 v. Chr. door Asdrubal el Bello, als hoofddoel, controle te houden over de rijkdommen die door de zilvermijnen van Cartagena werd gegenereerd.

Met het zilver uit de mijnen van Cartagena betaalden ze hun huurlingen, en toen ze het in 209 v.C. in beslag namen. Carthago verloor deze schatten, Hannibal was niet langer in staat om de Romeinen te weerstaan, dus de verovering van Cartagena besliste ook Hannibals oorlog.
                             Schulten A. Fontes Hispaniae Antiquae

De buste van Asdrúbal el Bello in Cartagena.

……Generaal Hasdrubal de Schone (zoals we hem in Nederland noemen) stichtte de stad Qart Hadasht, volgens sommige historici, op een eerdere Tartesische stad genaamd Mastia. De stad werd ommuurd en verstedelijkt en volgens Polybius bouwde Asdrubal zijn paleis op de heuvel van de Molinete. Cartagena werd de basis voor militaire operaties van Carthagers in Iberia.

……Aan de andere kant zou het schiereiland, naast de enorme minerale rijkdommen van Iberia, Carthago voorzien van een belangrijke voorraad huurlingen als wel militaire troepen om Rome te confronteren, en om zijn dominantie in Noord-Afrika opnieuw te bevestigen, wat door de Romeinen als voldoende reden werd beschouwd om Hispania binnen te vallen. Onder deze troepen, afkomstig van de verschillende stammen die het schiereiland bewoonden, vielen vooral de Ilergetes en de legendarische Slingeraars van de Balearen op.

 

……De kwestie Sagunto

……De tweede oorlog tussen Carthago en Rome werd in gang gezet door het geschil over de hegemonie in Sagunto, een met Rome geallieerde Helleense kuststad. Na sterke spanningen binnen de regering van de stad, die eindigden met de moord op de aanhangers van Carthago, belegerde Hannibal Sagunto in 218 v. Chr., en ondanks het feit dat de Saguntijnen Rome om hulp vroegen, kregen ze die niet. Na een lange belegering en een zeer bloedig gevecht waarbij zelfs Hannibal gewond raakte, nam het Carthaagse leger de stad over, hoewel niet voordat deze praktisch werd vernietigd door de strijd en later door de inwoners. Veel van de Saguntijnen gaven er de voorkeur aan om zelfmoord te plegen voordat ze werden onderworpen aan de slavernij die hen door Carthago wachtte.

……Daarna continueerde de oorlog verder met de expeditie van Hannibal naar Italië. Terwijl Rome het besluit had genomen het Iberisch schiereiland binnen te dringen. De reden voor deze invasie was vooral de dwingende noodzaak om de voorraden, die afkomstig waren uit Carthago en Hispania, af te snijden, dat zou bijdragen aan de verzwakking van de expeditie van Hannibal die veel schade aanrichtte op het Italiaanse schiereiland.

 

De Romeinse invasie


……Onder het commando van Cneo en Publius Cornelius Scipio werden Romeinse troepen naar Hispania gestuurd. Cneus Scipio was de eerste die in Hispania aankwam, terwijl zijn broer Publius zich in de richting van Massalia (Marseille) verplaatste om steun te verzamelen en te proberen de Carthaagse opmars af te snijden. Emporion of te wel Ampurias was het uitgangspunt voor Rome op het schiereiland. Zijn eerste missie was om bondgenoten te zoeken onder de Iberiërs. Hij slaagde erin om enkele Iberische stamhoofden, in het noord-oostelijk kustgebied, de alliantieverdragen te laten ondertekenen, maar hij slaagde er waarschijnlijk niet in om de meeste van hen naar zijn zaak te trekken. Zo weten we bijvoorbeeld dat de Ilergetes-stam, een van de belangrijkste stammen in het noorden van de Ebro, bondgenoot van de Carthagers waren. Scipio Cneo onderwierp doormiddel van verdrag of doormiddel van dwang het kustgebied ten noorden van de Ebro, met inbegrip van de stad Tarraco, waar hij zijn woonplaats vestigde.

……De oorlog tussen Carthago en Rome

……De eerste belangrijke strijd tussen Carthagers en Romeinen vond plaats in Cissa (218 v. Chr.), waarschijnlijk in de buurt van Tarraco, hoewel er wordt beweerd dat het werd geïdentificeerd met Guisona in wat nu de provincie Lérida is. De Carthagers, onder het bevel van Hannon, werden verslagen door de Romeinse strijdkrachten onder het bevel van Scipio Cneo zelf (Cneo wordt in Nederland ook wel Gnaius Cornelius Scipio Calvus genoemd). De leider van de Ilergetes, Indíbil, die aan Carthaagse zijde vocht, werd gevangen genomen. Maar toen de overwinning van Cneus een feit was, kwam Asdrúbal Barca (jongere broer van Hannibal) met versterkingen en verspreidde de Romeinen, zonder ze te verslaan. De Carthaagse troepen keerden terug naar hun hoofdstad Qart Hadasht (Cartagena), en de Romeinen naar hun hoofdbasis, de stad Tarraco.

Munt met daarop de afbeelding van Asdrúbal Barca.

……In 217 v. Chr. versloeg de vloot van Scipio de vloot van Asdrúbal Barca (jongere broer van Hannibal) op de rivier de Ebro. Kort daarna kwamen er versterkingen uit Italië aan, onder het bevel van Publius Scipio, waarna de Romeinen konden oprukken naar Sagunto.

……Cneo en Publius Scipio waren verantwoordelijk voor de versterking van Tarraco en de bouw van een militaire haven. De stadsmuur is waarschijnlijk gebouwd op de voormalige Cyclopeense muur. Er zijn sporen van Iberische steenhouwers, aangezien de lokale arbeidskrachten moeten zijn gebruikt voor de bouw ervan.

……In 216 v. Chr. vochten Cneo en Publius Scipio tegen de Iberiërs, waarschijnlijk waren dat stammen ten zuiden van de Ebro. De aanvallen van deze Iberiërs werden afgeslagen.

……In 215 v. Chr. ontvingen de Carthagers versterkingen onder het bevel van Himilcon Fameas, en er vond een nieuwe veldslag plaats in het zuiden van de Ebro, bij het huidige Amposta of San Carlos de la Rápita, in de zogenaamde Slag bij Ibera. De opstand van Sifax, een bondgenoot van Rome, in Numidia (Algiers en Oran), dwong Asdrúbal met zijn beste troepen (214 v. Chr.) terug te keren naar Afrika en liet het gebied in Hispania vrij voor de Romeinen. Asdrúbal Barca kreeg in Afrika steun van een andere Numidische koning, Gala, Heer van de regio Constantijn, en met de hulp van deze laatste (en van Gala’s zoon, Masinisa), versloeg hij Sifax.

Modern portret van Masinisa

……In 211 v. Chr. keerde Asdrúbal Barca terug naar het schiereiland. Hij werd vergezeld door Masinisa met zijn Numidiaanse krijgers.

……Het kan zijn dat tussen 214 en 211 v. Chr. Cneo en Publius Scipio de Ebro op gegaan zijn. We weten zeker dat de Scipiones in 211 v. Chr. een sterk contingent van Celtiberische huurlingen in hun leger hadden, bestaande uit enkele duizenden strijders. Deze Keltiberiërs huurlingen vochten vaak alleen om fortuin te maken.

……De Carthaagse strijdkrachten waren onderverdeeld in drie legers, die respectievelijk onder het bevel stonden van de broers Barca Asdrúbal en Magon, en nog een andere Asdrúbal (de laatste zoon van de Carthaagse commandant Hannibal Giscón, die in de eerste Punische oorlog werd gedood). De Romeinen van hun kant organiseerden zich in drie andere groepen, onder leiding van Cneus of Cneo en Publius Scipio en van Titus Fonteyo.

Monument voor Indíbil enrechts van hem Mandonio in Lérida.

……Asdrubal Giscon en Magon Barca, gesteund door de Numidiaan Masinisa nummer, versloegen Publius Scipio, die werd gedood. Cneo Scipio moest zich terugtrekken toen de Celtiberische huurlingen deserteerden, aan wie Asdrubal Barca een groter bedrag bood dan het door Rome betaalde bedrag. Cneus stierf tijdens de terugtocht en de Carthagers stonden op het punt de rivier de Ebro over te steken toen een officier genaamd Caius Lucius Martius Séptimo, die door de troepen tot generaal was gekozen, maar dat werd door het Senaat in Rome weer afgewezen. Het scenario van deze gevechten is niet echt duidelijk, maar we weten wel dat Indíbil weer met de Carthagers vocht. Het gevecht vond plaats in 211 v. Chr.

……In 210 v. Chr. slaagde een expeditie onder leiding van Caius Claudius Nero erin Asdrubal Barca gevangen te nemen, maar na verraderlijke onderhandelingen weet deze oneervol te vluchtte.

……De Romeinse Senaat besloot een nieuw leger naar de Ebro te sturen, om de doortocht van het Carthaagse leger naar Italië te voorkomen. Het bevel over dit leger werd toevertrouwd aan Scipio de Afrikaan, de zoon van de gelijknamige generaal, die in 211 v. Chr. in de strijd sneuvelde.

Publius Cornelius Scipio Africanus maior. De buste van de tijd in het Nationaal Museum van Napels.

……Publio Escipión (de zoon) arriveerde in Hispania vergezeld van de proconsul Marco Silano (die Claudio Nero zou opvolgen) en de adviseur Cayo Lelio, hoofd van de ploeg.

……Bij hun aankomst bevonden de drie Carthaagse legers zich op verschillende plaatsen, te weten: het leger van Asdrúbal Barca had zich in het gebied van de bron van de Taag gepositioneerd; het leger van Asdrúbal, de zoon van Giscón, bevond zich in Lusitania, nabij het huidige Lissabon; en het leger van Magón bevond zich in het gebied van de Straat van Gibraltar.

……Publius Scipio liet de Ebro onbewaakt achter en viel Carthago Nova over land en zee aan. De Punische hoofdstad die zich op schiereiland bevond, werd door een ontoereikend garnizoen, onder het bevel van een commandant die ook Magón heette, beschermd. Deze moest zich al snel overgeven en de stad werd bezet door de Romeinen. Publius Scipio keerde terug naar Tarraco voordat Asdrúbal de onbewaakte linies van de Ebro kon oversteken.

……Na deze gedurfde operatie geeft een groot deel van Hispania Ulterior zich over aan de Romeinen. Publius Scipio kon verschillende Iberische leiders, die tot dan toe bondgenoten van de Carthagers, overhalen voor zijn zaak. Zoals Edecón (die in vijandschap was met Carthago nadat ze zijn vrouw en kinderen gegijzeld hielden), Indíbil (om dezelfde reden), en Mandonio (die beledigd werd door Asdrubal Barca).

……In de winter van 209 tot 208 v. Chr. rukte Publius Scipio op naar het zuiden waar hij het leger van Asdrubal Barca (dat naar het noorden oprukte) in de buurt van Santo Tomé tegenkwam. In het dorp Baecula, vond daarop de slag om Baecula vond. Publius Scipio eiste de overwinning op (wat twijfelachtig was), maar mocht dat toch het geval wezen, slaagde hij er niet in om Asdrúbal Barca te verhinderen om met de meeste van zijn troepen naar het noorden op te rukken. In zijn noordelijke opmars bereikte Asdrúbal de westelijke passen van de Pyreneeën.

……Zo is bekend dat Asdrúbal de Pyreneeën via het land van de Basken is overgestoken. Hij probeerde waarschijnlijk een alliantie met hen te sluiten, hoewel het de Basken in ieder geval aan middelen ontbrak om zich tegen de Carthaagse opmars te verzetten. Asdrúbal kampeerde in Zuid-Gallië, en ging vervolgens door naar Italië (209 v. Chr. ).

……In 208 v. Chr. trok Magón Barca zich met zijn troepen terug op de Balearen, en Asdrúbal Giscón bleef in Lusitania.

……In 207 v. Chr., reorganiseerde de Carthagers zich en met versterkingen uit Afrika, onder bevel van Hannón, konden ze het grootste deel van het zuiden van het schiereiland herstellen. Nadat Hannón dit gebied had onderworpen, keerde Magón terug met zijn troepen en verhuisde in de richting van het gebied waar Asdrúbal Giscón zat. Kort daarna werden de strijdkrachten van Hannón en Magón echter verslagen door het Romeinse leger onder bevel van Marco Silano. Hannón werd gevangengenomen en Asdrúbal Giscón en Magón moesten zich versterken in hun belangrijkste bolwerken.

……Asdrúbal Giscon en Magón Barca ontvingen nieuwe versterkingen uit Afrika (206 v. Chr.), en tevens rekruteerden ze een contingent Inheemse volkeren, en gingen de strijd met de Romeinen aan bij Ilipa (het huidige Alcala del Rio, in de provincie Sevilla), maar deze keer behaalde Publius Scipio Jr. een duidelijke overwinning. Magón en Asdrúbal Giscón zochten hun toevlucht in Gades, en Publius Scipio werd de eigenaar van het hele zuidelijke schiereiland, en kon oversteken naar Afrika waar hij de Numidaanse koning Sifax ontmoette, die hem eerder in Hispania had bezocht.

Het Romeinse gebied nadat de Cathagers op het Iberisch schiereiland verslagen waren.

……Toen Publius Scipio enig moment ziek was werd daar onmiddellijk misbruik van gemaakt door een van de legereenheden door te muiten op verzoek van achterstallige loon, dit werd op zijn beurt weer misbruikt door de Ilergetes en andere Iberische stammen om te rebelleren, onder het bevel van de Indíbil-leiders (van de Ilergetes) en Mandonio (van de Ausetanos), een opstand die in wezen was gericht tegen de proconsuls Lucio Cornelio Lentulo en Lucio Manlio Acidino. Publio Escipión kalmeerde de rel en maakte een bloedig einde aan de opstand van de Iberiërs. Mandonio werd gevangengezet en geëxecuteerd (205 v.Chr.); Indíbil wist te ontsnappen.

……Magón en Asdrúbal Giscón verlieten Gades met al hun schepen en troepen om naar Italië te gaan ter ondersteuning van Hannibal, en na het vertrek van deze troepen kreeg Rome de controle over heel Zuid-Spanje.. Rome domineerde nu vanaf de Pyreneeën, langs de oostelijke kust, tot aan de Algarve. De Romeinse overheersing reikte tot aan Huesca, en van daaruit zuidwaarts naar de Ebro en oostwaarts naar de zee.

 

De veroveringsoorlogen


……Vanaf 197 v. Chr. werd het deel van het Iberisch schiereiland dat aan Rome werd voorgelegd, verdeeld in twee provincies: Citerior, in het noorden (de toekomstige Tarraconense, met Tarraco als hoofdstad), en Ulterior (in het zuiden), met de hoofdstad in Córdoba. De regering van deze twee provincies zou overeenkomen met twee proconsuls (ook wel ‘pretores’ of ‘propretores’ genoemd) tweejaarlijks (posities die vaak niet worden ingevuld).

Het borstbeeld van Patrizio Torlonia dat wordt toegeschreven aan Marcus Cato de Oude uit de Torlonia-collectie, Rome, Italië .

……Al in hetzelfde jaar (197 v. Chr.) was de provincie Citerior het toneel van de opstand van het Iberische en Ilergetes-volk, die de proconsul Quinto Minucio Termo moeilijk onder controle kon houden. De Ulterior provincie ontsnapte, na de Turdetan opstand, aan de controle van Rome nadat hun gouverneur stierf. Rome moest in 195 v. Chr. de consul Marcus Cato sturen, die bij zijn aankomst in Hispania de hele provincie Citerior in opstand zag komen, waarbij de Romeinse strijdkrachten slechts enkele vestingsteden controleerden. Cato versloeg de rebellen in de zomer van dat jaar en herstelde de provincie, maar was niet in staat om zijn eigen mensen bijeen te houden, noch de Keltiberiërs die optraden als huurlingen betaald door de Turdetanen en wiens diensten hij nodig had. Met een krachtige inzet van het Romeinse legioenen op Keltiberische grondgebied, overtuigde hij hen om terug te keren naar hun land. De inbreng van de inheemse bevolking was duidelijk, en toen het gerucht over het vertrek van Cato naar Italië zich verspreidde, werd de opstand hervat. Cato handelde resoluut, versloeg de rebellen wederom en verkocht de gevangenen als slaven. Alle inwoners van de provincie werden ontwapend. Cato keerde terug naar Rome met een door de Senaat toegekende triomf en een enorme oorlogsbuit, bestaande uit meer dan 11.000 kilo zilver, meer dan 600 kilo goud, 123.000 dinar en 540.000 zilveren munten, allemaal buitgemaakt op Spaanse volk tijdens hun militaire acties. Zoals hij voor zijn campagne aan Rome had beloofd, “de oorlog zal zichzelf voeden”.

……Een andere proconsul van Hispania, Marco Fulvio Nobilior, vocht later tegen andere opstanden en onderwierp de Carpetanos een opstandige herderstam die in het midden van het  Hispania woonden.

……De verovering van Lusitania werd vervolgens uitgevoerd, met twee uitstekende overwinningen: in 189 v. Chr. de overwinning van de proconsul Lucius Emilius Paulus, en in 185 v. Chr. de overwinning van de praetor of proconsul Caius Calpurnius (de laatste (proconsul) meer dan twijfelachtig).

……In 182 v.Chr. werd Quintus Fulvio Flaco als praetor gekozen. Hij kreeg de provincie Hispania Citerior toegewezen en vocht tegen de Keltiberiërs. Hij veroverde hierbij na een hevige strijd de stad Urbicua, die vervolgens door zijn soldaten werd geplunderd. In 181 en 180 bleef Flaco als propraetor in Hispania en behaalde nog twee grote overwinningen op de Keltiberiërs, waarna de Romeinen het gebied als gepacificeerd beschouwden. Flaco mocht terugkeren naar Rome om een triomftocht te houden, maar zijn verzoek om zijn soldaten mee te nemen werd afgewezen, omdat men vreesde dat de Keltiberiërs dan weer in opstand zouden komen. Om de onderneming als geheel compleet te maken was vooral het werk van Tiberius Sempronius Gracchus (179-178 voor Christus) van groot belang. Hij veroverde dertig steden en dorpen, sommige door middel van pacten en andere door gebruik te maken van de rivaliteit van de Keltiberiërs met de verder naar het noorden gelegen Vascons, met wie hij waarschijnlijk de nodige allianties sloot om de Romeinse overheersing in de Keltiberische regio te vergemakkelijken.

……Misschien waren sommige Baskische dorpen of steden op dat moment al onderworpen (of werden ze later onderworpen), maar een aanzienlijk aantal Basken moet vrijwillig, via een alliantie, onder de Romeinse heerschappij zijn gekomen. Tiberius Sempronius Gracchus stichtte op de reeds bestaande stad Ilurcís de nieuwe stad Graccuris of Graecuris (waarschijnlijk de huidige Alfaro in La Rioja of de stad Corella in Navarra). De stad had een Romeinse structuur en het lijkt erop dat er groepen Celtiberiërs werden gevestigd die eerder als zwervende bendes rondzwierven. Deze stichting zou in 179 v.C. worden gevestigd, hoewel de schriftelijke verwijzing later is. Men neemt aan dat de stichting van deze stad bedoeld was om de Keltische beschaving te niet te doen om daarna de Romeinse cultuur meer te verspreiden.

……Graccuris bevond zich in het gebied dat de in komende jaren door de Keltiberiërs en Basken zal worden bevochten, het is een gebied dat samenvalt met de essentiële linies van de Ebro-vallei. Waarschijnlijk moet aan Tiberius Sempronius Gracchus het merendeel van de verdragen met de Basken en de Keltiberiërs worden toegeschreven. In het algemeen bevatten de pacten met de steden of dorpen een schatting in zilver of natuurproducten. Elke stad of dorp moest een vooraf afgesproken quotum bijdragen voor het leger. Slechts enkele steden behielden het recht om geld uit te geven.

……Maar de inwoners van de steden die aan het gezag werden onderworpen, waren bijna nooit belastingplichtig: als ze weerstand boden en verslagen werden, werden ze als slaven verkocht. Als ze zich voor hun totale nederlaag onderwierpen, werden zij als burgers van hun stad opgenomen, maar zonder het recht op het Romeinse staatsburgerschap.

……Als de steden zich vrijelijk aanmeldden, hadden de inwoners het status van burger en behield de stad haar gemeentelijke autonomie en soms ook haar belastingvrijstelling. De proconsuls (ook wel ‘pretores’ of ‘propretores’ genoemd), d.w.z. de provinciegouverneurs, hadden de gewoonte om zich te verrijken ten koste van hun bevolking. Gedwongen giften en misbruik waren de algemene regel. Tijdens hun reizen kregen de praetor of proconsul en andere ambtenaren gratis onderdak; soms werden er vorderingen gemaakt. De pretenders legden goedkope wijze graanvoorraden aan voor hun eigen behoeften en die van ambtenaren en familieleden, en soms ook voor hun soldaten. De klachten waren zo sterk dat de Romeinse Senaat, na het aanhoren van een ambassade van Hispaniaanse provincialen, in 171 v. Chr. een aantal wetten ter controle uitvaardigde: belastingen konden niet worden geïnd door middel van militaire vorderingen; betalingen in granen waren toegestaan, maar de pretendenten konden niet meer dan een vijfde van de oogst innen; het was de praetor verboden om zelf de waarde in de belasting van de granen vast te stellen; petities om te betalen voor de volksfeesten van Rome waren beperkt; en de bijdrage van quota voor het leger werd gehandhaafd. Maar aangezien de Senaat, via de Pretor van de Stad, verantwoordelijk was voor de vervolging van proconsuls die misbruik hadden gepleegd, werd een proconsul zelden berecht.

……Viriato en de opstand van Lusitania

Situatie op het Iberisch schiereiland rond 156 v. Chr.

……Lusitania was waarschijnlijk het gebied van het schiereiland dat zich hardnekkig verzette tegen de invasiedrang van Rome. Al in 155 v. Chr. deed de Lusitaanse leider Púnico belangrijke invallen in het door de Romeinen gedomineerde deel van Lusitania, waarmee een einde kwam aan een vrede van meer dan twintig jaar die de vorige praetor, Tiberius Sempronius Gracchus, had bereikt. Púnico behaalde een belangrijke overwinning op de pretendenten Manilio en Calpurnio, waarbij ongeveer zesduizend doden vielen.

……Na de dood van Púnico nam Césaro de strijd tegen Rome over en versloeg de Romeinse troepen opnieuw in 153 v.C. Hij nam hun banieren en toonde die triomfantelijk aan de rest van de Iberische volken als teken van de kwetsbaarheid van Rome. Tegen die tijd hadden ook de Vetones en de Keltiberiërs zich bij het verzet aangesloten, waardoor de situatie van Rome in Hispania in een zeer precaire staat was geraakt. De Lusitaniërs en Vetons plunderden de Middellandse-Zeekusten, maar in plaats van hun positie op het schiereiland veilig te stellen, trokken ze, door toedoen van Cauceno naar Noord-Afrika. Nog in dat jaar komen er twee nieuwe consuls, Quinto Fulvio Nobilior en Lucio Mumio, naar Hispania. De urgentie om de heerschappij over Hispania te herstellen zorgde ervoor dat de twee consuls hun posities twee en een halve maand eerder innamen. De naar Afrika uitgeweken Lusitaniërs werden in Okile (nu Arcila, Marokko) verslagen door Mumio, die hen dwong een vredesverdrag te aanvaarden. De consul Servio Sulpicio Galba had van zijn kant de Lusitaniërs op het schiereiland bedwongen en daarbij velen van hen gedood.

De dood van Viriato, door José Madrazo (1814).

……Nobilior werd het jaar daarop (152 v. Chr.) vervangen door Marcus Claudius Marcellus die al in 168 v. Chr. proconsul was geweest. Dit werd op zijn beurt in 150 v. Chr. opgevolgd door Lucius Licinius Lucullus, die zich onderscheidde door zijn wreedheid en beruchtheid.

Het Brons van Alcántara.

……In 147 v.C. stond er een nieuwe Lusitaanse leider, Viriato, in de strijd tegen de macht van Romeinen. Op de vlucht voor de slachtpartijen van Servio Sulpicio Galba drie jaar eerder. Hij herenigd de Lusitaanse stammen opnieuw en begon een guerrillaoorlog die de vijand verloor, zonder hen een echt gevecht op open terrein voor te leggen. Hij leidde talrijke invallen en bereikte zelfs de kust van Murcia. Zijn talrijke overwinningen en de vernedering waaraan hij de Romeinen onderwierp, leverden hem eeuwenlang een blijvende herinnering in het Spaanse geheugen als de heroïsche maatstaf van meedogenloos verzet. Viriato werd rond 139 v. Chr. gedood door zijn eigen luitenanten, waarschijnlijk omgekocht door Rome. Met de dood van Viriato verdween ook het laatste georganiseerde verzet van de Lusitaniërs, en Rome zou de Lusitania blijven bezeten, waarvan het Brons van Alcántara, gedateerd 104 v. Chr., een goede getuigenis is.

……Het brons van Alcántara

……Het brons van Alcántara is een bronzen plaquette dat is gevonden op het landgoed van Castillejo de la Orden (Alcántara). Het omvat de onvoorwaardelijke overgave (“deditio“) aan de Romeinen van de inheemse bevolking van de Seanocos, die de Castro de Villasviejas bewoonden, een tussenzone tussen het grondgebied van de Lusitaniërs en dat van de Vetones .

C. MARIO C. FLAVIO
L. CAESIO. CF IMPERATORE POPULUS. SEANO. [
DEDIT. L. CAESIUS. CF IMPERATOR POSTQUAM [
ACCEPIT. AD. CONSILIUM. RETOLIT. QUID. EIS.IM[
CENSERENT. DE. CONSILI. VOEL. INPERAV [
CAPTIVES. EQUOS. EQUAS. QUAS. CEPISENT [
OMNIA.DEDERUNT.DEINDE EOS.L.CAESIUS.C. [F.
ESSE. IUSSIT. AGROS. ET.AEDIFICIA.LEGES.CETE [RA
QUAE. SUA. FUISSENT. PRIDIE QUAM. SE. DEDID [ERUNT
EXTARENT EIS. REDIDIT. DUM POPULUS [
ROOMANUS. VELLET DEQUE. EA RE EOS [
EIRE. IUSSIT LEGATOS CREN [
ARCO CANTONI. F LEGATEN
 Op het consulaat van Cayo Mario en Cayo Flavio.
Aan Lucius Caesius, zoon van Caius, imperator, de stad Seano
gaf het op. Lucius Caesius, zoon van Caius, imperator, nadat
had ingestemd en de raad gevraagd wat zij passend achtte om van hen te eisen.
Op advies van de raad eiste hij de gevangenen op,
de paarden en merries die ze zouden hebben gevangen.
Ze hebben alles geleverd. Later besloot Lucius Caesius, zoon van Caius
dat de velden en gebouwen bleven zoals ze waren;
de wetten en andere dingen die ze zouden hebben gehad tot de dag
van de overgave; hij gaf ze terug
in gebruik te blijven zolang het Romeinse volk wilde.
En in verband met deze zaak beval hij de legaten te zijn (…?)
Crenio en Arco, zonen van Cantono, (traden op als) legaten.

……De oorlog tegen de Keltiberische volkeren

……Tussen 135 en 132 v. Chr. voerde de consul Décimo Junio Bruto een expeditie uit naar Gallaecia (Noord-Portugal en Galicia). Bijna gelijktijdig (133 v. Chr.) werd de Celtiberische stad Numancia, het laatste bastion van de Celtiberiërs, verwoest. Dit zou het hoogtepunt zijn van de oorlog tussen de Keltiberiërs en de Romeinen, tussen 143 en 133 v. Chr.; de Keltiberische stad werd uiteindelijk ingenomen door Publius Cornelius Scipio Emiliano, toen de honger het verzet onmogelijk maakte. De Celtiberische leiders pleegden zelfmoord met hun families en de rest van de bevolking werd in slavernij verkocht. De stad werd met de grond gelijk gemaakt.

Viriato’s campagnes tegen de Romeinen.

……Meer dan een eeuw lang hebben de Basken en de Keltiberiërs gevochten om het rijke land van de Ebro-vallei. Waarschijnlijk droeg de Celtiberische Calagurris, het huidige Calahorra, het meeste bij aan de strijd, geholpen door verbintenis tussen de verschillende  keltiberische stammen. Ook de Basken hadden een vrij belangrijke nederzetting aan de andere kant van de Ebro, min of meer tegenover Calagurris, die ook steun van andere Baskische plaatsen heeft gekregen. De Keltiberiërs leverden de meeste strijd en vernietigden de Baskische stad, waarbij ze land aan de andere kant van de Ebro bezetten.

……Maar de zogenaamde “Celtiberiërs” waren vijanden van Rome, en de Basken waren (strategisch gezien) hun bondgenoten. Toen Calagurris door de Romeinen werd verwoest, werd het herbevolkt met Vascons, waarschijnlijk uit de Baskische stad aan de andere kant van de rivier, enige tijd eerder vernietigd door de Celtiberiërs (die hun land ten noorden van de Ebro zouden hebben bezet), en door Vascons uit andere plaatsen.

……Toen de Romeinen de Balearen in 123 v. Chr. bezetten, vestigden zich daar drieduizend Hispanianen, wat een idee geeft van de Romeinse culturele penetratie van het schiereiland in amper een eeuw.

 

De burgeroorlogen


……Hispania was niet vreemd aan de politieke en militaire geschillen van de laatste jaren van de Romeinse Republiek, toen Quintus Sertorius de partij van de aristocraten onder leiding van Sila in 83 voor Christus confronteerde. Na het verlies in Italië zocht Quintus zijn toevlucht in Hispania, zette de oorlog tegen de regering van Rome voort en zette een heel systeem van regering met kapitaal in Huesca (Osca) op. Uiteindelijk was het Pompeius die, na verschillende pogingen om Hispania binnen te vallen, Quintus Sertorius met politieke intriges in plaats van met militair geweld heeft opgezadeld. Vervolgens was de steun van het schiereiland aan Pompeius de oorzaak van een nieuwe oorlog in Hispania tussen zijn volgelingen en die van Julius Caesar, een conflict dat in 49 voor Christus eindigde met de overwinning van Julius Caesar.

……Julius Caesar en de oorlog tegen Pompeius

De belegering van Numancia.

…...Julius Caesar valt Hispania binnen als onderdeel van zijn oorlog tegen Pompeius voor de macht in Rome. Tegen die tijd had Pompeius zijn toevlucht gezocht in Griekenland. Caesar was van plan om de steun voor Pompeius in het westen te elimineren en hem te isoleren van de rest van het rijk.

……De eerste strijd tussen Julius Caesar en de aanhangers van Pompeius in Hispania was de slag bij Ilerda (Lerida), en hoewel de krachten gelijk in aantal leken te zijn, behaalde Caesar de overwinning. De troepen werden aan beide zijden van de rivier de Segre gepositioneerd. Afranio en Petreyo, twee vertrouwelingen van Pompeius, zochten hun toevlucht achter de muren van Ilerda, na de overstroming van de Segre, eind juni 49 v. Chr. Caesar gebruikte de overstroming om maakte om stroomopwaarts te gaan, deze over te steken en te zoeken naar  voorraden voordat ze degenen aanvielen die trouw waren aan zijn vijand, die zich op 2 augustus in het nauw gedreven en zonder proviand overgaven. Ondertussen probeerde Varron zich in Betica te versterken, maar Caesar kreeg meer sympathie bij de lokale bevolking omdat zij goede herinneringen hadden aan de tijd dat hij gouverneur van Hispania was. De raad van notabelen in de grote steden koos voor Caesar en Varon had geen andere keuze dan zich te onderwerpen aan zijn vijand.

……In deze oorlog leed César onder de muiterij van de troepen van Plasencia, die begonnen waren de hele regio te plunderen, nieuws dat samenging met de mededeling dat hij in Rome op voorstel van Praetor M. Emilio Lépido tot dictator was benoemd. De oorlog tegen Pompeius zou zich over land en over zee voortzetten. In Albanië vond de slag bij Dyrrhachium plaats waarbij Pompeius de kans had om Ceasar te verslaan maar overmoedig geraakt hem de kans gaf om zich terug te laten trekken, waarna de slag bij Pharsalus in Griekenland plaatsvond op 9 augustus 48 a. C. Uiteindelijk zou Pompeius aan de kust van Egypte worden vermoord door Ptolemaeus XIII (broer van Cleopatra), die dus de gunst van Caesar wilde winnen. Caesar steunde echter niet alleen dit gebaar, dat laf leek, maar hij liet de verraders die hun vijand hadden verkocht, liquideren.

……Maar ondanks de dood van Pompeius hadden zijn aanhangers nog steeds veel macht in Afrika en bleven ze vooral veel gebieden in Hispania beheersen. De slag om Munda in 45 v. Chr. was uiteindelijk de laatste slag van deze oorlog en maakte een einde aan de aspiraties van de overlevende zonen van Pompeius, Cneus en Sextus.

……Zijn onmiskenbare overwinning in Hispania was bepalend voor de politieke carrière van Caesar en stelde hem in staat terug te keren naar Rome om daar een als eeuwigdurende dictator (dictator perpetuo) te worden aangesteld. Een jaar later werd Julius Caesar aan de poorten van de Senaat van Rome vermoord en werd zijn achterneef Gaius Julius Caesar Octavianus, na aantal jaren van burgeroorlogen de meeste tegenstanders uit te schakelen en verleende de senaat hem in 27 v.Chr. de eretitel Augustus (de verhevene). Verder kende de senaat Augustus een aantal bevoegdheden toe waardoor hij als princeps (“eerste”) kon regeren en de rust in het rijk herstellen. Zo werd de jonge Octavianus de alleenheerser die Caesar had willen zijn en kreeg het Romeinse volk alsnog één grote almachtige leider.

 

De Cantabrische oorlogen


……Tijdens de heerschappij van Caesar Augustus werd Rome gedwongen een bloedige strijd te voeren tegen de Asturiaanse en Cantabrische stammen, een groep Keltische krijgers uit het noorden van Hispania die zich fel verzetten tegen de Romeinse bezetting, waardoor de machtige legioenen van Rome jarenlang in toom werden gehouden. De keizer zelf moest naar Segisama, nu Sasamon (Burgos), verhuizen om de campagne persoonlijk te leiden. Uiteindelijk behaalde het Romeinse Rijk een totale en absolute overwinning op deze stammen, en daarmee het schiereiland volledig bezetten. Rome voerde een wreed uitroeiingsbeleid met deze volkeren, wat de praktische uitroeiing van deze pre-Romeinse cultuur betekende. Met het einde van deze oorlog kwam er een einde aan de lange jaren van burgeroorlog en veroveringsoorlogen op het Iberisch schiereiland, waardoor een lange periode van politieke en economische stabiliteit in Hispanië werd ingeluid.

Naar boven
Spaanse Verhalen. spaanseverhalen.com

Referenties

{{Bronvermelding anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Historia antigua de la península ibérica| oldid=124537377| datum=20200327| laatst bijgewerkt20200130}}
{{Bronvermelding anderstalige Wikipedia|taal=en|titel=Battle of Cissa|oldid=117937522| datum=20200327}}
{{Bronvermelding Wikipedia|taal=nl|titel=Hasdrubal Barkas|oldid=47774408| datum=20200328}}
{{Bronvermelding anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Hispania Ulterior| oldid=124537377| datum=20200329}}
{{Bronvermelding anderstalige Wikipedia|taal=nl|titel=Marcus Porcius Cato Censorius maior| oldid=55920689| datum=20200329}}
{{Bronvermelding anderstalige Wikipedia|taal=en|titel=Marcus Fulvius Nobilior|oldid=922497390 datum=20200329}}
{{Bronvermelding anderstalige Wikipedia|taal=nl|titel=Lucius Aemilius Paulus Macedonicus| oldid=55911806| datum=20200330}}
{{Bronvermelding anderstalige Wikipedia|taal=es|titel=Bronce de Alcántara| oldid=117366757| datum=20200330}}
{{Bronvermelding anderstalige Wikipedia|taal=nl|titel=Julius Caesar| oldid=55920718| datum=20200331}}